Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 107.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Geenens NV met als contactadres Groenendaallaan 387, 2030 Antwerpen heeft een aanvraag (OMV_2025042721) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 4 april 2025.
De melding van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het exploiteren van een busdepot (Geenens die behoort tot de Hansea groep) + bijstelling
• Adres: Zeeschipstraat 70, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 13 sectie S nrs. 417E, 417F en 429K
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 11 april 2025.
OMSCHRIJVING MELDING
1. BESCHRIJVING VAN DE GEMELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT
De melding omvat de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse.
De melding heeft betrekking op het exploiteren van een busdepot + bijstelling.
Volgende rubrieken worden gemeld:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | Opslagplaats voor brandbare vloeistoffen, namelijk 500 liter motorolie en 500 liter afvalolie voor de lijnbussen. Het gaat hierbij om max. 2 vaten motorolie, 2 vaten afvalolie en wat kleinere bidons of flessen. | klasse 3 | Nieuw | 1000 liter |
15.1.1° | stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Het stallen van motorvoertuigen, namelijk 21 autobussen. | klasse 3 | Nieuw | 21 voertuigen |
15.2. | herstellen van motorvoertuigen (+ carrosseriewerkzaamheden) anders dan vermeld in rubriek 15.3 | Een werkplaats met 6 mobiele hefkolommen en 1 smeerput. | klasse 3 | Nieuw | 1 werkplaats |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Koelinstallaties, luchtcompressoren en warmtepompen met ene totaal geïnstalleerde totale drijfkracht van 16,4 kW, namelijk: - 1x warmtepomp 2 kW (1,1kg R32) - 2x warmtepomp 1,7 kW (elk 1,1 kg R32) - compressor 3 kW (drukvat 90 liter - 10 BAR) - compressor 11 kW (drukvat 500 liter - 13 BAR) | klasse 3 | Nieuw | 19,4 kW |
17.3.2.1.2.1° | overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 10 ton | De opslagplaats voor ontvlambare vloeistoffen categorie 3, namelijk 2 vaten ruitensproeiervloeistof van 210 liter. | klasse 3 | Nieuw | 0,384 ton |
17.3.4.1°a) | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | De opslagplaats voor gevaarlijke vloeistoffen met gevarenpictogram GHS05, namelijk 1 ibc met detergent. | klasse 3 | Nieuw | 1 ton |
17.3.6.1°a) | schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | De opslagplaats voor gevaarlijke vloeistoffen met gevarenpictogram GHS07, namelijk 2 vaten koelvloeistof met enkele kleinere recipiënten alsook 2 vaten ruitensproeiervloeistof. | klasse 3 | Nieuw | 0,884 ton |
17.3.7.1°a) | op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | De opslagplaats voor gevaarlijke vloeistoffen met gevarenpictogram GHS08, namelijk 2 vaten koelvloeistof met enkele kleinere recipiënten. | klasse 3 | Nieuw | 0,5 ton |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | De opslagplaats voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg. | klasse 3 | Nieuw | 400 liter |
Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:
Art.5.15.0.6. § 1 – rustverstorende activiteiten
Omschrijving:
Er wordt een bijstelling gevraagd van de sectorale milieuvoorwaarde m.b.t. rustverstorende activiteiten. Dit artikel omvat een verbod op rustverstorende werkzaamheden op werkdagen tussen 19 u en 7 u en op zon- en feestdagen. De afwijking heeft betrekking op het in -en uitrijden van bussen.
Motivatie:
De eerste bussen van de busstelplaats zullen reeds rond 05u00 vertrekken en de laatste bussen komen rond 23u00 toe. Hoewel de hinder hiervan zeer beperkt zal zijn, wordt er toch gevraagd om ook 'rustverstorende werkzaamheden', namelijk het vertrekken en aankomen van bussen, toe te staan tussen 05u00 en 23u00.
De werkplaatsactiviteiten zullen daarentegen wél gewoon tussen 07u00 en 19u00 plaatsvinden (en bovendien binnen in het gebouw).
Voorstel:
'Rustverstorende werkzaamheden', namelijk het vertrekken en aankomen van bussen, is toegestaan tussen 05u00 en 23u00.
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 16/01/2025 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het oprichten en exploiteren van een nieuwe stelplaats inclusief hoogspanningscabine voor het stallen, wassen en onderhouden van elektrische en dieselbussen. (OMV_2024101963)
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 04/08/1980 werd een vergunning afgeleverd voor het afbreken van gebouwen en de uitvoering van grondwerken, wegen en collectoren (oude ligging: houtjen). (KW M-20-80)
* Op 21/11/1980 werd een vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een nieuwe rijksweg. (KW M-25-80)
* Op 16/03/1995 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een servicestation, bake-off, carwash en woning. (1994/90107)
* Op 08/02/1996 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van publicitair materiaal. (1995/90085)
* Op 14/01/1999 werd een vergunning afgeleverd voor slopen van een fietsenstalling en het oprichten van een bedrijfsgebouw. (1998/90106)
* Op 03/03/2000 werd een vergunning afgeleverd voor plaatsen van een elektriciteitscabine voor openbaar nut. (1999/40330)
* Op 13/05/2015 werd een vergunning afgeleverd voor het vervangen van het buitenschrijnwerk en isoleren en bepleisteren van de buitengevels van een bestaand gebouw. (2015/07045)
BEOORDELING MELDING
3. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
BEVOEGDHEID
De melding maakt geen deel uit van een vergunningsaanvraag waarvoor de Vlaamse overheid of de deputatie bevoegd is.
ONDERZOEK MELDINGSPLICHT, NIET-VERBODEN KARAKTER EN STEDENBOUWKUNDIGE INPLANTING
De gemelde exploitatie is louter en alleen in de derde klasse ingedeeld, de exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.
Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandsregels.
De gemelde exploitatie is niet verboden.
Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven. Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005).
De activiteit van het busdepot wordt aanzien als een dienstverlenende activiteit in functie van de andere bedrijven. De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften
CONCLUSIE
Het college van burgemeester en schepenen van Stad Gent is bevoegd voor de aktename.
De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden en de inplanting van de inrichting is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften conform artikel 4.1.1.1 van Vlarem II.
4. NATUURTOETS
De projectlocatie is gelegen in een gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven. In de omgeving zijn tal van andere bedrijvigheden aanwezig. De site is niet gelegen nabij een beschermd gebied.
Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar. Daarnaast zijn er nog mogelijke stikstofemissies afkomstig van niet-ingedeelde stationaire bronnen van het project. Deze zijn echter beperkt.
Uit de toetsing via de impactscoretool alsook de toetsing stikstof van voertuigemissies blijkt dat de emissies van de stookinstallaties en de voertuigbewegingen niet significant zijn. Het resultaat van de toetsing stikstofemissies van voertuigbewegingen geeft aan dat de impact ruimschoots kleiner is dan de 1% drempelwaarde.
Het afvalwater wordt geloosd in de riolering.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
5. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Aspect afval
De voortgebrachte afvalstoffen worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. Conform VLAREMA is het verplicht het bedrijfsafval gescheiden in te zamelen en te laten ophalen door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker.
De afvalstoffen die vrijkomen bij de uitbating van de stelplaats zijn voornamelijk van huishoudelijke aard (zijnde PMD- en restafval van de bureelunit) en anderzijds afval van de werkplaats zoals oliehoudende afvalstoffen (vodden/papier), afvalolie, versleten onderdelen, …. Deze afvalstromen worden selectief ingezameld in daartoe voorziene afvalrecipiënten en zullen, op regelmatige basis, worden afgevoerd naar daartoe erkende/vergunde bedrijven. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt als opmerking opgenomen.
Aspect afvalwater
De inrichting ligt in centraal gebied volgens het zoneringsplan van Stad Gent. De ontvangende riolering is aangesloten op de RWZI van Gent. Het betreft een gemengd stelsel.
Huishoudelijk afvalwater
Er is een beperkte hoeveelheid huishoudelijk afvalwater (< 600 m³) die niet ingedeeld is en in afkomstig is van de sanitaire installaties in de kantoorruimtes. De lozing gebeurt via een septische put op de openbare riolering. De lozing dient te voldoen aan de bepalingen van afdeling 6.2.2. van Vlarem II.
Aspect bodem en grondwater
Werkplaats
De reeds bestaande werkplaats in het gebouw zal opnieuw gebruikt worden als werkplaats voor beperkt onderhoud uit te voeren op de bussen (wisselen van banden, olie verversen, koelvloeistof toevoegen,...). De vloer van de werkplaats en wasplaats is effen, ondoordringbaar en onbrandbaar zodat geen doordringing van producten naar de bodem of het grondwater mogelijk is. In de werkplaats is absorptiemateriaal voorzien.
Stallen van voertuigen
Op de stelplaats worden bussen gestald op een niet-verharde ondergrond. Er vinden op deze locatie geen onderhouds-, tank- of wasactiviteiten plaats. De kans op verontreiniging van de bodem wordt daardoor als klein ingeschat.
Om het risico op bodemverontreiniging te beperken, worden de volgende maatregelen genomen:
- De bussen worden regelmatig gecontroleerd en onderhouden, zodat mogelijke lekken van olie of brandstof vroegtijdig worden opgemerkt.
- Er zijn op de stelplaats interventiemiddelen beschikbaar, zoals absorptiekorrels en materiaal om vloeistoffen in te dammen, zodat snel kan worden ingegrepen bij een lek.
- Medewerkers zijn op de hoogte van de juiste procedures bij incidenten.
De nodige maatregelen worden genomen om het morsen van vloeibare producten en de verontreiniging van de bodem, het grond- en oppervlaktewater te voorkomen.
Opslag gevaarlijke producten
De opslag van gevaarlijke en brandbare producten in vaten en deze in kleine verpakkingen gebeurt in een apart lokaal op lekbakken met een voldoende grote opvangcapaciteit. Er is absorptiemateriaal aanwezig om bij morsen de gepaste maatregelen te treffen. Op deze manier wordt bodem- en grondwaterverontreiniging vermeden.
Aspect lucht
Niet-geleide emissies bussen
De diffuse emissies naar de lucht worden voornamelijk veroorzaakt door het in- en uitrijden van autobussen op de stelplaats. Om de impact op de luchtkwaliteit tot een minimum te beperken, zijn verschillende maatregelen genomen:
- Inzet van hybride bussen, die bij lage snelheden en tijdens het starten minder emissies veroorzaken.
- De volledige dieselvloot is uitgerust met motoren die voldoen aan de Euro-5 of Euro-6 emissienormen.
- Voor dieselvoertuigen die hiervoor geschikt zijn, wordt AdBlue toegepast, wat de uitstoot van stikstofoxiden aanzienlijk verlaagt.
- Er geldt een beleid rond stationair draaien van motoren: chauffeurs worden actief aangemoedigd om motoren niet onnodig te laten draaien, wat onnodige uitstoot voorkomt.
Gezien de aard van de activiteiten (voornamelijk voertuigbewegingen) en de genomen emissiebeperkende maatregelen, wordt de impact op de luchtkwaliteit als beperkt beschouwd.
Luchtcompressoren
Er worden 2 compressoren aangevraagd, nl een luchtcompressor 1 ‘rookkoepel’ (3 kW) met een inhoud van 90 liter (10 bar) aangevraagd en een luchtcompressor 2 ‘werkplaats’ (11 kW) met een inhoud van 500 liter (13 bar).
Het product van de toelaatbare druk (13 bar) en het volume (500 liter) van de luchtcompressor 2 voor de werkplaats is groter is dan 3.000 bar.liter. Bijgevolg dient de luchtcompressor, conform artikel 5.16.3.2, §4 van Vlarem II ten minste om de vijf jaar onderworpen te worden aan een periodiek onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline houder voor gassen of gevaarlijke stoffen zodat een maximale beveiliging voor de buurt wordt verzekerd.
