Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Bouw Chemie Polyester DE WITTE BV met als contactadres Selma Lagerlöfstraat 34, 9042 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024134740) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 4 januari 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het bouwen van 3 industriële loodsen
• Adres: John Kennedylaan en Selma Lagerlöfstraat, 9042 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 13 sectie B nr. 16Z7
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 20 februari 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 8 april 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het perceel uit de aanvraag is gelegen langsheen de Johan Kennedylaan en Selma Lagerhöfstraat, de inrit zit langs de Selma Lagerhöfstraat. Op dit terrein worden momenteel overschotten van natuursteen gestapeld, die verwijderd zullen worden.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het bouwen van 3 loodsen.
De loodsen zijn elk ca. 206m² groot, en hebben een hoogte van 6m. Het totale bouwvolume bedraagt 3696m³. De huurders van deze loodsen zijn nog niet gekend, de functie bijgevolg ook niet.
Er worden 4 hemelwaterputten met elk een volume van 15.000l, 1 hemelwaterput met een volume van 5000l en 3 septische putten met elk een volume van 1500l geplaatst.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen zijn gekend voor het betrokken goed:
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 03/07/1967 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een olie-raffinaderij (1ste fase)
Milieuvergunningen
* Op 09/06/2006 werd een vergunning afgeleverd voor het veranderen (uitbreiding, toevoeging en wijziging) van een bedrijf voor het stockeren en fabriceren van koud hardende kunststoffen. (1374/E/2)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
Gunstig advies van North Sea Port afgeleverd op 3 maart 2025 onder ref. 2025-040:
De aanvraag heeft betrekking op privaat eigendom.
De werken kunnen gunstig geadviseerd worden.
Voorwaardelijk gunstig advies van AWV - District Gent Gewestwegen afgeleverd op 13 maart 2025 onder ref. AV/411/2025/00308:
Het agentschap Wegen en Verkeer adviseert gunstig betreffende voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met de vermelde inlichtingen en beperkingen.
Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de omschreven aandachtspunten. (zie integraal advies op het omgevingsloket)
Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 28 februari 2025 onder ref. 030878-009/LA/2025:
VOORWAARDELIJK GUNSTIG, mits te voldoen aan de hiervoor vermelde maatregelen en reglementeringen.
Bijzondere aandachtspunten:
* Er moet aan de toegang van het terrein op het private gedeelte een bovengrondse hydrant BH 100 worden voorzien, die is aangesloten op een leiding met diameter ≥ 110 mm en conform NBN EN 14384. (zie ook deel B)
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Gewestplan
Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.
Op het perceel is een natuursteenbedrijf gevestigd, waarvan de eigenaar tevens ook de bouwheer is van deze 3 bijkomende loodsen. De huurders van de loodsen zijn niet bekend. De aanvraag is niet in overeenstemming met de voorschriften van het Gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998). Het aangevraagd gaat niet uit van zeehavengebonden activiteiten.
Gewestelijk RUP
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen binnen de afbakeningslijn zeehavengebied Gent en Artikel 56: op te heffen reservatie- en erfdienstbaarheidgebied.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften van het Gewestelijk RUP.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement. Het wijkt af op volgende punten:
- Artikel 3.8 – Groendak
Voor gebouwen en constructies andere dan woongebouwen geldt de verplichting tot plaatsing van een groendak slechts in verhouding tot de mogelijkheden van hergebruik van hemelwater. Dakgedeelten waarvoor aangetoond wordt dat ze instaan voor opvang en nuttig hergebruik van het hemelwater, zijn vrijgesteld van de verplichting tot aanleg van een groendak.
Het aangetoond nuttig hergebruik (ANG) wordt geschat op 800 l/maand.
Het volume aan hemelwaterputten wordt bij voorkeur in verhouding gebracht tot het nuttig hergebruik. De vrijgestelde dakoppervlakte in functie van het aangetoond nuttig hergebruik is 16m² (ANG/50 l/m²), dit is met andere woorden de dakoppervlakte die dient aangesloten te worden op de hemelwaterput en bijgevolg wordt vrijgesteld van de aanleg van een groendak.
Er dient een groendak met een oppervlakte van 490m² aangelegd te worden (616m² - 126m² aan lichtstraten). Het groendak moet zo opgebouwd worden dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder de planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 l/m².
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
Gewestelijke verordening voetgangersverkeer
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
Gewestelijke verordening publiciteit
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van de gewestelijke publiciteitsverordening. (Besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023)
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg en gewestweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1 Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Polder Moervaart en Zuidlede. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
5.2 Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
Toetsing gewestelijke verordening (GSV) en algemeen bouwreglement stad Gent (ABR) inzake hemelwater
Hemelwaterput
Er wordt een hemelwaterput van 65 m³ voorzien.
Het opgevangen hemelwater dient maximaal gebruikt voor toepassingen waar geen drinkwaterkwaliteit voor nodig is. Het hemelwater wordt hergebruikt voor sanitair en reinigen materieel.
Groendak
Het aangetoond nuttig hergebruik (ANG) wordt geschat op 800 l/maand.
Het volume aan hemelwaterputten wordt bij voorkeur in verhouding gebracht tot het nuttig hergebruik.
De vrijgestelde dakoppervlakte in functie van het aangetoond nuttig hergebruik is 16m² (ANG/50 l/m²), dit is met andere woorden de dakoppervlakte die dient aangesloten te worden op de hemelwaterput en bijgevolg wordt vrijgesteld van de aanleg van een groendak.
