Terug
Gepubliceerd op 09/05/2025

2025_CBS_04203 - OMV_2024127678 R - dossier in beroep - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van het aanleggen van verharding op een woonerf - Boskeetstraat, 9031 Gent - Voorwaardelijk gunstig advies

college van burgemeester en schepenen
do 08/05/2025 - 09:02 College Raadzaal
Datum beslissing: do 08/05/2025 - 09:14
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Afwezig

Sofie Bracke, schepen; Burak Nalli, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Astrid De Bruycker, schepen
2025_CBS_04203 - OMV_2024127678 R - dossier in beroep - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van het aanleggen van verharding op een woonerf - Boskeetstraat, 9031 Gent - Voorwaardelijk gunstig advies 2025_CBS_04203 - OMV_2024127678 R - dossier in beroep - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van het aanleggen van verharding op een woonerf - Boskeetstraat, 9031 Gent - Voorwaardelijk gunstig advies

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 59 en 60.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen geeft gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

De heer Matthias Hemelsoet met als contactadres Boskeetstraat 6, 9031 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024127678) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 22 december 2024.

De aanvraag werd op 27 februari 2025 in eerste aanleg door college van burgemeester en schepenen gedeeltelijk voorwaardelijk vergund.

 

Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen werd in beroep gegaan door de aanvrager. Op 14 april 2025 werd het beroep volledig en ontvankelijk verklaard.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het regulariseren van het aanleggen van verharding op een woonerf

• Adres: Boskeetstraat 2-8A, 9031 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie A nrs. 803E, 803D, 804X, 804Z, 804Y, 805E en 1543A

 

 

 

De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 14 april 2025.

 

ADVIES

 

Overeenkomstig artikel 34 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015  tot uitvoering van het omgevingsvergunningen-decreet bevat het advies van het college van burgemeester en schepenen, minstens volgende gegevens:

1° de stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn op de percelen waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft;

2° de beschrijving van de bestemming die aan de omgeving in een straal van 500 meter rond het project is gegeven conform de plannen van aanleg en de ruimtelijke uitvoeringsplannen;

3° een gemotiveerde beoordeling van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening;

4° in voorkomend geval, een gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu;

5° in voorkomend geval, de voorwaarden die het college nuttig acht;

6° in voorkomend geval, een gemotiveerde beoordeling van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.

 

Deze gegevens zijn reeds opgenomen in de collegebeslissing van 27 februari 2025 in eerste aanleg. Deze beslissing is bijgevoegd als bijlage en maakt integraal deel uit van het huidige advies.

 

In het beroepschrift staan samengevat volgende relevante elementen en/of argumenten:

 

1/ Terras bij de dwarsschuur:

  • Deze woning en tuin zijn geen eigendom van de aanvrager, dus de aanvrager heeft het recht niet om deze voorwaarde uit te voeren
  • Deze verharding infiltreert naast de verharding en valt binnen het vrijstellingsbesluit
  • Beoordeling dat deze verharding niet nodig is, is subjectief
     

2/ Grindverharding bij dwarsschuur:

  • Opnieuw geen eigendom van de aanvrager
  • Infiltreert naast verharding
  • Verharding is rechtmatig tot stand gekomen (luchtfoto 1956)
  • De verharding wordt gebruikt voor het stallen van fietsen en de aanhangwagen

 

3/ Grindverharding bij hoeve:

  • In OMV_2024058403 werd geen opmerking gemaakt tegen de grindverharding
  • Er wordt betwist dat de vergunde situatie voldoende manoeuvreerruimte biedt. Na enkele keren vast te komen zitten in het gazon, is er besloten dat er een draaipunt nodig is. Nu kan er nog achteruit van de oprit worden gereden, maar dit zal verslechteren als de baan heraangelegd wordt met middenberm

 

Aangezien in het beroepschrift nieuwe elementen/argumenten worden toegevoegd, voegt het huidige advies volgende aanvullingen toe op de argumentatie in de collegebeslissing in eerste aanleg die in het huidige advies integraal bevestigd en hernomen wordt:

 

1/ Terras bij dwarsschuur:

  • De aanleg van deze verharding werd inderdaad niet expliciet in nota/Omgevingsloket als onderwerp van de aanvraag aangegeven maar ligt wel binnen de aangeduide contour op het Omgevingsloket. Door het zakelijk karakter van de Omgevingsvergunning wordt deze verleend onder voorbehoud van de burgerlijke rechten die betrekking hebben op het onroerend goed.

Door het uitsluiten van deze verharding, zelfs al vormen ze geen expliciet onderdeel van de aanvraag, wordt geoordeeld dat ze ook niet voor regularisatie in aanmerking komt.

  • Voor zover het vrijstellingsbesluit ruim zou worden geïnterpreteerd zodanig dat 80 m² aan niet-overdekte constructies per woonentiteit kan worden voorzien, wordt door de nieuwe verharding deze 80 m² overschreden bij de woning in de dwarsschuur.
  • Het algemeen uitgangspunt is dat verhardingen tot een minimum beperkt moeten worden, wat 3 terrassen bij een eengezinswoning objectief gezien niet is.

 

2/ Grindverharding bij dwarsschuur:

  • De aanleg van deze verharding werd inderdaad ook niet expliciet in nota/Omgevingsloket als onderwerp van de aanvraag aangegeven maar ligt wel binnen de aangeduide contour op het Omgevingsloket. Door het zakelijk karakter van de Omgevingsvergunning wordt deze verleend onder voorbehoud van de burgerlijke rechten die betrekking hebben op het onroerend goed.

Door het uitsluiten van deze verharding, zelfs al vormen ze geen expliciet onderdeel van de aanvraag, wordt geoordeeld dat ze ook niet voor regularisatie in aanmerking komt.

  • Deze rechtmatig tot stand gekomen toestand is niet meer relevant gezien cfr vergunning 2016/05017 deze verharding verwijderd zou worden. Ook door middel van alle daaropvolgende vergunningen werd het verharden van deze zone niet (opnieuw) vergund.
  • In het kader van het beperken van verhardingen tot een minimum worden bedenking geuit of het stallen van fietsen en/of aanhangwagen bij de eengezinswoning moet gebeuren op een/deze verharding. Mogelijks is er binnenin de woning ruimte voor het stallen van de fietsen en er rekening met houdend dat er zich voor de woning al een ruime parkeerhaven (/verharde zone) bevindt.

 

3/ Grindverharding bij hoeve:

  • In OMV_2024058403 lag de focus op de parkeerhaven, maar er werd ook opgemerkt dat de terreinbezetting voor het volledige terrein (te) hoog is en dat er moest gezocht worden naar ontharding.
  • De woning beschikt over een dubbele inpandige garage, dus – indien er geen auto’s staan geparkeerd op de grindverharding – is de vergunde verharding voldoende ruim om te functioneren als keerpunt.


CONCLUSIE

Huidig advies herneemt integraal de inhoud en de motieven van de collegebeslissing in eerste aanleg, met dien verstande dat op de nieuwe elementen in het beroepschrift aanvullend advies is gegeven in dit advies.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over de omgevingsvergunningsaanvraag in beroep die bij de college van burgemeester en schepenen werd ingediend.

 

Communicatie

Niet van toepassing.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

 

Het college van burgemeester en schepenen brengt gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het regulariseren van het aanleggen van verharding op een woonerf van de heer Matthias Hemelsoet, gelegen te Boskeetstraat 2-8A, 9031 Gent.

 

Artikel 2

Verzoekt de deputatie  om volgende voorwaarden voor de geplande werken op te nemen:

Volgende handelingen worden uitgesloten uit de vergunning (zie aanduiding op inplantingsplan)
Het verharden van de volgende zones wordt uitgesloten uit de vergunning: het nieuwe terras (12 m²) aansluitend aan de hedendaagse uitbreiding bij de ‘dwarsschuur’, een zone van ca. 42 m² naast de oostelijke gevel van de ‘dwarsschuur’ en de uitbreiding van de grindverharding bij de hoeve, Boskeetstraat 2. Deze zones moeten onverhard aangelegd worden. 

Voorwaarden voortvloeiend uit externe adviezen
De voorwaarden opgenomen in het advies van Agentschap Wegen en Verkeer (advies van 3 februari 2025, met kenmerk AV/411/2025/00089) moeten strikt nageleefd worden.

De voorwaarden opgenomen in het advies van het Agentschap Onroerend Erfgoed (advies van 13 februari 2025, met kenmerk 4.002/44021/32.66) moeten strikt nageleefd worden.

 

Fietsenparkeerplaatsen
De autoparkeerplaats gelegen naast de fietsparkeerplaatsen moet gesupprimeerd worden, zodat de fietsparkeerplaatsen conform de richtlijnen kunnen uitgevoerd worden.

 

De fietsparkeerplaatsen worden voorzien van een hoog-laag-systeem, aangezien de as-op-as-afstand 65 cm bedraagt op de plannen.

 

Heraanplant

Er dient minimaal 1 hoogstammige boom (HS 10/12) in het eerstvolgende plantseizoen aangeplant te worden na de uitvoering.


Openbaar domein

Het privédomein moet op de rooilijn zichtbaar afgescheiden zijn van het openbaar domein (bijvoorbeeld door middel van een dorpel, haag, afsluiting, verschil in materialen etc.).

 

De openbare, groene bermen mogen in geen geval verhard worden of voorzien van andere private materialen door de bouwheer. Ook halfverhardingen/steenslag - zowel nieuwe als bestaande - zijn niet toegelaten. In het geval van inbreuken kan de stad deze verhardingen/materialen opbreken op kosten van de bouwheer.

 

Het binnengebied moet steeds privaat blijven. De bouwheer dient dan ook in te staan voor de aanleg van de wegenis met alle toebehoren (riolering, nutsleidingen, verlichting, groen e.d....).

 

De verkavelingsrichtlijnen van Farys zijn van toepassing op deze volledige verkaveling.

Dit wil onder andere zeggen dat voor het berekenen van de noodzakelijke infiltratie- en buffervoorzieningen extra maatregelen dienen getroffen te worden bovenop de gewestelijke stedenbouwkundige verordening.

Het gemeenschappelijk privaat gebied moet aan dezelfde voorwaarden voldoen qua infiltratie en buffering van regenwater als bij verkavelingen waarbij de wegenis overgedragen wordt naar het openbaar domein.

 

Het ontwerp is alleen al op vlak van dimensionering (rooilijnbreedte, keerpunt) er niet op voorzien om de infrastructuur naar de standaarden/richtlijnen te kunnen aanpassen om een overdracht mogelijk te maken. Het binnengebied moet te allen tijde privaat blijven en blijvend worden aangeduid als privaat domein met een signalisatiebord op de toegangsweg aan de eigendomsgrens. Evenmin zal men zich kunnen beroepen op een zogenaamd statuut “openbare weg op privaat domein”. Alle beheers-, onderhouds- en vernieuwingsdaden zijn lasten hetzij voor een individuele eigenaar hetzij voor een gemeenschap van eigenaars.

 

Oprit

Er zal slechts één oprit met een breedte van maximum 4 meter op het openbaar domein worden toegestaan voor de toegang tot huisnummers 6-6A, 8-8A. Alle parkeerplaatsen en toegangen tot de woningen moeten via deze oprit bereikbaar zijn.

 

Zie opmerkingen voor de aanleg van de oprit.

 

De andere oprit naar huisnummers 2-2A, 4 werd vergund in dossier OMV_2018001155, de voorwaarden van dat dossier werden nog niet allemaal vervuld.