Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Mevrouw Annick Lepierre met als contactadres Brusselsesteenweg 678, 9050 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024140394) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 31 oktober 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het regulariseren van verharding in de voortuin en het oprichten van een carport
• Adres: Goedingenstraat 72A, 9051 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 26 sectie A nr. 6T2
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 22 november 2024.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 13 februari 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Het perceel in kwestie wordt in het westen begrensd door de Leie en in het oosten door de Goedingenstraat. Langs de Leie bevinden zich grote en diepe percelen met daarop vrijstaande woningen. Ten oosten van de Goedingenstraat bevindt zich een natuurgebied.
Het perceel is bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning. Voor het bouwen van de woning werd op 29/09/2022 (zie rubriek ‘HISTORIEK’) een vergunning afgeleverd. Bijzondere voorwaarden daaraan gekoppeld waren onder andere het verwijderen van de betonnen steiger en de aanleg van de verharding en carport in de voortuin werden uitgesloten.
Voorliggende aanvraag strekt tot het regulariseren van verharding in de voortuin en het oprichten van een carport.
In de nieuwe toestand zou de oprit tot de carport aangelegd worden in twee karrensporen in waterdoorlatende verharding (elk met een breedte van 1 meter) met ertussen een groenzone van 1 meter. Na ca. 32 meter verbreedt het karrenspoor tot een verharde zone van 5,25 op 7 meter met aansluitend een carport (5 op 7 meter). De houten carport wordt op 2 meter van de voorgevel van de woning geplaatst en wordt afgewerkt met een plat dak met een dakrandhoogte op 2,50 meter.
Het hemelwater dat valt op het dak van de carport wordt aangesloten op een infiltratiekom (1250 liter/2,80 m²) voorzien.
Hoewel het geen onderwerp van de aanvraag vormt, is in de tuinzone nog een waterdoorlatende verharding met een oppervlakte van 150 m² tussen het zwembad en de oever van de Leie met aanlegsteiger weergegeven. Er kan vastgesteld worden dat het zwembad beperkt andere afmetingen heeft en anders ingeplant is dan de vergunde toestand. Op basis van luchtfoto’s is ook op te merken dat er zich in de tuinzone nog een terras bevindt dat niet is weergegeven op de inplantingsplannen en dat zwembad al aangelegd is (in tegenstelling tot wat wordt aangegeven). In de voortuinzone zouden nog 5 hoogstammige bomen worden aangeplant.
Verder moet ook nog opgemerkt worden dat het toegevoegde inplantingsplan van de vergunde toestand niet overeenstemt met de vergunde toestand en daaraan gekoppelde bijzondere voorwaarden uit OMV_2018092810 voor wat de verharde zone in de voortuin en de aanlegsteiger.
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Stedenbouwkundige vergunningen:
* Op 09/10/2015 werd een vergunning afgeleverd voor de afbraak van een woning en vakantiehuis. (2015/05159)
Verkavelingsvergunningen:
* Op 22/10/2015 werd een vergunning afgeleverd voor het creëren van 3 loten bouwgrond bestemd voor open bebouwing, eengezinswoning. (2015 SDW 280/00)
Omgevingsvergunningen:
* Op 18/10/2018 werd een vergunning afgeleverd voor het aanbrengen van houten oeverversterking. (OMV_2018092810)
* Op 28/03/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning, het plaatsen van een carport en het aanleggen van een zwembad. (OMV_2018141451)
* Op 29/04/2020 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig bevonden voor exploitatie van een bronbemaling in functie van de aanleg van een kelder. (OMV_2020047669)
* Op 28/10/2021 werd een aktename afgeleverd voor het plaatsen van een propaangastank. (OMV_2021156318)
* Op 29/09/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het slopen van een ponton en de aanleg van een nieuwe aanlegsteiger in hardhout. (OMV_2022086072)
Volgend bouwmisdrijf is gekend:
* Op 16/06/2023 werd vastgesteld dat de bijzondere voorwaarden voor OMV_2018141451 niet werden nageleefd:
“Het verharde plein van 170 m² en carport zonder groendak zijn niet aanvaardbaar en worden uit de vergunning gesloten. Een nieuw aangepast concept met minder verharding en eventueel gewijzigde inplanting van de carport moet onderdeel vormen van een nieuwe aanvraag tot omgevingsvergunning.”
Het verharde plein van 170 m² in de voortuin werd toch uitgevoerd, ondanks dat dit uit de omgevingsvergunning was gesloten.
Er werd op 20/06/2023 een aanmaning verstuurd voor omgevingsvergunningsaanvraag in te dienen die voorbesproken is met de dienst Stedenbouw, gezien de huidige aangelegde verharding niet volledig vatbaar is voor regularisatie.
* De nog te verwijderen niet-vergunde oude betonnen trap met aanlegsteiger aan de oever van de Leie is op vandaag nog steeds aanwezig (zie advies van De Vlaamse Waterweg in OMV_2018141451) . Dit is momenteel een verjaard bouwmisdrijf.
De strafrechtelijke verjaringstermijn voor de wederrechtelijke uitvoering van deze werken bedraagt namelijk 5 jaar en de instandhouding van deze werken is op zich niet strafbaar in de huidige stand van de wetgeving. De toestand wordt daardoor evenwel niet geregulariseerd en blijft dus onvergund!
Er kunnen aldus geen rechten worden geput uit de wederrechtelijke toestand ter plaatse bij het indienen van een eventueel nieuwe aanvraag om omgevingsvergunning. Enkel de laatst vergunde toestand zal in aanmerking genomen worden bij de beoordeling van de nieuwe aanvraag.
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgend extern advies is gegeven:
Ongunstig advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West afgeleverd op 9 januari 2025 onder ref. omv-2024140394 - Behandeling in eerste aanleg-001:
De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West verleent aan vermelde omgevingsvergunningsaanvraag gelegen in de Goedingenstraat 72A in Gent (44002A0006/00T002) een ongunstig advies.
De motivatie voor het ongunstig advies is het volgende:
* Illegale ophoging en aanvulling erfdienstbaarheidszone.
* Illegaal aanwezige betonnen steiger.
* Illegale watercaptatie.
* Sluikreclame langs de waterweg
Bovenstaande maken geen deel uit van de aanvraag maar deze zaken zijn reeds meerdere malen gemeld zonder passend gevolg.
Besluit
Het project is in zijn totaliteit niet verenigbaar met het watersysteem en het beheer van De Vlaamse Waterweg N.V. van haar patrimonium. Indien de vergunningsverlener een vergunning voor dit project wenst te verlenen vragen wij op zijn minst te vereisen dat de opgesomde inbreuken worden verholpen onder opschortende voorwaarde.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woonpark volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woonparken zijn gebieden waarin de gemiddelde woningdichtheid gering is en de groene ruimten een verhoudingsgewijs grote oppervlakte beslaan.
Onder woningdichtheid van een op het plan begrensd gebied wordt het aantal woningen per hectare verstaan.
Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg ‘Afsnee Zuid’, goedgekeurd op 2 februari 1989, en is bestemd als zone voor open bebouwing (percelen min 1500 m²) en zone voor woonpark.
De aanvraag is niet in overeenstemming met de voorschriften:
Binnen de zone voor woonpark kan slechts 20 % van de perceelsoppervlakte ingenomen voor het aanleggen grasperken, tennisvelden, e.d..
Toetsing: Met een oppervlakte van 2187 m² kan maximaal 437,4 m² aangelegd worden.
Met de ontworpen bebouwing en verharding (woning, alle verhardingen, carport, zwembad) wordt de vooropgestelde maximale 20 % ruimschoots overschreden. Dit is voornamelijk te wijten aan de zone in waterdoorlatende verharding met een oppervlakte van 150 m² in de tuinzone. Zonder deze verharding in rekening te brengen, wordt beperkt meer dan 20 % van het terrein bezet (verhard + bebouwd), ca. 15 m² te veel.
De minimale hoogte voor een bouwlaag bedraagt 2,70 meter, gemeten ten opzichte van het peil op de rooilijn.
Toetsing: De hoogte van de carport bedraagt 2,50 meter boven het maaiveld en 2,30 meter ten opzichte van het peil op de rooilijn.
In uitvoering van artikel 4.4.1.§1 van de VCRO kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen toegestaan worden op de stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. De afwijkingen kunnen betrekking hebben op perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.
De afwijkingen hebben betrekking op de afmetingen (en oppervlaktes) van een constructies.
De hoogte van carport is principieel aanvaardbaar vermits de carport een constructie betreft die qua functie ondergeschikt is aan de eengezinswoning. Door de carport een beperkte hoogte te geven blijft de carport ook ruimtelijk ondergeschikt.
De beperkte overbezetting van het terrein die werkelijk wordt aangevraagd is zeer beperkt waardoor ze nog steeds in verhouding staat tot de oppervlakte van het perceel en de aanwezige groenzones.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling (ref. nr. 2015 SDW 280/00 van 22/10/2005). De aanvraag heeft betrekking op lot 1. De zonering volgens deze verkaveling is zone voor open bebouwing.
De aanvraag is niet in overeenstemming met de verkavelingsvoorschriften, maar wijkt af op volgende punten:
De voorschriften voorzien een gebouw met een hellend dak en met gevels bestaande uit baksteen of betonsteen.
Toetsing: De carport betreft een open houten constructie afgewerkt met een plat dak.
De minimale hoogte voor een bouwlaag bedraagt 2,70 meter, gemeten ten opzichte van het peil op de rooilijn.
Toetsing: De hoogte van de carport bedraagt 2,50 meter boven het maaiveld en 2,30 meter ten opzichte van het peil op de rooilijn.
In uitvoering van artikel 4.4.1.§1 van de VCRO kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen toegestaan worden op de stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. De afwijkingen kunnen betrekking hebben op perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.
De bovenvermelde afwijkingen hebben betrekking op de afmeting en dakvorm van een constructie. Deze zijn principieel aanvaardbaar vermits de carport een constructie betreft die qua functie ondergeschikt is aan de eengezinswoning. Door de carport een beperkte hoogte te geven blijft de carport ook ruimtelijk ondergeschikt.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op volgende punten:
Artikel 3.2 Beperken van verhardingen. Dit artikel stelt dat het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt moet worden, uiteraard om de problematiek van wateroverlast en verdroging zoveel mogelijk te voorkomen. De strikt noodzakelijke verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.
Toetsing: De verharding met een oppervlakte van 150 m² in de tuinzone wordt niet aangevraagd of gemotiveerd. Er kon ook op basis van luchtfoto’s vastgesteld worden dat er in de tuinzone zich nog een terras (met pad er naartoe) is gelegd. Alle verhardingen in rekening genomen kan er niet meer gesteld worden dat het verharden van oppervlaktes tot een minimum wordt beperkt, noch zijn ze te verantwoorden. Verzwarend element hierbij is dat het perceel gelegen is in overstromingsgevoelig gebied: zie rubriek “WATERPARAGRAAF”.
Enkel de verharding in de voortuin is te beschouwen als strikt noodzakelijk en komt principieel in aanmerking voor vergunning.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1 % kans is op overstroming).
- integraal gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).
- aan de straatzijde gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
De aanvraag voorziet het bouwen van een carport met bijhorende verhardingen. Het hemelwater dat op het bijgebouw terecht komt, mag niet rechtstreeks worden afgevoerd naar de openbare riolering. Dit kan door het opgevangen hemelwater dat op het bijgebouw terecht komt in de tuin te laten infiltreren. De verhardingen worden waterdoorlatend aangelegd (en hebben geen helling van meer dan 2 %) en/of de niet-waterdoorlatende verhardingen kunnen afwateren naar een voldoende grote onverharde groenzone (die minstens ¼ van de afwaterende oppervlakte is).
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het perceel ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Er werd advies gevraagd aan de waterbeheerder.
De afstandsregels tot waterlopen zoals voorzien in het Waterwetboek en de wet onbevaarbare waterlopen worden gerespecteerd.
Alsnog werd voorliggende aanvraag ongunstig geadviseerd door de waterbeheerder: zie rubriek “EXTERNE ADVIEZEN”.
Overstromingen
Om impact op het overstromingsregime te vermijden dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden. Uit de toetsing (onder rubriek “TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN”) blijkt dat voorliggende aanvraag niet in overeenstemming is met het algemeen bouwreglement.
Ruimten met kwetsbare functies kunnen extra beschermd worden tegen wateroverlast door het volgen van de richtlijnen omtrent overstromingsveilig bouwen https://www.vmm.be/water/overstromingen/hoe-je-woning-beschermen.
Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets niet doorstaat.
6. NATUURTOETS
De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen. Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.
8. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 29 november 2024 tot en met 28 december 2024.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Het onderwerp van voorliggende aanvraag is beperkt tot het bouwen van een carport (5 op 7 meter) in voortuin op 2 meter van de voorgevel. De carport is niet in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA en de verkaveling. De geest van de verkavelingsvoorschriften gaat immers uit van een hoofdgebouw (wonen) zonder (vrijstaande) bijgebouw(en). Hoewel het enigszins betreurd wordt dat er gekozen wordt voor een vrijstaande constructie, die zowel functioneel als architecturaal geen aansluiting zoekt bij de woning, kan alsnog akkoord worden gegaan met de carport. De ruimtelijke impact ervan is beperkt voor de woning zelf als voor de omliggende woningen en de carport wordt opgetrokken binnen de vooropgestelde bouwzone. Het voorzien van twee karrensporen en manoeuvreerruimte voor deze parkeerplaats(en), zoals in voorliggende aanvraag wordt voorzien, is principieel aanvaardbaar.
Naast wat in voorliggende aanvraag effectief wordt aangegeven als het onderwerp van de aanvraag, moet opgemerkt worden dat de toegevoegde plannen onvolledig en/of foutief zijn. Zo wordt op het plan van de nieuwe toestand een waterdoorlatende verharding van 150 m² voorzien. Deze verharding wordt niet aangevraagd en ook niet gemotiveerd. De verharding is niet verantwoordbaar en daarom principieel niet aanvaardbaar. Op het plan van de bestaande toestand is een terras in de tuinzone niet getekend, hoewel dit waar te nemen is op basis van luchtfoto’s. Het plan van de vergunde toestand is niet in overeenstemming met de vergunde toestand uit OMV_2018141451 en de daaraan gekoppelde bijzondere voorwaarden: de verharde zone in de voortuin en de betonnen steiger zijn niet vergund. Als het de intentie is om bepaalde onvergunde elementen te behouden, moet dit ook duidelijk aangevraagd worden zodat een beoordeling ten gronde van het totale perceel mogelijk is.
Tot slot werd in het kader van deze aanvraag een ongunstig advies afgeleverd door de waterbeheer, De Vlaamse Waterweg. Ook dit ongunstig advies is voornamelijk gestoeld op elementen die geen direct onderwerp van de aanvraag vormen maar wel opnieuw wijzen op fouten en onvolledigheden in het dossier die een totale en grondige beoordeling in de weg staan.
CONCLUSIE
Ongunstig. Op basis van de foutieve en onvolledige plannen is geen beoordeling ten gronde mogelijk. Een correcte en waarheidsgetrouwe bestaande, nieuwe en vergunde toestand moet de basis vormen voor een nieuw dossier.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het regulariseren van verharding in de voortuin en het oprichten van een carport aan mevrouw Annick Lepierre gelegen te Goedingenstraat 72A, 9051 Gent.