Terug
Gepubliceerd op 14/03/2025

2025_CBS_02285 - OMV_2024137859 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een meergezinswoning na het slopen van een handelspand met woning - met openbaar onderzoek - Joseph Gérardstraat, 9040 Gent - Weigering

college van burgemeester en schepenen
do 13/03/2025 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 13/03/2025 - 09:04
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Afwezig

Sofie Bracke, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Astrid De Bruycker, schepen
2025_CBS_02285 - OMV_2024137859 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een meergezinswoning na het slopen van een handelspand met woning - met openbaar onderzoek - Joseph Gérardstraat, 9040 Gent - Weigering 2025_CBS_02285 - OMV_2024137859 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een meergezinswoning na het slopen van een handelspand met woning - met openbaar onderzoek - Joseph Gérardstraat, 9040 Gent - Weigering

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

De heer Philippe Heynderycx met als contactadres Graslei 6, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024137859) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 29 oktober 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het bouwen van een meergezinswoning na het slopen van een handelspand met woning

• Adres: Joseph Gérardstraat 40 en 40A, 9040 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 18 sectie A nr. 298C3

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 9 december 2024.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 5 maart 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

OMGEVING
Het pand uit voorliggende aanvraag bevindt zich op de hoek tussen de Joseph Gérardstraat en Halvemaanstraat in Sint-Amandsberg. De omgeving bestaat voornamelijk uit gesloten residentiële bebouwing, opgebouwd uit 2 en 3 bouwlagen met een hellend dak.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het slopen van een bestaande gebouw en het nieuwbouwen van een meergezinswoning.

SLOOP

Het perceel uit de aanvraag heeft een oppervlakte van ca. 100m² en is integraal bebouwd met een gebouw van 187m² NVO, waarvan 101m² NVO als handelszaak en 86m² NVO als woonfunctie. Deze wordt in de aanvraag integraal gesloopt in functie van een nieuwbouwvolume.
 

MORFOLOGIE EN INDELING

Volume
Er wordt op het perceel een nieuwbouw voorzien. Deze neemt nagenoeg het volledige perceel in beslag. Op de hoek wordt er een afgeknotte hoek voorzien, die de bestaande rooilijn niet volgt. Het nieuwe volume bestaat uit 3 bouwlagen met een plat dak. De totale hoogte bedraagt +9m36 (gemeten vanaf het trottoirpeil). Dit zorgt voor een ophoging van de linker scheidingsmuur (halvemaanstraat) tussen 2m98 en 5m54 over een lengte van 9m20. De rechter scheidingsmuur (Joseph Gérardstraat) dient niet opgehoogd te worden.

Meergezinswoning

Op de gelijkvloerse verdieping wordt er aan de kant van de Joseph Gérardstraat een gemeenschappelijke fietsenberging voorzien voor 8 fietsen. Langs de Halvemaanstraat wordt er een gemeenschappelijke inkom voorzien. De gelijkvloerse en een deel van de eerste verdieping wordt voorzien van een 2-slaapkamerappartement van 74m² NVO met een buitenruimte van 11,50m². Achteraan deze verdieping is een interne trap aanwezig die toegang biedt naar de eerste verdieping. Een deel van de eerste verdieping (kant Joseph Gérardstraat) wordt ingericht als slaapkamer, badkamer en inpandig terras horende bij het gelijkvloerse appartement. De eerste verdieping op de hoek en de volledige tweede verdieping worden voorzien van een
4-slaapkamerappartement van 124,5m² NVO met een buitenruimte van 8,4m².

 

RIOLERING

Er wordt een gescheiden rioleringsstelsel voorzien zonder septische of hemelwaterput.


MATERIALISATIE
De gevels worden afgewerkt in roodbruin metselwerk met een schijnwerk uit een zwartbruin aluminium.

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Stedenbouwkundige vergunningen

- Op 21/05/1970 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een woning tot winkel. (1970 SA 077)

- Op 11/05/1993 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een handelszaak met bijbehorende woongelegenheid. (1993/60060)

3.       WIJZIGINGSAANVRAAG

Op 18 februari 2025 werd een wijzigingsverzoek ingediend naar aanleiding van een ongunstig advies van ‘brandweerzone Centrum’. Op 19 februari 2025 werd dit wijzigingsverzoek aanvaard.

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

4.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven (raadpleegbaar op het Omgevingsloket):

 

Ongunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 6 januari 2025 onder ref.: 022109-002/NVDV/2024:
Besluit: NEGATIEF ADVIES, het project voldoet niet aan de minimale eisen inzake brandveiligheid.

Ongunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 28 februari 2025 onder ref.: 02210-003/NVDV/2024:
Besluit: NEGATIEF ADVIES, het project voldoet niet aan de minimale eisen inzake brandveiligheid.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Farys afgeleverd op 6 januari 2025 onder ref. : AD-24-1332

Drinkwater

De voorgestelde omgevingsaanvraag omvat de afbraak van een verouderd gebouw met functie handel en woning en de herbouw van een meergezinswoning. Het betreft de bouw van een meergezinswoning, bestaande uit 2 gestapelde woonentiteiten.

M.b.t. het slopen van de bestaande bebouwing moet door of i.o.v. Farys vooreerst de meter(s) worden afgesloten en de drinkwateraftakking worden opgebroken vooraleer over te gaan tot de slopingswerken.

Deze kosten vallen ten laste van de aanvrager.

We hebben verder geen bezwaren en/of opmerkingen voor de bouw van deze meergezinswoning met 2 gestapelde woonentiteiten.

Ons advies is gunstig.

 

Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius afgeleverd op 17 januari 2025 onder ref.: 5000087317. (zie integraal advies op het Omgevingsloket)

5.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

5.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.

Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg ‘Campo Santo’, goedgekeurd op 29 september 1988, en is bestemd als zone voor gesloten bebouwing.

4/ Kolom 24 – 25 / Dakvorm: Type en helling; Er wordt op het grafische plan een hellende dakvorm opgelegd met een hellingsgraad tussen 30 en 60 graden.

Toetsing: Het voorstel gaat uit van een volume met plat dak.


De aanvraag is niet in overeenstemming met bovenstaand voorschrift.
 

Overeenkomstig artikel 4.4.9/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan het vergunningverlenende bestuursorgaan bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, voor zover dit plan ouder is dan vijftien jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag. Artikel 4.3.1, § 1, 1° bepaalt tevens dat de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening onverminderd blijft gelden. Een afwijking kan bijgevolg enkel toegestaan worden indien deze uitgaat van de goede ruimtelijke ordening, waarbij het ‘verhogen van het ruimtelijk rendement’ een nieuw onderdeel is. Om de kansen die deze verruimde afwijkingsmogelijkheden bieden te stroomlijnen met de principes van Ruimte voor Gent (het ruimtelijk structuurplan), werd de beleidsnota Ruimtelijk rendement in relatie tot Ruimte voor Gent opgesteld. In deze beleidsnota worden per deelruimte (binnenstad, kernstad, groeistad, buitengebied) de principes van het BPA waarop al dan niet kan afgeweken worden, besproken. Deze afweging wordt telkens gemaakt in relatie tot de principes van Ruimte voor Gent.

 

Bovenstaande afwijking op de voorschriften van het BPA is aanvaardbaar om volgende reden:

-     De woning is in de bestaande toestand voorzien van een mansardedak. Door het integraal bebouwen van het perceel met een nieuwbouwvolume met een plat dak is de impact op de omgeving beperkter dan het voorzien van een hellend dak. Het voorzien van een plat dak biedt ook de mogelijkheid tot het voorzien van een groendak, hetgeen een positieve invloed heeft op de hemelwaterhuishouding.

5.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

5.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.


Artikel 3.5 Aantal, afmetingen, ligging en diepte van afvoerbuizen die uitmonden in de openbare rioolstelsels;

Per onroerend goed wordt voorzien in maximum één huisaansluiting voor de afvoer van afvalwater en in maximum één huisaansluiting voor de afvoer van (niet verontreinigd) hemelwater. Indien er op het openbaar domein wachtbuizen of- putjes aanwezig zijn, moeten de private afvoerbuizen ter hoogte van de grens met het openbaar domein zo dicht mogelijk bij deze wachtbuizen of –putjes toekomen. Indien er bestaande aansluitingen zijn, dan moeten deze hergebruikt worden.

Toetsing: niet conform:

Er worden in huidige aanvraag 2 afzonderlijke huisaansluitingen voorzien. Hierbij kan er maximaal 1 huisaansluiting voorzien worden die aansluit op de bestaande huisaansluiting. De bestaande aansluitingen dienen ter hoogte van de rooilijn opgezocht, opgemeten en gemarkeerd te worden. Indien ze tijdelijk niet in dienst blijven, is het de taak van de bouwheer om deze ter hoogte van de rooilijn dicht te maken om elke instroom te vermijden. De aanvraag voldoet hier niet aan.

 

Artikel 3.6 Afvalwater – septische put – IBA;

De plaatsing van een septische put (voor lozing van faecaal afvalwater) is verplicht bij nieuwbouw, al dan niet na slopen, en bij verbouwingen waarbij het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan aangepast worden.

Toetsing: niet conform:

Een septische put wordt opgelegd als de bestaande stelsels en ruimtes dit toelaten, en/of de aard van de (ver)bouwwerken dit toelaten. De indeling en configuratie van de woning, inclusief de lokalisatie van oude/nieuwe leidingen en oud/nieuw sanitair spelen een rol bij de evaluatie. De aanvraag gaat uit van een integrale sloop en nieuwbouw van een meergezinswoning. Voor het voorzien van een septische put kan er ter hoogte van de fietsenberging een septische put voorzien worden. Dit kan echter pas opgelegd worden indien er boven deze zone geen bewoonbare zones gelegen zijn. Er is bijgevolg een vrijstelling mogelijk als het plaatsen technisch niet mogelijk of te moeilijk is en de plaatsing ervan enkel zou resulteren in het voorzien van een toezichtsluik in een bewoonde ruimte. Er dient geconcludeerd te worden dat in de zone onder de fietsenberging wel de mogelijkheid is om deze te voorzien, gezien hierboven geen bewoonbare zone gelegen is.

 

De bovenstaande strijdigheden zouden via bijzondere voorwaarden kunnen worden geremedieerd, maar gelet op de meer fundamentele weigeringsgrond (zie verder bij omgevingstoets), wordt deze negatieve beoordeling een bijkomende weigeringsgrond.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening voetgangersverkeer

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

5.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

6.       WATERPARAGRAAF

6.1. Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

6.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

HEMELWATERPUT

Met voorliggende aanvraag wordt de bestaande bebouwing gesloopt en er wordt een nieuwbouw meergezinswoning voorzien. Hierdoor is de aanleg van een hemelwaterput verplicht. De horizontale dakoppervlakte die in rekening moet gebracht worden bedraagt 100m². De horizontale dakoppervlakten van de delen van de daken die zijn uitgerust met een groendak met een minimale opslagcapaciteit van 50 liter per vierkante meter worden door twee gedeeld. Er wordt echter een groendak voorzien met een bufferend vermogen van 35l/m² waardoor deze niet in rekening gebracht kan worden. Hierdoor moet een hemelwaterput voorzien worden met een minimale inhoud van 10.000l. De aanvraag voorziet geen hemelwaterput zonder motivatie.

 

Er kan niet akkoord worden gegaan met een afwijking voor het niet plaatsen van een hemelwaterput. Gezien het perceel volledig volgebouwd zal worden, dient er een maximaal hergebruik plaats te vinden van het hemelwater. Verder wordt er een integraal nieuwe funderingsplaat wordt voorzien, waarbij het mogelijk is om hieronder een hemelwaterput te plaatsen. Hierbij kan er gezocht worden naar een hemelwaterput uit EPDM.

 

INFILTRATIEVOORZIENING

Het perceel is kleiner dan 120 m², waardoor er geen infiltratievoorziening aangelegd moet worden.

  

GROENDAK

Er wordt geen hemelwaterput voorzien. Hierbij is er een verplichting om alle nieuwe platte daken te voorzien van een groendak met een bufferend vermogen van 50l/m². In de aanvraag wordt het nieuwe platte dak volledig aangelegd als groendak met een bufferend vermogen van 35l/m².

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

6.3. Conclusie

We besluiten dat voorliggende aanvraag de watertoets niet doorstaat en dit door het niet voorzien van een hemelwaterput. Dit kan weliswaar via bijzondere voorwaarden worden geremedieerd, maar gelet op de meer fundamentele weigeringsgrond (zie verder bij omgevingstoets), wordt deze negatieve conclusie een bijkomende weigeringsgrond.

7.       NATUURTOETS

Er is geen waardevol groen of boom verwijderd. De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen. Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI. Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN. Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

8.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

9.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 17 december 2024 tot en met 15 januari 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.

10.   OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
SLOOP
Principieel is er geen bezwaar tegen de sloop van het gebouw op deze locatie voor het voorzien van nieuwe bebouwing. Dit kan bijgevolg positief geadviseerd worden.

MORFOLOGIE EN INDELING
Meergezinswoning
De Stad Gent streeft in haar beleid naar een gevarieerde mix van kwaliteitsvolle woongelegenheden van diverse grootte en verschillende types. Dergelijk gevarieerd woonaanbod creëert immers ook een gemengde bevolkingssamenstelling wat van belang is in de stad: een mix van alle leeftijden, culturen en gezinssamenstellingen maakt een stad dynamisch, leefbaar en uitermate interessant om in te wonen, te werken en zich te ontspannen. Dit betekent dat ook voldoende ruime gezinsvriendelijke woongelegenheden moeten gerealiseerd worden, met een tuin of terras. Op die manier moeten ook (jonge) gezinnen met of zonder kinderen zich goed blijven voelen in de stad en moet de selectieve stadsvlucht door deze groep tegengegaan worden. De Stad Gent streeft er daarom naar de bestaande eengezinswoningen zoveel mogelijk te behouden en bijkomend plaats te maken voor nieuwe eengezinswoningen. Meergezinswoningen zijn uiteraard ook nog mogelijk maar kunnen bijvoorbeeld nooit als dit betekent dat hiervoor een te beschermen eengezinswoning (NVO < 220m²) voor moet verbouwd of gesloopt worden en bijgevolg ook moet verdwijnen.

Op het perceel is er een gebouw aanwezig die in hoofdfunctie een handelsfunctie bevat met een nevenfunctie wonen. De aanwezige woonfunctie getuigd van weinig kwaliteit. In huidige aanvraag wordt er een nieuwbouw meergezinswoning voorzien met 2 entiteiten. Er wordt gezocht naar een kwalitatieve invulling zonder de draagkracht van het perceel te overschrijden. Hierbij wordt er een kleiner appartement en een groot appartement voorzien, waardoor de mix van de meergezinswoning ook positief is. Echter is huidige aanvraag strijdig met het Algemeen Bouwreglement alsook heeft deze een negatieve watertoets door het niet voorzien van een hemelwaterput. Deze elementen zouden oplosbaar zijn met bijzondere voorwaarden, maar gelet op het ongunstige brandweer advies, worden deze een bijkomende weigeringsgrond.

BRANDWEER
Er werd naar aanleiding van een ongunstig brandweer advies een nieuwe projectinhoudversie (PIV4) aangeleverd. Deze werd aanvaard en er werd opnieuw advies ingewonnen bij de brandweer. Echter voldoet het nieuwe voorstel niet aan de minimale eisen inzake brandveiligheid.

Strijdig met bijlage 2/1, punt 4.4.1 (4.4 Evacuatiewegen en vluchtterrassen)
Geen enkel punt van een compartiment mag zich verder bevinden dan 20 m van de evacuatieweg die de trappen of uitgangen verbindt (voor lokalen of geheel van lokalen met nachtbezetting).

Aanvullend geldt volgens het verslag aan de Koning, 1 maart 2009 – KB tot wijziging van het KB van 7 juli 1994 tot vaststelling van de Basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen: Het traject langs een trap kan ’omgerekend’ worden naar een horizontale afstand gelijk aan de te overbruggen hoogte vermenigvuldigd met respectievelijk 2,5.

Toetsing: Bij het duplexappartement nr. 2, gelegen op +1 en +2, bedraagt de vluchtafstand van het uiterste punt op +2 tot aan de toegangsdeur op +1 meer dan 20 m.

Naar aanleiding van dit ongunstig advies en de andere strijdigheden dient de aanvraag ongunstig beoordeeld te worden.

CONCLUSIE 

Ongunstig, de aanvraag voldoet niet aan de minimale eisen inzake brandveiligheid en is niet in overeenstemming met de wettelijke bepalingen (Algemeen Bouwreglement Artikel 3.5 en Artikel 3.6 alsook een negatieve watertoets)

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het bouwen van een meergezinswoning na het slopen van een handelspand met woning aan de heer Philippe Heynderycx gelegen te Joseph Gérardstraat 40 en 40A, 9040 Gent.