Terug
Gepubliceerd op 14/03/2025

2025_CBS_02416 - OMV_2024118062 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van de exploitatie van een bedrijf voor houtopslag en houtverwerking - met openbaar onderzoek - Singel, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 13/03/2025 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 13/03/2025 - 10:06
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Afwezig

Sofie Bracke, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Astrid De Bruycker, schepen
2025_CBS_02416 - OMV_2024118062 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van de exploitatie van een bedrijf voor houtopslag en houtverwerking - met openbaar onderzoek - Singel, 9000 Gent - Vergunning 2025_CBS_02416 - OMV_2024118062 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van de exploitatie van een bedrijf voor houtopslag en houtverwerking - met openbaar onderzoek - Singel, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Decolvenaere BV met als contactadres Singel 140, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024118062) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 12 september 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het veranderen van de exploitatie van een bedrijf voor houtopslag en houtverwerking

• Adres: Singel 140 en 140B, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 12 sectie P nrs. 751G en 751F

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 2 december 2024.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 5 maart 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

 

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Het betreft het veranderen (door wijziging en uitbreiding) van een bedrijf voor houtopslag.

 

De hoofdactiviteit van Decolvenaere nv bestaat uit de invoer en opslag van hout. Het hout wordt al gezaagd aangeleverd op de site in Gent, waar het efficiënt wordt beheerd en klaar wordt gemaakt voor distributie naar verschillende markten. Het hout is beschikbaar in verschillende afmetingen.

 

Op de site zelf vindt er geen productieproces plaats. Het hout wordt aangevoerd (reeds verzaagd) en de site te Gent wordt louter als opslagplaats gebruikt.

 

De lopende vergunning dateert van 3 december 2009 en werd verleend door het college van burgemeester en schepenen voor een termijn van 20 jaar.

 

Met voorliggende aanvraag wenst Decolvenaere nv de huidige houtopslagcapaciteit uit te breiden van 10.000 m³ naar 22.000 m³ (rubriek 19.6.1.c en 19.6.1.d). Het betreft zowel een stapeling binnen als buiten. De capaciteit voor het stallen van voertuigen wordt met 7 extra voertuigen uitgebreid, waarmee het totaal aantal te stallen voertuigen op 12 komt (rubriek 15.1.1). De airconditioningsinstallaties (4 in de kantoorruimte en 1 airco in de conciërgewoning) worden met voorliggende aanvraag geregulariseerd.

 

De voorgestelde wijzigingen betreffen activiteiten/inrichtingen die niet langer op de site zullen worden uitgevoerd en/of die niet langer in te delen zijn.

Activiteiten die niet meer uitgevoerd zullen worden:

• Het verbranden van houtafval (rubriek 2.3.4.1.a.1.1);

• Het drogen van hout (rubriek 19.5.1.a);

• De opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen (rubriek 17.4);

• Het wassen van voertuigen met bijhorende lozing bedrijfsafvalwater (rubriek 3.4.1.a);

• Het tanken van voertuigen (rubriek 17.3.9.2);

• Schouwput (rubriek 15.2);

• Opslag van smeeroliën (rubriek 17.3.7.1);

• Opslag van gassen in verplaatsbare recipiënten (rubriek 16.7.1);

• Bovengrondse mazouttanks van 20.000 en 25.000 liter (rubriek 17.3.2.1.1.1°b);

Mechanisch behandelen van houtafval (rubriek 19.3.1°a).

Activiteiten die niet (langer) in te delen zijn:

• Het gebruik van een transformator van 800 kVa (rubriek 12.2.1);

• Laadinfrastructuur voor elektrische heftrucks;

• Lozing van huishoudelijk afvalwater

 

Er zijn geen klachten gekend van de inrichting.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aan2.3.4.1.hangwagens, andere dan personenwagens | verhogen van het aantal voertuigen met 7 stuks | klasse 3 | Verandering

+ 7 voertuigen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | In totaal zijn 5 airconditioningsinstallaties aanwezig (waarvan 4 in de kantoorruimte en 1 airco in de conciërgewoning), 1x 10 kW, 3x 11 kW en 1x 2,5 kW

Daarnaast is er nog 1 compressor aanwezig. | klasse 3 | Verandering

+41,5 kW

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | Twee bovengrondse mazouttanks van 25.000l en 20.000l werden verwijderd. | klasse 3 | Verandering

-38,25 ton

19.3.1°a)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Een vermindering van aanwezige machines van 363,8 kW. | klasse 3 | Verandering

-363,8 kW

19.6.1°c)

opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 400 m3 in een lokaal) | De opslag van hout werd in totaal uitgebreid met 10.000 m³. | klasse 2 | Verandering

+10000 m³

19.6.1°d)

opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 1 600 m³ in open lucht) | De opslag van hout werd in totaal uitgebreid met 10.000 m³. | klasse 2 | Verandering

+10000 m³

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

29.5.2.1°a) | Machines aanwezig in de slijperij voor het mechanisch behandelen van metaal, met een totale drijfkracht van 8,5 kW. | 8,5 kW

 

Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:

2.3.4.1.a.1.1 | klasse 2: opslag en verbranding van onbehandeld houtafval (tot en met 5 MW) | 3 MW

3.4.1.a | klasse: 3 : lozen (zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie) van

bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentrates hoger

dan de geldende milieukwaliteitsnormen voor het uiteindelijk ontvangende

oppervlaktewaterlichaam (tot en met 2 m³/u): 2 m³/u | 2 m³/u

19.5.1.a | klasse: 3 : droogovens voor hout e.d. (5 kW tot en met 10 kW) : 89 kW | 89 kW

12.2.1 | klasse: 3 : transformator - andere dan 15.5 en 19.8 (van 100 kVA tot en met 1 000 kVA) :

800 kVA | 800 kVa

15.2 | klasse: 3 : herstellen van motorvoertuigen (+ carrosseriewerkzaamheden) - niet in rubriek

15.3 of 15.5 ingedeeld : 1 schouwput | 1 schouwput

16.7.1 | klasse: 3 : opslag samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden gassen in

verplaatsbare recipienten (van 300 I tot en met 1 000 1) : 360 I | 360 liter

17.3.9.2 | klasse: 2 : verdeling van de in rubriek 17.3.4, in rubriek 17.3.5 en/of in rubriek 17.3.6

bedoelde vloeistoffen met maximaal 2 verdeelslangen waarmee uitsluitend eigen

bedrijfsvoertuigen worden bevoorraad : 2 verdeelslangen | 2 verdeelslangen

17.4 | klasse: 3 : opslag gevaarlijke stoffen in verpakking van maximaal 25 1 of 25 kg (vanaf 50 kg

of 50 I tot 5 000 kg of 5 000 I) : 250 kg/1 | 250 kg/liter

17.3.7.1 | klasse: 3 : opslag vloeistoffen met ontvlammingspunt hoger dan 100° C (van 200 1 tot en met 50 000 1) : 800 1 | 800 liter

 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Milieuvergunningen

Op 03/12/2009 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het verder exploiteren en het veranderen (door uitbreiding) van een houtzagerij. (9118/E/3)

 

Omgevingsvergunningen

Op 22/04/2021 werd een weigering afgeleverd voor het slopen van garageboxen, het slopen van kantoren met bedrijfswoning en het heroprichten van een kantoorgebouw met bedrijfswoning. (OMV_2020164886)

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 01/06/1970 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een houtzagerij, omvattend een concergerie, burelen, stapelplaatsen met droogkamer, stookplaats, houtreceptiehall, zagerij en hoogspanningscabine. (Litt. S-14-70)

* Op 10/08/1970 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een sociaal-administratief gebouw en woning voor huisbewaarder (wijziging van litt. s-14-70 dd. 01/06/1970). (Litt. S-25-70)

* Op 03/01/1983 werd een vergunning afgeleverd voor uitbreiden van houtzagerij. (1982/1236)

* Op 20/09/1984 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van bijgebouwen bij de bestaande zagerij. (1984/941)

* Op 17/01/1989 werd een vergunning afgeleverd voor het verbeteren van de aansluiting van de daniel kinetstraat met de alphonse sifferlaan. (1988/2058)

* Op 09/02/1993 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een loods voor houtopslag. (1992/727)

* Op 26/04/1994 werd een vergunning afgeleverd voor uitbreiden loods en kantoren. (1994/75)

* Op 31/08/1995 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een loods. (1995/517)

* Op 01/10/1998 werd een vergunning afgeleverd voor het uitvoeren van bevloeringswerken. (1997/1173)

* Op 06/01/2000 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een loods en kantoorruimte. (1998/1519)

* Op 26/06/2003 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van een loods. (2003/271)

* Op 22/12/2011 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van 4 windturbines. (2011/523)

* Op 03/04/2014 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van 2 elektriciteitscabines voor het windturbinepark van 3 windturbines "haven gent darsen" van electrabel en de aanleg van kabels. (2014/44)

* Op 18/02/2016 werd een weigering afgeleverd voor de uitbreiding van een loods. (2015/01222)

* Op 19/05/2016 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een loods. (2016/01055)

 

BEOORDELING AANVRAAG

 

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

Gunstig advies van North Sea Port afgeleverd op 12 december 2024.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 5 december 2024 onder referentie 036964-021/MN/2024.

 

4.         TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).

Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.

Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 1: Afbakeningslijn zeehavengebied Gent.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

 

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

 

5.         WATERPARAGRAAF

5.1.   Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van North Sea Port. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

5.2.   Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Er wordt geen nieuwe bebouwing voorzien.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Er worden geen wijzigingen aangebracht aan gebouwen, verhardingen, waterlopen of het reliëf. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

De activiteit of inrichting heeft geen betekenisvolle impact op de waterkwaliteit.

 

Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagen (indelingsplichtig volgens Vlarem II, bijlage 1). De impact van de activiteit wordt besproken onder de milieuhygiënische aspecten. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale>> voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

 

5.3.   Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.

 

6.       NATUURTOETS

Er wordt geen wijziging aan bouwvolumes/constructies en/of verharding voorzien. Het project heeft geen negatieve effecten op (mogelijks) aanwezige waardevol groen.

 

Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar. Daarnaast zijn er nog mogelijke stikstofemissies afkomstig van niet-ingedeelde stationaire bronnen van het project en tijdens de aanlegfase door vervoer of niet-ingedeelde stationaire bronnen. Deze zijn echter beperkt. De NOX uitstoot van het totale project is minder dan de emissies waarbij een overschrijding optreedt van de 1 % minimisdrempel.

 

Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

 

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

 

8.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 12 december 2024 tot en met 10 januari 2025.

Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.

 

9.       OMGEVINGSTOETS

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

 

Aspect algemeen

Het verbranden, drogen en bewerken van hout wordt niet meer uitgevoerd op de site, aangezien het hout reeds verzaagd en verpakt wordt aangeleverd. De rubrieken inzake het verbranden van houtafval (rubriek 2.3.4.1.a.1.1) en het drogen van hout (rubriek 19.5.1.a) worden dus niet meer opgenomen in deze omgevingsvergunningsaanvraag.

 

De capaciteit voor het opslaan van hout wordt uitgebreid. Momenteel is het bedrijf vergund voor het opslaan van 12.000 m³ hout. Er wordt een uitbreiding gevraagd met 10.000 m³ tot in totaal 22.000 m³, waarvan 17.000 m³ zich bevindt in verschillende loodsen (rubriek 19.6.1.c) en 5.000 m³ zich bevindt in openlucht (19.6.1.d).

 

De machines voor het mechanisch behandelen (= verzagen) van houtartikelen worden niet vaak meer gebruikt, maar zijn wel nog aanwezig op de site. Een aantal machines werden in 2021 verwijderd waardoor er een daling is in totale drijfkracht. Deze bedraagt nu 194,85 kW (rubriek 19.3.1°a).

 

Er zijn ook nog een aantal machines aanwezig voor het mechanisch behandelen van metalen, voornamelijk het slijpen van de eigen zaagbladen. De totale drijfkracht hiervan blijft ongewijzigd en bedraagt 8,27 kW (rubriek 29.5.2.1°a).

 

Aspect afval

De voortgebrachte afvalstoffen worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. Conform VLAREMA is het verplicht het bedrijfsafval gescheiden in te zamelen en te laten ophalen door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker.

 

De afvalstoffen die voortkomen uit de werkzaamheden (papier- en karton, PMD, hout, …) zullen volgens de aanvraag selectief worden ingezameld in daartoe voorziene afvalrecipiënten. Deze afvalstromen zullen, op regelmatige basis, worden afgevoerd naar daartoe erkende/vergunde bedrijven. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Aspect afvalwater

 

Lozingssituatie

De inrichting ligt in een niet ingekleurd gebied volgens het zoneringsplan van de stad Gent. De riolering in de buurt van de site is niet aangesloten op een openbare zuiveringsinstallatie maar mondt uit in het Grootdok. North Sea Port wenst geen DWA aan te leggen in dit gebied. Er moet op individuele basis gezuiverd worden.

 

Huishoudelijk afvalwater

Er is een beperkte hoeveelheid huishoudelijk afvalwater (< 600 m³) die niet ingedeeld is en in hoofdzaak afkomstig is van de sanitaire installaties. De lozing gebeurt via 2 septische in de openbare

Conform artikel 4.2.8.1.1.§2 van Vlarem II moet een individuele behandelingsinstallatie (IBA) geplaatst worden voor de zuivering van het huishoudelijk afvalwater. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Bedrijfsafvalwater

Door het stopzetten van de activiteiten wassen van eigen voertuigen op de site, wordt er geen bedrijfsafvalwater meer geloosd.

 

Aspect hemelwater

Er wordt momenteel geen hemelwater hergebruikt. Het betreft een bestaand complex en aan voorliggend dossier zijn geen bouwwerken gekoppeld.

Er is wel een wadi van ongeveer 338 m² op de site aanwezig waarop het hemelwater dat op de daken van de loodsen terechtkomt is aangesloten.

 

Er wordt drinkwater gebruikt voor laagwaardige huishoudelijke toepassingen (toiletten, schoonmaak, …). Conform art. 4.2.1.3.§5 van Vlarem II dient prioriteit gegeven te worden aan hergebruik van hemelwater waar mogelijk. Bij toekomstige verbouwingen dient onderzocht te worden wat de mogelijkheden zijn voor hemelwaterhergebruik (o.a. sanitair). Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect bodem

 

Opslag gevaarlijke producten

Een regularisatie van de opslag van gevaarlijke producten wordt aangevraagd.

 

De bovengrondse tanks voor mazout met een inhoud van 20.000 en 25.000 liter werden in 2024 verwijderd. De verwijderingsattesten van deze tanks konden worden voorgelegd.

Er zijn geen gevaarlijke vloeistoffen of vaste stoffen in verpakkingen met een inhoudsvermogen van max. 30 liter of 30kg meer aanwezig op de site. Er gebeurt ook geen opslag meer van smeeroliën. De rubrieken 17.4 en 17.3.7.1. worden geschrapt.

 

Op de site is er nog één bovengrondse tank aanwezig voor de opslag van gasolie met een inhoud van 2.748,9 kg of 3.300 liter (rubriek 17.3.2.1.1°b). Deze vaste houder is dubbelwandig met lekdetectiesysteem en overvulbeveiliging. Het laatst uitgevoerde keuringsattest van het beperkt onderzoek dd. 18/03/2024, afgeleverd door de bevoegde deskundige, werd bij de aanvraag gevoegd. De tank kreeg een groen label. De exploitant dient een nieuwe keuring te laten uitvoeren voor 18/03/2027 conform artikel 5.17.4.3.16.§1 van Vlarem II.  Dit wordt opgenomen als opmerking.

Uiterlijk tegen 1/01/2028 moet het permanent lekdetectiesysteem zowel een akoestisch en visueel signaal geven en dient de alarmfluit vervangen te worden door een systeem tegen overvulling. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Stallen van voertuigen

Er worden in totaal 12 voertuigen gestald op de site waarvan 5 heftrucks, 1 vrachtwagen en 6 diverse aanhangwagens. In vergelijking met de huidige vergunning (stallen van 5 voertuigen) betreft dit een uitbreiding met 7 voertuigen.

Mits een regelmatig preventief onderhoud en controle is het risico op brandstof- of olielekken van de voertuigen minimaal. In geval van een lek zijn de nodige interventiemiddelen beschikbaar (absorptiekorrels en afdekmatten riolering). De nodige maatregelen worden genomen om het morsen van vloeibare producten en de verontreiniging van de bodem, het grond- en oppervlaktewater te voorkomen.

 

Transformator

Op de site is er 1 oliegekoelde transformator van 800 kVA aanwezig. Deze transformator is niet ingedeeld (< 1.000 kVA). De transformator is in een aparte cabine opgesteld. Een opvangbak, die bij lek de diëlektrische vloeistof kan opvangen, dient voorzien te worden. De installatie dient, volgens het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installatie), jaarlijks gekeurd te worden door een erkend organisme. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Vlarebo

Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht bij overdracht, sluiting en faillissement. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect lucht

 

Koelinstallaties

Voorliggende aanvraag betreft een actualisatie van de koeltoestellen. Het vergunde vermogen van de koeltoestellen wordt met 41,5 kW verhoogd. Hierdoor is er in de nieuwe gecoördineerde toestand een totaal vermogen van 52,5 kW aan koelinstallaties (rubriek 16.3.2.a).

 

In totaal zijn 5 er airconditioningsinstallaties aanwezig (waarvan 4 in de kantoorruimte en 1 airco in de conciërgewoning): 1x 10 kW, 3x 11 kW en 1x 2,5 kW.

 

Het gebruikte koelmiddel in de installaties is R410A, R407C en R32. De GWP-waarde voor deze koelmiddelen bedraagt 2.088, 1.774 en 675 respectievelijk. Hiermee bevindt de GWP-waarde, voor de eerste 2 types koelmiddelen, zich boven de grens van 750 die in 2025 door Europa wordt opgelegd aan F-gassen. Het gebruik van natuurlijke koelmiddelen (CO2, NH3, propaan, …) of koelmiddelen met een laag Global Warming Potential dient nagegaan te worden. Dit wordt als opmerking meegegeven.

 

De koelinstallaties worden, worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II, periodiek onderworpen aan onderhoud en lekdichtheidscontroles. Een logboek wordt bijgehouden.

 

Compressor

Er wordt een luchtcompressor (7 kW) met een inhoud van 500 liter (11 bar) aangevraagd.

Het product van de toelaatbare druk (11 bar) en het volume (500 liter) van de luchtcompressor is groter is dan 3.000 bar.liter. Bijgevolg dient de luchtcompressor, conform artikel 5.16.3.2, §4 van Vlarem II ten minste om de vijf jaar onderworpen te worden aan een periodiek onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline houder voor gassen of gevaarlijke stoffen zodat een maximale beveiliging voor de buurt wordt verzekerd.

Het gunstig verslag van onderzoek dd. 15/05/2024 op het persluchtvat (500 liter x 11 bar) kon worden voorgelegd zodat een maximale beveiliging voor de buurt wordt verzekerd.

 

Aspect geluid

De inrichting ligt volgens het gewestplan in een gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven (industriegebied). De dichtst bijgelegen woningen bevinden zich aan de overzijde van de John Kennedylaan.

 

De houtbewerkingsmachines op de site zijn sporadisch in gebruik, wat resulteert in een minimale frequentie van geluid en trillingen. Het verzagen gebeurt inpandig. Om geluidsoverlast te voorkomen dient er steeds gewerkt te worden met gesloten ramen en deuren. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Er wordt geluid gegenereerd door de buitenunits van de airco’s op het dak van de loods. Het specifieke geluid van de (buitenunits van deze) installaties dienen te voldoen aan de normen voor inrichtingen van klasse 3 zoals opgenomen in afdeling 4.5.5 van Vlarem II. De installaties dienen zodanig te worden opgesteld; uitgerust, ingesteld of aangepast/akoestisch geïsoleerd dat er zich geen overschrijdingen van geluidsnormen in de buurt voordoen. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Verder wordt ook geluid geproduceerd door de voertuigen die hout aanleveren of ophalen. Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, dienen de motoren van de voertuigen tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Er dient steeds voldaan te worden aan de toepasselijke Vlarem-geluidsnormen. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect mobiliteit

De mobiliteit die gegenereerd wordt door deze aanvraag betreft hoofdzakelijk het aan- en afvoeren van houttransporten. Er worden in totaal 12 voertuigen gestald op de site, waarvan 5 heftrucks, 1 vrachtwagen en 6 diverse aanhangwagens. Het is belangrijk dat alle parkeren van deze voertuigen op eigen terrein wordt voorzien. Daarnaast zijn er dagelijks 5 lichte vervoerswagens die het terrein oprijden (werknemers) en 3 zware voertuigen die hout aanleveren of ophalen. Op jaarbasis (52 weken, 260 werkdagen) bedraagt dit een verplaatsing van 1.300 lichte voertuigen en 780 zware voertuigen. Het is belangrijk dat alle parkeren, laden & lossen en manoeuvreren van deze voertuigen ook op eigen terrein wordt gedaan. Er mag in geen geval hinder zijn op het openbaar terrein. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Op de plannen zien we geen fietsparkeerplaatsen. We vragen wel aandacht voor comfortabele fietsparkeerplaatsen in functie van het duurzaam verplaatsen van de werknemers. Dit wordt als opmerking meegegeven.

 

De Singel is goed bereikbaar voor gemotoriseerd verkeer via de N424 en is gelegen in het havengebied.

 

Aspect brandveiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 036964-021/MN/2024) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Aspect gecoördineerde bijzondere voorwaarden

In de vergunning d.d. 3/12/2009 (9118/E/3) zijn onderstaande bijzondere voorwaarden opgenomen.

 

1. De voorwaarden van het Departement Brandweer, Afdeling Brandpreventie, die afzonderlijk aan de exploitant toegestuurd zullen worden, dienen aan dit besluit gehecht te worden.

In het kader van onderhavig dossier werd opnieuw een advies verleend door Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie (036964-021/MN/2024). Bijgevolg wordt deze bijzondere voorwaarde hernomen en geactualiseerd naar het meest recente advies.

 

2. M.b.t. het verbranden van houtafval:

- Er mag enkel houtafval verbrand worden op het moment dat er warmte nodig is voor het proces of gebouwenverwarming.

- Indien er geen warmtebehoefte is, moet het afval worden opgeslagen of afgevoerd.

- Enkel onbehandeld houtafval afkomstig van de eigen productie mag worden verbrand.

Deze voorwaarde is niet meer relevant gezien er geen hout meer verbrand wordt op de site. Ze wordt geschrapt.

 

3. Binnen een termijn van 3 maanden na het verlenen van de vergunning moet aan de Dienst Milieutoezicht van de Stad Gent (met vermelding van het dossiernummer) aangetoond worden dat de opslag van de gevaarlijke producten in het technisch lokaal conform artikel 5.17.3.7. van Vlarem II in of op een lekbak gebeurt.

Deze voorwaarde is niet meer relevant. Er gebeurt geen opslag meer van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen en er worden geen smeeroliën meer opgeslagen. De bovengrondse tanks voor mazout met een inhoud van 20.000 en 25.000 liter werden in 2024 verwijderd. Op de site is er nog één bovengrondse dubbelwandige tank aanwezig voor de opslag van gasolie met een inhoud van 2.748,9 kg of 3.300 liter. De voorwaarde wordt geschrapt.

 

CONCLUSIE

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | verhogen van het aantal voertuigen met 7 stuks | Verandering

+7 voertuigen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | In totaal zijn 5 airconditioningsinstallaties aanwezig (waarvan 4 in de kantoorruimte en 1 airco in de conciërgewoning), 1x 10 kW, 3x 11 kW en 1x 2,5 kW

Daarnaast is er nog 1 compressor aanwezig. | Verandering

+41,5 kW

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | Twee bovengrondse mazouttanks van 25.000l en 20.000l werden verwijderd. | Verandering

-38,25 ton

19.3.1°a)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Een vermindering van aanwezige machines van 363,8 kW. | Verandering

-363,8 kW

19.6.1°c)

opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 400 m3 in een lokaal) | De opslag van hout werd in totaal uitgebreid met 10.000 m³. | Verandering

+10000 m³

19.6.1°d)

opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 1 600 m³ in open lucht) | De opslag van hout werd in totaal uitgebreid met 10.000 m³. | Verandering

+10000 m³

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20240403-0016) is:


Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Het stallen van 5 heftrucks, 1 vrachtwagen en 6 diverse aanhangwagens. | klasse 3

12 voertuigen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | In totaal zijn 5 airconditioningsinstallaties aanwezig (waarvan 4 in de kantoorruimte en 1 airco in de conciërgewoning), 1x 10 kW, 3x 11 kW en 1x 2,5 kW

Daarnaast is er nog 1 compressor aanwezig. | klasse 3

52,5 kW

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | één bovengrondse groene tank (gasolie) met een inhoud van 3.300 liter. | klasse 3

2,748 ton

19.3.1°a)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Machines voor het bewerken van hout met een totale drijfkracht van 194,85 kW. | klasse 3

194,85 kW

19.6.1°c)

opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 400 m3 in een lokaal) | Capaciteit aan houtopslag bedraagt in totaal 22.000 m², waarvan 17.000m² zich bevindt verschillende loodsen. | klasse 2

17000 m³

19.6.1°d)

opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 1 600 m³ in open lucht) | Capaciteit aan houtopslag bedraagt in totaal 22.000 m², waarvan 5.000m² zich bevindt in openlucht, op verschillende plaatsen op het terrein. | klasse 2

5000 m³

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | Machines aanwezig in de slijperij voor het mechanisch behandelen van metaal, met een totale drijfkracht van 8,5 kW. | vlarebo : O | klasse 3

8,5 kW

 

TERMIJN

De gevraagde vergunning kan verleend worden voor bepaalde duur, tot 3 december 2029, overeenkomstig de basisvergunning.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het veranderen van de exploitatie van een bedrijf voor houtopslag en houtverwerking aan Decolvenaere bv (O.N.:0400079171) gelegen te Singel 140 en 140B, 9000 Gent.


De rubrieken voor de inrichting/activiteit Decolvenaere NV met inrichtingsnummer 20240403-0016 beslist het college als volgt:

 

Vergunde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | verhogen van het aantal voertuigen met 7 stuks | Verandering

7 voertuigen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | In totaal zijn 5 airconditioningsinstallaties aanwezig (waarvan 4 in de kantoorruimte en 1 airco in de conciërgewoning), 1x 10 kW, 3x 11 kW en 1x 2,5 kW

 

 

Daarnaast is er nog 1 compressor aanwezig. | Verandering

41,5 kW

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | Twee bovengrondse mazouttanks van 25.000l en 20.000l werden verwijderd. | Verandering

-38,25 ton

19.3.1°a)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Een vermindering van aanwezige machines van 363,8 kW. | Verandering

-363,8 kW

19.6.1°c)

opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 400 m3 in een lokaal) | De opslag van hout werd in totaal uitgebreid met 10.000 m³. | Verandering

10000 m³

19.6.1°d)

opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 1 600 m³ in open lucht) | De opslag van hout werd in totaal uitgebreid met 10.000 m³. | Verandering

10000 m³

 

 De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20240403-0016) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Het stallen van 5 heftrucks, 1 vrachtwagen en 6 diverse aanhangwagens. | klasse 3

12 voertuigen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | In totaal zijn 5 airconditioningsinstallaties aanwezig (waarvan 4 in de kantoorruimte en 1 airco in de conciërgewoning), 1x 10 kW, 3x 11 kW en 1x 2,5 kW

 

 

Daarnaast is er nog 1 compressor aanwezig. | klasse 3

52,5 kW

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | één bovengrondse groene tank (gasolie) met een inhoud van 3.300 liter. | klasse 3

2,748 ton

19.3.1°a)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Machines voor het bewerken van hout met een totale drijfkracht van 194,85 kW. | klasse 3

194,85 kW

19.6.1°c)

opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 400 m3 in een lokaal) | Capaciteit aan houtopslag bedraagt in totaal 22.000 m², waarvan 17.000m² zich bevindt verschillende loodsen. | klasse 2

17000 m³

19.6.1°d)

opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 1 600 m³ in open lucht) | Capaciteit aan houtopslag bedraagt in totaal 22.000 m², waarvan 5.000m² zich bevindt in openlucht, op verschillende plaatsen op het terrein. | klasse 2

5000 m³

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | Machines aanwezig in de slijperij voor het mechanisch behandelen van metaal, met een totale drijfkracht van 8,5 kW. | vlarebo : O | klasse 3

8,5 kW


Artikel 2

De gevraagde vergunning kan verleend worden voor bepaalde duur, tot 3 december 2029, overeenkomstig de basisvergunning.

 

Artikel 3

Legt volgende voorwaarden op:

Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

Geluid

Om geluidsoverlast te voorkomen dient er steeds gewerkt te worden met gesloten ramen en deuren.

 

Het specifieke geluid van de (buitenunits) van de airconditioninginstallaties dienen te voldoen aan de normen voor inrichtingen van klasse 3 zoals opgenomen in afdeling 4.5.5 van Vlarem II. De installaties dienen zodanig te worden opgesteld; uitgerust, ingesteld of aangepast/akoestisch geïsoleerd dat er zich geen overschrijdingen van geluidsnormen in de buurt voordoen.

 

Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, dienen de motoren van de voertuigen tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd te worden.

 

Mobiliteit

Alle parkeren, laden & lossen en manoeuvreren dient te gebeuren op eigen terrein. Er mag in geen geval hinder zijn op het openbaar domein.

 

Brandveiligheid

De voorwaarden uit het advies (met referentie 036964-021/MN/2024) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

 

 

Volgende geactualiseerde milieuvoorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:

Geluid

Om geluidsoverlast te voorkomen dient er steeds gewerkt te worden met gesloten ramen en deuren.

 

Het specifieke geluid van de (buitenunits) van de airconditioninginstallaties dienen te voldoen aan de normen voor inrichtingen van klasse 3 zoals opgenomen in afdeling 4.5.5 van Vlarem II. De installaties dienen zodanig te worden opgesteld; uitgerust, ingesteld of aangepast/akoestisch geïsoleerd dat er zich geen overschrijdingen van geluidsnormen in de buurt voordoen.

 

Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, dienen de motoren van de voertuigen tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd te worden.

 

Mobiliteit

Alle parkeren, laden & lossen en manoeuvreren dient te gebeuren op eigen terrein. Er mag in geen geval hinder zijn op het openbaar domein.

Brandveiligheid

De voorwaarden uit het advies (met referentie 036964-021/MN/2024) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

Artikel 4

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Afval

Er dient een afvalstoffenregister bijgehouden te worden.

 

Afvalwater

Conform artikel 4.2.8.1.1.§2 van Vlarem II moet een individuele behandelingsinstallatie (IBA) geplaatst worden voor de zuivering van het huishoudelijk afvalwater.

 

Hemelwater

Er wordt drinkwater gebruikt voor laagwaardige huishoudelijke toepassingen (toiletten, schoonmaak, …). Conform art. 4.2.1.3.§5 van Vlarem II dient prioriteit gegeven te worden aan hergebruik van hemelwater waar mogelijk. Bij toekomstige verbouwingen dient onderzocht te worden wat de mogelijkheden zijn voor hemelwaterhergebruik (o.a. sanitair).

 

Opslag gevaarlijke producten

De exploitant dient op de bovengrondse opslagtank voor gasolie, conform artikel 5.17.4.3.16.§1 van Vlarem II, een nieuwe keuring te laten uitvoeren voor 18/03/2027. 

Uiterlijk tegen 1/01/2028 moet het permanent lekdetectiesysteem zowel een akoestisch en visueel signaal geven en dient de alarmfluit vervangen te worden door een systeem tegen overvulling.

 

Transformator

Een opvangbak, die bij lek de diëlektrische vloeistof kan opvangen, dient voorzien te worden.

De installatie dient, volgens het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installatie), jaarlijks gekeurd te worden door een erkend organisme.

 

Vlarebo

Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht bij overdracht, sluiting en faillissement.

 

Koelinstallaties

Het gebruik van natuurlijke koelmiddelen (CO2, NH3, propaan, …) of koelmiddelen met een laag Global Warming Potential dient nagegaan te worden.

 

Geluid

Er dient steeds voldaan te worden aan de toepasselijke Vlarem-geluidsnormen.

 

Mobiliteit

Aandacht voor comfortabele fietsparkeerplaatsen in functie van het duurzaam verplaatsen van de werknemers.