Terug
Gepubliceerd op 25/04/2025

2025_CBS_03824 - OMV_2025000572 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een inrichting voor de verkoop en onderhoud van personenwagens - zonder openbaar onderzoek - Brusselsesteenweg, 9050 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 24/04/2025 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 24/04/2025 - 09:15
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Astrid De Bruycker, schepen
2025_CBS_03824 - OMV_2025000572 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een inrichting voor de verkoop en onderhoud van personenwagens - zonder openbaar onderzoek - Brusselsesteenweg, 9050 Gent - Vergunning 2025_CBS_03824 - OMV_2025000572 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een inrichting voor de verkoop en onderhoud van personenwagens - zonder openbaar onderzoek - Brusselsesteenweg, 9050 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Gebroeders De Wilde NV met als contactadres Brusselsesteenweg 775, 9050 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025000572) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 6 januari 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het veranderen van een inrichting voor de verkoop en onderhoud van personenwagens

• Adres: Brusselsesteenweg 775, /0101 en /0201, 9050 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 22 sectie B nrs. 188S4, 188Y4, 188Z4 en 189H7

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 27 februari 2025.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 11 april 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

 

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Het betreft het veranderen van een inrichting voor de verkoop en onderhoud van personenwagens.

 

Gebroeders De Wilde exploiteert een inrichting voor de verkoop en onderhoud van personenwagens. De huidige vergunning klasse 2 is geldig tot 12 juli 2026. Door het stopzetten van de takeldienst ca. 2 jaar geleden is de activiteit van de garage sterk verminderd.

 

Door de gevraagde verandering en de daaruit volgende verlaging van klasse is de inrichting niet langer te beschouwen als vergunningsplichtig maar is meldingsplichtig geworden (IIOA van de derde klasse).

Met voorliggende aanvraag worden tevens enkele niet (correct) vergunde zaken rechtgezet t.o.v. de vergunde toestand.

 

De aanvraag wordt ingediend als een verandering van een eerder vergunde inrichting. Er wordt akte genomen van de aangevraagde rubrieken. De klasse 2 vergunning wordt opgeheven.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

4.3.b)1°ii)

inrichtingen waarin bedekkingsmiddelen worden aangebracht met een maximaal gehalte aan vluchtige organische stoffen, zoals conform de EG-richtlijn 2004/42/EG, bepaald in bijlage 2A en 2B van het koninklijk besluit van 7 oktober 2005 inzake de reductie van het gehalte aan vluchtige organische stoffen in bepaalde verven en vernissen en in producten voor het overspuiten van voertuigen (voetnoot zie achteraan bijlage 1), met een geïnstalleerde totale drijfkracht van:

5 kW tot en met 25 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan het industriegebied, vermeld in i) | spuitcabine (= bestaand) | klasse 3 | Nieuw

20 kW

6.4.1°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | uitbreiding met 2140l opslag tot max. 3000l van diverse types oliën in vaten | klasse 3 | Verandering

+2140 liter

15.2.

herstellen van motorvoertuigen (+ carrosseriewerkzaamheden) anders dan vermeld in rubriek 15.3 | Werkplaats voor herstellen van motorvoertuigen met 3 hefbruggen; smeerput is buiten gebruik | klasse 3 | Verandering

-1 stuk

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Luchtcompressor (900l & 8 bar) | klasse 3 | Nieuw

11 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag van divers gamma aan onderhoudsproducten, thinner, detergent wasplaats en verven (vermindering van 5000 tot 1000l) | klasse 3 | Verandering

-4000 liter

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

3.4.1°a) | Het lozen van bedrijfsafvalwater  in de openbare riolering afkomstig van het wassen van voertuigen | 2 m³/uur

6.5.1° | 1 verdeelslang voor diesel | 1 verdeelslang

15.4.2°a) | Wasplaats voor voertuigen | 1 motorvoertuigen en hun aanhangwagens/dag

17.3.2.1.1.1°b) | Opslagtank diesel van 20.000l of 16,66 ton (omgerekend met dichtheid diesel 0,8333) | 16,66 ton

 

Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:

15.1.2. | Het stallen van voertuigen | 99 stuks

29.5.2.1. | Metaalbewerkingstoestellen | 10 kW

 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 16/12/1963 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen bergplaats. (1963 GB 330/8)

* Op 15/05/1970 werd een vergunning afgeleverd voor steken van een poort in de achtergevel garage (achtergevel van brusselsesteenweg 775). (1970 GB 010 (KW))

* Op 05/02/1979 werd een weigering afgeleverd voor opslagplaats voor gebruikte voertuigen en schroot. (KW J-10-78 (GB 330/36))

* Op 15/10/1987 werd een weigering afgeleverd voor oprichten van een opslagplaats voor gebruikte voertuigen. (1987/294 (BB 375/8 GB))

* Op 31/12/1991 werd een vergunning afgeleverd voor oprichten van een toonzaal met 1 woongelegenheid na het slopen van een gebouw. (1991/20151)

* Op 08/06/2000 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een eengezinswoning, bureau, doorrit en deel van een garagetakelbedrijf, het oprichten van een toonzaal met bureau en doorgang bij takelbedijf, en het oprichten van een meergezinswoning met 2 woongelegenheden. (1999/20295)

* Op 03/05/2007 werd een vergunning afgeleverd voor de terreinverharding uit wegenisbeton voor het tijdelijk stationeren (transitzone) van voertuigen. (2006/20250)

* Op 04/09/2008 werd een vergunning afgeleverd voor terreinverharding uit wegenisbeton voor tijdelijke stationeren (transitzone) van voertuigen + afsluitingen en toegangspoort (regularisatie). (2008/20186)

 

Milieuvergunningen

* Op 13/07/2006 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning op proef afgeleverd voor het exploiteren van een takelservice met herstelling en onderhoud van personen- en vrachtwagens en motorfietsen. (3510/E/2)

* Op 19/06/2008 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een takelservice met herstelling en onderhoud van personen- en vrachtwagens en motorfietsen - definitieve vergunning na 2 jaar op proef (3510/E/3)

 

Omgevingsvergunningen

Op 13/12/2024 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig  bevonden voor het veranderen (door wijziging) van de exploitatie van een garage met verkoop van personenwagen (gebroeders de wilde nv). (OMV_2024150849)

 

BEOORDELING AANVRAAG

 

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgend extern advies is gegeven:  

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 5 maart 2025 onder ref. 026222-007/KH/2025.

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005, maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

 

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

 

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1.   . Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Provincie Oost-Vlaanderen. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

5.2.   Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Er wordt geen nieuwe bebouwing voorzien.

 

Er wordt drinkwater gebruikt voor laagwaardige huishoudelijke toepassingen (toiletten, schoonmaak, …). Bij de eerstvolgende verbouwing van het gelijkvloerse, waarbij die verbouwing tot gevolg heeft dat het afvoerstelsel van afval-en hemelwater kan aangepast worden, moet voor de laagwaardige huishoudelijke toepassingen overgeschakeld worden op hergebruik van hemelwater (plaatsen van een hemelwaterput met pompsysteem dat hergebruik mogelijk maakt). Zie ook aspect hemelwater/afvalwater.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Er worden geen wijzigingen aangebracht aan gebouwen, verhardingen, waterlopen of het reliëf. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

De lozing van het afvalwater is een ingedeelde activiteit. De impact van de lozing wordt besproken onder het aspect afvalwater. De lozing moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

 

Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagen (indelingsplichtig volgens Vlarem II, bijlage 1). De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

 

5.3.   Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen>de watertoets doorstaat.

 

6.       NATUURTOETS

Er worden geen wijziging aan bouwvolumes/constructies en/of verharding voorzien. Het project heeft geen negatieve effecten op (mogelijks) aanwezige waardevol groen.

 

De aangevraagde activiteiten veroorzaken uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen door stookinstallaties en transport.

 

Het stikstofdecreet omvat een nieuw beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken en is in werking getreden op 23 februari 2024. Binnen de toetszone, gelegen binnen de SBZ-H (speciale beschermingszone van de Habitatrichtlijn) en binnen 20 km afstand tot de emissiebron(nen), moet bij een omgevingsvergunningsaanvraag nagegaan worden of de kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H door het project niet wordt overschreden. De stikstofdepositie wordt beoordeeld aan de hand van de impactscore op de SBZ-H.

In dit dossier is het beoordelingskader voor mobiliteit/stationaire bronnen van toepassing.

 

Volgens de impactscore analyse toegevoegd in het dossier is de emissie kleiner dan 1%. Het project zal op vlak van stikstofemissies bijgevolg geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

 

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

 

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

 

9.       OMGEVINGSTOETS

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

 

Aspect afval

De voortgebrachte afvalstoffen worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. Conform VLAREMA is het verplicht het bedrijfsafval gescheiden in te zamelen en te laten ophalen door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker.

 

De afvalstoffen die voortkomen uit de werkzaamheden (restafval, papier en karton, PMD, oliehoudend afval, batterijen en afvalolie) worden volgens de aanvraag selectief worden ingezameld in daartoe voorziene afvalrecipiënten. De afvalstromen worden, op regelmatige basis, worden afgevoerd naar daartoe erkende/vergunde bedrijven. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Aspect afvalwater

De inrichting ligt in centraal gebied volgens het zoneringsplan van Stad Gent.

 

Huishoudelijk afvalwater

Er is een beperkte hoeveelheid huishoudelijk afvalwater (< 600 m³) die niet ingedeeld is en in hoofdzaak afkomstig is van de sanitaire installaties en het afvalwater uit de keuken en refter.

Het huishoudelijk afvalwater wordt via een septische put geloosd op de openbare riolering

De lozing dient te voldoen aan de bepalingen van afdeling 6.2.2. van Vlarem II.

 

Bedrijfsafvalwater

De inrichting is momenteel vergund voor de lozing van 2 m³/uur bedrijfsafvalwater op de openbare riolering. De vergunde hoeveelheid kan behouden blijven.

 

Het wassen van voertuigen is beperkt tot maximum 1 voertuig per dag. Het wassen gebeurt d.m.v. een hogedrukreiniger en zeep boven een vloeistofdichte zone van beton. De afvoergoot van de wasplaats is aangesloten op de bestaande koolwaterstofafscheider. Deze wordt periodiek gereinigd door een erkende firma. De laatste reiniging werd uitgevoerd door Aquamella op 30/07/2024.

 

De goede werking van de koolwaterstofafscheider moet altijd verzekerd zijn. De koolwaterstofafscheider dient zo dikwijls geledigd en gereinigd als nodig is om de goede werking ervan te waarborgen. De exploitant dient hiervoor om de drie maanden de afscheider te inspecteren. Van de inspecties dient een logboek bijgehouden te worden. De afvalstoffen die bij reiniging vrijkomen dienen opgehaald en afgevoerd te worden conform Vlarema. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Aspect hemelwater

Er wordt momenteel geen hemelwater opgevangen en hergebruikt. Er wordt drinkwater gebruikt voor laagwaardige huishoudelijke toepassingen (sanitaire installaties, wassen van voertuigen, …). Conform art. 4.2.1.3.§5 van Vlarem II dient prioriteit gegeven te worden aan hergebruik van hemelwater waar mogelijk. Bij toekomstige verbouwingen dient onderzocht te worden wat de mogelijkheden zijn voor hemelwaterhergebruik (o.a. sanitair). Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect bodem

Werkplaats/wasplaats

De vloer van de werkplaats en wasplaats is effen, ondoordringbaar en onbrandbaar zodat geen doordringing van producten naar de bodem of het grondwater mogelijk is. In de werkplaats is absorptiemateriaal voorzien. De nodige maatregelen worden genomen om het morsen van vloeibare producten en de verontreiniging van de bodem, het grond- en oppervlaktewater te voorkomen.

 

Opslag gevaarlijke producten

Onder de rubriek 17.4 wordt in totaal 1.000 liter gevaarlijke producten in verpakkingen van maximum 30 l/kg aangevraagd. Het betreft een divers gamma aan onderhoudsproducten, thinner, detergent wasplaats en verven. Rubriek 6.4.1 wordt tevens aangevraagd voor de opslag van diverse types oliën incl. afvalolie in vaten.

Alle vaten en bussen met (gevaarlijke en brandbare) vloeistoffen moeten ingekuipt zijn. Dit betekent dat ze ofwel in een ruimte moeten staan die in zijn geheel een vloeistofdichte inkuiping vormt door het aanbrengen van een coating op de vloer en gecoate voldoende hoge randen ofwel moeten de bussen of vaten op een lekbak staan (rooster met een vloeistofdichte bak onder, bvb. in metaal). Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

De opslag van 20.000 liter diesel(16,66 ton), ter bevoorrading van de verdeelinstallatie , gebeurt in een ondergrondse dubbelwandige tank. De tank is voorzien van een permanente lekdetectie en systeem tegen overvulling. De tank werd onderworpen aan een periodiek beperkt onderzoek door een erkend milieudeskundige BTV op 29/11/2024. Het keuringsattest werd bij de aanvraag gevoegd. De tank kreeg een groen label. Het beperkt onderzoek dient, conform artikel 5.17.4.2.8. om de 2 jaar herhaald te worden. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Uiterlijk tegen 1/01/2028 moet het permanent lekdetectiesysteem zowel een akoestisch en visueel signaal geven en dient de alarmfluit vervangen te worden door een systeem tegen overvulling. De lopende prototypekeuringen van het lekdetectiesysteem en het systeem tegen overvulling dienen uiterlijk tegen 1/1/2026 aangepast te worden. Bij het algemeen onderzoek van ondergrondse houders dient de resterende minimale levensduur van de houder bepaald te worden. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Er wordt 1 verdeelslang voor de bevoorrading van bedrijfsvoertuigen aangevraagd (rubriek 6.5.1). De exploitant tankt de bedrijfsvoertuigen op een vloeistofdichte vloer die aangesloten is op een lekdicht afwateringssysteem, via KWS-afscheider. Deze zone doet tevens dienst als wasplaats.

 

Vlarebo

Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 20 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect lucht

Stookinstallaties

De verwarming van de gebouwen gebeurt door bestaande niet indelingsplichtige stookinstallaties op aardgas. De brander van het bureel & receptie heeft een vermogen van 28,2 kW, de luchtverhitter in de werkplaats is 40 kW. Daarnaast is er nog 1 stookinstallatie op aardgas behorend bij de spuitcabine. De brander van deze stookinstallatie heeft een vermogen van 165 kW. Stookinstallaties met een vermogen van minder dan 300 kW zijn niet onderworpen aan emissiemetingen. De stookinstallaties dienen evenwel jaarlijks onderhouden en gecontroleerd te worden conform het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Spuitcabine

De spuitactiviteiten vinden nog slechts in beperkte mate plaats vanwege de afbouw van de werkzaamheden. Momenteel wordt de spuitcabine gemiddeld slechts twee keer per week gebruikt. Het spuiten gebeurt met watergedragen verf in een gesloten cabine, die is uitgerust met een afzuiginstallatie voorzien van een actief koolfilter. Dit filter wordt regelmatig vervangen.

 

Voor de spuitcabine werd geen verslag toegevoegd aan het dossier waarin aangetoond wordt dat de spuitcabine aan de emissiegrenswaarde voor stof (10 mg/Nm³) voldoet. De opmaak van dergelijk verslag door een milieudeskundige is verplicht conform artikel 5.4.3.2.3.§4 van Vlarem II.

 

Het verslag van de spuitcabine, conform artikel 5.4.3.2.3.§4 van Vlarem II, moet binnen een termijn van 3 maanden na datum van dit besluit bezorgd worden aan de Dienst Toezicht van stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Conform artikel 5.4.3.2.3.§7. van Vlarem II moet elke spuitcabine uitgerust zijn met een drukmeter en geluidsalarm. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Luchtcompressor

Er wordt een luchtcompressor aangevraagd van 11 kW en een inhoud van 900 liter (8 bar). Het product van de toelaatbare druk (8  bar) en het volume (900 liter) van de luchtcompressor is groter is dan 3.000 bar.liter. Bijgevolg dient de luchtcompressor, conform artikel 5.16.3.2, §4 van Vlarem II ten minste om de vijf jaar onderworpen te worden aan een periodiek onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline houder voor gassen of gevaarlijke stoffen zodat een maximale beveiliging voor de buurt wordt verzekerd. Ter staving van de naleving wordt als bijzondere voorwaarde opgelegd dat het attest van het periodiek onderzoek, conform artikel 5.16.3.2.§4 van Vlarem II, binnen een termijn van 3 maanden na datum van dit besluit, moet bezorgd worden aan de dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

Aspect mobiliteit

De garage brengt door de aard van haar activiteiten een zekere vorm van mobiliteit met zich mee, voornamelijk de verplaatsingen door klanten en het personeel.

- Er zijn 5 personeelsleden in dienst, waarvan 2 met de eigen personenwagen komen. De andere werknemers komt te voet of met de fiets.

- De takeldienst is ca 2 jaar geleden stopgezet, waardoor de activiteit van de garage sterk verminderd is, inclusief het bijhorend aantal bewegingen.

- Er zijn gemiddeld 5 in- en uitgaande voertuigbewegingen van klanten per dag die hun wagen brengen voor onderhoud en/of herstelling.

 

De garage is geopend enkel op weekdagen tussen 8u en 17u.

 

Er zijn 6 parkeerplaatsen (kant Brusselsesteenweg) voor personeel en bezoekers. De in- en uitrit van de werkplaats bevindt zich aan de achterkant (kant Jules Destréelaan). Op het eigen terrein is een ruime parking, zodat alle wagens steeds op eigen terrein kunnen parkeren en het openbaar domein niet wordt gehinderd. Aan deze zijde is een grote toegangspoort die in principe steeds gesloten is, zodat er geen derden op het terrein kunnen en de poort wordt vanop afstand bediend, zodat er niet gewacht moet worden aan de poort.

 

Naar mobiliteit zien we enkel een wijziging met betrekking tot de takeldienst. Deze activiteit werd ca 2 jaar geleden stopgezet, waardoor de activiteit van de firma sterk verminderd is. De verkeersgeneratie van en naar deze site zal dus minder zijn in vergelijking met de huidige vergunning.

 

Er werken in totaal 5 werknemers, waarvan 2 personen met de wagen komen en 3 met de fiets of te voet. Op het toegevoegde plan zien we geen fietsparkeerplaatsen. We vragen wel aandacht voor comfortabele fietsparkeerplaatsen in functie van het duurzaam verplaatsen van de werknemers. Op het plan is te zien dat er ruimte is om fietsparkeerplaatsen te voorzien. We stellen voor om minimum 3 fietsparkeerplaatsen te voorzien voor werknemers. De inrichting van een fietsenberging is belangrijk om het fietsgebruik aan te moedigen. Een gebruiksvriendelijke berging wordt sneller gebruikt en stimuleert fietsgebruik. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Er zijn gemiddeld 5 in- en uitgaande voertuigbewegingen van klanten per dag die hun wagen brengen voor onderhoud en/of herstelling, dit aan de kant Jules Destréelaan. Het is belangrijk dat alle parkeren en manoeuvreren van deze voertuigen (in herstelling en/of onderhoud) op eigen terrein gebeurt. Er mag in geen geval hinder zijn op het openbaar domein. Laden en lossen dient zo veel mogelijk op eigen terrein te gebeuren. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Aspect geluid

De inrichting is gelegen in woongebied. Door het stopzetten van de takeldienst zijn er geen activiteiten meer ’s nachts. De activiteiten in de garagewerkplaats en toonzaal zijn beperkt tot de dagperiode Alle onderhouds- en herstellingswerkzaamheden gebeuren binnen in de werkplaats. De activiteiten gebeuren zoveel mogelijk met gesloten poorten en deuren. Er dient steeds voldaan te worden aan de toepasselijke Vlarem-geluidsnormen. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect brandveiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 026222-007/KH/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het veranderen van een inrichting voor de verkoop en onderhoud van personenwagens aan Gebroeders De Wilde nv (O.N.:0466467456) gelegen te Brusselsesteenweg 775, /0101 en /0201, 9050 Gent.

 

De rubrieken voor de inrichting/activiteit Gebroeders De Wilde met inrichtingsnummer 20241114-0015 beslist het college als volgt:

 

Geakteerde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

4.3.b)1°ii)

inrichtingen waarin bedekkingsmiddelen worden aangebracht met een maximaal gehalte aan vluchtige organische stoffen, zoals conform de EG-richtlijn 2004/42/EG, bepaald in bijlage 2A en 2B van het koninklijk besluit van 7 oktober 2005 inzake de reductie van het gehalte aan vluchtige organische stoffen in bepaalde verven en vernissen en in producten voor het overspuiten van voertuigen (voetnoot zie achteraan bijlage 1), met een geïnstalleerde totale drijfkracht van:

5 kW tot en met 25 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan het industriegebied, vermeld in i) | spuitcabine (= bestaand) | Nieuw

20 kW

6.4.1°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | uitbreiding met 2140l opslag tot max. 3000l van diverse types oliën in vaten | Verandering

2140 liter

15.2.

herstellen van motorvoertuigen (+ carrosseriewerkzaamheden) anders dan vermeld in rubriek 15.3 | Werkplaats voor herstellen van motorvoertuigen met 3 hefbruggen; smeerput is buiten gebruik | Verandering

-1 stuk

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Luchtcompressor (900l & 8 bar) | Nieuw

11 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag van divers gamma aan onderhoudsproducten, thinner, detergent wasplaats en verven (vermindering van 5000 tot 1000l) | Verandering

-4000 liter

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20241114-0015) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.1°a)

lozen (zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie) van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan de geldende indelingscriteria (tot en met 2 m³/u) | Het lozen van bedrijfsafvalwater  in de openbare riolering afkomstig van het wassen van voertuigen | klasse 3

2 m³/uur

4.3.b)1°ii)

inrichtingen waarin bedekkingsmiddelen worden aangebracht met een maximaal gehalte aan vluchtige organische stoffen, zoals conform de EG-richtlijn 2004/42/EG, bepaald in bijlage 2A en 2B van het koninklijk besluit van 7 oktober 2005 inzake de reductie van het gehalte aan vluchtige organische stoffen in bepaalde verven en vernissen en in producten voor het overspuiten van voertuigen (voetnoot zie achteraan bijlage 1), met een geïnstalleerde totale drijfkracht van:

5 kW tot en met 25 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan het industriegebied, vermeld in i) | spuitcabine (= bestaand) | vlarebo : A | klasse 3

20 kW

6.4.1°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | opslag van diverse types oliën incl. afvalolie in vaten (met diverse inhouden) | klasse 3

3000 liter

6.5.1°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | 1 verdeelslang voor diesel | klasse 3

1 verdeelslang

15.2.

herstellen van motorvoertuigen (+ carrosseriewerkzaamheden) anders dan vermeld in rubriek 15.3 | Werkplaats voor herstellen van motorvoertuigen met 3 hefbruggen | vlarebo : A | klasse 3

3 stuk

15.4.2°a)

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan het industriegebied waarin minder dan 10 motorvoertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassen | Wasplaats voor voertuigen | klasse 3

1 motorvoertuigen en hun aanhangwagens/dag

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Luchtcompressor (900l & 8 bar) | klasse 3

11 kW

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | Opslagtank diesel van 20.000l of 16,66 ton (omgerekend met dichtheid diesel 0,8333) | klasse 3

16,66 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag van divers gamma aan onderhoudsproducten, thinner, detergent wasplaats en verven | klasse 3

1000 liter


De lopende vergunning wordt opgeheven.


Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

Spuitcabine

Het verslag van de spuitcabine, conform artikel 5.4.3.2.3.§4 van Vlarem II, moet binnen een termijn van 3 maanden na datum van dit besluit bezorgd worden aan de Dienst Toezicht van stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

Luchtcompressor

Het attest van het periodiek onderzoek op de luchtcompressor van 11 kW dient, conform artikel 5.16.3.2.§4 van Vlarem II, binnen een termijn van 3 maanden na datum van dit besluit, bezorgd te worden aan de dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

Mobiliteit

Alle parkeren, laden & lossen en manoeuvreren dient te gebeuren op eigen terrein. Er mag in geen geval hinder zijn op het openbaar domein.

 

Brandveiligheid

De voorwaarden uit het advies (met referentie 026222-007/KH/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

 

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Afval

Er dient een afvalstoffenregister bijgehouden te worden.

 

Koolwaterstofafscheider

De goede werking van de koolwaterstofafscheider moet altijd verzekerd zijn. De koolwaterstofafscheider dient zo dikwijls geledigd en gereinigd als nodig is om de goede werking ervan te waarborgen. De exploitant dient hiervoor om de drie maanden de afscheider te inspecteren. Van de inspecties dient een logboek bijgehouden te worden. De afvalstoffen die bij reiniging vrijkomen dienen opgehaald en afgevoerd worden conform Vlarema.

 

Hemelwater

Conform art. 4.2.1.3.§5 van Vlarem II dient prioriteit gegeven te worden aan hergebruik van hemelwater waar mogelijk. Bij toekomstige verbouwingen dient onderzocht te worden wat de mogelijkheden zijn voor hemelwaterhergebruik (o.a. sanitair). Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Opslag gevaarlijke producten

Alle vaten en bussen met (gevaarlijke en brandbare) vloeistoffen moeten ingekuipt zijn. Dit betekent dat ze ofwel in een ruimte moeten staan die in zijn geheel een vloeistofdichte inkuiping vormt door het aanbrengen van een coating op de vloer en gecoate voldoende hoge randen ofwel moeten de bussen of vaten op een lekbak staan (rooster met een vloeistofdichte bak onder, bvb. in metaal).

 

Het beperkt onderzoek op de ondergrondse dieseltank dient, conform artikel 5.17.4.2.8. om de 2 jaar herhaald te worden.

Uiterlijk tegen 1/01/2028 moet het permanent lekdetectiesysteem zowel een akoestisch en visueel signaal geven en dient de alarmfluit vervangen te worden door een systeem tegen overvulling. De lopende prototypekeuringen van het lekdetectiesysteem en het systeem tegen overvulling dienen uiterlijk tegen 1/1/2026 aangepast te worden. Bij het algemeen onderzoek van ondergrondse houders dient de resterende minimale levensduur van de houder bepaald te worden.

 

Vlarebo

Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 20 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement.

 

Stookinstallaties

De stookinstallaties dienen jaarlijks onderhouden en gecontroleerd te worden conform het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater.

 

Spuitcabine

Conform artikel 5.4.3.2.3.§7. van Vlarem II moet elke spuitcabine uitgerust zijn met een drukmeter en geluidsalarm.

 

Mobiliteit

Aandacht voor comfortabele fietsparkeerplaatsen in functie van het duurzaam verplaatsen van de werknemers. We stellen voor om minimum 3 fietsparkeerplaatsen te voorzien.

 

Geluid

Er dient steeds voldaan te worden aan de toepasselijke Vlarem-geluidsnormen.