Er dient een groendak met een oppervlakte van 490m² aangelegd te worden (616m² - 126m² aan lichtstraten). Het groendak moet zo opgebouwd worden dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder de planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 l/m².
Infiltratievoorziening
De infiltratievoorziening is bovengronds. De voorziening dient een inhoud te hebben van 17.358l en een oppervlakte van 42,08m². De bouwheer voorziet een infiltratievoorziening van 21.375l en een oppervlakte van 42,60m².
De infiltratievoorziening is correct gedimensioneerd volgens de GSV.
Er kan voldaan worden aan de GSV en het ABR indien bovenstaande maatregelen worden toegepast.
Voor de praktische toepassing van de regelgeving wordt verwezen naar het Technisch achtergronddocument bij de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater.
Bodem
De aanleg van de ondergrondse constructie mag er geenszins voor zorgen dat er een permanente drainage optreedt met lagere grondwaterstanden tot gevolg. Een dergelijke permanente drainage is immers in strijd met de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid waarin is opgenomen dat verdroging moet voorkomen worden, beperkt of ongedaan gemaakt. De ondergrondse constructie dient dan ook uitgevoerd te worden als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.
Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.
In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3 Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets niet doorstaat.
6. NATUURTOETS
Groen
Er wordt geen waardevol groen verwijderd.
Stikstof
Sedert de inwerkingtreding van het Stikstofdecreet werd voorzien in een leidraad voor inschatting van de impact van NOx-uitstoot door verkeersbewegingen bij kleinere projecten en in hoeverre deze kunnen voldoen aan de impactscoredrempel van 1% zoals is voorzien in het decreet.
Tabel 3 van de betreffende leidraad (referentie 2024/EI/R/3195) van het VITO geeft aan dat bij minder dan 70.000 voertuigbewegingen/jaar met auto's of bestelwagens geen overschrijding gebeurt van de 1%-drempel zelfs voor projecten in de directe nabijheid van een habitatgebied en met zeer lage KDW-waarde (kritische depositiewaarde).
De eerste speciale beschermingszone habitat bevindt zich op een afstand van 6.700 meter van het projectgebied. Er bevindt zich geen vogelrichtlijngebied op een afstand van minder dan 13 km van het projectgebied. Het eerste VEN-gebied is gelegen op een afstand van 6700 m van de werfzone.
De loodsen worden niet verwarmd, dus zonder uitstoot. Dat betekent dat er geen stikstofuitstoot is die een impact kan hebben op de kwetsbare natuur, die zich bovendien op grote afstand van het projectgebied bevindt.
Als we tellen dat in elk van de drie loodsen 2 werknemers aan het werk zijn, en dat er per loods een 10-tal vrachtbewegingen per dag voorkomen, komen we in totaal aan 36 voertuigbewegingen. De 70.000 voertuigbewegingen/jaar komen overeen met 191 bewegingen per dag hetgeen nooit kan gerealiseerd worden.
Conclusie
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.
Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Voorliggende aanvraag is gelegen binnen het havengebied. Hier is enkel de vestiging van havengebonden activiteiten toegestaan.
Voorliggende aanvraag betreft de bouw van 3 kleine loodsen (gemiddeld elk 206m² groot). Dergelijke loodsen zijn qua grootte perfect verweefbaar in andere bestemmingszones. Het is beleidsmatig niet te verantwoorden om voor dergelijke kleine schaalgrootte de schaarse industriegrond in de haven te gebruiken.
Omdat het gaat om loodsen die bedoeld zijn voor verhuur en waarvan de eindgebruiker op vandaag nog niet gekend is kan geen uitspraak gedaan worden of deze al dan niet door havengerelateerde bedrijven ingevuld zullen worden. De schaalgrootte doet echter vermoeden dat dit niet het geval zal zijn. Het gebruik wordt niet verder gespecifieerd in de aanvraag en in de beschrijvende nota wordt de bestemmingszone verkeerd geïnterpreteerd waardoor we ervan uitgaan dat hier geen zeehavengebonden activiteiten zullen doorgaan.
Bijkomend moet opgemerkt worden dat de plannen onvoldoende informatie bevatten om de aanvraag ten gronde te beoordelen. Het is onduidelijk waar de oprit naar de units zit, die staat niet ingetekend op plan. Het is ook onduidelijk hoe de parkeerplaatsen bereikbaar zijn. Volgens de plannen is er 3m ruimte tussen het einde van een parkeerplaats en de rooilijn wat onvoldoende is om vlot te kunnen in- en uitrijden. Ook de fietsenstallingen ontbreken op plan.
Aanvullend is het niet duidelijk waarvoor de verharding achter de loodsen gebruikt zal worden. Op de plannen staat dit beschreven als buitenopslag zonder meer. Hou er rekening mee dat het opslaan van overschotten van natuursteen ook vergunningsplichtig is én niet in overeenstemming is met de bestemming volgens het Gewestplan, tenzij deze via de haven aangeleverd worden.
Omwille van bovenstaande redenen komt de aanvraag niet voor vergunning in aanmerking.
CONCLUSIE
Ongunstig, de aanvraag is niet in overeenstemming met de bestemming gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het bouwen van 3 industriële loodsen aan Bouw Chemie Polyester DE WITTE bv (O.N.:0425136251) gelegen te John Kennedylaan en Selma Lagerlöfstraat, 9042 Gent.