Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Lorenzo Verleye - Nele Vandamme met als contactadres Dotterbloemweg 12 bus 202, 9820 Merelbeke hebben een aanvraag (OMV_2024108438) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 19 december 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het bouwen van een eengezinswoning
• Adres: Lammeken , 9031 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie C nr. 1366R
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 10 januari 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 24 februari 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag omvat het bouwen van een nieuwe, vrijstaande woning op een braakliggend terrein langs Lammeken in Baarle bij Drongen. De omgeving kenmerkt zich als een randstedelijk verkaveld gebied waar voornamelijk vrijstaande eengezinswoningen voorkomen.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De woning wordt voorzien op 6m van de straat (5m inclusief luifel) en op 3m van de rechterperceelsgrens en 3m van de linkerperceelsgrens (2m inclusief luifel).
De eerste 8m van de woning (met een breedte van 5,50m tot 7m) wordt ingericht als garage en afgewerkt met een plat dak. Van dit platte dak wordt een deel aangelegd als dakterras, de rest als groendak. Erachter wordt een volume met een diepte van 12,13m (inclusief overdekt terras) op het gelijkvloers en 8,40m op de verdieping opgericht afgewerkt met een eenzijdig hellend dak. De breedte van dit volume is 11,50m (exclusief luifel). Op zowel het platte dak van het overdekt terras als de garage wordt een dakterras ingericht.
De kelder wordt ingericht als mancave. Om licht te krijgen in deze ruimte wordt er links naast de woning een deel afgegraven als een soort vide (11m²).
Voor de gevelafwerking werd voor het woonvolume gekozen voor een buitengevelisolatiesysteen met pleister en betonlook, de uitspringende garage wordt voorzien van een gevelbekleding met verticale houten balken ( incl. zelfde afwerking voor de poort). De woning wordt traditioneel gebouwd met snelbouwbakstenen voorzien van noodzakelijke structurele betonelementen, alles afgewerkt met isolatie en crepi.
In de voortuin wordt een parking (36m²) gelegd om twee auto’s de kunnen stallen en een pad (6,50m²) naar het terras in de rechter zijtuin (31m²). In de linker zijtuin wordt een pad naar de voordeur gelegd, deels onder de luifel.
2. HISTORIEK
Er zijn geen relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen bekend.
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling. Alle verkavelingen voor dit perceel zijn vervallen.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op volgende punten:
- Artikel 1.2 – Vellen van bomen
Onverminderd de bepalingen van het bosdecreet van 13 juni 1990, mag niemand zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen een boom vellen, voor zover die boom op een hoogte van 1 meter boven het maaiveld een stamomtrek heeft van minstens 50 centimeter of ter hoogte van het maaiveld een stamomtrek heeft van minstens 75 centimeter, en dit voor zover deze boom geen deel uitmaakt van een bos.
Bij meerstammigheid wordt elke stam afzonderlijk beschouwd.
Er moet opgemerkt worden dat er ter hoogte van de rooilijn een meerstammige boom staat, dit is te zien op foto’s 1 en 2. Er zit geen plan van de bestaande toestand, maar de foto’s laten wel uitschijnen dat de boom er staat. In de nieuwe toestand maakt deze boom plaats voor de oprit. Ook uiterst links vooraan het perceel staat er vermoedelijk een boom.
Vermoedelijk is het rooien van deze bomen vergunningsplichtig. Door het ontbreken van een plan bestaande toestand is het moeilijk om dit na te gaan.
- Artikel 3.2 – Beperken van verhardingen
Het verharden van oppervlaktes moet tot een minimum beperkt worden. Verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.
Er wordt ca. 36m² verharding aangelegd in de voortuin voor het stallen van wagens. De woning beschikt over een inpandige garage waar al één wagen gestald kan worden. Er worden dus drie parkeerplaatsen voorzien bij de woning. Het voorzien van parkeerplaatsen dwars op de straat legt een claim op het openbaar domein omdat er over een afstand, langer dan een klassieke uitrit van 3,50m, niet meer langs de straat kan worden geparkeerd. Ook verhoogt dit de verkeersonveiligheid omwille van de achteruitbeweging die gemaakt moet worden.
Er zal slechts één oprit met een breedte van maximum 3,50m op het openbaar domein worden toegestaan. Alle parkeerplaatsen op het private domein moeten via deze oprit bereikbaar zijn.
De resterende breedte van de nieuw aangelegde verharding dient duidelijk afgescheiden te worden ter hoogte van de rooilijn door middel van een haag/beplanting of muurtje.
De voordeur dient bereikbaar te zijn via de toegestane oprit met een pad langs de gevel, er wordt geen extra verharding hiervoor toegestaan op het openbaar domein.
Op privaat domein zal in de voortuin enkel de strikt noodzakelijke verharding om de garage en de voordeur te bereiken toegestaan worden.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het terrein is momenteel braakliggend.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
Hemelwaterput
Het dak van de nieuwbouwwoning heeft een oppervlakte van 165,37m², waarvan 78,02m² als groendak wordt aangelegd. Er wordt nergens vermeld wat het buffervolume van de groendaken is. We gaan er bijgevolg vanuit dat dit minder is dan 50l/m².
Er moet bijgevolg een hemelwaterput met een inhoud van 10.000l geplaatst worden.
De hemelwaterput moet uitgerust worden met een pompinstallatie die voorziet in het hergebruik van het opgevangen hemelwater voor toiletspoeling, poetswater, wasmachine en gebruik buiten.
Infiltratievoorziening
De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een voldoende ruim gedimensioneerde bovengrondse infiltratievoorziening. In het hemelwaterformulier wordt gezegd dat er de afwaterende oppervlakte voor berekening van de infiltratievoorziening 153,96m² bedraagt. Vermoedelijk wordt het terras achteraan bij de dakoppervlakte gerekend. Het terras achteraan kan echter infiltreren in de tuinzone waardoor dit niet hoeft meegerekend te worden.
De verlaging in de linkerzijtuin ter hoogte van de kelder moet wel meegerekend worden aangezien het hemelwater dat hierin terecht komt niet kan infiltreren. Dit is een oppervlakte van ca. 8m². Samen met de dakoppervlakte bedraagt de in rekening te brengen afwaterende oppervlakte 143,37m².
Dit resulteert in een wadi met een infiltratieoppervlakte van 11,47m² en een buffervolume van 4731l. Volgens het hemelwaterformulier wordt er een infiltratievoorziening met een infiltratieoppervlakte van 12,50m² en een buffervolume van 6940l geplaatst. De voldoet aan de gewestelijke hemelwaterverordening.
Op de plannen is echter een wadi van 27m² getekend. In principe kunnen we ook hier mee akkoord gaan, maar de infiltratievoorziening hoeft niet zo groot te zijn.
Bodem
De aanleg van de ondergrondse constructie mag er geenszins voor zorgen dat er een permanente drainage optreedt met lagere grondwaterstanden tot gevolg. Een dergelijke permanente drainage is immers in strijd met de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid waarin is opgenomen dat verdroging moet voorkomen worden, beperkt of ongedaan gemaakt. De ondergrondse constructie dient dan ook uitgevoerd te worden als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.
Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.
In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar. Daarnaast zijn er nog mogelijke stikstofemissies afkomstig van niet-ingedeelde stationaire bronnen van het project en tijdens de aanlegfase door vervoer of niet-ingedeelde stationaire bronnen. Deze zijn echter beperkt.
De NOx uitstoot van het totale project is minder dan de emissies waarbij een overschrijding optreedt van de 1% minimisdrempel.
Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Er worden geen waardevol groen of (straat)bomen verwijderd. We merken wel op dat de oprit minstens 1m afstand moet houden van de straatboom. Ook de aansluiting naar de riolering moet op minstens 3m van de straatbomen gebeuren. Volgens het rioleringsplan is deze nu ingetekend vlak naast de straatboom.
Er moet ook opgemerkt worden dat er ter hoogte van de rooilijn een meerstammige boom staat, dit is te zien op foto’s 1 en 2. Er zit geen plan van de bestaande toestand, maar de foto’s laten wel uitschijnen dat de boom er staat. In de nieuwe toestand maakt deze boom plaats voor de oprit.
Er wordt in het ontwerp onvoldoende rekening gehouden met de impact op de straatbomen waardoor wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets niet doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag gaat uit van het bouwen van een vrijstaande woning op een braakliggend terrein. De totale bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt ca. 20m. De bouwdiepte op de verdieping wordt in principe gemeten vanaf de voorbouwlijn van de woning en bedraagt in dit geval ca. 17m. Wanneer het dakterras erbij rekenen bedraagt de bouwdiepte op de verdieping ook bijna 20m. In voortraject met de Stad Gent (en niet de dienst Ruimtelijke Ordening van Maldegem zoals in de nota staat) werd meegegeven dat de maximale bouwdiepte op het gelijkvloers 15m mocht bedragen en op de verdieping 12m om de impact naar de aanpalende woningen te beperken en een compacte woning te bouwen.
In het gewone weefsel in het Buitengebied is de bestaande bouwhoogte dikwijls slechts één bouwlaag. Meerdere bouwlagen zijn mogelijk, echter niet in functie van verdichting, maar veeleer in functie van ontharding. De woning uit de aanvraag heeft een footprint van ca. 160m² wat in principe aanvaardbaar is, maar rondom de woning worden alle hoeken opgevuld met verharding. Deze werken zorgen ervoor dat ca. 290m² van het 612m² grote perceel ingenomen is. Dit komt neer op een bezettingsgraad van 47%. Op percelen van dergelijke grootte mikken we op een maximale bezettingsgraad van 40%. Zeker bij nieuwbouwprojecten proberen we zoveel mogelijk te streven naar dit percentage. De omgeving kenmerkt zich als een residentiële woonwijk met vrijstaande woningen op ruime percelen met veel privaat groen. Dit karakter moet bewaart blijven. De opmerkingen in punt 4.3 van dit verslag en de negatieve natuurtoets sluiten hierbij aan.
Over de impact op de aanpalende percelen wordt de inkijk opgelost door geen ramen in de zijgevels in de voorzien. De dakterrassen doen deze ingreep echter teniet. Dakterrassen worden steeds met de nodige voorzichtigheid benaderd. De dakterrassen bevindt zich op een grote hoogte, waardoor dit fungeert als een uitkijkpost over de aanpalende woningen en tuinen. Dit brengt de privacy van de omwonenden in het gedrang. Bovendien betreft het ontwerp een eengezinswoning met tuin, waardoor een extra buitenruimte in de vorm van een dakterras niet strikt noodzakelijk is.
Tenslotte willen we ook nog opmerken dat een ontwerp waarbij de garage als eerste volume zichtbaar is in de straat en de woning achteraan staat geen positief beeld geeft naar de straat toe: visueel zullen enkel twee parkeerplaatsen en een garagepoort zichtbaar zijn vanaf de straat. Hierdoor zal een levendig straatbeeld en contact met de straat ontbreken.
Omwille van bovenstaande redenen komt het ontwerp niet voor vergunning in aanmerking.
CONCLUSIE
Ongunstig, de aanvraag is niet in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening en doorstaat de natuurtoets niet.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het bouwen van een eengezinswoning aan Lorenzo Verleye - Nele Vandamme gelegen te Lammeken , 9031 Gent.