Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
De heer Koen Van Imschoot met als contactadres Antwerpsesteenweg 1124, 9041 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025003313) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 13 januari 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het herinrichten van de parking
• Adres: Antwerpsesteenweg 1122-1124, 9041 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 17 sectie C nrs. 18L en 18R
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 21 maart 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 7 mei 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aangevraagde handelingen situeren zich langs de Antwerpsesteenweg in Oostakker, in een kleinhandelszone aan de rand van een voornamelijk agrarisch gebied, net buiten de R4 (Ring rond Gent). De omgeving wordt enerzijds gekenmerkt door bedrijven van één à twee bouwlagen met platte daken en een plantenkwekerij met serres, anderzijds zijn er in de omgeving ook alleenstaande woningen van één tot twee bouwlagen, doorgaans afgewerkt met hellende daken.
De aanvraag betreft twee naast elkaar gelegen percelen, die in eigendom zijn van dezelfde eigenaar.
- Op het linker perceel bevindt zich de vestiging van Sleeplife. Het betreft een alleenstaand gebouw dat bestaat uit een hoofdvolume (vooraan) van twee bouwlagen, deels met een hellend dak en deels met een plat dak, en een achterbouw van één bouwlaag met plat dak. De volledige perceeloppervlakte is bebouwd (100% terreinbezetting)
- Op het rechterperceel staat een alleenstaande woning met twee bouwlagen en een hellend dak, met daarnaast (aansluitend) een parkeergarage. Achter de woning ligt een tuinzone. De voortuinstrook is volledig verhard.
Tijdens de wegenwerken van de Antwerpsesteenweg te Oostakker heeft AWV een plantvak aangelegd voor de parking van de Sleeplife-winkel (Antwerpsesteenweg 1124) en voor de verharde voortuin van het naastgelegen perceel (Antwerpsesteenweg 1122).
Er zijn in de aanvraag géén plannen toegevoegd van de laatst vergunde toestand. Uit de stedenbouwkundige vergunning 2016/02052 blijkt dat het gebouw toen beschikte over tien parkeerplaatsen, hoewel de exacte ligging op de plannen niet is aangeduid.
Op 18/04/2024 stelde dienst toezicht van Stad Gent de volgende stedenbouwkundige misdrijven vast: (1) de voortuin (gras) werd volledig verhard aangelegd met kiezelsteentjes en ingericht als parkeerstrook en (2) een deel van de gemeenschappelijke haag op de linker perceelsgrens werd verwijderd en vervangen door kiezelsteentjes. Er is hierdoor in de bestaande toestand geen groen meer aanwezig in de zone voor de gebouwen. De volledige zone voor beide gebouwen is volledig verhard. Op 14/05/2024 werd daarom aangemaand om tegen uiterlijk 31/10/2024 de voortuin te herstellen naar de oorspronkelijke toestand. De aanvrager heeft de aanmaning tot op heden niet opgevolgd.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Deze aanvraag beoogt de herinrichting van de parking bij de Sleeplife-winkel, waarbij ook de voortuin van de naastgelegen woning wordt betrokken. De parking zal worden gebruikt door zowel de klanten van Sleeplife als de bewoners van de woning. De aanpassing wordt gemotiveerd door de recente aanleg van een plantvak in de Antwerpsesteenweg, waardoor de bestaande parkeerstructuur moest worden aangepast.
Voor de twee percelen wordt één gezamenlijke inrit en één gezamenlijke uitrit voorzien. Ter ondersteuning worden verkeersborden D1 (verplichte rijrichting) en C1 (verboden toegang) geplaatst. Binnen het terrein wordt een eenrichtingscirculatie ingevoerd.
De parkeerzone omvat vier schuine parkeerplaatsen ter hoogte van de vestiging van Sleeplife, drie haakse parkeerplaatsen tussen beide gebouwen in, en twee langsparkeerplaatsen. De drie haakse parkeerplaatsen overschrijden de perceelsgrens, wat de functionele koppeling tussen de percelen benadrukt.
In totaal worden zeven parkeerplaatsen ingericht, met de mogelijkheid tot uitbreiding tot maximaal negen bij verhoogde parkeerdruk. De twee bijkomende parkeerplaatsen bevinden zich op een strook die in de legende plannen is aangeduid als ‘grindgazon/brandweerweg’.
In de bestaande toestand zijn circa acht parkeerplaatsen aanwezig: zeven haaks voor de winkel (op een strook van 18,5 meter) en één langs de zijkant. Het nieuwe ontwerp houdt het totale aantal parkeerplaatsen dus nagenoeg gelijk met de vergunde toestand volgens stedenbouwkundige vergunning 2016/02052.
Het grootste deel van de bestaande verharding blijft behouden. Wel wordt er lokaal onthard: aan de straatzijde wordt een smalle groenstrook aangelegd, aansluitend op het plantvak dat bij recente wegeniswerken werd gerealiseerd. Tussen de twee plantvakken op openbaar domein wordt een extra groenstrook ingeplant.
De verwijderde bestrating wordt binnen het project hergebruikt. Grasdallen worden toegepast in de zones voor de fietsnietjes en de dwarsparkeerplaatsen. Tot slot wordt een strook in de voortuin van de woning ingericht als grindgazon dat volgens de lengende dienst doet als brandweg.
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 21/03/2024 werd een aktename afgeleverd voor de exploitatie van een propaangastank. (OMV_2024033913)
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 05/01/1967 werd een vergunning afgeleverd voor plaatsen van een reclame. (1967 SA 002)
* Op 10/11/1967 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van toonzalen. (1967 OO 032)
* Op 01/03/1980 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een lichtreclame op palen. (KW A-48-80 (1980/139 SA))
* Op 31/10/1985 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een enkelzijdige lichtreclame. ((1985/137 SA) 1985/225)
* Op 13/08/1987 werd een vergunning afgeleverd voor de aanleg van een pijpleiding voor koolwaterstof. (1987/974 OO)
* Op 04/07/1989 werd een vergunning afgeleverd voor aanbrengen van een reclamebord aan de zijgevel en plaatsen van vijf vlagpylonen. (1988/1161 (1988/104 SA))
* Op 01/06/1995 werd een weigering afgeleverd voor het verbouwen van de voorgevel. (1994/60198)
* Op 27/05/2011 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een bestaande winkel. (2011/60044)
* Op 07/04/2016 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van voor- en zijgevel van een handelspand. (2016/02010)
* Op 23/06/2016 werd een vergunning afgeleverd voor het bestendigen van een reeds bekomen tijdelijke vergunning (2011/60044) voor het uitbreiden van een winkel. (2016/02052)
Stedenbouwkundig misdrijf
Op 18/04/2024 werd volgende vastgesteld:
1. De voortuin (gras) werd volledig verhard aangelegd met kiezelsteentjes.
2. Een deel van de gemeenschappelijke haag op de linkerperceelsgrens werd verwijderd en vervangen door kiezelsteentjes.
Op 14/05/2024 werd aanmaning om tegen uiterlijk 31/10/2024 de voortuin te herstellen naar de oorspronkelijke toestand. Dit is tot op heden niet opgevolgd.
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
AWV - District Gent Gewestwegen
Advies afgeleverd op 17 april 2025 onder ref. AV/411/2025/00471: gunstig
Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert gunstig betreffende de voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met vermelde inlichtingen en beperkingen.
Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de omschreven aandachtspunten.
Integrale advies te raadplegen op het omgevingsloket.
Defensie
Advies afgeleverd op 16 april 2025: gunstig
Defensie heeft geen bezwaar tegen dit project.
Integrale advies te raadplegen op het omgevingsloket.
Brandweerzone Centrum
Advies afgeleverd op 31 maart 2025 onder ref. 020069-005/LA/2025: gunstig
Integrale advies te raadplegen op het omgevingsloket.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in het deelproject R4/N70 Oostakker Zuid (3B), in Artikel 1: Specifiek regionaal bedrijventerrein: kleinhandelszone.
In de voorschriften die horen bij deze zone, staat dat hoofdontsluiting van het gebied dient te gebeuren rechtstreeks naar het hoofdwegennet (R4). De aansluiting is uitsluitend toegankelijk voor economisch verkeer, er wordt geen woonverkeer of fietsverkeer op toegelaten. Deze hoofdontsluiting dient ten minste gelijktijdig gerealiseerd te worden met de ontwikkeling van het terrein. Bestaande toegangen naar bestaande woningen en bedrijven naar de N70 kunnen behouden blijven. Bijkomende individuele rechtstreekse toegangen naar de N70 , de Voordestraat, de Sparrenlaan en de Gloxinialaan zijn niet toegelaten.
Elke aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning of een verkavelingsvergunning zal worden beoordeeld aan de hand van volgende criteria:
1/ zorgvuldig ruimtegebruik;
2/ bouwen in meerdere lagen daar waar de bedrijfsactiviteit dit toelaat;
3/ parkeren wordt gegroepeerd voor verschillende bedrijven of geïncorporeerd in het bedrijfsgebouw, daar waar het beheer dit toelaat;
4/ bij de aanleg van het terrein moet het waterbergend vermogen van het gebied zoveel mogelijk worden behouden en het overstromingsrisico worden beperkt;
5/ kwaliteitsvolle aanleg van het plangebied en afwerking van de bedrijfsgebouwen;
6/ impact op de mobiliteit en de verkeersleefbaarheid.
Toetsing
- De hoofdontsluiting van de site verloopt niet via de R4, zoals voorgeschreven in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP). Aangezien deze aanvraag enkel betrekking heeft op de heraanleg van de buitenruimte, en geen nieuwe functies toevoegt of bestaande functies wijzigt, is de hoofdontsluiting in overeenstemming met de voorschriften uit het RUP.
- De aanvraag voldoet niet aan criterium 3 bij de genoemde beoordelingscriteria, dat stelt dat parkeerplaatsen bij voorkeur gegroepeerd worden voor meerdere bedrijven, of geïntegreerd worden in het bedrijfsgebouw wanneer dit organisatorisch mogelijk is. Aangezien de kleinschalige handelszone waarin het project zich bevindt nog grotendeels niet ontwikkeld is, is een collectieve parkeeroplossing op dit moment praktisch niet realiseerbaar. De afwijking wordt daarom in deze context als verdedigbaar beschouwd.
- Ook het vierde criterium de genoemde beoordelingscriteria wordt momenteel niet volledig gerespecteerd. Dit criterium vereist dat bij de inrichting van het terrein het waterbergend vermogen zoveel mogelijk behouden blijft, om het overstromingsrisico te beperken. Uit analyse van luchtbeelden (Google Street View, 2021) blijkt dat de voortuin van de woning oorspronkelijk deels groen was, maar sindsdien is verhard, zonder vergunde aanpassing. Daardoor is de verhardingsgraad hoger dan in de laatst vergunde toestand. Om hieraan tegemoet te komen, wordt een bijzondere voorwaarde opgelegd die de vergroening van de site en een toename van het waterbergend vermogen vereist. De details hierover worden verder toegelicht in de waterparagraaf.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Artikel 3.2 Beperken van verhardingen
Het verharden van oppervlaktes moet tot een minimum beperkt worden. Verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.
Toetsing: De aanvraag voorziet meer verharding dan strikt noodzakelijk, wat niet in overeenstemming is met de doelstelling van artikel 3.2 van het Algemeen Bouwreglement om verharding te beperken en waar mogelijk natuurlijke infiltratie te voorzien.
Historische beelden (Google Street View 2021) tonen aan dat de voortuin deels als groenzone was ingericht. In de huidige toestand is deze zone volledig verhard, en ook in het nieuwe voorstel blijft een grindverharding in de voortuinstrook behouden. Dergelijke verharding is overbodig en verhoogt het risico dat de ruimte als parkeerplaats wordt gebruikt, wat niet wenselijk is in een voortuinzone.
Bijzondere voorwaarden:
De onderstaande voorwaarden zijn aangeduid op de plannen (in rood) en zijn noodzakelijk om de aanvraag in overeenstemming te brengen met de geldende regelgeving:
1/ Inrit en rijweg maximaal 3,5 meter:
- De bestaande betonstraatstenen die hergebruikt worden, kunnen niet worden beschouwd als waterdoorlatende verharding en dragen dus niet bij aan infiltratie. Het gebruik van dit type verharding wordt enkel aanvaard voor de rijweg, de inrit en de uitrit.
- De breedte van de rijweg en de inrit moet beperkt blijven tot maximaal 3,5 meter.
- Een uitzondering geldt voor de uitrit ter hoogte van de garagepoort: daar mag de rijweg maximaal 5 meter breed zijn, om functioneel aan te sluiten op de bestaande garagepoort.
2/ Waterdoorlatende verharding en groene inrichting van de rest van het terrein
- De ontharde zones moeten als kwalitatieve groene ruimtes worden ingericht.
- De zones voor parkeren buiten de 3,5-meter-rijweg dienen uitgevoerd te worden in grasdallen, om zowel waterdoorlatendheid als een groene uitstraling te garanderen.
- De bestaande kiezelverharding in de voortuinstrook wordt in de legende aangeduid als "grindgazon/brandweerweg". De aanvraag bevat weinig informatie over de noodzaak voor een brandweerweg op deze locatie. Na afstemming met de brandweer blijkt dat deze strook niet noodzakelijk is. Deze strook kan bovendien parkeren in de voortuin in de hand werken, wat niet wenselijk is. Daarom wordt als bijzondere voorwaarde opgelegd dat de strook die niet dient voor parkeren buiten de 3,5-meter-rijweg een kwalitatieve, groene inrichting moet krijgen, zonder kiezel of andere verharding, om op die manier onrechtmatig parkeren te voorkomen en de ruimtelijke kwaliteit te verhogen. Dit is ook zo afgestemd met Brandweerzone Centrum.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gewestweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1 Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Polder Moervaart en Zuidlede. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het terrein is momenteel bebouwd.
5.2 Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
Historische beelden (Google Street View, 2021) tonen aan dat de voortuin van de woning toen deels als groenzone was ingericht. De huidige verharding is dus grotendeels tot stand gekomen zonder vergunning. Het is echter op basis van de beschikbare en aangeleverde informatie niet mogelijk om exact te bepalen wat de precieze verhardingsgraad in de vergunde of vergund geachte verhardingsgraad op dat moment was. Wat wel duidelijk is, is dat de huidige aanvraag een bijkomende verharding voorziet ten opzichte van de toestand in 2021. In het ingediende voorstel is de voortuin volledig verhard, wat resulteert in een hoge verhardingsgraad.
Volgens de Gewestelijke Hemelwaterverordening is deze niet van toepassing als het volledige regenwater op eigen terrein kan infiltreren. Concreet betekent dit dat niet-waterdoorlatende verharding moet afwateren naar een onverharde zone die minstens een vierde bedraagt van het verharde oppervlak.
In de aanvraag gaat het om ca 326m2 in betonstraatstenen (niet waterdoorlatend) die afwatert naar een groenzone van ca. 49m² op eigen terrein. De verhouding voldoet niet aan de 1/4-norm, waardoor de hemelwaterverordening van toepassing is. Er worden echter geen hemelwaterputten of infiltratievoorzieningen voorzien, waardoor de aanvraag niet voldoet aan de bindende bepalingen uit de gewestelijke hemelwaterverordening.
Bij de toetsing aan artikel 3.2 van het Algemeen Bouwreglement (zie hoger) werd reeds opgelegd dat een deel van de verharding moet worden verwijderd of uitgevoerd in waterdoorlatende materialen. Deze ingreep zorgt ervoor dat een groter deel van het perceel opnieuw als infiltratieoppervlak kan fungeren. Op die manier ontstaat alsnog voldoende ruimte om regenwater op natuurlijke wijze te laten infiltreren op eigen terrein.
Conclusie: Na de opgelegde aanpassingen in functie van ontharding en waterdoorlatendheid, wordt het risico op negatieve effecten op het watersysteem weggenomen. De aanvraag is, mits toepassing van de bijzondere voorwaarden met betrekking tot het inperken van de verhardingsgraad (zie hoger, en aanduiding op de plannen), aanvaardbaar in het kader van de watertoets.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
Het project is gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering. Om impact op het overstromingsregime te vermijden dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden.
Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3 Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag, mits toepassing van bovenstaande maatregelen, de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Er wordt geen boom gerooid.
De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing.
Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag voorziet in een functionele koppeling van twee aanpalende percelen: één perceel met woonfunctie en nevenfunctie (kantoor), één perceel met een bestaande kleinhandelszaak (Sleeplife).
Deze koppeling heeft als doel een efficiëntere circulatie en parkeerafwikkeling mogelijk te maken voor de winkel. In deze context wordt dit principe aanvaardbaar geacht, aangezien het bijdraagt aan een veiligere verkeerssituatie, wat wenselijk is gezien de problematische historiek van het nabijgelegen kruispunt.
De nieuwe situatie voorziet een duidelijke en meer veilige circulatiestructuur in vergelijking met de voorgaande toestand. In tegenstelling tot de voorgaande situatie waarbij voertuigen op meerdere locaties haaks in- en uitrijden op de gewestweg. De voorgestelde inrichting met één gemeenschappelijke inrit voor beide percelen en één gemeenschappelijke uitrit voor beide percelen vermindert het aantal conflictpunten en draagt bij aan een overzichtelijker verkeersbeeld. De uitrit is verder van de verkeerslichten geplaatst, wat de doorstroming ten goede komt en de verkeersveiligheid verhoogt. Verkeersborden D1 (verplichte rijrichting) en C1 (verboden in te rijden) zullen worden voorzien, met als gevolg dat voertuigen verplicht rechtsaf moeten slaan bij het verlaten van het terrein.
De uitrit wordt strategisch verder van de verkeerslichten geplaatst, wat de doorstroming ten goede komt en de verkeersveiligheid verhoogt. Verkeersborden D1 (verplichte rijrichting) en C1 (verboden in te rijden) worden voorzien. Voertuigen die het terrein verlaten, moeten verplicht rechtsaf slaan.
In totaal wordt de inrichting van 7 parkeerplaatsen voor auto’s aangevraagd. Het betreft 3 dwarsparkeerplaatsen tussen beide gebouwen (in grasdallen) en 4 schuinparkeerplaatsen ter hoogte van de winkel (in betonstraatstenen). Alle parkeerplaatsen dienen te worden uitgevoerd in waterdoorlatend materiaal (grasdallen waar mogelijk), conform artikel 3.2 van het algemeen bouwreglement. Dit is opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Daarnaast zijn er nog enkele aandachtspunten voor de inrichting van de parkeerplaatsen en de circulatie.
- De verkeersveiligheid van de drie dwarsparkeerplaatsen tussen de gebouwen is twijfelachtig, gezien het beperkte zicht vanuit de hoek van het gebouw op passerende voetgangers en voertuigen. We vragen de aanvrager dan ook om hier aandacht voor te hebben en de nodige maatregelen te nemen om zichtbaarheid te garanderen, bijvoorbeeld door visuele ingrepen (gespiegeld glas, markeringen, spiegels) of een aangepaste plaatsing van de parkeerplaatsen.
- Daarnaast is de voortuinstrook op de plannen een strook aangeduid als "grindgazon/brandweerweg". Deze is echter niet bruikbaar als brandweerweg (door geplande fietsenstallingen en parkeerinfrastructuur), en parkeren in voortuinstroken is niet wenselijk vanuit stedenbouwkundig oogpunt.
Bijzondere voorwaarde: De strook mag niet worden verhard en moet een kwalitatieve groene inrichting krijgen (zonder kiezel, beton of grindgazon). Dit is opgenomen als bijzondere voorwaarde.
- Een voertuig dat op de plannen geparkeerd staat voor de garagepoort van de woning nr. 1122, kan de uitrit blokkeren, zeker wanneer ook andere voertuigen nabij staan geparkeerd.
Bijzondere voorwaarde: Het in- en uitrijden via deze poort moet te allen tijde vlot en ongehinderd mogelijk blijven.
Volgens het gewestelijk RUP moet het waterbergend vermogen van het terrein maximaal worden behouden en het overstromingsrisico beperkt. Ook artikel 3.2 van het Algemeen Bouwreglement en de watertoets vereisen een beperking van verharding tot wat functioneel noodzakelijk is.
Tijdens terreincontrole op 18/04/2024 werd vastgesteld dat:
- de voortuin volledig werd verhard met kiezel en ingericht als parkeerstrook,
- een deel van de haag op de linker perceelsgrens werd verwijderd.
Op 14/05/2024 werd een aanmaning opgelegd om de voortuin tegen uiterlijk 31/10/2024 terug in te richten zoals vergund, met meer groen en minder verharding. Bij de toetsing aan artikel 3.2 uit het algemeen bouwreglement werden enkele bijzondere voorwaarden geformuleerd om het de verharding te beperken tot wat functioneel noodzakelijk is en het waterbergend vermogen te vergroten (zie hoger).
Tot slot zijn er nog enkele opmerkingen over de overgang met het openbaar domein. Op de plannen is een zone aangeduid op het openbaar domein (voetpad) als toekomstige “kwalitatieve groenzone”. Deze zone valt echter buiten het private perceel en maakt deel uit van recent vernieuwd openbaar domein. Ingrijpen hier is dus niet zomaar mogelijk. Dit is opgenomen als opmerking. Het private terrein moet duidelijk visueel worden afgebakend van het openbaar domein, bijvoorbeeld via een lage haag, lage omheining of groenzone, zodat geen verwarring ontstaat over eigendom of gebruiksrecht. Dit is opgenomen als bijzondere voorwaarde.
CONCLUSIE
Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het herinrichten van de parking aan de heer Koen Van Imschoot gelegen te Antwerpsesteenweg 1122-1124, 9041 Gent.
De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.
Legt volgende voorwaarden op:
Voorwaarden voortvloeiend uit externe adviezen
Brandweer
De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 31 maart 2025 met kenmerk 020069-005/LA/2025).
Agentschap Wegen en Verkeer
De voorwaarden opgenomen in het advies van Agentschap Wegen en Verkeer (advies van 17 april 2025, met kenmerk AV/411/2025/00471) moeten strikt nageleefd worden.
Defensie
De voorwaarden opgenomen in het advies van NAVO (pijpleiding) (advies van 16 april 2025, met kenmerk -) moeten strikt nageleefd worden.
Mobiliteit
- Het volledige parkeergebeuren, zowel de voor voertuigen van o.a. werknemers, voertuigen voor leveringen, … als de voertuigen van klanten dient te gebeuren op eigen terrein.
- De 2 ‘extra’ parkeerplaatsen zijn voorzien op een strook die in de legende omschreven staat als ‘grindgazon/brandweerweg’. Parkeren hierop is niet toegestaan en moet ontmoedigd worden door deze te ontharden en kwalitatief groen in te richten. Kiezel of een andere type verharding is hier niet toegestaan.
Openbaar domein
- Het privaat domein mag in geen geval afwateren op het openbaar domein, dit dient binnen het eigen perceel opgevangen te worden.
- Het private terrein moet duidelijk visueel worden afgebakend van het openbaar domein, bijvoorbeeld door middel van een lage haag, lage omheining of groenzone binnen de perceelsgrens.
Groen en waterhuishouding
- De breedte van de rijweg in en de inrit moet beperkt blijven tot maximaal 3,5 meter. Een uitzondering geldt voor de uitrit ter hoogte van de garagepoort: daar mag de rijweg maximaal 5 meter breed zijn, om functioneel aan te sluiten op de bestaande garagepoort.
- De afwatering van de rijweg moet gebeuren naar de omliggende groenzones op eigen terrein.
- De zones voor parkeren buiten de 3,5-meter-rijweg dienen uitgevoerd te worden in grasdallen, om zowel waterdoorlatendheid als een groene uitstraling te garanderen.
- De strook tussen de 3,5-meter-rijweg en de rooilijn in de zone voor de woning moet een kwalitatieve, groene inrichting krijgen, zonder kiezel of andere verharding, om onrechtmatig parkeren te voorkomen en de ruimtelijke kwaliteit te verhogen.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Openbaar domein:
Er mag niet zomaar ingreep plaatsvinden op het openbaar domein, waaronder het recent vernieuwde voetpad. De op de plannen aangeduide zone met beplanting ("vaste planten") bevindt zich buiten het private perceel en valt onder het openbaar domein. De aanvrager mag dit niet zomaar uitvoeren.
In functie van een werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld).
De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.
De bouwheer/vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken.
Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, via afgifte op het Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: wegen@stad.gent of per post aan Stad Gent t.a.v. Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.
Deze dient ten laatste twee weken voor aanvang van de werken verstuurd of afgegeven te worden, indien deze laattijdig ingediend wordt kan deze niet als tegensprekelijk beschouwd worden.
U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).
Het is de bouwheer niet toegestaan om zelf een oprit op openbaar domein op te breken/aan te leggen.
Na het beëindigen van de werken zal de oprit op het openbaar domein opgebroken/aangelegd worden door de Stad Gent op kosten van de bouwheer volgens het geldende retributiereglement. Opritten op openbaar domein, die niet aangelegd zijn door de stad kunnen worden opgebroken. Dit dient, na de werken, verplicht aangevraagd te worden, het aanvraagformulier kan u downloaden via de website www.stad.gent (typ trottoirs en opritten in het zoekveld).
Dit document dient bezorgd te worden aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, mail: wegen@stad.gent. Of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent
Bij de aanleg van de oprit zal de boordsteen plaatselijk verlaagd worden. Bij het bepalen van het niveau van het dorpelpeil van de inrit dient de bouwheer rekening te houden met het peil van het bestaand trottoir thv de perceelsgrens.