Terug
Gepubliceerd op 06/01/2025

2025_CBS_00074 - OMV_2024140285 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het samenvoegen van twee appartementen tot één appartement en het uitbreiden van het dakverdiep - zonder openbaar onderzoek - Nieuwbrugkaai, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
vr 03/01/2025 - 09:02 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: vr 03/01/2025 - 09:01
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Tine Heyse, schepen; Sami Souguir, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Evita Willaert, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Verontschuldigd

Sofie Bracke, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Rudy Coddens, schepen; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Filip Watteeuw, schepen
2025_CBS_00074 - OMV_2024140285 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het samenvoegen van twee appartementen tot één appartement en het uitbreiden van het dakverdiep - zonder openbaar onderzoek - Nieuwbrugkaai, 9000 Gent - Vergunning 2025_CBS_00074 - OMV_2024140285 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het samenvoegen van twee appartementen tot één appartement en het uitbreiden van het dakverdiep - zonder openbaar onderzoek - Nieuwbrugkaai, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

MONSAERT BV met als contactadres Burgstraat 22, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024140285) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 22 oktober 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het samenvoegen van twee appartementen tot één appartement en het uitbreiden van het dakverdiep

• Adres: Nieuwbrugkaai 75-76, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 2 sectie B nr. 1158/2 A3

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 18 november 2024.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 19 december 2024.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de omgeving en plaats van het project

Het perceel van aanvraag is gelegen langs op de hoek van de Nieuwbrugkaai in de binnenstad.  De omgeving wordt voornamelijk gekenmerkt door de Leie en de Reep die samenvloeien op de hoek van voorliggende aanvraag. Het perceel van aanvraag maakt deel uit van het bouwblok begrensd door de Nieuwbrugkaai, Zilverberg, Kalvermarkt en de Volmolenstraat.

 

Linksaanpalend van het perceel (zuidelijke zijde van het perceel) bevindt zich gesloten bebouwing van overwegend zes bouwlagen en een teruggetrokken zevende afgewerkt met platte daken. Rechtsaanpalend van het perceel (noordelijke zijde) bevindt zich gesloten bebouwing van twee bouwlagen afgewerkt met een plat dak. Het betreft een gebouwdeel van het Sint-Lievenscollege doorlopend in het binnengebied van voorliggende aanvraag. In het binnengebied beschikt het college over drie volwaardige bouwlagen afgewerkt met een plat dak.

 

Het perceel van voorliggende aanvraag paalt aan een beschermd monument zijde de Kapel van het Sint-Lievenscollege alsook aan een beschermd stadsgezicht Houtbriel, Gildestraat, Zilverenberg, Kalvermarkt en Tussen ’t Pas.

 

PROGRAMMA

Op het perceel van aanvraag bevinden zich twee meergezinswoningen (Nieuwbrugkaai 53-65 en Nieuwbrugkaai 66-76) die morfologisch één geheel vormen met de linkeraanpalende meergezinswoningen gaande van Nieuwbrugkaai 5-52. Deze werden als één geheel gebouwd en vergund (Litt. N-2-70) en zijn intern met elkaar verbonden via de ondergrondse bouwlaag waarin zich parkeerplaatsen bevinden.

 

Voorliggende aanvraag heeft enkel betrekking op de meergezinswoning gelegen op de hoek (Nieuwbrugkaai 66-76). De meergezinswoning beschikt over elf 2-slaapkamerappartementen zijnde:

-      Één gelijkvloers 2-slaapkamerappartement met een netto vloeroppervlakte van circa 81m².

-      Vijf 2-slaapkamerappartementen met een netto vloeroppervlakte van circa 84m² op de verdiepingen.

-      Vijf 2-slaapkamerappartementen met een netto vloeroppervlakte van circa 77m² op de verdiepingen.

 

MORFOLOGIE

Voorliggende meergezinswoning beschikt over zes volwaardige bouwlagen afgewerkt met een plat dak. De kroonlijsthoogte gemeten t.o.v. het aanpalende trottoirpeil bedraagt daarbij 18,48m. Op het platte dak bevinden zich vijf schoorstenen/technische kokers alsook een beperkte bijkomende technische bouwlaag. Deze technische bouwlaag betreft de doorgetrokken lift- en traphal en is afgewerkt met een plat dak met een oppervlakte van 22,22m². De kroonlijsthoogte van de technische bouwlaag, gemeten t.o.v. het trottoirpeil bedraagt 20,16m. In totaal beschikt het pand over een horizontale dakoppervlakte van circe 207m².

 

INDELING

Het pand beschikt centraal over een trappen en inkomhal bereikbaar via een toegang aan de Nieuwbrugkaai zijde Reep. Op de verdiepingen bevinden zich telkens twee 2-slaapkamerappartementen met een klein balkon aan de achterzijde en een leefruimte zijde Nieuwburgkaai.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Op 12/09/2024 werd een weigering (OMV_2024066539) afgeleverd voor voorliggend pand. Voorliggende aanvraag tracht tegemoet te komen aan de weigeringsgronden. In voorliggende aanvraag wordt de meergezinswoning verticaal uitgebreid met een zesde verdiep d.m.v. een bijkomend dakvolume. De oorspronkelijke appartementen op het vijfde verdiep worden daarbij samengevoegd en intern verbonden met het nieuwe dakvolume.

