Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Provincie Oost-Vlaanderen met als contactadres Charles de Kerchovelaan 189, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024131234) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 19 december 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: de heraanleg van speelplaats blok B
• Adres: Abdisstraat 56, Henleykaai 83, 83A en 84, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 16 sectie K nrs. 956V9, 959X5, 959W5, 960F6 en 962X
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 24 februari 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 17 april 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het perceel in kwestie is gelegen op de campus van de provinciale school ‘Richtpunt’ Campus Henleykaai, met ingangen via de Abdisstraat en via de Henleykaai, in de wijk Watersportbaan – Ekkergem. De Campus is begrensd langs de Henleykaai. Op de campusgronden zijn een 11 blokken met variërende hoogtes en afwerkingen. Het onderwerp van de aanvraag maakt deel uit van de bebouwing nabij de Henleykaai, blok B.
De site is opgenomen op de vastgestelde inventaris van het onroerend erfgoed als ‘Provinciaal Handels- en Taalinstituut’. Voor de aanduiding en beschrijving, zie: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/306487
De site is eveneens beschermd (beschermingsbesluit van 10/05/2019) als monument ‘Provinciaal Handels- en Taalinstituut’. Voor de aanduiding, beschrijving en beschermingsbesluit, zie: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/306487
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag beoogt het heraanleggen van de speelplaats van het schoolgebouw blok B. Hierbij wordt een gedeelte van de speelplaats onthard en groen aangelegd en worden 3 wadi’s voorzien.
Het totale aandeel verharding op de speelplaats wordt verlaagd van ca. 1.519m² naar ca. 1.253m².
De totale afwaterende verharde oppervlakte bedraagt 864,79m². De infiltratievoorziening heeft een oppervlakte van 102,5m² en een volume van 28,6m³. De gemiddelde diepte van de wadi’s bedraagt 50cm.
De verouderde poorten en omheiningen aan de straatzijde worden verwijderd. Er wordt een nieuwe omheining geplaatst tot een hoogte van 1,70m.
Ter hoogte van de linker perceelsgrens wordt een pergolastructuur geplaatst voor de aanplant van klimplanten. Deze pergola wordt voorzien tot een hoogte van ca. 3,44m gemeten vanaf het voetpad. Het materiaal van de pergolastructuur en de omheiningen wordt voorzien in gelakt metaal in een ralkleur 9005. Naast de pergolastructuur wordt een nieuwe helling voorzien van 6%.
Op de speelplaats worden voor het overige integraal toegankelijke rustplekken voorzien zoals betonnen zitmuren en los parkmeubilair.
Op het terrein worden drie bomen gerooid waarvan 1 kleine wilg met een stamomtrek van 56cm ter hoogte van de trappenpartij van de pergola om een aanpalende esdoorn meer groeikansen te geven. En er worden twee grotere bomen namelijk een grauwe abeel (met een stamomtrek van 2,35m) en een gewone wilg (met een stamomtrek van 2,82m) gerooid omwille van slechte gezondheidstoestand van de bomen. Er mogen geen veiligheidsrisico’s zijn op de speelplaats. In het ontwerp worden in totaal een 17-tal nieuwe hoogstammige bomen geplant. Aan de straatzijde wordt een inheemse haag met gedoornde planten voorzien.
In de hoek links vooraan het perceel aan de straatzijde worden 4 ondergrondse afvalcontainers geplaatst. Via de Henleykaai bevindt zich een bestaande brandweerweg van 8m breed met een vrije hoogte van 4m ( ook onder boomkruinen) centraal op de speelplaats. Deze blijft behouden.
