Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Farys OPDRAVER met als contactadres Stropstraat 1, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025001935) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 20 februari 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het exploiteren van een bemaling in het kader van de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg
• Adres: Nieuwescheldestraat , 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 24 sectie B nrs. 520F en 675A en op openbaar domein
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 5 maart 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 11 april 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het exploiteren van een bemaling.
Aan het bedrijventerrein II en III te Zwijnaarde is een nieuwe ontsluitingsweg gepland. De bemaling is noodzakelijk voor de aanleg van rioleringswerken ter hoogte van deze weg.
Er werd een stedenbouwkundige vergunning verkregen op 17/04/2023 met referentie OMV_2022149424. Deze vergunning werd verleend door de Provincie Oost-Vlaanderen. Een bemaling was toen niet van toepassing omwille van de lage grondwaterstanden in 2022. Door de huidige hoge grondwaterstanden is een bemaling wel noodzakelijk.
De bemalingswerken zijn opgedeeld in drie zones.
In de eerste zone wordt een RWA-leiding van ca. 100 meter aangelegd doorheen het parkgebied op een diepte van ongeveer 1,6 m tegenover het maaiveld. Ter hoogte van deze zone wordt het gedeelte dat de bestaande vijver doorkruist, eerst opgevuld, waarna damwanden (diepte ca 9 m-mw) worden geplaatst. In een tweede zone wordt een ringnetleiding van ca. 600 meter aangelegd op maximaal 2,1 meter diepte. In de derde zone wordt een doorsteek van een bestaande gracht naar de Bovenschelde aangelegd. Er dient uitgegraven te worden tot ca. 2,8 m onder het maaiveld en lokaal tot ca. 3,9 m onder het maaiveld voor een overstortconstructie.
De bemaling kan uitgevoerd worden met behulp van gravitaire filters die ca. 8m diep worden aangezet. De bemaling is tijdelijk van aard en zal circa 13 weken in beslag nemen. Er zal in totaal ongeveer 38.500 m³ grondwater opgepompt worden. Het maximaal uurdebiet bedraagt 38,5 m³/u.
Er worden verhoogde lozingsnormen aangevraagd voor arseen, zink, minerale olie, dichloormethaan, vinylchloride en PFAS in combinatie met een waterzuiveringsinstallatie.
De bemaling werd gemodelleerd en bestudeerd in een bemalingsstudie die werd toegevoegd als bijlage aan het aanvraagdossier (referentie "2025 01 23-YMEY_AVLA_AVER-AGT4819-Bemalingsadvies-v4").
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Deze aanvraag betreft het lozen van bedrijfsafvalwater met concentraties gevaarlijke stoffen hoger dan de indelingscriteria. klasse 2 | Nieuw | 38,5 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | Indien de concentraties boven de toegekende verhoogde lozingsnormen worden aangetroffen, zal het bemalingswater gezuiverd worden. | klasse 2 | Nieuw | 38,5 m³/uur |
53.2.1°b) | bronbemaling (gelegen in beschermingsgebied - decreet van 14 juli 1993) die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen (met een debiet van meer dan. 500 m³ per dag of meer dan 30 000 m³ per jaar tot max van 2.000 m³ per dag) | Deze rubriek wordt aangevraagd voor de bemaling. | klasse 2 | Nieuw | 924 m³/dag |
Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:
Omschrijving:
De exploitant vraagt een bijstelling aan van bijlage 4.2.5.1.1§1 - 'Controle-inrichting voor lozingen van afvalwaters'. Aangezien het een tijdelijke bemaling en tijdelijke lozing betreft wordt er geen meetgoot en speciale meetapparatuur geplaatst, enkel een staalnamekraan voorzien, de debietmeter die geplaatst wordt is conform Vlarem II artikel 5.53.3.2. §12 (meetinrichting tijdelijke bemaling).
De exploitant vraagt een bijstelling aan van bijlage 4.2.5.1.1§2 - 'Controle en beoordeling van de meetresultaten op lozingen van bedrijfsafvalwater en koelwater'. De staalname van het bemalingswater zal gebeuren bij opstart en gedurende de bemalingsfasen en dit door middel van het staalnamekraantje op de collector.
Voorstel:
Staalnamekraantjes en debietmeters zullen voorzien worden.
Omschrijving:
De exploitant vraagt een bijstelling aan van artikel 4.2.3.1 - lozing van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen bevat.
Voorstel:
Voor deze parameters wordt een lozingsnorm aangevraagd.
Deze aangevraagde lozingsnormen zijn gebaseerd op het indelingscriterium maar zijn niet hoger dan de gangbare lozingsnorm voor deze parameters in kader van bodemsaneringsprojecten bij lozing op oppervlaktewater of riolering.
Arseen : aangevraagde lozingsnorm : 50 µg/l (10xIC)
Zink: aangevraagde lozingsnorm: 2000 µg/l (10xIC)
Minerale olie: aangevraagde lozingsnorm: 500 (standaardprocedure BSP)
Dichloormethaan: aangevraagde lozingsnorm: 200 µg/l (10xIC)
Vinylchloride: aangevraagde lozingsnorm: 1 µg/l (gangbare lozingsnorm ikv BSP)
PFAS: aangevraagde lozingsnorm: 100 ng/l (voormalige rapportagegrens)
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn relevant:
Omgevingsvergunningen
* Op 27/04/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een dubbelrichtingsontsluitingsweg voor bedrijventerrein zwijnaarde II en III, wandel- en fietspad en het rooien van bomen. (OMV_2022149424)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
Voorwaardelijk gunstig advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West afgeleverd op 7 april 2025 onder ref. omv_2025001935 Behandeling in eerste aanleg-001.
Geen advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 6 maart 2025.
Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van de VMM (M) Advies Vergunning Afvalwater en Lucht (milieu) afgeleverd op 26 maart 2025 onder ref. KAGA/BG/TD/124492/52787.
Voorwaardelijk gunstig advies van de VMM (W) Afdeling Operationeel Waterbeheer (milieu) afgeleverd op 8 april 2025 onder ref. OVL-005655-A.
Voorwaardelijk gunstig advies van Agentschap voor Natuur en Bos afgeleverd op 13 maart 2025 onder ref. 25-204176 en 25-204176bis.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in parkgebied, bufferzones en industriegebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'THEMATISCH RUP GROEN' (Definitieve vaststelling door de Gemeenteraad op 28 september 2021). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone voor bos.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5. WATERPARAGRAAF
1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt in de nabijheid van de waterloop (Bovenschelde).
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming), klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming) en klein onder klimaatverandering.
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming), klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming) en klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
De aanvraag betreft louter de bemaling nodig voor de realisatie van een ondergrondse riolering. De bemaling speelt zich grotendeels ondergronds af.
2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Stroomgebiedbeheerplannen
Er zijn geen acties opgenomen in het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde (2022-2027)
die betrekking hebben op de vergunningsaanvraag.
Het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde formuleert maatregelen om wateroverlast (en watertekort) in het bekken te voorkomen. De strategie "vasthouden-bergen-afvoeren" is hierbij van toepassing. Dit kan door het vermijden van de toename van verharde oppervlakte, het afkoppelen van hemelwater van de riolering, hergebruik ter plaatse, infiltreren waar mogelijk, bufferen, vertraagd afvoeren, vermijden van inbuizingen, aanleggen van groendaken, ... Via het instrument van de watertoets worden schadelijke effecten van nieuwe plannen, programma’s en vergunningen vermeden door het opleggen van gepaste maatregelen of het niet toestaan van nieuwe ontwikkelingen.
Er zijn geen acties opgenomen in het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde (2022-2027) die betrekking hebben op de vergunningsaanvraag.
Gewijzigd overstromingsregime
Er treden geen effecten op het fluviaal overstromingsrisico van het gebied er is dan ook geen impact of gewijzigd overstromingsregime.
De grondwaterbemaling is eveneens gelegen in pluviaal overstromingsgebied. De activiteit is tijdelijk. Indien de nodige maatregelen genomen worden (bv. beperken lozingsdebiet, peilmetingen) om bijkomende periodieke wateroverlast te voorkomen, zal er geen impact op het overstromingregime zijn (zie 9. Omgevingstoets).
Gewijzigd afstromingsregime en gewijzigde infiltratie naar het grondwater
De aanvraag voorziet louter in een bemaling om de werken te kunnen uitvoeren. Hierop is de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater niet van toepassing. De Vlaamse Waterweg verwacht bijgevolg geen wijzigingen in het afstromingsregime en de infiltratie van het hemelwater ten gevolge van het project.
Gewijzigde oppervlaktewaterkwaliteit en gewijzigd aantal puntbronnen
Om negatieve effecten op de oppervlaktewaterkwaliteit te voorkomen, dient de geldende regelgeving voor grondwaterlozingen (Vlarem) strikt te worden nageleefd. De kwaliteit van het te lozen water zal moeten voldoen aan de algemene lozingsvoorwaarden van Vlarem.
De aanvrager dient ieder incident waarbij mogelijks oppervlaktewaterverontreiniging ontstaat binnen de 24 uur te melden aan RIS.
Als het onttrokken grondwater verontreinigd is dient het eerst via een zuiveringsinstallatie gereinigd te worden vooraleer het wordt geloosd. Dit te lozen bemalingswater dient nauwkeurig en frequent
gemonitord te worden opdat mogelijke restverontreiniging boven de toegelaten normen tijdig
opgespoord zou worden en er geen verontreiniging van het oppervlaktewater optreedt.
De milieueffecten en voorwaarden worden besproken onder 9. Omgevingstoets.
Gewijzigd grondwaterstromingspatroon en gewijzigde grondwaterkwaliteit
Het project voorziet geen nieuwe permanente ondergrondse constructies, waardoor er geen impact op het grondwaterstromingspatroon wordt verwacht. De bemaling kan tijdens de duur van de werken een impact hebben op de grondwaterstroming maar is tijdelijk van aard.
Watergebonden natuur en structuurkwaliteit
Er worden geen werken voorzien die de structuurkwaliteit van de Boven-Schelde veranderen. Er wordt dan ook geen significant negatieve impact op de watergebonden natuur en structuurkwaliteit verwacht.
3. Conclusie
Aangevuld met (in deze vergunning opgenomen) voorwaarden is het project verenigbaar met het watersysteem en het beheer van De Vlaamse Waterweg nv.
Met deze voorwaarden voldoet het project aan de doelstellingen en beginselen zoals geformuleerd in art. 1.2.2 en 1.2.3 van het gecodificeerd decreet integraal waterbeleid. Het project voldoet aan het standstillbeginsel.
6. NATUURTOETS
De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing.
Het bemalingswater wordt gedeeltelijk geïnfiltreerd en geloosd in oppervlaktewater. Doordat het opgepompt grondwater potentieel verontreinigd is, wordt in het aanvraagdossier een zuiveringsinstallatie voorzien. Het effluent/de lozing dient te voldoen aan de vigerende normering van Vlarem II en de aan deze vergunning toegevoegde voorwaarden (zie 9. Omgevingstoets).
Het betreft een tijdelijke activiteit en het oppervlakte water staat niet direct in verbindingen met speciale beschermingszones of VEN gebieden.
Bij zone 1 kan het bemalingswater geloosd worden in de vijver/gracht waarbij het niveau van de vijver niet hoger mag komen dan het maximale waterstandniveau van de vijver. Het grondwater moet hiervoor wel voldoende zuiver zijn (zie hoger). Vervuild water mag niet in het park geloosd worden. Het lozingswater moet belucht zijn en mag ook niet meer dan 5mg Fe/l bevatten, anders is een ontijzeringsstap noodzakelijk.
De werken in zone 1 (ter hoogte van het park) worden bij voorkeur buiten het vegetatieve
seizoen worden uitgevoerd. De bemaling in deze zone zonder bijkomende bevloeiing kan dus enkel tussen 30 september en 1 maart. De bemaling kan eventueel ook in de periode 1 juli tot 30 september, mits er bevloeiing van de bomen onder begeleiding van een boomdeskundige ETW/ETT wordt voorzien als bijkomende maatregel. Bij bevloeiing mogen de bomen niet te nat komen te staan, en mag ook geen vervuild water worden gebruikt.
Het bevloeiingsplan van de boomdeskundige ETW/ETT dient ter goedkeuring van de Groendienst van de stad Gent voorgelegd. De bemaling in zone 1 dient zo kort mogelijk te worden uitgevoerd, niet langer dan 21 dagen (Zie 9. Omgevingstoets).
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag mits voorwaarden de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.
Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Dit deel werd opgemaakt conform het advies VMM-grondwater, VMM-afvalwater, de Vlaamse Waterweg, ANB en interne adviesverleners stad Gent
Bodem en grondwater
De bronbemaling moet voldoen aan onderafdeling 5.53.6.1 van Vlarem II en uitgevoerd worden volgens de richtlijnen bemalingen ter bescherming van het milieu (VMM, 2019).
Bemalingscascade
In eerste instantie dient er zo weinig mogelijk grondwater opgepompt te worden (beperken duur, peilgestuurd, waterremmende constructies). Het grondwater dat onttrokken wordt dient zoveel mogelijk terug in de grond gebracht worden buiten de onttrekkingszone (retourbemaling, herinfiltratie). Voor het netto debiet dat overblijft dient onderzocht of nuttig hergebruik mogelijk is.
Indien dit niet mogelijk is of aangewezen mag het grondwater geloosd worden op oppervlaktewater of in een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater. In laatste instantie mag het bemalingswater in de riolering geloosd worden.
Stap 1 beperken en retourneren
Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen bezorgt het erkend boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:
- het merk en serienummer
- het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing
Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.
Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen
Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
De start-en stopdatum van de bemaling dient eveneens gemeld te worden aan VMM via het mailadres grondwater.ovl@vmm.be met vermelding van het projectnummer OMV_2025001935.
Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Om het debiet en de invloed van de bemaling zoveel mogelijk te beperken, wordt in de bijzondere voorwaarden een peilsturing van de bemaling opgenomen.
De bemaling dient te gebeuren d.m.v. automatische sturing o.b.v. het grondwaterpeil. Er dienen sondes voorzien die de bemalingspomp aansturen. De sondes worden bij de lijnbemaling geplaatst in een peilput in het actieve lijntraject. De noodzakelijke verlaging wordt per fase bepaald.
Door het type bemalingssysteem is retourbemaling niet mogelijk.
Enkel in fase 1 bestaat de mogelijkheid tot gedegen infiltratie door lozing in de bestaande vijver/gracht waarbij het niveau van de vijver niet hoger mag komen dan het maximale waterstandniveau van de vijver. Het grondwater moet hiervoor voldoende zuiver zijn. Vervuild water mag niet in het park geloosd worden. Het lozingswater moet belucht zijn en mag ook niet meer dan 5mg Fe/l bevatten, anders is een ontijzeringsstap noodzakelijk (zie ook aspect fauna en flora).
Indien de infiltratie plaatsheeft in een afgesloten vijver (geen verbinding met een waterloop) dan zijn de milieukwaliteitsnormen voor het terug in de ondergrond brengen van het bemalingswater van kracht (art. 5.53.6.1.1§4 van Vlarem II, zie verder) .
Stap 2 hergebruik
Gezien de mogelijke (rest)verontreiniging met PFAS is hergebruik niet aangewezen.
Stap 3 lozen op waterloop
Tijdens de werken zal er geloosd worden op oppervlaktewater (Bovenschelde of grachten).
Om te mogen lozen in de Boven-Schelde dient eerst rechtstreeks bij De Vlaamse Waterweg nv een vergunning inname openbaar domein aangevraagd te worden
(https://www.vlaamsewaterweg.be/vergunningen).
Er mag geen hinder voor de scheepvaart veroorzaakt worden. Dit vertaalt zich in maximaal toegelaten dwarsstroomdebieten: Waterwegen hoofdzakelijk voor beroepsvaart: 1,5m/s (bij gebruik van buizen met diameter maximaal 1m).
Buis diameter 0,2m: 0,05m³/s
Buis diameter 0,5m: 0,3m³/s
Buis diameter 1m: 1m³/s
Er moet een plaatsbeschrijving opgemaakt worden VOOR de start van de werken, indien deze ontbreekt wordt de omgeving geacht in perfecte staat te zijn.
Voor de plaatsbeschrijving en vooraleer het pompen start, dient de sectorverantwoordelijke
Jonas Van den Abeele verwittigd te worden (ARW.district2@vlaamsewaterweg.be )
Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Wateroverlast
De grondwaterbemaling is gelegen in pluviaal overstromingsgebied (middelgrote kans huidig en toekomstig klimaat). De nodige maatregelen dienen genomen te worden (bv. beperken lozingsdebiet, peilmetingen) om (bijkomende) wateroverlast te voorkomen. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Bodem/grondwaterverontreiniging
De decretale bodemonderzoeken binnen de invloedstraal van de bemaling werden gescreend. De bemaling heeft geen onaanvaardbare verspreiding van gekende grondwaterverontreiniging in de omgeving tot gevolg.
OVAM-dossier 4554 bevindt zich op de projectsite zelf. De aanwezige verontreinigingen op het terrein kunnen worden opgepompt. De exploitant vraagt hiervoor bijzondere lozingsnormen aan. De projectsite is gelegen in een PFAS-zone die sedert 10/07/2023 de status ‘opgeheven’ kreeg en waarvoor alle maatregelen werden opgeheven. De exploitant heeft de peilbuizen echter bemonsterd en vastgesteld dat in het grondwater voor verschillende PFAS-verbindingen het indelingscriterium is overschreden. Er worden bijzondere lozingsnormen voor PFAS aangevraagd.
De kwaliteit van het bemalingswater dient geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de installatie) of op voorhand in een representatieve peilbuis max. 3 jaar voor de opstart van de bemaling. De te analyseren parameters zijn minstens die van het standaardanalysepakket (SAP) zoals beschreven in bijlage 3 van de standaardprocedure voor een oriënterend bodemonderzoek (OVAM, 01/04/2023), de vergunde lozingsparameters en de kwantificeerbare PFAS-verbindingen opgenomen in het WAC_IV_A_025. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
De verdere monitoring van het opgepompte bemalingswater gebeurt aan volgende frequentie:
-Bij concentraties hoger dan 80 % van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse zonder zuivering maximaal 80 % van de norm bedraagt.
-Bij concentraties lager dan 80 % van de norm: geen herhaling noodzakelijk.
Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling.
Dit wordt opgenomen als een bijzondere voorwaarde.
In afwijking van art. 5.53.6.1.1§4 van Vlarem II mag het bemalingswater dat terug in de ondergrond gebracht wordt (bijv. via de vijver/gracht), volgende concentraties bevatten:
-Voor de som van de 20 PFAS die risicovol worden geacht voor water bestemd voor menselijke consumptie (zie bijlage I bij het Besluit van de Vlaamse Regering over de kwaliteit, kwantiteit en levering van water bestemd voor menselijke consumptie): max. 100 ng/l;
-Voor de som van alle afzonderlijke perfluorverbindingen die opgenomen zijn in het WAC/IV/A/025 en die bij monitoring worden opgespoord en gekwantificeerd: max. 500 ng/l.
Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Voor het grondwater dat geloosd wordt op oppervlaktewater dienen volgende bijzondere lozingsnormen gerespecteerd:
- As : 50 µg/l
- Zn : 200 µg/l
- Minerale olie: 500 µg/l
- Dichloormethaan: 20 µg/l
- Vinylchloride: 1 µg/l
- PFAS individueel: 100 ng/l
Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
De waterzuivering dient conform BBT Bodemsanering en de BBT-studie voor de zuivering van met PFAS belast afvalwater te zijn.
Voor de bepaling van het debiet mag de meetmethode conform hoofdstuk 5.53. van Vlarem II gebruikt worden. Een staalnamepunt voor het effluent dient voorzien te worden.
Het bedrijf dient, conform artikel 4.2.5.3.1 Vlarem II, minstens jaarlijks een analyse op het effluent van de bemaling uit te voeren.
Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
De aanvrager dient ieder incident waarbij mogelijks oppervlaktewaterverontreiniging ontstaat binnen de 24 uur te melden aan RIS (0800/40 330 of ris@vlaamsewaterweg.be). Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 20 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Zettingen
De zettingsberekeningen werden voor elke fase uitgevoerd. De max. berekende absolute zetting ten gevolge van de grondwaterverlaging voor elke fase bedraagt minder dan 15 mm. Het risico op schade door zettingen ten gevolge van de bemaling wordt bijgevolg aanvaardbaar geacht.
Geluid
De pompen zullen continu in werking zijn. Alle mogelijke en noodzakelijke maatregelen (plaatsing, type, omkasting pomp,…) moeten genomen worden opdat geluidshinder voor omwonenden minimaal zou zijn. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Verkeershinder
Verkeershinder is mogelijk tijdens de bemalingswerken. Een veilige omleiding dient voorzien te worden voor de voetgangers/fietsers. Deze voorwaarden worden als bijzondere voorwaarden opgenomen.
Fauna en flora
Er moet maximaal worden ingezet op herinfiltratie waar mogelijk.
Bij zone 1 kan het bemalingswater geloosd worden in de vijver/gracht waarbij het niveau van de vijver niet hoger mag komen dan het maximale waterstandniveau van de vijver. Het grondwater moet hiervoor wel voldoende zuiver zijn (zie hoger). Vervuild water mag niet in het park geloosd worden. Het lozingswater moet belucht zijn en mag ook niet meer dan 5mg Fe/l bevatten, anders is een ontijzeringsstap noodzakelijk.
De werken in zone 1 (ter hoogte van het park) worden bij voorkeur buiten het vegetatieve
seizoen worden uitgevoerd. De bemaling in deze zone zonder bijkomende bevloeiing kan dus enkel tussen 30 september en 1 maart. De bemaling kan eventueel ook in de periode 1 juli tot 30 september, mits er bevloeiing van de bomen onder begeleiding van een boomdeskundige ETW/ETT wordt voorzien als bijkomende maatregel. Bij bevloeiing mogen de bomen niet te nat komen te staan, en mag ook geen vervuild water worden gebruikt.
Het bevloeiingsplan van de boomdeskundige ETW/ETT dient ter goedkeuring van de Groendienst van de stad Gent voorgelegd worden met vermelding van het projectnummer OMV_2025001935 (groendienst@stad.gent).
De bemaling in zone 1 dient zo kort mogelijk te worden uitgevoerd, niet langer dan 21 dagen
Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Deze aanvraag betreft het lozen van bedrijfsafvalwater met concentraties gevaarlijke stoffen hoger dan de indelingscriteria. | Nieuw | 38,5 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | Indien de concentraties boven de toegekende verhoogde lozingsnormen worden aangetroffen, zal het bemalingswater gezuiverd worden. | Nieuw | 38,5 m³/uur |
53.2.1°b) | bronbemaling (gelegen in beschermingsgebied - decreet van 14 juli 1993) die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen (met een debiet van meer dan. 500 m³ per dag of meer dan 30 000 m³ per jaar tot max van 2.000 m³ per dag) | Nieuw | 924 m³/dag |
TERMIJN
De gevraagde vergunning wordt verleend voor een termijn van 1 jaar. De termijn begint te lopen vanaf de datum van opstart bemalingswerken. Deze datum dient gemeld te worden conform de bijzondere voorwaarde.
Dit doet geen afbreuk aan de geldigheidsduur (verval) van voorliggende vergunning (Omgevingsvergunningsdecreet - hoofdstuk 8, afdeling 1).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het exploiteren van een bemaling in het kader van de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg aan Farys opdraver (O.N.:0200068636) gelegen te Nieuwescheldestraat , 9000 Gent.
De rubrieken voor de inrichting/activiteit Bemaling ontsluitingsweg bedrijventerrein II en III Zwijnaarde met inrichtingsnummer 20250107-0061 beslist het college als volgt:
Vergunde rubrieken:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Deze aanvraag betreft het lozen van bedrijfsafvalwater met concentraties gevaarlijke stoffen hoger dan de indelingscriteria. | Nieuw | 38,5 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | Indien de concentraties boven de toegekende verhoogde lozingsnormen worden aangetroffen, zal het bemalingswater gezuiverd worden. | Nieuw | 38,5 m³/uur |
53.2.1°b) | bronbemaling (gelegen in beschermingsgebied - decreet van 14 juli 1993) die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen (met een debiet van meer dan. 500 m³ per dag of meer dan 30 000 m³ per jaar tot max van 2.000 m³ per dag) | Deze rubriek wordt aangevraagd voor de bemaling. | Nieuw | 924 m³/dag |
De gevraagde vergunning wordt verleend voor een termijn van 1 jaar. De termijn begint te lopen vanaf de datum van opstart bemalingswerken. Deze datum dient gemeld te worden conform de bijzondere voorwaarde.
Dit doet geen afbreuk aan de geldigheidsduur (verval) van voorliggende vergunning (Omgevingsvergunningsdecreet - hoofdstuk 8, afdeling 1).Legt volgende voorwaarden op:
Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:
Beperken periode en debiet
-Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen bezorgt het erkend boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:
het merk en serienummer
het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing
Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.
Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen
-De start-en stopdatum van de bemaling dient eveneens gemeld te worden aan VMM via het mailadres grondwater.ovl@vmm.be met vermelding van het projectnummer OMV_2025001935.
-De bemaling dient te gebeuren d.m.v. automatische sturing o.b.v. het grondwaterpeil. Er dienen sondes voorzien die de bemalingspomp aansturen. De sondes worden bij de lijnbemaling geplaatst in een peilput in het actieve lijntraject. De noodzakelijke verlaging wordt per fase bepaald.
Lozing
Om te mogen lozen in de Boven-Schelde dient eerst rechtstreeks bij De Vlaamse Waterweg nv een vergunning inname openbaar domein aangevraagd te worden
(https://www.vlaamsewaterweg.be/vergunningen).
Er mag geen hinder voor de scheepvaart veroorzaakt worden. Dit vertaalt zich in maximaal toegelaten dwarsstroomdebieten: Waterwegen hoofdzakelijk voor beroepsvaart: 1,5m/s (bij gebruik van buizen met diameter maximaal 1m).
Buis diameter 0,2m: 0,05m³/s
Buis diameter 0,5m: 0,3m³/s
Buis diameter 1m: 1m³/s
Er moet een plaatsbeschrijving opgemaakt worden VOOR de start van de werken, indien deze ontbreekt wordt de omgeving geacht in perfecte staat te zijn.
Voor de plaatsbeschrijving en vooraleer het pompen start, dient de sectorverantwoordelijke
Jonas Van den Abeele verwittigd te worden (ARW.district2@vlaamsewaterweg.be )
Wateroverlast
De nodige maatregelen dienen genomen te worden (bv. beperken lozingsdebiet, peilmetingen) om (bijkomende) wateroverlast te voorkomen.
Bodem/grondwaterverontreiniging
-De kwaliteit van het bemalingswater dient geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de installatie) of op voorhand in een representatieve peilbuis max. 3 jaar voor de opstart van de bemaling. De te analyseren parameters zijn minstens die van het standaardanalysepakket (SAP) zoals beschreven in bijlage 3 van de standaardprocedure voor een oriënterend bodemonderzoek (OVAM, 01/04/2023), de vergunde lozingsparameters en de kwantificeerbare PFAS-verbindingen opgenomen in het WAC_IV_A_025. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen.
-De verdere monitoring van het opgepompte bemalingswater gebeurt aan volgende frequentie:
-Bij concentraties hoger dan 80 % van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse zonder zuivering maximaal 80 % van de norm bedraagt.
-Bij concentraties lager dan 80 % van de norm: geen herhaling noodzakelijk.
Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling.
-In afwijking van art. 5.53.6.1.1§4 van Vlarem II mag het bemalingswater dat terug in de ondergrond gebracht wordt (bijv. via de vijver/gracht), volgende concentraties bevatten:
-Voor de som van de 20 PFAS die risicovol worden geacht voor water bestemd voor menselijke consumptie (zie bijlage I bij het Besluit van de Vlaamse Regering over de kwaliteit, kwantiteit en levering van water bestemd voor menselijke consumptie): max. 100 ng/l;
-Voor de som van alle afzonderlijke perfluorverbindingen die opgenomen zijn in het WAC/IV/A/025 en die bij monitoring worden opgespoord en gekwantificeerd: max. 500 ng/l.-
-Voor het grondwater dat geloosd wordt op oppervlaktewater dienen volgende bijzondere lozingsnormen gerespecteerd:
- As : 50 µg/l
- Zn : 200 µg/l
- Minerale olie: 500 µg/l
- Dichloormethaan: 20 µg/l
- Vinylchloride: 1 µg/l
- PFAS individueel: 100 ng/l
De waterzuivering dient conform BBT Bodemsanering en de BBT-studie voor de zuivering van met PFAS belast afvalwater te zijn.
