Terug
Gepubliceerd op 11/04/2025

2025_CBS_03390 - OMV_2024161901 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van weefstroken en het optimaliseren van de E40 binnen de zone tussen de complexen Zwijnaarde en Sint-Denijs-Westrem - met openbaar onderzoek - Bollebergen, Buitenring-Zwijnaarde, Langeplankstraat, Maaltemeers, 9052 Gent en Pleispark en Putstraat, 9051 Gent - Advies

college van burgemeester en schepenen
do 10/04/2025 - 09:02 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 10/04/2025 - 09:20
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Astrid De Bruycker, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Verontschuldigd

Hafsa El-Bazioui, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Astrid De Bruycker, schepen
2025_CBS_03390 - OMV_2024161901 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van weefstroken en het optimaliseren van de E40 binnen de zone tussen de complexen Zwijnaarde en Sint-Denijs-Westrem - met openbaar onderzoek - Bollebergen, Buitenring-Zwijnaarde, Langeplankstraat, Maaltemeers, 9052 Gent en Pleispark en Putstraat, 9051 Gent - Advies 2025_CBS_03390 - OMV_2024161901 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van weefstroken en het optimaliseren van de E40 binnen de zone tussen de complexen Zwijnaarde en Sint-Denijs-Westrem - met openbaar onderzoek - Bollebergen, Buitenring-Zwijnaarde, Langeplankstraat, Maaltemeers, 9052 Gent en Pleispark en Putstraat, 9051 Gent - Advies

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Afdeling Wegen en Verkeer Oost-Vlaanderen met als contactadres Koningin Maria Hendrikaplein 70 bus 81, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024161901) ingediend bij de Vlaamse overheid op 19 december 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het aanleggen van weefstroken en het optimaliseren van de E40 binnen de zone tussen de complexen Zwijnaarde en Sint-Denijs-Westrem

• Adres: Bollebergen 97, Buitenring-Zwijnaarde 1-1A, Langeplankstraat 1, Maaltemeers, 1-3, 9052 Gent , Pleispark 17-17A-19-25, Putstraat  6-18,  9051 Gent

• Kadastrale gegevensafdeling 24 sectie A nrs. 63 T,  63 V,   63 W,  64 M en 65 E2,  sectie B nrs. 31 A, 49 F, 54 K, 453/2 _ , afdeling 25 sectie B nrs. 328 B2, 329 F, 330 D, 331 E, 369 W, 371 E, 374 E2, 374 L2, 374 M2, 376 F, 378 S, 378 W en 378 X  en op openbaar domein

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 5 maart 2025.

De Vlaamse overheid heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 12 maart 2025.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 3 april 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Het onderwerp van de aanvraag is een optimalisatie van de E40 binnen de zone tussen de complexen Zwijnaarde en Sint-Denijs-Westrem. Het project, in opdracht van AWV, voorziet een optimalisatie van de E40 binnen de zone tussen de complexen Zwijnaarde en Sint-Denijs-Westrem. De E40 is de oudste snelweg van België waarvan de eerste delen rond 1930 reeds in gebruik gingen. Het segment Sint-Denijs-Westrem – Wetteren werd opengesteld in 1954. Vandaag zijn bepaalde zones aan vervanging of verbetering toe aangezien, omwille van volgende problematieken:

-      Groot aantal ongevallen op het segment. De sectie is een van de drukste segmenten in regio Gent met zeer veel verkeersuitwisselingen ter hoogte van de twee complexen. Bovendien is er een korte afstand tussen beide complexen en zijn deze eveneens niet optimaal vormgegeven.

-      De bestaande geluidsschermen langs de sectie verkeren in een slechte staat en voldoen niet meer aan de geldende ontwerpprincipes wat leidt tot een hoge geluidsbelasting voor de omgeving  

-      De omgeving van het projectgebied is zeer overstromingsgevoelig. Bovendien is er een sterke ongewenste interferentie tussen het afwateringsstelsel van de snelweg en de omliggende rioolstelsels.  

