Terug
Gepubliceerd op 11/04/2025

2025_CBS_03315 - OMV_2024141279 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een inrichting voor de op- en overslag van schroot (IIOA) + bijstelling - met openbaar onderzoek - Henri Farmanstraat, 9000 Gent - Advies

college van burgemeester en schepenen
do 10/04/2025 - 09:02 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 10/04/2025 - 09:12
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Astrid De Bruycker, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Verontschuldigd

Hafsa El-Bazioui, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Astrid De Bruycker, schepen
2025_CBS_03315 - OMV_2024141279 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een inrichting voor de op- en overslag van schroot (IIOA) + bijstelling - met openbaar onderzoek - Henri Farmanstraat, 9000 Gent - Advies 2025_CBS_03315 - OMV_2024141279 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een inrichting voor de op- en overslag van schroot (IIOA) + bijstelling - met openbaar onderzoek - Henri Farmanstraat, 9000 Gent - Advies

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

COMETSAMBRE NV met als contactadres Rivage de Boubier 25, 6200 Châtelet heeft een aanvraag (OMV_2024141279) ingediend bij de deputatie op 9 januari 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het veranderen van een inrichting voor de op- en overslag van schroot (IIOA) + bijstelling

• Adres: Henri Farmanstraat 34, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 12 sectie P nrs. 639D18, 639E18 en 639Y21

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 19 februari 2025.

De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 19 februari 2025.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 31 maart 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

 

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Het betreft het veranderen van een inrichting voor de op- en overslag van schroot.

 

De nv Cometsambre baat een inrichting uit voor de op- en overslag en sortering van schrootafvalstoffen. De afvalstoffen zijn afkomstig van bedrijven en worden aan- en afgevoerd per schip of vrachtwagen, naar gelang de herkomst en de bestemming van de afvalstof.

 

Deze aanvraag betreft een optimalisatie van de waterzuivering voor potentieel verontreinigd hemelwater, met een aanpassing van het dagdebiet en enkele lozingsnormen.

Het maximale dagdebiet wordt opgetrokken van 800 naar 960 m³/dag. Het vergunde uur- en jaardebiet is voldoende. De geldende lozingsnormen worden grotendeels behouden. Een beperkt aantal bijstellingen wordt gevraagd o.b.v. de beschikbare analyseresultaten, met name:

- Voor totaal barium wordt een bijstelling gevraagd van de huidige bijzondere lozingsnorm (0,15 mg/l) naar de sectorale lozingsnorm (0,21 mg/l);

- Voor totaal tin is de bijzondere lozingsvoorwaarde (0,03 mg/l) kleiner dan het indelingscriterium (0,04 mg/l) zodat de lozingsnorm kan geschrapt worden.

 

Daarnaast worden enkele kleine wijzigingen aangevraagd:

- Uitbreiding opslag van olie en afvalolie in IBC’s en kleine verpakkingen (rubriek 6.4.1 )

- Uitbreiding van de opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen (rubriek 17.4);

- Schrappen van de opslag van flocculanten (rubriek 17.3.6.1°a));

- Stalplaats van voertuigen (rubriek 15.1.1.).

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.6.3.2°

afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria  andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | optrekken van het maximale dagdebiet tot 960 m³/dag | klasse 2 | Verandering

+160 m³/dag

6.4.1°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | uitbreiding met 1000 liter afvalolie in een IBC, 1000 liter verse olie in een IBC en 100 liter olie in bussen | klasse 3 | Verandering

+2100 liter

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Stalplaats voor zeven voertuigen | klasse 3 | Nieuw

7 voertuigen

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | uitbreiding met 80 liter | klasse 3 | Verandering

+80 liter

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

2.1.1.a)2° | De opslag van max. 70.000 ton schroot | 70000 ton

2.1.2.d)2° | De op- en overslag van max. 70.000 ton schroot | 70000 ton

12.2.2° | Een transformator met een individueel vermogen van 1600 kVA | 1600 kVA

16.3.2°a) | Diverse airco's en een compressor met een totaal geïnstalleerd vermogen van 22 kW | 22 kW

48.1.2. | De opslag van 70.000 ton schroot | 70000 ton

 

Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:

17.3.6.1°a) | De opslag van 1000 kg polymeren | 1000 kg

 

Volgende bijstelling van de bijzondere voorwaarden wordt aangevraagd:

 

Omschrijving:

Er wordt een bijstelling gevraagd van bijzondere voorwaarde 17a) uit het besluit van de deputatie van 11 december 2014:

In afwijking en/of ter aanvulling van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden mogen de volgende emissiegrenswaarden niet worden overschreden:

Fe tot

2 mg/l

As tot

50 pg/l

Ba tot

150 pg/l

Zn tot

400 pg/l

Co tot

2 pg/l

Sn tot

30 pg/l

V tot

7 pg/l

Fenantreen

0,2 pg/l (gemeten waarde x +/- 1,5)

Fluorantheen

0,3 pg/l (gemeten waarde x +/- 1,5)

Pyreen

0,2 pg/l (gemeten waarde x +/- 1,5)

Benzo(a)pyreen

0,05 pg/l (zolang de rapportagegrens hoger is dan de norm, is de rapportagegrens van toepassing, dd. 30 september 2014 bedraagt deze 0,1 pg/l)

Benzo(b+k)fluorantheen

0,03 pg/l (zolang de rapportagegrens hoger is dan de norm, is de rapportagegrens van toepassing, dd. 30 september 2014 bedraagt deze 0,1 pg/l)

Benzo(ghi)peryleen + indeno(123-cd)pyreen

0,002 pg/l (zolang de rapportagegrens hoger is dan de norm, is de rapportagegrens van toepassing, dd. 30 september 2014 bedraagt deze 0,1 pg/l)

PCB’s

0,002 pg/l (zolang de rapportagegrens hoger is dan de norm, is de rapportagegrens van toepassing, dd. 30 september 2014 bedraagt deze 0,02 pg/l)

 

 

Motivatie

Na de plaatsing van een zandfilter en actiefkoolfilters in 2022 werd een grondige evaluatie uitgevoerd van de huidige algemene, sectorale en bijzondere lozingsnormen. Deze evaluatie werd uitgevoerd door MER-deskundige Rilke Raes. Er worden twee aanpassingen van de bijzondere lozingsnormen aangeraden: optrekken van de lozingsnorm voor barium tot de sectorale norm en schrappen van de norm voor tin aangezien de huidige lozingsnorm lager is dan het indelingscriterium.

De impact op het oppervlaktewater van deze aanpassingen werd eveneens bestudeerd aan de hand van de Wezertoets. We verwijzen hiervoor naar de nota Impactbeoordeling bijstelling lozing van 31.10.2024.

 

Alternatief

In afwijking en/of ter aanvulling van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden mogen de volgende emissiegrenswaarden niet worden overschreden:

Fe tot

2 mg/l

As tot

50 pg/l

Ba tot

210 pg/l

Zn tot

400 pg/l

Co tot

2 pg/l

V tot

7 pg/l

Fenantreen

0,2 pg/l (gemeten waarde x +/- 1,5)

Fluorantheen

0,3 pg/l (gemeten waarde x +/- 1,5)

Pyreen

0,2 pg/l (gemeten waarde x +/- 1,5)

Benzo(a)pyreen

0,05 pg/l (zolang de rapportagegrens hoger is dan de norm, is de rapportagegrens van toepassing, dd. 30 september 2014 bedraagt deze 0,1 pg/l)

Benzo(b+k)fluorantheen

0,03 pg/l (zolang de rapportagegrens hoger is dan de norm, is de rapportagegrens van toepassing, dd. 30 september 2014 bedraagt deze 0,1 pg/l)

Benzo(ghi)peryleen + indeno(123-cd)pyreen

0,002 pg/l (zolang de rapportagegrens hoger is dan de norm, is de rapportagegrens van toepassing, dd. 30 september 2014 bedraagt deze 0,1 pg/l)

PCB’s

0,002 pg/l (zolang de rapportagegrens hoger is dan de norm, is de rapportagegrens van toepassing, dd. 30 september 2014 bedraagt deze 0,02 pg/l)

 

2.       HISTORIEK

 

De vergunningverlenende overheid staat in voor de historiek van de inrichting.

 

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Milieuvergunningen

- Op 11/12/2014 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het verder exploiteren en het veranderen door uitbreiding van een inrichting voor de op- en overslag van schroot. (M03/44021/1524/2/A/1/CV/FC)

- Op 12/06/2015 werd het beroep aangetekend tegen het besluit van de deputatie van 11/12/2014 gegrond verklaard door de Vlaamse Regering (AMV/000154681/1001/B).

- Op 12/05/2016 werd door het college van burgemeester en schepenen de vergunning geweigerd voor het exploiteren van een tijdelijke inrichting voor het mechanisch behandelen, nl. verknippen, van 17 treinwagons. (2774/E/9)

 

BEOORDELING AANVRAAG

 

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).

Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven.

In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

 

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

 

5.       WATERPARAGRAAF

 e vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf.

 

6.       NATUURTOETS

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.

 

7.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 25 februari 2025 tot en met 26 maart 2025.

Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.

 

8.       OMGEVINGSTOETS

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

 

Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.

 

Er wordt wel een beoordeling gemaakt voor het aspect mobiliteit:

 

Situering en historiek

Het betreft het veranderen van een inrichting voor de op- en overslag van schroot en bijstelling.

 

Er wordt aangegeven in het document ‘effecten op de omgeving’ dat er ca 10 personen zijn tewerkgesteld op de inrichting in een normaal werkregime van 5 dagen per week. De helft komt met de wagen, de andere helft met de fiets. De aanvoer gebeurt voor zo’n 75% per binnenschip. Het gaat om 1 schip per dag of 220 per jaar. De rest van de aanvoer gebeurt per vrachtwagen, ca 30/dag. De afvoer gebeurt per schip (1 a 2 per maand).

 

Het dossier werd niet voorbesproken met het Mobiliteitsbedrijf.

 

Wat is belangrijk op vlak van mobiliteit?

 

Parkeren

Naar mobiliteit is enkel de wijziging ‘stalplaats van voertuigen’ relevant. Het gaat om 7 parkeerplaatsen.

 

Op het uitvoeringsplan staan 12 parkeerplaatsen voor voertuigen. Dit is te verantwoorden rekening houdend met enerzijds de 7 opgesomde voertuigen (3 x kraan, 2 x bulldozer, 1 x sproeiwagen en 1x brandweerwagen) en anderzijds 5 autoparkeerplaatsen voor personeel (de helft van de 10 werknemers komt met de wagen). Het is belangrijk dat alle parkeerlast op eigen terrein wordt opgevangen.

 

Op het uitvoeringsplan staan 4 fietsparkeerplaatsen. Echter vragen we om er minimaal 5 te voorzien, aangezien aangegeven wordt dat de helft van de 10 werknemers met de fiets komt. Op de plannen is te zien dat hiervoor nog marge is om de fietsenstalling uit te breiden. Ook de inrichting van een fietsenberging is belangrijk om het fietsgebruik aan te moedigen. Een gebruiksvriendelijke berging wordt sneller gebruikt en stimuleert fietsgebruik.

 

CONCLUSIE

Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen. Enkel het aspect mobiliteit werd beoordeeld, waarvoor een specifieke voorwaarde wordt opgelegd.

 

De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

Niet van toepassing.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het veranderen van een inrichting voor de op- en overslag van schroot (IIOA) + bijstelling van COMETSAMBRE nv, gelegen te Henri Farmanstraat 34, 9000 Gent.

Artikel 2

Verzoekt de deputatie om volgende bijzondere milieuvoorwaarden op te nemen:

Mobiliteit

Voorzien van minimum 5 fietsparkeerplaatsen en een comfortabele fietsenberging in functie van het duurzaam verplaatsen van de werknemers.

 

 

Artikel 3

Er worden geen aandachtspunten meegegeven.