Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent tijdelijk de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
De heer Patrick De Saeger met als contactadres Jules Destréelaan 67, 9050 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024150017) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 9 december 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het plaatsen van een tijdelijke werfcontainer
• Adres: Jules Destréelaan 67, 9050 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 21 sectie A nr. 634L
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 7 februari 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 27 maart 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag heeft betrekking op de scholencampus Sint-Gregorius in de deelgemeente Gentbrugge, tegen de zuidoostelijke stadsgrens met Melle en Heusden. De site bevindt zich tussen een residentiële wijk en de Gentbrugse Meersen. De campus KOC Sint-Gregorius (Koninklijk Orthopedagogisch Centrum) betreft een zorg- en onderwijscampus voor kinderen en jongeren met een handicap (mentaal, fysiek, auditief, …). De site omvat een MFC (Multifunctioneel Centrum), een school voor Buitengewoon Basis Onderwijs (BuBaO), een school voor Buitengewoon Secundair Onderwijs (BuSO) en een internaat. Het terrein beschikt in totaal over een oppervlakte van ca. 10,6 ha.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het plaatsen van een tijdelijke container. De container wordt ingeplant in de noordelijke zone van de site, op minstens 5 m van een bestaand gebouw en op bestaande verharding. De container meet 6 m op 3 m, de hoogte bedraagt 2,5 m. De afwerking is niet gespecifieerd. Het betreft een werfcontainer in functie van verhuisbewegingen op de campus, die wordt aangevraagd voor een periode van 5 jaar.
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 12/07/2018 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het inrichten van sportterreinen: de aanleg van een pannakooi. (OMV_2018049227)
* Op 26/07/2018 werd een weigering afgeleverd voor functiewijziging van kelder naar multifunctionele ruimte. (OMV_2018049013)
* Op 29/11/2018 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor verbouwing kelder van een school naar een multifunctionele ruimte. (OMV_2018104168)
* Op 21/02/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de her aanleg van sportterreinen waarbij het terreinprofiel aanzienlijk wordt gewijzigd. (OMV_2018122932)
* Op 21/03/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een scholenblok. (OMV_2018126043)
* Op 29/04/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor een functiewijziging van een kelder naar een multifunctionele ruimte met kitchenette. (OMV_2021017307)
* Op 14/10/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een scholencomplex: het bouwen van een nieuw scholenblok (bakkerij) na het slopen van het bestaand gebouw. (OMV_2021022431)
* Op 06/02/2025 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het rooien van een boom. (OMV_2024147928)
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 03/08/1963 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een schoolcomplex. (1963 GB 330/7)
* Op 13/07/1970 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een nieuwe bakkerij. (1970 GB 330/14)
* Op 20/03/1972 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een verdieping op een bestaand gebouw. (1972 GB 330/17)
* Op 22/09/1975 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een zaal voor speltherapie. (1975 GB 330/28)
* Op 17/11/1975 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een nieuw paviljoen voor 4x15 leerlingen en de herstructurering van 3 verblijfsgebouwen. (1975 GB 330/29)
* Op 12/03/1979 werd een vergunning afgeleverd voor oprichten administratief gebouw. (Litt. J-16-78 (GB 330/37))
* Op 17/01/1983 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van een werkplaats. (1982/1441 (BB 375/1 GB))
* Op 31/07/1986 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van een werkplaats. (1986/809 (BB 375/6 GB))
* Op 09/02/1989 werd een vergunning afgeleverd voor rooien van 5 bomen. (1988/2149 (BB 375/15 GB))
* Op 05/06/1990 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een bloemenserre. (1990/20034)
* Op 12/02/1991 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een internaat met 15 kamers. (1990/20109)
* Op 26/02/1991 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van de lagere school. (1990/20108)
* Op 19/01/1995 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van 2 serres en het bouwen van een achterwand serre. (1994/20153)
* Op 12/02/1998 werd een vergunning afgeleverd voor rooien van 27 bomen (canadapopulier, spar, eik). (1998/20017)
* Op 22/04/1999 werd een vergunning afgeleverd voor verbouwen en uitbreiden van een orthopedagogisch centrum. (1998/20256)
* Op 17/06/1999 werd een vergunning afgeleverd voor verbouwen van de pastoriewoning tot een internaat met 11 slaapkamers. (1998/20273)
* Op 23/05/2001 werd een vergunning afgeleverd voor de rooiing van 37 bomen waarvan 14 met een stamomtrek van meer dan 1,00m. (2001/20076)
* Op 22/03/2002 werd een vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een collector (inclusief aanhorigheden als overlaten, inspectieputten en pompstation). (2001/20136)
* Op 21/04/2005 werd een vergunning afgeleverd voor het rooien van bomen (40 stuks). (2005/20021)
* Op 09/02/2006 werd een vergunning afgeleverd voor de verbouwing van twee nieuwe deuropeningen en een nieuwe raamindeling aan de gevel kiné. (2005/20306)
* Op 23/02/2006 werd een vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een fiets -en wandelpad met een breedte van 1.50 meter over een lengte van 270 meter. (2005/20219)
* Op 31/01/2008 werd een vergunning afgeleverd voor de aanleg van een fiets- en wandelpad. (2007/20219)
* Op 12/03/2009 werd een vergunning afgeleverd voor omvorming tot energiezuinig klassenblok boven de ateliers koc sint-gregorius gentbrugge. (2009/20018)
* Op 23/04/2009 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een luifelconstructie aan de loskade keuken - koc sint-gregorius gentbrugge. (2009/20069)
* Op 27/05/2011 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van tijdelijke klaslokalen voor 2 jaar. (2011/20062)
* Op 05/07/2013 werd een vergunning afgeleverd voor de uitbreiding van een school, het realiseren van een speelplaats en een overdekte buitenruimte (luifel). (2013/20052)
* Op 26/06/2014 werd een vergunning afgeleverd voor het afbreken van een serre en het bouwen van een nieuwe serre. (2014/20087)
* Op 18/06/2015 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een blokhut dat dienst zal doen als beperkt atelier-klaslokaal. (2015/03093)
* Op 25/06/2015 werd een weigering afgeleverd voor het rooien van 3 bomen. (2015/03098)
* Op 31/10/2017 werd een vergunning afgeleverd voor het rooien van bomen. (2017/03167)
* Op 19/02/2018 werd een weigering afgeleverd voor het plaasten van een caravan. (2017/03253)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
GRUP
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgestelddoor de Vlaamse Regering op 16 december 2005),maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
RUP
De site ligt voor een deeltje in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'THEMATISCH RUP GROEN' (Definitieve vaststelling door de Gemeenteraad op 28 september 2021). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone voor bos. De inplantingsplaats van de container ligt niet binnen de contour van het RUP.
GEWESTPLAN
Het project ligt in woongebied, woonuitbreidingsgebied, gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.
In de gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen zijn de voorzieningen toegelaten, welke gericht zijn op het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. Woongelegenheid kan toegestaan worden voor zover die noodzakelijk is voor de goede werking van de inrichtingen (artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Provincie Oost-Vlaanderen en in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van Provincie Oost-Vlaanderen.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is bebouwd met een scholencampus.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
De aanvraag betreft het plaatsen van een container met beperkte oppervlakte (18 m²). De container wordt op bestaande verharding geplaatst. De impact op de lokale waterhuishouding is bijgevolg verwaarloosbaar. Het regenwater zal afwateren in de omliggende zone. Gelet op de tijdelijkheid van de constructie is een groendak niet aan de orde. Het water wordt idealiter afgevoerd naar een nabijgelegen groenzone of een al dan niet bestaande hemelwaterput.
Riolering:
De regenwaterafvoer (RWA) van de nieuwe tijdelijk container mag in geen geval aangesloten worden op de vuilwaterleiding (DWA) van het interne, reeds gescheiden rioleringsstelsel.
Deze dient te infiltreren, aangesloten te worden op de regenwaterput of op de interne RWA leiding.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het perceel ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van Provincie Oost-Vlaanderen. Er werd advies gevraagd aan de waterbeheerder.
De afstandsregels tot waterlopen zoals voorzien in het Waterwetboek en de wet onbevaarbare waterlopen worden gerespecteerd.
Overstromingen
Delen van de site zijn gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). Volgens de pluviale overstromingskaart bestaat er een middelgrote overstromingskans ter hoogte van het project. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Voorliggende aanvraag betreft het tijdelijk plaatsen van een werfcontainer op de site van de scholencampus Sint-Gregorius. In 2022 werd een stedenbouwkundig inrichtingsplan opgemaakt
voor deze site in functie van een geplande herstructurering. De bedoeling is het moderniseren en uitbreiden van deze zorg- en onderwijscampus. De eerste nieuwbouwfase cfr. het masterplan situeert zich in de noordelijke zone van de site, waar ook de container zal worden ingeplant. De container is nodig om een interne verschuiving te kunnen doen van burelen binnen de scholen om operationeel te kunnen blijven tijdens de werkzaamheden. De timing van de ingebruikname van de eerste nieuwe gebouwen is voorzien over 3 jaar.
De ruimtelijke en visuele impact ten aanzien van de omgeving wordt aanvaardbaar geacht door de beperkte oppervlakte en hoogte, en de grote afstand tot het openbaar domein. Er wordt ook geen groene, onverharde ruimte ingenomen wat positief is.
Containers bestaan uit minder esthetische materialen en zorgen voor een verrommeling van de open ruimte, waardoor deze slechts kunnen worden aanvaard in afwachting van een volwaardige, permanente oplossing. Bijgevolg wordt de container vergund voor een maximale periode van 5 jaar, en de container dient zoveel mogelijk gekoppeld te worden aan bestaande bebouwing.
De aanvraag is, mits toepassing van de bijzondere voorwaarden, in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening.
CONCLUSIE
Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het plaatsen van een tijdelijke werfcontainer aan de heer Patrick De Saeger gelegen te Jules Destréelaan 67, 9050 Gent.
De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.
Verleent de vergunning voor bepaalde duur vanaf 13 mei 2025 tot en met 13 mei 2030.
Legt volgende voorwaarden op:
Tijdelijkheid:
De omgevingsvergunning wordt verleend voor een periode van 5 jaar.
Riolering:
De regenwaterafvoer (RWA) van de nieuwe tijdelijk container mag in geen geval aangesloten worden op de vuilwaterleiding (DWA) van het interne, reeds gescheiden rioleringsstelsel.
Deze dient te infiltreren, aangesloten te worden op een regenwaterput of op de interne RWA leiding.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Openbaar domein:
De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.