Terug
Gepubliceerd op 04/04/2025

2025_CBS_03138 - OMV_2025002683 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van niet zaakgebonden publiciteit op een vrijstaande gevel - zonder openbaar onderzoek - Drongensesteenweg, 9000 Gent - Tijdelijke Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 03/04/2025 - 09:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 03/04/2025 - 10:42
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Hafsa El-Bazioui, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Afwezig

Astrid De Bruycker, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Hafsa El-Bazioui, schepen
2025_CBS_03138 - OMV_2025002683 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van niet zaakgebonden publiciteit op een vrijstaande gevel - zonder openbaar onderzoek - Drongensesteenweg, 9000 Gent - Tijdelijke Vergunning 2025_CBS_03138 - OMV_2025002683 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van niet zaakgebonden publiciteit op een vrijstaande gevel - zonder openbaar onderzoek - Drongensesteenweg, 9000 Gent - Tijdelijke Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent tijdelijk de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

JCDECAUX BILLBOARD BELGIUM NV met als contactadres Joseph Stevensstraat 7, 1000 Brussel heeft een aanvraag (OMV_2025002683) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 9 januari 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

• Onderwerp: het plaatsen van niet zaakgebonden publiciteit op een vrijstaande gevel

• Adres: Drongensesteenweg 199-205, 9000 Gent

• Kadastrale gegevensafdeling 16 sectie K nr. 689X2

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 5 februari 2025.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 19 maart 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG


1.   BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De bouwplaats ligt aan de rand van de 19e-eeuwse stadsgordel Brugse Poort langs de gewestweg Drongensesteenweg. De omgeving kenmerkt zich als een verdichte woonomgeving van hoofdzakelijk aaneengesloten rij- of handelswoningen van drie bouwlagen. 

De bouwplaats betreft de blinde zijgevel van een meergezinswoning, gelegen naast de doorgang naar een achtergelegen warenhuis. 

 

De aanvraag betreft opnieuw het behoud van een verlicht aankondigingsbord van 15 m² tegen de zijgevel die de doorgang flankeert. Het paneel in een grijs aluminium frame hangt op 7,60 m boven het trottoirpeil en op 50 cm van de voorgevel. Onder het paneel hangt een loopbrug, welke 1 m uit het gevel steekt. Boven het paneel hangen 6 TL-lampen met schemerschakelaar. De betreffende muur is een bakstenen gevel in paramentsteen.

 

In 2003 werd een 1e tijdelijke vergunning voor deze constructie verleend. Nadien volgden nog 3 tijdelijke vergunningen (steeds na vaststelling van een overtreding door Toezicht): een eerste in 2008 en een tweede in 2014 (na beroep bij de Deputatie) en een laatste in 2019 (na beroep bij de Deputatie) voor een geldigheidsperiode van 5 jaar. Deze aanvraag volgt hier uit om een verlenging te verkrijgen voor de vergunning van de publiciteitsinrichting.

 

2.   HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend: 

Omgevingsvergunningen 

  • Op 12/09/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de plaatsing van een verlichte reclame inrichting en het behouden van één verlicht aankondigingsbord (15 m²) met loopbrug tegen de zijgevel. (OMV_2019035914).

 

Stedenbouwkundige vergunningen 

  • Op 23/01/2003 werd een vergunning afgeleverd voor de plaatsing van een verlichte reclame-inrichting van 15 m². (2002/886).
  • Op 03/07/2008 werd een vergunning afgeleverd voor het behouden van een verlicht aankondigingsbord van 15m² met loopbrug tegen de zijgevel. (2008/437).
  • Op 06/02/2014 werd een vergunning afgeleverd voor het behouden van één verlicht aankondigingsbord van beperkte omvang (15 m²) met loopbrug tegen de zijgevel. (2013/738).


 

BEOORDELING AANVRAAG


3.   EXTERNE ADVIEZEN

Volgend extern advies is gegeven 

 

Voorwaardelijk gunstig advies van AWV - District Gent Gewestwegen afgeleverd op 26 februari 2025 onder ref. AV/411/2025/00213:
Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert GUNSTIG betreffende de voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met hoger vermelde inlichtingen en beperkingen.

 

Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de hierna omschreven aandachtspunten. Deze zijn te raadplegen in het advies in het Omgevingsloket.

 

4.   TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
     4.1 Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. 

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005 ), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023) 

Zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening publiciteit

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van de gewestelijke publiciteitsverordening. (Besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023) 

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening. Om tegemoet te komen aan artikel 6 van de gewestelijke publiciteitsverordening wordt een dimmer opgelegd als bijzondere voorwaarde.

      4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gewestweg.


5.   WATERPARAGRAAF 

5.1. Ligging project 

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop. 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project: 

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- aan de straat gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het perceel is momenteel bebouwd. 

 

5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel blijft ongewijzigd. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het algemeen bouwreglement van de stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Volgens de pluviale overstromingskaart bestaat er een middelgrote overstromingskans ter hoogte van de wegenis. Indien de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement inzake hemelwater correct toegepast worden, wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3. Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat. 


6.   NATUURTOETS

Er is geen waardevol groen of boom verwijderd.

De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen. 

 

Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.


7.   PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.


8.   BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen. 


9.   OMGEVINGSTOETS 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening De laatste tijdelijke vergunning voor dit paneel werd door de stad Gent verleend op 3 juli 2008 (dossier met referentienummer 2008/437). Als motivatie voor de toenmalige verlenging en aanpassing van de tijdelijke stedenbouwkundige vergunning 2002/886 werd in de vergunning 2008/437 gesteld dat het reclamepaneel kon worden aanvaard gezien het uitgesproken heterogene handelskarakter van de straat, gezien het om een blinde wachtgevel ging, uitgevende op de inrit naar de parking van een grootwarenhuis en gezien de gevels volwaardig zijn afgewerkt met parementsteen. Hieruit werd geconcludeerd dat er geen stedenbouwkundig bezwaar was tegen een nieuwe tijdelijke vergunning voor een periode van 5 jaar. 

Een daaropvolgende aanvraag tot verlenging van de tijdelijke vergunning (dossier met referentienummer 2013/738) werd door de stad Gent geweigerd op basis van volgende motivatie:

“De ruimtelijke situatie is onveranderd gebleven, maar met de aanwezigheid van dit reclamepaneel is ondertussen reeds 10 jaar een meer definitieve invulling van het perceel onder de vorm van een gebouw verhinderd. Een reclamepaneel tegen een wachtgevel kan niet worden beschouwd als een duurzame afwerking van een blinde gevel, doch betreft slechts een tijdelijke invulling in afwachting van de bebouwing van het terrein. Daar het reclamepaneel in kwestie zich reeds meer dan 10 jaar op deze locatie bevindt kan niet meer gesproken worden met een tijdelijke invulling. Om deze reden kan niet akkoord gegaan worden met een verlenging van de plaatsing van een tijdelijke constructie die een meer kwalitatieve en definitieve afwerking in de weg staat. 

 

Tussen de beide gevels waartussen de inrit van de supermarkt is gesitueerd kan immers een overbouwing gebeuren zonder de functie van het terrein als inrit naar de supermarkt te verliezen. Een bouwvolume aan de straatzijde van het perceel betreft een stedenbouwkundig verantwoorde afwerking van het terrein in tegenstelling tot een verlicht reclamepaneel.

 

Het betreft in dit geval bovendien geen reclamepaneel als (noodzakelijke) directe kennisgeving van de plaatselijk uitgeoefende handelsactiviteit, namelijk een grootwarenhuis, zoals ook blijkt uit de visualisering met reclame voor een bank. Het paneel dient voor eenvoudig verwisselbare reclameaffiches en heeft geen binding met het grootwarenhuis op het perceel.

 

In de onmiddellijke omgeving komen reeds diverse reclame-inrichtingen voor. De bouwplaats mag geen verzamelplaats worden voor een uitbreidende reeks reclamepanelen. Deze reeds verdichte woonomgeving staat al sterk onder druk van het commerciële karakter van deze handelsstraat. Deze plek mag niet verder onnodig gedomineerd worden door verlichte reclamepanelen welke geen rechtstreekse band hebben met de hier uitgeoefende handelsactiviteiten. 

 

Omwille van voorgaande redenen kan de verlenging van het verlichte reclamepaneel vanuit het oogpunt van de goede ruimtelijke ordening niet worden aanvaard”. 


Ook in 2019 werd deze argumentatie hernomen en werd geoordeeld dat de aanvraag nog steeds niet in overeenstemming was met de goede ruimtelijke ordening en werd deze opnieuw geweigerd.

 

Ook vandaag wordt dezelfde argumentatie gevolgd, en beklemtoond dat de publiciteit niet zaakgebonden is en dat het telkens opnieuw vergunnen van het reclamepaneel het tijdelijk karakter verleend in de vergunning van 2008 volledig teniet doet. De aanvraag is ook vandaag nog steeds niet in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening en wordt opnieuw geweigerd.


CONCLUSIE 

Ongunstig, de publiciteitsinrichting is niet zaakgebonden, is niet inpasbaar in de dichte woonomgeving en is niet verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg. 


   

Waarom wordt deze beslissing genomen?

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen. 


Het college van burgemeester en schepenen sluit zich niet aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar. De vaststelling is immers dat het realiseren van een overbouwing met woonfunctie, gelet op de morfologie van de inrit, in de feiten onhaalbaar is.

Enerzijds omwille van de benodigde vrije hoogte die vereist is om vrachtwagens toe te laten voor de bevoorrading van de supermarkt, evenals de toegang voor de brandweer. Anderzijds omdat de bereikbaarheid van woningen of andere lokalen in de overbouwing vereist dat er een verticale circulatie wordt voorzien, die de doorgang aanzienlijk zou versmallen, hetgeen zou leiden tot een verminderde toegankelijkheid en zichtbaarheid, voor personenwagens, voetgangers en fietsers, maar zeker voor vrachtwagens.

Een overbouwing is hierom in de feiten alleen mogelijk als onderdeel van een grondige verbouwing of sloop en herbouw van een van de naastliggende panden. Om deze toekomstige – stedenbouwkundig meer ideale – situatie niet te hypothekeren wordt de vergunning slechts voor bepaalde duur verleend (5 jaar).


Communicatie

 

 

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent de omgevingsvergunning voor het plaatsen van niet zaakgebonden publiciteit op een vrijstaande gevel aan JCDECAUX BILLBOARD BELGIUM nv (O.N.:0444436776) gelegen te Drongensesteenweg 199-205, 9000 Gent. 

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.  

  

Artikel 2

TERMIJN

Verleent de vergunning voor bepaalde duur voor een termijn van  4 april 2025 tot en met
3 april 2030. 


Artikel 3

Legt volgende voorwaarden op:


Dimmer
Om alle vormen van lichthinder of lichtvervuiling tegen te gaan, wordt gevraagd om een dimmer te voorzien op de lichtinstallatie. Bij vermoeden/melding van lichthinder zal ter plaatse a.d.h.v. een proefopstelling geëvalueerd en bepaald worden hoeveel de lichtinstallatie moet gedimd worden (conform bestaande normen en richtlijnen).
Aangezien er geen knipperende of bewegende publiciteit wordt aangevraagd, wordt het ook niet toegestaan.

Voorwaarden wegbeheerder
De aandachtspunten zoals opgenomen in het advies van Agentschap Wegen en Verkeer (zie omgevingsloket) dienen strikt te worden nageleefd.


Artikel 4

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:


Vlarem 2
Deel 4: algemene milieuvoorwaarden voor ingedeelde inrichtingen
Hoofdstuk 4.6 beheersing van hinder door licht: 

  • (artikel 4.6.01) Onverminderd andere reglementaire bepalingen treft de exploitant de nodige maatregelen om lichthinder te voorkomen.
  • (artikel 4.6.02) Het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid. De verlichting is dermate geconcipieerd dat niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving maximaal wordt beperkt.
  • (artikel 4.6.03) Klemtoonverlichting mag uitsluitend gericht zijn op de inrichting of onderdelen ervan.
  • (artikel 4.6.04) Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen. 



Artikel 80.2 (lid 1) van de wegcode 

  • Artikel 80.2 van de wegcode verbiedt het aanbrengen op de openbare weg van reclameborden, uithangborden of andere inrichtingen die de bestuurders verblinden, die hen in dwaling brengen, die, zij het ook maar gedeeltelijk, verkeersborden voorstellen of nabootsen, die van verre met deze verkeersborden worden verward, of die op enige andere wijze de doelmatigheid van de reglementaire verkeersborden verminderen.
  • Indien het gaat om verlichting die wordt aangevraagd in de buurt van verkeerslichten, geldt ook volgende  regel uit Artikel 80.2 lid 1 Wegcode: Het is verboden een luminositeit met een rode of groene tint te geven aan alle reclameborden, uithangborden of inrichtingen die zich, binnen een afstand van 75 meter van een verkeerslicht, op minder dan 7 meter boven de grond bevinden.



Gewestelijke publiciteitsverordening
Hoofdstuk 2. Algemene voorwaarden: 

  • Art. 6. Publiciteitsinrichtingen mogen inwendig of uitwendig verlicht worden als al de volgende voorwaarden vervuld zijn: 
  • de weggebruiker wordt niet verblind; 
  • de helderheid van vrij programmeerbare inwendig verlichte publiciteitsinrichtingen is instelbaar en past zich automatisch aan het omgevingslicht aan.  


Manier van verlichting

  • De commerciële verlichting wordt bij voorkeur gedoofd bij sluitingstijd van de handelszaak (of na de kantooruren), of ten laatste om 24u (tenzij de handelszaak nog open is na 24u). NB Zo ook wordt de monument- en sfeerverlichting in Gent gedoofd om 24u.
  • Goede verlichte reclames en uithangborden, zowel deze die aangelicht worden als deze die van binnenuit verlicht zijn, hebben een sobere, stabiele (niet flikkerende of dynamische) verlichting, met wit of zachtgekleurd licht. Dergelijke van binnenuit verlichte reclames en uithangborden geven op de aanliggende gevels en openbaar domein niet meer licht dan 2 lux. Bij aangelichte reclames is het licht goed en enkel gericht op de reclame zelf; deze ontvangt maximaal een lichthoeveelheid van 10 lux. Bij van binnenuit verlichte reclames verdient verlichting met negatief contrast (door het uitsnijden letters of figuren uit een donker vlak) de voorkeur. Andere van binnenuit verlichte reclames bevinden zich bij voorkeur onder de ramen van de eerste verdieping. Het gebruik van LED’s voor de verlichting van reclames is meer dan wenselijk gelet op de vele voordelen daarvan (laag verbruik, lange levensduur, goede zichtbaarheid zonder te veel te verlichten).