Terug
Gepubliceerd op 21/03/2025

2025_CBS_02417 - Gecoördineerd advies voor een project-MER toegevoegd bij de omgevingsvergunningsaanvraag met nummer OMV_2024017471 voor het verder exploiteren en veranderen van een siroop- en frisdrankenfabriek (IIOA) + bijstelling

college van burgemeester en schepenen
do 20/03/2025 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 20/03/2025 - 09:30
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Joris Vandenbroucke, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Astrid De Bruycker, schepen
2025_CBS_02417 - Gecoördineerd advies voor een project-MER toegevoegd bij de omgevingsvergunningsaanvraag met nummer OMV_2024017471 voor het verder exploiteren en veranderen van een siroop- en frisdrankenfabriek (IIOA) + bijstelling 2025_CBS_02417 - Gecoördineerd advies voor een project-MER toegevoegd bij de omgevingsvergunningsaanvraag met nummer OMV_2024017471 voor het verder exploiteren en veranderen van een siroop- en frisdrankenfabriek (IIOA) + bijstelling

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

* Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) met een titel betreffende milieueffect- en veiligheidsrapportage van 18 december 2002.

* Besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage, en de wijzigingen van 29 april 2013.

* Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

* Het Decreet lokale besturen van 22 december 2017, artikel 56.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen geeft gedeeltelijk gunstig, gedeeltelijk ongunstig advies.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

COCA-COLA EUROPACIFIC PARTNERS BELGIUM BVBA heeft een nog niet goedgekeurde project-MER toegevoegd bij de omgevingsvergunningsaanvraag met nummer  OMV_2024017471 ingediend bij de deputatie op 20 december 2024.

 

Over deze project-MER dient er advies uitgebracht worden aan team Milieueffectrapportage van Departement Omgeving.

 

Het dossier handelt over:

* Onderwerp: het verder exploiteren en veranderen van een siroop- en frisdrankenfabriek (IIOA) + bijstelling

* Adres: Zwijnaardsesteenweg 811, 9000 Gent

* Kadastrale gegevens: afdeling 24 sectie B nrs. 460W2, 463V en 488/2 D


Volgend gecoördineerd verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 05/03/2025.

 

Omschrijving MER/VR

Coca-Cola Europacific Partners Belgium BVBA te Gent is een bottelaar voor The Coca-Cola Company en betreft een productie- en distributievestiging. De site geadresseerd aan de Zwijnaardesesteenweg 811 te Gent heeft momenteel een bestaande vergunning voor het produceren en verdelen van siropen en frisdranken, met een productiecapaciteit van 350 miljoen liter per jaar dewelke afloopt op 02/03/2028. 

 

Voorliggende aanvraag omvat het verhogen van de productiecapaciteit tot 450 miljoen liter per jaar. Deze productieverhoging zal worden bewerkstelligd door het verhogen van de efficiëntie en het uitbreiden van het ploegenstelsel; fysieke wijzigingen aan de site of installaties vinden hierbij niet plaats. Tegelijkertijd omvat voorliggende aanvraag en project-MER het vernieuwen van de omgevingsvergunning.

 

Voorliggende MER kadert dan ook in de hernieuwing van de bestaande activiteiten van CCEP Belgium te Gent en de geplande uitbreiding van de productiecapaciteit. Voor deze hernieuwing en uitbreiding dient eveneens een omgevingsvergunningsaanvraag ingediend te worden. 

 

Het is de bedoeling van het MER om na te gaan of het voorgestelde project voldoet aan de vigerende wetgeving en te onderzoeken of er door de exploitatie schadelijke effecten voor het milieu kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen voorkomen of gemilderd worden.

 

BEOORDELING AANVRAAG

Ruimtelijke situering

Verenigbaarheid met de stedenbouwkundige voorschriften

 

RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN PLANNEN - VAN AANLEG

Het project ligt in industriegebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de andere industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.
 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
 

De huidige aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

 

VERKAVELING

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

 

 

Verenigbaarheid met de omgeving en de goede plaatselijke ruimtelijke ordening

 

Er worden geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd.

Vanuit stedenbouwkundig oogpunt zijn er geen opmerkingen op voorliggende aanvraag.

 

Mobiliteit

Situering en historiek van het project

Voorliggend MER betreft de hervergunning van de huidige activiteiten (vergund tot 350 miljoen liter per jaar) en uitbreiding van de bestaande productiecapaciteit (tot 450 miljoen liter per jaar).

 

In kader van het 2de scopingsadvies voor het project ‘Hernieuwing van de bestaande activiteiten en uitbreiding van de productiecapaciteit van CCEP Belgium Gent’ werd in maart 2024 door het Mobiliteitsbedrijf advies uitgebracht. In dit advies werden verschillende onduidelijkheden aangekaart, vragen gesteld en bemerkingen geuit. Dat advies kaderde binnen het voorliggende project en indien relevant wordt hiernaar verwezen in onderstaand advies.

 

Beschrijving bestaande, vergunde & geplande toestand en context

In het dossier wordt de bestaande toestand weergegeven aan de hand van het jaar 2022 met een totaal geproduceerd volume van 332 miljoen liter. In 2022 waren er 425 werknemers werkzaam bij het bedrijf.

 

De vergunde toestand komt overeen met de vergunde productiecapaciteit voor de site, namelijk (maximaal) 350 miljoen liter per jaar. CCEP (i.e. Coca-Cola) heeft hiervoor een vergunning eindigend op 2/3/2028. Momenteel zijn de werken aan de gang voor de aanleg van het reeds vergunde hoogstapelmagazijn (ASRS gebouw) en het aanpassen van de logistieke infrastructuur ten hoogte van dit nieuw magazijn en de bestaande magazijnen (omgevingsvergunning d.d. 12/03/2020). Volgens de huidige plannen, zal het hoogstapelmagazijn in 2024-2025 stelselmatig in dienst kunnen worden genomen. De vergunde productiecapaciteit kan gehaald worden met het huidige aantal werknemers. Er worden eveneens geen wijzigingen in het aantal bezoekers verwacht in de vergunde toestand t.o.v. de bestaande toestand.

 

De geplande situatie bestaat uit een hernieuwing van de vergunde activiteiten (tot 350 miljoen liter per jaar) en een uitbreiding van de vergunde productiecapaciteit van 350 naar 450 miljoen liter per jaar. Men wil de productieverhoging bereiken door de efficiëntie te verhogen en het uitbreiden van het ploegenstelsel.  Fysieke wijzigingen aan de site of installaties vinden er niet plaats. Er zal een weekendshift gepland worden voor de glaslijn en zal één blik-productielijn volcontinu draaien. Er zal een heel kleine stijging zijn van het aantal werknemers, namelijk 5 extra werknemers in dienst t.o.v. 2022. Er wordt verondersteld dat het aantal bezoekers niet wijzigt t.o.v. de bestaande toestand.

 

De actuele toegang tot de site bevindt zich op de Zwijnaardsesteenweg. Deze toegang dient zowel voor personeel als voor alle vrachtvervoer. Het vrachtverkeer gebeurt continu (7d/7). Als aan- en afrijroute naar het hogere wegennet gebruikt men de Gestichtstraat naar de R4. Aangezien de Gestichtstraat als woonstraat niet geschikt is om de huidige verkeersvolumes verder op te nemen, zal deze in de toekomst afgesloten worden van de R4. De verkeersvolumes van CCEP via de Zwijnaardsesteenweg naar de buurt rond het UZ sturen, of via de Heerweg-Noord richting Zwijnaarde, zijn geen wenselijke alternatieven aangezien deze routes ook door woonomgevingen gaan. Bijgevolg werd er reeds de principiële beslissing genomen om CCEP in de toekomst te ontsluiten via een verlenging op de ontsluitingsweg van het bedrijventerrein Gent Zuid I richting de rotonde van de Ottergemsesteenweg-Zuid. Hiervoor werd reeds een rooilijnenplan en een onteigeningsbesluit opgemaakt. De aanleg en ingebruikname van de ontsluitingsweg wordt voorzien ten vroegste in 2027-2028.  Op die manier komt er dan een rechtstreeks verbinding met de R4 (en de E17 via de Ottergemsesteenweg-Zuid) en worden woonomgevingen vermeden. Bij het in gebruik nemen van de nieuwe ontsluitingsweg zal het onthaal van de vrachtwagens van CCEP aan de oostzijde van de site worden georganiseerd. Deze wachtzone zal samen met de ontsluitingsweg worden aangelegd.

 

Transporten

Aangezien het aantal werknemers zo goed als gelijk blijft in de bestaande, vergunde en geplande toestand en ook het aantal bezoekers niet verwacht te wijzigen, wordt in het dossier gefocust op de transporten van het vrachtverkeer.

 

Het aantal transporten in de bestaande toestand (2022) bedroeg 45.355. Dit omvat zowel de aanvoer van chemicaliën, ingrediënten en verpakkingen, de afvoer van afvalstoffen en de verdeling van eindproducten.

 

In de vergunde toestand zullen meer hulpstoffen worden verbruikt en meer afvalstoffen en eindproducten worden geproduceerd dan in de bestaande toestand, hetgeen zal leiden tot meer transporten. In het dossier wordt aangegeven dat het aantal transporten die gepaard gaan met de vergunde productiecapaciteit wordt ingeschat door extrapolatie van het huidig aantal transporten met eenzelfde factor als de toename van de productiecapaciteit in de vergunde toestand t.o.v. de bestaande toestand. Zo komt men aan 49.848 transporten in de vergunde toestand.

Hierbij dient opgemerkt te worden dat het ASRS-gebouw als doel heeft om tussentijdse stockage van eindproducten in externe opslagplaatsen te vermijden en bijgevolg transporten van en naar externe warehouses te vermijden. De producten die tijdelijk worden opgeslagen in externe warehouses, worden na de opslag terug naar de site in Gent gevoerd voor de uiteindelijke distributie. Bijgevolg zal het aantal transporten voor de verdeling van eindproducten n.a.v. de realisatie van het ASRS-gebouw dalen. Er wordt ingeschat dat de realisatie van het ASRS-gebouw zal leiden tot een besparing van ca. 8070 transporten (van en naar externe warehouses).

 

Rekening houdend met de geplande uitbreiding van de productiecapaciteit, zullen in de geplande toestand meer hulpstoffen worden verbruikt en meer afvalstoffen en eindproducten worden geproduceerd dan in de bestaande of vergunde toestand, hetgeen zal leiden tot meer transporten in de geplande toestand t.o.v. de bestaande of vergunde toestand. Het aantal transporten in de geplande toestand wordt ingeschat door extrapolatie van het huidig aantal transporten met eenzelfde factor als de toename van de productiecapaciteit in de geplande toestand t.o.v. de bestaande toestand. Zo komt men aan 64.089 transporten in de geplande toestand.

Hierbij dient vermeld te worden dat voor de vergunde situatie de efficiëntiewinsten vanwege de realisatie van het ASRS-gebouw – en de bijhorende vermindering van vrachtverkeer – nog niet inbegrepen zijn. In theorie zal dit aantal verminderen zijn met 8.070 transporten. Omdat het ASRS-gebouw nog niet volledig in werking is (evenmin op korte termijn) wordt in het dossier zowel in de vergunde als geplande toestand uitgegaan van de aantallen zonder inbegrip van de efficiëntiewinsten. Het gaat dus om een worstcase benadering. 

 

Rekening houdend met bovenstaande, worden in het dossier volgende aantallen weergegeven voor de bestaande, de vergunde en de geplande toestand (telkens zonder correctie vanwege realisatie ASRS-gebouw):

-          Overzicht vrachtverkeer bestaande situatie (gemiddelde werkdag):

  • 24u: 242
  • Overdag (6u-22u): 195
  • 7u-19u: 163
  • 19u-23u: 22
  • 23u-7u: 57

 

-          Overzicht vrachtverkeer vergunde situatie (gemiddelde werkdag):

  • 24u:  277
  • Overdag (6u-22u): 222
  • 7u-19u: 186
  • 19u-23u: 25
  • 23u-7u: 65

 

-          Overzicht vrachtverkeer geplande situatie (gemiddelde werkdag):

  • 24u: 356
  • Overdag (6u-22u): 286
  • 7u-19u: 239
  • 19u-23u: 33
  • 23u-7u: 84

 

In de MER worden bovenstaande aantallen vrachtverkeer niet verder verduidelijkt naar personenauto-equivalent (pae). Er wordt enkel meegegeven dat deze aantallen deels zwaar verkeer (vrachtwagens) omvatten, maar ook middelzwaar verkeer (bestelwagens, lichte vracht…) en dat de verhoudingen uit de bestaande toestand kunnen aangehouden worden: 2-3% zwaar verkeer, 18-21% middelzwaar verkeer en 76%-80% licht verkeer. Wat dit precies betekent qua pae is onduidelijk. Voor de verkeersintensiteiten op de bestaande verkeersnetwerken wordt in de MER volgende gebruikt: personenwagen 1 pae, een vrachtwagen 2 pae en een gelede vrachtwagen 3 pae. Maar hoe de aantallen van het vrachtverkeer zich hiertoe verhouden is onduidelijk.

 

Hieronder wordt het verschil in vrachtverkeer weergegeven tussen de geplande en vergunde situatie (=bijkomend verkeer) voor een gemiddelde werkdag:

  • 24u: 79
  • Overdag (6u-22u): 64
  • 7u-19u: 53
  • 19u-23u: 8
  • 23u-7u: 19

 

Beoordeling

T.o.v. het 2de scopingsadvies zijn er enkele verduidelijkingen aangebracht in het dossier.  Zo is nu wel het aantal transporten per werkdag en per dagdeel opgenomen.

