*Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56, § 2.
*Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM), titel IV- Milieueffect- en veiligheidsrapportage.
*Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
*Besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage.
Op 21/02/2025 werd er een adviesvraag gesteld aan het college van burgemeester en schepenen door het Departement Omgeving, Team Milieueffectrapportage met volgend onderwerp:
Aanvrager | Molymet Belgium NV
|
Omschrijving | scopingsadvies voor de hervergunning van het bedrijf Molymet
|
Referentienummer van de aanvraag | PR3704 |
Adres van het project | Langerbruggekaai 13 9000 Gent |
Kadastrale gegevens | Gent (afd. 13) sectie R 1249 L en (afd. 13) sectie R 1525 X |
De Dienst Milieu en Klimaat vroeg verschillende stadsdiensten om advies. Volgend gecoördineerd advies werd uitgebracht door de Dienst Milieu en Klimaat op :
Omschrijving
De MER-procedure is opgestart voor Langerbruggekaai 13, 9000 Gent (hervergunning van het bedrijf Molymet). Het gaat enerzijds om het hervergunnen van het bedrijf (huidige milieuvergunning vervalt op 1/6/2026) en wijziging van activiteiten (enkele werden stopgezet en enkele opgestart).
Het bedrijf Molymet is gevestigd in het havengebied. Het bedrijf is gelegen op het grondgebied van de stad Gent als de gemeente Evergem.
Molymet exploiteert een fabriek voor de productie van molybdeenhoudende derivaten: geroost molybdeenconcentraat in verschillende zuiverheidsgraden en ferromolybdeen.
Uit het geroost molybdeenconcentraat kan een fractie opgezuiverd worden tot molybdeentrioxide ofwel PurOx. Deze fractie kan ingezet worden in meer hoogwaardige toepassingen. In deze laatste installatie kunnen ook andere omzettingen plaatsvinden, zoals de verwerking van molybdeensulfide.
Daarnaast wordt er SO2 uit de rookgassen van de roostoven onttrokken en zwavelzuur geproduceerd en komt er een fractie ferromolybdeenslakken vrij bij de ferromolybdeenproductie.
Beoordeling
Ruimtelijke situering
Het bedrijf ligt deels op het grondgebied van de stad Gent en deels op dit van de gemeente Evergem.
Planologisch bestemming
Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
De activiteiten zijn in overeenstemming met de voorgeschreven planologische bestemming en de stedenbouwkundige voorschriften.
De ruimtelijke impact zal beoordeeld worden bij individuele omgevingsaanvragen.
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
De noodzakelijke voorwaarden kunnen in de aan te vragen omgevingsvergunning worden opgenomen.
Biodiversiteit
Geen opmerkingen.
Mobiliteit
Alle producten en grondstoffen worden aan- en afgevoerd per vrachtwagen. Er worden geen transporten uitgevoerd via binnenvaart. Er is geen directe aanvoer over het spoor mogelijk.
In de geplande situatie wordt er uitgegaan van de maximale vergunde capaciteit.
Mobiliteit wordt opgenomen als nevendiscipline. Het personeel en het vrachtwagenvervoer zorgen voor een zekere verkeersgeneratie. De effecten van de verkeersafwikkeling t.g.v. de activiteiten van Molymet worden opgenomen als nevendiscipline. Enerzijds omdat er in het vorige onderzoek geen significante effecten bekomen werden en anderzijds omdat er geen relevant verschil verwacht wordt t.o.v. de huidige situatie.
Beschrijving van de actuele situatie
- Woon-werk-verkeer
Er zijn zo’n 160-tal medewerkers in dienst, waarvan 50 bedienden en 110 arbeiders. De helft werkt in dagdienst, de andere helft in ploegensysteem. De werknemers werken 80% met de wagen en 20% met de fiets. Er rijden tijdens werkdagen in de ochtend- en avondspits bij aanvang en einde van de dagdienst maximaal 60 personenwagens aan en af. Bij aanvang en einde van de ploegdienst ligt dit aantal beduidend lager.
- Verkeersgeneratie vrachtverkeer
Alle producten en grondstoffen worden uitsluitend aan- en afgevoerd per vrachtwagen.
- Verkeersgeneratie PurOx
Het vrachtverkeer blijft quasi hetzelfde en er wordt ook geen grote wijziging verwacht in de graad van tewerkstelling.
Verkeersgeneratie
- De huidige maximaal vergunde productie is dezelfde als de toekomstige situatie. Als er geproduceerd wordt op maximale capaciteit, dan zal er een toename zijn van ongeveer 25%.
Bij maximale productiecapaciteit kan het aantal vrachtwagentransporten (aanvoer en afvoer) geschat worden op zo’n 6500 per jaar. Dit komt overeen met ca 26 per werkdag of 3à4 aanleveringen per uur. Daarnaast is er voor woon-werk-verkeer maximaal 60 personenwagens die aan- en afrijden.
Het verkeer maakt gebruik van de N474 en de R4. De capaciteit van de N474 (2 x 1 rijstrook) kan geschat worden op 2 x 1800 PAE/uur (1 vrachtwagen is 2 à 3 PAE). Het aantal vrachtwagen voor de firma Molymet is beperkt ten opzichte van de capaciteit van deze wegen. Idem voor woon-werkverkeer. Het effect op de verkeersafwikkeling kan als verwaarloosbaar (0) tot beperkt negatief (-1) worden beoordeeld.
- Verkeersveiligheid
De hervergunning heeft geen effect op de verkeersveiligheid.
Conclusie
Het gaat om een hervergunning waarbij de activiteiten niet wijzigen. Op vlak van verkeersgeneratie wordt bij de maximale productiecapaciteit een lichte stijging van aan- en afvoer van producten en grondstoffen verwacht ten op zichtte van de actuele situatie. De maximale productiecapaciteit wordt in de huidige situatie nog niet bereikt. Het aantal vrachtwagens dat het bedrijf aandoet (3a4 per uur) en het verkeer voor woon-werkverkeer (max 60 personenwagens per spits) is zeer beperkt t.o.v de capaciteit van de gebruikte wegen. Er zijn geen conflictpunten bekend t.h.v. het bedrijf m.b.t. verkeersveiligheid.
Het effect op de verkeersafwikkeling wordt als verwaarloosbaar tot beperkt negatief beschouwd. Het effect voor verkeersveiligheid wordt als verwaarloosbaar beschouwd.
Conclusie
Het voorliggende scopingadvies kan gunstig geadviseerd worden.
Het college van burgemeester en schepenen moet over het ingediende scopingadvies een advies uitbrengen. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand gecoördineerd advies van de Dienst Milieu en Klimaat en neemt het tot haar eigen motivatie.
Geeft een gunstig advies voor het scopingsadvies voor de hervergunning van het bedrijf Molymet (PR3704) ingediend door Molymet Belgium NV, gevestigd in de Langerbruggekaai 13 te 9000 Gent, kadastraal bekend als Gent (afd. 13) sectie R 1249 L en (afd. 13) sectie R 1525 X
Vraagt dat er in alle transparantie gecommuniceerd wordt over de luchtanalyses. Er wordt gevraagd dat zowel de resultaten van het zelfcontroleprogramma als deze van de handhaving openbaar beschikbaar gemaakt worden ten laatste 3 maanden na analysedatum. Er wordt tevens gevraagd dat het bedrijf proactief overschrijdingen van de luchtkwaliteitsnormen wat betreft molybdeen communiceert en een plan voorstelt hoe deze te voorkomen. Verder wordt gevraagd dat het zelfcontroleprogramma met een jaarlijkse frequentie door de handhaver opgevolgd wordt a.d.h.v. analyses uitgevoerd door de handhaver, waarbij begrepen wordt dat een afbouwprogramma voor de analyses van de handhaver kan opgenomen worden i.f.v. de analyseresultaten.