Voor de bepaling van het debiet mag de meetmethode conform hoofdstuk 5.53. van Vlarem II gebruikt worden. Een staalnamepunt voor het effluent dient voorzien te worden.
Het bedrijf dient, conform artikel 4.2.5.3.1 Vlarem II, minstens jaarlijks een analyse op het effluent van de bemaling uit te voeren.
-De aanvrager dient ieder incident waarbij mogelijks oppervlaktewaterverontreiniging ontstaat binnen de 24 uur te melden aan RIS (0800/40 330 of ris@vlaamsewaterweg.be).
Verkeershinder
Verkeershinder is mogelijk tijdens de bemalingswerken. Een veilige omleiding dient voorzien te worden voor de voetgangers/fietsers.
Fauna en flora
Er moet maximaal worden ingezet op herinfiltratie waar mogelijk.
Bij zone 1 kan het bemalingswater geloosd worden in de vijver/gracht waarbij het niveau van de vijver niet hoger mag komen dan het maximale waterstandniveau van de vijver. Het grondwater moet hiervoor wel voldoende zuiver zijn (zie hoger). Vervuild water mag niet in het park geloosd worden. Het lozingswater moet belucht zijn en mag ook niet meer dan 5mg Fe/l bevatten, anders is een ontijzeringsstap noodzakelijk.
De werken in zone 1 (ter hoogte van het park) worden bij voorkeur buiten het vegetatieve
seizoen worden uitgevoerd. De bemaling in deze zone zonder bijkomende bevloeiing kan dus enkel tussen 30 september en 1 maart. De bemaling kan eventueel ook in de periode 1 juli tot 30 september, mits er bevloeiing van de bomen onder begeleiding van een boomdeskundige ETW/ETT wordt voorzien als bijkomende maatregel. Bij bevloeiing mogen de bomen niet te nat komen te staan, en mag ook geen vervuild water worden gebruikt.
Het bevloeiingsplan van de boomdeskundige ETW/ETT dient ter goedkeuring van de Groendienst van de stad Gent voorgelegd worden met vermelding van het projectnummer OMV_2025001935 (groendienst@stad.gent).
De bemaling in zone 1 dient zo kort mogelijk te worden uitgevoerd, niet langer dan 21 dagen
Volgende sectorale voorwaarden wordt bijgesteld:
Artikel: bijlage 4.2.5.1.1§1; bijlage 4.2.5.1.1§2; Artikel 4.2.3.1:
Bijstelling bijlage 4.2.5.1.1§1 - 'Controle-inrichting voor lozingen van afvalwaters'. Er dient geen meetgoot en speciale meetapparatuur geplaatst te worden, enkel een staalnamekraan , de debietmeter dient geplaatst conform Vlarem II artikel 5.53.3.2. §12 (meetinrichting tijdelijke bemaling).
Bijstelling bijlage 4.2.5.1.1§2 - 'Controle en beoordeling van de meetresultaten op lozingen van bedrijfsafvalwater en koelwater'. De staalname van het bemalingswater kan gebeuren bij opstart en gedurende de bemalingsfasen en dit door middel van een staalnamekraantje op de collector.
Bijstelling artikel 4.2.3.1 - lozing van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen bevat. De bijstelling zit vervat in bovenstaande bijzondere voorwaarden.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Geluidshinder
De pompen zullen continu in werking zijn. Alle mogelijke en noodzakelijke maatregelen (plaatsing, type, omkasting pomp,…) moeten genomen worden opdat geluidshinder voor omwonenden minimaal zou zijn.
Vlarebo
Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Vlarebo) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 20 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement.