Ieder woonzorgcentrum is verplicht om een coördinerend en raadgevend arts (CRA) aan te stellen die het woonzorgcentrum bijstaat in het medisch zorgbeleid. Dit kan 1 arts zijn, maar de functie kan ook gedeeld worden.
Op 5 juli 2024 keurde de Vlaamse Regering definitief het besluit goed tot wijziging van de regelgeving wat betreft de rol en vergoeding van de CRA. Deze wijzigingen hebben tot doel de medische organisatie te verbeteren, het mandaat van de CRA te versterken en de samenstelling van de vergoeding van de CRA te definiëren.
De raad voor maatschappelijk welzijn van mei 2025 keurde een modelovereenkomst goed af te sluiten tussen woonzorgcentra en coördinerend en raadgevend arts (CRA). Bij de overeenkomst hoort telkens een 'intentieverklaring voor goede samenwerking tussen de behandelende artsen en de initiatiefnemer van het woonzorgcentrum' en 'algemeen (huishoudelijk) reglement van de medische activiteit'.
Het vast bureau werd gemachtigd om de concrete overeenkomsten af te sluiten op basis van het model, met bijhorend huishoudelijk reglement en intentieverklaring.
De gedelegeerde bevoegdheden omvatten alle verbintenissen voortvloeiende uit de overeenkomst en bijhorende documenten.
Voor een zo efficiënt mogelijke werking en dienstverlening is het aangewezen het afsluiten van de eigenlijke overeenkomsten (en bijhorend huishoudelijk reglement en intentieverklaring), te delegeren aan de algemeen directeur, met mogelijkheid tot subdelegatie.
De delegatiehouder zal jaarlijks rapporteren over de nieuw afgesloten overeenkomsten.
Keurt goed de delegatie bij reglement van de bevoegdheid tot het afsluiten van overeenkomsten tussen woonzorgcentra en coördinerend en raadgevend arts (CRA), en bijhorend huishoudelijk reglement en intentieverklaring, onder volgende voorwaarden:
§ 1. de overeenkomst wordt afgesloten op basis van het model zoals goedgekeurd in de raad voor maatschappelijk welzijn van mei 2025;
§ 2. de aan de algemeen directeur gedelegeerde bevoegdheid kan het voorwerp uitmaken van een subdelegatie aan andere door haar te bepalen personeelsleden.
§ 3. de algemeen directeur rapporteert jaarlijks over minstens volgende gegevens: