Terug
Gepubliceerd op 04/04/2025

2025_CBS_03132 - OMV_2024164984 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het samenvoegen van twee vergunde kantoorruimtes tot één geheel, het invullen van de ruimte als radiologiepraktijk (vrij beroep) en het plaatsen van een publiciteitsinrichting (logo) aan de voorgevel van de praktijk - zonder openbaar onderzoek - Graaf van Vlaanderenplein en Tweebruggenstraat, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 03/04/2025 - 09:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 03/04/2025 - 10:41
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Hafsa El-Bazioui, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Afwezig

Astrid De Bruycker, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Hafsa El-Bazioui, schepen
2025_CBS_03132 - OMV_2024164984 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het samenvoegen van twee vergunde kantoorruimtes tot één geheel, het invullen van de ruimte als radiologiepraktijk (vrij beroep) en het plaatsen van een publiciteitsinrichting (logo) aan de voorgevel van de praktijk - zonder openbaar onderzoek - Graaf van Vlaanderenplein en Tweebruggenstraat, 9000 Gent - Vergunning 2025_CBS_03132 - OMV_2024164984 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het samenvoegen van twee vergunde kantoorruimtes tot één geheel, het invullen van de ruimte als radiologiepraktijk (vrij beroep) en het plaatsen van een publiciteitsinrichting (logo) aan de voorgevel van de praktijk - zonder openbaar onderzoek - Graaf van Vlaanderenplein en Tweebruggenstraat, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Radiologiehuis BV met als contactadres Markgravelei 28, 2018 Antwerpen en De heer Ruben Vanheste met als contactadres Ilingenstraat 72, 1750 Lennik hebben een aanvraag (OMV_2024164984) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 13 januari 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het samenvoegen van twee vergunde kantoorruimtes tot één geheel, het invullen van de ruimte als radiologiepraktijk (vrij beroep) en het plaatsen van een publiciteitsinrichting (logo) aan de voorgevel van de praktijk

• Adres: Graaf van Vlaanderenplein 17-19 en Tweebruggenstraat 3, 3A-3D, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 4 sectie D nr. 2539A2

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 10 februari 2025.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 27 maart 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Het te verbouwen pand situeert zich langsheen het Graaf van Vlaanderenplein in het centrum van de stad Gent. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een gesloten en zeer heterogene bebouwing van diverse volumes op kleine en grote percelen en in verschillende bouwstijlen en met een zeer divers aanbod aan functies (handel, kantoren, horeca, wonen, gemeenschapsvoorzieningen, ...). Het pand in kwestie betreft een meergezinswoning met een gelijkvloerse kantoorfunctie. Het pand beschikt over 3 bouwlagen en is afgewerkt met een hellend dak. Op de bovenliggende bouwlagen zijn woningen ingericht.

 

Erfgoed

De gevels en de daken van het pand zijn beschermd als monument: Neoclassicistisch huizenblok: burgerhuis (beschermingsbesluit van 18-03-1988). De bescherming is gebaseerd op de historische waarde van dit huizenblok.

 

Het pand is gelegen binnen het beschermd stadsgezicht: Neoclassicistisch huizenblok met omgeving (beschermingsbesluit van 18-03-1988). De bescherming is gebaseerd op de historische waarde.

Het pand is opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed: Neoclassicistisch huizenblok | Inventaris Onroerend Erfgoed en wordt er als volgt omschreven: “Neoclassicistisch huizenblok, gelegen aan de oostzijde van het Graaf van Vlaanderenplein, eertijds prestige architectuur tegenover het Zuidstation. De bouw ervan werd begonnen in 1847 en voltooid in 1852 naar ontwerp van Ch. Leclerc-Restiaux. Bepleisterde en beschilderde gevelwand van drie en een halve bouwlaag. Symmetrische gevelordonnantie gemarkeerd door drie klassieke portieken met driehoekig fronton gedragen door zes Ionische zuilen en hoekrisalieten met bekronende attiek. Middenste portiek voorzien van rondboogarcade van drie traveeën met doorgang naar de Tweebruggenstraat, gedateerd 1884. Cinema Capitole met bioscoopinrichting naar ontwerp van G. Henderick van 1932”.

De vaststelling is gebaseerd op de historische en architecturale waarde.

 

De straatgevel van het gebouw wordt door het BPA Binnenstad – deel Zuid aangeduid als waardevolle straatwand (artikel 3.2.2): Op het plan zijn waardevolle straat- en pleinwanden aangeduid. Deze aanduidingen vragen de bijzondere aandacht van de gebruikers van het bestemmingsplan voor het bouwkundig erfgoed. Iedere wijziging aan of in de aangeduide panden of zones moet gericht zijn op het behoud of herstel van de historische waarde. Aldus zijn slechts werken en handelingen toegelaten die verenigbaar zijn met de cultuurhistorische identiteit van het gebied en de aanwezige waardevolle gebouwen. Deze beschermende bepalingen behelzen onder meer de bepleistering van wanden, de gevels, de gevelbreedte en de gevelopbouw, architectuur, bouwstijl en bouwperiode alsook kleurengebruik, aard, kwaliteit en materiaalgebruik van kroonlijst en schrijnwerk.

 

Ter voorbereiding van deze omgevingsvergunningsaanvraag werd het gelijkvloers van het gebouw ter plaatse bezocht. Daaruit blijkt dat in het interieur geen erfgoedwaarden meer aanwezig zijn. Het gebouw is uitgehold, sterk verbouwd, en de oorspronkelijke indeling is niet meer afleesbaar. De erfgoedwaarde van dit gelijkvloers is dus beperkt tot het exterieur.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Voorliggende aanvraag betreft het samenvoegen van de twee vergunde kantoorruimten tot één geheel. De vergunde kantoorruimten 0.1 en 0.2 zijn op vandaag casco ruimten die afgescheiden zijn van elkaar. Ze bevinden zich op de gelijkvloerse verdieping en de kelderverdieping en worden met voorliggende aanvraag ingevuld als een radiologiepraktijk (vrij beroep). De functiewijziging brengt vergunningsplichtige structurele aanpassingen met zich mee. Tot slot wordt er gevraagd om zaak-gebonden publiciteit in de vorm van een logo aan de inkomdeur in de voorgevel aan te brengen.

 

Functiewijziging met structurele aanpassingen

Met voorliggende aanvraag wordt de functiewijziging van kantoor naar dienstverlening (vrij beroep) aangevraagd om zo een radiologiepraktijk in te richten. De totale oppervlakte bedraagt in de nieuwe toestand 427m² na het samenvoegen van beide ruimten. Daarvan bedraagt de publiek toegankelijke vloeroppervlakte 230m².

-          Op het gelijkvloers worden in functie van bezoekers (patiënten) volgende ruimten voorzien: wachtruimte, balie, toilet, 5 kleedruimten en 4 praktijkruimten (Echo, RX, Mammo en Echo). Verder worden op het gelijkvloers in functie van personeel volgende ruimten voorzien: 2 bureaus (protocol), een kleedkamer met douche, twee toiletten en een vergaderzaal met kitchenette.

-          Op de kelderverdieping bevinden zich bijkomend een wachtruimte, kleedruimte, toilet en praktijkruimte (Echo/Dexa) alsook een bureau (protocol) voor personeel. Verder zijn er nog bergruimten en een technische ruimte voorzien.

-          Daarnaast wordt als circulatieruimte tussen het gelijkvloers en de kelderverdieping een bestaande trap gewijzigd en een nieuwe lift voorzien.

-          Boven de wachtruimte op het gelijkvloers wordt een mezzanine verdieping voorzien, deze is toegankelijk via een trap en staat voornamelijk in functie van toegang tot een technische ruimte.

 

Het samenbrengen van de voorheen afgescheiden kantoorruimten vraagt volgende structurele aanpassingen en wijzigingen aan de voorgevel ten opzichte van de laatst vergunde toestand:

-          Het maken van twee deuropeningen tussen beide kantoorruimten, en dit zowel op het gelijkvloers als op de kelderverdieping.

-          Het supprimeren van de twee trappen tussen het gelijkvloers en de kelderverdieping.

-          Het wijzigen van de trap ter hoogte van de straatzijde.

-          Het voorzien van een nieuwe lift.

-          Het supprimeren van de commerciële ruimte (0.1) op een tussenverdiep, boven het gelijkvloers.

-          Het voorzien van een mezzanine met bijhorende trap.

-          Het aanpassen van de raamopening in de voorgevel, rechts van de voordeur. De plint wordt teruggebracht en het raamgeheel wordt hersteld met dezelfde schrijnwerkindeling als de overige ramen.

 

Zaak-gebonden publiciteitsinrichting

Het logo van de radiologiepraktijk wordt aangebracht op een paneel in ongekleurd figuurglas, ter hoogte van de inkomdeur. Het glaspaneel wordt gemonteerd aan de interieurzijde. Het logo, een patroon van bolvormen, wordt uitgevoerd in gekleurd plexiglas met een hoogte van 80cm en een breedte van 80cm. Onder het patroon wordt de naam ‘radiologiehuis’ in zwarte letters op het figuurglas gekleefd. Het logo wordt subtiel uitgelicht door middel van een spotlicht boven de inkomdeur, aan de interieurzijde.


De overige raamopeningen worden voorzien van een stalen frame ingevuld met figuurglas als visuele afscheiding. Dit bevindt zich op ooghoogte en wordt zo slank mogelijk voorzien en volgt de ritmering van het schrijnwerk. De afscheiding wordt opgehangen tussen de dagkanten van de raamopeningen, gemonteerd op 10cm achter het buitenschrijnwerk.

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

  • Op 24/09/2020 werd een gedeeltelijke voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het afbreken van een bankgebouw en een industriële loods, het restaureren en inrichten van een historisch gebouw met gelijkvloerse kantoorruimtes en 6 luxeappartementen, het bouwen van 6 patiowoningen en een ondergrondse parkeergarage met fietsenstalling (regularisatie - aanpassen van stedenbouwkundige vergunning 2017/09040). (OMV_2020033641)
  • Op 24/09/2020 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van een transformator in een distributiecabine. (OMV_2020114855)
  • Op 06/04/2020 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van een tijdelijke bronbemaling t.b.v. de aanleg van een ondergrondse parkeergarage. (OMV_2020034620)
  • Op 04/07/2019 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van een bronbemaling (retourbemaling voor bouwproject). (OMV_2019078127)

 

Stedenbouwkundige vergunningen

  • Op 05/10/2017 werd een vergunning afgeleverd voor het afbreken van een bankgebouw en een industriële loods, het restaureren en inrichten van een historisch gebouw met gelijkvloerse handelsruimtes en 6 luxeappartementen, het bouwen van 6 patiowoningen en een ondergrondse parkeergarage met fietsenstalling. (2017/09040)
  • Op 19/01/2017 werd een weigering afgeleverd voor het afbreken van een bankgebouw en een industriële loods, het restaureren en inrichten van een historisch gebouw met gelijkvloerse handelsruimtes en 6 luxe appartementen, het bouwen van 6 patiowoningen en een ondergrondse parkeergarage met fietsenstalling.. (2016/09103)
  • Op 21/01/2016 werd een vergunning afgeleverd voor de herbestemming van een bestaand vergund gebouw, het omvormen van handel en kantoor naar kantoor en wonen (5 woonentiteiten) met gedeeltelijke afbraak. (2015/09222)

 

3.       WIJZIGINGSAANVRAAG

Op 24 februari 2025 werd een wijzigingsverzoek ingediend met volgende wijzigingen: De erfgoednota (B33) werd toegevoegd.

Artikel 45 van het Omgevingsvergunningsdecreet stelt dat de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, op verzoek van de vergunningsaanvrager, kan toestaan dat er wijzigingen aan de vergunningsaanvraag worden aangebracht. Het verzoek tot wijzigingen aan de vergunningsaanvraag kunnen worden toegestaan als voldaan is aan al de volgende voorwaarden:

1° de wijzigingen doen geen afbreuk aan de bescherming van de mens of het milieu of de goede ruimtelijke ordening;

2° de wijzigingen hebben niet tot gevolg dat een openbaar onderzoek over de gewijzigde aanvraag zou dienen te worden georganiseerd. 

De gevraagde wijzigingen doen geen afbreuk aan de bescherming van de mens of het milieu of de goede ruimtelijke ordening. De wijzigingen komen tegemoet aan de adviezen die tijdens de procedure zijn ingediend en brengen geen schending van de rechten van derden met zich mee.

 

Op 26 februari 2025 werd dit wijzigingsverzoek aanvaard. Dit brengt geen termijnverlenging met zich mee.

 

BEOORDELING AANVRAAG

4.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

AGENTSCHAP ONROEREND ERFGOED
Op 10 februari 2025 werd de adviesvraag naar het Agentschap Onroerend Erfgoed verstuurd. Na een goedgekeurd wijzigingsverzoek door de aanvrager (zie hoger) werd het Agentschap Onroerend Erfgoed opnieuw om advies gevraagd:

 

Op 3 maart 2025 werd een voorwaardelijk gunstig advies afgeleverd door het Agentschap Onroerend Erfgoed. Zie bijlage op het Omgevingsloket.

 

Het advies is gunstig als de handelingen voldoen aan volgende voorwaarden: 

-          De onderverdeling van de glazen afscherming moet de verdeling van de gevelopeningen en buitenschrijnwerk volgen opdat dit niet als storend ervaren wordt van buitenaf. In functie hiervan moet het kader waarin het glas vervat zit zo slank mogelijk uitgevoerd worden en afgewerkt worden in een sobere kleur. 

-          Nieuwe lichte wanden in het interieur moeten aansluiten op een muur (niet op een raamgeheel). 

-          Om de uniformiteit van het gevelbeeld te vrijwaren moet het nieuwe raam identiek zijn aan de overige ramen in het risaliet. Het nieuwe raam is naar model, materialisatie, afmetingen, detaillering, profilering en afwerking identiek. De onderliggende plint in blauwe hardsteen wordt eveneens identiek uitgevoerd naar afmetingen en afwerking (geschuurd en gefrijnd). Ook het lijstwerk rond het raam wordt hersteld naar model van de naastgelegen raamopeningen.

 

BRANDWEER

Op 14 februari 2025 werd een voorwaardelijk gunstig advies afgeleverd door Brandweerzone Centrum onder ref. 073955-002/PV/2025. Zie bijlage op het Omgevingsloket. Besluit: gunstig, mits te voldoen aan de vermelde maatregelen en reglementeringen.

 

5.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

5.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.
 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

Het onderwerp van voorliggende aanvraag bevindt zich ter hoogte van het Graaf van Vlaanderenplein, gelegen in het bijzonder plan van aanleg BINNENSTAD - DEEL ZUID, goedgekeurd op 29 november 2002, en is bestemd als centrumzone A.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

5.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

5.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

Er wordt aangegeven dat het project 230 m² publiek toegankelijke oppervlakte zal omvatten. Gezien het project voldoet aan de minimale criteria valt het binnen het beperkt toepassingsgebied van de verordening (art. 3, tweede alinea).

Minimaal dienen alle gelijkvloerse publiek toegankelijke delen van het gebouw te voldoen aan de bepalingen van de verordening. Daarnaast dienen ook de niet gelijkvloerse publiek toegankelijke delen van het gebouw te voldoen, tenzij een vertrek op een andere locatie eenzelfde functie vervult en toegankelijk is volgens de bepalingen van de verordening.

 

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

 

Gewestelijke verordening publiciteit

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van de gewestelijke publiciteitsverordening. (Besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023)

 

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening. Om tegemoet te komen aan artikel 6 van de gewestelijke publiciteitsverordening wordt een dimmer opgelegd als bijzondere voorwaarde.

5.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

6.       WATERPARAGRAAF

6.1 Ligging project

Het project situeert zich in het afstroomgebied van de Nederschelde (beheer: De Vlaamse Waterweg nv – afdeling Regio West). Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

6.2 Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel blijft ongewijzigd. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het algemeen bouwreglement van de stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

6.3 Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

7.       NATUURTOETS

Er is geen waardevol groen of boom verwijderd. De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen. De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing. Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

8.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

9.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

10.   OMGEVINGSTOETS

Het wijzigen van de kantoorfunctie naar de functie dienstverlening (vrij beroep) valt binnen dezelfde bestemmingscategorie volgens het geldend BPA Binnenstad – Deel Zuid, en is aanvaardbaar. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een gesloten en zeer heterogene bebouwing met een zeer divers aanbod aan functies (handel, kantoren, horeca, wonen, gemeenschapsvoorzieningen, ...). De radiologiepraktijk is dan ook inpasbaar in dit weefsel.

 

Voorliggende aanvraag is er ook op gericht om interne structurele verbouwingswerken te voorzien. We gaan akkoord met de voorgestelde inrichting op voorwaarde dat deze geen negatieve impact heeft op de erfgoedwaarde van de voorgevel:

Boven de wachtkamer wordt een mezzanine aangebracht. De mezzanine voorziet een toegang tot een achterliggende technische ruimte. Het geheel wordt op een afstand van 1m30 van het buitenschrijnwerk in de voorgevel geplaatst en wordt afgesloten met een transparante beglazing. De visuele impact van deze mezzanine op de straatgevel zal dus beperkt zijn.

 

Er wordt een lift geplaatst die het niveauverschil tussen de inkomdeur (op straatniveau) en de binnenvloerpas en kelder opvangt. De lift wordt niet voorzien in een schacht en heeft een maximaal beglaasde afwerking. De voorgestelde uitvoering van de lift in combinatie met het herstel van de oorspronkelijke raamopening zorgen ervoor dat de lift weinig zichtbaar zal zijn in de straatgevel. Ook deze ingreep is dus aanvaardbaar.

De nieuwe scheidingswanden situeren zich achter gesloten wanddelen en zullen dus ook niet zichtbaar zijn in de straatgevel. In het licht van de beschermde gevel is dit positief. Er kan akkoord worden gegaan met de voorziene interne wijzigen.

 

Verder worden enkele gevelwijzigingen voorzien: rechts van de inkomdeur bevindt zich een raamgeheel dat doorloopt tot op staatniveau. Oorspronkelijk was dit een raam op een plint in natuursteen. Met deze aanvraag wenst men de oorspronkelijke gevelopening te herstellen en opnieuw een plint in  natuursteen te plaatsen. De oorspronkelijke gevelordonnantie (poort – raam – raam – poort) wordt teruggebracht. Dit is positief binnen deze waardevolle eenheidsarchitectuur en een meerwaarde van dit project in de totaliteit van de eenheidsarchitectuur. Tegelijkertijd zal de nieuwe lift in de inkomzone hierdoor ook minder zichtbaar zijn in het straatbeeld. De plannen stellen dat het raam en de dorpel hetzelfde uitzicht zal krijgen als de ramen rechts ervan. Om hetzelfde uitzicht te garanderen worden een aantal bijzondere voorwaarden opgenomen voor de gevelopening rechts van de inkomdeur:

-          Het bestaande bovenlicht moet behouden blijven.

-          De indeling en profilering van het nieuwe schrijnwerk moet identiek zijn aan dat van de ramen rechts.

-          De kleur van het schrijnwerk moet identiek zijn. Indien de RAL-kleur niet gekend is moet die via kleuronderzoek op het te behouden schrijnwerk achterhaald worden

-          Het type glas moet identiek zijn aan de rechter ramen (glasdikte, glaskleur). Ook de wijze van plaatsing en bevestiging van het glas in het schrijnwerkgeheel moet identiek zijn.

-          De balk tussen bovenlicht en onderraam moet behouden blijven. Indien deze beschadigd wordt door het aanpassing van de deur naar een raam moet deze hersteld worden in dezelfde kleuren en materialen.

-          De nieuwe plint moet bestaan uit 3 blokken natuursteen van hetzelfde type steen en met eenzelfde afmeting als deze onder de ramen rechts. Ook de frijnslag en de onderlinge verbinding van de verschillende blokken moet identiek zijn als de bestaande en te behouden plinten.

-          De zone tussen hardsteen plint en schrijnwerkgeheel moet op identieke wijze uitgevoerd worden als deze van de rechter ramen (profilering, materiaal, kleur).

 

De ramen worden voorzien van een visuele afscheiding in figuurglas. Deze afscheiding wordt bevestigd in een slank profiel dat in de dagkanten van de raamopeningen wordt geplaatst. Hiermee wordt de privacy in de praktijk op een esthetische en kwalitatieve manier beschermd. 

 

Zaak-gebonden publiciteit

De gevraagde publiciteit, met name een logo ter hoogte van de inkomdeur, komt op een paneel in structuurglas. Dit glas wordt aan de binnenzijde gemonteerd. Het logo zal uitgelicht worden door middel van een spot in het interieur. Deze publiciteit is sober en beperkt in omvang, en doet geen afbreuk aan de erfgoedwaarde van de straatgevel. De gevraagde verlichte gevelpubliciteit kan worden toegestaan.

 

Aangezien er geen knipperende of bewegende publiciteit wordt aangevraagd, wordt er vanuit gegaan dat deze niet aanwezig is, en dus ook niet vergund wordt.

 

CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het samenvoegen van twee vergunde kantoorruimtes tot één geheel, het invullen van de ruimte als radiologiepraktijk (vrij beroep) en het plaatsen van een publiciteitsinrichting (logo) aan de voorgevel van de praktijk aan Radiologiehuis bv (O.N.:0765558840) en de heer Ruben Vanheste gelegen te Graaf van Vlaanderenplein 17-19 en Tweebruggenstraat 3, 3A-3D, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Voorwaarden voortvloeiend uit externe adviezen

- Brandweer
De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 14 februari 2025 met kenmerk 073955-002/PV/2025). Zie bijlage op het Omgevingsloket.

- Agentschap Onroerend Erfgoed

De voorwaarden opgenomen in het advies van het Agentschap Onroerend Erfgoed (zie advies van 3 maart 2025 met kenmerk 4.002/44021/32.81) moeten nageleefd worden (zie ook bijlage op het Omgevingsloket):

-          De onderverdeling van de glazen afscherming moet de verdeling van de gevelopeningen en buitenschrijnwerk volgen opdat dit niet als storend ervaren wordt van buitenaf. In functie hiervan moet het kader waarin het glas vervat zit zo slank mogelijk uitgevoerd worden en afgewerkt worden in een sobere kleur. 

-          Nieuwe lichte wanden in het interieur moeten aansluiten op een muur (niet op een raamgeheel). 

-          Om de uniformiteit van het gevelbeeld te vrijwaren moet het nieuwe raam identiek zijn aan de overige ramen in het risaliet. Het nieuwe raam is naar model, materialisatie, afmetingen, detaillering, profilering en afwerking identiek. De onderliggende plint in blauwe hardsteen wordt eveneens identiek uitgevoerd naar afmetingen en afwerking (geschuurd en gefrijnd). Ook het lijstwerk rond het raam wordt hersteld naar model van de naastgelegen raamopeningen.

 

Wijzigingen aan de voorgevel

De gevelopening rechts van de nieuwe inkomdeur moet volgens volgende voorwaarden worden uitgevoerd:

-          Het bestaande bovenlicht moet behouden blijven.

-          De indeling en profilering van het nieuwe schrijnwerk moet identiek zijn aan dat van de ramen rechts.

-          De kleur van het schrijnwerk moet identiek zijn. Indien de RAL-kleur niet gekend is moet die via kleuronderzoek op het te behouden schrijnwerk achterhaald worden

-          Het type glas moet identiek zijn aan de rechter ramen (glasdikte, glaskleur). Ook de wijze van plaatsing en bevestiging van het glas in het schrijnwerkgeheel moet identiek zijn.

-          De balk tussen bovenlicht en onderraam moet behouden blijven. Indien deze beschadigd wordt door het aanpassing van de deur naar een raam moet deze hersteld worden in dezelfde kleuren en materialen.

-          De nieuwe plint moet bestaan uit 3 blokken natuursteen van hetzelfde type steen en met eenzelfde afmeting als deze onder de ramen rechts. Ook de frijnslag en de onderlinge verbinding van de verschillende blokken moet identiek zijn als de bestaande en te behouden plinten.

-          De zone tussen hardsteen plint en schrijnwerkgeheel moet op identieke wijze uitgevoerd worden als deze van de rechter ramen (profilering, materiaal, kleur).

