Terug
Gepubliceerd op 04/04/2025

2025_CBS_03093 - OMV_2024160529 R - aanvraag omgevingsvergunning voor een aanpassing in het ontwerp van het kantoor + conciërgewoning en de loods ten opzichte van de vergunde toestand OMV_2023066296 en het veranderen van een maatwerkbedrijf - zonder openbaar onderzoek - Singel, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 03/04/2025 - 09:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 03/04/2025 - 10:32
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Hafsa El-Bazioui, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Afwezig

Astrid De Bruycker, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Hafsa El-Bazioui, schepen
2025_CBS_03093 - OMV_2024160529 R - aanvraag omgevingsvergunning voor een aanpassing in het ontwerp van het kantoor + conciërgewoning en de loods ten opzichte van de vergunde toestand OMV_2023066296 en het veranderen van een maatwerkbedrijf - zonder openbaar onderzoek - Singel, 9000 Gent - Vergunning 2025_CBS_03093 - OMV_2024160529 R - aanvraag omgevingsvergunning voor een aanpassing in het ontwerp van het kantoor + conciërgewoning en de loods ten opzichte van de vergunde toestand OMV_2023066296 en het veranderen van een maatwerkbedrijf - zonder openbaar onderzoek - Singel, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

GANDAE - WELZIJN & WERK OP MAAT VZW met als contactadres Gaardeniersweg 2, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024160529) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 19 december 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: een aanpassing in het ontwerp van het kantoor + conciërgewoning en de loods ten opzichte van de vergunde toestand OMV_2023066296 en het veranderen van een maatwerkbedrijf

• Adres: Singel 22, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 12 sectie P nr. 832N

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 10 februari 2025.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 25 maart 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag omvat een aanpassing in het ontwerp van het kantoor + conciërgewoning en de loods ten opzichte van de vergunde toestand OMV_2023066296 en het veranderen van een maatwerkbedrijf.

 

Het perceel situeert zich in de Singel 22 in de haven van Gent, deze omgeving is vooral gekenmerkt door industriebouw.

 

GANDAE VZW biedt als maatwerkbedrijf tewerkstelling aan personen met een afstand tot de arbeidsmarkt. GANDAE VZW beschikt over 2 vestigingen in Gent, één langs de Gaardeniersweg en één langs de Singel (voorliggende aanvraag). De activiteiten die op heden worden uitgevoerd spitsen zich toe op het afvullen en (her)verpakken van producten evenals houtbewerking en montage. Dit alles kadert in het uitvoeren van opdrachten om materialen en producten verkoop-& transport-klaar te maken. De exploitatie in de Singel 22 te Gent legt zich vooral toe op de activiteiten houtbewerking en herverpakking. Regelmatig worden ook verpakkingsopdrachten uitgevoerd voor importeurs en voor ondernemingen die nieuwe producten op de markt brengen of die hulp van buitenaf nodig hebben om productiepieken op te vangen.

 

Huidige aanvraag omvat volgende aanpassingen aan het dossier ten opzichte van de afgeleverde vergunning OMV_2023066296:

-          Voor brandweer zijn een aantal aanpassingen gebeurd; waaronder, de meldkamer bevindt zich in het magazijn op het gelijkvloers, de nieuwe loods productie heeft een mezzanine verdieping 2: 1370m², de nieuwe loods magazijn heeft een mezzanine verdieping 2: 506m², de hoogte van de loods is slechts 13.40m i.p.v. 14.65m, RWA installatie vervangen door sprinklerinstallatie; de nieuwe loods vormt één compartiment met de bestaande loods.

-          In het kantoor zijn de ramen op het gelijkvloers 3,00m hoog in plaats van 2,75m en is de kroonlijsthoogte 8,25m in plaats van 7,75m.

-          In de conciërge woning is een raam groter gemaakt en een raam minder geplaatst.

-          In de productie loods is de kroonlijsthoogte iets lager namelijk 13,40m; de mezzanine is 6m en heeft een oppervlakte van 1370m²en wordt gebruikt voor de verpakking; er is een aparte ruimte voor technieken, sanitair blok voor werknemers en het intern kantoor werd niet uitgevoerd; er is een rechte steektrap met bordes tussen toegang groendak conciërge woning en het dak.

-          In de loods magazijn is de kroonlijst lager namelijk 13,40m; is er een mezzanine van 506m² en wordt gebruikt als opslag en er is een groenzone voorzien van 220m² in plaats van waterdoorlatende verharding.

 

De overige zaken blijven ongewijzigd.


Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

Het betreft het veranderen (door wijziging en uitbreiding) van een vergunde klasse 2 inrichting, nl. een maatwerkbedrijf.

 

Gandae vzw is een maatwerkbedrijf dat gespecialiseerd is in het vakkundig verpakken van diverse producten in opdracht van andere bedrijven. Daarnaast biedt het werkgelegenheid aan personen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In Gent heeft het bedrijf 2 vestigingen: één langs de Gaardeniersweg en één langs de Singel. Met deze wordt de inrichting aan de Singel gewijzigd.

 

De exploitatie in de Singel 22 te Gent legt zich vooral toe op promotie-verpakkingen. Regelmatig worden ook verpakkingsopdrachten uitgevoerd voor importeurs en voor ondernemingen die nieuwe producten op de markt brengen of die hulp van buitenaf nodig hebben om productiepieken op te vangen.

 

Het bedrijf beschikt over een lopende omgevingsvergunning van onbepaalde duur.

 

Voorliggende aanvraag omvat het verplaatsen van de opslag van karton naar een nieuwe mezzanine, die in de nieuw geplaatste loods wordt aangebracht. Op een tweede mezzanine worden 5 extra verpakkingstafels geïnstalleerd. De aanvraag omvat bijgevolg de verplaatsing van de reeds vergunde activiteit opslag van papier en karton (rubriek 33.4.1°c ) en een beperkte uitbreiding van de vergunde activiteit behandelen van kunststof (rubriek 23.2.1°a). De overige reeds vergunde rubrieken zijn allemaal ‘ongewijzigd’. De uitbreiding heeft geen impact op de werkgelegenheid en leidt niet tot een significante toename van de productiecapaciteit.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

23.2.1°a)

behandelen van kunststoffen en het vervaardigen van voorwerpen uit kunststoffen andere dan rubriek 41  met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, indien de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied | De installatie van verpakkingstoestellen:

- L-sealer 3,8 kW

- L-sealer 6,5 kW

- 5 inpakmachines 1 kW | klasse 3 | Verandering

+ 15,3 kW

33.4.1°c)

opslag voor papierdeeg, papier, karton en voor waren uit papier en karton - andere dan rubriek 48 (meer dan 200 ton in een lokaal, volledig in industriegebied) | De verplaatsing van opslag van papier en karton in een lokaal naar de nieuw gebouwde mezzanine (optimalisatie ruimtegebruik) | klasse 2 | Verandering

0 ton

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

3.2.2°a) | lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | het lozen van max. 1,5 m³/uur - 12 m³/dag - 3000 m³/jaar huishoudelijk afvalwater in de openbare riolering en in een gracht | 3000 m³/jaar

15.1.2° | Stallen van 42 voertuigen: 38 heftrucks en 4 bestelwagens | 42 voertuigen

16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioninginstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een totaal vermogen van 438,065 kW | 431,065 kW

17.1.1.2° | opslagplaatsen voor aerosolen waarop minstens één gevarenpictogram is aangebracht met een gezamenlijke netto inhoud van meer dan 3000 liter tot en met 30.000 liter | opslag van 10 000 liter aoresolen in spuitbussen | 10000 liter

17.3.2.1.1.1°b) | De opslag van 0,85 ton stookolie | 0,85 ton

17.4. | De opslag van max. 2 500 l diverse gevaarlijke producten in kleine verpakkingen | 2500 liter

19.3.2°a) | Verschillende houtbewerkingsinstallaties met een totaal vermogen van 350,41 kW | 350,41 kW

19.6.2°c) | Opslag van hout in een lokaal voor een totaal volume van 3 200 m³ | 3200 m³

22.2. | Opslag van 10 ton cosmeticaproducten in spuitbussen | 10 ton

23.3.1°c) | De opslag van 2 664 ton kunststoffen en voorwerpen uit kunststoffen | 2664 ton

33.3.1°a) | Installaties voor het verpakken van goederen in kartonnen dozen, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 9,615 kW | 9,615 kW

41.5. | De opslag van 225 ton textiel | 225 ton

43.1.2°a) | Stookinstallaties op aardgas, met een vermogen van 3 x 615 kW en 600 kW, voor een totaal geïnstalleerd vermogen van 2 445 kW | 2445 kW

53.8.1°a) | Een grondwaterwinning met een jaarlijks opgepompt debiet van 500 m³/jaar. | 500 m³/jaar

 

Volgende bijstelling van de bijzondere voorwaarden wordt aangevraagd:

 

Omschrijving:

Er wordt een bijstelling gevraagd van bijzondere voorwaarde 1 opgelegd in dossier OMV_2023066296 omdat de nodige bewijsstukken aangeleverd werden:

 

1. Individuele behandeling van afvalwater (IBA)

Binnen een termijn van 3 maanden na het verlenen van de vergunning dient bewijsmateriaal overgemaakt te worden (bv. facturen, foto's, as-built plan, ...) van het plaatsen van de zuiveringsinstallaties voor LP 1 en LP 2 met vermelding van hun capaciteit (aantal I.E.). Ook een bewijs van onderhoud van de installaties en een analyseverslag waarin wordt aangetoond dat er kan voldaan worden aan de normen van Vlarem II dient overgemaakt te worden. Het rioleringsplan dient aangepast te worden aan de actuele toestand. De informatie moet doorgestuurd worden naar de dienst Toezicht van de stad Gent (toezicht@stad.gent) en de dossierhouder met vermelding van het dossiernummer. Alle onderdelen van de installaties dienen zuiver gehouden te worden (bv. vermijden opstapeling bladeren bij aanzuigpomp) zodat een goede werking van de installatie(s) kan gegarandeerd worden.