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 07/02/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de stedenbouwkundige wijziging voor de bouw van de sport- en klasruimte op campus Henleykaai - 2017/10062 dig. (OMV_2018088163)
* Op 23/04/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de regularisatie van 3 aanwezige containerklassen, waarvan de stedenbouwkundige vergunning verlopen is, en het plaatsen van 3 gelijkaardige nieuwe containerklassen. (OMV_2020003208)
* Op 01/10/2020 werd een weigering afgeleverd voor het wijzigen van goedgekeurde vergunningen voor de bouw van de sport- en klasruimte op campus Henleykaai - 2017/10062 dig. en omv_2018088163. (OMV_2020063630)
* Op 10/12/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het rooien van 16 bomen. (OMV_2020060907)
* Op 07/01/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het wijzigen van goedgekeurde vergunningen voor de bouw van de sport- en klasruimte op campus Henleykaai - 2017/10062 dig en omv_2018088163. (OMV_2020141512)
* Op 14/07/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de loopbrug over de binnentuin, een doorsteek in blok f, een toegangssas tussen f blok en i blok en een borstwering tussen blok a en de vijvers. (OMV_2022055408)
* Op 08/09/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een luifel aan de speelplaats aan blok b en naast blok j (nieuwe sporthal). (OMV_2022068192)
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 11/01/1965 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een provinciaal handels - en taalinstituut (ruwbouw, 1ste fase). (Litt. H-19-64)
* Op 26/10/1976 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een schoolgebouw (2e fase) als deel van het aanvullend blok secundair (afd. 5). (Litt. H-4-76)
* Op 11/02/1977 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van de 2de fase bouwwerken - deel e.h.o.k.t. (afd.6) van het provinciaal handels- en taalinstituut. (Litt. H-3-76)
* Op 14/03/1978 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een schoolcomplex (2e fase). (Litt. H-50-77)
* Op 08/09/1978 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van gebouwen. (KW H-46-78)
* Op 27/09/1978 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van 4 noodklassen. (Litt. H-26-78)
* Op 27/11/1978 werd een vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een ondergrondse parking en speelvelden voor het PHTI. (Litt. H-21-78)
* Op 15/05/1979 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van woningen. (KW G-77-77)
* Op 07/06/1979 werd een vergunning afgeleverd voor de sloping van een beluik voor het oprichten van de geplande nieuwbouw voor het provinciale instituut voor verpleegkunde. (KW G-25-79)
* Op 01/08/1979 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een nieuwe vleugel binnen het schoolcomplex. (Litt. N-4-79)
* Op 20/10/1980 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van het PHTI (2de fase). (Litt. H-7-80)
* Op 31/03/1981 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een verpleegsterschool. (Litt. N-18-80)
* Op 31/01/1983 werd een vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een open parking en sportvelden. (1982/1339)
* Op 26/03/1990 werd een vergunning afgeleverd voor het rooien van bomen. (1989/1826)
* Op 18/10/1990 werd een weigering afgeleverd voor het rooien van bomen en het aanleggen van een parkeer terrein. (1990/329)
* Op 18/12/1990 werd een weigering afgeleverd voor het plaatsen van 12 reclameborden. (1989/2140)
* Op 22/05/1991 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een nieuwbouw - schoolgebouw (provinciaal instituut voor haartooi en schoonheidszorgen). (1991/63)
* Op 23/01/1992 werd een vergunning afgeleverd voor het rooien van beplanting en aanleg parking met groen. (1991/505)
* Op 13/10/1998 werd een vergunning afgeleverd voor het rooien van bomen. (1998/1213)
* Op 09/06/1999 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een overdekte speelplaats tot sportinfrastructuur in een bestaand scholencomplex. (1999/186)
* Op 08/02/2000 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van 2 woningen en het oprichten van kantoorruimte en laboratoria ten behoeve van het prov. (1999/698)
* Op 07/11/2002 werd een weigering afgeleverd voor de plaatsing van 2 containerklassen. (2002/215)
* Op 15/12/2005 werd een weigering afgeleverd voor de regularisatie van het plaatsen van een rook afzuig- en lucht-afzuiginstallatie, regularisatie van tentconstructie. (2005/383)
* Op 11/12/2006 werd een vergunning afgeleverd voor de regularisatie van het plaatsen van containerklassen als tijdelijk noodoplossing voor de huisvesting van leerlingen op het terrein van de school. (2006/320)
* Op 11/12/2006 werd een vergunning afgeleverd voor het bijbouwen van een verdieping op blok B van de campus PHTI in Gent. (2006/18)
* Op 11/12/2006 werd een vergunning afgeleverd voor de regularisatie van het plaatsen van containerklassen als tijdelijke noodoplossing voor de huisvesting van leerlingen op het terrein van de school. (2006/312)
* Op 19/01/2009 werd een weigering afgeleverd voor de renovatie van een studentenhome, in het bijzonder de studentenkamers op de tweede t.e.m. vijfde verdieping en het docentenverblijf op niveau -1; het aantal woongelegenheden verhoogt van 113 naar 115. (2008/156)
* Op 19/01/2009 werd een weigering afgeleverd voor de renovatie van een studentenhome, in het bijzonder de studentenkamers op de 2de t.e.m. 5de verdieping en het docentenverblijf op niveau -1; totale vermeerdering in oppervlakte en in volume, het aantal woongelegen verminderd van 113 naar 109. (2008/915)
* Op 06/07/2009 werd een vergunning afgeleverd voor de renovatie van een studentenhome (in het bijzonder studentenkamers 2de - 5de verdieping) en het docentenverblijf op niveau -1; aantal woongelegenheden verminderd van 113 naar 109 en het bouwen van een fietsen- en containerberging (+-90 fietsen). (2009/349)
* Op 09/07/2009 werd een vergunning afgeleverd voor het aanbrengen van een deuropening, dienende als nooduitgang. (2009/313)
* Op 07/01/2010 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een luifel aan een bestaand gebouw. (2009/962)
* Op 03/02/2011 werd een vergunning afgeleverd voor het rooien van 8 bomen in campus Mercator. (2010/944)
* Op 24/08/2017 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van sport- en klasruimtes. (2017/10062 Dig.)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
1/ DE VLAAMSE WATERWEG NV
Advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West afgeleverd op 27 maart 2025: gunstig. Voorstel tot infiltratieproeven in de diepere zones van de wadi's.
De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West verleent aan vermelde omgevingsvergunningsaanvraag gelegen in de Henleykaai 83 in Gent (44816K0959/00X005, 44816K0959/00W005) een gunstig advies. Ondanks dit gunstig advies is het wenselijk de zones waar de wadi’s dieper dan 50 cm zijn te controleren op hun infiltratiecapaciteit door middel van infiltratieproeven. Bij een te hoge grondwaterstand zal de problematiek rond de waterstagnatie die men wenst te verhelpen niet verdwijnen.
Het advies van de Vlaamse Waterweg nv werd volledig opgenomen bij Hoofdstuk 5, waterparagraaf. Ook na te lezen op het Omgevingsloket.
2/ AGENTSCHAP ONROEREND ERFGOED
Advies van Onroerend Erfgoed afgeleverd op 25 maart 2025 onder ref. 4.002/44021/32.92: voorwaardelijk gunstig. Zie bijlage op het Omgevingsloket.
Voor de gevraagde handelingen verlenen we onder voorwaarden een gunstig advies (omgevingsvergunning art. 6.4.4, §2 / milieuvergunning art. 6.4.4, §3, eerste lid / natuur- en bosvergunning art. 6.4.4, §3, tweede lid Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013).
Motivering
De aanvraag betreft een heraanleg van een speelplaats bij het Provinciaal Handels- en Taalinstituut aan de Henleykaai, beschermd als monument (MB 10/05/2019).
De plannen stellen volgende wijzigingen voor:
* wijziging groenaanleg;
* aanpassing verharding;
* rioleringswerken;
* grondwerken;
* plaatsen van een pergola, nieuwe zitmuren en nieuwe afsluiting.
De huidige speelplaats is reeds aanwezig op luchtfoto’s daterend uit de jaren 1980. Voorheen was deze zone deel van een ruimere beboomde groenzone. Het is voornamelijk de contextwaarde van deze zone die van belang is voor het beschermde monument. Deze vertaalt zich in de vorm van de typerende openruimte, groenaanleg en het duidelijke reliëfverschil.
Het groene karakter van deze ruimte is belangrijk om te behouden en bij voorkeur ook te versterken. Voor de inrichting worden enkele bomen verwijderd waaronder een grote opgaande wilg. Deze hebben geen specifieke erfgoedwaarde op zichzelf, maar het vervangen van enkele volgroeide opgaande bomen zullen wel een tijdelijke impact hebben op de beleving van de groenzone. Er moet bij het beheer van de groenzone voldoende aandacht zijn om nieuwe bomen kwalitatief te laten uitgroeien tot toekomstbomen die de groenzone opnieuw robuuster maken.
De wadi’s bevinden zich op de nieuwe plannen onderaan de helling, net naast de verharding. Op deze locatie zijn deze beperkte uitgravingen mogelijk. De reliëfverschillen zullen nog steeds zichtbaar blijven. Toch moet er voldoende aandacht zijn voor mogelijke conflicten met de te behouden bomen vlakbij de uitgravingen. In zones met aanwezige wortels van te behouden bomen is een uitgraving immers niet mogelijk zonder nefaste schade.
De aanpassing van de verharding behelst onder meer het hergebruik van bestaande materialen (betonklinkers) en nieuwe verharding in de vorm van grotere betontegels wat in lijn ligt met de typerende materialen gebruikt elders op de site.
Ook de nieuwe betonnen zitmuren, pergola en afsluiting stemmen zich af op de bestaande materialen op de beschermde site.
Ons advies is gunstig als de handelingen voldoen aan volgende voorwaarden:
* U voorziet ter vervanging van de te rooien bomen minstens hetzelfde aantal nieuwe hoogstambomen in het daaropvolgende plantseizoen die door aangepast beheer kunnen uitgroeien tot nieuwe opgaande toekomstbomen binnen de groenzone. Bij uitval moet in het daaropvolgende plantseizoen een nieuwe opgaande hoogstamboom aangeplant worden;
* Indien blijkt bij het uitgraven van de wadi’s dat bijkomend bomen of struiken gerooid moeten worden, vraagt u hiertoe een toelating aan.
Als ze aan deze voorwaarden voldoen, doet geen van de gevraagde handelingen afbreuk aan de bescherming. Als ze niet aan de voorwaarden voldoen, dan is ons advies ongunstig.
Archeologie
Kijkt u zeker na of er geen in akte genomen archeologienota bij dit omgevingsvergunningdossier moet worden gevoegd. Meer informatie en een beslissingsboom kunt u terugvinden op https://www.onroerenderfgoed.be/archeologie-bij-vergunningsaanvragen-vergunningverleners.
3/ BRANDWEER
Advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 12 maart 2025 onder ref. 054227-005/SP/2025: voorwaardelijk gunstig, mits te voldoen aan de hiervoor vermelde maatregelen en reglementeringen. Zie bijlage op het Omgevingsloket.
Bijzondere aandachtspunten:
* Ter hoogte van de poort moeten de boordstenen verlaagd worden tot een maximale opstand van 3cm t.o.v. de rijbaan.
* De zone van 8m breed voor de opstelplaats van de brandweerwagens moet voldoen aan de eisen van een brandweerweg.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied met cultureel, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Er werd een advies van INTER toegevoegd aan het dossier.
Het ontwerp komt tegemoet aan het gegeven advies van INTER en is bijgevolg in overeenstemming met deze verordening.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
4.5. Archeologienota
Gelet op het programma van maatregelen in de archeologienota met referentienummer 32113, waarvan akte genomen dd. 23/01/2025, zijn er geen specifieke maatregelen met betrekking tot archeologisch erfgoed noodzakelijk.
Uiteraard blijven de werken onderhevig aan artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet, en dienen alle eventuele vondsten bij het Agentschap Onroerend Erfgoed te worden gemeld.
ID nota: 32113: URI: https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/32113.
5. WATERPARAGRAAF
5.1 Ligging project
Het projectgebied is gelegen langs en stroomt af naar de Leie (beheerder: De Vlaamse Waterweg nv). Het projectgebied is gevoelig voor overstromingen volgens de watertoetskaarten 2023.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2 Advies m.b.t. het beheer en exploitatie van de waterweg en het patrimonium van De Vlaamse Waterweg nv
Er is geen interferentie met het beheer en/of de exploitatie van de waterweg. Het projectgebied ligt op voldoende afstand van de Leie.
5.3 Watertoetsadvies
1/ Gegevens relevant voor de watertoets:
Het terrein heeft een oppervlakte van 2.300m². De afwaterende oppervlakte naar de infiltratievoorziening bedraagt 864,79m². De infiltratievoorzienig heeft een oppervlak van 102,5m² en een volume van 28,6m³.
Met het ontwerp wordt getracht de waterstagnatieproblematiek op te lossen d.m.v. natuurlijke waterbuffering en infiltratie, waterpasserende bestrating en fundering. Zo wordt een groot deel van de bestaande verharding in betonstraatstenen en asfalt uitgebroken en er worden wadi’s aangelegd voor infiltratie van het hemelwater. De plantvakken worden vergroot en verdiept aangelegd en de extra wadi’s in de groenzone zullen instaan voor de opvang van het hemelwater van luifel en verhardingen. De wadi’s hebben een noodoverloop via een pompput naar de openbare riolering ter hoogte van de Henleykaai. De plantvakken worden vergroot en verdiept aangelegd en extra wadi’s in de groenzone voorzien in de opvang van het hemelwater van luifel en verhardingen. De gemiddelde diepte van de wadi’s is 50 cm. Op enkele punten ligt de diepte tussen de 50 en 70 cm om voldoende buffervermogen te voorzien om te voldoen aan de GSV.
2/ Op het project toepasselijke voorschriften uit het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde:
Het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde formuleert maatregelen om wateroverlast (en watertekort) in het bekken te voorkomen. De strategie "vasthouden-bergen-afvoeren" is hierbij van toepassing. Dit kan door het vermijden van de toename van verharde oppervlakte, het afkoppelen van hemelwater van de riolering, hergebruik ter plaatse, infiltreren waar mogelijk, bufferen, vertraagd afvoeren, vermijden van inbuizingen, aanleggen van groendaken, ... Via het instrument van de watertoets worden schadelijke effecten van nieuwe plannen, programma’s en vergunningen vermeden door het opleggen van gepaste maatregelen of het niet toestaan van nieuwe ontwikkelingen.
Er zijn geen acties opgenomen in het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde (2022-2027) die betrekking hebben op de vergunningsaanvraag.
5.4 Beoordeling van verenigbaarheid met het watersysteem
Gewijzigd overstromingsregime:
Het projectgebied is niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Gewijzigd afstromingsregime en gewijzigde infiltratie naar het grondwater:
Er wordt voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater. De infiltratievoorziening is groot genoeg voor een totale afwaterende verharde oppervlakte van 864,79m². Er wordt maximaal gebruik gemaakt van waterdoorlatende verharding of het hemelwater dat op de beperkte waterondoorlatende verharding valt, stroomt af naar de groenzones ernaast waar natuurlijke infiltratie mogelijk is. Ondanks de verharding kleiner is dan 1.000 m² is het wenselijk infiltratieproeven te voorzien op de plaatsen waar de wadi’s dieper zijn dan 50 cm. Zo kan worden nagegaan of het water voorzien in het buffervolume ook effectief zal infiltreren ten opzichte van de grondwaterstand. Bij een te hoge grondwaterstand zal de problematiek rond de waterstagnatie die men wenst te verhelpen niet verdwijnen. Voorgaand wordt opgenomen via de opmerkingen.
