Terug
Gepubliceerd op 04/04/2025

2025_CBS_03051 - OMV_2024017471 - aanvraag omgevingsvergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een siroop- en frisdrankenfabriek (IIOA) + bijstelling - met openbaar onderzoek - Zwijnaardsesteenweg, 9000 Gent - Advies

college van burgemeester en schepenen
do 03/04/2025 - 09:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 03/04/2025 - 10:23
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Hafsa El-Bazioui, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Afwezig

Astrid De Bruycker, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Hafsa El-Bazioui, schepen
2025_CBS_03051 - OMV_2024017471 - aanvraag omgevingsvergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een siroop- en frisdrankenfabriek (IIOA) + bijstelling - met openbaar onderzoek - Zwijnaardsesteenweg, 9000 Gent - Advies 2025_CBS_03051 - OMV_2024017471 - aanvraag omgevingsvergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een siroop- en frisdrankenfabriek (IIOA) + bijstelling - met openbaar onderzoek - Zwijnaardsesteenweg, 9000 Gent - Advies

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen geeft gedeeltelijk ongunstig advies.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

COCA-COLA EUROPACIFIC PARTNERS BELGIUM BVBA met als contactadres Bergensesteenweg 1424, 1070 Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft een aanvraag (OMV_2024017471) ingediend bij de deputatie op 20 december 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het verder exploiteren en veranderen van een siroop- en frisdrankenfabriek (IIOA) + bijstelling

• Adres: Zwijnaardsesteenweg 811, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 24 sectie B nrs. 460W2, 463V en 488/2 D

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 12 februari 2025.

De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 13 februari 2025.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 25 maart 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

 

Coca-Cola Europacific Partners Belgium BVBA (CCEP Gent) is een bottelaar voor TCCC en betreft

een productie- en distributievestiging. 

 

De site geadresseerd aan de Zwijnaardesesteenweg 811 te Gent heeft momenteel een bestaande vergunning voor het produceren en verdelen van siropen en frisdranken, met eenproductiecapaciteit van 350 miljoen liter per jaar die dateert van 17/01/2008 en dit voor een termijn van 20 jaar eindigend op 02/03/2028. Deze basisvergunning werd in de loop der jaren meermaals geactualiseerd.

 

De lopende vergunning heeft als exploitant Coca-Cola European Partners Belgium bvba. Als gevolg van een naamswijziging betreft dit nu Coca-Cola Europacific Partners Belgium bvba. De publicatie van deze naamswijziging in het Belgisch Staatsblad wordt als bijlage toegevoegd.

 

Voorliggende aanvraag omvat o.a.:

- het verhogen van de productiecapaciteit tot 450 miljoen liter per jaar. Deze productieverhoging zal worden bewerkstelligd door het verhogen van de efficiëntie en het uitbreiden van het ploegenstelsel; fysieke wijzigingen aan de site of installaties vinden hierbij niet plaats. zullen in de geplande toestand meer hulpstoffen worden verbruikt en meer afvalstoffen en eindproducten worden geproduceerd. Zo wordt de opslag van siropen verhoogt van 60 ton naar 100 ton. 

 

In de geplande toestand wordt een weekendshift gepland voor de glaslijn (lijn 1) (reeds opgestart januari 2023). Bovendien zal lijn 3 (bliklijn) volcontinu draaien (reeds het geval in 2022).

Hieronder wordt een overzicht gegeven van het uurregime voor de geplande toestand:

- Dag – arbeider: 8-16u

- Dag – bediende: 8-17u

- Ploegen week (40u-stelsel): 

o Vroeg 6-14u

o Laat 14-22u

o Nacht 22-6u (nacht maandag op dinsdag tot nacht vrijdag op zaterdag)

- Ploegen weekend (24u-stelsel):

o Ploeg 1-4 (vanaf januari 2023; L1)

▪ zaterdag 6-18u

▪ zondag 18-6u

o Wisselende ploegen (lijn draait volcontinu; L2-3-5)

▪ vroeg 6-18u

▪ laat 18-6u

 

- Het verlagen van de lozingsdebieten voor zowel het huishoudelijk als het bedrijfsafvalwater.

 

- In 2023 werden de kartonlijnen, namelijk lijn 6/7 (TETRA-lijn) en lijn 9 (ELO-lijn) stopgezet.

Bij de geplande uitbreiding van de productiecapaciteit, werd reeds rekening gehouden met de

stopzetting van deze lijnen. De Viessmann stoomketel wordt buiten gebruik gesteld (na het

stopzetten van de kartonlijnen).  

 

- Tevens worden de IIOA welke nu nog aanwezig zijn in de tenten en verplaatst worden naar het

ASRS-gebouw uit de vergunning geschrapt of verplaatst.

 

Momenteel zijn de werken voor de aanleg van het reeds vergunde hoogstapelmagazijn (ASRS

gebouw) en het aanpassen van de logistieke infrastructuur t.h.v. dit nieuw magazijn en de

bestaande magazijnen (hal 4 en 5) in uitvoering. Het nieuwe ASRS-gebouw wordt op het

oostelijke deel van het perceel ingeplant. De 2 tijdelijke tenten die ter hoogte van het zuidelijke

deel van de site gelegen zijn, zullen na de ingebruikname van het ASRS-gebouw kunnen

verdwijnen.

 

- Tegelijkertijd omvat voorliggende aanvraag het (vroegtijdig) hernieuwen van de

omgevingsvergunning.

