Terug
Gepubliceerd op 04/04/2025

2025_CBS_03050 - OMV_2023146806 - aanvraag omgevingsvergunning voor het exploiteren van een inrichting voor de opslag en het behandelen van afvalstoffen (IIOA en SH) - met openbaar onderzoek - Wiedauwkaai, 9000 Gent - Advies

college van burgemeester en schepenen
do 03/04/2025 - 09:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 03/04/2025 - 10:22
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Hafsa El-Bazioui, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Afwezig

Astrid De Bruycker, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Hafsa El-Bazioui, schepen
2025_CBS_03050 - OMV_2023146806 - aanvraag omgevingsvergunning voor het exploiteren van een inrichting voor de opslag en het behandelen van afvalstoffen (IIOA en SH) - met openbaar onderzoek - Wiedauwkaai, 9000 Gent - Advies 2025_CBS_03050 - OMV_2023146806 - aanvraag omgevingsvergunning voor het exploiteren van een inrichting voor de opslag en het behandelen van afvalstoffen (IIOA en SH) - met openbaar onderzoek - Wiedauwkaai, 9000 Gent - Advies

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen geeft ongunstig advies.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Duran Containerverhuur BV met als contactadres Ringvaartweg-Wondelgem 1, 9040 Gent heeft een aanvraag (OMV_2023146806) ingediend bij de deputatie op 18 december 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het exploiteren van een inrichting voor de opslag en het behandelen van afvalstoffen (IIOA en SH)

• Adres: Wiedauwkaai 81A, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 7 sectie G nr. 406B2

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 12 februari 2025.

De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 12 februari 2025.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 27 maart 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Voorliggende aanvraag betreft een perceel gelegen langs de Wiedauwkaai. De omgeving bestaat uit panden met een industrieel karakter. Op het perceel in kwestie bevindt zich een afvalstoffen verwerkend bedrijf (Duran). Er bevindt zich een bestaand gebouw van ca. 1.578 m². Dit gebouw bevat een opslagruimte, onderhoudsruimte en een klein deel bureelruimte. Voor het overige is de site verhard, hier gebeurt buitenopslag. Er bevinden zich 14 parkeerplaatsen ten noorden van het gebouw.

 

De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit. Het betreft het exploiteren van een inrichting voor de opslag en het behandelen van afvalstoffen (IIOA en SH).

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het oprichten van een overkapping ifv de opslag en het behandelen van afvalstoffen. De nieuwe constructie wordt ingeplant op de rechter en achterste perceelsgrens en op ca. 12 m van het bestaande bedrijfsgebouw. De constructie wordt afgewerkt met een schuin dak met een dakrandhoogte van 12,06 m op de perceelsgrens en een nokhoogte van 17,10 m. Het nieuwe dak heeft een oppervlakte van 2.200 m². De constructie bestaat uit een staalstructuur en een combinatie van betonwanden en wanden uit geprofileerde staalplaten. Drie zijden van de constructie zijn gesloten, enkel de oostzijde is open.

Het hemelwater dat terecht komt op deze constructie zal in eerste instantie afwateren naar een ondergrondse bufferzone (volume: 24.000 l). De overloop van deze bufferzone is aangesloten op een nieuw infiltratiebekken (204 m²) achteraan het terrein.

 

Verder zal 1.915 m² nieuwe verharding worden aangelegd. Deze verharding betreft beton en wordt aangelegd rondom het bestaande kantoorgebouw. Tussen het bestaande gebouw en de nieuwe overkapping worden ook twee weegbruggen aangelegd. De afwatering van deze verharding is voorzien op de DWA aangezien dit water mogelijks vervuild kan zijn door de activiteiten op de site.


Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

Voorliggende aanvraag betreft de exploitatie van een nieuwe inrichting klasse 1, meer bepaald een inrichting voor de opslag en het behandelen van afvalstoffen, met in het bijzonder de opslag en behandeling van ferro en non-ferro metalen.

 

Het betreft de exploitatie van een afvalstoffen verwerkend bedrijf waar allerlei schroot afkomstig van particulieren, tussenhandelaren en bedrijven wordt gesorteerd en verkleind in functie van een optimalisatie van het transport. 

In functie hiervan wenst de exploitant een overkapping te plaatsen op het terrein. In het bestaande gebouw op het perceel wordt allerlei materiaal opgeslagen (niet-ingedeeld), voertuigen gestald en bevindt zich een kantoor. 

Verder wordt er op het terrein een weegbrug en een wasplaats voor voertuigen voorzien. 

 

De inrichting is volgens het gewestplan gelegen in industriegebied. 

Voorliggende aanvraag omvat eveneens een stedenbouwkundig luik voor het oprichten van een nieuwe overkapping. 

 

De ingedeelde inrichtingen of activiteiten hebben betrekking op:

- opslag gassen

- opslag, sorteren en mechanisch behandelen van afvalstoffen

- afspuitplaats voertuigen

- lozen bedrijfsafvalwater afkomstig van de wasplaats voor voertuigen en potentieel verontreinigd hemelwater van de verharding 

- stallen bedrijfsvoertuigen/aanhangwagens

- opslag diesel

- verdeelslangen

- compressor en warmtepomp

 

Volgende activiteiten zijn niet in te delen:

- de opslag, sortering en behandeling van afvalstoffen gebeurt volledig overdekt, er is geen potentieel verontreinigd hemelwater van deze zones

- de lozing van huishoudelijk afvalwater (minder dan 600 m³/jaar)

 

Op de site zullen 4 medewerkers werken. Er wordt gewerkt van maandag tot en met zaterdag tussen 7u en 19u. 

 

Er wordt een afwijking gevraagd van de bepalingen van artikel 5.2.1.5 §5  (groenscherm)  en artikel 4.2.5.1.1§1 (meetgoot) van Vlarem II.

 

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

2.2.1.e)3°

opslag en sortering van gevaarlijke afvalstoffen, uitgezonderd de inrichtingen, vermeld in subrubriek 2.2.1, b), met een opslagcapaciteit van meer dan 1 ton andere afvalstoffen dan asbestafval bestaande uit asbestcement of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is | opslag en sortering van max. 30 ton zonnepanelen | klasse 1 | Nieuw

30 ton

2.2.2.c)4°

opslag en mechanische behandeling van schroot (meer dan 500 ton) | Opslag, sortering en mechanische behandeling van max.

- 1250 ton gemengd schroot

- 30 ton lood

- 30 ton zink

- 30 ton koper

- 30 ton RVS

- 30 ton aluminium | klasse 1 | Nieuw

1400 ton

2.2.2.f)1°

opslag en mechanische behandeling van andere niet gevaarlijke afvalstoffen (maximaal 100 ton) | opslag, sortering en mechanische behandeling van max. 50 ton kabelafval | klasse 2 | Nieuw

50 ton

2.2.2.g)2°

opslag en mechanische behandeling van gevaarlijke afvalstoffen (meer dan 1 ton) | opslag, sorteren en mechanische behandeling van AEEA | klasse 1 | Nieuw

30 ton

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | lozen van max. 40,72 m³/uur - 114,76 m³/dag - 2189,25 m³/jaar bedrijfsafvalwater via een kws-afscheider in de openbare riolering | klasse 2 | Nieuw

40,72 m³/uur

6.5.1°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | 2 verdeelslangen | klasse 3 | Nieuw

2 verdeelslang

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | stallen van 10 vrachtwagens, 5 aanhangers, 2 kranen en 2 heftrucks | klasse 3 | Nieuw

19 voertuigen

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | wasplaats voor het wassen van max. 2 voertuigen /dag | klasse 3 | Nieuw

2 voertuigen/dag

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | compressor van 5,5 kW

warmtepomp van 5 kW | klasse 3 | Nieuw

10,5 kW

17.1.2.1.1°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1000 liter | opslag van max. 600 liter gassen in gasflessen (acethyleen en zurstof) | klasse 3 | Nieuw

600 liter

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | 2 bovengrondse dubbelwandige houders voor de opslag van resp. 10 000 l rode diesel en 10 000 l witte diesel | klasse 3 | Nieuw

17 ton

 

Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:
 

Artikel: 5.2.1.5 §5 en 4.2.5.1.1§1 van Vlarem II

Omschrijving:

Artikel 5.2.1.5 §5 van Vlarem II (groenscherm)

 

Tenzij anders bepaald in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit wordt langsheen de randen van de inrichting een groenscherm van minstens 5m breedte aangelegd. Het groenscherm bestaat uit streekeigen laag- en hoogstammige dichtgroeiende gewassen. De exploitant neemt de nodige maatregelen om zo snel mogelijk een efficiënt groenscherm te bekomen. Voor nieuwe inrichtingen wordt het groenscherm aangeplant zodra de bouwwerken dat toelaten en het plantseizoen is aangebroken. Indien geen bouwwerken worden uitgevoerd , wordt het groenscherm aangeplant in het eerste plantseizoen dat bij de aanvang van de uitbating aansluit

 

artikel 4.2.5.1.1§1 van Vlarem II (meetgoot)

Bedrijfsafvalwater van inrichtingen die een maximum hoeveelheid bedrijfsafvalwater van meer dan 2 m3 per dag of 50 m3 per maand of 500 m3 per jaar lozen, moet worden geloosd via een controle-inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters van het geloosde water te nemen.

 

Tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit dient deze controle-inrichting vanaf de hierna vermelde debieten bovendien te beantwoorden aan de volgende eisen:

-voor debieten > 2 m³/uur of > 20 m³/dag: de plaatsing van een meetgoot (bij voorkeur) volgens de in bijlage4.2.5.1. bij dit besluit gevoegde omschrijving en gestelde eisen of een andere evenwaardige meetmogelijkheid;

-voor debieten > 50 m³/uur (lozing van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen bevat) of > 100 m³/uur (lozing van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen bevat): de plaatsing van debietsmeet- en bemonsteringsapparatuur volgens de in bijlage 4.2.5.1. bij dit besluit gevoegde omschrijving en gestelde eisen.

 

Motivatie:

Artikel 5.2.1.5 §5 van Vlarem II

Er wordt gevraagd om geen groenscherm te voorzien. De opslag, sortering en behandeling van afvalstoffen gebeurt onder een overkapping en is afgeschermd door middel van betonnen muren . Er zal niet hoger dan de muren gestapeld worden. 

 

- De geluidsimpact van de werken is minimaal, te meer gelet op de ligging van de exploitatie te midden in industriegebied waar er ook al veel andere activiteiten met verkeersbewegingen plaatsvinden. De activiteiten zelf vereisen geen zware geluidsbelastende activiteiten, het gaat dan vooral om het opladen of plaatsen van de containers. De opslag, sortering en behandeling van afvalstoffen gebeurt volledig overdekt, er wordt niet geshredderd en bovendien zijn de activiteiten afgeschermd door de betonnen wand die geluidsemissies verder zal reduceren.

 - Stofhinder: De exploitant benadrukt dat er geen stuifgevoelige opslag is en ook hier zorgt de betonnen wand voor een bijkomende afscherming. Het terrein wordt ook proper onderhouden. Eventuele stofhinder wordt ‘bestreden’ met vernevelaars.

-De betonmuur van ruim 5m hoog zorgt ook voor voldoende visuele afscherming en voor een voldoende veilige omheining. 

- Geur: de opslag is in principe niet geurgevoelig, zodat er geen geurhinder wordt verwacht. -

- Gelet op de ligging in industriegebied, is er ook geen negatieve impact op fauna of flora, noch op de op ruime afstand gelegen bewoning. 

Gelet op de aard, de ligging van de activiteiten en de genomen voorzieningen (betonnen muur ter afscheiding), wordt geen onaanvaardbaar effect verwacht op vlak van visuele, geluidshinder, geurhinder…

 

Een groenscherm van 5m breed zou bovendien de nuttige oppervlakte van het terrein dermate beperken dat er geen realistische uitbating meer mogelijk is.

 

 

artikel 4.2.5.1.1§1 van Vlarem II (meetgoot)

Het betreft enkel water afkomstig van de afspuitplaats voor voertuigen en de verharding. Het gevraagde debiet omvat grotendeels verontreinigd hemelwater en zal zich enkel voordoen in geval van piekdebieten. Het afvalwater kan eenvoudig bemonsterd worden via een controleput.

Voorstel:

In afwijking van artikel 5.2.1.5 § 5 van Vlarem II word gevraagd om geen groenscherm te plaatsen.

 

In afwijking van artikel 4.2.5.1.1§1 van Vlarem II wordt gevraagd om geen meetgoot te plaatsen.

 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 24/02/1964 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een wachthuisje voor de douane. (KW W-19-63)

* Op 10/09/1987 werd een vergunning afgeleverd voor het wijzigen van het reliëf van het terrein door het opvullen van een spaarbekken. (1987/763)

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.


3.1.   North Sea Port

Geen advies advies van North Sea Port afgeleverd op 13 februari 2025 onder ref. -:
Ligging buiten het havengebied.


3.2.   Fluxys NV

Geen bezwaar advies van Fluxys NV afgeleverd op 13 februari 2025 onder ref. TPW-OL-2025188179:

Fluxys Belgium bezit geen aardgasvervoerinstallaties die beïnvloed worden door de aanvraag. 


3.3.   Provincie Oost-Vlaanderen - Waterbeleid

Geen advies advies van Provincie Oost-Vlaanderen - Waterbeleid afgeleverd op 13 februari 2025:
De dienst Integraal Waterbeleid zal geen advies verlenen bij dit dossier.


3.4.   POVC

1e adviesvraag

Geen advies advies van stedenbouwkundig advies afgeleverd op 14 februari 2025:
Er wordt geen advies uitgebracht.

 

2e adviesvraag

Geen advies advies van stedenbouwkundig advies afgeleverd op 27 februari 2025:
Er wordt geen advies uitgebracht.


3.5.   AWV – District Gent Gewestwegen

AWV

Voorwaardelijk gunstig advies van AWV - District Gent Gewestwegen afgeleverd op 7 maart 2025:

INLICHTINGEN EN BEPERKINGEN

Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N4580002 van 1.4 +20 tot 1.5 +13):

● de grens van het openbaar domein is geschat op de perceelsgrens

● de rooilijn valt samen met grens openbaar domein

● de zone van achteruitbouw bedraagt 8,00 meter.

● de bouwlijn ligt op 8,00 meter achter de perceelsgrens

 

BESLUIT

Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert GUNSTIG betreffende de voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met hoger vermelde inlichtingen en beperkingen.

Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de in bijlage omschreven aandachtspunten. (zie bijlage Omgevingsloket)

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Gewestplan

Het project ligt in industriegebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.

 

Gewestelijk RUP

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet binnen een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.


4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.


4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op volgende punten:

- Artikel 3.2 Beperken van verhardingen

Het verharden van oppervlaktes moet tot een minimum beperkt worden. De strikt noodzakelijke verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.

 

Na de werken resteert slechts 3% onverharde en onbebouwde ruimte op de site. Hiervan is het grootste deel een infiltratiebekken. De terreinbezettingsgraad wordt met de voorzien bebouwing en verharding ruimschoots overschreden. Dit is niet aanvaardbaar.

De verharding moet bedachtzaam worden ontworpen. Verhardingen moeten zich beperken tot het uiterst noodzakelijke. Er wordt gesuggereerd de nodige draaicirkels en dimensionering van de wegenis op de plannen aan te geven. Er moet aangetoond worden hoeveel verharding noodzakelijk is en waarom.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.


4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gewestweg.

