Terug
Gepubliceerd op 16/05/2025

2025_CBS_04431 - OMV_2025010453 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van 11 paalbanieren en 2 publiciteitspanelen en het plaatsen van 4 nieuwe paalbanieren - met openbaar onderzoek - Henleykaai, 9000 Gent - Gedeeltelijke Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 15/05/2025 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 15/05/2025 - 09:28
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen-voorzitter; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Mathias De Clercq, burgemeester

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Astrid De Bruycker, schepen
2025_CBS_04431 - OMV_2025010453 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van 11 paalbanieren en 2 publiciteitspanelen en het plaatsen van 4 nieuwe paalbanieren - met openbaar onderzoek - Henleykaai, 9000 Gent - Gedeeltelijke Vergunning 2025_CBS_04431 - OMV_2025010453 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van 11 paalbanieren en 2 publiciteitspanelen en het plaatsen van 4 nieuwe paalbanieren - met openbaar onderzoek - Henleykaai, 9000 Gent - Gedeeltelijke Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent gedeeltelijk de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Hogeschool Gent OI met als contactadres Geraard de Duivelstraat 5, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025010453) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 28 januari 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het regulariseren van 11 paalbanieren en 2 publiciteitspanelen en het plaatsen van 4 nieuwe paalbanieren

• Adres: Henleykaai 83, 83A en 84, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 16 sectie K nrs. 959X5 en 959W5

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 18 februari 2025.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 7 mei 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag heeft betrekking op een site van HoGent en Provincie OostVlaanderen, gelegen langs de Henleykaai. De Henleykaai volgt de loop van de Leie, die de grens vormt van de wijk Watersportbaan-Ekkergem.  De directe omgeving wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door residentiële gesloten en halfopen bebouwing met meergezinswoningen met bouwhoogtes tussen 6 en 13 verdiepingen.

 

Op de site bevinden zich meerdere gebouwen van HoGent en Provincie Oost-Vlaanderen, bestaande uit twee tot vijf bouwlagen, afgewerkt met een plat of hellend dak. Een van de gebouwen op de site is opgenomen op de vastgestelde inventaris van het onroerend erfgoed als ‘Provinciaal Handels- en Taalinstituut’. Voor de aanduiding en beschrijving, zie: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/306487

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag omvat zowel de regularisatie van bestaande publiciteitselementen als de plaatsing van nieuwe (niet-verlichte) publiciteit op verschillende locaties op de site.

 

  1. Regularisatie van 7 paalbanieren (nr. 1–7 op de plannen)

-      Locatie: Deze rij van 7 paalbanieren is gepositioneerd parallel met de Henleykaai, aan de straatzijde, nabij bij een recenter gebouw op de campus. 

-      Specificaties: Elk van deze banieren is bevestigd aan een paal van 6 meter hoog. De banieren zelf zijn 3 m hoog en 0,6 m breed (oppervlakte per banier: 1,8 m2). De onderlinge afstand tussen de palen bedraagt 1,5 m, wat resulteert in een totale breedte van 9 m voor de gehele rij. De totale oppervlakte van deze zeven banieren bedraagt 12,6 m2

 

  1. Regularisatie van 4 paalbanieren (nr. 8–11 op de plannen)

-      Locatie: Deze rij van vier paalbanieren is gesitueerd aan, voorbij de bocht ten opzichte van de hogergenoemde paalbanieren. Ze zijn geplaatst aan de in- en uitrit voor gemotoriseerd verkeer, op een rijtje op 3,2 m afstand van de Henleykaai. De banieren staan op ca 30 m afstand van de historische gebouwen en op ca 4m van het dichtstbijzijnde (meer recente) gebouw. 