 

Historische context

In 1968 bouwde Interbrew een bottelarij op de huidige CCEP-site. Deze stond in voor het bottelen van het bier van de brouwerij te Leuven. De eerste Coca-Cola productie vond plaats in het jaar 1984 en werd geëxploiteerd door Belbottling. Interbrew participeerde toen nog voor 72% in deze exploitatie. In 1994 werd de productie volledig overgenomen door Coca-Cola (onder de toenmalige naam van Socodrink). Een waterzuiveringsinstallatie werd gebouwd en in gebruik genomen. De productie- en distributieactiviteiten op de site kennen een continue uitbreiding doorheen de tijd. In de periode 2015-2018werden de productielijnen volledig vernieuwd.

 

Verantwoording aanvraag

Coca-Cola Europacific Partners Belgium BVBA te Gent is een afdeling van The Coca-Coca Company en betreft een productie- en distributievestiging. De site te Gent heeft zich geleidelijk aan ontwikkeld tot zijn huidige dimensies en levert een significante bijdrage aan de lokale en regionale economie. De site van CCEP te Gent is één van de meest complexe productiesites in Europa en kan als uniek beschouwd worden op wereldvlak. Deze eigenheid situeert zich op 2 niveaus: 

1) Productielijnen die de afvulling van verschillende formaten van verpakkingen kunnen realiseren;

2) Productielijnen die kunnen instaan voor een warme afvulling en/of pasteurisatie.

 

Zo kunnen in Gent zo’n 322 verschillende soorten verpakkingen (= SKU) afgevuld en 87 verschillende smaken geproduceerd worden. Binnen de regio Luxemburg, België, Verenigd Koninkrijk, Nederland en Frankrijk is dit de enige site die een dergelijke mix aan verpakkingen en smaken aankan. De site te Gent wordt bovendien vaak ingezet voor het produceren van nieuw te ontwikkelen producten waarvan in eerste instantie kleine hoeveelheden afgevuld worden. 

 

Het bedrijf zorgt voor directe werkgelegenheid voor ruim 400 werknemers (in 2020: 410; in 2021: 433; in 2022: 425) en leidt tevens tot indirecte tewerkstelling voor de regio. 

 

Sinds 2015 is CCEP Belgium op de site te Gent bezig met het creëren van een lange-termijn-groei door nieuwe investeringen en het optimaliseren van de productiviteit. Wanneer de huidige fabriekssetting draait met 70% rendement, hetgeen uit de voorspellingen realistisch blijkt, kan 425 miljoen liter per jaar worden geproduceerd indien alle stilstanden worden geoptimaliseerd.  Bovendien wordt op de glaslijn sinds januari 2023 ook in weekendregime geproduceerd. Bijgevolg wordt 450 miljoen liter per jaar beschouwd als het ultiem haalbare maximum en zal dit ook worden aangevraagd.

 

Bovenstaande aspecten in acht genomen lijkt het verderzetten en uitbreiden van de productieactiviteit en het (vroegtijdig) hernieuwen van de exploitatie opportuun. 

 

MER-plicht

De site van CCEP Belgium te Gent heeft momenteel een bestaande vergunning voor het produceren en verdelen van siropen en frisdranken, met een productiecapaciteit van 350 miljoen liter per jaar dewelke afloopt op 02/03/2028. In 2007 werd reeds een MER opgesteld voor CCEP Belgium te Gent, rekening houdend met een productiecapaciteit van 300 miljoen liter/jaar. Op 01/08/2019 is een verhoging van het volume per besluit toegekend van 300 naar 350 miljoen liter/jaar. Voorliggend project betreft de hernieuwing en uitbreiding van productiecapaciteit tot 450 miljoen liter/jaar.

 

Volgende rubrieken zijn hier van toepassing:

  • Bijlage II, categorie 7e ‘Siroop-of frisdrankenfabrieken met een productiecapaciteit van 75 miljoen liter per jaar of meer’. 
  • Bijlage II, categorie 13b: ‘Wijziging of uitbreiding van projecten van bijlage I, II of III, waarvoor reeds een vergunning is afgegeven, die zijn of worden uitgevoerd, wanneer die wijziging of uitbreiding aanleiding geeft tot een overschrijding van de in bijlage II genoemde drempelwaarden’ 

Voorliggend betreft aldus een Bijlage II-project. Een project-MER of ontheffingsaanvraag van de project-MER-plicht dient opgesteld te worden. In samenspraak met BE+, opteert CCEP Belgium BVBA voor de onmiddellijke opmaak van een volwaardig project-MER. 

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

  

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

2.2.2.f)2°

opslag en mechanische behandeling van andere niet gevaarlijke afvalstoffen (meer dan 100 ton) | klasse 1 | Hernieuwing

1250 ton

3.2.2°a)

lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | verminderen lozingsdebiet 

motivering zie MER | klasse 3 | Verandering

-1625 m³/jaar

3.6.3.3°

afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat - andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 50 m³/u) | wijzigen jaarlijks lozingsdebiet

motivatie zie MER | klasse 1 | Verandering

0 m³/uur

6.4.1°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | klasse 3 | Hernieuwing

17100 liter

6.5.1°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | klasse 3 | Hernieuwing

1 verdeelslang

10.1.3°a)

bereiden van spuitwaters, frisdranken, alcoholische dranken of likeuren, cider, vruchtenwijn, schuimwijn (ook drankconditioneringsbedrijven en bottelarijen) volledig gelegen in een industriegebied (meer dan 1 000 kW) | verschillende wijzigingen aan de productielijnen | klasse 1 | Verandering

204 kW

12.2.2°

transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | bijkomende transfo 1.600 kVA | klasse 2 | Verandering

1600 kVA

15.1.2°

al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | klasse 2 | Hernieuwing

75 voertuigen

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | klasse 3 | Hernieuwing

1 wasplaats

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | regularisatie bestaande toestand | klasse 2 | Verandering

41 kW

16.4.1°

inrichtingen voor het niet-huishoudelijk vullen van verplaatsbare recipiënten en voor de bevoorrading van motorvoertuigen, met: gevaarlijke gassen | klasse 1 | Hernieuwing

1 installatie

17.1.2.1.2°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 1000 liter tot en met 10.000 liter | regularisatie bestaande toestand | klasse 2 | Verandering

-41 liter

17.1.2.2.3°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs met een gezamenlijk water­inhouds­vermogen van meer dan 10000 liter | klasse 1 | Hernieuwing

106936 liter

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | verwijderen van:

- 17.510 kg stookolie in 8 bovengrondse dubbelwandige houders van resp. 6 x 3.000 l en 2 x 1.300 l | klasse 3 | Verandering

-17,51 ton

17.3.2.1.2.2°

overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 10 ton tot en met 200 ton | + 40 ton siropen en andere grondstoffen in bulk en in verplaatsbare recipiênten | klasse 2 | Verandering

40 ton

17.3.2.2.3°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders | 40 ton siropen en andere grondstoffen in bulk en in verplaatsbare recipiënten | klasse 1 | Verandering

40 ton

17.3.3.1°a)

oxiderende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS03 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in in­dustrie­gebied | klasse 3 | Hernieuwing

8 ton

17.3.4.3°

bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton | regularisatie bestaande toestand o.a. verwijderen

- 19.238 kg ijzertrichloride in een b.d. van 13.500 l

- 5.900 kg  natriumhydroxide 50% in een b.e houder van 5.000 l

Het tekstveld is te klein om alle wijzigingen te vermelden. In de toestellenlijst is deze info in detail terug te vinden. | klasse 1 | Verandering

-40,083 ton

17.3.6.3°

schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering met gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton | Regularisatie bestaande toestand.

o.a. verwijderen

- 19,238 ton ijzertrichloride in een b.d. houder van 13.500 l

- 3,21 ton "Stabibip TH" in een b.d. houder van 3.000 l

toevoegen 

- 40 ton siropen

Het tekstveld is te klein om alle wijzigingen te vermelden. In de toestellenlijst is deze info in detail terug te vinden. | klasse 1 | Verandering

25,747 ton

17.3.7.3°

op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton | + 40 ton siropen | klasse 1 | Verandering

40 ton

17.3.8.2°

voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS09 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton | regularisatie bestaande toestand o.a.

verwijderen

- 3,21 ton "Stabicip TH" in een b.d. houder van 3.000 l

toevoegen 40 ton siropen

Het tekstveld is te klein om alle wijzigingen te vermelden. In de toestellenlijst is deze info in detail terug te vinden. | klasse 2 | Verandering

23,65 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | klasse 3 | Hernieuwing

5000 kg

19.6.1°c)

opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 400 m3 in een lokaal) | uitbreiding opslag binnen in nieuw warehouse | klasse 2 | Verandering

450 m³

19.6.1°d)

opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 1 600 m³ in open lucht) | klasse 2 | Hernieuwing

3100 m³

23.3.1°c)

opslag van kunststoffen en van voorwerpen uit kunststoffen - andere dan rubriek 41 en 48 (meer dan 200 ton in lokaal) indien volledig gelegen in een industriegebied | uitbreiding opslag binnen in nieuw warehouse | klasse 2 | Verandering

422 ton

23.3.1°d)

opslag van kunststoffen en van voorwerpen uit kunststoffen - andere dan rubriek 41 en 48 (meer dan 800 ton in openlucht) indien volledig gelegen in een industriegebied | klasse 2 | Hernieuwing

2000 ton

24.2.

geïntegreerde, kleine laboratoria gericht op de interne controle van de eigen productieprocessen of de eigen waterzuiveringsinstallatie, waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | klasse 3 | Hernieuwing

2 labo's

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | regularisatie bestaande toestand | klasse 3 | Verandering

1,5 kW

31.1.1°a)

stationaire motoren en gasturbines met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 300 kW tot en met 2.000 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | verwijderen tijdelijke noodgenerator (tent 0) van 32 kW en tijdelijke noodgenerator (tent 8) van 64 kW | klasse 3 | Verandering

-96 kW

33.4.1°c)

opslag voor papierdeeg, papier, karton en voor waren uit papier en karton - andere dan rubriek 48 (meer dan 200 ton in een lokaal, volledig in industriegebied) | klasse 2 | Hernieuwing

700 ton

39.1.1°

stoomgeneratoren, andere dan lagedruk stoomgeneratoren (waterinhoud van 25 l tot en met 500 l) | klasse 3 | Hernieuwing

65 liter

39.1.3°

stoomgeneratoren, andere dan lagedruk stoomgeneratoren (waterinhoud van meer dan 5000 l) | klasse 2 | Hernieuwing

52000 liter

39.2.2°

stoomvaten, met inbegrip van warmtewisselaars waarvan de primaire ruimte als stoomvat wordt beschouwd, met een individuele inhoud van meer dan 5000 l | klasse 2 | Hernieuwing

21000 liter

43.1.3°

stookinstallaties meer dan 5000 kW | verwijderen stoomketel Viesmann 1.200 kW en tijdelijke branders 5 x 288 kW

regularisatie ketel Remeha 65 kW

regularisatie vermogen ketel Buderus | klasse 1 | Verandering

-2667 kW

45.16.2°a)

bewerking en verwerking, behalve het uitsluitend verpakken, van de volgende grondstoffen, al dan niet eerder bewerkt of onbewerkt, voor de fabricage van levensmiddelen of voeder van uitsluitend plantaardige grondstoffen met een productiecapaciteit van meer dan 300 ton per dag eindproducten | uitbreiden productiecapaciteit | klasse 1 | Verandering

600 ton/dag

45.17.5°

siroop- of frisdrankenfabrieken met een productiecapaciteit van 75 miljoen liter of meer per jaar | uitbreiding productiecapaciteit | klasse 1 | Verandering

100 miljoen liter/jaar

 

Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:

12.2.1° | een transformator met een nominaal vermogen van 1.000 kVA | 1000 kVA

12.3.2° | vaste acculaders met een geïnstalleerd totaal vermogen van 300 kW | 300 kW

39.1.2 | een stoomgenerator met een individuele inhoud van 3.000 l | 3000 l

 

 

Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:
 

Artikel: 4.2.3.1. 3°

 

Omschrijving: Volgens artikel 4.2.3.1. 3° van VLAREM II kunnen in de omgevingsvergunning emissiegrenswaarden voor gevaarlijke stoffen worden vastgesteld die hoger liggen dan de indelingscriteria GS (gevaarlijke stoffen) van artikel 3 van bijlage 2.3.1.

 

“3° Van de gevaarlijke stoffen als bedoeld in bijlage 2C, mogen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 [...], enkel die stoffen worden geloosd waarvoor in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit emissiegrenswaarden zijn vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in art. 2.3.6.1. Deze emissiegrenswaarden bepalen:

a) de in de lozingen toelaatbare maximumconcentratie van een stof; in geval van verdunning moet de in dit besluit voor bedoelde stof vastgestelde emissiegrenswaarde worden gedeeld door de verdunningsfactor;

b) de in de lozingen toelaatbare maximumhoeveelheid van een stof tijdens een of meer bepaalde perioden; zo nodig kan deze hoeveelheid bovendien worden uitgedrukt in een gewichtseenheid van de verontreinigende stof per eenheid van het element dat kenmerkend is voor de verontreinigende werkzaamheid (bijvoorbeeld gewichtseenheid per grondstof of per eenheid product).

c) als het geloosde bedrijfsafvalwater afkomstig is van het gebruik van gewoon oppervlaktewater of van grondwater of van water bestemd voor menselijke consumptie als vermeld in artikel 2, 17°, van het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, kunnen de emissiegrenswaarden, vermeld in punt a) en b), vermeerderd worden met het gehalte of de hoeveelheid in het opgenomen water, als dat principe vermeld is in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit bijkomend aan de opgelegde norm. (= deltaprincipe)”

 

Motivatie: Zie mer

6.2. Discipline oppervlakte- en afvalwater

6.2.1. Afbakening van het studiegebied

6.2.2. Beschrijving referentiesituatie

6.2.2.a. Beschrijving en karakterisering van de omgeving

6.2.2.a.1. Hydrografisch net

6.2.2.a.2. Waterregime (debiet, reliëf, topografie, overstromingsgebieden)

6.2.2.a.3. Riolering en RWZI

6.2.2.a.4. Kwaliteitsgegevens van het oppervlaktewater

6.2.2.b. Waterhuishouding CCEP Belgium

6.2.2.c. Waterbesparende maatregelen

6.2.2.d. Wateremissies

6.2.2.d.1. Bedrijfsmatig afvalwater

6.2.2.d.2. Huishoudelijk afvalwater

6.2.2.d.3. Hemelwaterhuishouding

6.2.3. Beschrijving geplande situatie

6.2.4. Milieueffectvoorspelling en -beoordeling

6.2.4.a. Rationeel watergebruik (exploitatiefase)

6.2.4.b. Waterhuishouding (exploitatiefase)

6.2.4.b.1. Vergelijking van de geloosde debieten met de vergunde debieten

6.2.4.b.2. Overstromingsrisico’s en invloed op de omgevende waterlopen

6.2.4.c. Structuurkwaliteit van de waterlichamen (exploitatiefase)

6.2.4.d. Verwijderingsrendementen en lozingsnormen (exploitatiefase)

6.2.4.e. Waterkwaliteit van de ontvangende waterlopen (exploitatiefase)

6.2.5. Ontwikkelingsscenario’s

6.2.6. Milderende maatregelen en aanbevelingen

6.2.7. Leemten in de kennis

6.2.8. Postmonitoring en evaluatie

 

Voorstel: In afwijking en/of ter aanvulling van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden mogen de

volgende emissiegrenswaarden niet worden overschreden:

• CZV: 100 mg/l

• zwevende stoffen: 50 mg/l

• totaal N: 15 mg/l

• totaal P: 2 mg/l

• chloriden: 2.000 mg/l;

• Temperatuur: 35°C bij een buitentemperatuur > 25°C

• AOX: 0,13 mg/l

• Co: 3 ug/l

 

Artikel: 5.2.1.2.§2

 

Motivatie: Het opslaan en verwerken van afvalstoffen beperkt zich tot het shredderen van reeds gevulde blikjes of PET-flessen met frisdrank die niet in de handel mogen worden gebracht. Het percolaat wordt gedeeltelijk afgevoerd voor externe verwerking en gedeeltelijk gedoseerd bij de buffertank van de waterzuiveringsinstallatie.

 

Het betreft hier louter afvalstoffen die ontstaan uit de eigen bedrijfsvoering.

 

De afvalstoffen worden uiteraard wel gewogen (en ingegeven in Matis) doch extern. Tot 1/1/2024 bij IVAGO Proeftuinstraat, vanaf dan – met overgangsperiode tot 1/3/2024 bij Veolia Hulsdonk). Deze partners behoren tot de afvalsector en zijn vertrouwd met de werking ervan. De kosten voor de plaatsing en de bijhorende administratie zijn te groot om deze op een rendabele wijze op de site te kunnen doen. Bovendien is er ook plaatsgebrek.

 

De shredder is opgesteld langsheen de Ringvaart, weg van de bewoning

 

De aanwezige beplanting wordt doorlopend en op een vakkundige wijze onderhouden (oa. het vervangen van afgestorven planten en struiken) teneinde de inkleding in het landschap optimaal te behouden.

 

Voorstel:

Overeenkomstig artikel 5.2.1.2.§2. van VLAREM II is het gebruik van een geijkte weegbrug met automatische registratie niet verplicht en kan het wegen bij derden gebeuren.

 

 

Artikel: 5.2.1.5.§5

 

Motivatie:

Het opslaan en verwerken van afvalstoffen beperkt zich tot het shredderen van reeds gevulde blikjes of PET-flessen met frisdrank die niet in de handel mogen worden gebracht. Het percolaat wordt gedeeltelijk afgevoerd voor externe verwerking en gedeeltelijk gedoseerd bij de buffertank van de waterzuiveringsinstallatie.

 

Het betreft hier louter afvalstoffen die ontstaan uit de eigen bedrijfsvoering.

 

De afvalstoffen worden uiteraard wel gewogen (en ingegeven in Matis) doch extern. Tot 1/1/2024 bij IVAGO Proeftuinstraat, vanaf dan – met overgangsperiode tot 1/3/2024 bij Veolia Hulsdonk). Deze partners behoren tot de afvalsector en zijn vertrouwd met de werking ervan. De kosten voor de plaatsing en de bijhorende administratie zijn te groot om deze op een rendabele wijze op de site te kunnen doen. Bovendien is er ook plaatsgebrek.

 

De shredder is opgesteld langsheen de Ringvaart, weg van de bewoning

 

De aanwezige beplanting wordt doorlopend en op een vakkundige wijze onderhouden (oa. het vervangen van afgestorven planten en struiken) teneinde de inkleding in het landschap optimaal te behouden.

 

Voorstel:

Overeenkomstig artikel 5.2.1.5.§5. van VLAREM II is de aanleg van een groenscherm van minstens 5 m breedte langsheen de randen van de inrichting niet verplicht.

 

 

Artikel: 5.2.1.2.§1

 

Motivatie: Het opslaan en verwerken van afvalstoffen beperkt zich tot het shredderen van reeds gevulde blikjes of PET-flessen met frisdrank die niet in de handel mogen worden gebracht. Het percolaat wordt gedeeltelijk afgevoerd voor externe verwerking en gedeeltelijk gedoseerd bij de buffertank van de waterzuiveringsinstallatie.

 

Het betreft hier louter afvalstoffen die ontstaan uit de eigen bedrijfsvoering.

 

De afvalstoffen worden uiteraard wel gewogen (en ingegeven in Matis) doch extern. Tot 1/1/2024 bij IVAGO Proeftuinstraat, vanaf dan – met overgangsperiode tot 1/3/2024 bij Veolia Hulsdonk). Deze partners behoren tot de afvalsector en zijn vertrouwd met de werking ervan. De kosten voor de plaatsing en de bijhorende administratie zijn te groot om deze op een rendabele wijze op de site te kunnen doen. Bovendien is er ook plaatsgebrek.

 

De shredder is opgesteld langsheen de Ringvaart, weg van de bewoning

 

De aanwezige beplanting wordt doorlopend en op een vakkundige wijze onderhouden (oa. het vervangen van afgestorven planten en struiken) teneinde de inkleding in het landschap optimaal te behouden.

 

Voorstel:

 In afwijking van artikel 5.2.1.2.§1 van VLAREM II dient geen uithangbord te worden voorzien.

 

 

Artikel: 5.15.0.6.§ 1

 

Omschrijving: Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk 4.5. zijn rustverstorende werkzaamheden verboden op werkdagen tussen 19 uur en 7 uur alsmede op zon- en feestdagen, tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit.

 

Motivatie: Zie mer

6.3.9 milderende maatregelen Geluid

Voor wat het geluid van de exploitatie (industriële bronnen) betreft, wordt er steeds voldaan aan de toepasselijke geluidsvoorwaarden uit Vlarem II.

Wat het wegverkeer betreft, wordt er geen geluidseffect verwacht. Bijgevolg dienen er geen milderende maatregelen te worden voorzien voor het volledige project.

6.6.6 milderende maatregelen Mens en Gezondheid

 

Voorstel: Werktijden:

In tegenstelling tot de mogelijke beperking van de exploitatie-uren in de sectorale voorwaarden mag de inrichting continu worden geëxploiteerd.

 

 

2.       HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

Volgende relevante vergunningen, zijn bekend:

 

Omgevingsvergunningen

* Op 24/01/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen door wijziging en uitbreiding van een siroop- en frisdrankfabriek + bijstelling + het oprichten van bluswatertank, vaste opslagcontainer, concentratenpark, infiltratiebekken (OMV_2018103809).

* Op 07/03/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het wijzigen van een toegekende vergunning (2017/04211 dig - de oprichting van een bedrijfsgebouw gent) (OMV_2018072453).

* Op 23/05/2019 werd een gedeeltelijke voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de bouw van een nieuwe tijdelijke tent en de verlenging van de vergunning voor een bestaande tijdelijke tent voor de opslag van afgewerkte producten (OMV_2019018067).

* Op 06/06/2019 werd een weigering afgeleverd voor het plaatsen van publiciteitsletters met directe verlichting (OMV_2019032770).

* Op 01/08/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen door uitbreiding van een siroop- en frisdrankenfabriek (iioa) (OMV_2019032128).

* Op 24/10/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de uitbreiding van verharding voor stockage van leeggoed (OMV_2019091930).

* Op 12/03/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van een nieuw stapelmagazijn en het aanpassen van de logistieke infrastructuur (OMV_2019132699)

 

Milieuvergunningen

* Op 17/01/2008 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het verder exploiteren en veranderen van een limonade- en spuitwaterfabriek. (953/E/17)

* Op 07/03/2013 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door wijziging/uitbreiding) van een siroop- en frisdrankenfabriek. (953/E/18)

* Op 15/09/2016 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het verder exploiteren van de grondwaterwinning en het veranderen (door wijziging en uitbreiding) van een inrichting voor het vervaardigen van dranken. (953/E/19)

 

De vergunning verlenende overheid staat in voor het opmaken van de historiek.

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.

 

Gunstig advies van Agentschap voor Natuur en Bos afgeleverd op 19 februari 2025.

 

Geen advies advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West afgeleverd op 14 maart 2025.

  

Gunstig advies van Departement Zorg afd preventief gezondheidsbeleid afgeleverd op 14 maart 2025.

 

Gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 14 maart 2025.

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in industriegebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de andere industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.
 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
 

De huidige aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

 

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

5.       WATERPARAGRAAF

De vergunning verlenende overheid staat in voor het opmaken van de waterparagraaf.

6.       NATUURTOETS

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.

Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:

 

Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd bij deze aanvraag, die enkel een verhoging van de productiecapaciteit omvat zonder fysieke wijzigingen van de site.

 

7.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 28 februari 2025 tot en met 29 maart 2025.
Op datum van het opmaken van het verslag werden 6 bezwaarschriften ingediend.

De vergunningverlenende overheid staat in voor de behandeling van de bezwaren.

 

Voor de mobiliteitsaspecten wordt verwezen naar de beoordeling van de aanvraag.

8.       OMGEVINGSTOETS

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.

 

Er wordt wel een beoordeling gemaakt voor het aspect mobiliteit:

 

Situering en historiek van het project

Voorliggend MER betreft de hervergunning van de huidige activiteiten (vergund tot 350 miljoen liter per jaar) en uitbreiding van de bestaande productiecapaciteit (tot 450 miljoen liter per jaar).

 

In kader van het 2de scopingsadvies voor het project ‘Hernieuwing van de bestaande activiteiten en uitbreiding van de productiecapaciteit van CCEP Belgium Gent’ werd in maart 2024 door het Mobiliteitsbedrijf advies uitgebracht. In dit advies werden verschillende onduidelijkheden aangekaart, vragen gesteld en bemerkingen geuit. Dat advies kaderde binnen het voorliggende project en indien relevant wordt hiernaar verwezen in onderstaand advies.

 

Beschrijving bestaande, vergunde & geplande toestand en context

In het dossier wordt de bestaande toestand weergegeven aan de hand van het jaar 2022 met een totaal geproduceerd volume van 332 miljoen liter. In 2022 waren er 425 werknemers werkzaam bij het bedrijf.

 

De vergunde toestand komt overeen met de vergunde productiecapaciteit voor de site, namelijk (maximaal) 350 miljoen liter per jaar. CCEP (i.e. Coca-Cola) heeft hiervoor een vergunning eindigend op 2/3/2028. Momenteel zijn de werken aan de gang voor de aanleg van het reeds vergunde hoogstapelmagazijn (ASRS gebouw) en het aanpassen van de logistieke infrastructuur ten hoogte van dit nieuw magazijn en de bestaande magazijnen (omgevingsvergunning d.d. 12/03/2020). Volgens de huidige plannen, zal het hoogstapelmagazijn in 2024-2025 stelselmatig in dienst kunnen worden genomen. De vergunde productiecapaciteit kan gehaald worden met het huidige aantal werknemers. Er worden eveneens geen wijzigingen in het aantal bezoekers verwacht in de vergunde toestand t.o.v. de bestaande toestand.

 

De geplande situatie bestaat uit een hernieuwing van de vergunde activiteiten (tot 350 miljoen liter per jaar) en een uitbreiding van de vergunde productiecapaciteit van 350 naar 450 miljoen liter per jaar. Men wil de productieverhoging bereiken door de efficiëntie te verhogen en het uitbreiden van het ploegenstelsel.  Fysieke wijzigingen aan de site of installaties vinden er niet plaats. Er zal een weekendshift gepland worden voor de glaslijn en zal één blik-productielijn volcontinu draaien. Er zal een heel kleine stijging zijn van het aantal werknemers, namelijk 5 extra werknemers in dienst t.o.v. 2022. Er wordt verondersteld dat het aantal bezoekers niet wijzigt t.o.v. de bestaande toestand.

 

De actuele toegang tot de site bevindt zich op de Zwijnaardsesteenweg. Deze toegang dient zowel voor personeel als voor alle vrachtvervoer. Het vrachtverkeer gebeurt continu (7d/7). Als aan- en afrijroute naar het hogere wegennet gebruikt men de Gestichtstraat naar de R4. Aangezien de Gestichtstraat als woonstraat niet geschikt is om de huidige verkeersvolumes verder op te nemen, zal deze in de toekomst afgesloten worden van de R4. De verkeersvolumes van CCEP via de Zwijnaardsesteenweg naar de buurt rond het UZ sturen, of via de Heerweg-Noord richting Zwijnaarde, zijn geen wenselijke alternatieven aangezien deze routes ook door woonomgevingen gaan. Bijgevolg werd er reeds de principiële beslissing genomen om CCEP in de toekomst te ontsluiten via een verlenging op de ontsluitingsweg van het bedrijventerrein Gent Zuid I richting de rotonde van de Ottergemsesteenweg-Zuid. Hiervoor werd reeds een rooilijnenplan en een onteigeningsbesluit opgemaakt. De aanleg en ingebruikname van de ontsluitingsweg wordt voorzien ten vroegste in 2027-2028.  Op die manier komt er dan een rechtstreeks verbinding met de R4 (en de E17 via de Ottergemsesteenweg-Zuid) en worden woonomgevingen vermeden. Bij het in gebruik nemen van de nieuwe ontsluitingsweg zal het onthaal van de vrachtwagens van CCEP aan de oostzijde van de site worden georganiseerd. Deze wachtzone zal samen met de ontsluitingsweg worden aangelegd.

 

Transporten

Aangezien het aantal werknemers zo goed als gelijk blijft in de bestaande, vergunde en geplande toestand en ook het aantal bezoekers niet verwacht te wijzigen, wordt in het dossier gefocust op de transporten van het vrachtverkeer.

 

Het aantal transporten in de bestaande toestand (2022) bedroeg 45.355. Dit omvat zowel de aanvoer van chemicaliën, ingrediënten en verpakkingen, de afvoer van afvalstoffen en de verdeling van eindproducten.

 

In de vergunde toestand zullen meer hulpstoffen worden verbruikt en meer afvalstoffen en eindproducten worden geproduceerd dan in de bestaande toestand, hetgeen zal leiden tot meer transporten. In het dossier wordt aangegeven dat het aantal transporten die gepaard gaan met de vergunde productiecapaciteit wordt ingeschat door extrapolatie van het huidig aantal transporten met eenzelfde factor als de toename van de productiecapaciteit in de vergunde toestand t.o.v. de bestaande toestand. Zo komt men aan 49.848 transporten in de vergunde toestand.

Hierbij dient opgemerkt te worden dat het ASRS-gebouw als doel heeft om tussentijdse stockage van eindproducten in externe opslagplaatsen te vermijden en bijgevolg transporten van en naar externe warehouses te vermijden. De producten die tijdelijk worden opgeslagen in externe warehouses, worden na de opslag terug naar de site in Gent gevoerd voor de uiteindelijke distributie. Bijgevolg zal het aantal transporten voor de verdeling van eindproducten n.a.v. de realisatie van het ASRS-gebouw dalen. Er wordt ingeschat dat de realisatie van het ASRS-gebouw zal leiden tot een besparing van ca. 8070 transporten (van en naar externe warehouses).

 

Rekening houdend met de geplande uitbreiding van de productiecapaciteit, zullen in de geplande toestand meer hulpstoffen worden verbruikt en meer afvalstoffen en eindproducten worden geproduceerd dan in de bestaande of vergunde toestand, hetgeen zal leiden tot meer transporten in de geplande toestand t.o.v. de bestaande of vergunde toestand. Het aantal transporten in de geplande toestand wordt ingeschat door extrapolatie van het huidig aantal transporten met eenzelfde factor als de toename van de productiecapaciteit in de geplande toestand t.o.v. de bestaande toestand. Zo komt men aan 64.089 transporten in de geplande toestand.

Hierbij dient vermeld te worden dat voor de vergunde situatie de efficiëntiewinsten vanwege de realisatie van het ASRS-gebouw – en de bijhorende vermindering van vrachtverkeer – nog niet inbegrepen zijn. In theorie zal dit aantal verminderen zijn met 8.070 transporten. Omdat het ASRS-gebouw nog niet volledig in werking is (evenmin op korte termijn) wordt in het dossier zowel in de vergunde als geplande toestand uitgegaan van de aantallen zonder inbegrip van de efficiëntiewinsten. Het gaat dus om een worstcase benadering. 

 

Rekening houdend met bovenstaande, worden in het dossier volgende aantallen weergegeven voor de bestaande, de vergunde en de geplande toestand (telkens zonder correctie vanwege realisatie ASRS-gebouw):

-          Overzicht vrachtverkeer bestaande situatie (gemiddelde werkdag):

  • 24u: 242
  • Overdag (6u-22u): 195
  • 7u-19u: 163
  • 19u-23u: 22
  • 23u-7u: 57

 

-          Overzicht vrachtverkeer vergunde situatie (gemiddelde werkdag):

  • 24u:  277
  • Overdag (6u-22u): 222
  • 7u-19u: 186
  • 19u-23u: 25
  • 23u-7u: 65

 

-          Overzicht vrachtverkeer geplande situatie (gemiddelde werkdag):

  • 24u: 356
  • Overdag (6u-22u): 286
  • 7u-19u: 239
  • 19u-23u: 33
  • 23u-7u: 84

 

In de MER worden bovenstaande aantallen vrachtverkeer niet verder verduidelijkt naar personenauto-equivalent (pae). Er wordt enkel meegegeven dat deze aantallen deels zwaar verkeer (vrachtwagens) omvatten, maar ook middelzwaar verkeer (bestelwagens, lichte vracht…) en dat de verhoudingen uit de bestaande toestand kunnen aangehouden worden: 2-3% zwaar verkeer, 18-21% middelzwaar verkeer en 76%-80% licht verkeer. Wat dit precies betekent qua pae is onduidelijk. Voor de verkeersintensiteiten op de bestaande verkeersnetwerken wordt in de MER volgende gebruikt: personenwagen 1 pae, een vrachtwagen 2 pae en een gelede vrachtwagen 3 pae. Maar hoe de aantallen van het vrachtverkeer zich hiertoe verhouden is onduidelijk.

 

Hieronder wordt het verschil in vrachtverkeer weergegeven tussen de geplande en vergunde situatie (=bijkomend verkeer) voor een gemiddelde werkdag:

  • 24u: 79
  • Overdag (6u-22u): 64
  • 7u-19u: 53
  • 19u-23u: 8
  • 23u-7u: 19

 

Beoordeling

T.o.v. het 2de scopingsadvies zijn er enkele verduidelijkingen aangebracht in het dossier.  Zo is nu wel het aantal transporten per werkdag en per dagdeel opgenomen.

 

Wat de effectenbeoordeling betreft wordt er in de MER een absolute beoordeling/score en relatieve beoordeling/score toegekend. De absolute beoordeling geeft een score van hoe het verkeerssysteem in de omgeving van de site in het algemeen functioneert. De relatieve beoordeling geeft een score van de geplande toestand t.o.v. de referentiesituatie. Deze referentiesituatie is de vergunde situatie maar zonder exploitatie van CCEP. Dit is dus de facto de situatie zonder de aanwezigheid van het bedrijf en met geen enkel transport van het bedrijf. Dit is geen grote meerwaarde als vergelijkingsbasis aangezien we wensen te beoordelen of de uitbreiding in productiecapaciteit van 350 miljoen liter per jaar naar 450 miljoen liter per jaar te verantwoorden valt.

De situatie van 350 miljoen liter per jaar is al vergund en wordt niet in vraag gesteld. Een loutere hervergunning van deze bestaande vergunde productiecapaciteit (en bijhorende transporten) is dus wel mogelijk. 

 

Hieronder beoordelen we daarom de vraag tot uitbreiding van 350 miljoen tot 450 miljoen liter per jaar (en de bijhorende extra transporten). De uitbreiding as such van de geplande toestand t.o.v. de vergunde toestand wordt in de MER niet volwaardig opgenomen, vergeleken en beoordeeld. We doen dit in onderstaande beoordeling wel o.b.v. elementen aangereikt in de MER. Er wordt niet zozeer ingegaan op de absolute en relatieve scores uit het MER, maar wel wordt de focus gelegd op de impact van een mogelijke uitbreiding van 350 naar 450 miljoen liter per jaar. O.a. volgende zaken zijn hierbij belangrijk:

-  In de Gestichtstraat is de oversteekbaarheid voor voetgangers en fietsers slecht, rekening houdend met de hoge verkeersintensiteiten. Dit kan gesteld worden op basis van de formule in de MER die een resultaat geeft van 26,4 seconden wat als ‘slecht’ beoordeeld kan worden.

-  In de Gestichtstraat geven fietssuggestiestroken aan waar ruimte dient gelaten te worden voor fietsers. De verkeersintensiteiten in de Gestichtstraat zijn van die omvang dat het nut van de suggestiestroken in vraag gesteld kan worden. Als grens wordt 2000 tot 5000 pae/dag genomen, in de Gestichtstraat is dit meer dan 7000 pae/dag.

-     Het aantal vrachttransporten stijgt in de geplande toestand t.o.v. de vergunde toestand met 28,5%, dit over zo goed als alle perioden:

  • over de periode van een jaar (van 49.848 naar 64.089 (abstractie makend telkens van ASRS-gebouw))
  • over gemiddelde werkdag 24u (+79 vrachttransporten van 277 naar 365)
  • over het dagdeel 6u-22u (+64 vrachttransporten van 222 naar 286)
  • over het dagdeel 7u-19u (+53 vrachttransporten van 186 naar 239)

Dat is een aanzienlijke hoeveelheid.

 

Bovenstaande elementen tonen aan dat in de bestaande situatie de grens van de verkeersleefbaarheid- en veiligheid in de Gestichtstraat (quasi) bereikt is. Rekening houdende met de context (schoolomgeving, woningen, verschillende aansluitingen, oversteken, fietssuggestiestroken) zijn een dergelijk groot aantal bijkomende vrachttransporten niet te verantwoorden. Hierdoor kan een capaciteitsuitbreiding van 350 naar 450 miljoen liter per jaar bovenop de bestaande vergunde productiecapaciteit niet gunstig geadviseerd worden.

 

Eindbeoordelingsadvies van het project

-  Ongunstig voor de uitbreiding van de productiecapaciteit van 350 miljoen naar 450 miljoen liter per jaar.

-  Gunstig voor de loutere hervergunning van de bestaande vergunde productiecapaciteit van 350 miljoen liter per jaar.

 

CONCLUSIE

 

De gevraagde omgevingsvergunning is milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch NIET verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag gedeeltelijk ongunstig.

 

- Ongunstig voor de uitbreiding van de productiecapaciteit van 350 miljoen naar 450 miljoen liter per jaar.

- Er is geen bezwaar voor de loutere loutere hervergunning van de bestaande vergunde productiecapaciteit van 350 miljoen liter per jaar.

Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.

 

 

De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

Niet van toepassing.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen brengt ongunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het verder exploiteren en veranderen van een siroop- en frisdrankenfabriek (IIOA) + bijstelling van COCA-COLA EUROPACIFIC PARTNERS BELGIUM bvba, gelegen te Zwijnaardsesteenweg 811, 9000 Gent.

Artikel 2

Er worden geen aandachtspunten meegegeven.