Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Dierendonckblancke architecten BV met als contactadres Bomastraat 10, 9000 Gent en
'T ZONNEHUISJE BV met als contactadres Kortrijksesteenweg 62, 9830 Sint-Martens-Latem hebben een aanvraag (OMV_2024166524) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 27 januari 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het wijzigen van de vergunning OMV_2023091516 dd 16/11/2023: het schrappen van de vergunde optopping en het regulariseren van de buitenaanleg met buitenpandige fietsenstallingen en van de kantoorruimte die vergund werd als inpandige fietsenstalling
• Adres: Bomastraat 10 en 10A, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 1 sectie A nr. 2856V2
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 16 april 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 5 juni 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Beschrijving van de omgeving, de plaats en de rechtmatige toestand
OMGEVING
De aanvraag heeft betrekking op een perceel gelegen langs de Bomastraat. De omgeving bestaat voornamelijk uit gesloten bebouwing van overwegend twee tot drie bouwlagen afgewerkt met platte of hellende dakvlakken.
PLAATS
Het perceel van aanvraag beschikt aan de straatzijde over een totale breedte van 29,50m. Het perceel beschikt over een diepte van circa 38m. In totaal beschikt het perceel over een oppervlakte van circa 1412m².
MORFOLOGIE
Aan de straatzijde bevindt zich een hoofdvolume van drie volwaardige bouwlagen met een kroonlijsthoogte (gemeten t.o.v. het trottoirpeil) van 11,16m. In de laatst toegekende vergunning (OMV_2023091516) werd een dakvolume vergund bestaande uit vier naar elkaar hellende dakvlakken. De dakvlakken hellen 45 graden ten aanzien van de kroonlijst tot een maximale hoogte van 15,88m. Het nieuw hellend schilddak wordt voorzien van ruitvormige leien.
In het voorste en achterste hellende dakvlak beschikt het pand daarbij over vier dakkappellen. In het linkse hellende dakvlak bevindt zich één dakkapel. De dakuitbouwen aan de voor- en achterzijde van het kantoorgebouw beschikken over een breedte van 3,11m en een hoogte van 2,17m. De dakuitbouw aan de linkerzijgevel is 4,61m breed en 2,15m hoog. De dakuitbouwen worden afgewerkt in grijs-zwarte dakbedekking en buitenschrijnwerk in aluminium in een witte kleur. Ter hoogte van de rechterzijgevel wordt aan het dakvolume een liftuitloop voorzien tot de nokhoogte. Deze liftuitloop wordt afgewerkt in grijs-zwarte dakbedekking.
Palend aan de rechter-en achterperceelsgrens bevindt zich een bijgebouw van twee volwaardige bouwlagen afgewerkt met een plat dak. Het platte dak van het bijgebouw is aangelegd in functie van stadslandbouw.
PROGRAMMA EN INDELING
Beide panden zijn ingericht met een kantoorfunctie. In het volume aan de straatzijde bevinden zich daarbij in totaal drie kantoorunits waarvan één unit per bouwlaag. Onder het hellende dak werd een bijkomende kantoorruimte voorzien met een netto vloeroppervlakte van 167,60m². In het bijgebouw zijn drie bijkomende kantoorunits voorzien waarvan twee kantoorunits op het gelijkvloers en één unit op het eerste verdiep.
MOBILITEIT
In de initiële vergunning van het project (OMV_2021112789) werd er overeengekomen dat de noodzakelijke parkeerplaatsen voor wagens niet op het eigen terrein moesten worden opgevangen. Er kon gebruik gemaakt worden van de achteraanpalende parking (site van VDAB) waarbij er 15 autoparkeerplaatsen worden gehuurd. Daarbij werd een rechtstreekse toegang voor voetgangers voorzien vanaf deze parking (zie INRICHTING). De fietsenstalling werd inpandig vergund in het bijgebouw. Het betreft een fietsenstalling met een oppervlakte van 62m² die plaats biedt aan 40 fietsen waarvan vier buitenmaatse fietsen.
INRICHTING BUITENRUIMTE
Het perceel beschikt over een onbebouwde buitenruimte van 562,97m² waarvan circa 225m² verhard werd aangelegd. Het betreft een verharde strook van de straatzijde tot aan de achterzijde van het perceel en een verbindingspad tussen de beide gebouwen. Achteraan het perceel bevinden zich twee aanééngesloten hellingen (beide met een hellingsgraad van 5%). Deze leiden tot de poort die toegang geeft tot de achterliggende parking.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
VOORGAANDE AANVRAGEN
Voorliggende aanvraag tracht enkele wijzigingen te bekomen van deze laatste vergunning, alsook enkele uitgevoerde handelingen te regulariseren.
DAKAFWERKING HOOFDVOLUME
De vergunde dakuitbreiding aan het kantoorgebouw aan de straatzijde (OMV_2023091516) wordt niet uitgevoerd. De bestaande platte dakafwerking van het pand wordt behouden.
UITBREIDING KANTOORRUIMTE
De voorziene inpandige fietsenstalling in het bijgebouw wordt ingericht als een uitbreiding van de bestaande kantoorruimte.
INRICHTEN VAN FIETSENSTALLINGEN
In de plaats van de inpandige fietsenstalling worden er in de onbebouwde buitenruimte van het perceel drie overdekte fietsenstalplaatsen ingericht:
In totaal worden bijgevolg 44 fietsenstalplaatsen voorzien waarvan vier voor buitenmaatse fietsen.
HERAANLEG VAN DE BUITENRUIMTE
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
Stedenbouwkundige vergunningen
Volgende historiek inzake bouwovertredingen zijn gekend:
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgend extern advies is gegeven:
Gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 23 april 2025 onder ref. 069119-004/PV/2025. Het integrale advies kan worden nagelezen op het Omgevingsloket.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement en wijkt af op volgende punten:
“Het verharden van oppervlaktes moet tot een minimum beperkt worden. Verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.”
Toetsing: Ten gevolge van de inrichting van verschillende fietsenstallingen in de buitenruimte van het project neemt het aandeel aan verharding in de buitenruimte onnodig toe. Zo worden de fietsenstallingen ingericht in voormalige groenzones die bijkomend gereduceerd wordt door de aanleg van de fietsenstalling en bijhorend toegangspad. Door het voorzien van uitpandige fietsenstallingen wordt de onbebouwde buitenruimte onnodig aangesneden. Bovendien leidt de keuze tot inrichting van verschillende fietsenstalling tevens tot verschillende toegangspaden. Dit wordt ongunstig beoordeeld.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
In de initiële vergunning van het project (OMV_2021112789) werd er overeengekomen dat de noodzakelijke parkeerplaatsen voor wagens niet op het eigen terrein moesten worden opgevangen. Er kon gebruik gemaakt worden van de achteraanpalende parking (site van VDAB) waarbij er 15 autoparkeerplaatsen worden gehuurd. Daarbij werd een rechtstreekse integraal toegankelijke verbinding voorzien. In voorliggende aanvraag wordt deze constructie heraangelegd.
Het niveauverschil tussen de parking en het binnengebied van het project (46cm) wordt overbrugd door één helling met een lengte van 8,00m en een breedte van 1,50m. Op de plannen wordt aangegeven dat de hellingsgraad 4,89% bedraagt. Uit berekening dient evenwel afgeleid te worden dat indien een niveauverschil van 46cm wordt overbrugd met een helling met een lengte van 8,00m (zoals aangegeven op de plannen) de hellingsgraad 5,75% bedraagt. Het ontwerp is niet in overeenstemming met deze verordening en wijkt af op volgende punten:
“Niveauverschillen van meer dan 18cm moeten overbrugd worden, ofwel met een trap in combinatie met een helling, ofwel met een trap in combinatie met een lift, ofwel met een helling in combinatie met een lift.”
“§7. Als een helling een niveauverschil van meer dan 10cm overbrugt, moet aan de open zijkanten van de helling en aan de eventuele tussenbordessen over de volledige lengte van de helling voor een afrijdbeveiliging van minstens 5cm hoogte gezorgd worden.”
“§9. Aan de zijkanten van een helling die een niveauverschil van meer dan 25cm overbrugt, moet aan beide zijden een leuning aangebracht worden, die doorloopt over eventuele tussenbordessen. Voor het begin en aan het einde van de helling moet de leuning minstens 40cm horizontaal verderlopen. Als de leuning in het ijle stopt, moet ze worden afgerond naar de grond of naar de wand.”
“Vóór en achter elke toegang of deur waarop dit besluit van toepassing is, met uitsluiting van toegangen tot of deuren naar gesloten trappenhallen, moet voor een vrije en vlakke draairuimte worden gezorgd, die maximaal twee procent in één richting mag hellen met het oog op de afwatering. De vrije en vlakke draairuimtes van meerdere deuren mogen elkaar overlappen.
Het draaivlak van een deur moet vlak zijn.”
Toetsing: De toegang van de parking tot de kantoren verloopt enkel via een helling ondanks dat het niveauverschil 46cm bedraagt. De helling is aan de open zijkanten niet voorzien van een valbescherming noch van een leuning. Tot slot dient opgemerkt te worden dat de toegangspoort opendraait op de helling. Er is bijgevolg geen vlakke en vrije draairuimte achter de toegangsdeur noch is het draaivlak van de deur vlak. Dit vormen onaanvaardbare afwijkingen op de voorschriften van de gewestelijke verordening toegankelijkheid die bovendien niet worden gemotiveerd. Dit wordt ongunstig beoordeeld.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1 Ligging project
Het project situeert zich in afstroomgebied in beheer van de Vlaamse Waterweg nv- Afd. Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2 Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst:
Verharding:
Ten gevolge van de inrichting van verschillende fietsenstallingen in de buitenruimte van het project neemt het aandeel aan verharding in de buitenruimte onnodig toe. Zo worden de fietsenstallingen ingericht in voormalige groenzones die bijkomend gereduceerd wordt door de aanleg van de fietsenstalling en bijhorend toegangspad. Door het voorzien van uitpandige fietsenstallingen wordt de onbebouwde buitenruimte onnodig aangesneden. Bovendien leidt de keuze tot inrichting van verschillende fietsenstalling tevens tot verschillende toegangspaden. Dit wordt ongunstig beoordeeld.
Hemelwaterput/infiltratievoorziening:
Het totale volume van de hemelwaterput en de infiltratievoorziening moeten worden gedimensioneerd conform de laatst vergunde toestand.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3 Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets niet doorstaat.
6. NATUURTOETS
6.1. Ligging en biologische waarderingskaart:
De aanvraag is niet gelegen in een Habitat-gebied noch VEN-gebied. De aanvraag heeft tevens geen betrekking op een erkend park. De aanvraag is niet opgenomen op de Gentse of Vlaamse biologische waarderingskaart.
6.2. Impact op speciale beschermingszones en VEN-gebieden:
Groen
Er worden geen wijzigingen uitgevoerd aan waardevol groen en/of hoogstammige bomen.
Stikstof
Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar.
Daarnaast zijn er nog mogelijke stikstofemissies afkomstig van niet-ingedeelde stationaire bronnen van het project en tijdens de aanlegfase door vervoer of niet-ingedeelde stationaire bronnen. Deze zijn echter beperkt. De NOX uitstoot van het totale project is minder dan de emissies waarbij een overschrijding optreedt van de 1 % minimisdrempel.
Lozing
Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI. Er wordt niet geloosd op oppervlaktewater.
6.3. Conclusie:
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN. Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.
Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
Aangezien de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, werd met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen gevraagd. Er werden geen bezwaarschriften ingediend binnen de vervaltermijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de dag van ontvangst van het verzoek om een standpunt.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
We begrijpen de wens om te voorzien in bijkomende buitenruimte. Conform de ruimtelijke structuurvisie Ruimte voor Gent streven we in de binnenstad naar een betere benutting van de bestaande (bebouwde) ruimte door hoger bouwen toe te staan. Hoger bouwen betekent immers ruimtewinst: door het opeenstapelen van lagen nemen we immers minder oppervlak in beslag. In overeenstemming met deze visie werd er in voorgaande vergunning akkoord gegaan met het oprichten van een bijkomend dakvolume op het hoofdvolume aan de straatzijde. Dergelijke ophoging was ruimtelijk aanvaardbaar omdat hierdoor de onbebouwde en onverharde buitenruimte op het perceel niet bijkomend werd aangesneden.
In voorliggende aanvraag wenst men de voorziene inpandige fietsenstalling in te richten als bijkomende kantoorruimte. De noodzakelijk inrichting van de fietsenstalling wordt daardoor afgewenteld op de resterende buitenruimte van het perceel. Hierdoor neemt het aandeel aan verharding in de buitenruimte onnodig toe. Zo worden de fietsenstallingen ingericht in voormalige groenzones die bijkomend gereduceerd wordt door de aanleg van de fietsenstalling en bijhorend toegangspad. Bovendien leidt de keuze tot inrichting van verschillende fietsenstalling tevens tot verschillende toegangspaden. Dit wordt ongunstig beoordeeld.
De voorziene fietsenstallingen voldoen ook niet aan de hedendaagse parkeerrichtlijnen:
Tot slot wordt opgemerkt dat de herinrichting van de buitenruimte in strijd is met de voorschriften uit de gewestelijke verordening toegankelijkheid.
Voorliggende aanvraag wordt bijgevolg ongunstig beoordeeld.
CONCLUSIE
Ongunstig, de aanvraag is niet in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en onverenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
De aanvraag wordt ongunstig beoordeeld omwille van volgende redenen:
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vergunning OMV_2023091516 dd 16/11/2023: het schrappen van de vergunde optopping en het regulariseren van de buitenaanleg met buitenpandige fietsenstallingen en van de kantoorruimte die vergund werd als inpandige fietsenstalling aan Dierendonckblancke architecten bv (O.N.:0795136714) en 'T ZONNEHUISJE bv (O.N.:0478920177) gelegen te Bomastraat 10 en 10A, 9000 Gent.