Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 59 en 60.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft ongunstig advies
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
De heer Christophe Lammar met als contactadres Kloosterstraat 31, 9750 Kruisem en IQhousing BV met als contactadres Kloosterstraat 31, 9750 Kruisem hebben een aanvraag (OMV_2023134547) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 6 december 2023.
De aanvraag werd op 10 juli 2024 in eerste aanleg door college van burgemeester en schepenen weigering.
Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen werd in beroep gegaan door de aanvrager, persoon. Op 21 augustus 2024 werd het beroep volledig en ontvankelijk verklaard.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het verbouwen van het archiefgebouw van de provincie Oost-Vlaanderen naar studentenhuisvesting van 55 kamers en 1 appartement met 5 kamers + de exploitatie van 2 warmtepompen
• Adres: Pelikaanstraat 38, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 4 sectie D nr. 1869K
Op 19 december 2024 werd een wijzigingsverzoek ingediend. Op 2 januari 2025 werd dit wijzigingsverzoek aanvaard.
De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 21 augustus 2024.
ADVIES
Overeenkomstig artikel 34 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het omgevingsvergunningen-decreet bevat het advies van het college van burgemeester en schepenen, minstens volgende gegevens:
1° de stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn op de percelen waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft;
2° de beschrijving van de bestemming die aan de omgeving in een straal van 500 meter rond het project is gegeven conform de plannen van aanleg en de ruimtelijke uitvoeringsplannen;
3° een gemotiveerde beoordeling van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening;
4° in voorkomend geval, een gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu;
5° in voorkomend geval, de voorwaarden die het college nuttig acht;
6° in voorkomend geval, een gemotiveerde beoordeling van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
Deze gegevens zijn reeds opgenomen in de collegebeslissing (weigering) van 10 juli 2024 in eerste aanleg.
Op 10 oktober 2024 werd door het college van burgemeester en schepenen een eerste advies (ongunstig) gegeven naar aanleiding van het administratief beroep op het dossier OMV_2023134547. In het toen behandelde beroepschrift werd aangegeven dat nog een aangepaste projectinhoudversie bezorgd zou worden.
Op 3 december 2024 werd het advies van de provinciaal ambtenaar overgemaakt (ongunstig).
Op 19 december 2024 werd een nieuwe projectinhoudversie overgemaakt (PIV 4) door de aanvrager. De deputatie heeft de projectinhoudversie aanvaard op 2 januari 2025.
Op 2 januari 2025 heeft de deputatie aan het college van burgemeester en schepenen tevens gevraagd om (1) een advies te geven op het aangepast voorstel in PIV 4, met deadline 1 februari 2025 en (2) een nieuw openbaar onderzoek te organiseren over PIV 4.
Het openbaar onderzoek is gestart 10 januari 2025 en eindigt 8 februari 2025. De resultaten van dit onderzoek worden nagestuurd.
Huidig tweede advies van het college van burgemeester en schepenen naar aanleiding van het administratief beroep op het dossier OMV_2023134547, behandelt het aangepast voorstel in PIV 4. Het advies voegt volgende aanvullingen toe op de argumentatie in de collegebeslissing in eerste aanleg die in het huidige advies integraal bevestigd en hernomen wordt:
1. BESCHRIJVING VAN DE ELEMENTEN VAN HET AANGEPAST VOORSTEL
De nieuwe projectinhoudversie (PIV 4) wijzigt 11 punten t.a.v. het origineel voorstel:
2. BEHANDELING VAN DE ELEMENTEN VAN HET AANGEPAST VOORSTEL
2.1. Beoordeling van de wijzigingen in PIV 4
1/ Wijziging riolering
De wijziging wordt positief beoordeeld.
De strijdigheid met artikel 3.4 en 3.5 van het Algemeen Bouwreglement van de Stad Gent vervalt hierdoor. De aanvraag doorstaat door deze wijziging tevens de Watertoets.
2/ Wijziging n.a.v. de voorwaarden van de brandweer
Deze wijziging is te beoordelen door de Brandweer.
3/ Wijziging dorpel
De wijziging wordt positief beoordeeld.
De strijdigheid met artikel 2.13 van het Algemeen Bouwreglement van de Stad Gent vervalt hierdoor.
4/ Wijziging n.a.v. de voorwaarden van de brandweer
Deze wijziging is te beoordelen door de Brandweer.
5/ Wijziging inrichting studentenappartement
De wijziging wordt positief beoordeeld.
De strijdigheid met artikel 4.36 van het Algemeen Bouwreglement van de Stad Gent vervalt hierdoor.
