Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Afdeling Wegen en Verkeer Oost-Vlaanderen met als contactadres Koningin Maria Hendrikaplein 70 bus 81, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024154577) ingediend bij de Vlaamse overheid op 19 december 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: de vervanging van de Goedingebrug over de Leie
• Adres: Goedingebrug - E40 -, 9031 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 26 sectie A nrs. 33W, 33X, 55B, 56G, 56F, 56H, 57B, 360B, 360C, 362A, afdeling 27 sectie C nrs. 1272B en 1292B
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 16 januari 2025.
De Vlaamse overheid heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 16 januari 2025.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 27 februari 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag betreft het vervangen van de Goedingebrug in Drongen. Deze brug is de schakel waar de E40 over de Leie loopt. De omgeving kenmerkt zich als een natuurgebied. De eerste woningen liggen op ca. 200m van het projectgebied.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De Goedingebrug wordt vernieuwd en voorzien van een breder wegprofiel. De bestaande brug wordt hierbij gesloopt en vervangen door een nieuwe brug. Het project wordt gefaseerd uitgevoerd.
Aan de noordelijke kant worden een tijdelijke wegbrug en tijdelijke fiets- en voetgangerspasserelle aangelegd.
Vervolgens worden het zuidelijke deel van de bestaande snelwegbrug en de passerelle die hieraan ophangt gesloopt.
In het zuiden worden dan de nieuwe snelwegbrug en de nieuwe fiets- en voetgangersbrug gebouwd.
Zodra deze constructies gereed zijn, worden ze in gebruik genomen en wordt de noordelijke bestaande snelweg, samen met de tijdelijke brug en tijdelijke passerelle, gesloopt.
In het noorden wordt het tweede deel van de nieuwe snelwegbrug opgebouwd.
Tijdens de werken wordt de aanleg van de wegenis onder de brug gewijzigd en heraangelegd in asfaltverharding. Dit aan de oostelijke zijde: Autoweg-Noord en Autoweg-Zuid en aan de westelijke kant: Keuze.
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
1. Tijdelijke bruggen
Het dek van de nieuwe snelwegbrug bestaat uit geprefabriceerde betonbalken met een druklaag in beton. Bovenop wordt er de waterdichting en de wegopbouw voorzien. De nieuwe pijlers worden voorzien door stalen buispalen voorzien met een kopbalk in beton waarop de oplegtoestellen, die het dek dragen, steunen.
De nieuwe laaggefundeerde landhoofden worden op palen voorzien. Omwille van het feit dat er in relatie tot het bestaande toestaand dient gebouwd te worden en dat de diepe funderingen van de bestaande brug niet kunnen verwijderd worden, wordt de nieuwe onderbouw vlak naast de bestaande voorzien. Omdat de nieuwe landhoofden over de bestaande ventwegen komen te liggen moeten ook de ventwegen verlegd worden.
Er wordt een nieuwe stalen geboogde brug gebouwd ten zuiden van de snelweg, verbonden op een deel fiets- en voetpad voorzien met verharding op volle grond in de snelwegtaluds die worden aangetakt op de ventwegen. De toegang tot de passerelle over de Leie gebeurt door twee betonnen trappen (voorzien van fietsgoot) ingepland aan elk landhoofd van de fietsbrug. De pijlers van de fietsbrug zijn in beton voorzien.
3.Sloop bestaande brug
Voor de vernieuwing van de brug vindt er sloop plaats van de bestaande brug, de bestaande ophangende passerelle alsook de tijdelijke constructie die worden opgezet.
4. Tijdelijke reliëfwijzigingen
Voor de aanleg van de tijdelijke fietsbrug en de tijdelijke snelwegbrug worden er zones langsheen de autosnelweg opgehoogd om de tijdelijke bruggen en/of de wegenis hiernaartoe te kunnen dragen. Na afloop wordt het reliëf hersteld naar de bestaande toestand.
5. Permanente reliëfwijzigingen
De reliëfwijziging wordt uitgevoerd ten zuiden van de Goedingebrug. Deze werken gebeuren tijdens de aanleg van de nieuwe fiets- en voetgangersbrug en autosnelwegbrug. Ter ondersteuning van de aanloophelling van de nieuwe fietsbrug.
De reliëfwijziging houdt ook de aanleg van ondiepe wadi’s in ter hoogte van de landhoofden van de nieuwe constructie. Ter hoogte van de aansluitingen van de aanloophellingen met de ventwegen, aan de voet van het fietspad, worden ook ondiepe wadi’s aangelegd.
6. Tijdelijke werfzones
Ter hoogte van de dienstzone van Drongen worden er tijdelijke werkzones voorzien voor stockage van materialen en machines, alsook voor een TOP en voor de plaatsing van de werfkeet. Ter hoogte van de rechteroever worden twee zones bijkomend ingenomen voor een TOP en materialen op deze oever.
Deze werfzones worden na de werken terug hersteld naar hun oorspronkelijke staat.
2. HISTORIEK
Er zijn geen relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen bekend.
3. WIJZIGINGSAANVRAAG
Op 17 januari 2025 werd een wijzigingsverzoek ingediend. Het is aan de vergunningverlenende overheid om dit wijzigingsverzoek te beoordelen.
BEOORDELING AANVRAAG
4. EXTERNE ADVIEZEN
Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.
5. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
5.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Gewestplan
Ten westen van de Leie en ten zuiden van de E40 ligt het projectgebied in ontginningsgebied met grondkleur groengebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
In deze gebieden dient rondom een afzonderingsgordel te worden aangelegd, waarvan de breedte vastgesteld wordt door de bijzondere voorschriften.
Na de stopzetting van de ontginningen dient de oorspronkelijke of toekomstige bestemming, die door de grondkleur op het plan is aangegeven, te worden geëerbiedigd. Voorwaarden voor de sanering van de plaats moeten worden opgelegd opdat de aangegeven bestemming kan worden gerealiseerd.
De groengebieden zijn bestemd voor het behoud, de bescherming en het herstel van het
natuurlijk milieu
De E40 zelf is gelegen in bestaande autosnelwegen volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
BPA
Ten oosten van de Leie, langs beide zijden van de E40 ligt het projectgebied in zone voor landschappelijk waardevol agrarisch gebied volgens het Bijzonder Plan van Aanleg Afsnee-Zuid (goedgekeurd op 2 februari 1989).
Teneinde het waardevolle open kouterlandschap te beschermen wordt geen enkele constructie of verharding toegelaten. Enkel landbouw onder vorm van weiland en akkerland is er toegelaten.
De E40 zelf is gelegen in een zone voor wegen volgens het Bijzonder Plan van Aanleg Afsnee-Zuid (goedgekeurd op 2 februari 1989).
Gemeentelijk RUP
Ten westen van de Leie en ten noorden van de E40 ligt het projectgebied in zone voor natuur in het Deelgebied Drongen - Keuzemeersen volgens het Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan THEMATISCH RUP GROEN (goedgekeurd op 6 december 2021).
Ten oosten van de Leieoever, langs beide zijden van de E40 ligt het projectgebied in zone voor natuur in het Deelgebied Afsnee – Leieoever volgens het Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan THEMATISCH RUP GROEN (goedgekeurd op 6 december 2021).
Deze zone is bestemd voor de instandhouding, het herstel en de ontwikkeling van natuur. Educatief en recreatief medegebruik zijn ondergeschikte functies.
Bestaande openbare wegenis kan behouden blijven. Herstel en heraanleg is mogelijk. Reliëfwijzigingen zijn enkel toegelaten in het kader van een goedgekeurd beheerplan.
De aanvraag is niet in overeenstemming met de delen van het projectgebied gelegen in ontginningsgebied met grondkleur groengebied volgens het gewestplan, landschappelijk waardevol agrarisch gebied volgens het BPA Afsnee-Zuid en zone voor natuur volgens het Thematisch RUP Groen.
Overeenkomstig art. 4.4.7 §2 van de VCRO kan een afwijking worden aangevraagd voor handelingen van algemeen belang met een beperkte ruimtelijke impact. Deze handelingen zitten vervat in hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, §2, en artikel 4.7.1, §2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
In art. 2 van dit besluit wordt bepaald welke handelingen worden beschouwd als handelingen van algemeen belang:
1° de openbare wegen, met inbegrip van de bijbehorende infrastructuur, zoals tunnels, viaducten, bruggen, duikers, langsgrachten, tolinfrastructuur en parkings;
8° alle handelingen van algemeen belang, aangewezen in artikel 3 van dit besluit;
14° de dienstenzones langs wegen;
Volgens art. 3 §1 kunnen volgende werken of combinaties van deze werken, beschouwd worden als handelingen van algemeen belang die een beperkte ruimtelijkje impact hebben en die van toepassing zijn op de werken aan de Goedingebrug:
1° de aanleg, wijziging of uitbreiding van openbare fiets-, ruiter- en wandelpaden, en andere paden voor de zwakke weggebruiker;
3° de wijziging of uitbreiding van gemeentelijke verkeerswegen tot maximaal twee rijstroken;
4° de aanhorigheden en kunstwerken bij lijninfrastructuren;
10° de aanleg, wijziging of uitbreiding van infrastructuren en voorzieningen met het oog op de omgevingsintegratie van een bestaande of geplande infrastructuur of voorziening, zoals bermen of taluds, groenvoorzieningen en buffers, werkzaamheden in het kader van natuurtechnische milieubouw, geluidsschermen en geluidsbermen, grachten en wadi's, voorzieningen met het oog op de waterhuishouding en de inrichting van oevers;
14° werfzones en tijdelijke (grond)stockages met het oog op de uitvoering van de handelingen, vermeld in punt 1° tot en met 13°;
Ook de werken vermeld in art. 3 §2 kunnen beschouwd worden als werken van algemeen belang met een beperkte ruimtelijke impact. Deze handelingen mogen niet in ruimtelijk kwetsbaar gebied uitgevoerd worden en de aanvrager dient te motiveren waarom deze handelingen een ruimtelijke beperkte impact hebben. Volgende handelingen, die betrekking hebben op de werken die zullen uitgevoerd worden, kunnen hier betrekking op hebben:
3° de wijziging of uitbreiding van :
c) bestaande of geplande openbare verkeerswegen, met inbegrip van het wijzigen en uitbreiden van bestaande of geplande op- en afritcomplexen;
14° werfzones en tijdelijke (grond)stockages met het oog op de uitvoering van de handelingen, vermeld in punt 1° tot en met 13°;
De handelingen die niet onder paragraaf 1 vallen, mogen niet worden uitgevoerd in een ruimtelijk kwetsbaar gebied, tenzij die handelingen door de aard, ligging en oppervlakte ervan geen significante invloed met zich mee brengt.
Dit betreft alle handelingen die in ontginningsgebied met grondkleur groengebied volgens het gewestplan en in zone voor natuur volgens het Thematisch RUP Groen gebeuren. Er wordt als volgt gemotiveerd:
- De tijdelijke reliëfwijziging gebeurt in functie van de aanleg van de tijdelijke bruggen. De tijdelijke bruggen worden enkel voorzien in de periode dat het zuidelijk gedeelte van de brug afgebroken wordt en heropgebouwd. Na het in functie stellen van de gedeeltelijke nieuwe brug, worden de tijdelijke bruggen verwijdert en de tijdelijke reliëfwijziging ongedaan gemaakt.
- De tijdelijke werfinnames worden gemotiveerd waarbij wordt aangetoond dat de tijdelijke inname geen significante invloed heeft op de bestemming. De terreinen wordt na de werken hersteld in oorspronkelijke staat.
- Volgens het gewestplan ligt de handeling van BRUGGEN en RELIEF in het ontginningsgebied met nabestemming natuurgebied en bijzonder ontginningsgebied met nabestemming natuurgebied.
Deze aanduiding komt echter niet overeen met het nabijgelegen VEN-gebied: ‘’De vallei van de benedenleie”. Waar de desbetreffende bestemming ter interpretatie van toepassing is. Hierdoor kunnen we afleiden dat de werken zich niet zullen voordoen in Ontginningsgebied met nabestemming natuurgebied. Alle handelingen, de constructie van de bruggen en reliëfwijzigingen, vinden plaats binnen de contouren van de ventwegen die reeds aanwezig zijn en gelegen langsheen de autostrade. Hierbij zal de aanloophelling van de nieuwe fietsbrug in het snelwegtalud verwerkt worden en de nabijgelegen ventwegen gedeeltelijk gewijzigd worden van positie.
De nieuwe brug zal een breder profiel innemen om te voldoen aan de actuele veiligheidsnormen, dit in lijn met de snelweg langs weerszijden van de brug, dit kan aldus aanzien worden als ruimte binnenin de bestemming voor de bestaande autosnelweg/lijninfrastructuur aanzien worden.
Alle stedenbouwkundige handelingen alsook tijdelijke werfinnames en reliëfwijzigingen worden afdoende gemotiveerd in functie van onverenigbaarheid ten opzichte van de bestemming of ligging binnen een ruimtelijk kwetsbaar gebied. Op basis van deze motivatie zijn we van oordeel dat alle werken en handelingen in overeenstemming zijn met de bestemming of beschouwd worden als handelingen van algemeen belang met een beperkte ruimtelijke impact.
5.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
5.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gewestweg.
5.5. Archeologienota
Het dossier bevat een archeologienota met ID 32051 en als onderwerp ‘Vooronderzoek Gent Goedingebrug’ raadpleegbaar via https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/32051. er is akte genomen van de nota door het agentschap Onroerend Erfgoed op 13/01/2025.
De archeologienota toont gemotiveerd aan dat er geen verder archeologisch onderzoek moet plaatsvinden.
6. WATERPARAGRAAF
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf. Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht:
Over het volledige projectgebied wordt er in totaal 8885,4 m² verharding aangelegd. De aangelegde verharding bevindt zich op openbaar domein. Dienst Wegen Bruggen en Waterlopen geeft advies op het openbaar domein.
De afvoer van het hemelwater op de nieuwe brug zal in lijn zijn met het bestaande afvoersysteem onder de vorm van infiltratie (infiltratiebermen, wadi’s).
Langs de westelijke oeverstrook van de Leie wordt het gebied in de projectcontour aangeduid als pluviaal overstromingsgevoelig gebied. Hiervoor verwijzen we naar het advies van de Vlaamse Waterweg.
Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.
In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.
7. NATUURTOETS
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.
Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:
Het projectgebied grenst ten zuiden aan het VEN-gebied ‘De Vallei van de Benedenleie’ (GEN(O)-213) deels opgenomen als erkend natuurreservaat.
Een deel van het gebied is eveneens gelegen binnen het thematisch RUP 169 Groen, dit enerzijds ten noorden van de E40, waar het noordelijk deel van de Keuzemeersen herbestemd werd naar natuurgebied, en anderzijds in het oosten, waar een breedte van 30 m langsheen de rechteroever van de Leie herbestemd werd naar natuurgebied.
Er wordt een vegetatiewijzing aangevraagd van een verboden te wijzigen vegetatie voor de tijdelijke inname van ca. 1631m² historisch permanent grasland (HPG) gelegen ter hoogte van de Keuzemeersen. In realiteit blijkt de zone waarop de overlap slaat echter betrekking te hebben op de wegberm, gracht en houtkant langs Keuze, waardoor het in de feiten geen historisch permanent grasland is. Na de realisatie van het project dient er een nieuwe (gracht met) houtkant gerealiseerd te worden.
Voor de realisatie van de fietsbrug is inname van de zuidelijke brugtalud noodzakelijk. Hier komt een houtkant voor met gemengd loofhout. Deze bermvegetatie is in hakhoutbeheer en is actueel niet als bos te beschouwen. Er is dus geen sprake van ontbossing ten gevolge van dit project.
Waar vegetaties tijdelijk worden ingenomen wordt nadien herstel voorzien. Onder de brug komt door het verwijderen van de passerelle en het verplaatsen van de brugpijlers een strook van 6m vrij, dewelke zodanig wordt ingericht dat deze kan fungeren als corridor. De taluds langs de nieuwe fiets- en voetgangersbrug worden evenzeer in de mate van het mogelijke ingezaaid/beplant.
Voor de pijlers en de ingrepen in de talud is geen bemaling nodig. Realisatie van de fietsbrug zal evenwel enige bemaling vergen. Echter wordt bemaald in gesloten en waterdichte bouwkuip, wat effecten op de omgeving uitsluit.
Aandachtspunt vormt de aanwezigheid van Japanse duizendknoop grenzend aan het projectgebied. De Groendienst vraagt om tijdens de werken heel zorgvuldig met deze haarden om te gaan (volgens de bepalingen van SV 250), teneinde de verspreiding van deze haarden in en rond het projectgebied te vermijden.
Voor de tijdelijke inname van gronden van Stad Gent (Groendienst) en OCMW Gent worden er parallel met de vergunningsprocedure verdere afspraken gemaakt.
8. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 27 januari 2025 tot en met 25 februari 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden 5 bezwaarschriften ingediend.
De bezwaren worden als volgt samengevat en besproken:
8.1. Geluidshinder
Een brug van een autosnelweg naast een VEN-gebied, op 200 m van het natuurgebied van de Keuzemeersen zorgt zonder de uitvoering van een milderende maatregel tegen de lawaaihinder van het verkeer voor een aanzienlijk negatief effect qua rustverstoring als gevolg van de veroorzaakte geluidsbelasting op broedvogelpopulaties.
In het vergunningsdossier wordt dus ten onrechte geantwoord met "Nee" op de vraag of er aanzienlijke effecten te verwachten zijn. Dit is in tegenspraak met de bevindingen in de Verscherpte Natuurtoets en andere documenten, die aantonen dat er wel degelijk significante effecten te verwachten zijn.
Dit wordt onvoldoende gemotiveerd in de project-MER en de natuurtoets. Het project voorziet onvoldoende in concrete en effectieve geluidsreducerende maatregelen om de impact op het nabijgelegen natuurgebied te minimaliseren.
Er wordt onvoldoende ingegaan op de mogelijkheden van beplanting, vooral in de vorm van dichte bomenrijen en struiken, als natuurlijke barrière tegen geluid.
In het Voorbeeldenboek Geluidswerende Maatregelen opgesteld door agentschap Wegen en Verkeer en het team Vlaams bouwmeester (pagina 80-83) worden al aanbevelingen gedaan voor het deel van de E40 waar zich ook de Goedingebrug bevindt. Cruciaal hierbij is de aanleg van hagen dicht bij de geluidsbron (de E40) en voldoende hoge bomen op de taluds en in de directe omgeving. Daarnaast hebben geluidsschermen (pagina 10-19) een significant effect op het geluidsniveau.
Bespreking bezwaar:
De afbraak en opbouw van de brug zal tijdelijk een verhoging van geluidemissies veroorzaken dewelke inherent verbonden zijn aan deze aanlegfase. De brug dient om stabiliteitsredenen vervangen te worden en de voorziene vervanging dient voor een verbetering van de bestaande situatie. Aangezien het project niet zal leiden tot een toename van de verkeersintensiteiten tijdens de exploitatiefase, zal de geluidsbelasting niet toenemen als gevolg van het project. De hernieuwing van de brug zal de geluidsbelasting zelfs in zekere mate verminderen door een verbeterd wegdek.
Bovendien zullen er, cfr. de mer-screening, bij de uitvoering van de werkzaamheden maatregelen genomen worden die specifiek gericht zijn op het reduceren van geluidsbelasting:
- Aanleg stobbenwal onder de brug als afscherming en geleidend element
- Inrichten van de vrijgekomen 6 m brede corridor/oeverzone langs de stobbenwal
- Maken van aansluiting corridor onder de brug op vegetaties in aanpalende meersengebieden.
- Aangepast verlichtingsconcept ten voordele van nachtactieve fauna
Om de negatieve impact op de rustverstoring als gevolg van de veroorzaakte geluidsbelasting op broedvogelpopulaties te mitigeren wordt verwezen naar het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos.
8.2. MER-plicht:
Het project in zijn huidige vorm noodzaakt een volledige MER (MER-plicht) gezien er aanzienlijke effecten te verwachten zijn (70 > 45dB(A)). Ofwel wordt dus een geluidsbescherming in het project geïntegreerd als milderende maatregel via een bijsturing, ofwel zal bij de opmaak van een volledige MER duidelijk worden dat een geluidsbescherming toch noodzakelijk is.
Bespreking bezwaar:
Aan deze vergunningsaanvraag werd een mer-screening (bijlage 3) toegevoegd. De vergunningverlenende overheid heeft dit onderzocht bij de volledigheid, een mer-screening is voldoende.
8.3. Effecten op biodiversiteit
Het projectgebied grenst direct aan de Keuzemeersen, een Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN). In het vergunningsdossier wordt ten onrechte geantwoord met "Nee" op de vraag of de aanvraag effecten kan veroorzaken op een gebied dat deel uitmaakt van het VEN. Dit is onjuist, gezien de ligging van het project direct grenzend aan VEN-gebied. Er kan worden gesteld dat de nieuwe brug zorgt voor een aanzienlijke rustverstoring tijdens de exploitatiefase.
Herstelplan natuurgebied:
Het project veroorzaakt tijdelijke ecotoop-inname door de inrichting van werkzones en de aanleg van
tijdelijke infrastructuur. Permanente innames zijn beperkt tot de grondprojectie van de brug en talud. In het dossier wordt geen gedetailleerd plan voor de herbeplanting en het herstel van de vegetatie na de werken voorgelegd.
- Er is geen gedetailleerd plan voor de inrichting van de ecopassage met stobbenwal ter hoogte van de vrijgekomen ruimte onder de brug. Het is dus niet duidelijk hoe deze zal bijdragen aan de ecologische corridorfunctie.
- De aanvraag vermeldt bovendien dat schanskorven voorzien worden waarop vegetatieve ontwikkeling mogelijk is. Het is echter niet duidelijk hoeveel en waar deze schanskorven worden voorzien.
- Het is onduidelijk in hoeverre de voorgestelde vegetatie voldoende divers en kwalitatief hoogstaand is om de biodiversiteit te bevorderen en de ecologische waarde van het gebied te versterken.
Bespreking bezwaar:
Waar vegetaties tijdelijk worden ingenomen wordt nadien herstel voorzien.
Onder de brug komt door het verwijderen van de passerelle en het verplaatsen van de brugpijlers een strook van 6 m vrij, dewelke zodanig wordt ingericht dat deze kan fungeren als corridor.
Voor de tijdelijke inname van gronden van Stad Gent (Groendienst) en OCMW Gent worden er parallel met de vergunningsprocedure verdere afspraken gemaakt.
8.4. Waterafvoer
De voorziene infiltratiebermen en wadi’s zijn dienen enkel het extra snelwegwater te verwerken. Studies tonen aan dat afstromend water van snelwegen verschillende verontreinigende stoffen bevat. Zonder adequate behandeling kunnen deze verontreinigingen waterlopen en ecosystemen negatief beïnvloeden, wat leidt tot waterverontreiniging en schade aan aquatische organismen in de Leie. De bezwaarindiener verzoekt met aandrang om de nodige effectieve beheersmaatregelen, zoals bezinkingsbekkens, filterstroken en vegetatieve buffers, te realiseren in het project om de impact van snelwegafwatering op het milieu te minimaliseren.
Bespreking bezwaar:
Hemelwater dat op een openbare weg valt en waarop voertuigen rijden, wordt doorgaans niet beschouwd als afvalwater, maar als afstromend hemelwater. Volgens de Vlaamse wetgeving moet hemelwater dat van een snelweg afvloeit op een verantwoorde manier worden afgevoerd om wateroverlast en verontreiniging van het milieu te voorkomen. De infiltratiebermen en wadi’s zijn ontworpen om het water te infiltreren en op een gecontroleerde manier af te voeren, waardoor de kans op verontreiniging van oppervlaktewater beperkt wordt. Deze maatregelen worden geacht effectief te zijn in het afvangen van verontreinigende stoffen, doordat de afvoer via deze natuurlijke systemen wordt gefilterd. Bovendien is er een mogelijkheid tot periodieke inspectie en onderhoud van deze voorzieningen om de werking te garanderen.
8.5. Veiligheid fietsers
De bouw van 2 bruggen langs beide kanten van de snelweg zou het mogelijk maken om één brug enkel voor fietsers en één brug enkel voor voetgangers te voorzien, hetgeen de veiligheid van de voet- en fietsgangers over deze bruggen aanzienlijk zou verbeteren.
De aanbevelingen van het Vademecum fietsvoorzieningen m.b.t. de hellingen worden onvoldoende gevolgd. In het bijzonder gaat het ontwerp in tegen de volgende punten:
De zichtbaarheid tussen fietsers op de brughellingen en verkeer op de nevenwegen is essentieel voor de veiligheid. Het is op de plannen onduidelijk of de afscheiding tussen de fietshelling en de nevenweg laag of doorzichtig genoeg is om tot een voldoende conflictpresentatie te komen. Ook de aanleg van de groenstroken rondom de hellingen moet erop voorzien zijn om de wederzijdse zichtbaarheid te maximaliseren.
Het ontwerp voorziet op de aansluitingen van de hellingen met de nevenwegen een scherpe asverschuiving op de fietslijn om de dalende fietsers te vertragen en zo het risico op aanrijdingen te verkleinen. Bewaarindieners zijn echter bezorgd dat dit een averechts effect zal hebben. De nevenwegen hebben immers een zeer rustig karakter, waardoor het zelden effectief tot conflicten zal komen. Dit kan dalende fietsers aanmoedigen om de bocht af te snijden, waarbij ze net in conflict kunnen komen met fietsers die de brug oprijden. Om dit te vermijden zou het beter zijn om flauwere bochten te voorzien bij de aansluitingen op de nevenwegen, zodat dalende fietsers vanop de rechterweghelft vlot aansluiting kunnen vinden op de nevenweg, zoals in het roze aangegeven op onderstaande figuur.
Bespreking bezwaar:
Het spreekt voor zich dat twee aparte bruggen gereserveerd voor respectievelijk voetgangers en fietsers het aantal potentiële conflicten vermindert en de veiligheid verhoogt.
Met betrekking tot de Goedingebrug willen we dit echter niet opleggen. Het aantal voetgangers en fietsers die momenteel deze brug gebruiken maakt de substantiële meerkost van een tweede extra brug niet te verantwoorden. Uit verkeersonderzoek en observaties op verschillende momenten konden we immers vast stellen dat het aantal gebruikers van de brug heel laag ligt (zo werden er tijdens een ochtend- en avondspitstelling in totaal 12 fietsers geteld of 1 Fietser per 10 minuten).
De hellingen van de nieuwe fietsbrug beantwoorden weldegelijk aan de norm. Het startpunt van de eigenlijke helling bevindt zich op 9,04 m en het hoogste punt komt op 13,967m te liggen. Het hoogteverschil bedraagt niet meer dan 5m.
Ter hoogte van de eigenlijke brug worden er overgangsbogen voorzien en nemen de hellingen af. Ook aan de voet van de hellingen worden overgangsbogen voorzien voor aansluiting naar bestaande toestand.
Tenslotte is de voorziene nettobreedte van de brug meer dan wat in het fietsvademecum wordt voorgeschreven. Het voorziene profiel voldoet dus vanuit technisch oogpunt.
Het bezwaar over de afscheiding is een terechte opmerking. De leuningen hebben een voorziene hoogte van 1,20m. Gezien de hogere ligging van het fietspad t.o.v. de rijweg is niet duidelijk of fietsers vanaf de rijweg voldoende zichtbaar zullen zijn. Het is daarnaast ook niet duidelijk in hoever deze leuning voldoende transparant zal zijn. Dit aspect moet verder in detail worden bekeken.
Aansluitend stellen wij voor om fietsverkeer van en naar de fietsbrug in de voorrang te brengen t.o.v. de parallelle lokale weg. In combinatie met een goede conflictpresentatie zal dit de veiligheid ten goede komen.
Ook de opmerking over de aansluiting met de nevenwegen kunnen wij volledig volgen. Volgens het huidige ontwerp gaan fietsers inderdaad de bocht afsnijden en zo in conflict komen met tegenoverliggend fietsverkeer (rode rijlijn). De aansluithoeken moeten dus kleiner worden (paarse lijn), waardoor fietsers wel de beoogde rijlijn zullen volgen (groene rijlijn). Hierbij is het wel essentieel om de parallelle lokale weg uit de voorrang te halen (haaientanden: zie gele lijn).
8.6. Bodem
Het grote grondverzet zal een verstoring van de huidige bodem veroorzaken en ook veel zonevreemde grond aanbrengen. De fundering van de pijler van de voorgestelde fietsbrug (op het talud) vraagt een waterdichte bouwput om verspreiding van de aanwezige restverontreiniging in het grondwater te vermijden
Bespreking bezwaar:
We begrijpen de zorgen over de mogelijke verstoring van de bodem. Deze zaken zijn echter niet van stedenbouwkundige aard. Het zijn zaken die bij de uitvoering mee in rekening gebracht moeten worden.
8.7. Lucht
In de huidige situatie (gebaseerd op data van 2023) worden de Europese grenswaarden niet overschreden, maar anderzijds worden de WHO-advieswaarden wel overschreden. Aangezien deze overschrijdingen in landelijk gebied gebeuren, kan men dit niet zonder meer negeren. De impact op het natuurgebied De Keuzemeersen moet beperkt worden door flankerende maatregelen.
Het beperken van het snelheidsregime tot 90 km/u, analoog aan het viaduct van de E17, zou een positieve bijdrage geven aan de luchtkwaliteit én leefbaarheid in de nabijgelegen woonkernen.
Bespreking bezwaar:
Luchtvervuiling betreft een stedelijke problematiek waarvoor een globale aanpak noodzakelijk is. Vanuit stedenbouwkundig standpunt mag een dergelijke problematiek de bouw van het project niet hypothekeren.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Het betreft de vervanging van de Goedingebrug over de Leie. De vervanging van de brug is noodzakelijk uit veiligheidsoverwegingen. De vervanging van de wegbrug impliceert ook de vervanging van de passerelle, die onder de wegbrug hangt. Voorliggende studie onderzoekt de mogelijkheden om een nieuwe/kwalitatieve verbinding over de Leie te vormen voor de actieve weggebruiker.
De Goedingebrug wordt vernieuwd en voorzien van een breder wegprofiel. De bestaande brug wordt gesloopt en vervangen door een nieuwe brug. In het zuiden wordt de nieuwe snelwegbrug en de nieuwe fiets- en voetgangersbrug gebouwd.
Na de werken zal er enkel een verbetering van de situatie te zien zijn. Het brugwegdek is breder dan voorheen en voorziet in 3 rijstroken en 1 pechstrook langs beide kanten. Dit in lijn met de actuele richtlijnen omtrent verkeersveiligheid. Voor voetgangers en fietsers zal er geen hinder voorzien worden, aangezien de tijdelijke passerelle tijdens de werken de functie van de huidige verbinding overneemt en de nieuwe brug na realisatie voorziet de bestaande voetgangersverbinding herbevestigd en een verbetering betekent binnen het fietsnetwerk.
Dit dossier werd uitvoerig besproken met de betrokken stadsdiensten. De aansluiting van de nieuwe fiets- en voetgangersbrug op de bestaande wegenis verdient extra aandacht en is nog steeds zeer haaks, niet zoals werd geadviseerd. Deze aansluiting moet veel vloeiender. Het huidige ontwerp houdt geen rekening met de manier waarop een fietser een bocht aansnijdt.
Het huidige ontwerp zal er toe leiden dat fietsers de bocht gaan afsnijden en zo in conflict gaan komen met het tegenoverliggend fietsverkeer (zie rode lijn). De aansluithoeken moeten dus juist kleiner worden (zie paarse lijn), waardoor fietsers wel de beoogde rijlijn zullen volgen (zie groene lijn). Hierbij is het wel essentieel om de parallelle lokale weg uit de voorrang te halen (zie gele lijn = haaientanden).
De zichtbaarheid tussen fietsers op de brughellingen en het verkeer op de nevenwegen is essentieel voor de veiligheid. De leuningen hebben een voorziene hoogte van 1,20m. Gezien de hogere ligging van het fietspad t.o.v. de rijweg is niet duidelijk of fietsers vanaf de rijweg voldoende zichtbaar zullen zijn. Het is daarnaast ook iet duidelijk in hoever deze leuning voldoende transparant zal zijn. Dit aspect moet verder in detail bekeken worden. Aansluitend stellen we voor om fietsverkeer van en naar de fietsbrug in de voorrang te brengen ten opzicht van de parallelle lokale weg. In combinatie met een goede conflictpresentatie zal dit de veiligheid ten goede komen.
De tijdelijke fiets- en voetgangersbrug is nodig tot de definitieve brug gerealiseerd is, zodat er op elk moment een connectie is voor fietsers en voetgangers.
Mits rekening te houden met bovenstaand advies kan de aanvraag gunstig geadviseerd worden.
CONCLUSIE
Voorwaardelijk gunstig advies, de aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening en voor het project kan een afwijking toegestaan worden in het kader van handeling van algemeen belang.
De aanvraag wordt beslist door de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen aan de Vlaamse Regering over omgevingsvergunningsaanvragen die door de Vlaamse Regering worden behandeld (vlaamse projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor de vervanging van de Goedingebrug over de Leie van Afdeling Wegen en Verkeer Oost-Vlaanderen, gelegen te Goedingebrug - E40 -, 9031 Gent.
Verzoekt de Vlaamse Regering om volgende voorwaarden voor de geplande werken op te nemen:
Openbaar domein:
Opbouw:
De detaillering van volgende onderdelen is verder af te stemmen met Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen van Stad Gent:
Fietsveiligheid:
- De aansluiting van de nieuwe fiets- en voetgangersbrug op de bestaande wegenis verdient extra aandacht en dient aangepast te worden. Deze is nog steeds zeer haaks, niet zoals door het Mobiliteitsbedrijf werd geadviseerd. Deze aansluiting moet veel vloeiender. In het huidige ontwerp gaan fietsers de bocht afsnijden en in conflict komen met het tegenoverliggend fietsverkeer. De aansluithoeken moeten juist kleiner worden, waardoor fietsers wel de beoogde rijlijn zullen volgen.
- Het aspect met betrekking tot de zichtbaarheid tussen fietsers op de brughellingen en het verkeer op de nevenwegen moet verder in detail bekeken worden. Gezien de hogere ligging van het fietspad t.o.v. de rijweg is niet duidelijk of fietsers vanaf de rijweg voldoende zichtbaar zullen zijn. Het is daarnaast ook iet duidelijk in hoever deze leuning voldoende transparant zal zijn.
- Het fietsverkeer van en naar de fietsbrug wordt in de voorrang gebracht ten opzicht van de parallelle lokale weg. In combinatie met een goede conflictpresentatie zal dit de veiligheid ten goede komen.
- De tijdelijke fiets- en voetgangersbrug is nodig tot de definitieve brug gerealiseerd is, zodat er op elk moment een connectie is voor fietsers en voetgangers.
Verzoekt de Vlaamse regering om volgende aandachtspunten op te leggen aan de aanvrager:
Openbaar domein:
De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.
De bouwheer/vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken.
Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, via afgifte op het Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: wegen@stad.gent of per post aan Stad Gent t.a.v. Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.
Deze dient ten laatste twee weken voor aanvang van de werken verstuurd of afgegeven te worden, indien deze laattijdig ingediend wordt kan deze niet als tegensprekelijk beschouwd worden.
U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).
In functie van een werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld).
Grondwater:
Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.
In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.