In het college van burgemeester en schepenen van 4 mei 2017 werd beslist de beslissingsbevoegdheid inzake het Huishoudelijk reglement voor het gebruik van de buurtsecretariaten onder bepaalde voorwaarden te delegeren aan de stadssecretaris.
Volgende voorwaarden werden vastgesteld:
§1. Het college van burgemeester en schepenen delegeert de bevoegdheden zoals bepaald in artikel 3 §2, artikel 3 §3, e, artikel 4 §2, artikel 6 §4 en artikel 7 §4, b van het Huishoudelijk reglement voor het gebruik van de buurtsecretariaten aan de stadssecretaris;
§2. Bij het uitoefenen van deze bevoegdheden wordt rekening gehouden met de voorwaarden zoals opgenomen in het Huishoudelijk reglement voor het gebruik van de buurtsecretariaten.
§3. De aan de stadssecretaris gedelegeerde bevoegdheden kunnen het voorwerp uitmaken van een subdelegatie aan andere door haar te bepalen personeelsleden.
§4. De stadssecretaris rapporteert jaarlijks aan het college van burgemeester en schepenen over de uitvoering van deze bevoegdheden.
De subdelegatie werd laatst gegeven bij algemeen directeur besluit op 1 juli 2024 (2024_SEC_00538).
In de delegatie van college naar de algemeen directeur werd een rapportering over de uitoefening van de gedelegeerde bevoegdheid voorzien.
Gedurende 2024 werden door de buurtsecretariaten Macharius, Rabot en Sluizeken (Dienst Ontmoeten en Verbinden) taken zoals bepaald in artikel 3, § 2 en § 3, e, artikel 4, § 2, artikel 6, § 4 en artikel 7, § 4, b, van het Huishoudelijk reglement voor het gebruik van de buurtsecretariaten uitgeoefend.
Neemt kennis van het bijgevoegde overzicht en van het rapport van de Dienst Ontmoeten en Verbinden over de gedurende 2024 uitgeoefende gedelegeerde bevoegdheid inzake het artikel 3, § 2 en § 3, e, artikel 4, § 2, artikel 6, § 4 en artikel 7, § 4, b van het Huishoudelijk reglement voor het gebruik van de buurtsecretariaten.