Gewijzigde oppervlaktewaterkwaliteit en gewijzigd aantal puntbronnen:
Ten gevolge van de geplande ingrepen worden er geen betekenisvol nadelige effecten op de oppervlaktewaterkwaliteit verwacht. Er is echter nog geen gescheiden stelsel met RWA streng t.h.v. de Henleykaai daarom wordt het overtollige hemelwater in eerste fase via een nood overstort naar een DWA-afvoer gebracht. Van zodra een lozingspunt RWA beschikbaar is langs de Henleykaai kan deze via een persleiding (die nu reeds voorzien wordt) van de pompput naar het lozingspunt RWA gepompt worden.
Gewijzigd grondwaterstromingspatroon en gewijzigde grondwaterkwaliteit:
Het project voorziet geen nieuwe ondergrondse constructies, waardoor er geen impact op het grondwaterstromingspatroon wordt verwacht.
Watergebonden natuur en structuurkwaliteit:
Er worden geen werken aan de oever voorzien en bijgevolg zal de structuurkwaliteit van de Leie niet veranderen. Er wordt geen significant negatieve impact op de watergebonden natuur en structuurkwaliteit verwacht.
5.5 Conclusie waterparagraaf
Het project is verenigbaar met het watersysteem en het beheer van De Vlaamse Waterweg N.V. van haar patrimonium. Het project voldoet aan de doelstellingen en beginselen zoals geformuleerd in art. 1.2.2 en 1.2.3 van het gecoördineerde decreet integraal waterbeleid.
6. NATUURTOETS
Voor de heraanleg van de speelplaats worden 1 kleine wilg, 1 abeel en 1 wilg gerooid.
Als motivatie voor de kapping van de kleine wilg ter hoogte van de trappenpartij van de pergola wordt opgegeven dat de aanpalende esdoorn beter kan uitgroeien. Als motivatie voor de kapping van de abeel en wilg ter hoogte van de nieuwe trappenpartij wordt de slechte gezondheidstoestand van de gekandelaarde bomen en het veiligheidsrisico opgegeven.
Als compensatie wordt de aanplanting van een 17-tal nieuwe hoogstammige inheemse bomen waarvan enkele Erfgoed-enten van de Provincie Oost-Vlaanderen voorzien.
Er kan akkoord worden gegaan met het rooien van de drie bomen rekening houdend met de betere groei van de aanpalende esdoorn voor de kleine wilg en de verminderde gezondheidstoestand en veiligheidsrisico van de abeel en wilg mits volgende voorwaarde : Het eerstvolgende plantseizoen na de heraanleg van de speelplaats moeten minimaal 3 hoogstammige ( HS 10/12) bomen worden aangeplant.
De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.
De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing.
Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag mits voorwaarden de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De ligging binnen CHE-gebied, opname op de vastgestelde inventaris van het onroerend erfgoed en vooral de bescherming als monument zijn aanduidingen van de hoge erfgoedwaarde van de site. In het beschermingsbesluit wordt de erfgoedwaarde verder gespecifieerd in een historische waarde, technische waarde, stedenbouwkundige waarde en architecturale waarde. Deze waarden komen tot uiting in volgende aspecten:
De aanvraag omvat de herinrichting van een speelplaats langsheen de Henleykaai, voor een gebouw dat einde jaren ’70 werd opgetrokken voor het secundair onderwijs. De aanvraag omvat het ontharden en vergroenen van de bestaande speelplaats, het rooien van enkele bomen en het aanplanten van nieuwe bomen en struiken, het aanleggen van een helling, het voorzien van wadi’s en het plaatsen van een pergola.
De nieuwe inrichting van de speelplaats zal een positief effect hebben op de beleving ervan door de studenten. Het aandeel verharding op het terrein verlaagd en er wordt ingezet op groen en zitelementen. Dit is positief.
De werken worden gepland in een zone waar geen oorspronkelijke beplanting aanwezig is. Het oorspronkelijk landschappelijk concept (ontworpen door Paul Deroose) situeert zich in de binnentuin en enkele plantvakken rondom de site. De werken hebben dus geen rechtstreekse invloed op het oorspronkelijke landschappelijke concept. De nota stelt wel dat de aanvrager de intentie heeft om met de nieuwe beplanting aan te sluiten bij het oorspronkelijk landschappelijk concept van de site. In de bescherming wordt dit concept omschreven als “een Scandinavische sfeer met een ijle bosstructuur in de halfschaduw”. Ook de bomen- en plantensoorten (waaronder opgaande ruwe berken en Oostenrijkse dennen, vuurdoorn en dwergmispel) worden hier benoemd. Deze intentie wordt als waardevol gezien. De nieuwe beplanting (voornamelijk bestaande uit grove den en zilverberken) past inderdaad binnen deze context.
Zoals hoger omschreven kan akkoord worden gegaan met het rooien van drie bomen mits het eerstvolgende plantseizoen na de heraanleg van de speelplaats, er minimaal 3 hoogstammige ( HS 10/12) bomen worden aangeplant (voorwaarde).
De nieuwe verhardingen en zitmeubilair zijn eenvoudig en vormgegeven in een materiaal dat aansluit bij de erfgoedcontext, met (gewassen) beton als basismateriaal. Ze verwijzen naar het oorspronkelijke landschapsconcept, waarin ook zitmuren en sculpturale zitelementen in beton waren verwerkt, maar zijn ook duidelijk nieuw. Het nieuw ontwerp integreert zich goed in de erfgoedcontext.
De nieuwe pergola is een relatief beperkte en sobere structuur die in de hoek van het perceel wordt geplaatst. Ze staat niet in belangrijke zichtassen en heeft geen grote impact op de erfgoedwaarden. Het plaatsen van de pergola voor klimplanten kan worden toegestaan.
Principieel is het plaatsen van de ondergrondse afvalcontainers aanvaardbaar. In de archeologienota wordt een bodemimpact van 40 cm opgenomen, echter vermoeden we dat de bodemimpact meer zal zijn. De bestaande bovengrondse zone voor afvalcontainers is reeds verhard. De ondergrondse inname voor de afvalcontainers moet op minimaal 2meter afstand van de kroonprojectie van de bomen voorzien worden. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
CONCLUSIE
Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor de heraanleg van speelplaats blok B aan Provincie Oost-Vlaanderen gelegen te Abdisstraat 56, Henleykaai 83, 83A en 84, 9000 Gent.
De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.
Legt volgende voorwaarden op:
Voorwaarden voortvloeiend uit externe adviezen:
-Brandweer
De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 12 maart 2025 met kenmerk 054227-005/SP/2025):
Bijzondere aandachtspunten:
* Ter hoogte van de poort moeten de boordstenen verlaagd worden tot een maximale opstand van 3cm t.o.v. de rijbaan.
* De zone van 8m breed voor de opstelplaats van de brandweerwagens moet voldoen aan de eisen van een brandweerweg.
Zie bijlage op het Omgevingsloket.
-De Vlaamse Waterweg nv
De voorwaarden die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 27 maart 2025). Zie bijlage op het Omgevingsloket.
-Het Agentschap Onroerend Erfgoed
De voorwaarden die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 25 maart 2025 met kenmerk ref. 4.002/44021/32.92):
* U voorziet ter vervanging van de te rooien bomen minstens hetzelfde aantal nieuwe hoogstambomen in het daaropvolgende plantseizoen die door aangepast beheer kunnen uitgroeien tot nieuwe opgaande toekomstbomen binnen de groenzone. Bij uitval moet in het daaropvolgende plantseizoen een nieuwe opgaande hoogstamboom aangeplant worden;
* Indien blijkt bij het uitgraven van de wadi’s dat bijkomend bomen of struiken gerooid moeten worden, vraagt u hiertoe een toelating aan.
Zie bijlage op het Omgevingsloket.
Bomen
Het eerstvolgende plantseizoen na de heraanleg van de speelplaats moeten minimaal 3 hoogstammige (HS 10/12) bomen worden heraangeplant.
Ondergrondse afvalcontainers
De ondergrondse inname van de afvalcontainers moeten minimaal op 2 meter van de kroonprojectie van de bomen voorzien worden.
Openbaar domein
Oprit aan te passen:
Er zal slechts één oprit met een breedte van maximum de breedte volgens de simulaties voor de brandweg op het openbaar domein worden toegestaan. De oprit dient ook gebruikt te worden voor het legen van de ondergrondse containers. Zie opmerkingen.
Archeologie
De maatregelen in de archeologienota waarvan akte is genomen met referentienummer 32113 moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het programma van maatregelen in de archeologienota, en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. Bij een grotere bodeminname dan 40cm onder het huidige maaiveld moet dit gemeld worden bij het Agentschap Onroerend Erfgoed.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Wadi’s
Het is wenselijk de zones waar de wadi’s dieper dan 50 cm zijn te controleren op hun infiltratiecapaciteit door middel van infiltratieproeven. Bij een te hoge grondwaterstand zal de problematiek rond de waterstagnatie die men wenst te verhelpen niet verdwijnen.
Bomen
Er moet bij het beheer van de groenzone voldoende aandacht zijn om nieuwe bomen kwalitatief te laten uitgroeien tot toekomstbomen die de groenzone opnieuw robuuster maken.
De wadi’s bevinden zich op de nieuwe plannen onderaan de helling, net naast de verharding. Op deze locatie zijn deze beperkte uitgravingen mogelijk. De reliëfverschillen zullen nog steeds zichtbaar blijven. Toch moet er voldoende aandacht zijn voor mogelijke conflicten met de te behouden bomen vlakbij de uitgravingen. In zones met aanwezige wortels van te behouden bomen is een uitgraving immers niet mogelijk zonder nefaste schade.
Openbaar domein
De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.
De bouwheer/vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken. Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, via afgifte op het Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: wegen@stad.gent of per post aan Stad Gent t.a.v. Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.
Deze dient ten laatste twee weken voor aanvang van de werken verstuurd of afgegeven te worden, indien deze laattijdig ingediend wordt kan deze niet als tegensprekelijk beschouwd worden.
U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).
In functie van een werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld).
Het is de bouwheer niet toegestaan om zelf een pad/oprit op het openbaar domein aan te leggen.
Na het beëindigen van de werken zal de oprit aangelegd worden door Stad Gent op kosten van de bouwheer volgens het geldende retributiereglement. Opritten op openbaar domein, die niet aangelegd zijn door de stad kunnen worden opgebroken. De Stad bepaalt het materiaal van de oprit. De oprit dient, na de werken, verplicht aangevraagd te worden, het aanvraagformulier kan u downloaden via de website www.stad.gent (typ trottoirs en opritten in het zoekveld).
Dit document dient bezorgd te worden aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via mail: wegen@stad.gent. Of per post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.
Bij de aanleg van de oprit zal de boordsteen plaatselijk verlaagd worden. Na het verlagen komt de boordsteen nog 4cm boven de rand van de straatgoot uit. Bij het bepalen van het niveau van het dorpelpeil van de inrit dient de bouwheer rekening te houden met het peil van het bestaand trottoir t.h.v. de perceelsgrens. Ter hoogte van de eigendomsgrens wordt dit niveau in geen geval aangepast.
Voor het eventueel wegnemen of verplaatsen van het verkeersbord dat voor het bouwterrein staat, moet contact worden opgenomen met Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, mail: wegen@stad.gent. Of per post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.
Deze dienst zal het verkeersbord terugplaatsen na de voltooiing van de werken. Het wegnemen en terugplaatsen valt onder de voorwaarden van het retributiereglement, dit kan u raadplegen via de website www.stad.gent (typ Retributie Stedelijke Ontwikkeling in het zoekveld).