 

Dimmer

Om alle vormen van lichthinder of lichtvervuiling tegen te gaan, wordt gevraagd om een dimmer te voorzien op de lichtinstallatie. Bij vermoeden/melding van lichthinder zal ter plaatse a.d.h.v. een proefopstelling geëvalueerd en bepaald worden hoeveel de lichtinstallatie moet gedimd worden (conform bestaande normen en richtlijnen).   

 

Geen bewegende of knipperende publiciteit

Aangezien er geen knipperende of bewegende publiciteit wordt aangevraagd, wordt het ook niet toegestaan.

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Vlarem 2

Deel 4: algemene milieuvoorwaarden voor ingedeelde inrichtingen

Hoofdstuk 4.6 beheersing van hinder door licht:

-          (artikel 4.6.01) Onverminderd andere reglementaire bepalingen treft de exploitant de nodige maatregelen om lichthinder te voorkomen.

-          (artikel 4.6.02) Het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid. De verlichting is dermate geconcipieerd dat niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving maximaal wordt beperkt.

-          (artikel 4.6.03) Klemtoonverlichting mag uitsluitend gericht zijn op de inrichting of onderdelen ervan.

-          (artikel 4.6.04) Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen.

 

Artikel 80.2 (lid 1) van de wegcode

-          Artikel 80.2 van de wegcode verbiedt het aanbrengen op de openbare weg van reclameborden, uithangborden of andere inrichtingen die de bestuurders verblinden, die hen in dwaling brengen, die, zij het ook maar gedeeltelijk, verkeersborden voorstellen of nabootsen, die van verre met deze verkeersborden worden verward, of die op enige andere wijze de doelmatigheid van de reglementaire verkeersborden verminderen.

-          Indien het gaat om verlichting die wordt aangevraagd in de buurt van verkeerslichten, geldt ook volgende  regel uit Artikel 80.2 lid 1 Wegcode: Het is verboden een luminositeit met een rode of groene tint te geven aan alle reclameborden, uithangborden of inrichtingen die zich, binnen een afstand van 75 meter van een verkeerslicht, op minder dan 7 meter boven de grond bevinden.

 

Gewestelijke publiciteitsverordening

Hoofdstuk 2. Algemene voorwaarden:

-          Art. 6. Publiciteitsinrichtingen mogen inwendig of uitwendig verlicht worden als al de volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • de weggebruiker wordt niet verblind;
  • de helderheid van vrij programmeerbare inwendig verlichte publiciteitsinrichtingen is instelbaar en past zich automatisch aan het omgevingslicht aan.

 

Manier van verlichting

-          De commerciële verlichting wordt bij voorkeur gedoofd bij sluitingstijd van de handelszaak (of na de kantooruren), of ten laatste om 24 u (tenzij de handelszaak nog open is na 24 u). NB Zo ook wordt de monument- en sfeerverlichting in Gent gedoofd om 24 u.

-          Goede verlichte reclames en uithangborden, zowel deze die aangelicht worden als deze die van binnenuit verlicht zijn, hebben een sobere, stabiele (niet flikkerende of dynamische) verlichting, met wit of zachtgekleurd licht. Dergelijke van binnenuit verlichte reclames en uithangborden geven op de aanliggende gevels en openbaar domein niet meer licht dan 2 lux. Bij aangelichte reclames is het licht goed en enkel gericht op de reclame zelf; deze ontvangt maximaal een lichthoeveelheid van 10 lux. Bij van binnenuit verlichte reclames verdient verlichting met negatief contrast (door het uitsnijden letters of figuren uit een donker vlak) de voorkeur. Andere van binnenuit verlichte reclames bevinden zich bij voorkeur onder de ramen van de eerste verdieping. Het gebruik van LED’s voor de verlichting van reclames is meer dan wenselijk gelet op de vele voordelen daarvan (laag verbruik, lange levensduur, goede zichtbaarheid zonder te veel te verlichten).

 

Publiciteitsboodschappen

Beeldschermen en LED displays die achter glas worden geplaatst en zichtbaar zijn vanop openbaar domein, zijn eveneens vergunningsplichtig volgens de nieuwe gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.