Terug
Gepubliceerd op 14/03/2025

2025_MV_00192 - Mondelinge vraag van raadslid Karlijn Deene: Gents onderwijsbeleid: ‘Extra maatregelen om de kennis van het Nederlands te verbeteren’?

commissie welzijn, werk, onderwijs, participatie en personeel (WWOPP)
di 11/03/2025 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: di 11/03/2025 - 22:08
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Dilek Arici; Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Els Roegiers; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Stefaan De Winter; Julie Steendam; Bram Van Braeckevelt; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Burak Nalli; Jeroen Paeleman; Koen Vanderschelden; Ilse Neyrinck; Saan Van Elsen; Stefaan De Clercq; Matts Godts; Lisa Van Bockstaele; Eduard Delputte; Veerle Van de Voorde; Linda Rico; Siham Benmammar; Toon Mertens; Lien Braeckevelt; Nathalie Dullemont

Afwezig

Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Yüksel Kalaz; Veerle Baert; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Maarten De Grauw; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Sherley Blomme

Secretaris

Jeroen Paeleman

Voorzitter

Dilek Arici
2025_MV_00192 - Mondelinge vraag van raadslid Karlijn Deene: Gents onderwijsbeleid: ‘Extra maatregelen om de kennis van het Nederlands te verbeteren’? 2025_MV_00192 - Mondelinge vraag van raadslid Karlijn Deene: Gents onderwijsbeleid: ‘Extra maatregelen om de kennis van het Nederlands te verbeteren’?

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Recent werden de resultaten van de jongste Koala-test voorgesteld. Het Vlaamse gemiddelde van leerlingen in de rode zone (wat betekent dat ze ‘waarschijnlijk intensieve extra ondersteuningsmaatregelen nodig hebben’) bedraagt 4,42%, maar de grote steden zit daar zoals vorige jaren een stuk boven. In Gent zit 9,7% van de leerlingen in die rode zone. Opmerkelijk ook is dat in Gentse scholen met een hoog aandeel leerlingen in de categorie ‘thuistaal niet-Nederlands (TNN)’ zelfs meer dan 20% van de leerlingen in de rode zone zitten: dat is met voorsprong het hoogste percentage van álle apart in kaart gebrachte steden en regio’s.

In het bestuursakkoord staat over de kennis en het gebruik van Nederlands in schoolcontext de volgende passage opgenomen: “Goede kennis van Nederlands van jongsaf aan is de basis van een goed onderwijs en verzekert echt gelijke kansen voor elk kind. Nederlands is de voertaal en onderwijstaal op de Gentse scholen. We nemen extra maatregelen om de kennis van het Nederlands te verbeteren. De taalvaardigheid van anderstalige leerlingen wordt versterkt door middel van het integreren van taalcoaching bij ondersteuning in de klas. We blijven meertaligheid op een positieve manier benaderen.”


Indiener(s)

Karlijn Deene

Gericht aan

Evita Willaert

Tijdstip van indienen

wo 05/03/2025 - 11:03

Toelichting

  1. Kan de schepen de Gentse resultaten van de Koala-test toelichten, ook qua evolutie tegenover de voorgaande jaren? Hoe is de slechte score van scholen met een hoog aandeel TNN te verklaren? 
  2. Meer specifiek: wat zijn de scores en evolutie in het stedelijk onderwijs? Graag met aandacht voor het verschil tussen stadsscholen met een laag of hoog aandeel TNN.
  3. Welke Gentse ‘extra maatregelen’ komen er om de kennis van het Nederlands bij leerlingen te verbeteren? Kan de schepen plan van aanpak, timing en middelen toelichten?

Bespreking

Antwoord

(beantwoord samen met vraag IR 8  2025_MV_00190 - Mondelinge vraag van raadslid Jonas Naeyaert: Nederlands op school)


Beste collega’s mijnheer Naeyaert en mevrouw Deene

Bedankt voor jullie vragen. Het is niet verrassend dat jullie het belang van de kennis van het Nederlands benoemen. Ik hoop dat het evenmin mag verbazen dat ik die mening deel.

Voor ik inga op jullie vragen wil ik een aantal zaken rechtzetten.

  1. De KOALA-screening stelt niet vast of kleuters voldoende Nederlands spreken of niet. Het is een screeningsinstrument dat de schoolse luistervaardigheid meet. Het gaat dus niet om spreekvaardigheid.
  2. Deze KOALA-screening spreekt zich ook niet uit over de taalvaardigheid van kleuters om naar het eerste leerjaar te gaan. Deze screening wordt afgenomen bij het begin van de derde kleuterklas. Daaruit blijkt welke kleuters extra taalstimulering nodig hebben. Pas vele maanden later zal de klassenraad oordelen of een kleuter rijp is om naar het eerste leerjaar te gaan.

Over de resultaten dan van de KOALA-screening in oktober-november 2024. 

Hoewel alle kleuterscholen deelnemen, zijn de resultaten niet centraal door Vlaanderen gekend. Vlaanderen maakt wel een rapport op door een steekproef te organiseren waarbij het bij scholen de resultaten opvraagt. Ze hebben bij 37% van de deelnemende scholen opgevraagd. Die kunnen ingaan op die vraag, of niet. Ik heb zelf geen zicht op welke Gentse scholen hun resultaat deelden noch over hoeveel scholen het gaat. Vlaanderenbreed is die steekproef representatief, maar dat geldt dus niet voor het lokale niveau. Je kan het resultaat van Gent niet vergelijken met dat Vlaanderen, noch met bv. Antwerpen en Brussel. Het profiel van die scholen kan sterk verschillen van het ene jaar op het andere. Dat mag ook blijken uit de Gentse resultaten van de voorbije vier jaren. Als we het hebben over de leerlingen in de rode groep, zijnde de leerlingen die baat zouden hebben bij intensieve ondersteuning, dan stijgt die groep in 2022 van 6.6% naar 10%. In 2023 halveerde die groep naar 4.4 %. En dit jaar zitten we bijna weer op het cijfer van 2022, namelijk 9.7%. Ik stel de correctheid van dat cijfer niet in vraag, maar laat ons alsjeblieft voorzichtig zijn bij het maken van conclusies voor Gent. We kunnen op basis hiervan, mijnheer Naeyaert, niet stellen dat de cijfers de verkeerde richting uit gaan. Mevrouw Deene, datzelfde geldt voor uw vaststelling dat we het hoogste percentage hebben in de rode groep in de categorie met een hoog aandeel Thuistaal niet-Nederlands. Het is niet relevant vergelijkingen te maken met andere steden of regio’s, gezien het geen representatieve steekproef is op stedelijk niveau.

Het samenvattende antwoord is dan ook even eenvoudig als helder. De Gentse cijfers wijken af van het Vlaamse gemiddelde omdat er in onze stad meer leerlingen leven in moeilijkere socio-economische situaties in combinatie met een thuistaal die niet (alleen) Nederlands is. Maar dus ook omdat de steekproef op lokaal Gents niveau niet representatief is.

Ik wil hiermee geen afbreuk doen aan de waarde van KOALA. Ik wil ook niks minimaliseren, maar we mogen geen conclusies trekken die niet hard te maken zijn. 

We houden wel degelijk ook cijfers bij van de deelnemende Gentse stedelijke scholen. Het Stedelijk Onderwijs is de cijfers voor de screening 2024 op dit moment aan het verzamelen. Ook wij kennen dat het centrale resultaat niet, en moeten dat per school opvragen. OVSG is daarover in gesprek met Vlaanderen, want dit is omslachtig. Ik zal u dat bezorgen wanneer dat beschikbaar is.

Mijnheer Naeyaert. U haalt aan dat ik sinds de vorige legislatuur de thuistaal aanmoedig. Dat klopt niet. We geven de thuistaal al veel langer een plaats, al 20 jaar. We pionierden daarin, maar het geven van een plaats aan de thuistaal in onderwijs is een Vlaanderenbreed inzicht geworden, dat op heel wat Vlaams scholen vorm krijgt, in alle netten en op heel wat plekken. Dit gaat dus niet enkel meer over Gent, noch over het stedelijk onderwijs. Ik ben en blijf dan ook bijzonder fier op de pioniersrol die Gent hierin gespeeld heeft. 

Ik heb gekeken op de website van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Daar staat:

Voor de onderwijsprofessional, ‘Aan de slag in je school, een meertalige leeromgeving’. Om constructief om te gaan met meertaligheid voert jouw school het best een goed doordacht talenbeleid met zowel plaats voor het Nederlands, als voor een positieve omgang met thuistaal en meertaligheid, talensensibilisering, taalinitiatie en formeel vreemdetalenonderwijs.

Op de website van het Gemeenschapsonderwijs lees ik:

Een taalbeleid maakt ruimte voor de eigen taal – en dus ook de identiteit - van elke leerling. Respect voor thuistaal maakt dat leerlingen zich beter voelen op school en sterker gemotiveerd worden om te leren. Talige diversiteit in de klas biedt leerlingen ook extra kansen om samen te leren.  In het verlengde daarvan stimuleert een taalbeleid de samenwerking tussen de school, de ouders en het vrijetijdsmilieu.

Dit is dus al lang geen uniek Gents verhaal meer. Dit is wat men al jaren in onderwijs doet. Dit zijn dus richtlijnen van KOV en het GO!. Ik heb al vaker gezegd dat er in onderwijs heel veel valse tegenstellingen bestaan. Alsof aandacht voor thuistaal haaks zou staan op goed onderwijs in het Nederlands. Dat klopt niet. Gelukkig bestaan er inzichten bij deze onderwijsvertrekkers en geven ze die inzichten mee aan hun medewerkers.

Het gaat ook niet over het aanmoedigen van de thuistaal. Het gaat over een positieve, functionele kijk op meertaligheid. Die meertaligheid is geen uitvinding van het college, die is een Gentse realiteit. Ongeveer 1 op 3 leerlingen groeit meertalig op. U bent een derde maal fout als u aanhaalt dat ik dat doe om ‘taboes te doorbreken’. We doen dat gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en dus omdat we hiermee resultaat bereiken in ons talenonderwijs.

Wetenschappelijk onderzoek, zowel lokaal, Vlaams als internationaal wijst erop dat meertaligheid een kracht en een troef kan zijn binnen ons onderwijs, als het op een doordachte manier benut wordt. Ik noem enkele onderzoeken.

  • Thuistaalproject van 2008-2012. Daaruit bleek dat het benutten van meertalige repertoires geen negatief effect heeft op het Nederlands.
  • MARS ofte ‘Meertaligheid Als Realiteit op School’. 2013-2015. Daaruit bleek dat er geen verband was tussen taalgebruik op de speelplaats (Nederlands af andere thuistaal) en het schools presteren van leerlingen. Wel bleek er een sterke correlatie met de socio-economische achtergrond van leerlingen, zijnde de SES-kenmerken.
  • PIRLS 2021, en de aanvullende analyses daarbij in najaar 2024.  Daaruit komen twee belangrijke vaststellingen:
    1. De kans die je hebt om thuis in een (on)gunstige taalomgeving op te groeien wordt niet door thuistaal bepaald, maar door SES. Wie in kansarmoede opgroeit, heeft slechts 18% kans om thuis veel taalstimulering te krijgen, los van thuistaal. 
    2. Ook als je thuis andere talen spreekt, kun je zeer goed zijn in begrijpend lezen: 17% van de leerlingen die thuis nooit Nederlands spreken, scoort in PIRLS op hoog of gevorderd niveau.
  • Er is ook recent onderzoek van Orhan Agirdag en Jozefien De Leersnyder. Hun onderzoek bevestigt dat de schoolprestaties van leerlingen niet automatisch gecorreleerd zijn met de thuistaal. Het onderzoek toont wel dat de aanpak en het beleid van de school ertoe doen. Een assimilatieaanpak of een ‘kleurenblinde’ benadering werken daarbij (veel) minder goed dan een open en interculturele benadering, met aandacht voor hoge verwachtingen, een warm-strenge aanpak en cultureel responsief onderwijs.
  • Er is doorheen de jaren bijzonder veel onderzoek – ook internationaal – gebeurd naar het inzetten van de thuistaal. Daaruit blijken telkens de positieve effecten. Er is geen onderzoek dat het tegendeel aantoont.

Ik wil toch eens benadrukken dat het inzetten van meertaligheid op de scholen niet betekent dat iedereen op elk moment de thuistaal mag spreken.  Het Onderwijscentrum Gent zet in op het versterken, begeleiden en professionaliseren van Gentse scholen richting een sterk taalbeleid. Dat beleid maakt werk van een krachtige taalondersteuning en -stimulering in het Nederlands met positieve aandacht voor de thuistaal. Ik wil graag verwijzen naar de website van Het Onderwijscentrum waar u een brede waaier van initiatieven zal vinden. Dat gaat over het begeleiden van scholen, ontwikkelen van initiatieven en materialen, deelname aan internationale projecten, opvolgen van wetenschappelijk onderzoek …

Ik wil beklemtonen dat een andere thuistaal niet voor minder kansen zorgt. Onderzoek toont zelfs dat meertalig opgroeien positieve effecten heeft. Het is de socio-economische situatie waarin kinderen opgroeien die bepalend is voor taalzwakke kinderen. Dat zie je ook bij kinderen die opgroeien met Nederlands als thuistaal.

Het heeft dan ook geen zin om ouders de arm om te wringen thuis Nederlands te spreken. Het is absurd om te vragen aan ouders om kinderen te ondersteunen in een taal die ze zelf niet machtig zijn. 

Dat neemt niet weg dat we ons wel degelijk richten tot de ouders. Het is niet omdat je de taal niet spreekt, dat ze geen plaats kan krijgen in je huis. Je kan naar de bibliotheek gaan bv. Vroeger werd wel eens advies gegeven aan ouders om thuis Nederlands te spreken, ook al kon je dat niet goed. Dat is pas nefast voor de taalontwikkeling van kinderen. Het is dus van belang om een taalrijke omgeving op te zetten, en ouders zijn daarin partners. We bereiken hen via o.m. scholen en de brugfiguren (dat laatste geheel op kosten van de stad). Onderzoek toont keer op keer aan dat de specifieke taal waarin die kwaliteitsvolle interactie plaatsvindt van ondergeschikt belang is: beter een rijke taalomgeving in een andere taal dan een arme(re) taalomgeving in het Nederlands. Zie ook de recente PIRLS-resultaten: thuistaal is niet bepalend voor een al dan niet rijke taalomgeving, SES wél. En de grootste achteruitgang bij de nieuwste PIRLS-resultaten was er net bij wie thuis Nederlands sprak. Dat blijkt ook uit de PISA-resultaten. De groep die het almaar slechter doet is de groep die thuis Nederlands spreekt en dat als moedertaal hebben. Ik vind het persoonlijk heel kwalijk hoe dat onderzoek telkens opnieuw fout geframed wordt.  Door politici en ook door media die niet verder kijken en niet verder graaft in wetenschappelijk onderzoek en de bijhorende inzichten. Bij KOALA zien we dat ook telkens terugkeren. We zouden dit debat niet telkens opnieuw moeten doen. We zouden de analyse correct moeten maken opdat we de correcte recepten kunnen geven om de problemen op te lossen, want die problemen zijn er zeker.

De thuistaal is dus niet de allesverklarende boosdoener. Het helpt natuurlijk niet als je in een slechte socio-economische situatie woont, en daar bovenop de thuistaal niet-Nederlands is. Maar dat laatste is niet de causale verklarende factor.

Als we echt een verschil willen maken, dan moeten we ook naar het Vlaamse beleid kijken.

Want, als het gaat om kleuteronderwijs, merken we dat dé bepalende factor voor een sterke taalontwikkeling interactie is, ongeacht of kleuters nu thuis het Nederlands of (ook) andere talen spreken. Nu ontbreekt het leerkrachten, die vaak voor groepen van 20 kleuters of meer staan, vaak aan tijd en mogelijkheden om daar sterk op in te zetten, waardoor de spreektijd voor veel kleuters erg beperkt is en er dus weinig kansen tot taalontwikkeling en -ondersteuning zijn. Dat bleek al uit Gents universitair onderzoek van een paar jaar terug, met extreme gevallen waarin sommige kleuters maar tot een handvol seconden spreektijd per dag komen. De KOALA-screening is in wezen een goed instrument en een belangrijk extra handvat voor scholen en leraren, maar het is maar de vraag of scholen vanuit Vlaanderen genoeg ondersteuning krijgen om met de uitkomsten ervan ook aan de slag te gaan: volstaan de middelen bijvoorbeeld om ook een goed ondersteuningsbeleid uit te bouwen voor kinderen die extra ondersteuning nodig blijken te hebben? Het Onderwijscentrum krijgt in elk geval geregeld vragen van scholen rond het uitbouwen van een sterk en taalkrachtig beleid, en ze besteden ook veel aandacht aan dat aspect van interactie. Interactie in het Nederlands voor alle duidelijkheid.

Mevrouw Deene. U vraagt naar extra maatregelen. Op dit moment loopt een interuniversitair project, TACOS, waar zowel het Onderwijscentrum als het Stedelijk Onderwijs bij betrokken zijn. Het project doet onderzoek naar het effect van professionaliseringsprogramma’s op de taalstimulerende competenties van kleuterleerkrachten. We wachten de resultaten af om gerichte acties te kunnen ondernemen. Maar ik reken ook op de Vlaamse minister. Meer interactie betekent kleinere klassen. De beleidsnota van de minister focust heel erg op de kennis van het Nederlands. Ik hoop dat het beleid dat wordt uitgerold de nodige middelen krijgt, en dat het gebaseerd is op wetenschappelijke inzichten.

Intussen doen we al heel wat. Het Onderwijscentrum kwam al ter sprake, en doet een aanbod voor alle onderwijspartners in de stad. De pedagogische begeleidingsdienst van het Stedelijk Onderwijs heeft ook een intense werking uitgebouwd rond talenonderwijs. Dat gaat over vormingen voor schoolteams, scholen begeleiden via duurzame trajecten en het coachen van startende leerkrachten. Dat gebeurt o.m. met de extra middelen die minister Weyts toekende voor verbetering van het Nederlands in het kleuteronderwijs. Die middelen waren zeer welkom.

Tot slot. Voor de goede en de slechte verstaanders. Het Nederlands heeft een centrale rol op onze scholen. Als schooltaal én als verbindende taal. Maar andere talen zijn geen vijand van dat Nederlands. Ze kunnen net ondersteunend en versterkend werken, àls ze op een kwalitatieve manier worden ingezet. Scholen moeten daarbij ondersteund worden, en het is exact dat wat we in Gent doen. 

wo 12/03/2025 - 11:46