Terug
Gepubliceerd op 18/04/2025

2025_CBS_03599 - OMV_2024133530 - aanvraag omgevingsvergunning voor het tijdelijk exploiteren van een logistiek bedrijf voor organisch afval - met openbaar onderzoek - Van den Heckestraat, 9050 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 17/04/2025 - 09:02 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 17/04/2025 - 09:41
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen-voorzitter; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Mathias De Clercq, burgemeester; Astrid De Bruycker, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Hafsa El-Bazioui, schepen-voorzitter
2025_CBS_03599 - OMV_2024133530 - aanvraag omgevingsvergunning voor het tijdelijk exploiteren van een logistiek bedrijf voor organisch afval - met openbaar onderzoek - Van den Heckestraat, 9050 Gent - Vergunning 2025_CBS_03599 - OMV_2024133530 - aanvraag omgevingsvergunning voor het tijdelijk exploiteren van een logistiek bedrijf voor organisch afval - met openbaar onderzoek - Van den Heckestraat, 9050 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Bicyclair VZW met als contactadres Patijntjestraat 28, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024133530) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 10 oktober 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

  • Onderwerp: het tijdelijk exploiteren van een logistiek bedrijf voor organisch afval
  • Adres: Van den Heckestraat 19, 9050 Gent
  • Kadastrale gegevensafdeling 20 sectie A nr. 133L2

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 12 november 2024.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 8 april 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

 

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

 

Het betreft het exploiteren van een logistiek bedrijf voor organisch afval.

 

Bicyclair is een Gentse vzw die wil inspelen op de wettelijke verplichting om sinds 1 januari 2024 keukenafval gescheiden te laten ophalen. Het keukenafval wordt in afsluitbare containers van 25 liter per bakfiets opgehaald bij de Gentse horecazaken en naar een opslagplaats vervoerd. Elke container bevat een biodegradeerbare inliner zodat het afval de container zo weinig mogelijk vuil maakt en deze eenvoudig te reinigen is.

 

Voor de op- en overslag huurt de exploitant een opslagruimte (opslagruimte 3) in de Van Den Heckestraat 19 te 9050 Ledeberg. Bicyclair zal op deze locatie het keuken- en kantineafval uit de containers van 25 liter op- en overslaan in afsluitbare palletboxen van 680 liter. Dit gebeurt manueel. De containers van 25 liter worden nadien gespoeld.

 

De vergunning wordt aangevraagd voor bepaalde duur aangezien Bicyclair deze ruimte maar tot oktober 2025 huurt en daarna plannen heeft om te verhuizen naar een andere locatie.

 

Volgende rubriek wordt aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

2.2.4.1°

Dierlijke bijproducten: op- en overslag | De opgehaalde fractie valt onder EURAL-code 200108 biologisch afbreekbaar keuken- en kantineafval. Deze wordt overgeslagen naar afsluitbare palletboxen van 680L die 1 maal per week worden opgehaald. Het afval zal max. 5 dagen opgeslagen worden in de voorziene ruimte. | klasse 2 | Nieuw

15 ton

 

Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd: 

Artikel 5.2.1.2.§2 : de installatie en het gebruik van een geijkte weegbrug met automatische registratie

Omschrijving:

Tenzij anders bepaald in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit of in dit besluit is de installatie en het gebruik van een geijkte weegbrug met automatische registratie verplicht. De installatie en het gebruik van een geijkte weegbrug is in ieder geval verplicht voor inrichtingen waar bedrijfs- of huishoudelijke afvalstoffen afkomstig van derden worden verwijderd. De ijking gebeurt overeenkomstig de ijkwet. De toegang van de aanvoerende vrachtwagens is slechts toegelaten over de in werking zijnde weegbrug. 

Motivatie:

Er is geen weegbrug aanwezig. Door de kleinschaligheid van de activiteiten is dit niet rendabel en efficiënt. Het volume afvalstoffen wordt bij ophaling bij de klant geregistreerd. Op de site wordt enkel keukenafval opgeslagen in afwachting van ophaling door een erkende verwerker. De opgehaalde container wordt gewogen bij de verwerker. Deze gegevens zullen worden gedeeld met Bicyclair en toegevoegd aan het eigen register. 

Voorstel:

Er dient geen weegbrug te worden geïnstalleerd. Het wegen bij ophaling door de verwerker zal gebeuren op de weegbrug van de verwerker zelf. De gegevens zullen bijgehouden worden in een register.

 

Artikel 5.2.1.5.§1 : uithangbord

Omschrijving:

Tenzij anders bepaald in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit en behalve in het geval dat in de inrichting uitsluitend afvalstoffen afkomstig van de eigen bedrijfsactiviteiten worden verwerkt, wordt bij de ingang van de inrichting een uithangbord van minstens 1 m² grootte aangebracht waarop duidelijk leesbaar volgende vermeldingen voorkomen:

1° de aard van de inrichting;

2° de naam, het adres en het telefoonnummer van de exploitant;

3° de vervaldatum van de vergunning: "vergund tot ...";

4° de normale openingsuren;

5° het adres en het telefoonnummer van de toezichthoudende overheid;

6° bij brand of onheil: telefoonnummer brandweer;

Motivatie:

Het plaatsen van een uithangbord aan de ingang van het terrein is niet proportioneel tot de activiteiten die ter plaatse worden uitgevoerd. Er worden geen afvalstoffen bewerkt. Deze worden enkel overgeladen in een grotere container zodat het ophalen door de verwerker zo efficiënt mogelijk kan gebeuren. Het gaat dus enkel om opslag en overslag en dit in kleine hoeveelheden. Om kenbaar te maken wie de eigenaar van de container is, zal er naast de container wel een bord worden geplaatst met vermelding van de contactgegevens van de exploitant en het noodnummer bij calamiteiten.

Voorstel:

Het plaatsen van een uithangbord is niet noodzakelijk.

 

Artikel 5.2.1.5. §5 : het aanplanten van een groenscherm van minstens 5 meter breedte

Omschrijving:

Tenzij anders bepaald in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit wordt langsheen de randen van de inrichting een groenscherm van minstens 5m breedte aangelegd. Het groenscherm bestaat uit streekeigen laag- en hoogstammige dichtgroeiende gewassen. De exploitant neemt de nodige maatregelen om zo snel mogelijk een efficiënt groenscherm te bekomen. Voor nieuwe inrichtingen wordt het groenscherm aangeplant zodra de bouwwerken dat toelaten en het plantseizoen is aangebroken. Indien geen bouwwerken worden uitgevoerd, wordt het groenscherm aangeplant in het eerste plantseizoen dat bij de aanvang van de uitbating aansluit. 

Motivatie:

De inrichting is volledig inpandig en rond de inrichting is de aanleg van een groenscherm niet mogelijk en zal dit geen effect hebben op de effecten naar de omgeving toe. 

Voorstel:

Geen groenscherm aanleggen.

 

 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Stedenbouwkundige vergunningen

  • Op 12/10/1965 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van magazijnen. (1965 LE 3227)
  • Op 27/12/1965 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van lichtreclame. (1965 LE 3277)
  • Op 10/03/1966 werd een vergunning afgeleverd voor plaatsen lichtreclame. (1966 LE 3304)
  • Op 27/01/1967 werd een vergunning afgeleverd voor overdekken van een binnenkoer met een opp. van 140 m². (1967 LE 3439)
  • Op 13/05/1969 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van magazijnen en het bouwen van burelen. (1969 LE 3804)
  • Op 25/11/1969 werd een vergunning afgeleverd voor het aanpassen van bouwvallige gerieven en onder een dak brengen met het magazijn. (1969 LE 3885)
  • Op 01/07/1970 werd een vergunning afgeleverd voor verbouwen van een winkelhuis. (1970 LE 4005)
  • Op 22/02/1972 werd een vergunning afgeleverd voor aanpassen van een woonhuis tot winkel. (1972 LE 4242)
  • Op 13/11/1973 werd een weigering afgeleverd voor uitbreiden van magazijn en aanpassingswerken aan de winkel. (1973 LE 4477)
  • Op 18/12/1973 werd een vergunning afgeleverd voor uitbreiden van magazijn en aanpassingswerken aan winkel. (1973 LE 4498)
  • Op 03/08/1976 werd een vergunning afgeleverd voor afbraak van woon- en handelshuis, verbouwing uitbreiden magazijn en bureaus, aanpassen gevel van woning. (1976 LE 4836)
  • Op 02/10/1978 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van 7 appartementen, na afbraak van 2 woningen en maken van een doorrit voor vrachtwagens en uitbreiding van een stapelplaats. (Litt. V-20-78 (5011 LE))
  • Op 31/07/1986 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een woning en het bouwen van een opslagplaats en bureel. (1986/677)
  • Op 24/12/2009 werd een vergunning afgeleverd voor de verbouwing en regularisatie van een pand tot 7 woonentiteiten en 7 (overdekte) parkeerplaatsen. (2009/20296)
  • Op 13/10/2011 werd een weigering afgeleverd voor het slopen en herbouwen van winkelruimte + bouwen van 8 appartementen. (2011/20161)
  • Op 11/10/2012 werd een vergunning afgeleverd voor de afbraak van een gebouw & bouwen van een handelsruimte, bouwen van garage voor 3 auto's & bouwen van 6 appartementen. (2012/20055)
  • Op 04/03/2016 werd een vergunning afgeleverd voor de gedeeltelijke sloop van bouwwerken, loodsen en verhardingen van een voormalige doe-het-zelf zaak ter voorbereiding van de herinrichting tot publieke ruimtes voor multifunctioneel gebruik en openbaar buurtpark. (2015/03243)
  • Op 20/10/2016 werd een weigering afgeleverd voor het regulariseren van een (vergund) pand met 7 woonentiteiten en de verbouwing van een magazijn tot 2 lofts + 4 overdekte parkeerplaatsen. (2016/03164)
  • Op 11/01/2017 werd een vergunning afgeleverd voor de herinrichting van de gesloopte terreinen van een voormalige doe-het-zelf zaak tot een publieke ruimte voor multifunctioneel gebruik en openbaar buurtpark.. (2016/03169)
  • Op 22/03/2018 werd een weigering afgeleverd voor de regularisatie van terras en aanbouwen van brandpasserellen en -trappen. (2017/03289 Dig)

 

3.       WIJZIGINGSAANVRAAG

Op 14 februari 2025 werd een wijzigingsverzoek ingediend.

 

Met het ingediende wijzigingsverzoek wil de exploitant de op- en overslag van het keuken- en kantineafval vergunnen onder de rubriek 2.2.4.1° i.p.v. rubriek 2.1.2.d)1° zoals initieel was aangevraagd. Tevens wordt de omgevingsvergunningsaanvraag niet meer aangevraagd voor onbepaalde duur maar voor bepaalde duur.

 

Op 17 februari 2025 werd dit wijzigingsverzoek aanvaard en er werd beslist dat er een nieuw openbaar onderzoek gevoerd moest worden. De uiterste beslissingsdatum werd hierdoor verlengd met 60 dagen.

 

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

 

4.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

Voorwaardelijk gunstig advies van OVAM afgeleverd op 11 maart 2025 onder ref. AMB/Bio/KV/2025-00434.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Departement Zorg Afdeling Preventief Gezondheidsbeleid afgeleverd op 19 maart 2025:

Hierbij werden volgende voorwaarden voorgesteld:

  • Er wordt een ongediertebestrijdingsplan opgesteld en ter inzage beschikbaar gesteld;
  • Er wordt steeds met gesloten poorten/deuren gewerkt;
  • Indien er klachten zijn betreffende geur, wordt de ophaalfrequentie opgedreven;
  • De palletboxen worden enkel geopend bij het aanvullen.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 23 december 2024 onder ref. 073895-001/KH/2024.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van OVAM afgeleverd op 17 december 2024 onder ref. AMB/Bio/KV/2024-02545.

 

 

5.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

 

5.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005, maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

 

De voorgestelde inrichting of activiteiten zijn in overeenstemming met de voorgeschreven planologische bestemming en de stedenbouwkundige voorschriften.

 

5.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

 

 

6.       WATERPARAGRAAF

 

6.1.   Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

6.2.   Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Er wordt geen nieuwe bebouwing voorzien.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Er worden geen wijzigingen aangebracht aan gebouwen, verhardingen, waterlopen of het reliëf. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

De activiteit of inrichting heeft geen betekenisvolle impact op de waterkwaliteit.

 

Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagen (indelingsplichtig volgens Vlarem II, bijlage 1). De impact van de activiteit wordt besproken onder de milieuhygiënische aspecten. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale>> voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

 

6.3.   Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.

 

 

7.       NATUURTOETS

Er worden geen wijziging aan bouwvolumes/constructies en/of verharding voorzien. Het project heeft geen negatieve effecten op (mogelijks) aanwezige waardevol groen.

 

Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar. Daarnaast zijn er nog mogelijke stikstofemissies afkomstig van niet-ingedeelde stationaire bronnen van het project. Deze zijn echter beperkt.

De NOX uitstoot van het totale project is minder dan de emissies waarbij een overschrijding optreedt van de 1 % minimisdrempel.

 

Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

 

 

8.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

 

 

9.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 20 november 2024 tot en met 19 december 2024. Gedurende dit openbaar onderzoek werden 12 bezwaarschriften ingediend.

 

Een tweede openbaar onderzoek werd gehouden naar aanleiding van een wijzigingslus van 25 februari 2025 tot en met 26 maart 2025. Gedurende dit openbaar onderzoek werd 1 bezwaarschrift ingediend.

 

De bezwaren worden als volgt samengevat en besproken:

 

Strijdigheid met ruimtelijke ordening

Het betreft de strijdigheid van de voorgestelde activiteiten (opslag, overslag en reiniging van afvalcontainers) met het geldende bestemmingsplan. De activiteiten vallen onder logistiek en afvalverwerking, die volgens het bestemmingsplan niet passen in een woonomgeving zoals de Van Den Heckestraat, die bedoeld is voor bewoning en kleinschalige handel. De voorgestelde activiteiten passen niet bij de aard van de wijk en kunnen het wooncomfort van de bewoners verstoren. Het toestaan van dergelijke activiteiten kan bovendien een precedent scheppen voor andere aanvragen, wat het residentiële karakter van de wijk kan aantasten

 

De locatie Van Den Heckestraat 19 ligt volgens het gewestplan in een woongebied. Er geldt geen bijzonder plan van aanleg (BPA) of ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) voor deze locatie Volgens het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 mogen in woongebieden naast woningen ook kleine bedrijven, handel en diensten aanwezig zijn, voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Kleinbedrijf is bijgevolg mogelijk in het woongebied, voor zover ze verenigbaar is met de onmiddellijke omgeving. In de voorliggende aanvraag wordt op deze locatie ‘opslag’ en ‘overslag’ van niet gevaarlijk afval gedaan. Dit is conform de vergunde toestand ‘magazijn’.

 

De vergunning wordt voor bepaalde duur aangevraagd. Bicyclair huurt de huidige locatie tot eind oktober. Hierna gaan ze naar een andere locatie verhuizen. Er wordt geadviseerd hiervoor een locatie te zoeken die niet in een woonzone gelegen is.

 

Mobiliteit en verkeersveiligheid

Het betreft de negatieve impact op de mobiliteit en verkeersveiligheid door de komst van vrachtverkeer in de Van Den Heckestraat. Deze smalle, eenrichtingsstraat is voornamelijk bedoeld voor fietsers en bewoners en kent al een kwetsbare verkeerssituatie. De komst van grote vrachtwagens voor het ophalen van afvalcontainers en de verhoogde activiteit van bakfietsen vergroot het risico op ongevallen. De wekelijkse afhalingen van afval vereisen meerdere vrachtwagens, wat de verkeersdrukte aanzienlijk zal verhogen, vooral tijdens drukke periodes zoals de zomer. Gezien de beperkte ruimte en het hoge aantal fietsers en voetgangers in de straat, is deze niet geschikt voor frequent vrachtverkeer, wat de veiligheid en leefbaarheid van de wijk zou ondermijnen.

 

We begrijpen dat er zorgen zijn over vrachtverkeer in een smalle straat als de Van Den Heckestraat. Toch willen we benadrukken dat bijna alle leveringen en ophalingen gebeuren met bakfietsen. Alleen het ophalen van afval gebeurt één keer per week met een vrachtwagen. Deze vrachtwagen komt enkel op woensdagochtend rond 7 uur, dus nog vóór de drukste ochtendspits. De laad- en losbeurt duurt maar 10 à 15 minuten en gebeurt aan de garagepoort, waar de vrachtwagen veilig kan stilstaan, zonder het doorgaand verkeer, fietsers of voetgangers te hinderen. Omdat het maar om één vrachtwagen per week gaat, op een rustig moment en voor een korte tijd, verwachten we geen grote impact op het verkeer of de veiligheid. Bovendien is dit een tijdelijke situatie tot eind oktober.

 

Geluidsoverlast

Het bezwaar betreft de verwachte geluidsoverlast door de voorgestelde activiteiten, met name het laden en lossen van afvalcontainers en de transportbewegingen. Deze handelingen zullen in een smalle, dichtbebouwde straat zoals de Van den Heckestraat aanzienlijke geluidshinder veroorzaken, vooral tijdens de vroege ochtenduren of in de avond. Dit vormt een verstoring van de rustige woonomgeving die kenmerkend is voor de straat en is niet verenigbaar met het welzijn van de bewoners.

 

Hoewel begrip bestaat voor de bezorgdheid over mogelijke geluidsoverlast, wordt benadrukt dat de aard en frequentie van de activiteiten zodanig zijn georganiseerd dat de hinder tot een absoluut minimum beperkt blijft.

De dagelijkse aanvoer van organisch afval gebeurt uitsluitend per bakfiets. Hierbij worden geen voertuigen met luidruchtige motoren ingezet, waardoor er geen sprake is van noemenswaardige geluidsproductie tijdens deze handeling. De overslag naar de palletboxen gebeurt handmatig, zonder het gebruik van lawaaierige machines of hefwerktuigen.

Wat betreft het transport per vrachtwagen: dit gebeurt slechts één keer per week, op woensdagmorgen rond 7 uur. De ophaling en vervanging van de palletboxen neemt maximaal 10 à 15 minuten in beslag. Deze activiteit is dus beperkt in duur én frequentie.

Daarnaast worden volgende aanvullende maatregelen genomen ter beperking van geluidshinder:

  • Het spoelen van de gebruikte 25-litercontainers dient steeds met gesloten poorten te gebeuren. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgelegd.
  • Er dient te allen tijde voldaan te worden aan de geldende Vlarem-geluidsnormen. Dit wordt expliciet als opmerking opgenomen.
  • Overeenkomstig artikel 5.2.1.2, §3 van Vlarem II, mag de aan- en afvoer van afvalstoffen enkel plaatsvinden tussen 7 uur en 19 uur. Dit wordt eveneens opgenomen als opmerking.

Gelet op deze voorziene maatregelen en het beperkte karakter van de geluidsproductie, wordt geoordeeld dat de voorgestelde activiteiten niet leiden tot een onaanvaardbare verstoring van de woonkwaliteit in de Van den Heckestraat.

 

Geurhinder en temperatuurregeling

Het betreft de aanzienlijke risico’s op geurhinder en ongedierte door de opslag van biologisch afbreekbaar keukenafval. Ondanks afsluitbare palletboxen is het onduidelijk hoe geurproblemen voorkomen worden zonder ventilatie of temperatuurregeling, vooral in de zomer. De opslag van 15 ton afval per jaar in een woonomgeving, gecombineerd met het spoelen van emmers en de verwerking van vuile in-line bags, vergroot het risico op geurhinder en aantrekking van ongedierte, zoals ratten en vliegen. Dit heeft een directe impact op de woonkwaliteit, vooral in de zomer, wanneer ramen openstaan en de geur van rottend afval merkbaar zal zijn.

 

Het bezwaar dat de opslag van keukenafval een aanzienlijke bron van geurhinder en ongedierte zou vormen, wordt ondervangen door een combinatie van preventieve en beheersmaatregelen. Het keukenafval wordt opgeslagen in goed afsluitbare palletboxen die zich in een aparte, ruimte bevinden. Deze boxen worden slechts bij uitzondering geopend, enkel bij de aanvoer van nieuw afval. Om overlast te beperken, wordt het afval maximaal zeven dagen opgeslagen voordat het wordt opgehaald door een erkende verwerker. Indien bij hogere temperaturen toch geurhinder ontstaat, zal het afval versneld worden afgevoerd. Dit wordt als bijzondere voorwaarde in de vergunning opgenomen. Verder geldt dat de palletboxen steeds goed afgesloten moeten zijn om de aantrekkelijkheid voor ongedierte te beperken. De wasplaats waar de 25-liter emmers worden gereinigd, moet na elk gebruik grondig worden schoongemaakt. Tot slot is het bedrijf verplicht om een ongediertebestrijdingsplan op te stellen en ter inzage te houden op de exploitatiezetel. Ook dit wordt als bijzondere voorwaarde in de vergunning opgenomen.

Met deze maatregelen wordt het risico op geurhinder en ongedierte tot een minimum beperkt en is de impact op de woonomgeving, ook in de zomermaanden, beheersbaar.

 

Alternatieve locaties

De activiteiten van Bicyclair zijn beter geschikt voor een zone met een bestemming voor lichte industrie of afvalverwerking. Dergelijke locaties bieden niet alleen betere infrastructuur (zoals grotere opslagruimte en betere waterbeheersing), maar beperken ook de impact op omliggende bewoners.

 

Zoals hierboven ook gesteld, wordt de vergunning slechts voor een bepaalde duur aangevraagd. Bicyclair huurt de huidige locatie tot eind oktober, waarna de activiteiten zullen verhuizen naar een andere locatie. Daarbij wordt geadviseerd om een locatie te kiezen die beter aansluit bij de aard van de activiteiten en niet in een woonzone gelegen is.

 

 

10.   OMGEVINGSTOETS

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

 

Aspect afval

De exploitant wenst keukenafval op te halen bij Gentse horecazaken om dit vervolgens op te slaan in afsluitbare palletboxen van 680 liter in afwachting van ophaling door een erkend verwerker.

 

Voor de inzameling en het vervoer van het keukenafval is de exploitant (Bicyclair vzw) bij de OVAM geregistreerd als IHM van afvalstoffen, OVAM-nummer 164005 geldig tot 30 september 2034.

 

De opslag en overslag van het biologisch afbreekbaar keuken- en kantineafval is een ingedeelde activiteit waarvoor rubriek 2.2.4.1 aangevraagd wordt.

 

Aangezien keukenafval een dierlijk bijproduct categorie 3 is zal voor de opslag ervan ook een erkenning volgens de Europese Verordening 1069/2009 bij OVAM moeten aangevraagd worden.

Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Aspect afvalwater

De inrichting ligt in centraal gebied volgens het zoneringsplan van Stad Gent. De ontvangende riolering is aangesloten op de RWZI van Gent. Het betreft een gemengd stelsel.

 

Voor voorliggende exploitatie zijn geen stedenbouwkundige handelingen vereist. Het gebouwdeel dat uitgebaat wordt (opslagruimte 3) staat momenteel leeg en maakt deel uit van een magazijnencomplex.

 

Bij het reinigen en spoelen van de containers komt een geringe hoeveelheid afvalwater vrij. Hiervoor wordt uitsluitend biologisch afbreekbare zeep en een oplossing van 2% appelazijn gebruikt. Dit afvalwater is het enige afvalwater dat door het bedrijf wordt geproduceerd. De palletboxen worden niet door het bedrijf zelf gereinigd.

 

Het vrijgekomen afvalwater kan worden geclassificeerd als huishoudelijk afvalwater en wordt geloosd op de openbare riolering in de Van Den Heckestraat. Het lozingsdebiet wordt volgens de aanvraag, geraamd op 40 m³ per jaar. Aangezien het lozingsdebiet minder dan 600 m³ per jaar bedraagt, valt de lozing van dit huishoudelijke afvalwater niet onder de indelingsplicht. De lozing dient te voldoen aan de bepalingen van afdeling 6.2.2. van Vlarem II.

 

Aspect hemelwater

Het is niet duidelijk of het hemelwater van het magazijnencomplex wordt opgevangen en hergebruikt

Er wordt drinkwater gebruikt voor laagwaardige huishoudelijke toepassingen (reinigen van de containers). Conform art. 4.2.1.3.§5 van Vlarem II dient prioriteit gegeven te worden aan hergebruik van hemelwater waar mogelijk. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect bodem

Volgende maatregelen worden genomen om hinder naar bodem en grondwater te voorkomen:

  • het transport gebeurt in conforme afsluitbare containers
  • bij het manueel overhevelen van het keukenafval is er geen contact met de bodem
  • de opslag van het keukenafval gebeurt in waterdichte gesloten palletboxen die op een vloeistofdichte bodem gestockeerd worden 

Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 20 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect luchtemissies

Er zijn slechts beperkte luchtemissies doordat het afval wordt opgehaald door cargofietsen. Enkel de wekelijkse ophaalronde kan een verkeersemissie genereren wat dus enorm beperkt is.

 

Aspect geur

De opslag van keukenafval vormt een potentiële bron van geurhinder. Om dit risico’s te minimaliseren, wordt het keukenafval opgeslagen in goed afsluitbare palletboxen, die zich in een aparte ruimte bevinden. Het afval wordt niet langer dan zeven dagen bewaard, alvorens het wordt opgehaald door een erkende verwerker.

 

Om geurhinder tot een minimum te beperken, mogen de palletboxen slechts bij uitzondering geopend worden, met name enkel bij de aanvoer van nieuwe afvalstoffen. Tijdens een plaatsbezoek werd vastgesteld dat de ruimte niet gekoeld is. Indien bij warmere temperaturen toch geuren vrijkomen, moet het afval in dat geval sneller worden afgevoerd. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Aspect risico op ongedierte

Afval trekt ongedierte aan. De containers dienen steeds goed afgesloten te zijn. Na het uitwassen van de 25 liter containers moet de wasplaats steeds proper gemaakt worden. Het bedrijf moet een ongediertebestrijdigsplan opmaken en ter inzage hebben liggen op de exploitatiezetel. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Aspect geluid

De dagelijkse aanvoer van organisch afval wordt volledig per bakfiets uitgevoerd, waarbij geen luidruchtige motoren worden gebruikt. De overslag naar de palletboxen gebeurt manueel, zonder het gebruik van lawaaierige machines. Slechts één keer per week, op woensdagmorgen rond 7 uur, komt een vrachtwagen langs om de volle palletboxen te vervangen door lege. De ophaling van de palletboxen duurt maximaal 10-15 minuten

 

Het spoelen van de 25 liter containers dient steeds met gesloten poorten te gebeuren. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Er dient steeds voldaan te worden aan de toepasselijke Vlarem-geluidsnormen. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Er wordt verder opgemerkt dat, overeenkomstig artikel 5.2.1.2§3 van Vlarem II, de normale aan- en afvoer van afvalstoffen niet mag plaatsvinden vóór 7 uur en na 19 uur. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Aspect mobiliteit

Het overgrote deel van de logistieke stromen verloopt per bakfiets, wat een zeer positieve bijdrage levert aan het verduurzamen van de logistieke ketens in Gent. In het dossier wordt aangegeven dat er eenmaal per week, op woensdagmorgen rond 7 uur, een vrachtwagen langs komt voor een laad- en losoperatie die ongeveer 10 tot 15 minuten duurt. Gezien het beperkte aantal vrachtwagenbewegingen en de korte duur van de operatie (bovendien buiten het drukste ochtendspitsuur van 7u30 tot 8u30) en het feit dat de vrachtwagen kan parkeren voor de grote garagepoort zonder het doorgaand verkeer in de straat te belemmeren, wordt er geen noemenswaardige hinder verwacht.

 

Aspect brandveiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 073895-001/KH/2024) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Aspect bijstelling sectorale voorwaarden

De exploitant vraagt een bijstelling van de voorwaarde in verband met een geijkte weegbrug (artikel 5.2.1.2.§2). Er is geen weegbrug aanwezig. Het volume afvalstoffen wordt bij ophaling bij de klant geregistreerd. Bij het afvoeren wordt de opgehaalde container gewogen bij de verwerker. Deze gegevens zullen worden gedeeld met Bicyclair en toegevoegd aan het eigen register.

De gevraagde bijstelling kan worden toegestaan.

 

De exploitant vraagt tevens een bijstelling de voorwaarde m.b.t. het voorzien van een uitgangsbord bij de ingang van de inrichting (artikel 5.2.1.5.§1).  Behalve in het geval dat in de inrichting uitsluitend afvalstoffen afkomstig van de eigen bedrijfsactiviteiten worden verwerkt is geen uithangbord vereist. Op de inrichting worden echter afvalstoffen van derden opgeslagen. Bijgevolg moet een uithangbord aangebracht worden.

De bijstelling van artikel 5.2.1.5.§1 kan niet toegestaan worden. Er dient blijvend een uithangbord voorzien te worden. Dit bord mag echter wel, zoals voorgesteld, naast de container geplaatst worden.

 

De exploitant vraagt ook een bijstelling op het voorzien van een groenscherm (artikel 5.2.1.5. §5).

Normaliter dient er een groenscherm van 5 meter breed voorzien te worden. Gelet op de plaatselijke omstandigheden (de inrichting is volledig inpandig en rond de inrichting is de aanleg van een groenscherm niet mogelijk) kan de bijstelling worden toegestaan.

 

 

 

CONCLUSIE

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

Volgende rubriek wordt gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

2.2.4.1°

Dierlijke bijproducten: op- en overslag | De opgehaalde fractie valt onder EURAL-code 200108 biologisch afbreekbaar keuken- en kantineafval. Deze wordt overgeslagen naar afsluitbare palletboxen van 680L die 1 maal per week worden opgehaald. Het afval zal max. 5 dagen opgeslagen worden in de voorziene ruimte. | Nieuw

15 ton

 

 

TERMIJN

De gevraagde vergunning voor de ingedeelde inrichting of activiteit kan verleend worden voor een termijn tot en met 31 oktober 2025.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het tijdelijk exploiteren van een logistiek bedrijf voor organisch afval aan Bicyclair vzw (O.N.:1009996662) gelegen te Van den Heckestraat 19, 9050 Gent.

 

De rubriek voor de inrichting/activiteit Bicyclair met inrichtingsnummer 20241003-0067 beslist het college als volgt:

 

Vergunde rubriek:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

2.2.4.1°

Dierlijke bijproducten: op- en overslag | De opgehaalde fractie valt onder EURAL-code 200108 biologisch afbreekbaar keuken- en kantineafval. Deze wordt overgeslagen naar afsluitbare palletboxen van 680L die 1 maal per week worden opgehaald. Het afval zal max. 5 dagen opgeslagen worden in de voorziene ruimte. | Nieuw

15 ton

 

 

Artikel 2

Verleent de ingedeelde inrichting of activiteit tot en met 31 oktober 2025.

 

Artikel 3

Legt volgende voorwaarden op:

Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

Geur

Indien er klachten zijn betreffende geur, dient de ophaalfrequentie opgedreven te worden

De palletboxen mogen enkel geopend worden bij de aanvoer van nieuwe afvalstoffen.

 

Risico op ongedierte

Na het uitwassen van de 25 liter containers moet de wasplaats steeds proper gemaakt worden.

Er dient een ongediertebestrijdigsplan opgesteld te worden en ter inzage beschikbaar gesteld.

 

Geluid

Het spoelen van de 25 liter containers dient steeds met gesloten poorten te gebeuren. 

 

Brandveiligheid

De voorwaarden uit het advies (met referentie 073895-001/KH/2024) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.


Volgende sectorale voorwaarden wordt bijgesteld:

  • In afwijking van artikel 5.2.1.5. §5 dient er geen groenscherm voorzien te worden.
  • In afwijking van artikel 5.2.1.2.§2 van Vlarem II is een geijkte weegbrug niet vereist.
    De afvalstoffen worden volumetrisch ingeschat. Zodra de afvalstoffen bij de externe verwerker worden gewogen moet het gewicht van de afgevoerde afvalstroom worden geregistreerd in het afvalstoffenregister van de exploitant.


Bijstelling van volgende sectorale voorwaarden wordt geweigerd:

De bijstelling van artikel 5.2.1.5.§1 kan niet toegestaan worden. Er dient blijvend een uithangbord voorzien te worden. Dit bord mag echter wel, zoals voorgesteld, naast de container geplaatst worden.


De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

Artikel 4

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Erkenning dierlijk afval

Het bedrijf moet beschikken over een erkenning volgens de Europese Verordening 1069/2009 voor de opslag en hantering van dierlijke bijproducten.

 

Hemelwater

Conform art. 4.2.1.3.§5 van Vlarem II dient prioriteit gegeven te worden aan hergebruik van hemelwater waar mogelijk.

 

Vlarebo

Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 20 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement.

 

Geluid

Er dient steeds voldaan te worden aan de toepasselijke Vlarem-geluidsnormen.

Overeenkomstig artikel 5.2.1.2§3 van Vlarem II, mag de normale aan- en afvoer van afvalstoffen niet plaatsvinden vóór 7 uur en na 19 uur.