5.       WATERPARAGRAAF

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf. Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht:

 

Aangezien de aanvraag ongunstig wordt geadviseerd (o.w.v. omvang en inplanting), is een aftoetsing aan de GSV en het ABR niet aan de orde. Er wordt opgemerkt dat het groendakformulier van de stad Gent in het dossier ontbreekt. Dit is nodig om een correcte beoordeling te maken.

6.       NATUURTOETS

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.

Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:

 

Er kan niet akkoord worden gegaan met het verzaken aan het aanplanten van een groenscherm rondom de site. Een buffer ten opzichte van andere bedrijven met groenscherm is nodig om een zeker afstand te bewaren tot de aanpalende bedrijven. Daarnaast zorgt het aanplanten van een groenbuffer ervoor dat er meer onverharde ruimte resteert op het terrein. Dit zal een positieve impact hebben op de terreinbezettingsgraad en waterhuishouding.

 

Er wordt opgemerkt dat op het terrein (nu bijna volledig verhard) een rij populieren aanwezig was (11 stuks). Deze zijn verdwenen in de periode 2017/2018. Er zijn geen vergunningen gekend voor het rooien van deze bomen. Als er al een vergunning zou zijn, dan was een heraanplant normaal een randvoorwaarde (zodat het aantal bomen in Gent niet afneemt). De bomen zijn weg en enkel het heraanplanten van nieuwe bomen kan het groenbeeld opnieuw (na weliswaar vele jaren) herstellen. De bomen waren zichtbaar vanaf de openbare weg (Wiedauwkaai) en zijn in dit industriële landschap één van de weinige groene elementen in de directe omgeving. Er kan akkoord worden gegaan met het aanplanten van nieuwe bomen in de rand van het toch te voorziene, onverharde infiltratiebekken. Dit bekken zal op zijn diepste punt 60 cm diep zijn. Een infiltratiebekken staat veelal droog maar wordt met regenwater gevuld bij zwaardere regenmomenten. Bijgevolg zullen de nieuwe hoogstammige bomen tegen vochtige omstandigheden moeten bestand zijn, zoals wilgensoorten of zwarte els. De aanplant van de bomen gebeurt het eerstvolgende plantseizoen na het aanleggen van het infiltratiebekken.

7.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 21 februari 2025 tot en met 22 maart 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.

8.       OMGEVINGSTOETS

 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Plaatsen overkapping en aanleggen verhardingen

De geplande overkapping en verhardingen op de bedrijfssite van een afvalstoffenverwerkend bedrijf kunnen vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet worden aanvaard. De constructie wordt ingeplant tegen de rechter- en achterste perceelsgrens, wat ruimtelijk een te grote impact heeft.

De overkapping betreft een stalen structuur met betonnen wanden en is niet geschikt om tegenaan te bouwen. Bovendien bevinden zich op het aangrenzende perceel verschillende opslagtanks, die niet tegen deze constructie kunnen worden geplaatst.

Daarnaast belemmert de voorgestelde inplanting de mogelijkheid om een groenscherm langs de perceelsranden aan te leggen. De gevraagde afwijking voor het niet aanplanten van een groenbuffer kan niet worden toegestaan. Deze bufferstrook is noodzakelijk om voldoende afstand tot de aanpalende percelen te behouden en draagt bij aan een groene omkadering van een sterk verharde en bebouwde omgeving. Bovendien zorgt de groenbuffer voor extra onverharde ruimte op het terrein.

Uit de plannen blijkt dat na de werkzaamheden slechts 3% van de site onverhard en onbebouwd blijft, waarvan het merendeel een infiltratiebekken betreft. Hierdoor wordt de toegestane terreinbezettingsgraad ruimschoots overschreden. Het plaatsen van een overkapping met dit volume op de perceelsgrenzen is daarom ruimtelijk onwenselijk. Ook de voorgestelde hoeveelheid verharding is niet aanvaardbaar en strijdig met artikel 3.2 van het algemeen bouwreglement (zie 4.3).

Verhardingen moeten zorgvuldig en tot het strikt noodzakelijke worden ontworpen. Daarom wordt aangeraden om op de plannen de draaicirkels en de dimensionering van de wegenis duidelijk aan te geven. Tevens moet worden aangetoond hoeveel verharding daadwerkelijk noodzakelijk is en om welke redenen.

 

Mobiliteit

- Er zullen 4 medewerkers op de site werken, van maandag tot vrijdag van 7u tot 19u.
- Er is al een fietsenstalling voorzien aan de kant van de Wiedauwkaai. Deze stalling biedt meer dan voldoende fietsparkeerplaatsen, en is groot genoeg voor bovenmaatse fietsen. Deze fietsenstalling moet afsluitbaar zijn voor werknemers. De inrichting van een fietsenberging is belangrijk om het fietsgebruik aan te moedigen. Een gebruiksvriendelijke berging wordt sneller gebruikt en stimuleert fietsgebruik (zie fiets- en autoparkeerrichtlijnen van de Stad Gent.
- Er is ook ruim voldoende parkeergelegenheid op de site zelf voor werknemers en eventueel cliënteel. 
- De site zal voornamelijk het verkeer van vrachtwagens opvangen die containers aanvoeren of wegbrengen. Naar schatting zal het aantal voertuigen (hoofdzakelijk vrachtwagens) wekelijks tussen de 30 en de 50 bedragen. Dit betekent ‘worst case’ dat er ca. 10 vrachtwagens per dag zouden aan- en afrijden. Dit aantal verkeersbewegingen is te verwaarlozen ten opzichte van het verkeer op de Wiedauwkaai. De Wiedauwkaai laat een vlotte afhandeling toe van de verkeersbewegingen, zowel richting de binnenring rond Gent als richting R4 of de haven. Bovendien zijn de werken aan de Meulestedebrug binnenkort afgewerkt. Het tweede brugdeel zou worden geplaatst in het voorjaar 2025. Na de afwerkingsfase zou de brug dus volledig operationeel zijn vanaf (uiterlijk) 2026, zodat vrachtverkeer vlot richting R4 kan rijden.

Gelet op de ligging en het aantal vervoersbewegingen worden geen problemen verwacht met betrekking tot de mobiliteit gelinkt aan de inrichting. De impact qua mobiliteit is dus sowieso aanvaardbaar.

 

Bomen

Er wordt opgemerkt dat op het terrein (nu bijna volledig verhard) een rij populieren aanwezig was (11 stuks). Deze zijn verdwenen in de periode 2017/2018. Er zijn geen vergunningen gekend voor het rooien van deze bomen. Als er al een vergunning zou zijn, dan was een heraanplant normaal een randvoorwaarde (zodat het aantal bomen in Gent niet afneemt). De bomen zijn weg en enkel het heraanplanten van nieuwe bomen kan het groenbeeld opnieuw (na weliswaar vele jaren) herstellen. De bomen waren zichtbaar vanaf de openbare weg (Wiedauwkaai) en zijn in dit industriële landschap één van de weinige groene elementen in de directe omgeving. Er kan akkoord worden gegaan met het aanplanten van nieuwe bomen in de rand van het toch te voorziene, onverharde infiltratiebekken. Dit bekken zal op zijn diepste punt 60 cm diep zijn. Een infiltratiebekken staat veelal droog maar wordt met regenwater gevuld bij zwaardere regenmomenten. Bijgevolg zullen de nieuwe hoogstammige bomen tegen vochtige omstandigheden moeten bestand zijn, zoals wilgensoorten of zwarte els. De aanplant van de bomen gebeurt het eerstvolgende plantseizoen na het aanleggen van het infiltratiebekken.

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.

 

CONCLUSIE

 

De gevraagde omgevingsvergunning is milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch NIET verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag ongunstig.

 

Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.

 

 

De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

Niet van toepassing.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen brengt ongunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het exploiteren van een inrichting voor de opslag en het behandelen van afvalstoffen (IIOA en SH) van Duran Containerverhuur bv, gelegen te Wiedauwkaai 81A, 9000 Gent.

Artikel 2

Er worden geen aandachtspunten meegegeven.