* Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) met een titel betreffende milieueffect- en veiligheidsrapportage van 18 december 2002.
* Besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage, en de wijzigingen van 29 april 2013.
* Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014.
* Het Decreet lokale besturen van 22 december 2017, artikel 56.
Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Cemminerals NV heeft een nog niet goedgekeurde project-MER toegevoegd bij de omgevingsvergunningsaanvraag met nummer OMV_2024165803 ingediend bij de deputatie op 1 mei 2025.
Over deze project-MER dient er advies uitgebracht worden aan team Milieueffectrapportage van Departement Omgeving.
Het dossier handelt over:
* Onderwerp: het verder exploiteren en veranderen van een inrichting voor de productie van cement, kalk en gips en het vragen van een aantal stedenbouwkundige handelingen voor het opdrijven van de productiecapaciteit (IIOA + SH)
* Adres: Christoffel Columbuslaan 35, 9042 Gent
* Kadastrale gegevens: afdeling 14 sectie G nrs. 2A en 4E
Volgend gecoördineerd verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 13/06/2025.
Omschrijving MER/VR
De activiteiten van Cemminerals zijn opgenomen in bijlage II van het MER-besluit onder rubriek 5 b) "Installaties voor de vervaardiging van cement als de productiecapaciteit 150.000 ton per jaar of meer bedraagt".
Het bedrijf is actief sinds 2018 en heeft een vergunning die loopt tot 2036.
De aanvraag betreft de uitbreiding met een 2de cementmolen. Het bedrijf wenst de productie capaciteit van cement op te trekken van 700.000 ton tot 1.600.000 ton.
Deze uitbreiding en hernieuwing werd in een vorige aanvraag (OMV_2023035713) ingetrokken. Een aangepaste aanvraag en project MER worden nu ingediend.
Cemminerals is een mineralen- en cementmaalderij. Op het bedrijf wordt geen cementklinker vervaardigd, er is dus geen cementoven aanwezig. Het productieproces betreft louter de mechanische vermaling van diverse mineralen in een maalmolen. De basis grondstoffen zijn cementklinker, slag, gips, kalksteen en vliegas. Het eindproductie is oa. cement.
De grondstoffen worden voor ca. 90% aangevoerd door middel van schepen en gelost in een vultrechter. Zij worden vervolgens via transportbanden vervoerd en opgeslagen in een loods, in silo’s of in open lucht.
De aggregaten en klinkers worden vanuit de opslagplaatsen door middel van wielladers naar doseertrechters gebracht en via transportbanden via een emmerelevator naar de maalmolen gebracht. Het eindproduct wordt nadien nog afgekoeld in een koeltoren en daarna opgeslagen in diverse opslagsilo’s. De afvoer van cement verloopt hoofdzakelijk via vrachtwagens.
BEOORDELING AANVRAAG
1. Ruimtelijke situering
Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het bedrijf situeert zich binnen de grenzen van het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan ‘Afbakening Zeehavengebied Gent-Inrichting R4-oost en R4-west’, meer bepaald binnen de bestemming ‘zone voor zeehaven- en watergebonden bedrijven Kluizendok’. In de directe omgeving (ten noorden) zijn ook ‘zone voor bos’ en ‘zone voor bestaande landbouwbedrijven’ afgebakend binnen dit RUP.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Vanuit stedenbouwkundig oogpunt zijn er geen bezwaren tegen de geplande uitbreiding omdat het ontwerp beantwoordt qua inplanting, materialengebruik en afmetingen aan de gangbare normen die worden toegepast bij de beoordeling van aanvragen gelegen in zeehaven- en watergebonden industriële gebieden.
Gezien de activiteiten een kade gebonden karakter hebben is de aanvraag principieel in overeenstemming met de bestemming van het geldende plan. In het GRUP worden een aantal criteria opgegeven waaraan een stedenbouwkundige vergunning dient te worden beoordeeld:
- Verbeterde buffering t.o.v. het omliggende woongebied:
Er is tussen de bedrijvigheid en de woningen in het GRUP een bufferzone vastgelegd, indien deze buffervoorziening aangetast wordt door ‘cementstof’ van de inrichting dient er overwogen worden om extra buffering -groenbuffer of windschermen te voorzien op eigen terrein.
- Zorgvuldig ruimtegebruik met toepassing van de best beschikbare technieken:
De aanvraag voldoet aan deze bepaling o.a. door het compact bebouwen van het perceel en het gemeenschappelijk voorzien van de ontsluiting door de verschillende concessionarissen.
- Kwaliteitsvolle aanleg van het bedrijfsterrein en afwerking van de bedrijfsgebouwen weliswaar afgestemd op de functionele invulling: de geplande werken vertonen een industrieel karakter dat binnen de omgevingscontext valt te aanvaarden. De bouw van de nieuwe cementmolen valt te verantwoorden binnen dit havenlandschap.
- Aandacht voor de permanente en de tijdelijke ecologische infrastructuur: voorliggende aanvraag omvat geen specifieke vermelding van enige ecologische infrastructuur. De studie 'Inventarisatie van de natuurwaarden in de Gentse kanaalzone', goedgekeurd via een beoordelingsverslag door het Agentschap voor Natuur en Bos, bepaalt dat het verlies van alle reeds verdwenen en toekomstig te verdwijnen natuurwaarden binnen het havengebied naar aanleiding van de verdere ontwikkeling van de haven, dient gecompenseerd te worden middels een oppervlakte van 205ha natuurdoelstellingen. Deze natuurdoelstelling zal hoofdzakelijk gerealiseerd worden binnen enkele natuurkerngebieden en gedeeltelijk binnen de koppelingsgebieden en dit zowel binnen als buiten het havengebied.
Engagementen voor de realisatie van de 205ha natuurdoelstelling zijn op 7 juli 2010 herbevestigd door de Vlaamse Overheid, de stad Gent en het Havenbedrijf Gent AGH in het 'Convenant natuurdoelstellingen en groen raamwerk'.
Deze globale werkwijze valt o.i. te verkiezen boven een beoordeling voor iedere aanvraag.
Uit bovenstaande motivering blijkt dat de aanvraag mits voorwaarden in overeenstemming is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. Ruimtelijk gezien zijn de geplande werken aanvaardbaar binnen dit havenlandschap.
2. Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Aspect lucht
In de periode 2022 – medio 2024 waren er veel stof hinderklachten over het bedrijf. De hinder werd hoofdzakelijk veroorzaakt door het vrijkomen van stof tijdens het lossen van een schip met cementklinker.
Om de stofhinder te beperken zijn er een deel acties ondernomen, daarnaast is er een stofaudit en zijn er stofmetingen gebeurd.
Sinds de aanpassingen van het bedrijf zijn er geen (geregistreerde) klachten meer over stofhinder. In de audit is opgenomen dat door de nauwgezette opvolging en de vele stofbeheersingsmaatregelen die van kracht zijn, het bedrijf er in slaagt om stofvrijstelling naar de omgeving zoveel mogelijk te beperken.
Gezien de grote uitbreiding, waardoor de productie capaciteit meer dan verdubbeld wordt, dient het bedrijf zoals geformuleerd in de stofaudit alle inspanningen blijvend te onderhouden en maximaal in te zetten of stofbeheersing maatregelen en evaluatie van deze maatregelen. Indien blijkt dat er nog steeds stof vrijgesteld wordt naar de omgeving, dient bijgestuurd te worden. Dit dient als aanbeveling opgenomen worden.
In de uitgevoerde stofaudit is opgenomen dat er nog altijd stofvrijstelling is uit het opslagruim als gevolg van materiaal manipulatie door wiellader. De manipulaties zijn nodig omdat de grijpkraan niet in de hoeken/randen van het ruim geraakt. Er werden al diverse opties om stofvrijstelling door dit proces te reduceren onderzocht maar momenteel is er nog geen weerhouden.
Gezien het aanlevering met cementklinkers stijgt (van 9 naar 11 per jaar) dient als aanbeveling opgenomen dat het bedrijf dient blijvend onderzoek uitvoeren naar oplossingen die de vrijstelling van stof uit het ruim van het schip beperken.
In het dossier zal de verwachte uitstoot immissie van NO2 stijgen van 111,64 µg NO2/Nm³ naar 187,47 µg NO2/Nm³. Deze concentratie is meer dan 10 % van de milieukwaliteitsnorm van 40 µg/m³. Er wordt gemotiveerd dat de verwachte NO2-immissieconcentraties echter snel afnemen in de nabije omgeving. Zo zou er ter hoogte van het nabijgelegen woongebied geen aantoonbaar effect meer te verwachten zijn (minder dan 1% van de milieukwaliteitsnorm). De immissie worden veroorzaakt door het gebruik/beweging van wielladers. In het MER is opgenomen dat bij vervanging of bij nieuwe toestellen er dient over geschakeld worden op meer duurzame motoren (o.a. hybride en/of elektrisch). Dit dient als aanbeveling opgenomen worden.
In de MER wordt aangegeven dat er meer slakken zullen gebruikt worden in de geproduceerde cement, een stijging van 26 % naar 53 % . Er wordt verwacht dat er meer metalen in het verspreide stof aanwezig zal zijn. Maar er zijn echter geen of weinig emissiegrenswaarden voor uitstoot van metalen (enkel voor Mn), waardoor er wordt besloten dat de metaalemissies geen aandachtspunt vormen.
Emissies van zware metalen (arseen, cadmium, lood, nikkel, …) kunnen gezondheidsrisico’s veroorzaken. De emissie dient maximaal vermeden te worden, het is niet omdat er geen normen zijn dat hier niet alle mogelijke maatregelen getroffen moeten worden om de emissie te beperken. Mogelijke effecten en eventuele milderende maatregelen dienen beter onderzocht te worden. Dit wordt als aanbeveling meegegeven.
In de MER wordt aangegeven dat er op basis van modelleringen er verwacht wordt dat voor PM10 en PM2,5 de milieukwaliteitsnormen cumulatief overschreden worden ter hoogte van de bedrijfssite. Ter hoogte van de woongebieden zou er wel geen overschrijding zijn.
Als oorzaak van de hoge stofimmissieconcentratie wordt de diffuse emissie ten gevolge van de slakken zandopslag naar voor geschoven. De oppervlakte van zandopslag op het bedrijf in open lucht bedraagt ca. 3.410 m². Als opmerking over deze opslag wordt in de MER enkel gegeven dat deze opslag (waarschijnlijk) niet volledig benut wordt, waardoor er minder diffuse emissie is.
Dienen er geen maatregelen besproken worden om deze emissie te verminderen. Vb bevochtigen in bepaalde weersomstandigheden, stockage hoogte… Dit wordt als aanbeveling meegegeven.
Aspect geluid
Van het bedrijf waren er in het verleden geluidklachten. Er werden geluids- en trillingsmetingen uitgevoerd. De ventilatie en trilelementen werd afgeregeld en sinds de aanpassingen zijn er geen klachten meer gekend.
Er werden metingen uitgevoerd en op basis van modellering zou het specifieke geluid van het bedrijf ter hoogte van de woonwijk in Rieme 39 dB(A) zijn, waardoor er voldaan wordt aan de geluidsnormen. In het MER wordt aangegeven dat het geluid niet zal toenemen in de geplande situatie, er worden geen milderende maatregelen getroffen.
Als aanbeveling dient opgenomen dat na het beëindigen van de werken er opnieuw controle metingen moeten uitgevoerd worden.
CONCLUSIE
Het projectMER wordt voorwaardelijk gunstig beoordeeld.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen aan de team Milieueffectrapportage van Departement Omgeving.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
niet van toepassing
Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over het project-MER ingediend door Cemminerals nv (O.N.:0645880636) gelegen te Christoffel Columbuslaan 35, 9042 Gent.
AANBEVELINGEN
Stofbeheersing
Het bedrijf dient alle inspanningen blijvend te onderhouden en maximaal in te zetten of stofbeheersing maatregelen en evaluatie van deze maatregelen. Indien blijkt dat er nog steeds stof vrijgesteld wordt naar de omgeving, dient bijgestuurd te worden.
Vrijstelling stof uit ruim schip
Heet bedrijf dient blijvend onderzoek uit te voeren naar oplossingen die de vrijstelling van stof uit het ruim van het schip beperken.
Duurzame motoren
Bij vervanging of bij nieuwe toestellen (o.a. wielladers) dient er over geschakeld worden op meer duurzame motoren (o.a. hybride en/of elektrisch).
Metaalemissie
Metaalemissie dient maximaal vermeden te worden. Mogelijke effecten en eventuele milderende maatregelen dienen beter onderzocht te worden.
Emissie slakken zandopvang
Dienen er geen maatregelen besproken worden om emissie van (slakken) zand te verminderen. Vb bevochtigen in bepaalde weersomstandigheden, stockage hoogte…
Geluid – controle metingen
Na het beëindigen van de werken dienen er controle metingen uitgevoerd worden, om na te gaan dat de geluidsnormen gerespecteerd worden.
Er worden geen opmerkingen opgenomen.