6/ Verduidelijking van de pakketdikte (isolatie en gevelafwerking) t.a.v. de vrije geveldelen van de rechterbuur 'Pelikaanstraat 32-34/Belgradostraat 26-32'
Beoordeling blijft gunstig met volgende opmerking: een omgevingsvergunning heeft een zakelijk karakter en kan geen afbreuk doen aan rechten van derden
7/ Wijziging ramen kamers 0.08, 1.13 en 2.13
Het vergroten van de ramen wordt gunstig beoordeeld.
8/ Wijziging indeling raampartijen
De inkomdeur (zijde Abeelstraat) is niet origineel. De rest van het buitenschrijnwerk is recent maar is naar indeling afgestemd op het oorspronkelijk model. Op die manier sluit het bestaande buitenschrijnwerk aan bij het oorspronkelijke ontwerp van de gevels. Het BPA beschermt de aard, kwaliteit en materiaalgebruik van het schrijnwerk.
Met deze PIV wordt buitenschrijnwerk voorgesteld dat naar indeling refereert naar de oorspronkelijke. Enkel het vast bovenpaneel wordt onderaan geplaatst, zodat dit tevens dienst kan doen als valbeveiliging. Op die manier worden extra borstweringen vermeden. Er kan akkoord gegaan worden met de voorgestelde indeling van het buitenschrijnwerk omdat deze de oorspronkelijke verticaliteit herneemt.
Kenmerkend voor de architectuur van dit gebouw is het samenspel van haar horizontale en verticale geleding. De horizontale geleding komt onder andere tot uiting in het baksteenmetselwerk, de banden en tandlijsten en de horizontale gevelopeningen. De verticaliteit zit dan weer in de indeling van het schrijnwerk.
Er wordt betreurd dat opnieuw geopteerd wordt voor wit PVC-schrijnwerk. Dit banale materiaal is historisch niet correct. Tegelijkertijd is het zo dat het oorspronkelijke buitenschrijnwerk niet meer aanwezig is en dat er op dit perceel geen juridische basis is om een ander materiaal af te dwingen. Hoewel een gemiste kans om het gevelbeeld sterker te herstellen, kunnen we uitzonderlijk dus akkoord gaan met wit PVC schrijnwerk.
De strijdigheid met artikel 3.2.2 en 3.3.7 van het BPA vervalt hierdoor.
9/ Tegenstrijdigheid tussen de dakhoogtes op verscheidene plannen werd weggewerkt
De verduidelijking wordt positief beoordeeld.
10/ Verwijderen van ofwel sanitair ofwel kookvoorziening in de units van 18m² + toevoegen van extra leefkeukens en gemeenschappelijk sanitair
De wijziging wordt positief beoordeeld.
De strijdigheid met artikel 4.1 en 4.30 van het Algemeen Bouwreglement van de Stad Gent vervalt hierdoor.
11/ Toetsing stikstofverhaal werd toegevoegd aan het dossier
De beoordeling hiervan wordt overgelaten aan de deputatie die de vergunningverlenende overheid is in deze fase van de procedure.
2.2. Eindbeoordeling van PIV 4
De doorgevoerde wijzigingen en de beoordeling ervan doet vermoeden dat de nieuwe PIV een zeer gunstige evolutie kent t.a.v. het origineel voorstel. Er moet echter geoordeeld worden dat de wijzigingen louter enkele losse aanpassingen omvatten. De cruciale punten van de ongunstige beoordeling in eerste aanleg werden niet gewijzigd:
1/ Afwijking op de bestemmingsvoorschriften van het BPA (artikel 2.12)
De afwijking op de bestemmingsvoorschriften (artikel 2.12) van het BPA blijft. Deze afwijking wordt blijvend ongunstig beoordeeld. De zeer uitgebreide motivatie hiertoe kan teruggevonden worden in punt 4.1 van de beslissing in eerste aanleg.
2/ Ongunstige beoordeling van het programma vanuit een goede ruimtelijke ordening
Ook de beoordeling van het programma bij de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening is, net als de strijdigheid met de bestemmingsvoorschriften, blijvend ongunstig. Hiervoor wordt verwezen naar punt 8.1 (deel ‘programma’) van de beslissing in eerste aanleg.
3/ Ongunstige beoordeling vanuit erfgoedoogpunt
Hoewel de aanvraag niet meer strijdig is met de voorschriften 3.2.2 en 3.3.7 van het BPA, is het ontwerp onvoldoende aangepast waardoor de erfgoedwaarden van het gebouw te sterk worden aangetast. Ook hierin blijft het advies dus ongunstig.
Het inbrengen van studentenkamers in dit gebouw is maar mogelijk voor zover de erfgoedwaarde niet wordt aangetast. Dit vereist een indeling die vertrekt vanuit de bestaande draagstructuur, indeling en ruimtelijkheid van het gebouw. Huidige aanvraag doet dit niet.
De uitgebreide motivatie hiertoe kan teruggevonden worden in punt 8.1 (deel ‘morfologie’) van de beslissing in eerste aanleg. Het volgende wordt hierbij benadrukt:
4/ Ongunstige beoordeling van het mobiliteitsaspect
De toegangshelling blijft ongewijzigd. Deze heeft een hellingsgraad van 20,60% waardoor de fietser de helling te voet op en af zal moeten. Dit is weinig gebruiksvriendelijk en comfortabel. De inrichting tot de fietsenstalling binnen de originele patio heeft bovendien ook een te grote negatieve impact op de erfgoedwaarden (zie eerder).
De bouwheer voorziet blijvend geen fietsparkeerplaatsen voor bezoekers en motiveert dit niet. Dit is strijdig met de fietsparkeerrichtlijnen van de Stad, welke intussen ook in het Algemeen Bouwreglement zijn vervat. Ter info wordt meegegeven dat het gevraagde vandaag ook een strijdigheid met artikel 5.4 van het vernieuwde Bouwreglement met zich mee zou brengen.
In de aanvraag wordt een toegankelijke studio voorzien, voor mindervaliden. De aanvraag voorziet blijvend geen fietsstaanplaats toegankelijk voor de bewoner van deze studio.
5/ Onvoldoende verblijfskwaliteit in bepaalde units
De units 0.06 en 0.07 worden blijvend uitsluitend verlicht via een raamvlak aan de onderzijde van de patio. Gezien de betrekkelijke hoogte van de patio en de beperkte breedte ervan leidt dit echter tot een zeer summiere lichtinval.
Een studentenappartement moet het mogelijk maken dat studenten kunnen samenwonen met een aantal medestudenten, zonder de keuken/woonkamer ook met anderen te moeten delen. Het studentenappartement in de aanvraag is echter blijvend zo vorm gegeven dat ontmoeting en ‘samen’-wonen niet eenvoudig is. Het appartement is immers zeer langgerekt (ca. 25m) waarbij de leefruimtes zich vooraan bevinden en de slaapkamers achteraan én op twee niveaus. De gang, als verbinding tussen de woon- en slaapgedeeltes, heeft over zijn ca. 15m lengte blijvend geen natuurlijke daglichtinval. Ook de keuken heeft blijvend geen natuurlijke daglichtinval wat weinig kwalitatief is.
De buitenruimtes op het terrein (patio en buitenruimte achteraan) zijn ongewijzigd en hebben t.g.v. de wijze van hun ontwerp blijvend een negatieve impact op aanpalenden.
6/ Strijdigheid artikel 2.3 van het Algemeen Bouwreglement
Er wordt een hoogspannings(klanten)cabine in de kelder voorzien. In eerste aanleg oordeelde de Stad dat voor de verluchting hiervan nieuwe keldergaten/openingen in het trottoir voorzien worden. Dit is strijdig met artikel 2.3 van het Algemeen Bouwreglement van de Stad en is niet toegestaan.
De aanvrager motiveerde i.f.v. het beroep het volgende:
Er is geen schending van artikel 2.3 ABR, gezien de onder- en boven-verluchting gebeurt via de reeds bestaande verticale gevelopeningen en hiervoor geen bijkomende horizontale keldergaten/openingen in het trottoir moeten worden voorzien. Er is geen definitieve inname van het openbaar domein.
De provinciaal ambtenaar volgt deze argumentatie:
De plannen bevestigen dit (zie o.a. plan gelijkvloers, gevelaanzicht Abeelstraat, …). Er is dus inderdaad geen strijdigheid met artikel 2.3 ABR.
De Stad merkt op dat de verluchting van de elektriciteitscabine effectief via bestaande gevelopeningen gebeurt, doch is blijvend onduidelijk welke de blauwe doorboringen van de gevel zijn op niveau -1 (zie tekening onder).
De Stad benadrukt dat bijkomende horizontale keldergaten/openingen/verluchtingen in het trottoir niet toegestaan zijn. Dit betekent immers een definitieve inname van het openbaar domein.
CONCLUSIE
Huidig advies herneemt integraal de inhoud en de motieven van de collegebeslissing in eerste aanleg, met dien verstande dat op de nieuwe elementen in het beroepschrift aanvullend advies is gegeven in dit advies.
Het openbaar onderzoek is gestart 10 januari 2025 en eindigt 8 februari 2025. De resultaten van dit onderzoek worden nagestuurd.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over de omgevingsvergunningsaanvraag in beroep die bij de college van burgemeester en schepenen werd ingediend.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen brengt ongunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het verbouwen van het archiefgebouw van de provincie Oost-Vlaanderen naar studentenhuisvesting van 55 kamers en 1 appartement met 5 kamers + de exploitatie van 2 warmtepompen van de heer Christophe Lammar en IQhousing bv, gelegen te Pelikaanstraat 38, 9000 Gent.