Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56, § 2.
Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 houdende milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband.
Om de bouw van twee nieuwe kerncentrales mogelijk te maken is de Nederlandse Rijksoverheid een Projectprocedure gestart. Deze ruimtelijke procedure wordt gevolgd om te besluiten waar de eerste twee nieuwe kerncentrales komen. Daarbij hoort een milieueffectrapport (hierna: MER). Dit MER richt zich op de vraag: Als er twee nieuwe kerncentrales komen, wat zijn dan de effecten op de verschillende locaties?
Voor het MER is een onderzoeksopzet gemaakt. Dit plan is de concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau (hierna: cNRD). In de cNRD staan de locaties die onderzocht worden voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales. Ook wordt beschreven welke milieuaspecten er onderzocht worden. De uiteindelijke resultaten komen in het MER. Naast het MER wordt een Integrale Effectenanalyse (IEA) opgesteld.
Om twee nieuwe kerncentrales te kunnen bouwen doorloopt het Rijk een projectprocedure. Deze procedure bestaat uit vier stappen:
In de projectprocedure wordt tweemaal een MER opgesteld. De eerste keer is bij de verkenning van diverse alternatieven (stap 2). Dit is het plan-MER (vanaf hier: MER), dat de milieueffecten beschrijft waarop een voorkeurslocatie wordt bepaald. Die locatie wordt met een Voorkeursbeslissing vastgelegd (stap 3). In de planuitwerkingsfase (stap 4) wordt er een tweede keer een MER gemaakt, het project-MER. Deze kijkt in meer detail naar de milieueffecten van de gekozen locatie. Het ruimtelijk plan wordt vastgesteld en de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) verleent als aan alle voorwaarden voor veilige kerncentrales is voldaan, op basis van de Kernenergiewet, een vergunning voor de nieuwe kerncentrales.
De Commissie Buitenlands Beleid van het Vlaams Parlement van 3 juni 2025 behandelde een vraag om uitleg van Frédéric Erens aan Matthias Diependaele, minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Innovatie en Industrie, Buitenlandse Zaken, Digitalisering en Facilitair Management, over de bouw van twee nieuwe kerncentrales in Borssele.
Het locatieonderzoek voor de bouw van twee kerncentrales werd besproken op de algemene vergadering van BGTS North Sea Port District van woensdag 4 mei 2025. De gebeurde omdat de Vlaamse grensgemeenten de vraag om advies op de cNRD hadden ontvangen. Er werd enkel informatie gedeeld. De vergadering nam geen formeel standpunt in.
Dit advies werd gecoördineerd door de Dienst Milieu en Klimaat in samenwerking met de Dienst Economie en de Dienst Internationale Netwerken en Subsidies.
Het voorstel van advies vraagt om:
De gemeenten Zelzate en Evergem, de provincie Oost-Vlaanderen en de Vlaamse Overheid vragen Stad Gent om de inhoud van dit gecoördineerd advies met hen te delen.
Het verslag van de vraag om uitleg over de bouw van twee nieuwe kerncentrales in Borssele van Frédéric Erens aan minister Matthias Diependaele, met kenmerk 3446 (2024-2025), op de Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden en Internationale Samenwerking dinsdag 3 juni 2025, 14.15 uur, kan geraadpleegd worden op https://www.vlaamsparlement.be/nl/parlementair-werk/commissies/commissievergaderingen/1910743/verslag/1913997.
Keurt goed het gecoördineerde advies van de Stad Gent aan de het Nederlandse ministerie van Economische Zaken en Klimaat, bureau energieprojecten over de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau van het plan-MER 'locatiestudie twee nieuwe kerncentrales', onderdeel van de Nederlandse projectprocedure ‘Nieuwbouw kerncentrales’, zoals geformuleerd in het bij dit besluit gevoegde advies.
Keurt goed het bezorgen van een kopie van dit besluit aan de gemeenten Zelzate en Evergem, de Province Oost-Vlaanderen en de Vlaamse Overheid.