-      Specificaties: Elke banier is bevestigd aan een paal van 6 m hoog. De banieren zelf zijn 3 m hoog en 0,6 m breed (oppervlakte per banier: 1,8 m2). De onderlinge afstand tussen de palen bedraagt 1,5 m. De totale oppervlakte van deze rij banieren bedraagt 7,2 m2

 

  1. Regularisatie van een publiciteitspaneel (nr. 12 op de plannen)

-      Locatie: De aanvrager wenst een publiciteitspaneel te regulariseren, gelegen in een een groenzone langs een toegang tot het de site die leidt naar het beschermde gebouw op het domein. 

-      Specificaties: Het betreft een vrijstaand paneel op twee palen, totale hoogte 2,5 m. Het bord zelf is 1,5 m hoog en 3 m breed, en heeft dus een oppervlakte van 4,5 m2. Dit paneel heeft een zwarte achtergrond en witte belettering ‘Campus Mercator’. Onderaan is er een witte strook met zwarte letters. 

 

  1. Regularisatie van een spandoek op frame (nr. 13 op de plannen)

-      Locatie: De aanvrager wenst een spandoek, bevestigd op een frame te regulariseren. Deze spandoek is gelegen in een groenzone nabij de fietsenstalling, aan een toegang tot de site die leidt tot het beschermde gebouw. 

-      Specificaties: Het betreft een spandoek, bevestigd in een metalen kader op palen. De totale hoogte van deze publiciteitsinrichting bedraagt 3m. Het frame waarin het spandoek is bevestigd is 1,75 m hoog en 3,2 m breed, waardoor de oppervlakte van het bord 5,6 m2 bedraagt. 

 

  1. Plaatsing van 4 nieuwe paalbanieren (nr. 14–17 op de plannen)

-      Locatie: In een groenstrook langs de noordoostelijke perceelsgrens, langs een interne toegangsweg op de site, wenst de wenst de aanvrager vier nieuwe paalbanieren te plaatsen. Deze rij paalbanieren bevindt zich in de nabijheid van het eerdergenoemde spandoek (en dus ook in de nabijheid van het beschermde gebouw), maar, iets dieper op het terrein maar nog steeds op zichtafstand van de straat (ongeveer 12 m van de rooilijn). 

-      Specificaties: Elke paal is 4 m hoog met een banier van 3 m hoog en 0,6 m breed (oppervlakte: 1.8 m2 per banier), bedrukt met het logo van HoGent. De onderlinge afstand tussen de palen bedraagt 3 m. De totale oppervlakte van deze vier banieren bedraagt 7,2 m2.

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Omgevingsvergunningen

* Op 07/02/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de stedenbouwkundige wijziging voor de bouw van de sport- en klasruimte op campus Henleykaai - 2017/10062 dig (OMV_2018088163).

* Op 23/04/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de regularisatie van 3 aanwezige containerklassen, waarvan de stedenbouwkundige vergunning verlopen is, en het plaatsen van 3 gelijkaardige nieuwe containerklassen (OMV_2020003208).

* Op 01/10/2020 werd een weigering afgeleverd voor het wijzigen van goedgekeurde vergunningen voor de bouw van de sport- en klasruimte op campus Henleykaai - 2017/10062 dig en omv_2018088163 (OMV_2020063630).

* Op 10/12/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het rooien van 16 bomen (OMV_2020060907).

* Op 07/01/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het wijzigen van goedgekeurde vergunningen voor de bouw van de sport- en klasruimte op campus Henleykaai - 2017/10062 dig en omv_2018088163 (OMV_2020141512).

* Op 14/07/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor loopbrug over de binnentuin, een doorsteek in blok F, een toegangssas tussen het F-blok en I-blok en een borstwering tussen blok A en de vijvers (OMV_2022055408).

* Op 08/09/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een luifel aan de speelplaats aan blok B en naast blok J (nieuwe sporthal) (OMV_2022068192).

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 24/08/2017 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van sport- en klasruimtes. (2017/10062 Dig)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

Gunstig advies van Vlaamse Waterweg nv – Afdeling Regio-West afgeleverd op 7 april 2025

 

Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig van Onroerende Erfgoed afgeleverd op 21 maart 2025 onder ref. 4.002/44021/32.88. (zie bijlage op het Omgevingsloket)

 

-      Gunstig: Volgende handelingen krijgen een gunstig advies omdat ze geen afbreuk doen aan de bescherming: de regularisatie van de palen 1 tot en met 7; 8 tot en met 11 en de plaatsing van nieuwe publiciteitspalen 14 tot en met 17:

 

-      Ongunstig: Volgende handelingen krijgen een ongunstig advies, omdat ze afbreuk doen aan de bescherming: de regularisatie van de publiciteitsborden 12 en 13: Deze borden bevinden zich tussen de bomen aan de inkomzone. De groenaanleg en beplanting op de site en aan de toegangen maken deel uit van het ontwerp van de omgevingsaanleg. Deze zones zijn expliciet mee opgenomen in het beschermingsbesluit. De omvangrijke borden ontsieren de beboomde plantvakken aan straatzijde en belemmeren het doorzicht. Uit de motivering blijkt dat deze handelingen niet overeenstemmen met de direct werkende normen van de regelgeving Onroerend erfgoed, namelijk met:

* passief behoudsbeginsel (art. 6.4.3 Onroerenderfgoeddecreet);

* relevante bepalingen uit het Onroerenderfgoedbesluit (art. 6.2.4 Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014);

* bijzondere voorschriften uit Beschermingsbesluit (art. 3 Beschermingsbesluit).

 

Aangezien publiciteitsborden 12 en 13 in strijd zijn met de direct werkende normen, kunnen deze niet worden vergund. Deze worden om die reden uitgesloten uit de vergunning.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een deelgebied met specifieke voorschriften.


De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

 

Gewestelijke verordening publiciteit

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van de gewestelijke publiciteitsverordening. (Besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023)

Het ontwerp is niet in overeenstemming met deze verordening.

 

Voorliggend ontwerp wijkt af op artikel 10:

In de volgende gevallen kunnen vrijstaande zaakgebonden publiciteitsinrichtingen worden toegelaten:
1° bij plaatsing in de eerste vier meter vanaf de grens met de openbare weg, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
  a) de totale oppervlakte van de publiciteitsinrichtingen bedraagt maximaal vier vierkante meter per zaak en maximaal tien vierkante meter per gebouwencomplex;
  b) de publiciteitsinrichting wordt niet in de zijtuinstrook geplaatst;
2° bij plaatsing vanaf de vierde meter vanaf de grens met de openbare weg, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld: 
  a) de totale oppervlakte van de publiciteitsinrichtingen bedraagt maximaal tien vierkante meter per zaak en maximaal veertig vierkante meter per gebouwencomplex;
  b) de publiciteitsinrichting wordt niet in de zijtuinstrook geplaatst.

 

Toetsing: De aanvraag voldoet niet aan dit artikel. Inrichtingen 1 tot en met 13 bevinden zich op minder dan 4m vanaf de grens met de openbare weg. De som van de oppervlaktes van deze inrichtingen mag maximaal 10 m2 bedragen, terwijl de som van deze oppervlaktes in de aanvraag 29,9 m2 bedraagt (12,6 m2 + 7,2 m2 + 4,5 m2 + 5;6 m2).  Dit is bijna 3 keer meer dan toegestaan volgens de verordening publiciteit.

De aanvrager vraagt hiervoor een afwijking aan. De aanvrager motiveert deze afwijking ‘dat deze limiet beperkt wordt overschreden en de publiciteitsinrichtingen geen gevaar vormen voor de openbare veiligheid’ en ‘gezien de grootte van dit gebouwencomplex lijkt ons deze afwijking voor vergunning. Het gaat hier immers over een heel groot gebouwencomplex waar de impact van de publiciteitsinrichtingen minimaal is naar de omgeving toe.’

In artikel 10 (6de lid) uit de verordening wordt een afwijkingsmogelijkheid ingebouwd. Deze stelt dat een afwijking een uitzondering is en enkel mogelijk is wanneer voldaan wordt aan een aantal voorwaarden:

1/ Het artikel stelt dat een afwijking slechts kan worden toegestaan in uitzonderlijke gevallen en na een openbaar onderzoek. Het principe dat een openbaar onderzoek moet worden gehouden bij afwijkingen is een principe dat vaak geldt binnen de wetgeving ruimtelijke ordening.

2) De afwijking moet ook beperkt van aard zijn. Een afwijking op bv. de afmetingen moet steeds in verhouding blijven tot de bebouwing en de omgeving.

3) Ook kan de afwijking slechts toegestaan worden nadat het advies van de wegbeheerder wordt ingewonnen.

 

Toetsing:

1/ Er werd een openbaar onderzoek gehouden.

 

2/ Hoewel de aangevraagde oppervlakte voor publiciteit initieel een duidelijke overschrijding vormt van de toegelaten maximumoppervlakte volgens de geldende verordening (meer dan het drievoudige), wordt een deel van de aanvraag uitgesloten van vergunning omwille van de onverenigbaarheid met de erfgoedwaarden van het gebouwencomplex. Concreet worden publiciteitspanelen 12 en 13 geweigerd op advies van het agentschap Onroerend Erfgoed (zie punt 3: Externe adviezen).
Na deze uitsluiting blijft er een totale publiciteitsoppervlakte van 19,7 m² over, gerealiseerd in de vorm van paalbanieren. Hoewel dit nog steeds afwijkt van de toegelaten normen, wordt deze afwijking als proportioneel beschouwd, rekening houdend met de schaal en de uitstraling van het gebouwencomplex en de uitgestrektheid van de site.

 

De site wordt bovendien gedeeld door twee afzonderlijke instellingen (HoGent en de Provincie Oost-Vlaanderen), wat een zekere nood aan zichtbaarheid voor beide partijen verantwoordt. De banieren 1-7 en 8-11 hebben een duidelijke signalisatiefunctie voor het aanduiden van de toegangen tot de site.

Verder zijn de resterende panelen zodanig gesitueerd dat ze op twee aparte benen van de concave bocht van de Henleykaai geplaatst zijn. Hierdoor zijn ze niet gelijktijdig zichtbaar in het straatbeeld, wat visuele overbelasting voorkomt.

 

Gezien deze ruimtelijke en functionele context wordt geoordeeld dat deze inrichtingen in verhouding blijven tot de bebouwing en de omgeving.

 

3/ De aanvraag is gelegen aan een gemeenteweg. De Stad zelf is bijgevolg wegbeheerder.

 

Conclusie: De inrichtingen 12 en 13 komen niet voor vergunning in aanmerking (zie advies Onroerend Erfgoed). Er kan een afwijking worden toegestaan van de verordening publiciteit voor de overige aangevraagde publiciteitsinrichtingen.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1 Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt in de nabijheid van een waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv -Afdeling Regio West.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

Het terrein is momenteel bebouwd

 

5.2 Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel wordt niet ingrijpend aangepast. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het algemeen bouwreglement van de stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3 Conclusie

Gezien de aard van de aanvraag kan in alle redelijkheid verwacht worden dat er geen significante effecten op het watersysteem zullen optreden. De aanvraag is verenigbaar met de doelstellingen en beginselen van het ‘Decreet Integraal Waterbeleid’. Er wordt door de aangevraagde werken evenmin een impact op het beheer en/of de exploitatie van de waterweg en het patrimonium van De Vlaamse Waterweg nv verwacht.  Er kan dus besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd.

De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing. 

Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

8.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 25 februari 2025 tot en met 26 maart 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Deze aanvraag is grotendeels gelijk aan een eerdere, inmiddels ingetrokken aanvraag (OMV_2024093509). Het verschil zit in de aanpassing van de hoogte van de vier nieuwe paalbanieren (nr. 14 t.e.m. 17): in deze aanvraag worden ze beperkt tot 4 meter in plaats van 6 meter, conform het advies van Onroerend Erfgoed van 20/09/2024 (ref. 4.002/44021/32.18). Opmerkelijk is dat twee publiciteitspanelen (nr. 12 en 13), die in datzelfde advies negatief beoordeeld werden, opnieuw zijn opgenomen in deze aanvraag.


Paalbanieren 1 t.e.m. 7 zijn geplaatst aan de rand van de site, langs de binnenzijde van de bocht van de Henleykaai, nabij een recenter gebouw. De banieren zijn sober vormgegeven en dienen hoofdzakelijk als visuele geleiding naar de ingang van het gebouw. Door hun sobere vorm, gepaste schaal en oriëntatiefunctie worden deze inrichtingen als aanvaardbaar beschouwd binnen de context van goede ruimtelijke ordening.

 

Paalbanieren 8 t.e.m. 11 zijn geplaatst aan de overzijde van de bocht, op de andere arm van de Henleykaai. Door hun positionering zijn deze banieren nooit gelijktijdig zichtbaar met de reeks 1 t.e.m. 7. Dit voorkomt visuele overdaad. Ook hier gaat het om sobere signalisatie die geen afbreuk doet aan het zicht op de historische gebouwen en de open ruimte. Door hun discrete vormgeving en inplanting veroorzaken ze geen visuele verstoring van de erfgoedcomponenten. Ze hebben tevens een signalisatiefunctie naar de toegang van de gebouwen toe. Deze opstelling wordt eveneens als aanvaardbaar beschouwd binnen de context van goede ruimtelijke ordening.

Deze inrichtingen zijn eveneens aanvaardbaar.


Deze publiciteitselementen 12 en 13 bevinden zich ter hoogte van de inkomzone, tussen de bomen in zones die expliciet opgenomen zijn in het beschermingsbesluit van het erfgoed. De groenzones en beplanting maken integraal deel uit van het ontworpen en beschermde landschappelijke geheel. De omvang en positionering van de borden verstoren het beplantingsbeeld en belemmeren het visuele doorzicht vanaf de straat. Bovendien gaat het hier niet om functionele herkenningspunten, maar eerder om publicitaire dragers. Deze elementen worden geacht niet te voldoen aan de principes van de goede ruimtelijke ordening vanwege hun negatieve impact op de erfgoedwaarde. Publiciteitsinrichting 12 en 13 worden uitgesloten van de vergunning.

 

Paalbanieren 14 t.e.m. 17 zijn nieuwe inrichtingen, gepositioneerd aan de noordoostelijke rand van de site, in een groenzone op afstand van de straat. Door hun meer beperkte hoogte (4 m) en afgeschermde locatie wordt het zicht op waardevolle gebouwen niet verstoord. Deze publiciteitsinrichtingen worden als vanuit de goede ruimtelijke ordening als aanvaardbaar beoordeeld.


CONCLUSIE

Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig:

-      Ongunstig: publiciteitsinrichtingen nummer 12 en 13. Dit deel van de aanvraag is niet in overeenstemming met de direct werkende normen van onroerend erfgoed 

-      Voorwaardelijk gunstig: de overige publiciteitsinrichtingen zijn in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent gedeeltelijk onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het regulariseren van 11 paalbanieren en 2 publiciteitspanelen en het plaatsen van 4 nieuwe paalbanieren aan Hogeschool Gent oi (O.N.:0255647755) gelegen te Henleykaai 83, 83A en 84, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Uitgesloten handelingen:

Publiciteitsinrichtingen nr 12 en 13 worden uitgesloten uit de vergunning.

 

   

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:


Openbaar domein

De bouwheer is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer.