Terug
Gepubliceerd op 06/01/2025

2025_CBS_00090 - OMV_2024125471 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van een gelijkvloerse aanbouw bij een handel- en eengezinswoning en het exploiteren van een uitvaartcentrum - met openbaar onderzoek - Bloemstraat, 9050 Gent - Weigering

college van burgemeester en schepenen
vr 03/01/2025 - 09:02 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: vr 03/01/2025 - 09:01
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Tine Heyse, schepen; Sami Souguir, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Evita Willaert, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Verontschuldigd

Sofie Bracke, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Rudy Coddens, schepen; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Filip Watteeuw, schepen
2025_CBS_00090 - OMV_2024125471 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van een gelijkvloerse aanbouw bij een handel- en eengezinswoning en het exploiteren van een uitvaartcentrum - met openbaar onderzoek - Bloemstraat, 9050 Gent - Weigering 2025_CBS_00090 - OMV_2024125471 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van een gelijkvloerse aanbouw bij een handel- en eengezinswoning en het exploiteren van een uitvaartcentrum - met openbaar onderzoek - Bloemstraat, 9050 Gent - Weigering

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

BEGRAFENISSEN JACOBS BVBA met als contactadres Bloemstraat 17, 9050 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024125471) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 19 september 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het regulariseren van een gelijkvloerse aanbouw bij een handel- en eengezinswoning en het exploiteren van een uitvaartcentrum

• Adres: Bloemstraat 17, 9050 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 23 sectie B nr. 524F14

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 7 oktober 2024.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 20 december 2024.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De bouwplaats is gelegen in de Bloemstraat, nabij het station van Merelbeke. Deze straat kenmerkt zich door rijwoningen en een aantal meergezinswoningen. In verschillende panden is de gelijkvloerse verdieping ingevuld als handelszaak. Het dominante gabarit in het straatbeeld is drie bouwlagen met een hellend dak.

 

In het bestaande pand zit op het gelijkvloers een dienstverlening (begrafenisondernemer) met daarboven een eengezinswoning. Het perceel is nagenoeg volledig bebouwd, de bebouwing op het gelijkvloers heeft een bouwdiepte van ca. 20 m. Achter de aanbouw bevindt zich nog een koer. Op de eerste verdieping bevindt zich een dakterras tot een bouwdiepte van 20 m (gemeten vanaf voorbouwlijn).

 

De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft de regularisatie van een gelijkvloers aanbouwvolume in functie van de begrafenisonderneming. Langs de achtergevel wordt een gevelbrede aanbouw voorzien met een footprint van 23,48 m². De totale bouwdiepte na verbouwing (incl. hoofdvolume) bedraagt 25,85 m. De nieuwe dakrand ligt op een hoogte van 3,35 m gemeten vanaf nulpas. Hiervoor moet de rechter scheidingsmuur aangepast worden. Het bijkomende volume biedt o.a. plaats aan een koelruimte. Voor het overige wordt het mortuarium intern heringericht.

 

Na de werken verkrijgt de gelijkvloerse nevenfunctie een oppervlakte van 118,88 m². De woonoppervlakte op de verdiepingen bedraagt 124,28 m². Er resteert een tuinzone/ koer met een diepte van 5,12 m.


Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

Het betreft het exploiteren van een uitvaartcentrum.

 

Het betreft een laattijdige aanvraag tot hernieuwing van de vergunning voor het exploiteren van een funerarium. De vorige vergunning had als einddatum 20 mei 2018. Er worden geen wijzigingen voorzien.

 

Met voorliggende aanvraag wenst de exploitant de vergunning voor de uitbating van een uitvaartcentrum te hernieuwen nadat is vastgesteld dat er geen geldige milieuvergunning meer bestond sinds 1998. De activiteiten zijn sinds het verval van de oorspronkelijke milieuvergunning ononderbroken verdergezet.

 

In het uitvaartcentrum worden overledenen binnengebracht, bewaard en behandeld.  Er vinden geen ceremonies plaats.

 

In het uitvaartcentrum zijn de volgende ruimtes aanwezig: 

- een winkelruimte (showroom voor o.a. rouwstukken en doodskisten); 

- een bureau / ontvangstruimte; 

- een wachtzaal; 

- twee begroetingsruimtes; 

- een werkplaats met koelcel.

 

Volgende rubriek wordt aangevraagd:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

35.

rouwkamers waar regelmatig, langer dan 24 uren, overleden personen worden geplaatst in afwachting van begraving of verassing | Waar regelmatig, langer dan 24 uur, overleden personen worden geplaatst in afwachting van begraving of verassing | klasse 2 | Nieuw

1 stuk

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 13/10/1976 werd een vergunning afgeleverd voor een vernieuwbouw aan een bestaande winkel met woning. (1976 GB 60/9)

* Op 24/03/1988 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen en herbouwen van een handelshuis. (1988/216)

* Op 19/12/1989 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een woning met winkelruimte (wijziging dossier 88.0216; vergund 24.3.1988). (1989/1859)

* Op 26/10/1993 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van de voorgevel. (1993/20185)

* Op 30/11/1995 werd een weigering afgeleverd voor het verbouwen van een woning (regularisatie). (1995/20089)

 

ARAB-vergunning

Op 21 augustus 1990 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het verder exploiteren van een rouwkamer voor een termijn van 10 jaar, eindigend op 1 september 1998. (732/1432 – LE/30/6)

 

Bouwmisdrijf

Er is een proces-verbaal met nummer 66.97.10150/95 opgemaakt op 8/08/1995 voor:

Het verbouwen handelszaak met woning niet in overeenstemming met de verleende bouwvergunningen. De afwijkingen betreffen het oprichten van een bergplaats op het gelijkvloers en het voorzien van een plat dak boven het hoofdgebouw i.p.v. een zadeldak.

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgend extern advies is gegeven:  

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 24 oktober 2024 onder ref. 005905-004/KH/2024:
Besluit: VOORWAARDELIJK GUNSTIG, mits te voldoen aan de in bijlage vermelde maatregelen en reglementeringen.

Bijzondere aandachtspunten:

- Scheidingswanden met aanpalende bebouwing;

- Structurele eisen;

- Eisen betreffende de dakbekleding;

- Blustoestellen;

- Signalisatie en veiligheidsverlichting;

- Branddetectie;

- Evacuatie vanuit de koelruimte.

 

Het integrale advies kan worden nagelezen op het Omgevingsloket.

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Gewestplan

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
 

Gewestelijk RUP

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een zone waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1. Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Provincie Oost-Vlaanderen. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

De bestaande woning wordt uitgebreid waardoor de aanleg van een hemelwaterput verplicht is. De in rekening te brengen horizontale dakoppervlakte bedraagt 90,63 m². Hierdoor moet een hemelwaterput geplaatst worden met een minimale inhoud van 7.500 l.

Er wordt geen hemelwaterput geplaatst.

 

De hemelwaterput moet uitgerust worden met een pompinstallatie die voorziet in het hergebruik van het opgevangen hemelwater voor toiletspoeling, poetswater, wasmachine en gebruik buiten.

 

De overloop van de hemelwaterput moet aangesloten worden op een voldoende ruim gedimensioneerde bovengrondse infiltratievoorziening.

Er wordt geen infiltratievoorziening aangelegd.

 

Indien het nieuwe platte dak zou aangelegd worden als groendak moet er geen hemelwaterput geplaatst worden. Er moet wel nog steeds een infiltratievoorziening aangelegd worden.

Het nieuwe platte dak wordt niet aangelegd als groendak.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3. Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets niet doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd.

De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.

Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI. Er wordt niet geloosd op oppervlaktewater.

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.

Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.

8.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 16 oktober 2024 tot en met 14 november 2024.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Voorliggende aanvraag betreft de regularisatie van het uitbreiden van de achterbouw van een handelshuis tot een diepte van 25,85 m. Deze uitbreiding betekent een substantiële bijkomende afwijking van de toegelaten stedenbouwkundige bouwdiepte van max. 18 m thv het gelijkvloers.

Een dergelijke bouwdiepte over de volledige breedte van het perceel wijkt af van de gangbare bouwdiepte en kan bijgevolg niet worden aanvaard. Met deze algemene stedenbouwkundige norm tracht het stadsbestuur een evenwicht te vinden tussen het aanpassen van woningen aan het hedendaags woon- en leefcomfort terwijl de hinder voor de aanpalenden tot een aanvaardbaar minimum wordt beperkt.

Dit overschrijden van de stedenbouwkundig algemeen aanvaarde bouwdieptes kan niet worden gerechtvaardigd daar deze uitbreiding geenszins in het teken staat van het verhogen van de woonkwaliteit op het perceel. De uitbreiding staat in het teken van de nevenfunctie (begrafenisondernemer), dewelke een ondergeschikte functie betreft.

Het verder uitbreiden van het gelijkvloers gaat bovendien ten koste van de onbebouwde ruimte op het perceel. De bouwdiepte staat niet in verhouding tot de diepte van het perceel. Het volledige perceel is bebouwd en verhard waardoor er ook geen waterinfiltratie mogelijk is op het perceel (zie negatieve waterparagraaf).

Het pand betreft een te beschermen eengezinswoning volgens de vergunde toestand. Na de werken zal het pand groter zijn dan 220 m² waardoor het niet langer een te beschermen eengezinswoning betreft. Dit laat toe de woning op termijn op te splitsen in meerdere woonentiteiten (meergezinswoning). Hier kan ruimtelijk en stedenbouwkundig niet mee akkoord worden gegaan.

Gelet op bovenvermelde redenen komt de aanvraag niet voor vergunning in aanmerking.

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

Aspect afvalwater

De inrichting ligt in centraal gebied volgens het zoneringsplan van Stad Gent.

 

Er wordt enkel huishoudelijk afvalwater geproduceerd. Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de openbare riolering. Het is afkomstig van het sanitair en van het wassen van de overledenen. De lozing van het huishoudelijk afvalwater bedraagt minder dan 600 m³/jaar en is bijgevolg niet indelingsplichtig.

 

Aspect lucht

Er worden koelcellen (1 x 0,8 kW en 1 x 0,7 kW) aangevraagd voor het bewaren van de overledenen. Het gebruikte koelmiddel is R-404A (0,85 kg) resp. R-134A (0,80kg). Voor de koeling van de begroetingsruimtes zijn twee airco’s aanwezig van elk 0,90 kW die werken met het koelmiddel R-410A (1 kg). 

 

De koeltoestellen dienen te voldoen aan de voorwaarden van Vlarem II, artikel 5.16.3.3. inzake bouw, opstelling, attesten, onderhoud en periodieke controles (naargelang de aard en de hoeveelheid koudemiddel). Een logboek moet bijgehouden worden.

 

Aspect geur

Het bewaren en behandelen van overledenen zorgt voor een niet-geleide geuremissie. Door de beperkte verblijftijd van de overledenen in het uitvaartcentrum (gemiddeld 4-5 dagen), de koeling van de overledenen en het gebruik van de juiste behandelingsmiddelen, worden de geuremissies beperkt. Buiten het gebouw is geen geur waarneembaar. De accommodatie bestaat uit goed afwasbare materialen. Een goed onderhoud van het gebouw en de faciliteiten zorgt ervoor dat hygiënische toestand maximaal behouden blijft.

 

Aspect geluid

Het voertuig waarin de lichamen worden vervoerd wordt in een achterliggende garage geparkeerd. Het laden en lossen van de overledenen gebeurt aan de achterzijde van het mortuarium.

 

Voor de koeling van de overledenen en de koeling van de begroetingsruimtes zijn airco’s aanwezig aan de achterzijde van het mortuarium met een beperkt vermogen (0,7, 0,8 en 2x 0,9 kW). De (buitenunits van dergelijke) installaties dienen te voldoen aan de geluidsbepalingen van hoofdstuk 4.5 van Vlarem II. De installaties dienen zodanig te worden opgesteld; uitgerust, ingesteld of aangepast/akoestisch geïsoleerd dat er zich geen overschrijdingen van geluidsnormen in de buurt voordoen. Er is weinig emissie van geluid naar de omgeving toe aangezien het stille toestellen zijn. 

 

Te allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II.

 

Aspect mobiliteit

Op jaarbasis worden er 50 overledenen geborgen in het uitvaartcentrum. Nabestaanden komen groeten in kleine groepen. De bezoekers parkeren op straat. Er vinden geen ceremonies plaats. De impact op de mobiliteit is beperkt.

 

Aspect brandveiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 005905-004/KH/2024) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

 

CONCLUSIE

Ongunstig. De gevraagde omgevingsvergunning is milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch NIET verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag ongunstig.

 

Volgende rubriek wordt ongunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

35.

rouwkamers waar regelmatig, langer dan 24 uren, overleden personen worden geplaatst in afwachting van begraving of verassing | Waar regelmatig, langer dan 24 uur, overleden personen worden geplaatst in afwachting van begraving of verassing | Nieuw

1 stuk

 

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het regulariseren van een gelijkvloerse aanbouw bij een handel- en eengezinswoning en het exploiteren van een uitvaartcentrum aan BEGRAFENISSEN JACOBS bvba (O.N.:0875849424) gelegen te Bloemstraat 17, 9050 Gent.

 

De rubriek voor de inrichting/activiteit Begrafenissen Jacobs IIOA met inrichtingsnummer 20240507-0034 beslist het college als volgt:

 

Geweigerde rubriek:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

35.

rouwkamers waar regelmatig, langer dan 24 uren, overleden personen worden geplaatst in afwachting van begraving of verassing | Waar regelmatig, langer dan 24 uur, overleden personen worden geplaatst in afwachting van begraving of verassing | Nieuw

1 stuk