Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 59 en 60.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Pieter Boone - Tessa Crois met als contactadres Rijvisschestraat 24, 9052 Gent hebben een aanvraag (OMV_2024149177) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 25 november 2024.
De aanvraag werd op 23 januari 2025 in eerste aanleg door college van burgemeester en schepenen voorwaardelijk vergund.
Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen werd in beroep gegaan door de aanvrager. Op 17 maart 2025 werd het beroep volledig en ontvankelijk verklaard.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het omvormen van een fietsenberging tot garage, het regulariseren en uitbreiden van de bestaande oprit
• Adres: Rijvisschestraat 24, 9052 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 24 sectie A nr. 115K
De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 17 maart 2025.
ADVIES
Overeenkomstig artikel 34 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het omgevingsvergunningen-decreet bevat het advies van het college van burgemeester en schepenen, minstens volgende gegevens:
1° de stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn op de percelen waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft;
2° de beschrijving van de bestemming die aan de omgeving in een straal van 500 meter rond het project is gegeven conform de plannen van aanleg en de ruimtelijke uitvoeringsplannen;
3° een gemotiveerde beoordeling van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening;
4° in voorkomend geval, een gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu;
5° in voorkomend geval, de voorwaarden die het college nuttig acht;
6° in voorkomend geval, een gemotiveerde beoordeling van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
Deze gegevens zijn reeds opgenomen in de collegebeslissing van 23 januari 2025 in eerste aanleg. Deze beslissing is bijgevoegd als bijlage en maakt integraal deel uit van het huidige advies.
1. BESCHRIJVING VAN DE ELEMENTEN/ARGUMENTEN VAN HET BEROEP EN/OF AANGEPAST VOORSTEL
In het beroepschrift staan volgende relevante elementen en/of argumenten:
- Op het perceel werd tijdens eerder uitgevoerde verbouwingswerken 42,5 m² bebouwing gesloopt en werd er 7,5 m² verharding weggehaald. Er werd in totaal dus 51,6 m² bebouwing en verharding verwijderd, deze vrijgekomen ruimte werd ingericht als groenzone;
- De bestaande verharding is ofwel waterdoorlatend of watert af op het eigen terrein waardoor voldaan wordt aan de hemelwaterverordening;
- Het art. 3.2 van het ABR bepaalt dat verhardingen ‘tot een minimum beperkt moeten worden’ dit begrip is echter onduidelijk en vaag geformuleerd waardoor dit voorschrift buiten toepassing gelaten moet worden;
- In de Rijvisschestraat zijn grotendeels verharde voortuinstroken veel voorkomend. De voortuin van verzoekers is zelfs groener ingericht dan vele andere voortuinen in de straat;
- Een fietsenstalling in gras stallen zoals gesuggereerd wordt, achten verzoekers niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
2. BEHANDELING VAN DE ELEMENTEN/ARGUMENTEN VAN HET BEROEP EN/OF AANGEPAST VOORSTEL
Aangezien in het beroepschrift nieuwe argumenten worden toegevoegd, voegt het huidige advies volgende aanvullingen toe op de argumentatie in de collegebeslissing in eerste aanleg die in het huidige advies integraal bevestigd en hernomen wordt:
Artikel 3.2 van het algemeen bouwreglement is niet te kwalificeren als onduidelijk of vaag, maar juist als doelgericht geformuleerd. De bepaling ‘tot een minimum beperkt’ duidt expliciet op het streven om verhardingen uitsluitend toe te staan voor de verhardingen die strikt noodzakelijk zijn in de voortuin, zoals vastgesteld in het Vrijstellingsbesluit (de strikt noodzakelijke toegang tot en oprit tot het gebouw). Het onderliggende beleidsdoel is het behoud van zo veel mogelijk groene, onverharde ruimte, wat aansluit bij de bredere ambities van een duurzame en leefbare stedelijke omgeving.
CONCLUSIE
Voorwaardelijk gunstig
Huidig advies herneemt integraal de inhoud en de motieven van de collegebeslissing in eerste aanleg, met dien verstande dat op de nieuwe elementen in het beroepschrift aanvullend advies is gegeven in dit advies.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over de omgevingsvergunningsaanvraag in beroep die bij de college van burgemeester en schepenen werd ingediend.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het omvormen van een fietsenberging tot garage, het regulariseren en uitbreiden van de bestaande oprit van Pieter Boone - Tessa Crois, gelegen te Rijvisschestraat 24, 9052 Gent.
Verzoekt de deputatie om volgende voorwaarden voor de geplande werken op te nemen:
De voorwaarden en de opmerkingen uit het collegebesluit van 23 januari 2025 worden hernomen.