Dit wordt opgenomen als opmerking.
Warmtepompen
De centrale warmte- en koudeproductie voor het gebouw wordt voorzien door 3 warmtepompen:
- Warmtepomp 1 : 2 kW – 1,1 kg R32 – CO2-equivalent 0,743 ton
- Warmtepomp 2 : 1,7 kW – 1,1 kg R32 – CO2-equivalent 0,743 ton
- Warmtepomp 3 : 1,7 kW – 1,1 kg R32 – CO2-equivalent 0,743 ton
Het betreffen kleine toestellen met een CO2-equivalent van minder dan 5 ton. Het gebruikte koelmiddel in de installatie is R32.
De warmtepompen dienen te voldoen aan de voorwaarden van Vlarem II, artikel 5.16.3.3. inzake bouw, opstelling, attesten, onderhoud en periodieke controles (naargelang de aard en de hoeveelheid koudemiddel). Een logboek moet bijgehouden worden.
Deze elementen worden als opmerking opgenomen.
Stookinstallaties
De verwarming van de inrichting gebeurt door een niet indelingsplichtige cv gasketel van 70,7 kW en 2 gasluchtverhitters van elk 84,6 kW. Stookinstallaties met een vermogen van minder dan 300 kW zijn niet onderworpen aan emissiemetingen. De stookinstallaties dienen evenwel jaarlijks onderhouden en gecontroleerd te worden conform het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Aspect geluid
De inrichting is gelegen in een industriële omgeving op geruime afstand van bewoning. Er is een drukke verkeersas (Zeeschipstraat) en veel nabije bedrijvigheid aanwezig. Gezien de ligging is de geluidshinder voor derden miniem. Er dient te allen tijde voldaan te worden aan de geluidsnormen van Vlarem II.
De werkplaatsactiviteiten vinden plaats in het gebouw en zijn beperkt tot de dagperiode. Er wordt zoveel mogelijk gewerkt met gesloten deuren en poorten.
Het uitrijden, aankomen en parkeren van de bussen zorgt voor geluid. Bij de vroege busdiensten vertrekken doorgaans de eerste chauffeurs rond 5 uur. De laatste avondbussen komen vaak rond 23 uur toe op de site.
Voor een correcte dienstverlening is het vertrekken en aankomen van de bussen tussen 5 uur en 23 uur noodzakelijk. De exploitant verzoekt het vertrekken en aankomen van de bussen toe te staan tussen 5 uur en 23 uur.
Hieronder worden de belangrijkste maatregelen samengevat, welke de exploitant zal nemen om de geluidsproductie van haar activiteiten tot een minimum te beperken:
- De motoren van de autobussen zullen niet onnodig draaien bij stilstand.
- De bussen rijden in zo min mogelijk bewegingen van en naar hun bestemmingen binnen het terrein.
- De bussen worden regelmatig gecontroleerd en onderhouden om een efficiënte en stille werking te garanderen.
Bovendien is de site niet gelegen in woongebied. Er is reeds een drukke baan en veel nabije bedrijvigheid aanwezig. Gezien de ligging van de exploitatie en de voorgestelde preventieve maatregelen kan de aangevraagde afwijking i.v.m. de exploitatie-uren kan worden toegestaan.
Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, moeten de motoren van de bussen tijdens wachtperioden stilgelegd worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Aspect mobiliteit
De activiteiten op deze depot zullen grotendeels geregeld busvervoer betreffen als onderaannemer voor De Lijn. Daarnaast zijn er nog pendelbussen naar de haven en omliggende bedrijven mogelijk. Er zijn hiervoor ca 40 buschauffeurs in dienst. Dit aantal kan echter variëren. De opstart voor de eerste busdiensten begint al tussen 4u00 en 5u00 ter voorbereiding van eerste bussen die dienen te vertrekken. Voor De Lijn komen de laatste bussen terug toe op de depot tussen 23u00 en 24u00 tenzij er ook nachtdiensten gepland staan.
Er zullen op deze projectlocatie maximaal 21 bussen gestald worden, deze aanvraag zal dus een impact hebben op de mobiliteit door het bijkomend busverkeer.
Op basis van de planning voor het busverkeer worden er per dag gemiddeld een 73-tal busverplaatsingen verwacht van en naar de depots en dit voor alle soort ritten (De Lijn + andere).
Gezien de projectlocatie gelegen is aan een gewestweg buiten het woonweefsel en de verkeersgeneratie zich zeer verspreidt over de dag voordoet (5u -23u), wordt er geen noemenswaardige hinder verwacht op vlak van mobiliteit.
De volledige parkeerbehoefte (zowel van personenwagens en bussen) en de ruimte voor circulatie/manoeuvreren moet op eigen terrein worden opgevangen. Het openbaar domein mag hierdoor op geen enkele manier hinder ondervinden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
CONCLUSIE
Het gevraagde project is milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving.
De gevraagde melding wordt geakteerd.
Volgende rubrieken worden geakteerd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | Opslagplaats voor brandbare vloeistoffen, namelijk 500 liter motorolie en 500 liter afvalolie voor de lijnbussen. Het gaat hierbij om max. 2 vaten motorolie, 2 vaten afvalolie en wat kleinere bidons of flessen. | Nieuw | 1000 liter |
15.1.1° | stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Het stallen van motorvoertuigen, namelijk 21 autobussen. | Nieuw | 21 voertuigen |
15.2. | herstellen van motorvoertuigen (+ carrosseriewerkzaamheden) anders dan vermeld in rubriek 15.3 | Een werkplaats met 6 mobiele hefkolommen en 1 smeerput. | Nieuw | 1 werkplaats |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Koelinstallaties, luchtcompressoren en warmtepompen met ene totaal geïnstalleerde totale drijfkracht van 16,4 kW, namelijk: - 1x warmtepomp 2 kW (1,1kg R32) - 2x warmtepomp 1,7 kW (elk 1,1 kg R32) - compressor 3 kW (drukvat 90 liter - 10 BAR) - compressor 11 kW (drukvat 500 liter - 13 BAR) | Nieuw | 19,4 kW |
17.3.2.1.2.1° | overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 10 ton | De opslagplaats voor ontvlambare vloeistoffen categorie 3, namelijk 2 vaten ruitensproeiervloeistof van 210 liter. | Nieuw | 0,384 ton |
17.3.4.1°a) | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | De opslagplaats voor gevaarlijke vloeistoffen met gevarenpictogram GHS05, namelijk 1 ibc met detergent. | Nieuw | 1 ton |
17.3.6.1°a) | schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | De opslagplaats voor gevaarlijke vloeistoffen met gevarenpictogram GHS07, namelijk 2 vaten koelvloeistof met enkele kleinere recipiënten alsook 2 vaten ruitensproeiervloeistof. | Nieuw | 0,884 ton |
17.3.7.1°a) | op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | De opslagplaats voor gevaarlijke vloeistoffen met gevarenpictogram GHS08, namelijk 2 vaten koelvloeistof met enkele kleinere recipiënten. | Nieuw | 0,5 ton |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | De opslagplaats voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg. | Nieuw | 400 liter |
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen dient akte te nemen van de ingediende melding. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren vanaf de aanplakking van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.
De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : 'BEKENDMAKING MELDINGSAKTE'.
Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.
De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel
U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.
Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).
U bent een rolrecht verschuldigd van:
- 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
- 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
- het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
- het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
- het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door Geenens nv (O.N.:0412042340) voor het exploiteren van een busdepot (Geenens die behoort tot de Hansea groep) + bijstelling, gelegen Zeeschipstraat 70, 9000 Gent, met inrichtingsnummer 20240716-0015, omvattende volgende rubrieken:
Rubriek | Conclusie | Omschrijving | Hoeveelheid |
6.4.1° | Aktename | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | Opslagplaats voor brandbare vloeistoffen, namelijk 500 liter motorolie en 500 liter afvalolie voor de lijnbussen. Het gaat hierbij om max. 2 vaten motorolie, 2 vaten afvalolie en wat kleinere bidons of flessen. (Nieuw) | 1000 liter |
15.1.1° | Aktename | stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Het stallen van motorvoertuigen, namelijk 21 autobussen. (Nieuw) | 21 voertuigen |
15.2. | Aktename | herstellen van motorvoertuigen (+ carrosseriewerkzaamheden) anders dan vermeld in rubriek 15.3 | Een werkplaats met 6 mobiele hefkolommen en 1 smeerput. (Nieuw) | 1 werkplaats |
16.3.2°a) | Aktename | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Koelinstallaties, luchtcompressoren en warmtepompen met ene totaal geïnstalleerde totale drijfkracht van 16,4 kW, namelijk: - 1x warmtepomp 2 kW (1,1kg R32) - 2x warmtepomp 1,7 kW (elk 1,1 kg R32) - compressor 3 kW (drukvat 90 liter - 10 BAR) - compressor 11 kW (drukvat 500 liter - 13 BAR) (Nieuw) | 19,4 kW |
17.3.2.1.2.1° | Aktename | overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 10 ton | De opslagplaats voor ontvlambare vloeistoffen categorie 3, namelijk 2 vaten ruitensproeiervloeistof van 210 liter. (Nieuw) | 0,384 ton |
17.3.4.1°a) | Aktename | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | De opslagplaats voor gevaarlijke vloeistoffen met gevarenpictogram GHS05, namelijk 1 ibc met detergent. (Nieuw) | 1 ton |
17.3.6.1°a) | Aktename | schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | De opslagplaats voor gevaarlijke vloeistoffen met gevarenpictogram GHS07, namelijk 2 vaten koelvloeistof met enkele kleinere recipiënten alsook 2 vaten ruitensproeiervloeistof. (Nieuw) | 0,884 ton |
17.3.7.1°a) | Aktename | op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | De opslagplaats voor gevaarlijke vloeistoffen met gevarenpictogram GHS08, namelijk 2 vaten koelvloeistof met enkele kleinere recipiënten. (Nieuw) | 0,5 ton |
17.4. | Aktename | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | De opslagplaats voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg. (Nieuw) | 400 liter |
De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:
Bijzondere voorwaarden voor de ingedeelde inrichting of activiteit:
Mobiliteit
De volledige parkeerbehoefte (zowel van personenwagens en bussen) en de ruimte voor circulatie/manoeuvreren moet op eigen terrein worden opgevangen. Het openbaar domein mag hierdoor op geen enkele manier hinder ondervinden.
Stationair draaien van motoren
Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, moeten de motoren van de bussen tijdens wachtperioden stilgelegd worden.
Volgende sectorale voorwaarden wordt bijgesteld:
Aktename: In afwijking van artikel 5.15.0.6.§1 zijn 'rustverstorende werkzaamheden', namelijk het vertrekken en aankomen van bussen, toegestaan tussen 05u00 en 23u00.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Afval
Er dient een afvalstoffenregister bijgehouden te worden.
Luchtcompressor
Luchtcompressor 2 ‘werkplaats’ dient conform artikel 5.16.3.2§4 om de vijf jaar onderworpen te worden aan een periodiek onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline houder voor gassen of gevaarlijke stoffen zodat een maximale beveiliging voor de buurt wordt verzekerd.
Warmtepompen
De warmtepompen dienen te voldoen aan de voorwaarden van Vlarem II, artikel 5.16.3.3. inzake bouw, opstelling, attesten, onderhoud en periodieke controles (naargelang de aard en de hoeveelheid koudemiddel). Een logboek moet bijgehouden worden.
Stookinstallaties
De stookinstallaties dienen jaarlijks onderhouden en gecontroleerd te worden conform het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater.