De commissie WWOPP keurt de aanstelling van Dilek Arici als voorzitter goed.
De commissie WWOPP keurt de aanstelling van Bert Misplon als plaatsvervangend voorzitter goed.
het afgelopen Gentse Arbeidspact wou tegen 2025 – dit jaar – de werkloosheidsgraad van 9,4% naar 7,88% brengen. Het is evenwel gestegen naar 9,9% - het slechtste cijfer van de provincie (gemiddeld 4,7%).
We zijn vorige legislatuur snel met de het arbeidspact uit de startblokken geschoten.
De vaststelling was dat er geen gemeenschappelijke aanpak was met de sociale partners, VDAB en Stad Gent. Ik vond het belangrijk dat er niet meer naast elkaar, maar met elkaar werd gesproken. Dat gebeurde en we lanceerden na een half jaar al een gemeenschappelijk agenda, die ambitieus was. Met verschillende doelstellingen waar zowel de verschillende bevoegdheden binnen het college, maar ook de VDAB en de vakbonden en werkgevers zich akkoord mee verklaarden en zich ook voor zouden engageren.
Het eerste deel van uw vraagstelling klopt. De werkloosheidsgraad naar 7.88% brengen was idd 1 van de 3 doelstellingen van het arbeidspact. Uw conclusie dat hier sprake zou zijn van enig falen klopt echter niet.
Werkloos en Werkzoekend. Dat is niet hetzelfde.
U verwijst met uw cijfer van 9.9% naar de werkzoekendengraad, maar bestempelt het als werkloosheidsgraad. Dat is niet correct.
*cijfer RVA - gemiddelde 2024
Dan kom ik graag nog even terug op dat andere begrip: de werkzoekende.
Uw framing dat er dus "meer werklozen" zijn, klopt niet. Het aantal mensen die een werkloosheidsuitkering ontvangt zit in een dalende trend, tot op een niveau van ongeveer 5%.
Daarmee is ook uw eerste deelvraag beantwoord:
Van falen is geen sprake. Integendeel. We kunnen met het Arbeidspact mooie resultaten voorleggen in Gent. Want ook met de werkzaamheidsgraad gaat het goed. De doelstelling van 70% is ruim overschreden. De laatste cijfers stellen dat 74%* van mensen die aan het werk zijn, daarmee zitten we boven het gemiddelde van de centrumsteden, dat op 72.5% ligt. En groeien we bovendien sterker dan Vlaanderen.
*cijfer vlaamse arbeidsrekening 2022
Dit brengt me bij uw tweede vraag. Ook deze legislatuur gaan we voor een Arbeidspact met de sociale partners en VDAB in Gent. Hoe we dit invullen, en welke doelen we voorop zullen stellen, dat is nog in volle uitwerking. De focus ligt nu in eerste instantie op de opbouw van het budgettaire meerjarenplanning.
Uw derde vraag gaat rond responsabilisering.
U vermeldt zelf het Jobteam. Ik ben blij dat u de vraag stelt, want er kan eigenlijk niet genoeg aandacht naar het Jobteam gaan. Meer zelfs, Jobteam is mee de motor van de betere werkende aanpak op vlak van Arbeidsmarktbeleid. We hebben in Gent gepionierd van het Jobteam de afgelopen legislatuur. Het was een engagement van Stad, OCMW Gent en VDAB, die mee cofinanciering Jobteam mee heeft mogelijk gemaakt. Die outreachende aanpak, die resultaten boekt die verder gaan dan arbeidsmarkt alleen, bij kwetsbare Gentenaren werd trouwens ook over heel Vlaanderen uitgerold.
Het Jobteam gaat om de wortel, niet de stok, en met effect. Het is een outreachende werking vanuit de wijken. Het is een werking waar vertrouwen een hele grote rol in speelt. Heel wat mensen komen bij het Jobteam aankloppen via mond aan mond reclame van familie, vrienden of kennissen, en zijn vandaag zelfs niet gekend bij enige instantie, en ontvangen dus geen enkele uitkering. Dat wil dus zeggen dat we er met het Jobteam in slagen om mensen in een zeer kwetsbare positie, met een lange afstand tot de arbeidsmarkt op te pikken en te begeleiden. Mensen zonder een vaste woning of andere uitdagingen, die vinden niet zomaar werk. Dat wordt in eerste aangepakt, daarna het traject naar werk. Met het jobteam hebben we in Gent gepionierd in het oppikken van mensen die op niemands' radar zitten.
Waar we als lokale overheid voor bevoegd zijn is de (eq)leefloongerechtigden - bevoegdheid van collega De Bruycker. Gentenaars die steun aanvragen bij het OCMW kunnen daarop rekenen, maar die steun is niet onvoorwaardelijk. Werkbereidheid is een voorwaarde die actief wordt opgevolgd. Leefloongerechtigden die in hun traject onvoldoende werkbereidheid tonen, worden geresponsabiliseerd (en dus gesanctioneerd) - dat is bovenlokale wetgeving.
Op uw vierde vraag kan ik kort antwoorden: ja.
Wat uw 5e vraag betreft.
Even voor de duidelijkheid, het MAACT is ondertussen geïntegreerd in de vernieuwde werking van de dienst "Activering en Werk". Wat de aanpak betreft: we stappen af van het zuiver lineair model waarbij taalverwerving voorafgaat aan activering of werk. Omdat het gewoon niet werkt, niet alleen om mensen aan de slag te krijgen, maar ook om de taal te verwerven. Van zodra taalniveau 1.1 is bereikt kunnen mensen in een traject naar werk stappen (daarvoor is het zeer moeilijk maar kunnen mensen zeker terecht in de werkpunten voor info en advies of in het jobteam als er een multiproblematiek is). In plaats daarvan integreren we taalverwerving nog meer actief in alle begeleidingstrajecten die we aanbieden. We hanteren een flexibele benadering waarbij we per trajectstap inschatten op welk niveau cliënten kunnen instappen en doorgroeien, rekening houdend met hun individuele behoeften en vaardigheden. Concreet volgen mensen dus meestal taallessen en combineren we dat met actieve taalondersteuning in hun traject naar werk.
We bepalen ook hoe we omgaan met cliënten bij wie weinig of geen evolutie is op vlak van taal, maar wel op vlak van andere vaardigheden op vlak van werk.
Voor onze cliënten creëren we een veilige en positieve leeromgeving die het taalleerproces bevordert.
Voor de Gentse bedrijven bieden we ondersteuning bij het aanbieden van een werkomgeving die taalverwerving stimuleert.
Voor onze medewerkers bieden we opleidingsmogelijkheden en tools om de taalvisie in praktijk om te zetten.
Samengevat meneer Naeyaert :
Ja er zijn nog uitdagingen. En die zijn eigen aan de centrumstad die Gent is. Maar we zijn die niet uit we weg gegaan, integendeel. Met de beperkte hefbomen die we als stad hebben, hebben we met onze diensten door samenwerking met anderen resultaten kunnen voorleggen die niet min zijn. We willen als bestuur verder bouwen op deze ervaring en er blijven voor zorgen dat onze arbeidsmarkt er een is die inclusief is voor elke Gentenaar.
Het ondertussen al ruim 15 jaar ingeburgerde rookverbod op bepaalde publieke plaatsen werd recent verstrengd. Sinds 31 december is het niet meer toegestaan om te roken of vapen op heel wat publiek toegankelijke plaatsen waar veel kinderen komen, onder meer speelpleinen en sportterreinen. Daarnaast werd er ook een rookverbod ingevoerd binnen de 10 meter van de ingang van scholen, woonzorgcentra, bibliotheken, enz.
De verstrenging van het rookverbod op zich valt toe te juichen. Het is belangrijk dat we kinderen beschermen tegen de schadelijke gevolgen van roken en hen behoeden voor het beeld dat roken overal en altijd kan.
De implementatie van het verbod brengt echter heel wat met zich mee. Er wordt een grote verantwoordelijkheid bij de lokale besturen gelegd, iets wat VVSG recent nog aankaartte. VVSG stelde daarbij dat heel wat lokale besturen vermoedelijk de deadline van 31 december niet zouden halen, en vroeg dan ook 6 maanden uitstel. Voor Gent zou het – dixit VVSG – om 170 scholen, 225 speel- en sportlocaties, 28 woonzorgcentra en 15 openbare bibliotheken gaan. Allemaal plaatsen waar minstens de nodige signalisatie aangebracht moet worden, maar om de gebruikers van deze plaatsen voldoende te informeren over de verstrenging van het rookverbod zijn nog heel wat meer inspanningen nodig.
Heeft de Stad Gent voor haar eigen locaties tijdig de nodige signalisatie kunnen aanbrengen? Indien niet, tegen wanneer zou dat in orde moeten zijn?
Voorziet de stad – behalve signalisatie - nog initiatieven om te wijzen op de aangepaste regelgeving?
Op welke manier ondersteunt de stad scholen, sportclubs en andere verenigingen hierin?
Ik sta volledig achter de nieuwe wetgeving rond rookvrije omgevingen en dit vooral in het belang van de gezondheid van onze kinderen. Daarom is de Stad Gent de voorbije jaren ook al aan de slag gegaan met de charters van Generatie Rookvrij en Gezonde Gemeente. De nieuwe wetgeving biedt ons ook de kans om ons rookpreventiebeleid te versterken.
De uitvoering van deze federale wetgeving ligt inderdaad vooral bij de lokale overheden. Maar pas in september 2024 kregen we meer duidelijkheid over hoe we dit moesten aanpakken. Er werd snel een stadsbrede werkgroep opgericht om de locaties in kaart te brengen en de uitrol te bespreken. De signalisatie van de stadsgebouwen zoals bibliotheken, woonzorgcentra, scholen en kinderopvang is bijna afgewerkt. Tegen eind februari zal dit helemaal rond zijn.
Voor locaties met sport- en speelelementen duurt dit langer. Daar volstaat bestickering niet en is er extra materiaal zoals plaatjes nodig. Deze signalisatie zal eind augustus 2025 klaar zijn.
Stad Gent ondersteunt ook andere actoren m.b.t. deze verplichtingen.
De nieuwe wetgeving en het aanbod van Stad Gent werden gecommuniceerd naar alle betrokken settings, zoals educatieve instellingen, kinderboerderijen, sportorganisaties, jeugdverenigingen, woonzorgcentra en eerstelijnszone Gent. Begin dit jaar werden ook burgers geïnformeerd via een bericht in het stadsmagazine. Voor vragen over de nieuwe wetgeving kan iedereen terecht bij de dienst Gezondheid en Zorg en de Gezondheidsmakers (vroeger Logo Gezond+).
Minister Vandenbroucke zal de mogelijkheid voor een centrale sensibilisatiecampagne onderzoeken. Dit meldde hij in zijn reactie op de vraag van de VVSG, waaraan ook Stad Gent heeft bijgedragen
We stellen ook het signalisatie- en communicatiemateriaal gratis ter beschikking aan externen. Affiches en brieven kunnen gedownload worden via de website van Stad Gent. Stickers kunnen afgehaald worden in de Stadswinkel.
Deze wijzigingen kunnen dus ook een boost geven aan ons preventief rookbeleid dat we al lang vorm geven samen met Gezondheidsmakers, de wijkgezondheidscentra en het netwerk gezondheidspromotie of via onze trajecten met scholen die onder begeleiding hun gezondheidsbeleid kunnen versterken. Trouwens voor de geïnteresseerden, een volgende groepscursus stoppen met roken start op maandag 10 maart.
wo 12/02/2025 - 14:16De stedelijke basisschool voor buitengewoon onderwijs De Sassepoort – Spoor 9 (types 3 en 9) is momenteel gevestigd in de Bevelandstraat aan de Voormuide. De school biedt plaats aan 80 kinderen. Doorheen de jaren is er een hechte band ontstaan tussen de schoolgemeenschap – met het schoolteam, de kinderen en hun ouders – en de omliggende buurt en de daar gevestigde verenigingen. De school maakt echt deel uit van die wijk.
Voorbereid sinds 2015 heeft het stadsbestuur in 2017 de beslissing genomen om de school te verhuizen naar een nieuwe locatie. Het schoolteam en de ouders werden hier echter niet bij betrokken. Pas in november vorig jaar vond een eerste informatievergadering plaats voor de ouders, waar het nieuws in sloeg als een bom. In december vond, op vraag van de ouders die met tal van vragen zitten, een tweede vergadering plaats.
Bij zowel de ouders als het schoolteam is er onbegrip en boosheid over hoe een schoolgemeenschap zonder overleg wordt overgeheveld naar helemaal de andere kant van de stad, want de nieuwe locatie voor de school – een nieuwbouw – bevindt zich op de site Steenakker in Nieuw Gent. Vanzelfsprekend heeft dit een enorme impact op de kinderen, de ouders en de leden van het schoolteam. Gezinnen zijn wel vaker speciaal daar in de buurt komen wonen omwille van de school. Hun leven wordt nu bijna letterlijk op zijn kop gezet, mensen zitten met de handen in het haar. Met name ook de impact op de kinderen mag niet onderschat worden: veelal is verandering voor hen moeilijk(er) en nu wordt een belangrijk aspect van hun leefomgeving ingrijpend gewijzigd.
Als argument wordt de toestand van het huidige gebouw genoemd, maar dan was een gefaseerde renovatie natuurlijk ook een optie geweest. In de buurt van de nieuwe locatie bestaan ook al twee scholen van het gemeenschapsonderwijs en het vrije net waar type 3- en type 9-onderwijs aangeboden wordt. De drie scholen die deze types aanbieden worden nu in één sector geconcentreerd: dat is een verschraling.
De geplande verhuis zorgt vanzelfsprekend voor grote ongerustheid. De nieuwe vestiging zal 88 plaatsen kennen (8 extra ten opzichte van nu) en in principe zal er dus plaats zijn voor alle huidige kinderen. Maar voor ouders die niet wensen mee te gaan in het verhuis-verhaal kan geen plaats in een andere school gegarandeerd worden. Voor de 60 kinderen die nu beroep doen op busvervoer zou dat busvervoer gegarandeerd blijven, maar de 20 andere kinderen moeten nu ineens naar een totaal andere locatie zien te geraken. Onduidelijk ook is of er op de nieuwe locatie voor- en naschoolse opvang zal voorzien worden. Daarnaast blijkt de buitenruimte in de nieuwe locatie een pak kleiner, wat een stap achteruit betekent. Onduidelijk ook is wat er met de huidige locatie zal gebeuren nadat ze gerenoveerd is: de stad zegt hier niets over te weten, maar een buurtorganisatie bracht dan wel al een plaatsbezoek met het oog op toekomstig gebruik. In hoeverre het voltallige schoolteam bereid is mee te verhuizen blijft koffiedik kijken, wat nochtans een belangrijk element is voor de kinderen en hun ouders: de leerkrachten en andere medewerkers op deze school zijn immers echte vertrouwenspersonen.
Beste collega Deene
Bedankt voor uw vragen. De geplande verhuis van basisschool De Sassepoort – Spoor 9 zorgt voor vragen, bezorgdheid en ook weerstand. Ik heb daar echt begrip voor.
Voor ik antwoord op uw vragen wil ik de bredere context graag schetsen.
We bouwen op dit moment voor basisschool De Sassepoort – Spoor 9 een nieuwbouw op maat aan het Henri Storyplein. De werking zal daar kunnen starten op 1 september 2026. Die beslissing staat vast.
De eerste beslissing om te investeren in een nieuw gebouw voor het buitengewoon onderwijs dateert uit 2015. De uitdrukkelijke wens om te investeren in het buitengewoon onderwijs en de infrastructuur daarvan viel toen samen met een gunstige subsidiëringsformule voor nieuwbouw van Vlaanderen. Het gaat om een zogenaamd DFBM-project. Dat was een kans om prioritair te kunnen kiezen voor een kwetsbare doelgroep. Dit was met andere woorden een positieve keuze en heeft geleid tot een mooi project. Aan die vaststelling is niks gewijzigd. Het buitengewoon onderwijs heeft recht op een goede huisvesting in een gepaste en kwaliteitsvolle omgeving. De kansen om die te realiseren via een gunstige financiering zijn schaars. Men heeft deze kans toentertijd (10 jaar geleden) met beide handen gegrepen.
Dit DBFM-project leidde tot een overeenkomst die op de gemeenteraad van juni 2018 unaniem werd goedgekeurd.
Ik ga graag verder in de volgorde van uw vragen.
1. Bij de beoordeling van de huidige staat van het gebouw is vastgesteld dat grondige renovatiewerken noodzakelijk zijn. Deze renovaties omvatten onder andere: het volledig vernieuwen van het dak, verhogen van de brandveiligheid, verbeteren van de toegankelijkheid, realiseren van klimaatdoelstellingen, voorzien van ventilatie en het aanpakken van aan asbest gerelateerde problematieken.
Gezien de omvang en complexiteit van deze ingrepen is geconcludeerd dat de leerlingen tijdelijk elders moeten worden ondergebracht. Een scenario waarbij de leerlingen in het gebouw blijven en in containers worden gehuisvest, is onderzocht, maar bleek niet haalbaar. Door de tijdelijke uithuizing – die allicht twee jaar zou duren – zou bovendien een dubbele verhuisbeweging nodig zijn voor deze leerlingen, wat allerminst gewenst is. Dat voelen we allemaal aan. In dat scenario zijn er ook geen garanties dat een tijdelijke locatie in de buurt kan worden gevonden.
Tijdens een plaatsbezoek en in gesprek met het team van De Sassepoort in voorjaar 2024 werd ik geïnformeerd over de onrust die leefde rond de verhuis. Ik heb dat meteen teruggekoppeld met het Stedelijk Onderwijs, en dat heeft geleid tot een onderzoek naar alternatieve scenario’s. Dat was nodig omdat de voorbije 10 jaar ook de context van het onderwijs veranderd is. De plaatstekorten in het buitengewoon onderwijs bv. zijn sterk gegroeid. Ik geef een overzicht van die oefening. Van de zoektocht naar alternatieven toen mij ter ore is gekomen dat het team en ouders het hier moeilijk mee hebben. Toen zijn wel degelijk alternatieven onderzocht.
Dit scenario bleek niet haalbaar om twee redenen:
Ik wil dat nog eens uitleggen. Ik was dus bereid om te kijken of we een extra vestigingsplaats op Steenakker konden oprichten. Want, keer op keer, wanneer moet ingeschreven worden voor buitengewoon onderwijs is er wel degelijk een plaatstekort voor type 9. We hebben die gevraagd gesteld aan Vlaanderen. Vlaanderen zegt ‘neen’, want het plaatstekort situeert zich eigenlijk niet in Gent, maar in de regio daarrond. Ik begrijp dus wel dat Vlaanderen dat zegt. Ik wil evenzeer niet dat kinderen veel te lang op een bus moeten zitten. Maar als Vlaanderen dan niet de regie in handen neemt om in het Waasland en Meetjesland dat type te voorzien, dan gaan we de komende jaren ook in Gent kinderen hebben die geen plaats hebben. Dat is eigenlijk een absurde situatie.
Ik wil benadrukken dat deze pistes niet zijn onderzocht omdat deze verhuis geen valabel project zou zijn, maar wel omdat ik de bezorgdheden van betrokkenen ernstig wou nemen. De verhuis zelf – ik herhaal het graag – is een positieve keuze.
Het is ook niet mogelijk om de verhuis langer uit te stellen. Er zijn contractuele verbintenissen, en ook de subsidiëring via de Vlaamse DBFM-formule zorgt voor een bindende afspraak om de verhuis in de voorziene tijdslijn te realiseren. Bij oplevering van de werking, moet de voorziene onderwijsinvulling ook effectief gebeuren. Ik heb wel gevraagd om de verhuis niet in het midden van een schooljaar te organiseren, en de kinderen pas bij de start van het schooljaar 2026-2027 op de nieuwe locatie te ontvangen. Dat zal ook gebeuren en die beslissing is genomen in samenspraak met Agion. Dat zal de tijd geven om dit goed voor te bereiden, en bijvoorbeeld de kans geven om wen- en verkenmomenten te organiseren.
2. De beslissing om een nieuwbouw te realiseren voor deze school en een aanpalend internaat dateert uit 2015. Dat was een positieve keuze. We hebben toen ingetekend op een DBFM-oproep rond scholenbouw van Vlaanderen, waarbij we ervoor kozen prioritair te investeren in het buitengewoon onderwijs. Deze keuze was een keuze van het stadsbestuur. Het schoolteam zelf werd betrokken bij de opmaak van het programma van eisen, de screening van de ingediende ontwerpen, bij de keuze van het definitieve ontwerp en wordt nog steeds betrokken om de verhuis op een goede manier voor te bereiden.
We zijn intussen bijna 10 jaar verder. Uit die tijdslijn mag blijken dat een team kan betrokken worden, maar dat dat voor ouders moelijker is. Met welke ouders moet je een participatief traject opzetten: de huidige ouders, de toekomstige ouders, ...
Ook op dit moment bereiden wij DBFM-dossiers voor, die pas over 10 jaar zullen opgeleverd worden. We kennen de toekomstige leerlingen van die scholen nog niet. Een school bouwen doe je niet van vandaag op morgen.
De communicatie naar de ouders is wel niet verlopen zoals het hoort. We moeten dat erkennen, en we trekken daar ook lessen uit. Ik betreur dat enorm. Op verschillende momenten, waaronder al in 2018, werd gecommuniceerd via persberichten vanuit stad Gent. Dat had ook het moment moeten zijn om ouders te informeren over de plannen en de verhuis, maar ik heb vastgesteld dat dat niet gebeurd is. Ook tussentijds zijn kansen blijven liggen. De ouders zijn daardoor totaal verrast, en ik heb begrip voor hun boosheid en bezorgdheden.
We hebben het voorbije jaar wel stappen gezet. Heel wat van de praktische knelpunten die het team of de ouders opwierpen, worden aangepakt. Het is op mijn vraag dat er een globale info-avond werd georganiseerd voor de ouders waarbij we hun vragen hebben gecapteerd. We werken eraan om de verhuis verder voor te bereiden, en antwoorden te bieden waar nodig. Het gaat dan over kwesties als de buitenruimte, mobiliteit, parkeren en veiligheid.
U stelt verder een aantal concrete vragen in het licht van de verhuis.
Alle kinderen kunnen dus meeverhuizen, dat staat buiten kijf. Er is bovendien plaats voor 8 extra leerlingen.
Een kind dat wil veranderen van school, zal dat moeten doen op basis van de Vlaamse regels rond inschrijving. Leerlingen die nu naar De Sassepoort gaan, maar willen opteren voor een andere school krijgen daarbij helaas geen voorrang. We kunnen ouders voor informatie wel ondersteunen en toeleiden naar o.m. het Lokaal Overlegplatform.
Het buitengewoon onderwijs is minder dan het gewoon onderwijs een typische wijkschool. Dat neemt niet weg dat sommige ouders wel degelijk vlakbij wonen.
Het team leerlingenvervoer van Stedelijk Onderwijs Gent zal per individuele situatie bekijken welke mogelijkheden er zijn. Ik laat onderzoeken of in een overgangsscenario een rechtstreekse bus naar de nieuwe locatie kan worden ingelegd binnen het reguliere leerlingenvervoer.
Het pedagogisch project van de school blijft bestaan. Het volledige team van De Sassepoort-Spoor 9 kan mee naar de nieuwe locatie. Het is mijn hoop dat het team dat ook zal doen.
Deze school kent een unieke werking, en biedt een warme plek voor heel wat kwetsbare kinderen en hun ouders. Dat is het resultaat van het werk van dit team. Ik heb gevraagd aan het Stedelijk Onderwijs om het veranderingstraject – waar verlieservaring mee gepaard gaat, maar waarin ook kansen zitten – vast te pakken met dit team. Met respect voor de gevoelens, maar ook om de kansen te exploreren van de nieuwe plek. (Ik heb daarbij de belangen van de kinderen en het team voor ogen.)
U benoemt daarmee een heikel punt voor het volledige buitengewoon onderwijs. Dit is een Vlaanderenbreed probleem. Buitenschoolse opvang in het buitengewoon onderwijs wordt niet ondersteund door Vlaanderen. Het alternatief is het busvervoer. Dit is eigenlijk niet menselijk. We kennen de schrijnende verhalen, maar ze zijn de realiteit van heel wat gezinnen in Vlaanderen.
En toch onderzoeken we momenteel de mogelijkheden. Dat gebeurt door de eigen stadsdiensten en vzw Oranje. Deze organisatie voert in opdracht van de stad een onderzoek naar de verschillende mogelijkheden om opvang te organiseren in het buitengewoon onderwijs, en zal ook de kostprijs in kaart brengen. Tegelijk is er ook de unieke kans om dit te realiseren door een samenwerking met het internaat op dezelfde site. Ik ben er me van bewust dat daar extra middelen voor zullen nodig zijn. Maar ik zou dat heel graag mogelijk maken.
Ik hoor dat er geruchten zijn dat we willen verpatsen aan ontwikkelaars. Dat is nooit ter sprake gekomen, en daar is wat mij betreft ook geen sprake van.
Er is ook geen enkele voorafname door toewijzing aan andere organisaties. U noemt een buurtorganisatie. Navraag leert me dat zij op eigen initiatief de school hebben bezocht. Er is echter geen enkele afspraak, belofte of voornemen tot toewijzing aan deze of gene.
Ik graag nog even in op een aantal zaken die u in de inleiding benoemt.
Tot slot wil ik een oproep doen aan iedereen om hier oprecht het beste van te maken. We hebben nog anderhalf jaar de tijd om deze verhuis goed voor te bereiden. Dit is een positieve keuze, en ondanks de bezorgdheden en kritische bedenkingen liggen er ook kansen om hier een mooi verhaal van te maken.
De voorbije weken lijkt de sereniteit in dit dossier verloren te gaan. Dat doet me verdriet. Het gaat hier in veel gevallen om een kwetsbare doelgroep, waarbij heel wat mensen al een lastig traject hebben doorlopen. Ik hoop oprecht dat de rust terugkeert en dat we de dialoog verder aan tafel kunnen voeren, en niet via de media. Zo kunnen we hier verder blijven aan werken om een mooi verhaal te schrijven.
wo 12/02/2025 - 09:51We konden het allemaal uitvoerig lezen in de pers, de school voor buitengewoon lager onderwijs De Sassepoort/Spoor 9 moet verplicht verhuizen.
Aan deze verhuis zijn heel wat problemen verbonden zowel praktisch als inhoudelijk. De ouders zijn boos en voelen zich niet gehoord.
Via de pers vernamen we ook het antwoord van de schepen, maar ik heb nog enkele bijkomende vragen.
Beste collega Baert
Dat de verhuis van basisschool De Sassepoort – Spoor 9 voor vragen zorgt, bleek ook daarnet al. Dat heeft ook te maken met het type onderwijs dat deze school aanbiedt. U voegt vanuit die vaststelling een andere en interessante insteek toe. Ik geef graag meer duiding.
Inclusief onderwijs is een verplichting volgens het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH), dat België in 2009 ratificeerde.
Vlaanderen zette hierin stappen met het M-decreet en sinds 2023 met het Leersteundecreet, dat scholen in het gewoon onderwijs ondersteunt bij de begeleiding van leerlingen met specifieke noden. Toch ontbreekt een langetermijnvisie voor een volledig inclusief onderwijssysteem, waardoor de vraag naar buitengewoon onderwijs hoog blijft en zelfs toeneemt.
De onafhankelijke Commissie Inclusief Onderwijs stelde in 2024 een tijdspad voor naar een inclusiever systeem, maar concrete beleidsmaatregelen en middelen ontbreken voorlopig. Minister Demir benadrukte recent het belang van samenwerking tussen gewoon en buitengewoon onderwijs, maar gaf aan dat buitengewoon onderwijs nodig blijft voor bepaalde leerlingen.
Binnen deze context is de verhuis van De Sassepoort / Spoor 9 een kwaliteitsverbetering. De nieuwe locatie is op maat gebouwd van de noden van leerlingen met gedragsproblematieken (type 3) en ASS (type 9). Bovendien profiteert Biezebeize, het time-outproject van de school, van de betere infrastructuur en toegankelijkheid. Dit alles draagt bij aan een optimale ondersteuning van de doelgroep binnen het buitengewoon onderwijs.
U vraagt ook hoe de nieuwe locatie aansluit bij de bredere visie op inclusief onderwijs van de stad.
Aangezien het hier gaat over een school voor buitengewoon onderwijs, is het vanuit schoolperspectief moeilijk om op deze vraag te antwoorden. Inclusie houdt nl in dat leerlingen in het gewoon onderwijs blijven les volgen.
Wanneer je het hebt over inclusie binnen het gewoon onderwijs, biedt Biezebeize – dat ik zonet al even noemde - hier reeds vele jaren een antwoord op. Kinderen kunnen in het kader van een time-outproject tweemaal per week terecht in de lokalen van De Sassepoort voor atelierwerking. Het team van Biezebeize ondersteunt deze kinderen.
Op de nieuwe locatie is de infrastructuur aangepast aan de doelgroep van zowel de school als Biezebeize, met een duidelijke leesbaarheid van het gebouw, een beperking van prikkels, goed uitgebouwde atelierruimten en groene buitenruimten (zowel op het domein van de school zelf als het Henry Storyplein). De bereikbaarheid is een pluspunt, zodat de drempel om in te stappen in Biezebeize – vaak is vervoer en bereikbaarheid een issue – verlaagt en er meer scholen op het Gentse grondgebied bediend kunnen worden.
Verder vraagt u naar betrokkenheid van ouders en belangenorganisaties bij de opmaak van de plannen.
De opmaak en uitwerking van het DBFM-dossier en de bouwplannen gebeurde in nauw overleg met de school en de relevante diensten. Daarnaast bracht het architectenteam meerdere bezoeken aan de huidige locatie om de werking van de school en de behoeften van de kinderen beter te begrijpen. Zo konden ze een plan op maat ontwikkelen dat optimaal aansluit bij de school en haar doelgroepen.
De verhuisplannen zelf en de ondersteuning van de kinderen (lees: welke stappen dienen gezet te worden om de transitie voor de leerlingen zo zacht mogelijk te laten verlopen) zullen worden opgemaakt in samenspraak met de school.
U benoemt ook de bekommernis rond segregatie van deze leerlingen. In de werking van De Sassepoort / Spoor 9 is samenwerking met de buurt een belangrijk gegeven. Het is één van de troeven van de school. Ze hebben een goed contact met de scholen in de wijk, o.m. via de Brede School-werking. Ook op de nieuwe locatie is er een goed uitgebouwde brede-schoolwerking, waar de school in opgenomen zal worden. Dat wordt voorbereid. De nieuwe wijk heeft een uitgebreide en warme werking in dat opzicht en kijkt uit naar de komst van de Sassepoort. Op deze manier blijven de kinderen in contact met kinderen van het gewoon basisonderwijs, dit zowel tijdens lesmomenten als in vrijetijdsbesteding. Ook de aanwezigheid van het internaat op de site, waar zowel kinderen en jongeren uit gewoon als buitengewoon onderwijs zitten, kan in de toekomst een inclusieve symbiose faciliteren.
Ik hoop hiermee een antwoord te hebben gegeven op uw vragen.
wo 12/02/2025 - 09:52Wanneer een huurder diens huur niet meer kan betalen, kan op vraag van de verhuurder en na tussenkomst van het OCMW en de bevoegde rechter een uithuiszetting met bijstand van een gerechtsdeurwaarder plaatsvinden.
De goederen die zich bij de uithuiszetting nog in de woning bevinden, worden dan op kosten van de huurder op de openbare weg gezet. Wanneer de goederen de openbare weg belemmeren, is het de verantwoordelijkheid van de Stad om deze goederen op kosten van de huurder weg te halen en 6 maanden te bewaren - tenzij het gaat om bederfelijke goederen of goederen die schadelijk zijn voor de openbare hygiëne, gezondheid of veiligheid.
Ik verneem dat de Stad het nalaat deze goederen op te halen, en de firma die de goederen op straat zet ze daarom vaak ook meeneemt. Dit is voor de betrokken huurder een extra drempel omdat de huurder diens spullen dan bij die firma moet ophalen.
Graag had ik van de schepen een antwoord gekregen op volgende vragen:
Beste collega,
U stelde een aantal vragen over de concrete praktijk van opslag van inboedel na uithuiszettingen. In Gent neemt de firma Ogiers deze taak op zich. De deurwaarder doet beroep op deze firma die de goederen overbrengt naar een loods in de Afrikalaan. De eigenaar kan de goederen daar dan gaan afhalen binnen de 6 maanden zoals bepaald in het nieuw burgerlijk wetboek. Deze werking bouwt verder op een vroegere uitbesteding door de Stad Gent van deze wettelijke opdracht. In de toekomst zal een nieuwe overheidsopdracht hiervoor uitgeschreven worden. De algemeen directeur zal opvolgen welke dienst hiervoor de trekker wordt.
Ik zal deze vraag voornamelijk beantwoorden vanuit mijn bevoegdheid gekoppeld aan de OCMW werking.
OCMW krijgt melding van alle verzoekschriften van eigenaars tot uithuiszetting (bij een hoofdverblijfplaats), van de uitnodigingen naar de zitting op het vredegerecht en van effectief geplande uithuiszetting . In elk van de 3 fasen nodigt OCMW deze huurders uit en zoekt met hen naar een oplossing.
De maatschappelijk werkers van woonbegeleiding trachten prioritair tot een vergelijk te komen met de eigenaar. Vaak willen eigenaars nog een onderhandelde oplossing om een uitzetting te vermijden. Bij 60% van de situaties waarbij we hulp bieden in de fase van het verzoekschrift, wordt een oplossing gevonden en wordt de uithuiszetting vermeden. Soms kan men de datum van de uitzetting later laten ingaan zodat er nog oplossingen in tussentijd kunnen gezocht worden. Indien een uithuiszetting niet kan worden vermeden, worden andere woonoplossingen verkend, bv via HuurInGent.
Als het toch komt tot een uithuiszetting, dan bespreekt de medewerker van het OCMW hoe men met de inboedel kan omgaan en of het de moeite waard is om deze te stockeren. Indien de kosten van een stockageruimte te zwaar zijn, kan het OCMW bij bijzonder verzoek de kost ten laste nemen, al dan niet terugvorderbaar.
wo 12/02/2025 - 14:19Stad Gent beschikt het hele jaar door over noodopvang. Tijdens de wintermaanden worden er ook extra maatregelen genomen, zo wordt er bijvoorbeeld actief op zoek gegaan naar buitenslapers. In periodes van vriesweer kunnen daklozen die aanwezig zijn in het station Gent-Sint-Pieters daar ook 's nachts blijven. Bij capaciteitsnoden kunnen hotelkamers worden ingezet.
In het bestuursakkoord drukt het nieuwe stadsbestuur de ambitie uit om de huidige nachtopvang te evalueren, met het oog op een meer toegankelijke nachtopvang voor diverse doelgroepen. Vanuit het middenveld vangen we signalen op dat vrouwen niet altijd de weg naar daklozenopvang vinden omdat ze zich niet veilig voelen en er te weinig gescheiden opvangplekken zijn. Ook mensen met een bijzonder zorgprofiel zouden moeilijkheden ervaren. Daarnaast wordt het op voorhand moeten aanmelden gezien als een drempel.
Graag had ik van de schepen een antwoord gekregen op volgende vragen:
Bedankt voor uw zorgen over de dakloze mensen in Gent. Wij delen die bezorgdheid. Dakloosheid is een extreme vorm van armoede en compleet mensonwaardig. Daarom zetten we vooral in op preventie van dak- en thuisloosheid en op huisvestingsgerichte oplossingen die op maat zijn van de specifieke profielen onder daklozen. Denk maar aan nestinvest voor jongeren of robuuste woningen mensen met meerdere problematieken. De nachtopvang is in Gent een laatste vangnet.
In de nachtopvang zijn er in totaal 65 plaatsen, 40 bij Nieuwland – CAW en 25 bij Huize Triest. Tijdens de winterperiode kunnen er 10 noodbedden worden bijgezet en indien nodig ook hotelbedden.
Deze hotelkamers werden 28 nachten ingezet. concreet boeken we 5 kamers voor 1 of meerdere personen voor 5 of 7 nachten. De totaalprijs van deze inzet bedraagt momenteel 7.683 euro. Er is een overeenkomst met één hotel, die tot op heden aan onze vraag voor kamers kon voldoen. De gemiddelde bezetting per dag in de maanden november, december en januari is 64,7 personen. Er waren ook 167 weigeringen na 22 uur. De druk op de nachtopvang werd hoger in januari nadat ook veel net erkende vluchtelingen uit Wallonië zich naar Vlaanderen begaven en zich daar vaak aanmeldden in de nachtopvang. Dit veroorzaakt in vele Vlaamse steden een extra druk op de nachtopvang. Het is een probleem dat dus niet enkel Gent treft en dat wordt aangekaart bij VVSG om op een hoger niveau op te nemen.
Het huidig inbelsysteem lijkt op dit moment nog steeds het meest aangewezen systeem. Vroeger was er een systeem van open inloop. Toen werd er gewerkt met een lotingssysteem. Dit werd als inhumaan gezien én zorgde voor veel problemen, waaronder agressie aan de deur van de nachtopvang. Daarom is men, samen met de aanbieders van nachtopvang, tot het huidige systeem zijn gekomen. Door het aanmeldsysteem weet men doorgaans overdag of men terecht kan in de nachtopvang. Het systeem met de toeleiders die men om de 2 weken moet bezoeken is goed om te blijven werken aan structurele oplossingen. Maar wees gerust, het aanmeldsysteem zal ook deel uitmaken van de evaluatie rond de nachtopvang.
Met betrekking tot de toegankelijkheid van de nachtopvang, wil ik graag benadrukken dat de nachtopvang voor ons een laatste vangnet is. Het beleid vanuit de stad is om prioritair in te zetten op preventie, het voorkomen dat mensen dakloos worden én huisvesting met aangepaste begeleiding. Qua preventie wordt er ook gestaag gewerkt naar een groter betaalbaar aanbod van woningen. Er werd de voorbije jaren ook al veel geïnvesteerd in 24u-opvang die een pak meer begeleiding en comfort kan bieden: Opvang & Oriëntatie Leeuwenhof voor chronisch daklozen (17 plaatsen), Herstelbedden Leeuwenhof voor daklozen met medische zorgen (5), Opvang & Oriëntatie voor jongeren (20 woningen), project leegstand (49 woningen), Opvang & Oriëntatie Blekerij (16 plaatsen + 2 bufferplaatsen voor mannen), Opvang & Oriëntatie huis 4B (12 Plaatsen voor vrouwen), gezinsopvang (4 huizen), instapwonen (5 huizen). We proberen steeds te kijken of we mensen met een bijzonder zorgprofiel kunnen toeleiden naar de 24 uurs opvang.
Momenteel zetten de uitbaters van de 2 locaties maximaal in op de veiligheid in de nachtopvang. Daarvoor bekijken ze op basis van de aanwezige mensen ’s avonds hoe ze de kamerverdeling kunnen doen zodat kwetsbare groepen ook maximaal in veilige omstandigheden kunnen overnachten. Ik heb dat ook zelf kunnen vaststellen toen ik enkele weken geleden op werkbezoek ging in een van de locaties.
De mogelijkheden tot het apart opvangen van bepaalde subgroepen, wat zou kunnen bijdragen aan de veiligheid, is moeilijk met de huidige 2 locaties. Uiteraard liggen de hefbomen tegen dakloosheid niet in het diversifiëren van de nachtopvang maar in het maximaal voorkomen van dakloosheid én het voorzien van voldoende, kwalitatief woonaanbod zodat mensen niet meer in een situatie van dakloosheid moeten leven. De nachtopvang lost de dakloosheid immers niet op maar voorziet een heel tijdelijke opvangplaats.
Ivm de evaluatie van de nachtopvang: heb ik bij mijn start als schepen onmiddellijk opdracht gegeven aan de diensten om dit voor te bereiden. Momenteel wordt door hen een bestek uitgewerkt om de nachtopvang te evalueren.
De evaluatie moet zeker ingaan op de toegankelijkheid van het systeem van acute opvang (dus het kan ook gaan over de inzet van nood- en hotelbedden). We denken hierbij aan topics zoals het inbelsysteem, diverse groepen in de nachtopvang, de ervaring van de gebruikers en drempels voor niet-gebruikers...
U kan er als commissieleden uiteraard op rekenen dat dit ook hier uitvoerig verder aan bod zal komen.
wo 12/02/2025 - 14:18Het gerucht doet de ronde dat de afdeling van de UZ-ziekenhuisschool (stedelijk onderwijs) in de kinderafdeling van AZ Sint-Lucas (om financiële redenen) zou afgebouwd worden.
Het zou vooral gaan over de inzet van kleuterjuffen.
Beste collega Baert
De stedelijke Ziekenhuisschool Stad Gent heeft scholen voor het basis- en het secundair onderwijs. Beide hebben verschillende vestigingsplaatsen verspreid over de stad, en daarbuiten.
Graag wil ik van de gelegenheid gebruik maken om mijn waardering uit te spreken voor de medewerkers van de ziekenhuisschool. Voor de Ziekenhuisschool Stad Gent werken zo'n zeventig leraars. Zij geven les aan kleuters, kinderen en jongeren die in een ziekenhuis of residentiële zorginstelling verblijven. Hun werk is belangrijk: ze zorgen ervoor dat het recht op onderwijs gewaarborgd wordt voor deze leerlingen, én dat ze hun voeling met school blijven behouden. En vooral: deze leerkrachten bieden hun leerlingen wat ‘normaliteit’ in hun uitzonderlijke situatie. Deze leerkrachten staan bovendien voor aanzienlijke uitdagingen: In de laatste vijf jaar is het gemiddelde leerlingenaantal in het secundair gestegen met 40 procent. Vooral de stijging van het aantal leerlingen opgenomen in een psychiatrische afdeling is groot.
Dan kom ik tot uw specifieke vragen. De bestaande werking in het AZ Sint-Lucas is geen erkende vestigingsplaats. Dat laatste element heeft geleid tot een aantal overwegingen.
Het is nog geen beslist beleid dat Ziekenhuisschool basisonderwijs de begeleiding van leerlingen in het AZ Sint-Lucas zal stopzetten.
Ik zie me helaas wel genoodzaakt om dat te doen wanneer er geen erkenning komt vanuit de Vlaamse overheid om deze locatie officieel te erkennen als vestigingsplaats. Dat laatste is belangrijk omdat het zou betekenen dat de centen die we voor de organisatie nodig hebben, gesubsidieerd zouden worden. De huidige werking is immers enkel mogelijk vanuit de werkings- en personeelsmiddelen van de andere scholen in het stedelijk onderwijs.
Anders gezegd: we krijgen op dit moment geen Vlaamse middelen om die werking op die locatie op te zetten. Dit schooljaar gaat dat over 11 lestijden voor de begeleiding van kleuters en lagereschoolkinderen; die betaald worden met centen die op andere plaatsen gegenereerd zijn en daar dus ook in min gaan.
Het Stedelijk Onderwijs maakte vorig jaar een afwegingskader dat moet dienen om te bepalen of er type 5-onderwijs (= onderwijs door de Ziekenhuisschool) kan ingericht worden op een vestigingsplaats. Uit die criteria volgde het besluit dat AZ Sint-Lucas niet meer in aanmerking kwam zonder Vlaamse subsidiëring.
Het staat buiten kijf dat ook deze leerlingen recht hebben op onderwijs, maar de kwetsbaarheid van deze kinderen is eerder beperkt. Het gaat voornamelijk om kinderen die worden opgenomen voor een kortverblijf. Leerlingen krijgen er hoofdzakelijk individueel les, zonder contact met of opvolging door de thuisschool.
Deze doelgroep staat daardoor verder af van de opdracht van de Ziekenhuisschool, zijnde het recht op onderwijs garanderen en tegelijk schoolse herintegratie mogelijk maken.
De inzet van onze mensen maakt in het grotere plaatje ook minder verschil voor de leerlingen en hun schoolloopbaan. Door de korte aanwezigheid van het kind in het ziekenhuis, gaat het veelal slechts over een uurtje les, wat niet het grote verschil maakt voor de globale leerwinst van de betrokken kleuter of leerling.
Ik wil tegelijk toch ook benadrukken dat we erg tevreden zijn over de inzet van de medewerkers. Zij creëren een mooi aanbod, maar de context (van oa het kortverblijf) maakt helaas dat ze weinig verschil kunnen maken, met aantoonbare effecten. Daarnaast zijn er ook de pedagogisch medewerkers op de afdeling die een zinvol aanbod kunnen opzetten.
Hoewel de werking dus waardevol is, is het in het grotere geheel wel te verdedigen dat een verderzetting enkel kan met gesubsidieerde middelen en dus met een Vlaamse erkenning als vestigingsplaats.
De aanvraag voor zo’n erkenning werd al ingediend bij Vlaanderen. Echter, die werd in mei 2024 afgewezen door minister Weyts. De minister gaf aan dat op plaatsen waar “geen ziekenhuisonderwijs wordt georganiseerd, leerlingen zullen gestimuleerd worden om hun schoolloopbaan te ondersteunen via de inzet van Tijdelijk Onderwijs Aan Huis, Synchroon internetonderwijs of een combinatie. Er wordt hiervoor gekozen omdat in het kader van inclusiviteit de band met de thuisschool cruciaal is om achterstand te vermijden en vlotte re-integratie te waarborgen (…)”.
We overwegen niettemin om de aanvraag opnieuw in te dienen. Er is immers een nieuwe minister van Onderwijs. De beleidsnota van minister Demir biedt geen garantie of die zal aanvaard worden, maar ik lees ook niet dat het a priori uitgesloten is, dus het is het proberen waard.
Als de samenwerking tussen AZ Sint-Lucas en Jan Palfijn in de toekomst mogelijkheden biedt, zullen we die op dat moment bekijken.
U verwijst ook terecht naar kinderen die wel langdurig in het St Lukas ziekenhuis verblijven. Ik begrijp dat het om weinig kinderen gaat, en dat voor zij die er wel voor langere tijd verblijven, er regelmatig een link is met het UZ Gent.
Tijdens hun behandelingen daar krijgen ze onderwijs van de ziekenhuisschool. Indien niet, is het de verantwoordelijkheid van de betrokken ziekenhuisdiensten (artsen, sociale dienst, paramedici, …) om oplossingen te vinden (zoals in ziekenhuizen gebeurt zonder type 5-onderwijs) in samenwerking met het CLB. (BedNet bijv.).
Ik hoop daarmee voldoende uw vragen beantwoord te hebben.
wo 12/02/2025 - 09:52In september 2024 stuurde de POD Maatschappelijke Integratie een brief aan alle OCMW's over het gebruik van de eBox, een digitaal kanaal waarlangs overheidsdiensten met de burger op een beveiligde manier berichten wil uitwisselen. Die communicatie vervangt de aangetekende brief.
OCMW's kunnen voortaan van die mogelijkheid gebruik maken naar cliënten die hun eBox activeren. OCMW's die jaarlijks meer dan 20.000 berichten versturen zijn vanaf 1 januari 2025 echter verplicht hun beslissingen via eBox te versturen naar OCMW-cliënten die hun eBox reeds activeerden. Die OCMW's moeten dus niet expliciet toestemming vragen aan de burger die zijn eBox vroeger activeerde. Het is niet denkbeeldig dat sommige cliënten zich hiervan onvoldoende bewust zijn en dus bepaalde beslissingen over het hoofd zien, inbegrepen de mogelijkheid om hiertegen in beroep te gaan
Bedankt voor uw vraag, raadslid Vanonckelen.
Het OCMW valt inderdaad sinds 1/1/2025 onder die verplichte regeling. Er is geen mogelijkheid om hiervan af te zien. De inwerkingtreding van de bepaling moet wel nog bevestigd worden door een Koninklijk Besluit.
Als groot OCMW, dat op jaarbasis meer dan 20.000 berichten verstuurt aan diens – vaak kwetsbare - cliënten is het zeer belangrijk om waakzaam te zijn voor de digitale kloof.
Op dit moment heeft 31% van de meerderjarige cliënten van OCMW Gent een geactiveerde eBox. Enkel ten aanzien van die 31% kan het OCMW - uiteraard beslissingen sturen.
De overige 69% heeft de eBox ofwel nog niet geactiveerd, of gekozen om geen digitale informatie via die weg te willen ontvangen. Voor de burger is het gebruik van de eBox altijd optioneel.
OCMW Gent maakt uitdrukkelijk de keuze om te werken naar het principe ‘digital by default, but not only’. De digitale weg moet mogelijk zijn voor wie dat wenst, maar is optioneel.
We zetten in op het gebruik van de eBox als elektronische postbus en ondersteunen onze cliënten hier actief in. Want er zijn natuurlijk voordelen. De eBox stelt burgers immers in staat om op een veilige en centrale locatie hun administratieve documenten te ontvangen. Zo kan die indien nodig ook sneller kennis nemen van een beslissing en hoeft die geen verplaatsing te doen naar het postkantoor, bijvoorbeeld als de aangetekende zending niet kon worden afgeleverd.
We kiezen er in Gent voor om cliënten voor wie dat haalbaar is, op deze manier te versterken in hun zelfredzaamheid. Meer en meer diensten zullen in de nabije toekomst immers op digitale wijze communiceren met de burger. Het is een manier om onze cliënten te empoweren en hen in hun digitale vaardigheden te versterken.
Cliënten die nu al gekend zijn met een geactiveerde eBox zullen uitdrukkelijk door hun vaste maatschappelijk werker worden geïnformeerd en bevraagd naar hoe zij in de toekomst kennisgevingen van het OCMW willen ontvangen. De maatschappelijk werkers krijgen daartoe de nodige handvaten aangereikt. Cliënten die dat wensen worden (ook vandaag al) doorverwezen naar een digicoach om zich te laten ondersteunen in het activeren en/of het gebruik van de eBox. Nieuwe cliënten zullen worden geïnformeerd door de maatschappelijk werkers van de welzijnsonthalen.
OCMW Gent maakt verder ook de keuze om een veiligheid in te bouwen: als de burger met een geactiveerde eBox een bericht van OCMW Gent niet opent, vertrekt er 14 dagen later alsnog en automatisch een papieren kennisgeving.
Voor wat betreft mogelijke impact op de beroepstermijn: deze begint te lopen vanaf de kennisgeving. Als we melding krijgen dat de burger/cliënt geen kennis nam van de beslissing in de eBox en er werd vervolgens een kennisgeving op papier verzonden, dan maakt OCMW Gent de keuze om de meest gunstige datum te beschouwen als datum van kennisgeving. In dit scenario is dit dus de kennisgeving op papier. Er is dus geen impact op de beroepstermijn.
En tot slot, wat betreft uw laatste vraag: neen, momenteel wordt de eBox nog niet gebruikt voor de betekening van kennisgevingen van het BCSD. De eerste testen voor de ingebruikname zijn voorzien vanaf begin april. Tegen eind juni zou de geplande installatie en uitrol helemaal rond moeten zijn.
Samengevat: Digitaal minder vaardige cliënten worden op maat en met zorg ondersteund en zij ontvangen - als ze geen eBox wensen te gebruiken - ook verder kennisgevingen op papier. Heel wat bezorgdheden staan op onze radar en worden actief opgenomen door het OCMW, maar we houden uiteraard verder vinger aan de pols.
wo 12/02/2025 - 14:19Het Onderwijscentrum Gent nam de afgelopen jaren een aantal initiatieven om het lerarentekort in de Gentse scholen aan te pakken. De initiatieven zijn erop gericht om meer mensen warm te maken voor een job als leerkracht, en om geïnteresseerden goed te informeren over de verschillende opties.
Zo is er het project "Lesgeven? Test even!". Daarbij kunnen potentiële zij-instromers even meedraaien op school, lessen bijwonen en zo ervaren of lesgeven iets voor hen is. Scholen kunnen zich registreren om mee te doen aan het project: potentiële zij-instromers kunnen dan kiezen waar ze graag willen meelopen.
Daarnaast is er de website "Leraar in Gent", waarop potentiële leerkrachten alle nodige informatie kunnen vinden over les geven in Gent: over lerarenopleidingen, waar vacatures te vinden zijn, initiatieven voor zij-instromers, enz.
In dat kader worden ook infomomenten georganiseerd voor potentiële zij-instromers, waarop verschillende partners aanwezig zijn, waaronder AGODI (Agentschap voor Onderwijsdiensten), Leerwinkel De Stap, de VDAB en de Gentse lerarenopleidingen.
Dankuwel, collega Vanonckelen, ook voor de beterschapswensen.
We weten allemaal dat het lerarentekort scholen in heel Vlaanderen en Brussel treft. Scholen hebben het overal lastig om geschikte kandidaten te vinden om hun openstaande vacatures in te vullen. Dat laat zich ook in onze stad voelen.
We moeten wat voorzichtig zijn als we een beeld willen geven van het totale lerarentekort in Gent. Er bestaat geen globaal overzicht van het totale aantal openstaande vacatures: wie al meedraait van de vorige legislatuur, kent dit al. Scholen hoeven die niet centraal te melden aan de stad of aan de VDAB. Cijfers van de VDAB geven wel inzicht, maar we moeten rekening houden met verschillen binnen de openstaande vacatures: sommige gaan over voltijdse opdrachten, andere over heel beperkte opdrachten, van enkele uren per week. Er is ook een verschil tussen kortere opdrachten van enkele weken, en langere opdrachten of open posities. Die verfijning zit niet in de cijfers.
Met die nuances in het achterhoofd geef ik een aantal cijfers mee. Een belangrijke indicatie van de krapte is de spanningsindicator zoals berekend door de VDAB. Deze indicator geeft, per sector, de verhouding weer tussen het aantal werkzoekenden zonder werk en het aantal openstaande vacatures: hoe lager dit cijfer, hoe krapper de arbeidsmarkt is. Voor de sector onderwijs is die indicator de afgelopen jaren scherp gedaald, en meer recent min of meer gestagneerd op dat lage niveau. Om het tastbaar te maken: op de werkvloer betekent dat dat er steeds minder kandidaten zijn voor elke openstaande vacature.
De concrete cijfers dan. De krapte laat zich, in het arrondissement Gent, het scherpst voelen voor het kleuter- en lager onderwijs: in december 2024 lag die indicator op 0,60 voor kleuter en lager onderwijs: er waren in Gent, voor zover gekend bij de VDAB, 91 openstaande vacatures, en 71 werkzoekenden die mogelijks in aanmerking kwamen. Met andere woorden: er waren heel wat meer vacatures in onze basisscholen dan er kandidaten waren.
Dat beeld zien we niet alleen in Gent. Ook voor heel Vlaanderen én in andere arrondissementen tonen de cijfers van de VDAB grote krapte aan in het basisonderwijs: globaal genomen lag de spanningsindicator voor leerkracht kleuter- en basisonderwijs in heel Vlaanderen op 0,80: heel vergelijkbaar dus met de 0,60 in Gent. Een stad als Antwerpen zit met 214 openstaande vacatures in het basisonderwijs voor 156 werkzoekenden in een zeer vergelijkbare situatie. De indicator lag daar op 0,72.
Voor leerkracht secundair onderwijs zat de indicator in Gent eind december op 1,72. Er waren 130 openstaande vacatures voor 229 kandidaten. Op zich is dit dus een iets beter beeld, maar ook hier moeten we opletten: deze indicator houdt geen rekening met bepaalde diplomavereisten, en of die al dan niet matchen met de diploma’s van de werkzoekenden. Een leerkracht met een diploma wiskunde kan natuurlijk niet zomaar Frans geven.
Ook hier zien we vergelijkbare cijfers buiten Gent. De totale spanningsindicator voor leerkracht secundair onderwijs voor heel Vlaanderen lag op 1,00 (in vergelijking met 1,72 in Gent). Voor de volledigheid vergelijk ik opnieuw met Antwerpen, waar de indicator eind december op 1,17 lag. Voor het secundair is de krapte in Gent dus iets kleiner dan in de rest van Vlaanderen.
Om dat in perspectief te kunnen plaatsen: de mediane spanningsindicator voor heel Vlaanderen lag eind december 2024 op 8,26. De helft van de beroepen heeft een spanningsindicator die lager is dan de mediaan, en kent dus een krappere markt, terwijl de andere helft een hogere spanningsindicator heeft en dus een ruimere markt. Met een spanningsindicator van 0,60 in het basisonderwijs en 1,72 in het secundair ligt Gent daar dus flink onder: de krapte is, met andere woorden, heel groot.
De conclusie is in elk geval wel duidelijk: de cijfers tonen de jarenlange daling van het aantal beschikbare kandidaten ten opzichte van de openstaande vacatures. Dat betekent dat scholen het steeds lastiger hebben om geschikte kandidaten te vinden om hun vacatures in te vullen.
Dat brengt me dan bij de tweede vraag: de initiatieven van de stad om mensen warm te maken voor het onderwijs, en de evaluatie daarvan. Zoals u zelf al aangeeft, nam de stad de afgelopen jaren verschillende initiatieven, die er vooral op gericht zijn om mensen te laten proeven van het onderwijs, en om potentiële kandidaten goed te informeren en te begeleiden bij hun keuze.
U noemde het initiatief “Lesgeven? Test even!” van het Onderwijscentrum. Geïnteresseerden kunnen daarbij voor een uurtje, of voor een halve dag, lessen komen meevolgen op een school. Zo kunnen ze al eens aanvoelen hoe zo’n les eraan toe gaat, en of het iets voor hen zou zijn. Dat is voor beide partijen voordelig: voor de leerkracht-in-spe, maar ook voor de scholen, die contact kunnen leggen met potentiële leerkrachten.
Ik geef graag wat inzicht in de impact van het project. Vorig schooljaar namen in totaal 33 scholen deel. 201 geïnteresseerde potentiële leerkrachten schreven zich in voor een testmoment. Het Onderwijscentrum evalueerde de ervaring van deelnemers met een bevraging via Whatsapp. Zo konden ze op een heel laagdrempelige manier een aantal vragen voorleggen. Ze peilden vooral of deelnemers na het testmoment effectief een stap richting het onderwijs zetten. Er zijn 190 deelnemers bevraagd en er waren 135 respondenten. 60% daarvan heeft een testmoment gevolgd. Deelnemers zijn positief: meer dan de helft van de bevraagden die een testmoment heeft gevolgd, heeft effectief de stap naar het onderwijs gezet. 29% van hen is gestart aan een opleiding richting onderwijs; 20% is effectief gestart in een job in het onderwijs, en 6% is op zoek naar een job in het onderwijs. Daarnaast overweegt 30% een carrière in het onderwijs maar twijfelt nog, om heel verschillende redenen. 15% van de bevraagden is na het testmoment niet meer geïnteresseerd.
Het observatiemoment speelde voor de helft van de testers een rol in hun uiteindelijke beslissing. Ook uit meer open antwoorden van bevraagden blijkt dat een testmoment een belangrijke rol kan spelen om geïnteresseerden over de streep te trekken. Het geeft ook een beter idee van wat ze graag willen doen: of ze al dan niet voor de klas willen staan, of ze in het kleuter, lager of secundair willen staan, enzovoort.
Naast deze testmomenten in het kader van “Les geven? Test even!” organiseert het Onderwijscentrum elk schooljaar ook twee infomomenten onder de naam ‘Word leraar in Gent’, in de vorm van een informatiebeurs. Daar krijgen geïnteresseerden info over heel veel thema’s, zoals de verschillende mogelijkheden om lerarenopleidingen te volgen, hoe het Vlaamse onderwijs in elkaar zit, verloning enzovoort. Deelnemers kunnen ook persoonlijk advies krijgen, bijvoorbeeld over loon, anciënniteit en mogelijkheden met hun diploma, én ze kunnen in gesprek gaan met meer ervaren leerkrachten. Verschillende partners zijn daar vertegenwoordigd, waaronder de VDAB, de Vlaamse onderwijsdiensten (AGODI), de Gentse Leerwinkel De Stap, en de Gentse lerarenopleidingen.
De interesse in dit beursformat is groot: aan elk infomoment nemen gemiddeld 80 à 90 potentiële zij-instromers deel. Er wordt telkens ook een link gelegd met “Lesgeven? Test even!”: deelnemers van de testmomenten worden aangemoedigd om naar een infomoment te komen voor meer uitgebreide informatie, en omgekeerd worden geïnteresseerden op de infomomenten doorverwezen naar “Lesgeven? Test Even” om daar alvast praktijkervaring op te doen. Zo komt alles mooi samen in een traject dat toekomstige leraren goed voorbereidt op de overstap naar het onderwijs.
Tot slot vermeld ik graag nog de website Leraar in Gent: daar vinden geïnteresseerden alles wat met werken in het onderwijs te maken heeft. Het aantal bezoekers van de website is sinds vorig jaar gestegen: dat toont aan dat meer en meer mensen de weg vinden naar de juiste informatie. Er zijn telkens pieken van het aantal bezoekers op de website rond de opstart van de projecten Lesgeven? Test even! en de infomomenten.
Als schepen van Onderwijs ben ik uiteraard tevreden dat we met deze initiatieven heel wat potentiële leerkrachten bereiken, hen goed kunnen informeren en begeleiden, en een realistisch beeld geven van wat les geven precies inhoudt. Wat mij betreft heeft het ook grote waarde dat we verschillende partners in de stad samenbrengen: met grote inbreng van het Onderwijscentrum, van de scholen die testmomenten organiseren, maar ook van andere partners, zoals de VDAB, AGODI, de lerarenopleidingen etc. Als je een overstap naar het onderwijs overweegt (en u zal dat ook wel goed kennen, collega Vanonckelen) is er héél veel informatie en zijn er héél veel afwegingen die je moet maken. Met de verschillende initiatieven brengt de stad alle informatie op een goeie manier samen, en maken we de keuze om al dan niet in het onderwijs te stappen makkelijker. Het is dan ook mooi om te zien dat deelnemers aan bijvoorbeeld de testmomenten dit ook echt waarderen, en aangeven dat het een belangrijke rol gespeeld heeft in hun keuzeproces.
Kunnen we daarmee het lerarentekort oplossen? Nee: de problematiek vraagt een bredere aanpak op Vlaams niveau, waar de hefbomen zitten om het beroep van leerkracht structureel aantrekkelijker te maken. Maar de initiatieven die we hier genomen hebben, zorgen er wél voor dat mensen makkelijker de weg vinden naar onderwijs, en dat ze een carrièrepad kunnen uitstippelen in het onderwijs dat ook effectief bij hen past.
wo 12/02/2025 - 09:48In de vorige gemeenteraad gingen we al dieper in op het feit dat de federale regering een deel beloofde en ingeplande subsidies heeft geschrapt met grote gevolgen voor organisaties die werken rond mentaal welzijn bij jongeren zoals tejo hier in Gent. Vandaag wil ik graag wat dieper ingaan op de mogelijke impact van de stopzetting van de federale subsidies voor de verschillende werkingen in het Gentse, want helaas worden meer organisaties getroffen dan alleen de jeugdwelzijnsorganisaties. In totaal gaat het geschrapte bedrag over ongeveer 420.000 euro als ik juist werd ingelicht, waar verschillende werkingen door getroffen worden.
Net als u betreuren wij het wegvallen van de geplande middelen. Mentaal welzijn van jongeren is een grote uitdaging vandaag en net daarom werd mentaal welzijn ook een prioriteit binnen ons gezondheidsbeleid. Deze middelen waren complementair waren aan de grote investeringen die de Stad Gent recent al extra deed rond mentaal welzijn.
De impact op de concrete werkingen is erg verschillend.
Bij Overkop kon men het verlies van middelen deels oplossen door bij te sturen in de werking en middelen te herverdelen. Hierdoor kon ‘On the road’ deels verder gezet worden (ten koste van andere acties) en kon het personeel behouden blijven.
Bij Tejo is het erg moeilijk om de coördinatie van de vele vrijwilligers vol te houden met een verminderde inzet op coördinatie. Men moet terugplooien op de de basisondersteuning van de vrijwilligers op dit moment en bekijkt men of de werking in dezelfde intensiteit kan aangehouden blijven.
De zorg campus voor Studenten, die straks op de agenda staat, had gehoopt op extra steun bij de opstart. De Stad Gent ondersteunt nu zo veel mogelijk logistiek en qua communicatie. Op dit moment zal er minder kunnen ingezet worden op het toeleiden van de meest kwetsbare studenten naar de zorg campus.
Bij het OCMW Gent heeft dit een zeer beperkte impact in de praktijk, gezien de grote reguliere ploeg van psychologen die werkzaam is rond psychologische hulp in het ocmw. Wel betekent dit dat OCMW Gent de kost van deze hulpverlening weer veel meer zelf moet dragen vanuit lokale middelen.
De impact bij touché is momenteel nog niet zo duidelijk want het ging om het financieel ondersteunen van een bestaand aanbod. Zij werken vaak met een ‘pay what you can’ principe. Met deze financiële ondersteuning was het voor hen haalbaarder om meer kwetsbare jongeren ook van een aanbod te voorzien.
De extra mindspring cursussen door caw kunnen in 2025 grotendeels verder gezet worden door de verschuiving van middelen uit de structurele subsidieovereenkomst met de stad gent rond mind spring. Hierdoor kunnen er wel minder cursussen voor volwassenen plaats vinden in 2025.
De psychologische ondersteuning in internaten zal in 2025 opgevangen worden door verschuiving van andere middelen van Samen1Plan. Hierdoor zullen andere doelstellingen van Samen1Plan dus minder kunnen gerealiseerd worden. Hoeveel begeleidingen ze concreet kunnen opnemen in 2025 wordt nog bekeken ahv de beschikbare middelen.
U ziet dus dat men de zeer waardevolle projecten meestal deels kan verderzetten in 2025 door verschuiving van middelen, maar daar lijden dan ander acties vaak onder. Deze projecten werden gestimuleerd naast de reeds grote inzet van de Stad Gent op mentaal welzijn. Gezien de grote noden is het belangrijk dat het een maatschappelijke opdracht is om hier vanuit alle betrokken beleidsdomeinen en beleidsniveaus extra actie rond te ondernemen.
De stadsdiensten blijven actief op zoek gaan naar externe financiële opportuniteiten om deze projecten verder te kunnen zetten. Ze ondersteunen ook de organisaties zelf om in te tekenen op projectoproepen.
We blijven deze situatie ondertussen politiek bovenlokaal aankaarten. Dit gebeurde onder meer in gesprekken met het kabinet van minister Gennez. Tevens werd de motie van de gemeenteraad die pleit voor een duurzaam vervolg van de federale middelen voor mentaal welzijn van kwetsbare jongeren verder opgevolgd en verstuurd naar de federale regering. We sturen ook een brief aan minister Van Bossuyt met de vraag om in gesprek te gaan rond de Gentse OCMW werking, waarin we ook graag in gesprek gaan over de middelen voor mentaal welzijn van kwetsbare jongeren.
Madeliefde is in oorsprong een samenwerkingsverband tussen vijf Limburgse zorginstellingen. Het project ontstond in het najaar van 2022 vanuit het aanvoelen van een gemeenschappelijke nood bij mensen met een verstandelijke beperking, de nood tot ondersteuning bij het vinden van een partner. In februari 2024 startte een tweede tak in Oost-Vlaanderen, met ook hier een aantal samenwerkende zorgaanbieders.
De Oost-Vlaamse tak is op zoek naar nog meer zorgaanbieders die willen aansluiten bij het samenwerkingsverband en voert hiertoe actie promotie (zie o.a. een artikel in het Infomagazine van Merelbeke-Melle van deze maand). De Stad Gent beheert zelf twee woonzorgcentra (Zonnebloem in Zwijnaarde, Zuiderlicht in Mariakerke) die erkend zijn als zorgaanbieders voor mensen met een handicap, en met een bijzondere focus op residentiële zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Daarnaast staat de stad en haar diensten in contact met een breed netwerk van zorgaanbieders in onze stad.
Tijdens deze Valentijnsmaand stel ik de schepen hierover graag de volgende vragen:
Beste raadslid Roegiers,
Beste Els,
Het initiatief dat zijn oorsprong kent in Limburg is me gekend. Het is een mooi initiatief dat mensen met een beperking ondersteunt in het vinden van de liefde. Fijn te horen dat de eerste samenwerkingen nu ook in Oost-Vlaanderen worden opgezet.
En zoals u reeds aangeeft, welke periode is mooier dan zo’n initiatief in the picture te zetten dan rond Valentijn.
Op vandaag werken onze wzc’s Zonnebloem en Zuiderlicht niet samen met Madeliefde. Vaak hebben onze bewoners iets teveel zorgnoden om deel te nemen aan de initiatieven van Madelief en richten zij zich op een iets ander doelpubliek.
Maar niets sluit een toekomstige samenwerking uit als we merken dat bewoners hiervoor in aanmerking komen en interesse tonen. Wij zullen wel het initiatief zeker onder de aandacht brengen bij onze partners.
Al jaren onderschrijven we dezelfde filosofie dat ongeacht leeftijd, seksuele geaardheid, fysieke of mentale beperkingen mensen nood hebben aan vriend- en/of partnerschappen en sensualiteit.
Gedurende deze Valentijnsperiode hebben zowel de lokale dienstencentra als de woonzorgcentra en assistentiewoningen dan ook extra aandacht hiervoor via allerlei initiatieven.
Die gaan van speeddating voor senioren, romantisch tafelen, dansfeesten, reminiscentie* van liefdeservaringen enz...
En ik wil één van onze initiatieven graag extra in de verf zetten en u hebt het misschien al gezien of gelezen in de pers:
Vorige week werd het kunstproject 1,2,3,4, combinaisons van Veerle Persyn i.s.m. WZC De Liberteyt en het cultuurplatform Wondelgem gelanceerd.
We hebben dit gedaan gezien ouderen zelden worden geassocieerd met sensualiteit, seks, lingerie en intimiteit. In onze maatschappij blijft de lichamelijke beleving van ouderen een taboe. We kennen allemaal het woord huidhonger, die diepe menselijke behoefte aan aanraking en fysieke nabijheid, maar in de realiteit krijgt dit in een woonzorgcentrum nauwelijks aandacht.
U hoort het mevrouw Roegiers, we doen rond dit thema al heel veel als stad maar we staan altijd open voor nieuwe initiatieven.
*het bewust ophalen van herinneringen door middel van bijvoorbeeld verschillende materialen, muziek en foto's worden herinneringen gestimuleerd bij betrokkenen en kunnen zij hierover vertellen.
wo 12/02/2025 - 14:24Half januari kaartte VVSG aan dat de werkdruk in de OCMW's aanzienlijk wordt verzwaard door de zogenaamde voorschotdossiers, dossiers waarbij OCMW voorschot uitbetaalt op sociale zekerheidsuitkeringen (werkloosheid, ziekte, pensioen, ...) die mensen te laat ontvangen. Op die manier zou ons OCMW verworden tot de toegangspoort in plaats van het vangnet van de sociale zekerheid. Ondertussen kon ikzelf de problematiek bij het lezen van sociale dossiers ook al vaststellen. Abstractie makend van de oorzaken van dit probleem bij de andere Sociale Zekerheids-instellingen, wil ik toch even focussen op de gevolgen daarvan voor ons OCMW.
Bedankt voor uw vraag, raadslid Vanonckelen. U kaart inderdaad een kwestie aan die al heel lang een prangend probleem vormt, en waarover geregeld aan de alarmbel wordt getrokken.
De cijfers van 2024 zijn nog niet beschikbaar, dus we baseren ons op de cijfers van 2023.
In 2023 verleend ons OCMW voorschotten aan 824 cliënten, ter waarde van 2.500.000€. Dit geld wordt steeds effectief teruggevorderd bij de bevoegde instanties.
Hierbij waren:
meer dan 400 dossiers bij de vakbonden
128 dossiers bij de hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen (HVW)
135 dossiers bij de FOD Sociale Zekerheid
91 dossiers bij de Pensioendienst.
Het aantal verleende voorschotten lijkt niet af te nemen, in mei 2024 hadden we al 571 lopende dossiers met voorschotten.
Elk voorschot gaat gepaard met onthaalgesprek en sociaal onderzoek, het doorverwijzen, opvolgen en ondersteunen van cliënten om hun dossier in orde te brengen, het opmaken van bedragopgaves bij onze dienst en die van de uitkeringsinstellingen en het opzetten van een proces van subrogaties. Op basis hiervan schatten we in dat momenteel 13 VTE medewerkers (maatschappelijk werkers en administratief medewerkers) bij OCMW Gent ingezet worden om voorschotten te verlenen.
Met andere woorden: hier staat wel wat personeelscapaciteit tegenover. Dit reflecteert echter een duidelijke keuze vanuit het stadsbestuur. We kunnen en willen deze mensen niet in de kou laten staan. Het gaat hier immers over kwetsbare inwoners waar er geen of te weinig andere gezinsinkomsten of spaargelden zijn om die periode te overbruggen.
Maar we werken ook hard aan de oorzaak. Het signaal van de voorschotten werd via verschillende kanalen op de agenda geplaatst, zowel door onze diensten als vanuit het bestuur.
Het werd meerdere malen aangekaart in de verschillende werk- en stuurgroepen van VVSG
Het werd besproken in contacten met de POD Maatschappelijke Integratie
Met minister Lalieux en haar kabinet
Met de vakbonden
...
VVSG heeft ondertussen een werkgroep rond deze topic opgestart, waar OCMW Gent deel van uitmaakt en meewerkt aan voorstellen. Verdere automatisering – bijvoorbeeld - van datastromen en berekeningen bij de uitkeringsinstanties kan hierin nog een grote rol spelen. Dat is een nagel waar we op blijven kloppen.
--> Zo zien we dat de sterkere automatisering van de toekenning van het Groeipakket ervoor gezorgd heeft dat we bijna geen voorschotten meer moeten verlenen in kader hiervan. In het verleden was dit wel zo.
Lobbywerk loont dus. Het is een rol die wij als OCMW opnemen en zullen blijven opnemen. Want, ondanks de bewuste keuze om geen mensen achter te laten, beseffen we maar al te zeer dat die 13 VTE nodig zijn om de gekende dossierlast van de maatschappelijk werkers in te perken om zo ruimte te creëren om mensen intensiever te begeleiding, bijvoorbeeld in hun activeringstraject.
wo 12/02/2025 - 14:22