 

 De projectdoelstellingen voorzien een directe optimalisatie van voorgenoemde problematieken:

-      Het verhogen van de verkeersveiligheid door de aanleg van weefstroken tussen de complexen Zwijnaarde en Sint-Denijs-Westrem, inclusief de aanleg van pechhavens en de optimalisatie van de op- en afritten

-      Het verbeteren van leefbaarheid en -kwaliteit in de omgeving door de vernieuwing en optimalisatie van de geluidsafscherming langsheen het traject 

-      Het verbeteren van de waterhuishouding door de afwatering te optimaliseren met focus op infiltratie, buffering en vertraagde regenwaterafvoer en het wegwerken van vermazingen met omliggende rioolstelsels.

 

Het project beoogt uitdrukkelijk geen capaciteitsuitbreiding op de E40.

 

Om de projectdoelstellingen uit te voeren, worden volgende handelingen aangevraagd:

-      Reliëfwijzigingen: de huidige snelwegtaluds en de bestaande grondbermen worden opnieuw ingericht ten voordele van de afwatering. Langs het gehele traject wordt ingezet op infiltratie met 2 infiltratiebekkens, 4 wadi’s en 2 grachten.

-      Aanleggen, wijzigen en slopen van verhardingen voor de aanleg van de weefstroken op de bestaande pechstrook, de aanleg van pechhavens en een middenbermconstructie. Ook worden de op- en afritten van Sint-Denijs-Westrem en Zwijnaarde geoptimaliseerd.

-      Het plaatsen van geluidsmuren van 5 m hoog gezien de bestaande geluidsmuren in slechte staat zijn.

-      Het aanpassen van een waterloop van 2de categorie (de Grietgracht).

-      Het ontbossen van 1.815 m² ter hoogte van het op- en afrittencomplex SintDenijsWestrem voor de aanleg van een nieuw infiltratiebekken.
 

Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

Het betreft de exploitatie van een bemaling noodzakelijk voor de aanleg van verschillende grachten en inbuizingen naast de E40 tussen het complex Zwijnaarde en complex Sint-Denijs-Westrem.

 

De bemaling wordt aangevraagd voor maximum 61.253 m³/jaar en 1.451 m³/dag. De maximale grondwaterverlaging ten opzichte van het maaiveld bedraagt 2,38 m-mv. Rubriek 53.2.2°b)1° (klasse 3) is van toepassing.

 

De bemalingswerken zullen uitgevoerd worden in 7 verschillende fases. Er wordt ingeschat dat de bemalingswerken ca. 141 dagen in beslag zullen nemen waarbij gefaseerd bemaald zal worden. Om rekening te houden met eventuele vertragingen en stilstanden tussen de verschillende fases wordt de vergunning voor de IIOA aangevraagd voor 3 jaar.

 

In de omgeving van het projectgebied komen er regionaal verhoogde concentraties aan arseen voor. Er wordt aangeraden om verhoogde lozingsnormen aan te vragen voor de parameter arseen. Om die reden wordt rubriek 3.4.2 aangevraagd. 

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Lozing van bemalingswater dat gevaarlijke stoffen bevat, vermeld in bijlage 2C, in concentraties hoger dan het IC, van 2 tot 100 m³/h. | klasse 2 | Nieuw

60,46 m³/uur

53.2.2°b)1°

bronbemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil tot maximaal vier meter onder maaiveld | Grondwaterwinning (bemaling), met een jaardebiet meer dan 30.000 m³ per jaar en een maximum

grondwaterverlaging van minder dan 4 m-mv. | klasse 3 | Nieuw

61253 m³/jaar

 

Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd: 

Artikel: 4.2.3.1 3°

In het kader van de lozing van het bemalingswater op oppervlaktewater worden lozingsnormen aangevraagd.

 

Artikel: 4.2.5.1.1. § 1

In het kader van voorliggende bemaling en lozing van het bemalingswater is het echter niet relevant om bemonsteringsapparatuur voor de lozing van het bemalingswater te voorzien.

Om de kwaliteit van het geloosde grondwater te bepalen, zullen er staalnames gedaan worden via een aftapkraan.

 

2.       HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Omgevingsvergunningen

* Op 19/04/2019 werd een vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een oprit en fietspad van de n60 grotesteenweg-noord naar r4-buitenring, het bouwen van een fietskoker onder de oprit en opbraak van de buiten gebruik zijnde aansluting van de op- en afrit e40, het aanleggen en herprofileren van grachten (OMV_2018045332).

* Op 27/02/2020 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van bronbemalingslijnen in het kader van wegeniswerken voor de nieuwe oprit van de n60 naar de r4-buitenring en fietspaden (OMV_2020017534).

* Op 16/04/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het uitvoeren van wegenis- en rioleringswerken voor het herinrichten van het technologiepark ardoyen - fase 1 (OMV_2019107467).

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Een deel van het project ligt in woongebied, gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut, bufferzone en landschappelijk waardevol agrarisch gebied, industriegebied, bestaande autosnelwegen en bestaande hoofdverkeerswegen volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

 

Een deel van het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent - deelproject 6C Parkbos' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 9 juli 2010). De locatie is volgens dit RUP gelegen in een zone voor landbouw, woongebied, een projectzone voor kantoorachtigen en natuurgebied.

Een deel van het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'TECHNOLOGIEPARK ARDOYEN - TRAMSTRAAT' (Definitieve vaststelling door de Gemeenteraad op 22 november 2021). De locatie is volgens dit RUP gelegen in een zone voor park met overdruk bouwvrije zone.

 

De aanvraag is niet in overeenstemming met de voorschriften op volgende punten:

-      De aanleg van nieuwe verhardingen en het wijzigen van de bestaande verharding in functie van de weefstroken en het plaatsen van geluidschermen is niet verenigbaar met de volgende gewestplanbestemmingen: de bufferzone, de gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut, de industriegebieden, de woongebieden en de landschappelijk waardevolle agrarische gebieden.

 

De Vlaamse Codex ruimtelijke ordening bevat in hoofdstuk IV volgende afwijkingsbepalingen die relevant zijn voor de beoordeling van de onderhavige aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning: 

 

-      Artikel 4.4.7. §2. luidt als volgt: In een vergunning voor handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, mag worden afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. Handelingen van algemeen belang kunnen een ruimtelijk beperkte impact hebben vanwege hun aard of omvang, of omdat ze slechts een wijziging of uitbreiding van bestaande of geplande infrastructuren of voorzieningen tot gevolg hebben. Ze kan ook de regels bepalen op basis waarvan kan worden beslist dat niet door haar opgesomde handelingen toch onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen.

 

Het Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, § 2, en artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dd. 5 mei 2000, bepaalt onder andere het toepassingsgebied en de modaliteiten van art. 4.4.7. §2 VCRO.

 

-       In artikel 2 van dit besluit wordt bepaald welke handelingen worden beschouwd als handelingen van algemeen belang: Als handelingen van algemeen belang, zoals bedoeld in artikel 4.1.1, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening worden de werken, handelingen en wijzigingen beschouwd die betrekking hebben op:

*      1° de openbare wegen, met inbegrip van de bijbehorende infrastructuur, zoals tunnels, viaducten, bruggen, duikers, langsgrachten, tolinfrastructuur en parkings. 

*      3° de openbare waterwegen en waterlopen, alsook de bouw van de dokken en de sluizen in de havens, de aanleg van openbare bufferbekkens en overstromingsgebieden, de hermeandering van waterlopen en de uitvoering van andere waterbeheersingswerken, met inbegrip van de bijbehorende infrastructuur, zoals dienstgebouwen en andere; 

 

Er kan geconcludeerd worden dat het wijzigen van een snelweg met inbegrip van geluidsschermen, ontbossing, reliëfwijziging en aanpassingen aan een waterloop als handelingen van algemeen belang kunnen beschouwd worden (rekening houdende met de verkeersveiligheid, het verbeteren van het watersysteem). Deze handelingen hebben een beperkte ruimtelijke impact in vergelijking met de bestaande toestand en sluiten aan bij de (bestaande) beeldkwaliteit van de autosnelweg.

 

-      In artikel 3 van dit besluit wordt bepaald welke handelingen worden beschouwd als handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben als vermeld in artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De handelingen horende bij voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag hebben betrekking op:  

*      “Artikel 3 paragraaf 1: 4° de aanhorigheden en kunstwerken bij lijninfrastructuren”.

*      “Artikel 3 paragraaf 2: 3° de wijziging of uitbreiding van c) bestaande of geplande openbare verkeerswegen, met inbegrip van het wijzigen en uitbreiden van bestaande of geplande op- en afrittencomplexen. 

 

Het plaatsen van geluidsschermen in functie van het verminderen van de geluidsimpact en het uitbreiden van de verhardingen van de bestaande autosnelweg om de veiligheid van de bestaande rijwegen te verbeteren zijn gebruikelijke aanhorigheid bij de lijninfrastructuur van een bestaande hoofdverkeersweg. 

 

-      Artikel 3 van dit besluit is verder aangevuld met “De handelingen, vermeld in het eerste lid, die niet onder paragraaf 1 vallen, mogen niet worden uitgevoerd in een ruimtelijk kwetsbaar gebied, tenzij die handelingen door de aard, ligging en oppervlakte ervan geen significante impact hebben op het ruimtelijk kwetsbare gebied.”

 

Het project bevat echter wel een beperkte uitbreiding van de aanhorigheden van de autosnelweg in buffergebied. Het betrokken buffergebied is voorzien als bufferzone tussen de bestaande zone voor hoofdverkeerswegen en aanpalende andere functies. Het buffergebied wordt in beperkte mate aangetast. Dit blijft echter heel beperkt door de beperkte oppervlakte (enkel een langs-strook langs de bestaande autosnelweg), de logische ligging (het bevindt zich rechtstreeks tegen de bestaande autosnelweg) en geen wijziging van aard (het blijft een aanhorigheid van bestaande lijninfrastructuur).De functie van het bestaand buffergebied wordt niet gewijzigd, zelfs geoptimaliseerd met waterbuffering. Bijgevolg heeft dit project geen significante impact op het betrokken ruimtelijk kwetsbaar gebied. 

 

Conclusie 

Uit bovenstaande kan besloten worden dat de voorliggende aanvraag in overeenstemming en verenigbaar is met de wettelijke en ruimtelijke context.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

4.4.   Uitgeruste weg

De aanvraag heeft betrekking op een autosnelweg.

4.5.   Archeologienota

Gelet op het programma van maatregelen in de archeologienota met referentienummer 31572, waarvan akte genomen dd. 02/12/2024, zijn er geen specifieke maatregelen met betrekking tot archeologisch erfgoed noodzakelijk.

Uiteraard blijven de werken onderhevig aan artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet, en dienen alle eventuele vondsten bij het Agentschap Onroerend Erfgoed te worden gemeld.

ID nota: 31572: https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/31572

5.       WATERPARAGRAAF

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf. Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht:

 

Toetsing gewestelijke verordening (GSV) en algemeen bouwreglement stad Gent (ABR) inzake hemelwater

Er wordt een deel bijkomende verharding voorzien langs het project, onder de vorm van weefstroken en het verharden van de middenberm. Daarnaast wordt er ook een beperkt deel van de bestaande verharding heraangelegd. In totaal wordt 6.922 m² nieuwe verharding aangelegd, bij 11.164 m² worden enkel de asfaltlagen vervangen, bij 10.770 m² de asfaltlagen alsook de funderingen en 76.017 m² wordt integraal behouden.

 

Er wordt langs het gehele traject van het project ingezet op infiltratie door de aanleg van ondiepe wadi’s en bufferzones. Er worden twee infiltratiebekkens voorzien aan het complex van Sint-Denijs-Westrem. Beide infiltratiebekkens wateren af richting de Scheidbeek. Daarnaast worden er vier wadi’s aangelegd. Wadi 1 en wadi 2 wateren af naar de Scheidbeek en wadi 3 en wadi 4 wateren af naar de Ringvaart. Ten slotte worden er twee grachten aangelegd waarbij elke gracht voorzien is van een winterbedding. De grachten wateren af richting de Ringvaart.

 

Voor de Scheidbeek bedraagt het totale infiltratievolume 3.377 m³, met een infiltratieoppervlakte van 8.514 m². Voor de Ringvaart is het totale infiltratievolume vastgesteld op 2.323 m³, met een infiltratieoppervlakte van 4.840 m². Hiermee wordt voldaan aan de vooropgestelde eisen naar buffering en infiltratieoppervlakte.

6.       NATUURTOETS

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets. Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:

 

Voor de aanleg van de weefstroken is een vegetatiewijziging noodzakelijk. Het gaat grotendeels om het wijzigen van de houtkanten gesitueerd net naast de huidige pechstroken van bepaalde te wijzigen tracédelen van de autostrade en dit voor een totale oppervlakte van zo'n 12000 m². Voor de aanleg van een waterbuffer in één van de oksels van het oprittencomplex van Sint-Denijs wordt een spontaan ontstaan bosje verwijderd (zo'n 1800 m²). Hiervoor is een boscompensatiedossier toegevoegd. Waar mogelijk wordt bestaande verharding weggenomen.

 

Een groot deel van de vegetatiewijziging is nodig om plaats te maken voor de (breder te maken) infiltratiegrachten. De nieuw aangelegde grachten kunnen in de toekomst ook een natuurwaarde krijgen. Zeker de breedste stukken zijn hiervoor geschikt. Het is de bedoeling om de grachten slechts sporadisch te maaien (om de 5 à 8 jaar), waardoor er spontaan struiken en jonge bomen (wilg onder meer) zullen ontstaan. Op deze wijze kan een situatie gecreëerd worden zoals in de bestaande toestand,  namelijk een houtkant. De vegetatiewijzigingen worden zo beperkt mogelijk gehouden en zijn onvermijdbaar.

 

De invloed van de bemaling op natuur wordt beperkt door de hoeveelheid opgepompt grondwater te beperken door te werken met peilsturing en door bevloeiing te voorzien van de nabij gelegen bomen. Dit wordt ook verder besproken.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de melding mits voorwaarden de natuurtoets doorstaat.

7.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 20 maart 2025 tot en met 18 april 2025.

Op moment van opmaak van dit advies werden er nog geen bezwaarschriften ingediend.

8.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

De ruimte-inname van de herinrichting van de snelweg wordt maximaal binnen het bestaande gabarit verwezenlijkt door enerzijds de weefstroken zo compact mogelijk te houden en door de middenberm op dit snelwegsegment te supprimeren en de bestaande pechstroken aan te spreken. Ook de vegetatiewijzigingen worden zo beperkt mogelijk gehouden en zijn onvermijdbaar. Het project beoogt geen capaciteitsverhoging van de E40.

 

Het project leidt tot een aanzienlijke verbetering van de doorstroming binnen het projectgebied  ten opzichte van de bestaande toestand. Het project zal een kleine verschuiving met zich meebrengen van de intensiteiten van het onderliggend wegennet naar het bovenliggend weggennet, maar dit zal eerder beperkt zijn om van een wezenlijk positief effect te spreken. Het project heeft dus geen negatieve effecten op de verkeersleefbaarheid en de verkeersveiligheid van het onderliggend wegennet. Het project heeft ook een positief effect op verkeersveiligheid binnen het projectgebied, omdat het aantal weefbewegingen en aantal potentiële conflicten sterk zal afnemen.

 

In het project MER, opgemaakt voor het voorliggende project, staat dat indien het basisproject met weefstroken gecombineerd wordt met een snelheidsverlaging het positief effect op de verkeersveiligheid nog groter is. Het MER beoogt met de voorliggende ingrepen de verkeersveiligheid te verbeteren op een snelwegsegment dat heel veel weefbewegingen kent, de leefkwaliteit langsheen dit snelwegsegment te verbeteren en de waterhuishouding van dit segment van de snelheid te verbeteren. Het verhogen van de verkeersveiligheid is een expliciete projectdoelstelling. Vanuit de Stad Gent zijn we vragende partij voor een snelheidsverlaging op het hoger weggenet naar 100 km/u. In het Mobiliteitsplan staat de visie van de Stad Gent opgenomen rond snelheidsregimes: ‘De Stad Gent wenst dat binnen de stadsregio, een snelheidsregime van 100 km/u wordt ingevoerd op het hoofdwegennet, waarvan E40 en E17 onderdeel uitmaken, behoudens stroken waar er nu reeds een snelheidsbeperking van 90 km/u. in voege is’.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening.

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

Aspect bodem en grondwater

De bronbemaling moet voldoen aan onderafdeling 5.53.6.1 van Vlarem II en uitgevoerd worden volgens de richtlijnen bemalingen ter bescherming van het milieu (VMM, 2019).

 

Geplande toestand

Er zal bemaald worden op een diepte van 8 meter, het grondwaterpeil dient verlaagd te worden tot maximum 2,38 m-mv. Het grondwater zal onttrokken worden aan een debiet van maximaal 1.451 m³/dag. Het bemalingswater zal volgens de aanvraag zoveel mogelijk geïnfiltreerd worden via bestaande of tijdens werkzaamheden aangelegde grachten en bestaande infiltratiebekkens. Het bemalingswater dat niet kan geïnfiltreerd worden zal geloosd worden op de Grietgracht en Ringvaart Om Gent via RWA en rechtstreekse leidingen.

 

Bemalingscascade

In eerste instantie dient er zo weinig mogelijk grondwater opgepompt te worden. Het grondwater dat onttrokken wordt dient zoveel mogelijk terug in de grond gebracht worden buiten de onttrekkingszone. Indien dit technisch niet mogelijk is mag het grondwater geloosd worden.

 

De bemalingscascade wordt in het project gerespecteerd. Het bemalingswater zal zo veel mogelijk geïnfiltreerd worden via lokale grachten, indien de kwaliteit op basis van monitoring van het effluent voldoet aan de milieukwaliteitsnormen voor grondwater. Het bemalingswater dat niet kan geïnfiltreerd worden zal geloosd worden op de Grietgracht en Ringvaart Om Gent via RWA en rechtstreekse leidingen.

 

Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, bezorgt het erkende boorbedrijf van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:

  1. het merk en serienummer;
  2. het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing;

Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.

Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen.”

Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Om het debiet en de invloed van de bemaling zoveel mogelijk te beperken, wordt in de bijzondere voorwaarden een peilsturing van de bemaling opgenomen.

 

Wateroverlast

De lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Verontreiniging

In de omgeving van het projectgebied komen er regionaal verhoogde concentraties aan arseen voor. Het bemalingswater wenst men terug te infiltreren via bestaande of tijdens de werkzaamheden aangelegde grachten en bestaande infiltratiebekkens. Indien verontreinigd grondwater opgepompt wordt kan op deze manier de verontreiniging verspreid worden. Dit moet vermeden worden. Er moet nagegaan worden of er verontreinigde stoffen worden aangetroffen in het opgepompte grondwater. Het bemalingswater kan enkel terug infiltreren indien de kwaliteit van het opgepompte grondwater voldoet aan de milieukwaliteitsnormen vastgesteld in artikel 2.4.1.1. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Zettingen

De exploitant dient alle voorzorgen te nemen om schade aan onroerende goederen binnen de invloedsstraal van een grondwaterwinning te vermijden (bv. zettingen). Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect afvalwater

Voor de bespreking van de lozing en de bijstellingen wordt er verwezen naar het advies van de VMM.

 

Aspect geluid

In de buurt zijn woningen aanwezig. De pompen zullen continu in werking zijn. Alle mogelijke en noodzakelijke maatregelen (plaatsing, type, omkasting pomp,…) moeten genomen worden opdat geluidshinder voor omwonenden minimaal zou zijn. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect fauna en flora

Het droogtrekken van de ruimere omgeving kan levensbedreigend zijn voor de aanwezige bomen. Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober geldt dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be), bevloeiing/infiltratie dient voorzien te worden waar nodig. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Verkeershinder

Verkeershinder is mogelijk tijdens de bemalingswerken. Eventueel kunnen ook een aantal nutsleidingen worden omgelegd gedurende de civieltechnische werken. Tijdens de periode van de bemaling dient de openbare weg steeds toegankelijk te zijn. Een plaatsbeschrijving dient te worden opgemaakt van de huidige toestand van het voetpad. Een veilige omleiding dient voorzien te worden voor de voetgangers/fietsers. Deze voorwaarden worden als bijzondere voorwaarden opgenomen.

 

CONCLUSIE

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

De aanvraag wordt beslist door de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen aan de Vlaamse Regering over omgevingsvergunningsaanvragen die door de Vlaamse Regering worden behandeld (vlaamse projecten).

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Niet van toepassing.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het aanleggen van weefstroken en het optimaliseren van de E40 binnen de zone tussen de complexen Zwijnaarde en Sint-Denijs-Westrem van Afdeling Wegen en Verkeer Oost-Vlaanderen, gelegen te Bollebergen 97, Buitenring-Zwijnaarde 1-1A, Langeplankstraat 1, Maaltemeers, 1-3, 9052 Gent , Pleispark 17-17A-19-25, Putstraat  6-18,  9051 Gent.

    

  

Artikel 2

Verzoekt de Vlaamse Regering om volgende bijzondere milieuvoorwaarden op te nemen:


Webapplicatie DOV

Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, bezorgt het erkende boorbedrijf van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:

  1. het merk en serienummer;
  2. het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing;

Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.

Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen.”

 

Peilsturing

Om het debiet en de invloed van de bemaling zoveel mogelijk te beperken dient een peilsturing van de bemaling te gebeuren. Elke bemalingspomp dient gestuurd op het grondwaterpeil in de peilbuis in een pompput of op het grondwaterpeil in aparte peilputten. De regeling van de peilsturing dient bijgesteld in functie van de vordering van de bouwwerken.

 

Wateroverlast

De lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.

 

Bodem/grondwaterverontreiniging

Het bemalingswater kan enkel terug infiltreren indien de kwaliteit van het opgepompte grondwater voldoet aan de milieukwaliteitsnormen vastgesteld in artikel 2.4.1.1.

 

Fauna en flora

Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober geldt dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be), bevloeiing/infiltratie dient voorzien te worden waar nodig.

 

Verkeershinder

Tijdens de periode van de bemaling dient de openbare weg steeds toegankelijk te zijn. Een plaatsbeschrijving dient te worden opgemaakt van de huidige toestand van het voetpad. Een veilige omleiding dient voorzien te worden voor de voetgangers/fietsers.

 

 

Artikel 3

Verzoekt de Vlaamse regering om volgende aandachtspunten op te leggen aan de aanvrager:


Openbaar domein
De bouwheer is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer.

 

Bemaling

Zettingen

De exploitant dient alle voorzorgen te nemen om schade aan onroerende goederen binnen de invloedstraal van een grondwaterwinning te vermijden (bv. zettingen).

 

Geluid

Alle mogelijke en noodzakelijke maatregelen (plaatsing, type, omkasting pomp,…) moeten genomen worden opdat geluidshinder voor omwonenden minimaal zou zijn.

 

Snelheidsverlaging

Gezien de voorgestelde snelheidsverlaging een aanvullend positief effect zal hebben op de verkeersveiligheid, verzoeken wij als stad Gent om deze snelheidsverlaging, in overeenstemming met de visie van onze stad, effectief door te voeren.