Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Mevrouw Emelie Demasure met als contactadres Drongensesteenweg 18 bus 001, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025001489) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 7 januari 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het verminderen van het aantal kamers in een meergezinswoning
• Adres: Sint-Pietersplein 47, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 5 sectie E nr. 469/54 M
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 21 januari 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 12 maart 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
Beschrijving van de omgeving, de plaats en de bestaande toestand van het project
OMGEVING
Het voorliggende perceel bevindt zich langs het Sint-Pietersplein en grenst aan de achterzijde aan de Sint-Amandstraat in de Gentse Binnenstad. De omgeving bestaat voornamelijk uit gesloten residentiële bebouwing, opgebouwd uit 3 bouwlagen met een hellend dak. Aan de voorzijde, op het openbaar domein is de uitrit van de ondergrondse parking ‘Sint-Pietersplein’ aanwezig.
PLAATS
Het perceel heeft een semi rechthoekige vorm en beschikt aan de zijde Sint-Pietersplein over een breedte van 5,77m en aan de zijde Sint-Amandstraat over een breedte van 5,57m. Het perceel beschikt over een diepte van 14,67m en beschikt over een oppervlakte van circa 80m².
ERFGOEDWAARDE
Het perceel is gelegen binnen het beschermd stadsgezicht: “Sint-Pietersplein met verschillende huizenblokken” (beschermd volgens besluit van 6 maart 1997). De bescherming is gebaseerd op de historische waarde van het stadsgezicht. Op het perceel bevindt zich een pand dat als onderdeel van een ensemble is opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed: Ensemble burgerhuizen | Inventaris Onroerend Erfgoed. Het ensemble wordt als volgt omschreven: “Westelijke gevelwand van het Sint-Pietersplein tussen de Sint-Amandstraat en de monumentale trap die naar het Sint-Amandplein leidt. Vrij oorspronkelijk behouden drieëntwintig traveeën brede wand met hoekpanden van elk drie traveeën, zijpanden van vijf traveeën en centraal risaliet van zeven traveeën”. De opname op de inventaris is gebaseerd op de architecturale en historische waarde van dit ensemble.
MORFOLOGIE
Op het perceel bevindt zich aan de zijde Sint-Pietersplein een perceelsbreed hoofdvolume van drieënhalve bouwlagen afgewerkt met een zadeldak. De kroonlijsthoogte van de voor-en achtergevel (gemeten t.o.v. het trottoirpeil zijde Sint-Pietersplein) bedraagt respectievelijk 14,76m en 14,41m. De nokhoogte van het hellende dak (gemeten t.o.v. het trottoirpeil zijde Sint-Pietersplein) bedraagt 19,08m. Het trottoirpeil langs de Sint-Amandstraat is 2,35m hoger gelegen dan het trottoirpeil aan het Sint-Pietersplein. Verder beschikt het pand over een aanbouwvolume afgewerkt met een plat dak met een kroonlijsthoogte (gemeten t.o.v. het trottoirpeil zijde Sint-Pietersplein) van 6,24m. Het aanbouwvolume reikt tot aan de straatzijde Sint-Amandstraat. Naast het aanbouwvolume beschikt het pand over een onbebouwde, doch volledig verharde koer van 9,40m².
PROGRAMMA EN INDELING
De rechtmatige toestand van het pand betreft een kamerwoning (meergezinswoning) bestaande uit twaalf kamers. Op het gelijkvloers bevindt zich een inkomhal en traphal aan de linkerzijde van het hoofdvolume. Aan de rechterzijde van het hoofdvolume bevindt zich een eerste kamer met eigen douche en kitchenette aan de straatzijde en een tweede kamer aan de achterzijde met eigen douche en kitchenette. In het aanbouwvolume bevindt zich een derde kamer met eigen toilet, douche en kitchenette. Vanuit de traphal heeft men toegang tot een gemeenschappelijk toilet. Het hoofdvolume is volledig onderkelderd waarin zich een technische berging en een tellerlokaal bevindt. Er bevindt zich tevens een bergruimte met sanitaire voorziening en kitchenette.
Op het eerste verdiep bevindt zich aan de straatzijde een vierde kamer met eigen douche, toilet en kitchenette. Aan de achterzijde bevindt zich een vijfde kamer met eigen douche en kitchenette en in het aanbouwvolume bevindt zich een zesde kamer met eigen toilet, douche en kitchenette. Vanuit de traphal heeft men toegang tot een gemeenschappelijk toilet. Op het tweede verdiep bevindt zich aan de straatzijde een zevende kamer met eigen kitchenette, douche en toilet en een achtste kamer aan de achterzijde met eigen kitchenette en douche. Vanuit de traphal heeft men toegang tot een gemeenschappelijk toilet.
Op het tweede verdiep bevindt zich aan de straatzijde een negende kamer met eigen douche, toilet en kitchenette. Aan de achterzijde bevindt zich een tiende kamer met eigen douche en kitchenette. Vanuit de traphal heeft men toegang tot een gemeenschappelijk toilet. Onder de nok van het hellende dak bevindt zich een elfde kamer met een eigen bad en kitchenette.
HANDHAVING
Op 21 februari 2022 is er vastgesteld dat het aantal enteiteiten wederechtelijk werd verminderd van twaalf naar elf kamers.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
1/ Vermindering van het aantal woonentiteiten:
Het aantal kamers in de kamerwoning wordt verlaagd naar negen kamers. Van de negen kamers worden er vier kamers voorzien van een eigen douche. Drie kamers worden voorzien zonder eigen voorzieningen. De ontbrekende voorzieningen in de kamers (toilet, douche en keuken) worden gemeenschappelijk aangeboden.
2/ interne aanpassingswerken:
Op het gelijkvloers worden de twee kamers in het hoofdvolume heringedeeld. Daarbij worden beide kamers voorzien van een eigen douche en een mezzanine. De kamer aan de straatzijde verkrijgt hierdoor een netto vloeroppervlakte van 21,50m². De kamer aan de achterzijde verkrijgt een netto vloeroppervlakte van 19,70m². Vanuit de traphal heeft men toegang tot een gemeenschappelijk toilet en een gemeenschappelijke keuken in het aanbouwvolume van 11,00m².
Op de eerste verdieping wordt de achterste kamer in het hoofdvolume uitgebreid en heringericht zodat deze beschikt over een eigen douche. In het aanbouwvolume wordt een tweede keuken ingericht met een oppervlakte van 11,00m². De derde en vierde kamer op deze verdieping beschikken over een netto vloeroppervlakte van respectievelijk 15,00m² en 15,50m². Het gemeenschappelijk toilet, toegankelijk vanuit de traphal, blijft behouden.
Op de tweede verdieping worden twee kamers ingericht zonder eigen voorziening met een netto vloeroppervlakte van respectievelijk 12,50m² en 12,20m². Op het verdiep wordt er tevens een gemeenschappelijke badkamer en toilet ingericht toegankelijk vanuit de traphal. Onder de nok van het hellende dak is een negende kamer ingericht zonder voorzieningen met een netto vloeroppervlakte van 14,50m².
3/ Wijzigingen aan de dakvlakken:
In het voorste hellende dakvlak wordt de schoorsteen palend aan de rechterperceelsgrens gesloopt. De twee bestaande dakvlakvensters worden vervangen door grotere dakvlakvensters. In het achterste dakvlak worden de twee rechtsboven gelegen dakvlakvensters vervangen door één groot dakvlakvenster identiek aan het bestaande dakvlakvenster aan de linkerzijde.
Het zadeldak aan de binnenzijde (tussen de bestaande structuren) voorzien van binnenisolatie. In de erfgoednota wordt tevens het volgende opgenomen: “Gezien de beperkte diepte van de kepers en de slechte algemene conditie van de bestaande dakbedekking wensen we, indien toegelaten, bijkomend te isoleren aan de buitenzijde (8cm)”.
Tot slot wordt de dakafwerking vernieuwd. In het achterste dakvlak worden opnieuw oranje dakpannen voorzien. In het voorste hellende dakvlak worden opnieuw natuurleien aangebracht.
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.
BEOORDELING AANVRAAG
Volgende externe adviezen zijn gegeven (raadpleegbaar op het Omgevingsloket):
Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 23 januari 2025 onder ref. 030796-008/PV/2025. Het integrale advies kan worden nagelezen op het Omgevingsloket.
Samenvatting:
Onverminderd de bepalingen uit de hierboven vernoemde reglementeringen moeten de hierna vermelde maatregelen uitgevoerd zijn op het ogenblik dat het gebouw in gebruik wordt genomen.
Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van Onroerend Erfgoed afgeleverd op 6 februari 2025. Het integrale advies kan worden nagelezen op het Omgevingsloket.
Samenvatting:
Nota van de stedenbouwkundig ambtenaar:
Er dient opgemerkt te worden dat het Agentschap Onroerend Erfgoed, na verdere afstemming met de Dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg een nieuw advies heeft afgeleverd (zie hieronder). In het nieuwe advies is er geen bezwaar vanuit het Agentschap. Bijgevolg vervallen de opgenomen bijzondere voorwaarden uit het eerste advies. Er worden evenwel voorwaarden opgenomen in functie van het behoud van erfgoedwaarden vanuit de Dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg (zie Omgevingstoets).
Geen bezwaar van Onroerend Erfgoed afgeleverd op 27 februari 2025.
Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius afgeleverd op 22 januari 2025 onder ref. 5000090476. Het integrale advies kan worden nagelezen op het Omgevingsloket.
Samenvatting:
Het project ligt in woongebied met cultureel, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977). De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd. Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
Het perceel is momenteel grotendeels bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel blijft ongewijzigd. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het algemeen bouwreglement van de stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
De aanvraag is niet gelegen in een Habitat-gebied noch VEN-gebied. De aanvraag heeft tevens geen betrekking op een erkend park. De aanvraag is niet opgenomen op de Gentse of Vlaamse biologische waarderingskaart.
6.2. Impact op speciale beschermingszones en VEN-gebieden:
Groen
Er worden geen wijzigingen uitgevoerd aan waardevol groen en/of hoogstammige bomen.
Stikstof
Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar.
Daarnaast zijn er nog mogelijke stikstofemissies afkomstig van niet-ingedeelde stationaire bronnen van het project en tijdens de aanlegfase door vervoer of niet-ingedeelde stationaire bronnen. Deze zijn echter beperkt. De NOX uitstoot van het totale project is minder dan de emissies waarbij een overschrijding optreedt van de 1 % minimisdrempel.
Lozing
Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI. Er wordt niet geloosd op oppervlaktewater.
6.3. Conclusie:
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN. Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
Aangezien de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, werd met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen gevraagd. Er werden geen bezwaarschriften ingediend binnen de vervaltermijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de dag van ontvangst van het verzoek om een standpunt.
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
1/ Vermindering van het aantal woonentiteiten:
Ten gevolge van de reductie van het aantal kamers binnen deze kamerwoning vergroot de woonkwaliteit in het pand. De gemiddelde netto vloeroppervlakte van de kamers vergroot. Bovendien wordt er een groter aandeel aan gemeenschappelijke voorzieningen aangeboden waaronder twee keukens. Dit vergroot tevens de sociale interactie tussen de bewoners. Het herinrichten van de gelijkvloerse kamer in het aanbouwvolume tot gemeenschappelijke keuken leidt bovendien tot het mogelijks gemeenschappelijk gebruik van de koer.
2/ interne aanpassingswerken:
Wat het interieur betreft blijkt uit de plannen dat de oorspronkelijke kamerindeling nog grotendeels afleesbaar is. Uit de bijgevoegde erfgoednota blijkt dan weer dat de oorspronkelijke waardevolle vaste interieurafwerking nagenoeg volledig verdwenen is. Zo is in de voorste kamers nog een schouwlichaam aanwezig, maar zijn de schouwmantels al verdwenen. Enkel ter hoogte van het gelijkvloers is nog een lijstplafond aanwezig. Er worden slechts beperkte wijzigingen van de interne structuur voorzien. Er kan zowel vanuit een ruimtelijk als vanuit erfgoedoogpunt akkoord worden gegaan met de interne aanpassingswerken. De verlaagde plafonds mogen evenwel niet in conflict komen met de raamopeningen. Resterende lijstplafonds moeten behouden blijven (al dan niet onder verlaagd plafond). Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
3/ Wijzigingen aan de dakvlakken:
De voorgevel van dit pand is authentiek bewaard gebleven (gevelindeling, afwerking, detaillering, …). Het pand is samen met de aanpalende panden opgenomen in het beheersplan Sint-Pietersplein: Gent - Sint-Pietersplein | Plannen | Onroerend Erfgoed. In het beheersplan zijn beheersmaatregelen voor het exterieur opgenomen. De ingrepen aan de dakvlakken worden beoordeeld op basis van het beheersplan.
3.1/ Afbraak schoorsteen en dakvlakvensters:
De schouw heeft een indifferente erfgoedwaarde. De afbraak van de schouw kan daarom gunstig bevonden worden. In het voorste hellende dakvlak worden nieuwe dakvlakramen geplaatst. De nieuwe dakvlakvensters vergroten de natuurlijke lichtinval op de zolder. Deze voldoen naar positie en afmetingen aan de richtlijnen van het beheersplan. Deze worden in het verlengde van de geveltraveeën geplaatst. Voor zover die dakvlakramen in het dakvlak (en niet in opbouw) worden uitgevoerd, kunnen deze ramen toegestaan worden.
3.2/ Dakisolatie:
Het dak aan de straatzijde is afgewerkt met natuurleien en vormt een eenheid met het dak van het rechteraanpalende pand (Sint-Pieterplein 48). Tussen beide daken is geen verschil in gabarit aanwezig, dit blijkt ook uit de foto’s die in de erfgoednota zijn toegevoegd.
Vanuit de bescherming mag de binnenisolatie geen negatieve impact hebben op de instandhouding (vaste structuren) van het gebouw en mag de binnenisolatie ook geen impact hebben op het gevelbeeld (bv. detaillering ter hoogte van de dagkanten). De daklijn mag niet wijzigen. Of met andere woorden: het verhogen van de daklijn met 8cm in functie van isolatie wordt niet toegestaan. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
3.3/ Dakafwerking:
Het dakvlak grenzend aan het Sint-Pietersplein bestaat uit leien. De leien moeten identiek zijn aan de bestaande leien (type, kleur, vorm (rechthoekig) en afmetingen), hebben dezelfde legwijze en worden genageld. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Het dakvlak grenzend aan de Sint-Amandstraat moet opnieuw bedekt worden met pannen. De nokken plaatst de uitvoerder in de kalkrijke mortel. De (nok-)pannen zijn naar uitzicht (type, kleur, formaat) en legwijze identiek aan het historisch uitzicht. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
De regenwaterafvoer en de gootbekleding is te vervangen in zink. Het vervangen van de gootconstructie, en eventuele andere wijzigingen aan het uitzicht van de gevels en bedaking zichtbaar vanaf het openbaar domein, zijn meldingsplichtig gelet op de ligging in beschermd stadsgezicht: Melding van werkzaamheden binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht | Stad Gent. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
In de erfgoednota staat: “Indien tijdens de verbouwingswerkzaamheden zou blijken dat de gootconstructie dient vervangen te worden, zal een identieke opbouw, materiaalgebruik en afwerking gebruikt worden”. Binnen beschermd stadsgezicht zijn deze werken meldingsplichtig: Melding van werkzaamheden binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht | Stad Gent. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Het zou een meerwaarde betekenen om de vensteropeningen op de zolderverdieping opnieuw open te maken en schrijnwerk naar historisch model te voorzien. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Voorliggende aanvraag komt mits toepassing van de bijzondere voorwaarden in aanmerking voor vergunning.
CONCLUSIE
Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het verminderen van het aantal kamers in een meergezinswoning aan mevrouw Emelie Demasure gelegen te Sint-Pietersplein 47, 9000 Gent.
De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.
Legt volgende voorwaarden op:
Externe adviezen
Erfgoedwaarde
Vanuit de bescherming mag de binnenisolatie geen negatieve impact hebben op de instandhouding (vaste structuren) van het gebouw en mag de binnenisolatie ook geen impact hebben op het gevelbeeld (bv. detaillering ter hoogte van de dagkanten).
De daklijn mag niet wijzigen. Of met andere woorden: het verhogen van de daklijn met 8cm in functie van isolatie wordt niet toegestaan.
Het dakvlak grenzend aan het Sint-Pietersplein bestaat uit leien. De leien moeten identiek zijn aan de bestaande leien (type, kleur, vorm (rechthoekig) en afmetingen), hebben dezelfde legwijze en worden genageld.
Het dakvlak grenzend aan de Sint-Amandstraat moet opnieuw bedekt worden met pannen. De nokken plaatst de uitvoerder in de kalkrijke mortel. De (nok-)pannen zijn naar uitzicht (type, kleur, formaat) en legwijze identiek aan het historisch uitzicht.
De regenwaterafvoer en de gootbekleding is te vervangen in zink. Het vervangen van de gootconstructie, en eventuele andere wijzigingen aan het uitzicht van de gevels en bedaking zichtbaar vanaf het openbaar domein, zijn meldingsplichtig gelet op de ligging in beschermd stadsgezicht: Melding van werkzaamheden binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht | Stad Gent
De verlaagde plafonds mogen niet in conflict komen met de raamopeningen. Resterende lijstplafonds moeten behouden blijven (al dan niet onder verlaagd plafond).
Riolering
Volgens het zoneringsplan is het perceel gelegen binnen centraal gebied of collectief geoptimaliseerd buitengebied: er is riolering aanwezig en die is aangesloten op een waterzuivering. Het is verplicht om afvalwater aan te sluiten op de riolering.
De regels rond de rioolaansluiting zijn terug te vinden in het Algemeen en het Bijzonder Waterverkoopreglement. Deze reglementen zijn terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen.
Aanwezige (wacht)aansluiting(en) dienen steeds gebruikt/(her)bruikt te worden. Je bent gebonden door de locatie, de diepteligging en het type aansluiting, namelijk afvalwater (=DWA) of regenwater (=RWA) ter hoogte van de rooilijn.
De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht bij nieuwbouw en herbouw of het realiseren van een bijkomende huisaansluiting. Meer informatie vind je op www.farys.be/keuring-privéwaterafvoer.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Erfgoedwaarde
In de erfgoednota staat: “Indien tijdens de verbouwingswerkzaamheden zou blijken dat de gootconstructie dient vervangen te worden, zal een identieke opbouw, materiaalgebruik en afwerking gebruikt worden”. Binnen beschermd stadsgezicht zijn deze werken meldingsplichtig: Melding van werkzaamheden binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht | Stad Gent
Het zou een meerwaarde betekenen om de vensteropeningen op de zolderverdieping opnieuw open te maken en schrijnwerk naar historisch model te voorzien.
Openbaar domein
De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.
De bouwheer/vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken. Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, via afgifte op het Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: wegen@stad.gent of per post aan Stad Gent t.a.v. Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent. Deze dient ten laatste twee weken voor aanvang van de werken verstuurd of afgegeven te worden, indien deze laattijdig ingediend wordt kan deze niet als tegensprekelijk beschouwd worden. U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).
In functie van een werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld).
Rookmelder
De kamers moeten uitgerust worden met een correct geïnstalleerde rookmelder die voldoet aan de norm NBN EN 14604 én die niet van het ionische type is. De detector moet reageren op rookontwikkeling bij een brand door het produceren van een scherp geluidssignaal.
Drinkwaterinstallatie
Op 1 juli 2011 werd het Algemeen Waterverkoopreglement van kracht, zodat er voor bouwers en verbouwers een aantal rechten en plichten bijkwamen. Sinds 16 juli 2012 is tevens het Bijzonder Waterverkoopreglement van Water-Link van kracht. Het bijzonder waterverkoopreglement van Water-Link is een aanvulling op het Algemeen Waterverkoopreglement. Zowel het Algemeen Waterverkoopreglement, als het aanvullend Bijzonder Waterverkoopreglement kan geraadpleegd worden via de website www.water-link.be, publicaties. Op deze locatie staat eveneens een infobrochure over de verplichte keuring van de binneninstallatie en de privé-waterafvoer.