Terug
Gepubliceerd op 07/03/2025

2025_CBS_02006 - OMV_2024084110 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een inrichting voor het verwerken van baggeren ruimingsspecie en gronden in functie van hergebruik (IIOA) - met openbaar onderzoek - Pleitstraat, 9042 Gent - Advies

college van burgemeester en schepenen
do 06/03/2025 - 09:02 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 06/03/2025 - 09:01
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen-voorzitter; Astrid De Bruycker, schepen; Evita Willaert, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Verontschuldigd

Mathias De Clercq, burgemeester; Sofie Bracke, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Astrid De Bruycker, schepen
2025_CBS_02006 - OMV_2024084110 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een inrichting voor het verwerken van baggeren ruimingsspecie en gronden in functie van hergebruik (IIOA) - met openbaar onderzoek - Pleitstraat, 9042 Gent - Advies 2025_CBS_02006 - OMV_2024084110 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een inrichting voor het verwerken van baggeren ruimingsspecie en gronden in functie van hergebruik (IIOA) - met openbaar onderzoek - Pleitstraat, 9042 Gent - Advies

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen geeft gunstig advies.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

DEME Environmental NV met als contactadres Scheldedijk 30, 2070 Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht heeft een aanvraag (OMV_2024084110) ingediend bij de deputatie op 28 oktober 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het veranderen van een inrichting voor het verwerken van baggeren ruimingsspecie en gronden in functie van hergebruik (IIOA)

• Adres: Pleitstraat , 9042 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 14 sectie F nrs. 23D, 23E2, 313K, 373_, 388D, 392M, 392L, 395B, 398P, 398N, 398F, 398M, 398G, 398S, 398R, 398T, 399A en 410G

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 16 januari 2025.

De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 16 januari 2025.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 24 februari 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Het betreft het veranderen van een inrichting voor het verwerken van bagger- en ruimingsspecie en gronden in functie van hergebruik (IIOA).

 

Algemeen 

DEME Environmental NV is onderdeel van de DEME-groep. DEME staat voor Dredging, Environmental and Marine Engineering en is een Belgische holding die een uitgebreide waaier aan mariene en milieuactviteiten voor haar rekening neemt. De groep is wereldwijd actief en heeft een geconsolideerde omzet van ca. 2,6 miljard euro en een personeelsbestand van ca. 5.000 werknemers. 

Voorheen heette dit bedrijf nog DEME Environmental Contractors. Op 8 november 2021 werd de naam van de naamloze vennootschap ‘DEME Environmental Contractors’, afgekort DEC, met adres te 2070 Zwijndrecht, Haven 1025, Scheldedijk 30, gewijzigd in ‘DEME Environmental’. De publicatie van deze naamswijziging in het Belgisch Staatsblad kan worden teruggevonden in bijlage C1—1. 

 

DEME Environmental beschikt over diverse vergunde, operationele recyclagecentra met een totale verwerkingscapaciteit van meer dan 2,2 miljoen ton per jaar, waaronder ook RC Desteldonk, dat voorheen bekend stond als DEC Knippegroen. DEME Environmental beschikt hiermee over een ruime en jarenlange ervaring betreffende de recyclage van bodemmaterialen (o.a. uitgegraven bodem, bagger- en ruimingsspecie) en andere anorganische afvalstromen. 

 

RC Desteldonk, een klasse 1 recyclagecentrum, is gelegen aan de Pleitstraat zn, te Desteldonk. De site bevindt zich in het havengebied van Gent, vlak naast het Rodenhuizedok (zie figuur 1). Dit zorgt ervoor dat het recyclagecentrum zowel over de weg als over het water vlot bereikbaar is. De vestiging opereert onder een bestaande vergunning die het toestaat om niet-gevaarlijke bagger- en ruimingsspecie te verwerken. Daarnaast mogen er ook uitgegraven bodemmaterialen verwerkt worden en beschikt locatie over een tijdelijke opslagplaats (TOP) voor uitgegraven bodem.

  

Bij deze nieuwe omgevingsvergunningaanvraag worden er verschillende zaken aangevraagd:

 

Naamswijziging 

8 november 2021 werd de naam van de naamloze vennootschap ‘DEME Environmental Contractors’, afgekort DEC, met adres te 2070 Zwijndrecht, Haven 1025, Scheldedijk 30, gewijzigd in ‘DEME Environmental’. De publicaƟe van deze naamswijziging in het Belgisch Staatsblad kan worden teruggevonden in Bijlage C1-1. Daarnaast ondergingen ook de verschillende recyclagecentra een naamswijziging. De site heeƩe voorheen ‘DEC Knippegroen’, maar dit werd gewijzigd in ‘RC Desteldonk’.  

 

Milieutechnisch luik:

* Administratieve rechtzetting van de 2.2.8. indelingsrubrieken 

In de basismilieuvergunning voor RC Desteldonk (14657/E/1) van 2 juni 2016 werd DEME Environmental (toen nog DEME Environmental Contractors) vergund voor rubriek 2.2.8.a en 2.2.8.b (naast nog verscheidene andere rubrieken). Deze basisvergunning heeft een geldigheidsperiode van 20 jaar. In de laatste vergunningsaanvraag (OMV 2019118634) van 6 

februari 2020 werd opgemerkt dat deze rubrieken niet meer zijn opgenomen in de globaal vergunde toestand. Thans in deze laatste vergunningsaanvraag maakten deze rubrieken geen deel uit van het voorwerp van de aanvraag. Wij willen daarom de administratieve rechtzetting vragen om bij de nieuwe vergunning deze indelingsrubrieken weer op te nemen in de globaal 

vergunde toestand. Het betreft volgende rubrieken: 

- 2.2.8.a): Opslag en behandeling van baggerspecie, afkomstig van het ruimen, verdiepen of verbreden van bevaarbare en onbevaarbare waterlopen die behoren tot het openbaar hydrografisch net, of van de aanleg van nieuwe waterinfrastructuur: opslag in afwachting van behandeling (120.000 ton droge stof/jaar). 

- 2.2.8.b): Opslag en behandeling van baggerspecie, afkomstig van het ruimen, verdiepen of verbreden van bevaarbare en onbevaarbare waterlopen die behoren tot het openbaar hydrografisch net, of van de aanleg van nieuwe waterinfrastructuur: mechanische, fysisch-chemische of biologische behandeling (120.000 ton droge stof/jaar). 

 

* Actualisatie lopende omgevingsvergunning met rubriek 2.4.3.a)2° 

Om de lopende omgevingsvergunning te actualiseren wordt rubriek 2.4.3.a)2° aangevraagd voor het ontwateren van bagger- en ruimingsspecie met de reeds vergunde & bestaande techniek (namelijk lagunering/ontwatering) in de bestaande  laguneringsvelden.  

Deze rubriek wordt enkel nodig geacht voor het ontwateren van de afvalstroom bagger- en ruimingsspecie binnen de reeds bestaande volumes van 120.000 ton.  Het centrum werd reeds in de vorige vergunningen vergund voor de rubrieken 2.3.7.c) en 2.3.7.d). Voorheen werd het vergunnen van rubriek 2.4.3.a)2° niet nodig geacht, aangezien in de omgevingsvergunning van 2018 rekening werd gehouden met het gemiddelde aandeel bagger- en ruimingsspecie dat daadwerkelijk naar een deponie gaat in verhouding tot het totaal. Voorheen werd de specie vooral aangewend als nuttigee toepassing. Daarnaast werd in een evaluatie door de dienst Omgevingsvergunningen van de Provincie Oost-Vlaanderen in 2021, het aanvragen van rubriek 2.4.3.a) wel besproken maar werd er geen bijstelling van de voorwaarden nodig geacht. Na een wijziging in deze visie, alsook door recente wijzigingen in normeringen waardoor er nu meer baggerspecie voor verwijdering na ontwatering wordt afgevoerd, zien wij nu wel de noodzaak om deze rubriek aan te vragen.  In principe betekent dit geen wijziging ten opzichte van de reeds geaccepteerde afvalstromen bagger- en ruimingsspecie.  Echter zien we dat nu minder stromen in aanmerking komen voor nuttige toepassing waardoor er meer baggerspecie moet geborgen worden in een deponie na ontwatering. 

 

Er worden op de basis van deze omgevingsvergunningaanvraag geen bijkomende schadelijke effecten voor mens of milieu verwacht, daar het enkel een aanpassing van de rubrieken betreft en geen uitbreiding van capaciteit (de totale hoeveelheid blijft binnen de vergunde maximale capaciteit) of verandering van type afvalstromen (zijnde niet-gevaarlijk ingedeelde bagger- en ruimingsspecie vergelijkbaar met de reeds geaccepteerde stromen in het verleden). Zowel opslag-, als verwerkingscapaciteit blijven ongewijzigd. Er zal dus geen enkele impact naar mobiliteit toe zijn, aangezien er geen bijkomende transportbewegingen worden veroorzaakt, daar het enkel het aanvragen van een rubriek betreft die de bestemming van de bagger- en ruimingsspecie wijzigt van nuttige toepassing naar deponie. Dit geldt ook voor de effecten op de luchtkwaliteit, er is geen extra impact naar luchtkwaliteit toe, er zijn geen wijzigingen in technieken of processen waardoor de luchtkwaliteit beïnvloed kunnen worden. Vanwege dezelfde redenering zijn er ook geen mogelijke extra effecten naar geluid of trillingen toe. 

 

De aanvraag betreft geen stedenbouwkundig luik.

 

Voor deze aanvraag geldt dat:

- er naar het geaccepteerde type afvalstoffen toe geen enkele wijziging is;

- de totale maximale opslagcapaciteit ongewijzigd blijft;

- de totale maximale verwerkingscapaciteit ongewijzigd blijft;

- de gebruikte verwerkingstechnieken dezelfde blijven.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

 

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

2.2.8.a)

opslag (in afwachting van behandeling) van baggerspecie | Administratieve rechtzetting | klasse 3 | Verandering

120000 ton droge stof/jaar

2.2.8.b)

mechanische, fysisch-chemische of biologische behandeling van baggerspecie | Administratieve rechtzetting | klasse 3 | Verandering

120000 ton droge stof/jaar

2.4.3.a)2°

verwijdering van niet-gevaarlijke afvalstoffen (meer dan 50 ton/dag) door middel van fysisch-chemische behandeling - activiteiten vermeld in rubriek 3.6.4 uitgezonderd | De verwijdering van niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 50 ton per dag door middel van een of meer van de volgende activiteiten: fysisch-chemische behandeling van meer dan 50 ton/dag | klasse 1 | Nieuw

50 ton/dag

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

2.1.3.2° | Tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven bodem die niet voldoet aan een toepassing als vermeld in het Bodemdecreet en het VLAREBO, met een capaciteit van 100.000 m³ (inbegrepen beperkte mechanische activiteiten zoals het sorteren of zeven van uitgegraven bodem). | 100000 m³

2.2.2.f)2° | Opslag en mechanisch behandeling (breken, zeven en sorteren) van andere niet-gevaarlijke afvalstoffen, nl. baggerspecie en ruimingsspecie en uitgegraven bodemmaterialen, met een opslagcapaciteit van meer dan 100 ton en een verwerkingscapaciteit van 120.000 ton droge stof/jaar. | 100 ton

2.2.5.e)3° | Opslag en fysisch-chemische behandeling (mengen met toeslagstoffen) van andere niet-gevaarlijke afvalstoffen, nl. baggerspecie en ruimingsspecie en uitgegraven bodemmaterialen, met een opslagcapaciteit van meer dan 25 ton en een verwerkingscapaciteit van 120.000 ton droge stof/jaar. | 25 ton

2.3.7.c) | Opslag, behandeling en verwijdering van baggerspecie, met uitzondering van het ter plaatse uitspreiden van niet-verontreinigde ruimingsspecie: opslag van baggerspecie of ruimingsspecie als vermeld in a) (monostortplaatsen van baggerspecie of ruimingsspecie, afkomstig van het ruimen, verdiepen of verbreden van bevaarbare en onbevaarbare waterlopen die behoren tot het openbaar hydrografisch net, of van de aanleg van nieuwe waterinfrastructuur), in afwachting van behandeling (120.000 ton droge stof/jaar). | 120000 ton droge stof/jaarv

2.3.7.d) | Opslag, behandeling en verwijdering van baggerspecie, met uitzondering van het ter plaatse uitspreiden van niet-verontreinigde ruimingsspecie: mechanische, fysisch-chemische of biologische behandeling van baggerspecie of ruimingsspecie als vermeld in a) (monostortplaatsen van baggerspecie of ruimingsspecie, afkomstig van het ruimen, verdiepen of verbreden van bevaarbare en onbevaarbare waterlopen die behoren tot het openbaar hydrografisch net, of van de aanleg van nieuwe waterinfrastructuur) (120.000 ton droge stof per jaar). | 120000 ton droge stof/jaar

2.4.3.b)1° | De nuttige toepassing, of combinatie van nuttige toepassing en verwijdering, van niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 75 ton per dag, door middel van een of meer activiteiten: biologische behandeling van 120.000 ton/jaar (en bijgevolg meer dan 75 ton/dag). | 75 ton/dag

3.6.3.2° | Afvalwaterzuiveringsinstallatie, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie: voor het behandelen van bedrijfsafvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat, met een debiet van 20 m³/h, 480 m³/dag en 60.000 m³/jaar. | 20 m³/uur

6.5.1° | Twee brandstofverdeelslangen. | 2 verdeelslang

17.3.2.1.1.1°b) | Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen van categorie 3, gasolie, diesel, enz. met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 8,35 ton diesel in 2 bovengrondse houders (elk 5.000 liter). | 8,35 ton

17.3.2.3.3° | Opslagplaatsen voor overige brandgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 2.000 ton FeDEC in een silo. | 2000 ton

17.3.4.3° | Opslagplaatsen voor bijtende vloeistoffen en vaste stoffen met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 1.500 ton in silo’s. | 1500 ton

17.3.5.1°a) | Opslagplaatsen voor giftige vloeistoffen en vaste stoffen, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 50 kg in verplaatsbare recipiënten. | 50 kg

17.3.6.3° | Opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 1.500 ton in silo’s. | 1500 ton

61.2.2° | Tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven bodem die voldoet aan een toepassing overeenkomstig het VLAREBO, met een capaciteit van 100.000 m³ (inbegrepen beperkte mechanische activiteiten zoals het sorteren of zeven van uitgegraven bodem). | 100000 m³

63.1° | Opslag in afwachting van ontwatering van maximaal 120.000 ton DS/jaar aan bagger- of ruimingsspecie die voldoet aan de bepalingen voor het gebruik van bodemmaterialen, vermeld in het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en het VLAREBO-besluit van 14 december 2007. | 120000 ton droge stof/jaar

63.2° | Opslag en ontwatering van maximaal 120.000 ton DS/jaar aan bagger- of ruimingsspecie die voldoet aan de bepalingen voor het gebruik van bodemmaterialen, vermeld in het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en het VLAREBO-besluit van 14 december 2007. | 120000 ton droge stof/jaar

 

 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

* Op 07/06/2018 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen door wijziging en uitbreiding van een inrichting voor het verwerken van bagger- en ruimingsspecie en gronden in functie van hergebruik + bijstelling. (OMV_2018005969)

* Op 06/02/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een inrichting voor het verwerken van bagger- en ruimingsspecie en gronden in functie van hergebruik (iioa + bijstelling). (OMV_2019118634)

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 28/04/2016 werd een vergunning afgeleverd voor de inrichting van een verwerkingscentrum voor bagger- en ruimingsspecie en een tijdelijke opslagplaats voor uitgegraven gronden. (2016/01012)

 

Milieuvergunningen

* Op 02/06/2016 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een inrichting voor het verwerken van bagger- en ruimingsspecie en gronden in functie van hergebruik. (14657/E/1)

 

Afwijkingen

* Op 02/06/2016 werd door het college van burgemeester en schepenen een goedkeuring verleend voor het exploiteren van een inrichting voor het verwerken van bagger- en ruimingsspecie en gronden in functie van hergebruik + afwijking

een afwijking op art. 5.2.1.5 §5 (mbt het groenscherm)

een afwijking op art. 5.2.1.2 §3 en art. 5.61.2 §3 (mbt de uren van acceptatie)

een afwijking op art. 5.2.1.2 §2 en art. 5.61.2 §2 (mbt de weegbrug). (14657/E/1/A)

 

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.

 

Gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 2 februari 2025:
Besluit: GUNSTIG 

 

Geen bezwaar advies van North Sea Port afgeleverd op 30 januari 2025:
Wij verwijzen naar uw bovenvermelde adviesvraag via het Omgevingsloket van 16/1/2025 met referentie OMV_2024084110.

De aanvraag heeft enerzijds betrekking op gronden in eigendom van North Sea Port Flanders, dat is uitgegeven in concessie; en anderzijds op gronden in privé eigendom.

North Sea Port heeft geen bezwaar tegen deze aanvraag.

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998). Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid. Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 1: Afbakeningslijn zeehavengebied Gent.


De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

5.       WATERPARAGRAAF

 De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf. 

6.       NATUURTOETS

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.

Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:

Er wordt bij deze wijzigingsaanvraag geen extra waardevol groen of boom verwijderd. 

7.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 24 januari 2025 tot en met 22 februari 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend. 

8.       OMGEVINGSTOETS

  

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.

 

 

CONCLUSIE

 

De gevraagde omgevingsvergunning is stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag gunstig.

Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.

 

De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

Niet van toepassing.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen brengt gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het veranderen van een inrichting voor het verwerken van baggeren ruimingsspecie en gronden in functie van hergebruik (IIOA) van DEME Environmental nv, gelegen te Pleitstraat , 9042 Gent.

Artikel 2

Er worden geen aandachtspunten meegegeven.