 

Wat de effectenbeoordeling betreft wordt er in de MER een absolute beoordeling/score en relatieve beoordeling/score toegekend. De absolute beoordeling geeft een score van hoe het verkeerssysteem in de omgeving van de site in het algemeen functioneert. De relatieve beoordeling geeft een score van de geplande toestand t.o.v. de referentiesituatie. Deze referentiesituatie is de vergunde situatie maar zonder exploitatie van CCEP. Dit is dus de facto de situatie zonder de aanwezigheid van het bedrijf en met geen enkel transport van het bedrijf. Dit is geen grote meerwaarde als vergelijkingsbasis aangezien we wensen te beoordelen of de uitbreiding in productiecapaciteit van 350 miljoen liter per jaar naar 450 miljoen liter per jaar te verantwoorden valt.

De situatie van 350 miljoen liter per jaar is al vergund en wordt niet in vraag gesteld. Een loutere hervergunning van deze bestaande vergunde productiecapaciteit (en bijhorende transporten) is dus wel mogelijk. 

 

Hieronder beoordelen we daarom de vraag tot uitbreiding van 350 miljoen tot 450 miljoen liter per jaar (en de bijhorende extra transporten). De uitbreiding as such van de geplande toestand t.o.v. de vergunde toestand wordt in de MER niet volwaardig opgenomen, vergeleken en beoordeeld. We doen dit in onderstaande beoordeling wel o.b.v. elementen aangereikt in de MER. Er wordt niet zozeer ingegaan op de absolute en relatieve scores uit het MER, maar wel wordt de focus gelegd op de impact van een mogelijke uitbreiding van 350 naar 450 miljoen liter per jaar. O.a. volgende zaken zijn hierbij belangrijk:

-  In de Gestichtstraat is de oversteekbaarheid voor voetgangers en fietsers slecht, rekening houdend met de hoge verkeersintensiteiten. Dit kan gesteld worden op basis van de formule in de MER die een resultaat geeft van 26,4 seconden wat als ‘slecht’ beoordeeld kan worden.

-  In de Gestichtstraat geven fietssuggestiestroken aan waar ruimte dient gelaten te worden voor fietsers. De verkeersintensiteiten in de Gestichtstraat zijn van die omvang dat het nut van de suggestiestroken in vraag gesteld kan worden. Als grens wordt 2000 tot 5000 pae/dag genomen, in de Gestichtstraat is dit meer dan 7000 pae/dag.

-     Het aantal vrachttransporten stijgt in de geplande toestand t.o.v. de vergunde toestand met 28,5%, dit over zo goed als alle perioden:

  • over de periode van een jaar (van 49.848 naar 64.089 (abstractie makend telkens van ASRS-gebouw))
  • over gemiddelde werkdag 24u (+79 vrachttransporten van 277 naar 365)
  • over het dagdeel 6u-22u (+64 vrachttransporten van 222 naar 286)
  • over het dagdeel 7u-19u (+53 vrachttransporten van 186 naar 239)

Dat is een aanzienlijke hoeveelheid.

 

Bovenstaande elementen tonen aan dat in de bestaande situatie de grens van de verkeersleefbaarheid- en veiligheid in de Gestichtstraat (quasi) bereikt is. Rekening houdende met de context (schoolomgeving, woningen, verschillende aansluitingen, oversteken, fietssuggestiestroken) zijn een dergelijk groot aantal bijkomende vrachttransporten niet te verantwoorden. Hierdoor kan een capaciteitsuitbreiding van 350 naar 450 miljoen liter per jaar bovenop de bestaande vergunde productiecapaciteit niet gunstig geadviseerd worden.

 

Eindbeoordelingsadvies van het project

  • Ongunstig voor de uitbreiding van de productiecapaciteit van 350 miljoen naar 450 miljoen liter per jaar.
  • Gunstig voor de loutere hervergunning van de bestaande vergunde productiecapaciteit van 350 miljoen liter per jaar.

 

Groenaspecten

Er zijn geen opmerkingen op het ontwerpMER.

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

Er zijn geen opmerkingen op het ontwerpMER.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen aan de team Milieueffectrapportage van Departement Omgeving.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

niet van toepassing

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen brengt gedeeltelijk gunstig, gedeeltelijk ongunstig advies uit over het project-MER ingediend door COCA-COLA EUROPACIFIC PARTNERS BELGIUM bvba (O.N.:0425071420) gelegen te Zwijnaardsesteenweg 811, 9000 Gent.

  • Gunstig voor de loutere hervergunning van de bestaande vergunde productiecapaciteit van 350 miljoen liter per jaar.
  • Ongunstig voor de uitbreiding van de productiecapaciteit van 350 miljoen naar 450 miljoen liter per jaar. Voor de motivering wordt verwezen naar de beoordeling van het aspect mobiliteit.

Artikel 2

Er worden geen aanbevelingen opgenomen.

Artikel 3

Er worden geen opmerkingen opgenomen.