Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Thomas Dekeyzer - Valérie Vermeersch met als contactadres Meirebeekstraat 30, 9031 Gent hebben een aanvraag (OMV_2025016704) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 10 februari 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het aanleggen van een zwembad
• Adres: Meirebeekstraat 30, 9031 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie A nr. 342B
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 14 maart 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 23 april 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Het perceel waar voorliggende aanvraag betrekking op heeft, bevindt zich langs de Meirebeekstraat in de deelgemeente Drongen. De omgeving bestaat voornamelijk uit alleenstaande woningen. Het perceel is bebouwd met een eengezinswoning (één bouwlaag en een volwaardige verdieping onder het hellend dak).
Voor het verbouwen van de woning werd in 2022 een vergunning afgeleverd (zie rubriek “HISTORIEK’).
Voorliggende aanvraag strekt tot het aanleggen van een zwembad met verharding. Het zwembad zelf heeft een lengte van 12 m bij een breedte van 4 m. Rondom wordt een verharde strook met een breedte van 30 cm voorzien, aan de noordelijke zijde wordt een ruimere verharding voorzien van 6,45 op 4,60 m afgebakend met een hoger element (0,72 cm). Het zwembad wordt ingeplant op 10 m achter de achtergevel van de woning, gemeten ten opzichte van de uitkraging op de eerste verdieping.
Rondom de woning wordt de verharding ook gewijzigd. Vooral in de voortuin wordt verharding verwijderd zodat maar één oprit behouden blijft. Aan de achterzijde van de woning blijven twee terrassen behouden. Deze inrichting stemt min of meer overeen met de vergunde toestand uit 2022. Wel wordt in de voortuin een apart toegangspad voorzien vanaf de openbare weg. De vergunde toestand voorzag een toegangspad als aftakking van de oprit.
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Verkavelingsvergunningen
* Op 02/10/1997 werd een vergunning afgeleverd voor nieuwe verkaveling. (1996 DR 380/00).
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 11/03/1999 werd een vergunning afgeleverd voor oprichten van een eengezinswoning met ingebouwde garage. (1999/10003).
Omgevingsvergunningen
* Op 07/07/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een vrijstaande eengezinswoning. (OMV_2022028065).
Volgende bouwmisdrijven zijn gekend:
* Er is een proces-verbaal met het nummer 66.97.10039/04 opgemaakt 28/04/2004 voor:
Het uitvoeren van werken in het gedeelte van het perceel dat gelegen is in het landschappelijk waardevol agrarisch gebied:
- het verwijderen van de bestaande vegetatie (voorheen weiland en afwateringsgracht) en het vervangen ervan door tuinvegetatie: grasperk, 7 bomen, struiken, hagen, bloemenperken, boomschors bodembedekker, wandelpad in dolomiet afgeboord met 2 rijen bomen met leipalen, tal van stenen potten met sierstruiken
- het gebruik van het perceel als tuin: het regelmatig maaien van het grasperk
- het dempen van een dwarse gracht (referentie op inplantingsplan bouwvergunning 99/10003)
- het plaatsen van een tuinhuisje van 9 m²
- aanleggen van een stenen trap (1 trede hoog) over de breedte van het perceel
- aanpassen van een lange afwateringsgracht tot siervijver met daarboven een houten brugje en terrasvloer met windscherm
- plaatsen van ondergrondse nutsleidingen, tuinverlichting en een wateraftakpunt
- plaatsing van een afsluiting op de linker, rechter en achterste perceelsgrens in geplastificeerde palen met draad 1,80 m hoogte (onderaan gesteund met een rij betonplaten), binnen deze afsluiting staat rondom een beukenhaag van 1,80 m hoogte met een plaatselijke rietaanplanting t.h.v. de vijver.
Op 15/07/20204 werd door de gemeente volgende herstelvordering gevraagd:
Het herstel van de plaats in de vorige staat wordt bevolen:
- verwijderen van alle constructies of bouwwerken binnen het landschappelijk waardevol agrarisch gebied, in het bijzonder het tuinhuisje, de stenen trap, het wandelpad in dolomiet afgeboord, de stenen potten met sierstruiken, de vijver, het houten brugje, het terras met windscherm, de ondergrondse nutsleidingen met bijhorende tuinverlichting, en alle draadafsluitingen en paaltjes. Afstappunten voor water en elektriciteit mogen evenwel behouden blijven
- verwijderen van de beukenhagen. Plaats in vorige staat herstellen of strijdig gebruik staken
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt gedeeltelijk (het voorste gedeelte van het perceel) in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Het achterste gedeelte van het perceel (beginnend op 10 meter achter de achtergevel op het gelijkvloers van de woning) ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Vinderhoutse Bossen, vallei van de Oude Kale en Appensvoorde' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 11 maart 2022). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Agrarisch gebied en Erfgoedlandschap.
De aanvraag is niet in overeenstemming met de voorschriften. Het ontwerp voorziet dat minstens de verharding rondom het zwembad gedeeltelijk binnen het agrarisch gebied wordt voorzien.
Dit gebied is echter bestemd voor beroepslandbouw. Het bouwen van een zwembad en/of verharding bij een eengezinswoning zijn niet in overeenstemming de bestemmingsvoorschriften van het RUP.
Zelfs indien het zwembad met verharding zou worden opgeschoven richting de woning (bijvoorbeeld met een bijzondere voorwaarde) tot volledig binnen de gewestplanbestemming woongebied, zorgt dit ervoor dat het feitelijk gebruik van de zone achter het zwembad, wat dus een agrarische bestemming heeft, als het verlengde van de tuinzone zou gebruikt worden. Ook dit is niet in overeenstemming met de voorschriften van het RUP.
Op basis van bovenstaande vaststellingen en bedenkingen komt voorliggende aanvraag niet in aanmerking voor vergunning.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling (ref. nr. 1996 DR 380/00 van 2 oktober 1997). De aanvraag heeft betrekking op lot 19. De zonering volgens deze verkaveling is strook voor open bebouwing met een zone voor koeren en tuinen met een diepte van 10 meter.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften van de verkaveling
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, maar wijkt af op volgend punt:
Artikel 3.2 (beperken van verhardingen) stelt dat het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt moet worden. Verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.
Toetsing: Voorliggende aanvraag voorziet dan wel een vermindering van de verharde oppervlakte in de voortuin, maar er blijft nog steeds een aparte oprit en apart toegangspad behouden. Dit in tegenstelling tot de bijzondere voorwaarde gekoppeld aan de recente vergunning (OMV_2022028065) voor het verbouwen van de woning. Bijkomend wordt in de tuinzone, die beperkt is tot 10 m achter de (gelijkvloerse) achtergevel van de woning, 3 terrassen voorzien: twee aan de achtergevel en één bij het nieuwe zwembad. Al deze verharding, in combinatie met de ruime footprint van de woning, resulteert in een te hoge terreinbezetting en een te laag groenaandeel op de zone gelegen binnen de gewestplanbestemming woongebied.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1 Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Watering Oude Kale en Meirebeek. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- ter hoogte van de straat gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2 Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
Afvoer zwembad
De overloop/leegloop van het buitenzwembad dient op de regenwaterleiding of RWA aangesloten te worden (bij leegloop moet de chloordosering op tijd stoppen), terugspoelwater/de backwash van de filter moet op de vuilwaterleiding of DWA aangesloten te worden.
In voorliggende aanvraag wordt de overloop van het zwembad aangesloten op een wadi. De wadi bevindt zich achteraan het perceel, in het agrarisch gedeelte van het perceel. Het voorzien van een wadi in functie van een zwembad bij een eengezinswoning is niet wenselijk. Het stemt immers niet overeen met de bestemming, namelijk beroepslandbouw. Een wadi dient voorzien te worden binnen de gewestplanbestemming woongebied.
Verhardingen
Met de aanvraag worden op het perceel een aantal verhardingen aangelegd. De verhardingen moeten waterdoorlatend worden aangelegd (en hebben geen helling van meer dan 2%) en/of de niet-waterdoorlatende verhardingen kunnen afwateren naar een voldoende grote onverharde groenzone (die minstens ¼ van de afwaterende oppervlakte is).
Onder de rubriek ‘4.3. Verordeningen’ wordt geoordeeld dat de terreinbezetting door het bijkomend aanleggen van het zwembad met verharding voor het perceel wordt overschreden.
Ondergrondse constructies
De aanleg van de ondergrondse constructie mag er geenszins voor zorgen dat er een permanente drainage optreedt met lagere grondwaterstanden tot gevolg. Een dergelijke permanente drainage is immers in strijd met de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid waarin is opgenomen dat verdroging moet voorkomen worden, beperkt of ongedaan gemaakt. De ondergrondse constructie dient dan ook uitgevoerd te worden als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.
Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.
In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
Om impact op het overstromingsregime te vermijden dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden.
Ruimten met kwetsbare functies kunnen extra beschermd worden tegen wateroverlast door het volgen van de richtlijnen omtrent overstromingsveilig bouwen https://www.vmm.be/water/overstromingen/hoe-je-woning-beschermen.
Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3 Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
De inplanting van het zwembad met verharding ligt gedeeltelijk in agrarisch gebied, dit is niet aanvaardbaar (zie rubriek ‘4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg).
Zelfs indien het zwembad met verharding zou worden opgeschoven richting de woning (bijvoorbeeld met een bijzondere voorwaarde) tot volledig binnen de gewestplanbestemming woongebied, zorgt dit ervoor dat het feitelijk gebruik van de zone achter het zwembad, wat dus een agrarische bestemming heeft, als het verlengde van de tuinzone zou gebruikt worden. Ook dit is niet in overeenstemming met de voorschriften van het RUP.
Bijkomend wordt ook geoordeeld dat de terreinbezetting door het bijkomend aanleggen van het zwembad met verharding voor het perceel wordt overschreden (zie rubriek ‘4.3. Verordeningen’).
De aangevraagde activiteiten veroorzaken verder geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen en zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets niet doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Voorliggende aanvraag omvat het aanleggen van een zwembad en het heraanleggen van verhardingen in de voortuin.
Minstens een deel van de verharding wordt voorzien binnen een agrarische zone, dit is niet aanvaardbaar (zie rubriek ‘4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg).
Zelfs indien het zwembad met verharding zou worden opgeschoven richting de woning (bijvoorbeeld met een bijzondere voorwaarde) tot volledig binnen de gewestplanbestemming woongebied, zorgt dit ervoor dat het feitelijk gebruik van de zone achter het zwembad, wat dus een agrarische bestemming heeft, als het verlengde van de tuinzone zou gebruikt worden. Ook dit is niet in overeenstemming met de voorschriften van het RUP.
Bijkomend wordt ook geoordeeld dat de terreinbezetting door het bijkomend aanleggen van het zwembad met verharding voor het perceel wordt overschreden (zie rubriek ‘4.3. Verordeningen’).
Een ontwerp waarbij het zwembad dichter bij de woning wordt voorzien, kan resulteren in een compacter en beperktere terreinbezetting en het beter vrijwaren van het gebruik van het agrarisch gebied als tuin bij de eengezinswoning.
CONCLUSIE
Ongunstig, de aanvraag is niet in overeenstemming met de wettelijke bepalingen noch verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het aanleggen van een zwembad aan Thomas Dekeyzer - Valérie Vermeersch gelegen te Meirebeekstraat 30, 9031 Gent.