In het college van burgemeester en schepenen van 22 december 2016 werd beslist de bevoegdheid inzake het artikel 7 §3 a van het subsidiereglement "Buurt beweegt gezond" voor de ondersteuning van sport- en bewegingsactiviteiten, onder bepaalde voorwaarden te delegeren aan de stadssecretaris.
Er werd aan de stadssecretaris een mogelijkheid gelaten tot subdelegatie aan andere, door hem te bepalen, personeelsleden.
Volgende voorwaarden werden vastgesteld:
§1. Het college van burgemeester en schepenen delegeert de bevoegdheid om de subsidie al dan niet toe te kennen (zoals bepaald in artikel 7 §3 a van het subsidiereglement "Buurt beweegt gezond" voor de ondersteuning van sport- en bewegingsactiviteiten) aan de stadssecretaris.
§2. Bij het uitoefenen van deze bevoegdheid wordt rekening gehouden met de voorwaarden zoals opgenomen in het subsidiereglement "Buurt beweegt gezond" voor de ondersteuning van sport- en bewegingsactiviteiten.
§3. De aan de stadssecretaris gedelegeerde bevoegdheid kan het voorwerp uitmaken van een subdelegatie aan andere door hem te bepalen personeelsleden.
§4. De stadssecretaris rapporteert jaarlijks aan het college van burgemeester en schepenen over de uitvoering van deze bevoegdheid.
De subdelegatie werd laatst gegeven bij besluit algemeen directeur op 1 juli 2024 (2024_SEC_00539).
In de delegatie van college naar de algemeen directeur werd een rapportering over de uitoefening van de gedelegeerde bevoegdheid voorzien.
Gedurende 2024 werden in totaal 3 subsidies in het kader van het subsidiereglement "Buurt beweegt gezond" toegekend.
Neemt kennis van het bijgevoegde rapport van de Sportdienst over de uitoefening gedurende 2024 van de gedelegeerde beslissingsbevoegdheid inzake het toekennen van subsidies op basis van het subsidiereglement "Buurt Beweegt Gezond" voor de ondersteuning van sport- en bewegingsactiviteiten.