Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
VAN DE WALLE INDUSTRIAL BUILDING CONTRACTOR BV met als contactadres Knokkebaan 25 bus B, 9880 Aalter heeft een aanvraag (OMV_2024168060) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 20 december 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor de aanleg van de ondergrondse kelderconstructie
• Adres: Kortrijksesteenweg 1228-1234 en 1238-1242, 9051 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 25 sectie C nrs. 24W4, 24N6, 24R4, 24F7, 24E7, 24G7, 24X7 en 29W3
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 23 januari 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 6 maart 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor de aanleg van de ondergrondse kelderconstructie.
Ter hoogte van de Kortrijksesteenweg 1230-1234 te Sint-Denijs-Westrem wordt een nieuwbouwproject voorzien. Het toekomstige gebouw wordt onderkelderd. Om de aanleg van deze kelder in droge omstandigheden te kunnen uitvoeren is een bemaling noodzakelijk.
De bemaling wordt aangevraagd voor een debiet van maximum 102.684 m³/jaar en 883 m³/dag. De duurtijd van de bemaling wordt ingeschat op 150 dagen. Het grondwaterpeil dient verlaagd te worden tot maximum 3,7 m-mv voor de kelder en tot maximum 4,9 m-mv voor de liftput. De rubriek 53.2.2°b)2 is van toepassing.
Op basis van de uitgevoerde screening van OVAM-dossiers binnen de invloedstraal van de bemaling wordt een verontreiniging met VOCl in het grondwater vastgesteld. Gezien de onvermijdelijke interactie tussen de geplande bemaling en de nabijgelegen VOCl-pluim wordt gelijktijdig met de bemaling van de bouwput een tegenbemaling voorzien op het terrein van de Colruyt. Als gevolg van de tegenbemaling, die wordt uitgevoerd ter hoogte van de verontreinigingspluim zal er verontreinigd bemalingswater worden opgepompt en gezuiverd moeten worden. Het verontreinigd bemalingswater zal over een grondwaterzuiveringsinstallatie (GWZI) gestuurd worden. Hiervoor wordt de rubriek 3.6.3.2. aangevraagd.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | Zuiveren van verontreinigd bemalingswater voor de parameters VOCl, in kader van de tegenbemaling, met maximaal dagdebiet = 205 m³/dag. | klasse 2 | Nieuw | 8,5 m³/uur |
53.2.2°b)2° | bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | Bemaling - Kortrijksesteenweg 1230-1234, SDW Bemalingstermijn = 150 kalenderdagen Max. dagdebiet = 883 m³/dag | klasse 2 | Nieuw | 102684 m³/jaar |
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
Op 31/08/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het slopen van 3 eengezinswoningen met bijbehorende tuinbergingen en het oprichten van een handelspand met appartement en ondergrondse parkeergarage. (OMV_2023063552)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
Geen advies van Provincie Oost-Vlaanderen - Waterbeleid afgeleverd op 27 januari 2025.
Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van VMM (M) Advies Vergunning Afvalwater en Lucht (milieu) afgeleverd op 7 februari 2025 onder ref. KAGA/OVA/BG/AC/xtie124162/52537.
Voorwaardelijk gunstig advies van VMM (W) Afdeling Operationeel Waterbeheer (milieu) afgeleverd op 21 februari 2025 onder ref. OVL-05524-A.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Provincie Oost-Vlaanderen. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
De bemaling betreft een ingedeelde activiteit. De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De bemaling moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verdroging zal voorkomen worden.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
De impact van het bouwproject op het overstromingsregime werd behandeld in OMV_2023063552.
Waterkwaliteit
De lozing van het grondwater is een ingedeelde activiteit. De impact van de lozing wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De lozing moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van maatregelen de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Binnen de invloedszone van de bemaling zijn biologisch waardevolle zones, gekarteerd als matig kwetsbaar volgens de biologische waarderingskaart en droogtekaart van de Stad Gent. Hiervoor wordt een voorwaarde tot bevloeiing opgelegd en dient conform de bemalingsnota voorafgaand aan de uitvoering van de bemaling een bijkomende beoordeling door een ETW te worden opgesteld. (zie verdere bespreking bij aspect fauna en flora).
De invloed van de bemaling op natuur wordt beperkt door de hoeveelheid opgepompt grondwater te beperken door te werken met peilsturing en door bevloeiing te voorzien van de nabij gelegen bomen. Dit wordt ook verder besproken.
Het stikstofdecreet is niet van toepassing.
Het bemalingswater dient geloosd te worden via RWA op oppervlakte water.
Het betreft een tijdelijke activiteit en het oppervlakte water staat niet direct in verbindingen met speciale beschermingszones of VEN gebieden.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag mits voorwaarden de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.
Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Aspect bodem en grondwater
De bronbemaling moet voldoen aan onderafdeling 5.53.6.1 van Vlarem II en uitgevoerd worden volgens de richtlijnen bemalingen ter bescherming van het milieu (VMM, 2019).
Geplande toestand
Er zal bemaald worden op een diepte van 7 meter, het grondwaterpeil dient verlaagd te worden tot maximum 3,7 m-mv voor de kelder en tot maximum 4,9 m-mv voor de liftput. Het grondwater zal onttrokken worden aan een debiet van maximaal 883 m³/dag. Het grondwater zal volgens de aanvraag geloosd worden in de gemengde riolering van de Kortrijksesteenweg.
De start- en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan VMM via het mailadres grondwater.ovl@vmm.be met vermelding van het projectnummer (OMV_ 2024168060). Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Hydrogeologie
Op het terrein werden 3 mechanische en 3 elektrische sonderingen uitgevoerd. Daarnaast werd gebruik gemaakt van de gegevens op DOV van een boring die in de buurt werd uitgevoerd.
Op basis van deze gegevens wordt besloten dat het Quartaire pakket voorkomt tot op grote diepte (18 m-mv tot 20 m-mv). In de bovenste lagen (tot 10 m-mv) is de ondergrond voornamelijk een zandige bodem zonder duidelijk waterremmend pakket. Vanaf een diepte van ca. 18 – 20 m-mv bevinden zich de Tertiaire kleilagen afkomstig van de Formatie van Tielt en Hyon.
Op het terrein werd in augustus 2024 een peilbuis geplaatst en het grondwaterpeil een eerste maal opgemeten. In de periode van eind november tot eind december werd het grondwaterpeil opgevolgd met een digitale datalogger. Voor de bemalingsstudie wordt uitgegaan van een grondwaterpeil in rust van 1,5 m-mv (worstcase).
Bemalingsconcept
De bemaling voor de kelder zal uitgevoerd worden als een klassieke bemaling met verticale filters aangezet op een diepte van 7 m-mv. Op deze locatie wordt op deze diepte grondwater onttrokken aan de Quartaire Acquifersystemen (HCOV 0100) en het grondwaterlichaam CVS_0160_GWL_1. Voor de liftput wordt kortstondig een bijkomend filterkader voorzien.
Op het terrein aan de Kortrijksesteenweg 1238 bevindt zich ter hoogte van de voormalige droogkuis een historische verontreiniging met VOCl in het grondwater. Om verspreiding van deze verontreiniging tegen te gaan wordt op het terrein van Colruyt (ten westen van het bouwperceel) een tegenbemaling voorzien. Deze tegenbemaling zal eveneens uitgevoerd worden als een klassieke bemaling met verticale filters aangezet op een diepte van 7 m-mv.
Voor het beperken van het bemalingsdebiet wordt een sonde-gestuurde bemaling toegepast. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Bemalingscascade
In eerste instantie dient er zo weinig mogelijk grondwater opgepompt te worden (beperken duur, peilgestuurd, waterremmende constructies). Het grondwater dat onttrokken wordt dient zoveel mogelijk terug in de grond gebracht worden buiten de onttrekkingszone (retourbemaling, herinfiltratie). Voor het netto debiet dat overblijft dient onderzocht of nuttig hergebruik mogelijk is.
Indien dit niet mogelijk is of aangewezen mag het grondwater geloosd worden op oppervlaktewater of in een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater. In laatste instantie mag het bemalingswater in de riolering geloosd worden.
Bij het lozen van bemalingswater dient rekening te worden gehouden met onderstaande cascade, dit werd als volgt beoordeeld in de bemalingsstudie:
1. Beperken/retour:
Door de bebouwde omgeving en gebrekkige ruimte op het bouwterrein is een oppervlakkige infiltratie praktisch niet haalbaar gebleken. Deze dient namelijk voldoende groot en op voldoende afstand van de bouwput gerealiseerd te worden, wat hier niet mogelijk is.
Door het type bemalingssysteem (vacuümbemaling) en uitvoeringsmethode van de bouwput is een retourbemaling d.m.v. dieptebronnen (met retourbronnen) noch aangewezen, noch uitvoerbaar. Bij het gebruik van een vacuümbemaling komt het bemalingswater verder ook in contact met lucht waardoor oxidatie tot stand komt. Tijdens dit proces zullen onder andere ijzerdeeltjes zich afzetten waardoor eventuele retourbronnen d.m.v. verticale filters zeer snel zullen dichtslibben en niet meer zullen werken.
Voor het beperken van het bemalingsdebiet wordt een sonde-gestuurde bemaling toegepast. Bij dit systeem zal het pompdebiet zich automatisch aanpassen indien een vooraf ingesteld waterpeil al dan niet wordt overschreden.
Het beperken van het debiet d.m.v. een uitvoering in gesloten bouwput wordt hier niet weerhouden gezien het ongunstig zandige bodemprofiel. Afgaande op de sonderingen en beschikbare boringen op en rondom de werfzone, stellen we voornamelijk vast dat een natuurlijke, horizontale afsluitende kleilaag op haalbare diepte afwezig is, waarin de waterremmende wanden zouden kunnen aangezet worden. Hierdoor is het volledig uitsluiten van de invloed van de bemaling op de verontreiniging verder ook niet mogelijk.
De uitvoering in gesloten bouwput is bijgevolg i.k.v. deze bemaling praktisch weinig efficiënt, alsook financieel ondraaglijk voor dergelijk project.
2. Hergebruik
Het is aangewezen dat het bemalingswater eerst belucht wordt in een groot buffervat/container gezien de mogelijks glauconiet-(ijzer)houdende zandlagen. Hierdoor wordt het eventuele aanwezige ijzer geoxideerd, ontzand en wordt de temperatuur van het bemalingswater aangepast aan de omgevingstemperatuur alvorens verder te hergebruiken.
Er wordt verder verwezen naar art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II. Gezien de bemaling gelegen is op en nabij een risicogrond van het bodemdecreet (VOCl-pluim, BSP 327), met als gevolg de noodzaak van een verhoogde lozingsnorm en waterzuivering, zal er geen water ter beschikking worden gesteld aan derden.
3. Oppervlaktewater of RWA
Er bevindt zich geen oppervlaktewater of een RWA-afvoer binnen een haalbare afstand rondom de werfzone waarnaar het bemalingswater kan afgevoerd worden, zonder het realiseren van een te grote hinder voor omwonenden en verkeer. Afgaande op de richtlijnen van de VMM dient deze binnen een afstand van 200 m rondom het werfterrein aanwezig te zijn wat hier niet het geval is.
4. Gemengde riolering
Lozing op de gemengde riolering wordt bijgevolg als enige praktisch haalbare lozingsoptie weerhouden gezien de afwezigheid van alternatieve haalbare lozingsopties.
Indien meer dan 10 m³/uur wordt geloosd in de gemengde riolering of droogweerafvoer dient bij de rioolbeheerder (Aquafin) toelating gevraagd te worden.
Het bedrijf vraagt zodoende de lozing aan van het bedrijfsafvalwater in de gemengde riolering van de Kortrijksesteenweg. De VMM-Adviseren Afvalwater merkt op dat er een RWA-leiding beschikbaar is op ca 240 m van het project. Gewoonlijk wordt een maximale afstand van 200 meter gehanteerd voor lozing op een beschikbare RWA-leiding of oppervlaktewater. Bij een grotere afstand kan het bedrijf op de riolering lozen met aansluiting op een RWZI. Maar in voorliggend dossier is de RWA-leiding gemakkelijk bereikbaar (er dienen geen straten gekruist te worden). Bovendien mondt de RWA-leiding ca 150 m verderop uit in de waterloop. Het bedrijf zou mogelijks ook rechtstreeks kunnen lozen in de waterloop. Om die reden verkiest de VMM dat er geloosd wordt op de RWA-leiding/waterloop en niet op de gemengde riolering. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Omwille van de mogelijke grondwaterverontreiniging met VOCl geldt als gebruiksadvies om het bemalingswater niet te hergebruiken of enkel na zuivering. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, bezorgt het erkende boorbedrijf van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:
Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.
Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen.”
Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Wateroverlast
De lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Verdroging
De berekende invloedstraal van de bemaling reikt niet tot een habitat- of vogelrichtlijngebied, VEN en IVON gebieden.
Verontreiniging
De decretale bodemonderzoeken binnen de invloedstraal van de bemaling werden gescreend. Binnen de invloedstraal bevinden zich 4 OVAM-dossiers. Bij 2 dossiers werd een verontreiniging in het grondwater vastgesteld. De bemaling heeft enkel impact op OVAM-dossier “327”. Als maatregel om verspreiding tegen te gaan wordt een tegenbemaling voorzien.
De bemaling is niet gelegen in een PFAS no-regret zone.
Voor de bespreking van de lozing wordt er verder verwezen naar het aspect afvalwater.
Zettingen
De max. berekende absolute zetting t.g.v. de grondwaterverlaging bedraagt minder dan 15 mm. Het risico op schade door zettingen t.g.v. de bemaling wordt aanvaardbaar geacht
Aspect afvalwater
Lozingssituatie
De inrichting ligt in centraal gebied. De Kortrijksesteenweg beschikt over een gemengd rioleringsstelsel die aangesloten is op RWZI Gent. Op ca 240 m van het project ligt een RWA-leiding in de Witbakkerstraat die ca 150 m verderop uitmondt in de onbevaarbare cat 2 waterloop ‘Duivebeek’.
Bedrijfsafvalwater
Het bedrijf vraagt de lozing aan van 8,5 m³/uur – 205 m³/dag – 30.780 m³/jaar bemalingswater afkomstig van de tegenbemaling met gevaarlijke stoffen, via een wzi, in de gemengde riolering van de Kortrijksesteenweg gedurende 150 dagen. (Rubriek 3.6.3.2)
Het bedrijfsafvalwater dient geloosd te worden in de RWA-leiding of rechtstreeks in de waterloop. Dit werd besproken onder het aspect “bemalingscascade”.
Debiet
Samengevat bekomt men in de bemalingsstudie onderstaande debieten:
Debiet winterperiode:
* Bij opstart en uitvoering van de liftput: 678 m³/dag over 30 kalenderdagen
* In evenwicht kelder: 430 m³/dag over 120 kalenderdagen
* Tegenbemaling: 205 m³/dag over 150 kalenderdagen, gelijktijdig met de bemaling van de kelder
-->Totaal debiet winterperiode: 102 684 m3 over 150 kalenderdagen
--> Gemiddelde winterperiode: 685 m3/dag (28,5 m3/uur)
--> Maximaal winterperiode: 883 m3/dag (36,8 m3/uur)
Debiet zomerperiode:
* Bij opstart en uitvoering van de liftput: 398 m³/dag over 30 kalenderdagen
* In evenwicht kelder: 227 m³/dag over 120 kalenderdagen
* Tegenbemaling: 108 m³/dag over 150 kalenderdagen, gelijktijdig met de bemaling van de kelder
--> Totaal debiet winterperiode: 55 368 m3 over 150 kalenderdagen
--> Gemiddelde winterperiode: 369 m3/dag (28,5 m3/uur)
--> Maximaal winterperiode: 506 m3/dag (36,8 m3/uur)
Het aangevraagde debiet lozing bedrijfsafvalwater betreft enkel het debiet tegenbemaling. Het
bemalingswater afkomstig van de kelder en liftputten veronderstelt niet verontreinigd te zijn.
Conform het advies van de VMM bevoegd voor afvalwater kan akkoord gegaan worden met de gevraagde debieten.
Lozingsnormen
De volgende lozingsnormen worden aangevraagd:
* Tetrachlooretheen: 10 µg/l
* Trichlooretheen: 10 µg/l
* Cis+trans-1,2-dichlooretheen: 10 µg/l
* Vinylchloride: 1 µg/l
Conform het advies van de VMM, bevoegd voor afvalwater kan er akkoord gegaan worden met de aangevraagde lozingsnormen. Ze worden als bijzondere voorwaarde opgenomen.
De VMM-Adviseren Afvalwater stelt ook voor rubriek 3.4.2 op te nemen. Indien het opgepompte bemalingswater voldoet aan de vergunde lozingsnormen dan dient dit niet gezuiverd te worden.
Waterzuivering
Rekening houdende met het hierboven vermelde debiet wordt als grondwaterzuiveringsinstallatie een waterzijdig actief koolfilter voorgesteld. Er dienen twee waterzijdig actief kool filters met een bedvolume van 2,5 m³ elk (1.250 kg actief kool) in serie geplaatst te worden. De tweede actief kool filter dient voor het opvangen van eventuele doorslag van de eerste actief kool filter (t.g.v. verzadiging). Indien noodzakelijk dient een actief kool wissel te gebeuren (waarbij de tweede actief kool filter de positie van de eerste actief kool filter inneemt en een nieuwe actief kool filter de positie van de tweede actief kool filter inneemt).
De waterzuivering dient conform BBT Bodemsanering te zijn.
Controle-inrichting
Het bedrijf dient te beschikken over een controle inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit en kwantiteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters te nemen van het geloosde water, overeenkomstig art. 4.2.5.1.1. van Vlarem II.
De VMM-Adviseren Afvalwater stelt een afwijking voor op art. 4.2.5.1.1 van Vlarem II. En motiveert dit als volgt: Het is aangewezen een afwijking op artikel 4.2.5.1.1. § 1. van Vlarem II op te nemen, gezien het voor een lozing van bemalingswater niet relevant is om een meetgoot / debietsmeet- en bemonsteringsapparatuur te voorzien. De hoeveelheid grondwater die opgepompt en afgevoerd wordt, kan bepaald worden d.m.v. een meetmethode conform hoofdstuk 5.53 van Vlarem II. Deze meetmethode is in voorliggende situatie meer geschikt dan de meetmethodes voor lozing van afvalwater voorzien volgens artikel 4.2.5.1.1. Er dient wel een staalname mogelijkheid voorzien te worden op het effluent ter controle van de kwaliteit.
Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Monitoring
In de bemalingsstudie wordt volgende monitoring voorgesteld:
Er wordt een aftapkraantje voorzien aan de afvoerleiding na de pomp en na de debietmeter in afwijking van artikel 4.2.5.1.1. § 1 van VLAREM II gezien het een tijdelijke activiteit betreft. Op het moment dat de bemaling wordt opgestart (na ca. 30-60 minuten), dient er een staal genomen te worden van het bemalingswater en geanalyseerd te worden. De stalen worden best met spoed geanalyseerd. Na de staalname wordt de bemaling stilgelegd tot de resultaten van de analyses bekend zijn. Indien gekend én voldaan aan de lozingsnormen kan de bemaling definitief opgestart worden. Indien niet voldaan aan de lozingsnormen dienen bijkomende maatregelen of bijkomende filters geplaatst te worden. Volgende frequentie voor het opvolgen van de kwaliteit van het bemalingswater wordt voorgesteld: wekelijks gedurende de eerste maand, nadien kan de frequentie verlaagd worden in functie van de bemaling en de resultaten.
De VMM-Adviseren Afvalwater stelt volgende monitoring voor:
De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie) of op voorhand in een representatieve peilbuis max. 3 jaar voor de opstart van de bemaling en bij elke bemalingsfase. De te analyseren parameters zijn minstens de parameters waarvoor een verhoogde norm is opgenomen in de vergunning (Tetrachlooretheen, Trichlooretheen, Cis+trans-1,2-dichlooretheen en Vinylchloride). De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende lozingsnormen. Indien het bemalingswater concentraties bevat hoger dan de geldende lozingsnormen dient het bemalingswater gezuiverd te worden alvorens te lozen. Na toetsing van de analyseresultaten en eventuele mobilisatie van een waterzuiveringsinstallatie kan de bemaling opgestart worden.
De verdere monitoring van het opgepompte bemalingswater gebeurt aan volgende frequentie:
* bij concentraties hoger dan 80 % van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse zonder zuivering maximaal 80 % van de norm bedraagt;
* bij concentraties lager dan 80 % van de norm: geen herhaling noodzakelijk.
* Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling.
Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Aspect geluid
In de buurt zijn woningen aanwezig. De pompen zullen continu in werking zijn. Alle mogelijke en noodzakelijke maatregelen (plaatsing, type, omkasting pomp,…) moeten genomen worden opdat geluidshinder voor omwonenden minimaal zou zijn. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Aspect fauna en flora
Binnen de invloedszone van de bemaling zijn biologisch waardevolle zones aanwezig die als matig kwetsbaar zijn gekarteerd volgens de biologische waarderingskaart en de droogtekaart van de Stad Gent. Het droogtrekken van de ruimere omgeving kan levensbedreigend zijn voor de aanwezige bomen.
- conform de bemalingsnota dient voorafgaand aan de uitvoering van de bemaling een bijkomende beoordeling door een ETW te worden opgesteld. .
- Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober geldt dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be, bevloeiing/infiltratie dient voorzien te worden waar nodig. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gentof European Tree Worker/boomexpert.
Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Nieuw | 8,5 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | Zuiveren van verontreinigd bemalingswater voor de parameters VOCl, in kader van de tegenbemaling, met maximaal dagdebiet = 205 m³/dag. | Nieuw | 8,5 m³/uur |
53.2.2°b)2° | bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | Bemaling - Kortrijksesteenweg 1230-1234, SDW Bemalingstermijn = 150 kalenderdagen Max. dagdebiet = 883 m³/dag | Nieuw | 102684 m³/jaar |
TERMIJN
De gevraagde vergunning wordt verleend voor een termijn van 150 dagen. De termijn begint te lopen vanaf de datum van opstart bemalingswerken. Deze datum dient gemeld te worden conform de bijzondere voorwaarde.
Dit doet geen afbreuk aan de geldigheidsduur (verval) van voorliggende vergunning (Omgevingsvergunningsdecreet - hoofdstuk 8, afdeling 1).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor de aanleg van de ondergrondse kelderconstructie aan VAN DE WALLE INDUSTRIAL BUILDING CONTRACTOR bv (O.N.:0844980361) gelegen te Kortrijksesteenweg 1228-1234 en 1238-1242, 9051 Gent.
De rubrieken voor de inrichting/activiteit Bemaling - Kortrijksesteenweg 1230-1234 met inrichtingsnummer 20241220-0075 beslist het college als volgt:
Vergunde rubrieken:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Nieuw | 8,5 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | Zuiveren van verontreinigd bemalingswater voor de parameters VOCl, in kader van de tegenbemaling, met maximaal dagdebiet = 205 m³/dag. | Nieuw | 8,5 m³/uur |
53.2.2°b)2° | bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | Bemaling - Kortrijksesteenweg 1230-1234, SDW Bemalingstermijn = 150 kalenderdagen Max. dagdebiet = 883 m³/dag | Nieuw | 102684 m³/jaar |
Verleent de ingedeelde inrichting of activiteit voor een termijn van 150 dagen. De termijn begint te lopen vanaf de datum van opstart bemalingswerken. Deze datum dient gemeld te worden conform de bijzondere voorwaarde. Dit doet geen afbreuk aan de geldigheidsduur (verval) van voorliggende vergunning (Omgevingsvergunningsdecreet - hoofdstuk 8, afdeling 1).
Legt volgende voorwaarden op:
Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:
Start- en stop bemaling
De start- en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan VMM via het mailadres grondwater.ovl@vmm.be met vermelding van het projectnummer (OMV_ 2024168060).
Peilsturing
Om het debiet en de invloed van de bemaling zoveel mogelijk te beperken dient een peilsturing van de bemaling te gebeuren. Elke bemalingspomp wordt gestuurd op het grondwaterpeil in een peilbuis in een pompput of op het grondwaterpeil in aparte peilputten. De noodzakelijke verlaging wordt per bouwfase bepaald en de regeling van de peilsturing bijgesteld in functie van de vordering van de bouwwerken.
Bemalingscascade
Er dient geloosd te worden op de RWA-leiding in de Witbakkersstraat of rechtstreeks op de waterloop ‘Duivebeek’.
Webapplicatie DOV
Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, bezorgt het erkende boorbedrijf van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:
Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.
Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen.”
Wateroverlast
De lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
Lozingsvoorwaarden
Volgende lozingsnormen worden toegestaan:
* Tetrachlooretheen: 10 µg/l
* Trichlooretheen: 10 µg/l
* Cis+trans-1,2-dichlooretheen: 10 µg/l
* Vinylchloride: 1 µg/l
De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van Vlarem II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II. Bij ontstentenis van een indelingscriterium zijn de concentraties beperkt tot de rapportagegrens of tot de bepalingsgrens.
Waterzuivering
De waterzuivering dient conform de BBT-studie ’Bodemsanering’ te zijn.
Controle-inrichting
Voor de bepaling van het debiet mag de meetmethode conform hoofdstuk 5.53 gebruikt worden. Om de kwaliteit van het geloosde bemalingswater te bepalen, dient een aftapkraan voorzien te worden.
Monitoring
De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie) of op voorhand in een representatieve peilbuis max. 3 jaar voor de opstart van de bemaling en bij elke bemalingsfase. De te analyseren parameters zijn minstens de parameters waarvoor een verhoogde norm is opgenomen in de vergunning (Tetrachlooretheen, Trichlooretheen, Cis+trans-1,2-dichlooretheen en Vinylchloride). De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende lozingsnormen. Indien het bemalingswater concentraties bevat hoger dan de geldende lozingsnormen dient het bemalingswater gezuiverd te worden alvorens te lozen. Na toetsing van de analyseresultaten en eventuele mobilisatie van een waterzuiveringsinstallatie kan de bemaling opgestart worden.
De verdere monitoring van het opgepompte bemalingswater gebeurt aan volgende frequentie:
* bij concentraties hoger dan 80 % van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse zonder zuivering maximaal 80 % van de norm bedraagt;
* bij concentraties lager dan 80 % van de norm: geen herhaling noodzakelijk.
* Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling.
Fauna en flora
- conform de bemalingsnota dient voorafgaand aan de uitvoering van de bemaling een bijkomende beoordeling door een ETW te worden opgesteld. .
- Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober geldt dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be, bevloeiing/infiltratie dient voorzien te worden waar nodig. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gentof European Tree Worker/boomexpert.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Bemalingscascade - hergebruik
Omwille van de mogelijke grondwaterverontreiniging met VOCl geldt als gebruiksadvies om het bemalingswater niet te hergebruiken of enkel na zuivering.
Geluid
Alle mogelijke en noodzakelijke maatregelen (plaatsing, type, omkasting pomp,…) moeten genomen worden opdat geluidshinder voor omwonenden minimaal zou zijn.