Terug
Gepubliceerd op 21/02/2025

2025_CBS_01594 - OMV_2024154828 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een carport - met openbaar onderzoek - Heiebreestraat, 9031 Gent - Weigering

college van burgemeester en schepenen
do 20/02/2025 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 20/02/2025 - 09:04
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Astrid De Bruycker, schepen
2025_CBS_01594 - OMV_2024154828 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een carport - met openbaar onderzoek - Heiebreestraat, 9031 Gent - Weigering 2025_CBS_01594 - OMV_2024154828 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een carport - met openbaar onderzoek - Heiebreestraat, 9031 Gent - Weigering

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Steven Vandendriessche met als contactadres Heiebreestraat 25, 9031 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024154828) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 23 november 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het bouwen van een carport

• Adres: Heiebreestraat 25, 9031 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie A nr. 848Z

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 10 december 2024.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 13 februari 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De bouwplaats situeert zich in Drongen, in een typisch randstedelijk verkaveld woongebied met gediversifieerde eengezinswoningen in open en halfopen bebouwing. Het perceel in kwestie bezit een breedte langs de straatzijde van 24,04 m, dat versmalt tot 7,32 m op de achterste perceelsgrens. De diepte, loodrecht gemeten op de straat, bedraagt 40 m. De oppervlakte van het perceel bedraagt ca. 610 m².  Op dit perceel bevindt zich op een vrijstaande woning en achteraan het perceel een bijgebouw met kleine verharding. De oppervlakte van bijgebouw en verharding bedraagt ca. 13 m². Rondom de woning is een verharding aangelegd met een oppervlakte van ca. 142 m².

 

De aanvraag omvat het plaatsen van een carport, opgesteld tegen en in lijn met de linker gevel van de woning. De carport wordt op de bestaande verharding voorzien en heeft een breedte van 3,20 m bij een diepte van 5,30 m. Er wordt 1,80 m afstand gehouden ten opzichte van de linker perceelgrens. Het betreft een houten constructie die wordt afgewerkt met een licht hellend dak. De maximale hoogte bedraagt 2,90 m. Het hemelwater dat op de carport valt wordt aangesloten op een bestaande hemelwaterput met een inhoud van 7500 liter.

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Verkavelingsvergunningen:

  • Op 16/08/1967 werd een vergunning afgeleverd voor nieuwe verkaveling
    (1967 DR 109/00).

 

Stedenbouwkundige vergunningen:

  • Op 22/03/2007 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een eengezinswoning (2007/10008).

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied met landelijk karakter volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.


De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling (ref. nr. 1967 DR 109/00 van 16 augustus 1967). De aanvraag heeft betrekking op lot 6bis.


De aanvraag is niet in overeenstemming met de voorschriften van de verkaveling. De voorschriften voorzien immers een zijdelingse bouwvrije strook van 5 meter.

 

Verkavelingsvoorschriften van verkavelingen ouder dan 15 jaar, zoals deze waarbinnen de aanvraag zich situeert, vormen op zich geen weigeringsgrond meer voor aanvragen voor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen (art. 4.3.1, §1 en 4.4.1§2). Dat betekent dat aanvragen binnen de contour van zo’n verkaveling ook getoetst moeten worden aan de goede ruimtelijke ordening en niet louter aan de verkavelingsvoorschriften (zie rubriek “OMGEVINGSTOETS”). Voor deze aanvraag betreft dit een negatieve evaluatie.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op volgende punten:

 

Artikel 3.2 – Beperken van verhardingen;

Dit artikel stelt dat het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt moet worden.  Verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden. 

Toetsing: De aanwezige niet-waterdoorlatende verharding in de voor- en zijtuin is niet beperkt tot het strikt noodzakelijke. O.a. door de oprit niet in het verlengde te leggen van de inpandige garage werd niet gestreefd naar de meest efficiënte inrichting (en een minimum aan verharding) van de voortuin. Het is niet duidelijk of het hemelwater dat op deze verharding valt, infiltreert op eigen terrein.

 

Ter hoogte van de ontsluiting met het openbaar domein heeft de oprit een breedte van 5,20 m. In de verkregen vergunning voor het bouwen van de woning (zie rubriek “HISTORIEK”) werd onder andere als bijzondere voorwaarde opgelegd dat er slechts één oprit met een breedte van maximum 3 m werd toegestaan. Deze bijzondere voorwaarde werd kennelijk niet nageleefd.

 

Het wijzigingen en beperken van de verhardingen in de voor- en zijtuin dringt zich op. Een vergunning voor het plaatsen van carport komt niet in aanmerking voor vergunning voor zolang de ontsluiting naar deze carport (ook) niet op een aanvaardbare wijze wordt aangepast.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023 (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023): zie waterparagraaf.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1. Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Watering Oude Kale en Meirebeek. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- ter hoogte van de straat gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

HEMELWATER

Het hemelwater dat op de carport terecht komt, mag niet rechtstreeks worden afgevoerd naar de openbare riolering. Dit kan door het opgevangen hemelwater dat op de carport terecht komt in de tuin te laten infiltreren of door het aansluiten van de hemelwaterafvoer op een bestaande hemelwaterput. De overloop van de hemelwaterput moet aangesloten worden op een wadi.

In de aanvraag wordt aangegeven dat afvoer van hemelwater aangesloten wordt op de bestaande hemelwaterput bij de eengezinswoning.

 

INFILTRATIEVOORZIENING
De overloop van de hemelwaterput moet worden aangesloten op een voldoende ruim gedimensioneerde bovengrondse infiltratievoorziening. Dit wordt evenwel niet voorzien.

 

De in rekening te brengen horizontale dakoppervlakte bedraagt 51 m² (horizontale dakoppervlakte van de uitbreiding + twee keer de dakoppervlakte van de uitbreiding maar niet meer dan de volledige horizontale dakoppervlakte van de bestaande waar tegenaan gebouwd wordt).
Er dient een infiltratievoorziening met een infiltratieoppervlak (8% van de in rekening te brengen afwaterende oppervlakte) van 4 m² en een buffervolume (minimaal 33 l/m² in rekening te brengen afwaterende oppervlakte) van 1683 liter voorzien te worden.

 

In het geval dat de carport infiltreert in een onverharde zone op eigen terrein, zonder aansluiting op de hemelwaterput, dient géén infiltratievoorziening geplaatst te worden.

 

VERHARDINGEN

De aanvraag is niet in overeenstemming met artikel 3.2 van het algemeen bouwreglement (zie rubriek “TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN”). Dit artikel stelt dat het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt moet worden, uiteraard om de problematiek van wateroverlast en verdroging zoveel mogelijk te voorkomen. De strikt noodzakelijke verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.

 

De aanwezige niet-waterdoorlatende verharding in de voor- en zijtuin is niet beperkt tot het strikt noodzakelijke. O.a. door de oprit niet in het verlengde te leggen van de inpandige garage werd niet gestreefd naar de meest efficiënte inrichting (en een minimum aan verharding) van de voortuin. Het is niet duidelijk of het hemelwater dat op deze verharding valt, infiltreert op eigen terrein.

 

Ter hoogte van de ontsluiting met het openbaar domein heeft de oprit een breedte van 5,20 m. In de verkregen vergunning voor het bouwen van de woning (zie rubriek “HISTORIEK”) werd onder andere als bijzondere voorwaarde opgelegd dat er slechts één oprit met een breedte van maximum 3 m werd toegestaan. Deze bijzondere voorwaarde werd kennelijk niet nageleefd.

 

Het wijzigingen en beperken van de verhardingen in de voor- en zijtuin dringt zich op. Een vergunning voor het plaatsen van carport komt niet in aanmerking voor vergunning voor zolang de ontsluiting naar deze carport (ook) niet op een aanvaardbare wijze wordt aangepast.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Om impact op het overstromingsregime te vermijden dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden.

 

Ruimten met kwetsbare functies kunnen extra beschermd worden tegen wateroverlast door het volgen van de richtlijnen omtrent overstromingsveilig bouwen https://www.vmm.be/water/overstromingen/hoe-je-woning-beschermen.

 

Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3. Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets niet doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er is geen waardevol groen of boom verwijderd. De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen. Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

8.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 18 december 2024 tot en met 16 januari 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De omgeving van de aanvraag wordt gekenmerkt door eengezinswoningen in hoofdzakelijk open en halfopen bebouwing met veelal groene open voortuinen, al dan niet afgezet met hagen of sierstruiken. In een dergelijke groene omgeving dient erover gewaakt te worden dat nieuwe constructie het straatbeeld niet negatief beïnvloeden.

 

De omvang van de geplande carport is beperkt en kan principieel worden aanvaard in de omgeving. Door de inplanting van de constructie op dezelfde bouwlijn als de bestaande woning, komt de carport echter visueel te prominent naar voren in het straatbeeld. Deze inplanting plaatst de carport op dezelfde hoogte als de woning, waardoor het ondergeschikt karakter van de nieuwe constructie ten opzichte van de woning wordt verstoord. Hierdoor komt de inpassing van de carport in de groene omgeving in het gedrang. Om de carport op een aanvaardbare wijze in te passen in het straatbeeld, dient deze op een afstand van 1,50 m vanaf de voorgevelbouwlijn van de woning te worden geplaatst.

 

Het materiaalgebruik en de afmetingen van de constructie zijn verder principieel stedenbouwkundig aanvaardbaar. De impact op de omgeving is mits de gewijzigde inplanting beperkt.

 

Echter, komt voorliggende aanvraag niet in aanmerking voor vergunning. De aanwezige verharding is niet beperkt tot het strikt noodzakelijke, en is dus strijdig met het algemeen bouwreglement (zie rubriek “TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMNTAIRE VOORSCHRIFTEN”). Voorliggende aanvraag doorstaat ook de watertoets niet én daarenboven is de aanwezige verharding in strijd met de bijzondere voorwaarde gekoppeld aan de vergunning voor het bouwen van de woning met betrekking tot de breedte van de oprit. In 2007 werd als bijzondere voorwaarde opgelegd dat de oprit slechts 3 m mocht zijn. In het kader van geplande wegeniswerken en de breedte van de rijbaan in acht genomen, kan op vandaag akkoord worden gegaan met een oprit met een breedte van maximaal 4,50 m op het openbaar domein. Dit wijkt echter nog steeds af van de bestaande oprit (5,20 m). Deze oprit zal aangelegd worden met de wegeniswerken in de straat.


CONCLUSIE

Ongunstig, voorliggende aanvraag voor het plaatsen van carport komt niet in aanmerking voor vergunning voor zolang de ontsluiting naar deze carport (ook) niet op een aanvaardbare wijze wordt aangepast.

          

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het bouwen van een carport aan Steven Vandendriessche gelegen te Heiebreestraat 25, 9031 Gent.