 

Motivatie:

De nodige bewijsstukken werden aangeleverd. De bijzondere voorwaarde is niet langer van toepassing.

 

Alternatief/aanvulling:

Schrapping bijzondere voorwaarde

 

HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Stedenbouwkundige vergunningen

-          2013/333 een sas tussen bestaande en vergunde loods + uitbreiding verharding voor parking en containerpark + aanpassing raamopeningen / poorten +lightcatchers op dak + kantoorruimte in loods + laadkade aangepast Vergunning 2013-07-10 College

-          2010/640 het uitbreiden van een bedrijf met loods en personeelsruimtes Vergunning 2010-09-15 College

-          2012/50 de uitbreiding van omgevingsaanleg / verharding (aanpassingen bestaande vergunde constructie) Vergunning 2012-04-05 College

-          2012/996 de uitbreiding van een loods + regularisatie voor de uitbreiding van een pomplokaal sprinklertank + uitbreiding verharding en buffergracht + luifel tussen bestaande en nieuwe loods Vergunning              2013-02-07 College

-          2001/174 de oprichting van twee opslagruimtes met kantoren, een pompgebouw en een parking Vergunning              2001-12-27 College

-          2001/173 de sloping van een leegstaand bedrijfsgebouw en 2 woningen Vergunning 2001-05-31 College

-          2014/131 het vergroten van een betonverharding voor opslagplaats Vergunning 2014-04-30 College

-          2011/482 de uitbreiding van een bedrijf met een loods (aanpassingen bestaand vergund dossier) Vergunning              2011-08-18 College

-          2013/863 het aanleggen van een betonverharding voor opslagplaats + de oprit naar de betonverharding Vergunning 2013-12-19 College

-          2003/242 de uitbreiding van een loods en het bouwen van een industriegebouw Vergunning 2003-06-26 College

-          2004/976 het plaatsen van een bergplaats in functie van het onderhoud van de buitenaanleg Vergunning 2005-06-16 College

-          2003/862 de bouw van een tank voor een sprinklerinstallatie met bijbehorende pompinstallatie Vergunning 2004-02-26 College

-          2017/01207 Dig de aanleg van een betonverharding en de plaatsing van een tijdelijke constructie als opslagruimte Vergunning 2018-02-01 College

 

Omgevingsvergunningen

- Op 31/10/2018 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een nieuwe asfaltverharding voor het maken 16 parkeersplaatsen, het aanleggen van nieuwe asfalt en betonverharding om nodige verbindingen te maken tussen de circulatieweg en loods enerzijds en tussen de circulatieweg en de reeds vergunde betonverharding voor opslag van materialen, het herindelen van een bestaande loods waarbij 2 structurele openingen worden voorzien en het regulariseren van het profiel van de reeds vergunde loods. (OMV_2018068452)

- Op 01/04/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een nieuwe betonverharding voor 35 parkeerplaatsen en het verplaatsen van de bestaande toegang naar perceelsgrens. (OMV_2020124613)

- Op 18/08/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het hernieuwen en veranderen van een vergunning voor een bestaand maatwerkbedrijf. (OMV_2022051660)

- Op 11/01/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het uitbreiden en veranderen van een maatwerkbedrijf, het slopen van het bestaande kantoorgebouw en refter, het plaatsen van 2 tijdelijke containers. (OMV_2023066296)

- Op 26/09/2024 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van een bronbemaling nodig voor het plaatsen van rioleringsputten. (OMV_2024119695)

 

Milieuvergunningen

- Op 11/09/2003 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een beschermde werkplaats. (10360/E/1)

- Op 02/12/2010 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door uitbreiding met een nieuw atelier) van een beschermde werkplaats. (10360/E/2)

- Op 12/09/2013 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door wijziging/uitbreiding) van een beschermde werkplaats. (10360/E/3)

 

BEOORDELING AANVRAAG

EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

FLUXYS

Voorwaardelijk gunstig advies van Fluxys NV afgeleverd op 28 februari 2025 onder ref. TPW-OL-2025197853:
Advies Fluxys

 

ASTRID

Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken - ASTRID afgeleverd op 25 februari 2025 onder ref. 10282:
Beslissing/Advies Veiligheidscommissie ASTRID.

 

Motivatie, zie bijlage omgevingloket. 

 

BRANDWEER

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 25 februari 2025 onder ref. 053979-012/MN/2025:
Besluit industriegebouw: 

GUNSTIG, mits te voldoen aan de hiervoor vermelde maatregelen en reglementeringen.

 

Bijzondere aandachtspunten: 

- Zelfs indien er geen rook- en warmteafvoerinstallatie moet voorzien worden, moet het gebouw of het compartiment toch kunnen verlucht worden. 

- Volgens de ingediende plannen is er in het magazijn en de productie een sprinklerinstallatie voorzien. Ook onder de tussenvloer van de productie moet de sprinklerinstallatie voorzien worden.

Besluit kantoorgedeelte: GUNSTIG, mits te voldoen aan de hiervoor vermelde maatregelen en reglementeringen .

 

Besluit milieutechnische aspecten: GUNSTIG, mits te voldoen aan de hiervoor vermelde maatregelen en reglementeringen.

 

NORTH SEA PORT 

Gunstig advies van North Sea Port afgeleverd op 3 maart 2025 onder ref. 2025-026:
Wij verwijzen naar uw bovenvermelde adviesvraag via het Omgevingsloket van 10/02/2025 met referentie OMV_2024160529.

De aanvraag heeft betrekking op terrein in privaat eigendom.

De werken kunnen gunstig geadviseerd worden.

 

TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

 

Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.
 

De activiteit van het bedrijf betreft een gevestigde productiebedrijf en is dus in overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

 

Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

 

Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

 

Gewestelijke verordening voetgangersverkeer

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

 

Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste  gemeenteweg (havenweg)

 

Archeologienota

Het dossier bevat een archeologienota (ID 26604). Van deze nota is akte genomen door het agentschap Onroerend Erfgoed op 13 juli 2023. De archeologienota toont gemotiveerd aan dat er geen verder archeologisch onderzoek moet plaatsvinden.

 

WATERPARAGRAAF

Ligging project 

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van North Sea Port en in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop. 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het is momenteel bebouwd.

 

Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

Het betreft het wijzigen van de bestaande omgevingsvergunning met referentie OMV_2023066296. De voorgestelde aanpassingen betreffen interne verbouwingen. T.o.v. de vergunde toestand is er geen uitbreiding in dakoppervlaktes of verharde oppervlaktes. De bepalingen in de GSV en het ABR m.b.t. hemelwater zijn niet van toepassing.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Volgens de pluviale overstromingskaart bestaat er een middelgrote overstromingskans ter hoogte van het project. De voorwaarden en opmerkingen in de oorspronkelijke vergunning OMV_2023066296 in verband met het water blijven integraal van toepassing.

 

Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.

 

Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

 

NATUURTOETS

De gevraagde stedenbouwkundige handelingen betreffen het anders uitvoeren van een eerder vergund project. Voor de gevraagde wijziging wordt aangenomen dat er geen bijkomende mobiliteit wordt gegenereerd, nog andere stationaire bronnen zullen gebruikt worden dan diegene die reeds aanwezig zijn voor het oorspronkelijke bouwproject.

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

 

PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

 

BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.


OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
 

De kleine aanpassingen ten aanzien van de oorspronkelijke vergunning zijn aanvaardbaar, de volumes zijn en blijven qua vormgeving, volumetrie en materiaalgebruik aanvaardbaar binnen de omgevende bebouwing en zullen dan ook als niet storend ervaren worden. De werken zijn functioneel inpasbaar in de omgeving rekening houdend met de gewestplanbestemming. Het ontwerp zal zich ruimtelijk inpassen in de omgeving.
De geïntegreerde woongelegenheid als conciërge is aanvaardbaar in functie van de goede werking van het bedrijf. Deze woning is voldoende ruim en heeft door de buitenruimte gekoppeld aan de leefruimte voldoende woonkwaliteit.
Er werd geen extra waardevol groen of boom verwijderd door het uitvoeren van de plannen overeenkomstig de nu ingediende regularisatie.

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

Aspect algemeen

De opslag van papier en karton (rubriek 33.4.1.c) wordt met voorliggende aanvraag verplaatst naar de nieuwe mezzanine in de nieuw gebouwde loods.

Met betrekking tot de opslag van papier zijn in Vlarem bepalingen opgenomen rond de regelmatige controle van de elektrische installaties, het voorzien van voldoende geschikte en bereikbare blustoestellen en de verwarming mag niet geschieden met toestellen die een vlam of gloeiend oppervlak vertonen. In kader van veiligheid dienen deze bepalingen van Vlarem (hoofdstuk 5.33) strikt te worden opgevolgd.

 

Daarnaast wordt de rubriek 23.2.1.a met 15,3 kW uitgebreid tot 81,13 kW. Op een tweede mezzanine worden extra verpakkingstafels geïnstalleerd. Er komen volgens de aanvrager bij de behandeling geen emissies vrij.

 

Aspect geluid

De aangevraagde wijzigingen op zich zullen geen aanleiding geven tot een verhoogde geluidsemissie.

 

Aspect brandveiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 053979-012/MN/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Aspect wijziging van de bijzondere voorwaarde

Met voorliggende aanvraag wordt een bijstelling gevraagd van de bijzondere voorwaarde :

“1. Individuele behandeling van afvalwater (IBA)

Binnen een termijn van 3 maanden na het verlenen van de vergunning dient bewijsmateriaal overgemaakt te worden (bv. facturen, foto's, as-built plan, ...) van het plaatsen van de zuiveringsinstallaties voor LP 1 en LP 2 met vermelding van hun capaciteit (aantal I.E.). Ook een bewijs van onderhoud van de installaties en een analyseverslag waarin wordt aangetoond dat er kan voldaan worden aan de normen van Vlarem II dient overgemaakt te worden. Het rioleringsplan dient aangepast te worden aan de actuele toestand. De informatie moet doorgestuurd worden naar de dienst Toezicht van de stad Gent (toezicht@stad.gent) en de dossierhouder met vermelding van het dossiernummer. Alle onderdelen van de installaties dienen zuiver gehouden te worden (bv. vermijden opstapeling bladeren bij aanzuigpomp) zodat een goede werking van de installatie(s) kan gegarandeerd worden.”

Deze bijzondere voorwaarde werd reeds geschrapt in OMV_2023066296.

De gevraagde bijstelling van de bijzondere voorwaarde is bijgevolg zonder voorwerp.

 

Aspect gecoördineerde bijzondere voorwaarden

In dossier OMV_2023066296 werden volgende bijzondere voorwaarden opgenomen. Deze worden hieronder besproken:

 

1 Effluent IBA’s

Na uitvoering van de bouwwerken en in gebruikname van de site dient en analyseverslag van het effluent van de nieuwe IBA’s (LP5 en LP12) opgestuurd te worden naar de dienst toezicht (toezicht@stad.gent) waarin wordt aangetoond dat er kan voldaan worden aan de normen van Vlarem II.

De nieuwe IBA’s zijn op heden nog niet geplaatst/nog niet in werking.

Deze voorwaarde wordt behouden.

 

2. Grondwaterwinning

-          In afwijking van de artikels 5.53.3.1 en 5.53.3.3 van Vlarem II dient elke winningsput te worden uitgerust met een debietmeter, geplaatst voor het 1ste aftappunt van het gewonnen grondwater. Voor winningsputten voorzien van een dompelpomp wordt de debietmeter geplaatst in de toezichtskamer van de pompput, voor winningsputten met een bovengrondse pomp onmiddellijk na de pomp. Maandelijks dient de tellerstand van elke debietmeter genoteerd te worden in een register.

-          In afwijking van artikel 5.53.2.2 van VLAREM II moet in de winningsput een rechte peilbuis worden voorzien, met een diameter van minstens 25 mm, waarin een peillood of logger kan neergelaten worden voor het meten van het grondwaterpeil.

-          In afwijking van artikel 5.53.4.5 van VLAREM II moet de kwaliteit van het opgepompte ruwe grondwater minstens eenmalig worden geanalyseerd. Het grondwaterstaal moet rechtstreeks uit de boorput worden genomen en door het laboratorium zelf worden genomen.

De volgende parameters moeten worden bepaald: pH, elektrische geleidbaarheid (in μS/cm), zuurstofgehalte (in mg/l), temperatuur, totale hardheid (in°F), tijdelijke hardheid (in°F), alkaliniteit t.o.v. methyloranje, alkaliniteit t.o.v. fenolftaleïne, minerale olie, arseen en tevens minstens de volgende ionen (in mg/l); de ionenbalans moet hierbij in evenwicht zijn:

 

Anionen

SO42-

NO3-

PO43-

OH-

F-

 

NO2-

Cl-

CO32-

HCO3-

 

Kationen

Ca2+

Na+

NH4+

Fe2+

 

 

K+

Mg2+

Mn2+

Fe3+

 

 

De ionenbalans moet hierbij in evenwicht zijn; d.w.z. dat de fout op de ionenbalans maximum 5 % mag bedragen. Deze fout kan als volgt berekend worden:

(kationentotaal – anionentotaal)/(kationentotaal + anionentotaal) < 0,05. Deze analyses dienen bovendien aangevuld te worden met een onderzoek inzake de bacteriologische kwaliteit op volgende parameters: totale kiemen bij 37°C/ml, totale colibacteriën/100ml, fecale colibacteriën/100ml, intestinale enterococcen/100ml.

-          Uiterlijk 90 dagen na aanleg van de boorput dient de correcte boorstaat en boorschema van de boorput, met vermelding van de exacte diepte van de boorput, lengte en plaats van de filter, naam en adres van de boorfirma, datum van boring, alsook een plannetje met aanduiding van de boorlocatie en een meting van het peil in rust en in werking, meegedeeld te worden aan VMM, AOW (Raymonde de Larochelaan 1, 9051 Gent).

-          Om verontreiniging van de watervoerende laag te vermijden, dienen de winningsputten bovenaan steeds goed te worden afgesloten. In het bijzonder dient vermeden te worden dat verontreiniging, insijpelend regenwater, oppervlaktewater of ondiep grondwater van bovenaf in de winningsputten terechtkomt.’

 

Deze voorwaarde wordt behouden.

 

3. Voertuigen

Om geluids- en luchthinder te vermijden moeten de motoren van de bedrijfsvoertuigen evenwel tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen, e.d..’

 

Deze voorwaarde wordt behouden.

 

4. Brandveiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 053979-007/DVDS/2022 en 053979-009/MN/2023) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.’

 

In het kader van onderhavig dossier werd opnieuw een advies verleend door Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie (053979-012/MN/2025). Bijgevolg wordt deze bijzondere voorwaarde hernomen en geactualiseerd naar het meest recente advies.

 

CONCLUSIE

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

23.2.1°a)

behandelen van kunststoffen en het vervaardigen van voorwerpen uit kunststoffen andere dan rubriek 41  met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, indien de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied | De installatie van verpakkingstoestellen:

- L-sealer 3,8 kW

- L-sealer 6,5 kW

- 5 inpakmachines 1 kW | Verandering

+15,3 kW

33.4.1°c)

opslag voor papierdeeg, papier, karton en voor waren uit papier en karton - andere dan rubriek 48 (meer dan 200 ton in een lokaal, volledig in industriegebied) | De verplaatsing van opslag van papier en karton in een lokaal naar de nieuw gebouwde mezzanine (optimalisatie ruimtegebruik) | Verandering

0 ton

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20210409-0030) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.2.2°a)

lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | het lozen van max. 1,5 m³/uur - 12 m³/dag - 3000 m³/jaar huishoudelijk afvalwater in de openbare riolering en in een gracht | klasse 3

3000 m³/jaar

15.1.2°

al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | Stallen van 42 voertuigen: 38 heftrucks en 4 bestelwagens | klasse 2

42 voertuigen

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioninginstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een totaal vermogen van 438,065 kW | klasse 2

431,065 kW

17.1.1.2°

opslagplaatsen voor aerosolen waarop minstens één gevarenpictogram is aangebracht met een gezamenlijke netto inhoud van meer dan 3000 liter  tot en met 30.000 liter | opslagplaatsen voor aerosolen waarop minstens één gevarenpictogram is aangebracht met een gezamenlijke netto inhoud van meer dan 3000 liter tot en met 30.000 liter | opslag van 10 000 liter aoresolen in spuitbussen | klasse 2

10000 liter

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | De opslag van 0,85 ton stookolie | klasse 3

0,85 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | De opslag van max. 2 500 l diverse gevaarlijke producten in kleine verpakkingen | klasse 3

2500 liter

19.3.2°a)

andere inrichtingen voor het mechanisch behandelen en het vervaardigen van artikelen van hout en dergelijke dan de inrichtingen, vermeld in rubriek 19.8, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Verschillende houtbewerkingsinstallaties met een totaal vermogen van 350,41 kW | klasse 2

350,41 kW

19.6.2°c)

opslagplaatsen van hout van meer dan 200 m³ in een lokaal, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is een ander gebied dan industriegebied | Opslag van hout in een lokaal voor een totaal volume van 3 200 m³ | klasse 2

3200 m³

22.2.

opslagplaatsen voor cosmetische stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een capaciteit van meer dan 10 ton | Opslag van 10 ton cosmeticaproducten in spuitbussen | klasse 2

10 ton

23.2.1°a)

behandelen van kunststoffen en het vervaardigen van voorwerpen uit kunststoffen andere dan rubriek 41  met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, indien de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied | Installaties voor het behandelen van kunststof met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 81,13 kW | klasse 3

81,13 kW

23.3.1°c)

opslag van kunststoffen en van voorwerpen uit kunststoffen - andere dan rubriek 41 en 48 (meer dan 200 ton in lokaal) indien volledig gelegen in een industriegebied | De opslag van 2 664 ton kunststoffen en voorwerpen uit kunststoffen | klasse 2

2664 ton

33.3.1°a)

behandelen van papier en karton voor het vervaardigen van waren uit papier of karton met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Installaties voor het verpakken van goederen in kartonnen dozen, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 9,615 kW | klasse 3

9,615 kW

33.4.1°c)

opslag voor papierdeeg, papier, karton en voor waren uit papier en karton - andere dan rubriek 48 (meer dan 200 ton in een lokaal, volledig in industriegebied) | De totale opslag van 1 500 ton papier en karton in een lokaal | klasse 2

1500 ton

41.5.

opslagplaats voor textiel en voor textielwaren met een capaciteit van meer dan 10 ton | De opslag van 225 ton textiel | klasse 3

225 ton

43.1.2°a)

stookinstallaties (meer dan 2 000 kW tot en met 5 000 kW) wanneer het een inrichting betreft vermeld in sub 1°, a) of b) | Stookinstallaties op aardgas, met een vermogen van 3 x 615 kW en 600 kW, voor een totaal geïnstalleerd vermogen van 2 445 kW | klasse 2

2445 kW

53.8.1°a)

andere boringen van grondwaterwinningsputten en grondwaterwinning dan de boringen, vermeld in rubriek 53.1 tot en met 53.7 en 53.12, waarvan het totaal opgepompte debiet kleiner is dan of gelijk is aan 5000 m³ per jaar en alle putten een diepte hebben die kleiner is dan of gelijk is aan het locatiespecifieke dieptecriterium, zoals weergegeven op de kaart in bijlage 2ter van dit besluit | Een grondwaterwinning met een jaarlijks opgepompt debiet van 500 m³/jaar. | klasse 3

500 m³/jaar

 

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor een aanpassing in het ontwerp van het kantoor + conciërgewoning en de loods ten opzichte van de vergunde toestand OMV_2023066296 en het veranderen van een maatwerkbedrijf aan GANDAE - WELZIJN & WERK OP MAAT vzw (O.N.:0406711201) gelegen te Singel 22, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

De rubrieken voor de inrichting/activiteit Gandae vzw Singel met inrichtingsnummer 20210409-0030 beslist het college als volgt:

 

Vergunde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

23.2.1°a)

behandelen van kunststoffen en het vervaardigen van voorwerpen uit kunststoffen andere dan rubriek 41  met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, indien de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied | De installatie van verpakkingstoestellen:

- L-sealer 3,8 kW

- L-sealer 6,5 kW

- 5 inpakmachines 1 kW | Verandering

15,3 kW

33.4.1°c)

opslag voor papierdeeg, papier, karton en voor waren uit papier en karton - andere dan rubriek 48 (meer dan 200 ton in een lokaal, volledig in industriegebied) | De verplaatsing van opslag van papier en karton in een lokaal naar de nieuw gebouwde mezzanine (optimalisatie ruimtegebruik) | Verandering

0 ton

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20210409-0030) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.2.2°a)

lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | het lozen van max. 1,5 m³/uur - 12 m³/dag - 3000 m³/jaar huishoudelijk afvalwater in de openbare riolering en in een gracht | klasse 3

3000 m³/jaar

15.1.2°

al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | Stallen van 42 voertuigen: 38 heftrucks en 4 bestelwagens | klasse 2

42 voertuigen

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioninginstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een totaal vermogen van 438,065 kW | klasse 2

431,065 kW

17.1.1.2°

opslagplaatsen voor aerosolen waarop minstens één gevarenpictogram is aangebracht met een gezamenlijke netto inhoud van meer dan 3000 liter  tot en met 30.000 liter | opslagplaatsen voor aerosolen waarop minstens één gevarenpictogram is aangebracht met een gezamenlijke netto inhoud van meer dan 3000 liter tot en met 30.000 liter | opslag van 10 000 liter aoresolen in spuitbussen | klasse 2

10000 liter

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | De opslag van 0,85 ton stookolie | klasse 3

0,85 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | De opslag van max. 2 500 l diverse gevaarlijke producten in kleine verpakkingen | klasse 3

2500 liter

19.3.2°a)

andere inrichtingen voor het mechanisch behandelen en het vervaardigen van artikelen van hout en dergelijke dan de inrichtingen, vermeld in rubriek 19.8, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Verschillende houtbewerkingsinstallaties met een totaal vermogen van 350,41 kW | klasse 2

350,41 kW

19.6.2°c)

opslagplaatsen van hout van meer dan 200 m³ in een lokaal, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is een ander gebied dan industriegebied | Opslag van hout in een lokaal voor een totaal volume van 3 200 m³ | klasse 2

3200 m³

22.2.

opslagplaatsen voor cosmetische stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een capaciteit van meer dan 10 ton | Opslag van 10 ton cosmeticaproducten in spuitbussen | klasse 2

10 ton

23.2.1°a)

behandelen van kunststoffen en het vervaardigen van voorwerpen uit kunststoffen andere dan rubriek 41  met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, indien de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied | Installaties voor het behandelen van kunststof met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 81,13 kW | klasse 3

81,13 kW

23.3.1°c)

opslag van kunststoffen en van voorwerpen uit kunststoffen - andere dan rubriek 41 en 48 (meer dan 200 ton in lokaal) indien volledig gelegen in een industriegebied | De opslag van 2 664 ton kunststoffen en voorwerpen uit kunststoffen | klasse 2

2664 ton

33.3.1°a)

behandelen van papier en karton voor het vervaardigen van waren uit papier of karton met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Installaties voor het verpakken van goederen in kartonnen dozen, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 9,615 kW | klasse 3

9,615 kW

33.4.1°c)

opslag voor papierdeeg, papier, karton en voor waren uit papier en karton - andere dan rubriek 48 (meer dan 200 ton in een lokaal, volledig in industriegebied) | De totale opslag van 1 500 ton papier en karton in een lokaal | klasse 2

1500 ton

41.5.

opslagplaats voor textiel en voor textielwaren met een capaciteit van meer dan 10 ton | De opslag van 225 ton textiel | klasse 3

225 ton

43.1.2°a)

stookinstallaties (meer dan 2 000 kW tot en met 5 000 kW) wanneer het een inrichting betreft vermeld in sub 1°, a) of b) | Stookinstallaties op aardgas, met een vermogen van 3 x 615 kW en 600 kW, voor een totaal geïnstalleerd vermogen van 2 445 kW | klasse 2

2445 kW

53.8.1°a)

andere boringen van grondwaterwinningsputten en grondwaterwinning dan de boringen, vermeld in rubriek 53.1 tot en met 53.7 en 53.12, waarvan het totaal opgepompte debiet kleiner is dan of gelijk is aan 5000 m³ per jaar en alle putten een diepte hebben die kleiner is dan of gelijk is aan het locatiespecifieke dieptecriterium, zoals weergegeven op de kaart in bijlage 2ter van dit besluit | Een grondwaterwinning met een jaarlijks opgepompt debiet van 500 m³/jaar. | klasse 3

500 m³/jaar

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 053979-012/MN/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

 

Volgende bijzondere voorwaarden van de ingedeelde inrichting of activiteit wordt bijgesteld:

Volgende bijstelling is zonder voorwerp: Deze bijzondere voorwaarde werd reeds geschrapt in OMV_2023066296.

 

Volgende geactualiseerde milieuvoorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:

‘1 Effluent IBA’s

Na uitvoering van de bouwwerken en in gebruikname van de site dient en analyseverslag van het effluent van de nieuwe IBA’s (LP5 en LP12) opgestuurd worden naar de dienst toezicht (toezicht@stad.gent) waarin wordt aangetoond dat er kan voldaan worden aan de normen van Vlarem II.

 

‘2. Grondwaterwinning

-          In afwijking van de artikels 5.53.3.1 en 5.53.3.3 van Vlarem II dient elke winningsput te worden uitgerust met een debietmeter, geplaatst voor het 1ste aftappunt van het gewonnen grondwater. Voor winningsputten voorzien van een dompelpomp wordt de debietmeter geplaatst in de toezichtskamer van de pompput, voor winningsputten met een bovengrondse pomp onmiddellijk na de pomp. Maandelijks dient de tellerstand van elke debietmeter genoteerd te worden in een register.

-          In afwijking van artikel 5.53.2.2 van VLAREM II moet in de winningsput een rechte peilbuis worden voorzien, met een diameter van minstens 25 mm, waarin een peillood of logger kan neergelaten worden voor het meten van het grondwaterpeil.

-          In afwijking van artikel 5.53.4.5 van VLAREM II moet de kwaliteit van het opgepompte ruwe grondwater minstens eenmalig worden geanalyseerd. Het grondwaterstaal moet rechtstreeks uit de boorput worden genomen en door het laboratorium zelf worden genomen.

De volgende parameters moeten worden bepaald: pH, elektrische geleidbaarheid (in μS/cm), zuurstofgehalte (in mg/l), temperatuur, totale hardheid (in°F), tijdelijke hardheid (in°F), alkaliniteit t.o.v. methyloranje, alkaliniteit t.o.v. fenolftaleïne, minerale olie, arseen en tevens minstens de volgende ionen (in mg/l); de ionenbalans moet hierbij in evenwicht zijn:

 

Anionen

SO42-

NO3-

PO43-

OH-

F-

 

NO2-

Cl-

CO32-

HCO3-

 

Kationen

Ca2+

Na+

NH4+

Fe2+

 

 

K+

Mg2+

Mn2+

Fe3+

 

 

De ionenbalans moet hierbij in evenwicht zijn; d.w.z. dat de fout op de ionenbalans maximum 5 % mag bedragen. Deze fout kan als volgt berekend worden:

(kationentotaal – anionentotaal)/(kationentotaal + anionentotaal) < 0,05. Deze analyses dienen bovendien aangevuld te worden met een onderzoek inzake de bacteriologische kwaliteit op volgende parameters: totale kiemen bij 37°C/ml, totale colibacteriën/100ml, fecale colibacteriën/100ml, intestinale enterococcen/100ml.

-          Uiterlijk 90 dagen na aanleg van de boorput dient de correcte boorstaat en boorschema van de boorput, met vermelding van de exacte diepte van de boorput, lengte en plaats van de filter, naam en adres van de boorfirma, datum van boring, alsook een plannetje met aanduiding van de boorlocatie en een meting van het peil in rust en in werking, meegedeeld te worden aan VMM, AOW (Raymonde de Larochelaan 1, 9051 Gent).

-          Om verontreiniging van de watervoerende laag te vermijden, dienen de winningsputten bovenaan steeds goed te worden afgesloten. In het bijzonder dient vermeden te worden dat verontreiniging, insijpelend regenwater, oppervlaktewater of ondiep grondwater van bovenaf in de winningsputten terechtkomt.’

 

‘3. Voertuigen

Om geluids-en luchthinder te vermijden moeten de motoren van de bedrijfsvoertuigen evenwel tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen, e.d..’

 

‘4. Brandveiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 053979-007/DVDS/2022 en 053979-009/MN/2023) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.’

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.


Bijzondere voorwaarde voor de geplande werken:

 

De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 25 februari 2025 met kenmerk 053979-012/MN/2025).

Het advies van North Sea Port Flanders (advies van 3 maart 2025, met kenmerk 2025-026) moeten strikt nageleefd worden.

 

De voorwaarden opgenomen in het advies van Fluxys NV (advies van 28 februari 2025, met kenmerk TPW-OL-2025197853) moeten strikt nageleefd worden.

 

De voorwaarden opgenomen in het advies van Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken (advies van 25 februari 2025, met kenmerk 10282) moeten strikt nageleefd worden.

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Openbaar domein:
De bouwheer is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer.