Terug
Gepubliceerd op 18/04/2025

2025_CBS_03680 - OMV_2024151953 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van een eengezinswoning - zonder openbaar onderzoek - Hippolyte Metdepenningenstraat, 9000 Gent - Weigering

college van burgemeester en schepenen
do 17/04/2025 - 09:02 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 17/04/2025 - 10:00
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen-voorzitter; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Mathias De Clercq, burgemeester; Astrid De Bruycker, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Hafsa El-Bazioui, schepen-voorzitter
2025_CBS_03680 - OMV_2024151953 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van een eengezinswoning - zonder openbaar onderzoek - Hippolyte Metdepenningenstraat, 9000 Gent - Weigering 2025_CBS_03680 - OMV_2024151953 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van een eengezinswoning - zonder openbaar onderzoek - Hippolyte Metdepenningenstraat, 9000 Gent - Weigering

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Astrid Kempeneers met als contactadres Hippolyte Metdepenningenstraat 33, 9000 Gent en De heer Daan Van Hauwermeiren met als contactadres Hippolyte Metdepenningenstraat 33, 9000 Gent hebben een aanvraag (OMV_2024151953) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 3 februari 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het verbouwen van een eengezinswoning

• Adres: Hippolyte Metdepenningenstraat 33, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 5 sectie E nr. 1968T

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 24 februari 2025.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 11 april 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De te verbouwen woning bevindt zich langs de Hippolyte Metdepenningenstraat in de binnenstad. De omgeving bestaat voornamelijk uit rijwoningen. Het pand in kwestie betreft een eengezinswoning (3 bouwlagen en een dak).

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag omvat het slopen van het bestaande aanbouwvolume en vervolgens het bouwen van een nieuw aanbouwvolume, het vernieuwen van het dak, het ontharden van de tuinzone en het bouwen van een nieuwe tuinberging en het plaatsen van een nieuw rioleringsstelsel en hemelwatervoorzieningen.

 

Aanbouw

De bestaande aanbouw wordt gesloopt. De scheidingsmuur langs rechts blijft behouden tot een bouwdiepte van circa 14,9m. De bestaande hoogte van deze scheidingsmuur ligt op 4,75m, gemeten ten opzichte van het maaiveld. Na de sloop wordt een nieuwe aanbouw gebouwd.

 

De nieuwe aanbouw wordt in breedte als in hoogte tweeledig voorzien. De aanbouw heeft een afgeschuinde vorm met in het midden een terugtrekking. De gelijkvloerse bouwdiepte komt links te liggen op 16,51m. Centraal verspringt de bouwdiepte van 15,2m naar 13,8m. Rechts komt de bouwdiepte te liggen op 13,15m. De bouwdiepte op de eerste verdieping wijzigt eveneens met een afgeschuinde aanbouw. Links ligt de bouwdiepte op 12,78m en is voorzien in functie van een vide. Deze bouwdiepte komt 4,13m verder dan het links aanpalende volume. Tegen de linkse perceelsgrens moet de scheidingsmuur worden met 1,44m tot een totale bouwdiepte van 12,78m gemeten ten opzichte van de rooilijn. Rechts komt de bouwdiepte te liggen op 11,38m. Vanaf de rechtse perceelsgrens over een breedte van 1,60m wordt een bibliotheek ruimte voorzien. De rechtse scheidingsmuur moet hiervoor opgehoogd worden met 50cm over de breedte van 1,6m. Qua bouwhoogte ligt de gelijkvloerse kroonlijst op 3,74m. De kroonlijsthoogte van de aanbouw eerste verdieping komt te liggen op 6,46m hoogte.

De aanbouw wordt voorzien van een groendak. Voor het overige wordt het hoofdvolume intern heringericht.

 

Hoofdvolume en dak

Het bestaande dak wordt integraal verwijderd met het oog op een nieuwe daklaag dat als een volwaardige bouwlaag ingenomen kan worden. Vanaf de linkse perceelsgrens wordt over een breedte van 1,79m een nieuwe recht geveldeel opgetrokken. De kroonlijst hiervan sluit aan met deze van de linker aanpalende op een hoogte van  14,19m.

De resterende breedte van 3,54m tot aan de rechtse perceelsgrens wordt ingericht als dakterras. Het dakvolume wordt hier teruggetrokken voorzien met diepte van 2,24m ten opzichte van het voorgevelvlak. De kroonlijsthoogte in het voorgevelvlak wordt hier aangepast door het voorzien van een balustraden. Deze hoogte ligt op 11,67m. De kroonlijsthoogte vanaf de teruggetrokken dakrand komt te liggen op 13,48m. De nokhoogte komt te liggen op 16,30m. De achtergevel wordt eveneens opgehoogd met 2,4m waardoor de nieuwe kroonlijsthoogte komt te liggen op 13,48m over de gehele breedte van het perceel.

 

Verharding en tuinberging

Er wordt een nieuw terras voorzien in de tuinzone van 26m². Achteraan de tuinzone wordt een tuinberging van 3,8m² voorzien tegen de linker- en achterperceelgrens. De tuinberging heeft een hoogte van 3,47m. De linker scheidingsmuur moet niet opgehoogd worden ter hoogte van de tuinberging. De achterste scheidingsmuur en rechter scheidingsmuur worden opgehoogd met 66cm. Er blijft 38m² onverharde groene tuinzone over na de werken.

 

Riolering

Er wordt een septische tank geplaatst van 2000l. Er wordt een hemelwaterput geplaatst van 10000l. Er wordt voorzien in een gescheiden rioleringsstelsel.

 

Isolatie en gevelwerken

De voorgevel wordt langs de binnenzijde geïsoleerd.

De bestaande ramen worden vervangen door houten  schrijnwerk. Het bestaande pleisterwerk wordt hersteld en voorzien van gladpleister in een lichtgele tint, analoog de huidige gevel. De achtergevel

wordt aan de buitenzijde geïsoleerd en afgewerkt met nieuw pleisterwerk in een lichte kleur. Ook  hier worden de ramen vervangen door houten schrijnwerk.

2.       HISTORIEK

Voor het perceel zijn geen stedenbouwkundige vergunningen gekend.

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied met cultureel, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005 ), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening voetgangersverkeer

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1 Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

5.2 Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

1. Hemelwaterput

De bestaande woning wordt uitgebreid waardoor de plaatsing van een hemelwaterput verplicht is. De in rekening te brengen horizontale dakoppervlakte bedraagt 59,5m². Hierdoor moet een hemelwaterput geplaatst worden met een minimale inhoud van 5000l.

Er wordt een regenwaterput geplaatst van 10000l.

 

De hemelwaterput moet uitgerust worden met een pompinstallatie die voorziet in het hergebruik van het opgevangen hemelwater voor toiletspoeling, poetswater, wasmachine en gebruik buiten. Dit wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde.

 

2. Groendak

Aangezien het dak van de woning aangesloten is op een hemelwaterput met hergebruik, is het niet verplicht om het plat dak als groendak aan te leggen.

Het plat dak van de nieuwe aanbouw wordt aangelegd als groendak van 15,4m².

 

3. Infiltratievoorziening

Het perceel is kleiner dan 120m², waardoor er geen infiltratievoorziening aangelegd moet worden.

 

De aanleg van de ondergrondse constructie mag er geenszins voor zorgen dat er een permanente drainage optreedt met lagere grondwaterstanden tot gevolg. Een dergelijke permanente drainage is immers in strijd met de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid waarin is opgenomen dat verdroging moet voorkomen worden, beperkt of ongedaan gemaakt. De ondergrondse constructie dient dan ook uitgevoerd te worden als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.

 

Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.

In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3 Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er is geen waardevol groen of boom verwijderd.

De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.

 

Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Erfgoed

Het pand in kwestie is gelegen binnen een op het gewestplan ingekleurd woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. Binnen deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van behoud.  

 

De aanvraag betreft de interne verbouwing van het pand, het toevoegen van een bouwlaag, het slopen van een achterbouw en het oprichten van een nieuwe aanbouw.

 

Desondanks de aanwezige achterbouw vermoedelijk in kern nog gedeeltelijk dateert uit de oorspronkelijke bouwfase, is deze zeer sober en eerder utilitair van karakter. De Dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg kan akkoord gaan met de voorgestelde werken aan de achterzijde van het pand aangezien deze werken een beperkte impact hebben op de erfgoedwaarde van het pand en niet storend zichtbaar zijn vanaf het openbaar domein.

 

Het behoud van de oorspronkelijke geveluitzicht van deze burgerwoning vormt het uitgangspunt. Om de bijkomende bouwlaag te realiseren, wordt het bestaande dak gesloopt en vervangen door een nieuwe laag met hellend dak. Gezien de relatief beperkte breedte van de woning, wordt verondersteld dat deze woning een eenvoudig gordingendak heeft. Hoewel dit de oorspronkelijke structuur is, is deze niet uitzonderlijk en kan deze, in functie van de actualisatie van de woning, gesloopt worden. De optopping stemt zijn hoogtes af op de naastgelegen panden. De kroonlijst van de optopping is echter zeer aanwezig – hieraan wordt een bijzondere voorwaarde verbonden bij een eventuele vergunning.

 

Er wordt opgemerkt dat  de dragende structuur van het pand (trap, vloeren en wanden) uit de oorspronkelijke bouwfase dateren, erfgoedwaarde in zich dragen en hierdoor het karakter van het pand mede bepalen. Op de plannen nieuwe toestand de vloeren en trappen integraal behouden te blijven. Vanuit erfgoedoogpunt wordt dit als positief ervaren en neemt dit ook verder op als bijzondere voorwaarde bij een eventuele vergunning. 

 

Nieuwe aanbouwvolume

De verbouwingswerken betekenen een meerwaarde voor deze eengezinswoning. De uitbouw maakt de gelijkvloerse leefruimte groter. Het groot raam in de achtergevel zorgt voor extra lichtinval en versterkt het contact met de tuin. De bouwdiepte en de bouwhoogte van de aanbouw gelijkvloers valt binnen de gangbare normen en kan positief beoordeeld worden. Ruimtelijk is het verminderen van de aanbouw efficiënter wat positief is.

 

Voor de verdiepingen is de gangbare norm dat er maximaal 2m voorbij het aanpalende volume gebouwd mag worden tot maximaal 12m bouwdiepte. Deze normen houden rekening met ruimtelijk rendement, oriëntatie en de noodzaak aan bouwdiepte in functie van woonkwaliteit.

 

De aanvraag voorziet een nieuwe bouwdiepte op de verdieping tot 12,8m en dit is 4,16m bijkomende bouwdiepte ten opzichte van het links aanpalende volume. Er moet een scheidingsmuur opgehoogd worden hiervoor met 1,44m. Hierdoor ontstaat een nieuwe muur wat ruimtelijk een negatief effect creëert voor het aanpalende volume. Ook wordt hiermee de daglichttoetreding tot het perceel beperkt vanuit het oosten en het zuiden. Deze impact is sterk negatief voor het aanpalende perceel en kan daarom niet aanvaard worden. De bouwdiepte van de vide is ruimtelijk ook niet noodzakelijk waardoor er geen afweging gemaakt kan worden dat het een noodzakelijke uitbreiding is voor de woonkwaliteit. De ruimtelijke draagkracht wordt door de aanbouw op de eerste verdieping overschreden.

 

Er moet een nieuw voorstel voorgelegd worden waarbij er maximaal 2m bijgebouwd wordt ten opzichte van het links aanpalende volume voor de verdieping. Deze ingreep kan niet opgelost worden met bijzondere voorwaarden aangezien het met voorwaarden beperken van bouwdiepte of het uitsluiten van deze aanbouw ook een ruimtelijk en ontwerpmatige impact heeft op het ontwerp van de gelijkvloerse aanbouw. Een voorwaarde stellen om dit op te lossen is bijgevolg te verregaand en kan niet meer beschouwd worden als beperkte bijstelling van het ontwerp.

 

Hierdoor leidt de aanvraag in zijn volledigheid tot een negatief advies.

 

Ook ten opzichte van rechts kan er niet verder gebouwd worden dan 2m voorbij het rechts aanpalende volume. Het is betreurenswaardig dat de bestaande scheidingsmuur behouden blijft. Bij een aangepast voorstel moet overwogen worden om de scheidingsmuur te beperken tot de diepte van de nieuwe aanbouw. Dit komt de zonlichttoetreding op het eigen perceel ten goede en wordt de ruimtelijke ervaring voor beiden perceel positief beïnvloed.

 

Verharding en tuinberging

Het terras heeft een beperkte oppervlakte, er blijft voldoende onbebouwde groene tuinzone gevrijwaard.

Het tuinhuis heeft een beperkte oppervlakte in verhouding tot de tuinzone en is inpasbaar in zijn omgeving. Er blijft een voldoende onbebouwde tuinzone gevrijwaard. Het vernieuwde tuinhuis heeft een ophoging van de achter- en rechter perceelmuur tot gevolg. De ophoging is beperkt en zorgt voor een beperkte impact op de buurpercelen.

Gezien de beperkte schaal van de constructie en de ligging ervan achteraan het perceel, is de impact op de omgeving en het straatbeeld beperkt.

 

Hoofdvolume en dak

Het dakterras bevindt zich aan de voorgevel.

We benaderen dergelijke dakterrassen met de nodige voorzichtigheid. Het dakterras bevindt zich op een grote hoogte, waardoor dit fungeert als een uitkijkpost over de aanpalende woningen. Dit brengt de privacy van de omwonenden in het gedrang. Bovendien betreft het pand in kwestie een eengezinswoning met een tuin, waardoor een extra buitenruimte in de vorm van een dakterras strikt genomen niet noodzakelijk is.

Ook het bijkomende volume dat gepaard gaat met de aanleg van het plat dak tot dakterras, nl. de balustrades, zorgt ervoor dat deze ingreep wel degelijk een ruimtelijke impact heeft.

 

Het dakterras bevindt zich aan de straat waardoor er geen inkijk in tuinen van naburige panden mogelijk is. Door beplanting wordt een afstand gehouden van 62cm van de rechterbuur. Het terras heeft geen nadelige impact op de erfgoedwaarde van de voorgevel van het pand.

Ook de oppervlakte van dit terras is met ca. 6,2m² erg beperkt. Er kan bijgevolg geconcludeerd worden dat het nieuwe terras stedenbouwkundig en ruimtelijk aanvaardbaar is.

 


CONCLUSIE

Ongunstig, het voorstel is niet inpasbaar in de plaatselijke omgeving door een te grote bouwdiepte op de verdieping wat een negatieve ruimtelijk impact vormt voor de nabije omgeving. Hierdoor wordt de ruimtelijke draagkracht overschreden.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het verbouwen van een eengezinswoning aan Astrid Kempeneers en de heer Daan Van Hauwermeiren gelegen te Hippolyte Metdepenningenstraat 33, 9000 Gent.