Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Farys OPDRAVER met als contactadres Stropstraat 1, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025021294) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 24 maart 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor riolerings- en wegeniswerken gepland in de Vlierstraat en Bommelstraat te Gent
• Adres: Bommelstraat en Vlierstraat , 9000 Gent
• Kadastrale gegevens:
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 22 april 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 2 juni 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor riolerings- en wegeniswerken gepland in de Vlierstraat en Bommelstraat te Gent.
In opdracht van Farys zijn riolerings- en wegeniswerken gepland in de Vlierstraat en Bommelstraat te Gent. De werken betreffen hoofdzakelijk het vernieuwen van de huidige wegenis van het gebied, met bijkomend het herstel van de opritten en de implementatie van een gescheiden stelsel voor afvalwater en regenwater onder het centrale deel van de weg.
Om de werken in den droge te kunnen uitvoeren is een verlaging van de grondwaterstand noodzakelijk.
De bemaling wordt aangevraagd voor maximum 51.808 m³/jaar - 707 m³/dag en 30 m³/uur. De ingeschatte duurtijd van de bemaling bedraagt ca. 100 dagen indien alle fases achter elkaar worden uitgevoerd. De maximale grondwaterverlaging ten opzichte van het maaiveld bedraagt 4,15 m-mv. Rubriek 53.2.2°b)2° (klasse 2) is van toepassing.
Op basis van de uitgevoerde screening van OVAM-dossiers binnen de invloedstraal van de bemaling wordt aangenomen dat er voor bepaalde parameters mogelijks verhoogde concentraties kunnen voorkomen in het bemalingswater. Met voorliggende aanvraag worden verhoogde lozingsnormen aangevraagd. Indien nodig zal een waterzuiveringsinstallatie geplaatst worden alvorens het verontreinigd bemalingswater te lozen. Hiervoor worden de rubrieken 3.4.2 en 3.6.3.2. aangevraagd.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Voor de lozing van het bemalingswater zijn er verhoogde lozingsnormen noodzakelijk | klasse 2 | Nieuw | 30 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | Aanvraag voor het plaatsen van een WZI voor als de verhoogde lozingsnormen alsnog overschreden worden | klasse 2 | Nieuw | 30 m³/uur |
53.2.2°b)2° | bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | Bemaling noodzakelijk voor de uitvoering der werken | klasse 2 | Nieuw | 51808 m³/jaar |
Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:
Artikel: 4.2.5.1.1. § 1 – Afwijking meetmethode
Omschrijving
Er wordt een afwijking van artikel 4.2.5.1.1 §1 van Vlarem II gevraagd om geen meetgoot te moeten voorzien.
Motivatie
Volgens artikel 4.2.5.1.1. §1 van Vlarem II dient het bedrijfsafvalwater geloosd te worden via debietsmeet- en bemonsteringsapparatuur. In het kader van voorliggende bemaling en lozing van het bemalingswater is het echter niet relevant om debietsmeet- en bemonsteringsapparatuur voor de lozing van het bemalingswater te voorzien. De hoeveelheid grondwater die opgepompt en afgevoerd wordt, wordt bepaald d.m.v. een meetmethode conform hoofdstuk 5.53 van Vlarem II (zie addendum R53). Deze meetmethode is in voorliggende situatie meer geschikt dan de voorziene meetmethodes voor lozing van afvalwater.
De hoeveelheid opgepompt grondwater, gemeten conform hoofdstuk 5.53 van Vlarem II, is gelijk aan de hoeveelheid water die geloosd zal worden. Om de kwaliteit van het geloosde grondwater te bepalen zal het effluent bemonsterd worden via een aftapkraan die voorzien wordt bij de bemaling.
Voorstel
De hoeveelheid grondwater die opgepompt en afgevoerd wordt, wordt bepaald d.m.v. een meetmethode conform hoofdstuk 5.53 van Vlarem II
Artikel: 4.2.3.1 3 – Afwijking lozingsnormen
Omschrijving
Artikel 4.2.3.1.3° van Vlarem II: van de gevaarlijke stoffen als bedoeld in bijlage 2C, mogen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1. enkel stoffen worden geloosd waarvoor in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit emissiegrenswaarden zijn vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.3.6.1.
Motivatie
Op basis van de uitgevoerde screening van OVAM-dossiers binnen de invloedstraal van de bemaling wordt aangenomen dat er voor bepaalde parameters mogelijks verhoogde concentraties kunnen voorkomen in het bemalingswater. Met voorliggende aanvraag worden verhoogde lozingsnormen aangevraagd.
Voorstel
Gezien de mogelijke beperkte aanwezigheid van parameters toch overschreden worden zal er een zuivering geplaatst worden. Gezien er gevaarlijke stoffen verwacht worden met een concentratie boven het indelingscriterium in het bemalingswater, wordt gevraagd om de volgende lozingsnormen op te nemen in de vergunning.
* Vinylchloride (1µg/l)
* Tetrachlooretheen (100µg/l)
* Trichlooretheen (100µg/l)
* Cis- en trans-1,2 dichlooretheen (100µg/l)
* Minerale olie (500µg/l)
* Arseen (50µg/l)
* PFBA (100ng/l)
* PFPea (100ng/l)
* PFHxa (100ng/l)
* PFOA (100ng/l)
2. HISTORIEK
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van VMM (M) Advies Vergunning Afvalwater en Lucht (milieu) afgeleverd op 14 mei 2025 onder ref. KAGA/OVA/BG/AC/xtie125007/53024.
Voorwaardelijk gunstig advies van VMM (W) Afdeling Operationeel Waterbeheer (milieu) afgeleverd op 23 mei 2025 onder ref. OVL-05712-A.
Geen advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 28 april 2025.
De brandweer geeft geen advies voor bemalingen.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
De bemaling betreft een ingedeelde activiteit. De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De bemaling moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verdroging zal voorkomen worden.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Er worden geen wijzigingen aangebracht aan gebouwen, verhardingen, waterlopen of het reliëf.
Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
De lozing van het grondwater is een ingedeelde activiteit. De impact van de lozing wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De lozing moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van maatregelen de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
De invloed van de bemaling op natuur wordt beperkt door de hoeveelheid opgepompt grondwater te beperken door te werken met peilsturing en door bevloeiing te voorzien voor de nabij gelegen bomen. Dit wordt ook verder besproken.
Het stikstofdecreet is niet van toepassing.
Het bemalingswater wordt geloosd in de riolering.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de melding mits voorwaarden de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.
Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Aspect bodem en grondwater
De bronbemaling moet voldoen aan onderafdeling 5.53.6.1 van Vlarem II en uitgevoerd worden volgens de richtlijnen bemalingen ter bescherming van het milieu (VMM, 2019).
Geplande toestand
Er zal bemaald worden op een diepte van 5 meter, het grondwaterpeil wordt max. 4,15 meter verlaagd t.o.v. het maaiveld. Het grondwater zal onttrokken worden aan een debiet van maximaal 707 m³/dag. Het grondwater wordt volgens de aanvraag geloosd op de gemengde riolering van de Zomerstraat.
De bemaling wordt opgedeeld in 7 bemalingslijnen.
De start- en stopdatum van de bemaling dient gemeld te worden aan VMM via het mailadres grondwater.ovl@vmm.be met vermelding van het projectnummer (OMV_2025021294). Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Hydrogeologie
Er werden drie sonderingen uitgevoerd tot 10m-mv. Er werden eveneens drie grondboringen tot 10,00 m-mv uitgevoerd. De boringen werden afgewerkt tot peilbuis met een filterdiepte rond 3 m-mv.
In de bemalingsnota wordt gesteld dat in de boorstaten een zwak klei houdende fijne zandlaag als quartaire aquifer met onderliggend een stevige kleilaag wordt vastgesteld. De dikte van de quartaire aquifer varieert sterk over het projectgebied.
Grondwaterpeilen werden na plaatsing opgemeten en daarna maandelijks over een langere periode. Hieruit blijkt dat de grondwaterstanden maar weinig fluctueren doorheen het jaar.
Bemalingsconcept
Voor de bemaling wordt voorgesteld om te werken met een filterbemaling, met een aanzetdiepte tot ca. 5 m-mv. Er zal bemaald worden in de Quartaire Aquifersytemen (HCOV 0100) en in het Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem (HCOV 0600) beide gesitueerd in grondwaterlichaam CVS_0600_GWL _1. Dit is een freatische watervoerende laag.
De invloedstraal werd berekend (analytisch) en bedraagt max. ca. 126 m (bemalingslijn 7).
Bemalingscascade
In eerste instantie dient er zo weinig mogelijk grondwater opgepompt te worden. Het grondwater dat onttrokken wordt dient zoveel mogelijk terug in de grond gebracht worden buiten de onttrekkingszone. Het bemalingswater dat niet terug in de ondergrond gebracht kan worden of hergebruikt kan worden, moet in oppervlaktewater of RWA geloosd worden indien bereikbaar binnen 200 m overheen openbaar domein (Art. 5.53.6.1.3§5 van Vlarem II). Enkel indien voorgaande opties niet mogelijk zijn, kan geloosd worden in gemengde riolering.
Stap 1 beperken en retourneren
Het netto onttrokken volume bemalingswater dient maximaal beperkt of maximaal weer in de ondergrond gebracht, telkens door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken.
Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, bezorgt het erkende boorbedrijf van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:
Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.
Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen.”
Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Om het debiet en de invloed van de bemaling zoveel mogelijk te beperken, wordt in de bijzondere voorwaarden een peilsturing van de bemaling opgenomen.
Door de dense bebouwing is er te weinig ruimte voor retourbemaling of infiltratie.
Stap 2 hergebruik
Er wordt verwezen naar art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II. Gezien de bemaling gelegen is op en nabij een risicogrond van het bodemdecreet met als gevolg de noodzaak van verhoogde lozingsnormen en eventueel waterzuivering, zal er geen water ter beschikking worden gesteld aan derden.
Stap 3 lozen op waterloop
Het dichtstbijzijnde oppervlaktewater waarop geloosd kan worden is de Nederschelde op ca. 345 m van de projectlocatie. Gezien de afstand tot de Nederschelde groter is dan de door de VMM vooropgestelde 200 meter, wordt dit lozingspunt niet weerhouden in de bemalingsstrategie.
Stap 4 lozen in riolering
Het bedrijf vraagt de lozing aan van het bemalingswater in de gemengde riolering van de Zomerstraat.
Er bevindt zich echter op ca. 180 m, ter hoogte van het kruispunt Burggravenlaan en Zomerstraat, een RWA-leiding. Deze leiding mondt uit in de bevaarbare waterloop ‘Vertakking De Pauw’. Conform het advies van de VMM kan er niet akkoord gegaan worden met de lozing in de gemengde riolering van de Zomerstraat. Het bedrijf dient het bemalingswater in de RWA-leiding te lozen. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
De lozingen van het onttrokken grondwater dienen 14 dagen voorafgaand aan de lozing te worden gemeld aan de exploitant van de openbare riolering, zijnde Farys, via www.farys.be/melden-van-bemaling. Met het oog op een goede werking van de openbare riolering wordt dit als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Wateroverlast
De grondwaterbemaling heeft plaats in overstromingsgebied volgens de watertoetskaarten. Er moet te allen tijde gemonitord worden of de bemalingswerken geen (bijkomende) wateroverlast veroorzaken. Indien noodzakelijk dienen de nodige maatregelen genomen te worden (bv. beperken lozingsdebiet, peilmetingen). Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Verdroging
De geplande bemalingen zijn niet gelegen in een beschermingszone rond een drinkwaterwinning, noch in de nabijheid van een Habitat- of Vogelrichtlijngebied.
Zettingen
De max. berekende absolute zetting bedraagt meer dan 20 mm tijdens de bemaling in bemalingslijn 3 en bemalingslijn 7. De effectief optredende zettingen dienen opgevolgd te worden. Indien er een absolute zetting van 15 mm of meer gemeten wordt ter hoogte van een zettingsgevoelige constructie van derden wordt de bemaling bijgestuurd. Vanaf 20 mm wordt ze stilgelegd. Er dient technisch een terugvalscenario voorzien te worden dat dit mogelijk maakt. VMM verwijst hiervoor ook naar art. 5.53.1.3 van Vlarem II waarin staat dat de exploitant alle voorzorgen neemt ter voorkoming van schade aan onroerende goederen binnen de invloedstraal van een grondwaterwinning. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Voor de overige bemalingslijnen worden de zettingsrisico’s op basis van de berekeningen aanvaardbar geacht.
Termijn
De ingeschatte duurtijd van de bemaling bedraagt ca. 100 dagen. Conform het advies van de VMM kan er akkoord gegaan worden met een uitvoeringstermijn van 1 jaar vanaf de start der werken, rekening houdend met het feit dat de verschillende fasen mogelijk niet opeenvolgend kunnen worden uitgevoerd en er bijgevolg spreiding in de tijd kan optreden.
Aspect afvalwater
Lozingssituatie
Het bedrijf vraagt de lozing aan van 30 m³/uur – 707 m³/dag – 51.808 m³/jaar bemalingswater met gevaarlijke stoffen, al dan niet via een WZI, in de gemengde riolering van de Zomerstraat gedurende 100 dagen (Rubriek 3.4.2 en rubriek 3.6.3.2).
De lozingssituatie werd hierboven besproken onder "de bemalingscascade". Er dient geloosd te worden in de RWA-leiding.
De berekening werd uitgevoerd gebruik makend van de berekeningsinstrumenten die ter beschikking gesteld worden door de VMM. Er wordt een maximaal dagdebiet van 707 m³/dag en een totaal volume van 51.808 m³ bekomen. De maximale invloedstraal is gelijk aan 125 m.
Conform het advies van de VMM kan akkoord gegaan worden met de gevraagde debieten.
Het bedrijf vraagt geen sectorale lozingsvoorwaarden aan.
Gelet op de lozing in een RWA-leiding die uitmondt in oppervlakte water zijn de algemene lozingsvoorwaarden voor lozing in oppervlaktewater zijn van toepassing.
Bodemonderzoeken
Binnen de invloedzone van de bemaling bevinden zich de volgende OVAM-dossiers: 10975, 22937, 30343, 33547, 36487, 63167, 66704, 82600, 91043, 95082 & 99313. Eventuele verontreinigingen in deze OVAM-dossiers kunnen mogelijks worden beïnvloed door de bemaling.
Uit de dossiers kan volgende geconcludeerd worden:
- OVAM-dossiers 10975, 30343, 33547, 63167, 66704, 82600, 95082, 99313:
Omwille van deze dossiers worden er geen bijkomende lozingsvoorwaarden aangevraagd
- OVAM-dossier 22937:
Als we deze verontreiniging aangeven met een retardatiefactor van 1, wat de meest nadelige weerspiegeling van de werkelijkheid is, dan zou de verontreiniging zich maximaal over een 11 meter gaan verplaatsen, zie rekeninstrument VMM L5. Het gaat om een niet significante verplaatsing.
- OVAM-dossier 36487:
Het indelingscriterium voor lood bedraagt 50 µg/l. Deze wordt niet overschreden. Omwille van dit dossier worden er geen bijkomende lozingsvoorwaarden aangevraagd.
- OVAM-dossier 91043:
Omwille van dit dossier werd een numerieke modellering door Profex opgemaakt om zo de eventuele verplaatsing omwille van de bemaling preciezer in kaart te brengen en de invloed van de bemaling op de verontreiniging na te gaan. Uit het besluit van de studie merken we een niet significante verplaatsing van de verontreinigingen omwille van de bemaling. Ondanks de studie van Profex en uit veiligheidsoverwegingen wordt een verhoogde lozingsvoorwaarde aangevraagd voor vinylchloride (1 µg/l) en cis+trans 1,2 dichlooretheen (100 µg/l), trichlooretheen (100 µg/l) en tetrachlooretheen (100 µg/l).
Veldwerk
In kader van dit dossier werden er ter hoogte van 2 peilbuizen grondwateranalyses uitgevoerd .
Hieruit blijkt een overschrijding van het indelingscriterium voor Arseen (5 µg/l) namelijk 24 µg/l en 8 µg/l en overschrijding van de rapportagegrens PFAS-verbindingen (20 ng/l) aan de orde namelijk PFBA 32 ng/l, PFPeA 57 ng/l, PFHxA 30 ng/l, PFOA 12 ng/l. Om die reden worden verhoogde lozingsnormen aangevraagd voor de desbetreffende stoffen.
PFAS
De bemaling is niet gelegen in een PFAS no-regret zone.
Gevraagde lozingsnormen
Er zijn er bijkomende lozingsvoorwaarden noodzakelijk voor:
- arseen en PFAS volgens de grondwateranalyses die uitgevoerd werden op het terrein
- di-, tri- en tetrachlooretheen en vinylchloride volgens de OVAM-dossiers in de nabije omgeving van het dossier
- Minerale olie uit veiligheidsoverwegingen op basis van andere dossiers in de omgeving
Het bedrijf vraagt volgende lozingsnormen aan:
- As: 50 µg/l
- Vinylchloride: 1 µg/l
- Tetrachlooretheen: 100 µg/l
- Trichlooretheen: 100 µg/l
- Cis-1,2 dichlooretheen: 100 µg/l
- Trans-1,2 dichlooretheen: 100 µg/l
- Minerale olie: 500 µg/l
- PFBA: 100 ng/l
- PFPeA: 100 ng/l
- PFHxA: 100 ng/l
- PFOA: 100 ng/l
De VMM-Adviseren afvalwater gaat hiermee deels akkoord.
De volgende parameters dienen beperkt te worden conform BSN (bodemsaneringsnorm-OVAM 2021):
- Tetrachlooretheen: 10 µg/l
- Trichlooretheen: 10 µg/l
- Som (cis+trans) 1,2 dichlooretheen: 50 µg/l
Voor bemalingsdossiers gelden volgens VMM minimaal dezelfde normen als van toepassing voor bodemsaneringen aangezien het niet de bedoeling is om de verontreiniging op te pompen en te verspreiden naar het andere milieucompartiment. Deze dienen dan ook minimaal afgestemd te worden op de normen uit de standaardprocedure voor bodemsaneringsprojecten (OVAM, 2021).
De VMM-Adviseren Afvalwater gaat niet akkoord met de lozingsnorm PFOA 100 ng/l. Volgens de analyseresultaten wordt geen overschrijding vastgesteld voor PFOA 12 ng/l van de RG 20 ng/l. PFOA dient beperkt te worden tot de rapportagegrens 20 ng/l.
Conform het advies van de VMM, bevoegd voor afvalwater, worden volgende lozingsnormen als bijzondere voorwaarde opgenomen:
- As: 50 µg/l
- Vinylchloride: 1 µg/l
- Tetrachlooretheen: 10 µg/l
- Trichlooretheen: 10 µg/l
- Som (Cis+trans)1,2 dichlooretheen: 50 µg/l
- Minerale olie: 500 µg/l
- PFBA: 100 ng/l
- PFPeA: 100 ng/l
- PFHxA: 100 ng/l
- PFOA: 20 ng/l
Een waterzuiveringsinstallatie is noodzakelijk als ook de verhoogde lozingsnormen overschreden worden. Hierbij wordt geadviseerd een zandfilter te voorzien gevolgd door een hars- en actiefkoolfilter.
Het bedrijf dient te beschikken over een controle inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit en kwantiteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters te nemen van het geloosde water, overeenkomstig artikel 4.2.5.1.1. van Vlarem II.
Het bedrijf vraagt een afwijking aan op artikel 4.2.5.1.1. van Vlarem II.
Sinds de invoeging van de grondwatertrein op 8 april 2025 is het niet meer noodzakelijk om een afwijking aan te vragen van artikel 4.2.5.1.1 van Vlarem II. Het volume en de kwaliteit van het geloosde bemalingswater worden gecontroleerd met de meetmethode conform afdeling 5.53.3 en onderafdeling 5.53.6.1 en 5.53.6.1/1 van Vlarem II.
De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie) of op voorhand in een representatieve peilbuis max. 3 jaar voor de opstart van de bemaling en bij elke bemalingsfase. De te analyseren parameters zijn minstens As, Vinylchloride, Tetrachlooretheen, Trichlooretheen, som(Cis+trans)-1,2 dichlooretheen, Minerale olie en de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende lozingsnormen. Indien het bemalingswater concentraties bevat hoger dan de geldende lozingsnormen dient het bemalingswater gezuiverd te worden alvorens te lozen. Na toetsing van de analyseresultaten en eventuele mobilisatie van een waterzuiveringsinstallatie kan de bemaling opgestart worden.
De verdere monitoring van het opgepompte bemalingswater gebeurt aan volgende frequentie
- bij concentraties hoger dan 80 % van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse zonder zuivering maximaal 80 % van de norm bedraagt;
- bij concentraties lager dan 80 % van de norm: geen herhaling noodzakelijk.
- Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling.
Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Aspect geluid
In de buurt zijn woningen aanwezig. De pompen zullen continu in werking zijn. Om deze hinder tot een minimum te herleiden zal er volgens de aanvraag gebruik gemaakt worden van geluidsarme pompen. Te allen tijde moet voldaan zijn aan de geluidsnormen van Vlarem II. Dit wordt als opmerking opgenomen.
Aspect fauna en flora
Het droogtrekken van de ruimere omgeving kan levensbedreigend zijn voor aanwezige bomen. Op het eigen terrein staan enkele grotere bomen.
Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober geldt dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be), bevloeiing/infiltratie dient voorzien te worden waar nodig. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gent of European Tree Worker/boomexpert. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
De bemaling wordt bij voorkeur uitgevoerd tussen 15 oktober en 15 maart. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Aspect verkeershinder
Verkeershinder is mogelijk tijdens de bemalingswerken. Eventueel kunnen ook een aantal nutsleidingen worden omgelegd gedurende de civieltechnische werken. Tijdens de periode van de bemaling dient de openbare weg steeds toegankelijk te zijn. Een plaatsbeschrijving dient te worden opgemaakt van de huidige toestand van het voetpad. Een veilige omleiding dient voorzien te worden voor de voetgangers/fietsers. Deze voorwaarden worden als bijzondere voorwaarden opgenomen.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Voor de lozing van het bemalingswater zijn er verhoogde lozingsnormen noodzakelijk | Nieuw | 30 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | Aanvraag voor het plaatsen van een WZI voor als de verhoogde lozingsnormen alsnog overschreden worden | Nieuw | 30 m³/uur |
53.2.2°b)2° | bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | Bemaling noodzakelijk voor de uitvoering der werken | Nieuw | 51808 m³/jaar |
TERMIJN
De gevraagde vergunning wordt verleend voor een termijn van 1 jaar. De termijn begint te lopen vanaf de datum van opstart bemalingswerken. Deze datum dient gemeld te worden conform de bijzondere voorwaarde.
Dit doet geen afbreuk aan de geldigheidsduur (verval) van voorliggende vergunning (Omgevingsvergunningsdecreet - hoofdstuk 8, afdeling 1).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor riolerings- en wegeniswerken gepland in de Vlierstraat en Bommelstraat te Gent aan Farys opdraver (O.N.:0200068636) gelegen te Bommelstraat en Vlierstraat , 9000 Gent.
De rubrieken voor de inrichting/activiteit Bommel- en Vlierstraat Gent met inrichtingsnummer 20250219-0019 beslist het college als volgt:
Vergunde rubrieken:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Voor de lozing van het bemalingswater zijn er verhoogde lozingsnormen noodzakelijk | Nieuw | 30 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | Aanvraag voor het plaatsen van een WZI voor als de verhoogde lozingsnormen alsnog overschreden worden | Nieuw | 30 m³/uur |
53.2.2°b)2° | bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | Bemaling noodzakelijk voor de uitvoering der werken | Nieuw | 51808 m³/jaar |
De gevraagde vergunning wordt verleend voor een termijn van 1 jaar. De termijn begint te lopen vanaf de datum van opstart bemalingswerken. Deze datum dient gemeld te worden conform de bijzondere voorwaarde.
Dit doet geen afbreuk aan de geldigheidsduur (verval) van voorliggende vergunning (Omgevingsvergunningsdecreet - hoofdstuk 8, afdeling 1).
Legt volgende voorwaarden op:
Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:
Start- en stopdatum
De start- en stopdatum van de bemaling moet gemeld worden aan de VMM via het mailadres grondwater.ovl@vmm.be met vermelding van het projectnummer (OMV_2025021294).
Webapplicatie DOV
Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, bezorgt het erkende boorbedrijf van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:
Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.
Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen.”
Peilsturing
Om het debiet en de invloed van de bemaling zoveel mogelijk te beperken dient een peilsturing van de bemaling te gebeuren. De bemaling dient te gebeuren d.m.v. automatische sturing o.b.v. het grondwaterpeil. Er dienen sondes voorzien die de bemalingspomp aansturen. De sondes worden bij de lijnbemaling geplaatst in een peilput in het actieve lijntraject. De noodzakelijke verlaging wordt per fase bepaald.
Bemalingscascade
- Het bemalingswater dient geloosd te worden in de RWA-leiding ter hoogte van het kruispunt Burggravenlaan en Zomerstraat.
- De lozingen van het onttrokken grondwater dienen 14 dagen voorafgaand aan de lozing te worden gemeld aan de exploitant van de openbare riolering, zijnde Farys, via www.farys.be/melden-van-bemaling
Wateroverlast
De grondwaterbemaling heeft plaats in overstromingsgebied volgens de watertoetskaarten. Er moet te allen tijde gemonitord worden of de bemalingswerken geen (bijkomende) wateroverlast veroorzaken. Indien noodzakelijk dienen de nodige maatregelen genomen te worden (bv. beperken lozingsdebiet, peilmetingen).
Zettingen
In de periode dat de bemaling in bemalingslijn 3 en 7 actief is wordt er een referentiepunt (bv. Het dorpelpeil) van de meest kritische zettingsgevoelige constructie van derden ingemeten nabij elk actief traject. De monitoring gebeurt minstens met volgende frequentie:
- Voor het opstarten van de bemaling: 1 zettingsmeting (nulmeting).
- Week 1 na opstarten van de bemaling: vijfmaal per week een zettingsmeting
- Vanaf week 2: 1 keer per week een zettingsmeting.
Indien er een absolute zetting van 15 mm of meer gemeten wordt ter hoogte van een zettingsgevoelige constructie wordt de bemaling bijgestuurd. Vanaf 20 mm wordt ze stilgelegd. Er dient technisch een terugvalscenario voorzien te worden dat dit mogelijk maakt. De metingen op de zettingen mogen stopgezet worden van zodra deze niet meer wijzigen.
Lozingsvoorwaarden
Volgende lozingsnormen worden toegestaan:
- As: 50 µg/l
- Vinylchloride: 1 µg/l
- Tetrachlooretheen: 10 µg/l
- Trichlooretheen: 10 µg/l
- Som (Cis+trans)1,2 dichlooretheen: 50 µg/l
- Minerale olie: 500 µg/l
- PFBA: 100 ng/l
- PFPeA: 100 ng/l
- PFHxA: 100 ng/l
- PFOA: 20 ng/l
De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van Vlarem II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II. Bij ontstentenis van een indelingscriterium zijn de concentraties beperkt tot de rapportagegrens of tot de bepalingsgrens.
De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie) of op voorhand in een representatieve peilbuis max. 3 jaar voor de opstart van de bemaling en bij elke bemalingsfase. De te analyseren parameters zijn minstens As, Vinylchloride, Tetrachlooretheen, Trichlooretheen, som(Cis+trans)-1,2 dichlooretheen, Minerale olie en de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende lozingsnormen. Indien het bemalingswater concentraties bevat hoger dan de geldende lozingsnormen dient het bemalingswater gezuiverd te worden alvorens te lozen. Na toetsing van de analyseresultaten en eventuele mobilisatie van een waterzuiveringsinstallatie kan de bemaling opgestart worden.
De verdere monitoring van het opgepompte bemalingswater gebeurt aan volgende frequentie
- bij concentraties hoger dan 80 % van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse zonder zuivering maximaal 80 % van de norm bedraagt;
- bij concentraties lager dan 80 % van de norm: geen herhaling noodzakelijk.
- Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling.
Fauna en flora
Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober geldt dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be, bevloeiing/infiltratie dient voorzien te worden waar nodig. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gentof European Tree Worker/boomexpert.
Verkeershinder
Tijdens de periode van de bemaling dient de openbare weg steeds toegankelijk te zijn. Een plaatsbeschrijving dient te worden opgemaakt van de huidige toestand van het voetpad. Een veilige omleiding dient voorzien te worden voor de voetgangers/fietsers.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Geluid
Te allen tijde moet voldaan zijn aan de geluidsnormen van Vlarem II.
Fauna en flora
De bemaling wordt bij voorkeur uitgevoerd tussen 15 oktober en 15 maart.