 

1/ Uitbreiding met een dakvolume:

Op het plat dak van de meergezinswoning wordt een bijkomende bouwlaag voorzien. Ter realisatie van het bijkomend dakvolume worden twee van de vijf schoorstenen/technische kokers gesloopt. De overige schoorstenen/technische kokers alsook de bestaande technische bouwlaag worden ingewerkt in het nieuwe dakvolume. De nieuwe bouwlaag wordt afgewerkt met een platte daken met een totale oppervlakte (inclusief schoorstenen en luifels) van 136,00m².

 

De nieuwe bouwlaag wordt gedeeltelijk teruggetrokken voorzien ten aanzien van de onderliggende bouwlagen:

-      Aan de voorzijde langs De Reep bevindt de teruggetrokken bouwlaag zich gemiddeld 4,07m teruggetrokken t.o.v. het voorgevelvlak van de onderliggende verdiepingen.

-      Aan de voorzijde langs de Leie bevindt de teruggetrokken bouwlaag zich gemiddeld 1,83m teruggetrokken t.o.v. het voorgevelvlak van de onderliggende verdiepingen.

-      Op de hoek is de teruggetrokken bouwlaag afgerond voorzien en bevindt deze zich 2,00m teruggetrokken t.o.v. het voorgevelvlak van de onderliggende verdiepingen.

-      Aan de achterzijde palend aan de naastgelegen school is de teruggetrokken bouwlaag grotendeels 1,06m teruggetrokken t.o.v. het achtergevelvlak van de onderliggende verdieping. Kleine uitzondering vormt daarbij een kleine uitbreiding van de schoorsteen die met een meerbreedte van 2,93m slechts 0,44m teruggetrokken is.

-      In de hoek van de linker- en achteraanpalende is grotendeels 2,23m teruggetrokken t.o.v. het achtergevelvlak van de onderliggende verdiepingen.

Enige uitzondering op bovenstaande vormt de uitkragende luifel die voorzien wordt langs alle gevelzijden van de nieuwe uitbreiding. De luifel reikt 0,53-0,63m voorbij de gevelvlakken van de uitbreidingen en is bijgevolg 0,53-0,63m minder teruggetrokken t.o.v. de gevelvlakken op de onderliggende verdiepingen.

 

Het nieuwe dakvolume beschikt grotendeels over een kroonlijsthoogte (gemeten t.o.v. het trottoirpeil) van 21,97m. Op verschillende plaatsen worden echter enkele verhoogde dakvlakken ingericht tot een hoogte van 22,97m. Het betreft de twee te behouden schoorsteenconstructies, het dakvlak boven de lift- en traphal en een gebogen muurtje ter visuele afscherming van eventuele technieken op het dak en een nieuwe scheidingsmuur met de linkeraanpalende woonentiteit aan de achterzijde.  Tot slot beschikt het pand over een luifel (zie boven) met een dikte van 0,18m en een kroonlijsthoogte (gemeten t.o.v. het trottoirpeil) van 21,55m.

 

2/ Ophogen van de scheidingsmuren:

Het nieuwe dakvolume sluit aan op de kroonlijsthoogte van de teruggetrokken bouwlaag van de linkergelegen meergezinswoning Nieuwbrugkaai 53-65. Deze meergezinswoning maakt deel uit van hetzelfde perceel, doch maakt geen deel uit van voorliggende aanvraag.

 

3/ Aanleg van een dakterras:

De teruggetrokken zones aan de achterzijde worden ingericht als groendak. De teruggetrokken zones aan de voorzijden worden ingericht als dakterras. Het dakterras beschikt over een totale oppervlakte van 55,00m². Het dakterras wordt voorzien van een balustrade met een hoogte van 1,10m gemeten t.o.v. het terraspeil en 19,28m t.o.v. het trottoirpeil.

 

4/ Afwerking van de gevel-en dakvlakken:

De nieuwe dakverdieping wordt voorzien van een nieuwe witte gevelsteen (travertino classico). De dakranden en luifel worden voorzien in een bronzen metaal. Het nieuwe dakvolume is voorzien van grote raamvlakken. De balustrade wordt voorzien in een metaal in een brons kleur voorzien van verticale spijlen.

 

5/ Interne aanpassingswerken:

Op de zesde bouwlaag (vijfde verdiep) worden de twee oorspronkelijke appartementen samengevoegd en uitgebreid met het nieuwe dakvolume. Daartoe worden de scheidingsmuren grotendeels verwijderd. Op de vijfde verdieping wordt het nieuwe appartement voorzien van vier grote slaapkamers, twee badkamers, een bureau en een eerste leefruimte. Via een interne trap in deze leefruimte heeft men intern toegang tot het zesde verdiep waar zich een keuken, ontbijthoek en ruime eetruimte bevindt. De interne indeling van de overige bouwlagen blijft ongewijzigd.

 

6/ Wijzigen van het aantal woonentiteiten:

Na verbouwingswerken beschikt de meergezinswoning over tien appartementen bestaande uit:

-      Één gelijkvloers 2-slaapkamerappartement met een netto vloeroppervlakte van circa 81m² (blijft ongewijzigd).

-      Vier 2-slaapkamerappartementen met een netto vloeroppervlakte van circa 84m² van de eerste tot de vierde verdieping (blijven ongewijzigd).

-      Vier 2-slaapkamerappartementen met een netto vloeroppervlakte van circa 77m² van de eerste tot de vierde verdieping (blijven ongewijzigd).

-      Één 4-slaapkamerduplex op het vijfde en het zesde verdiep met een netto vloeroppervlakte van circa 269m².

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen:

-      Op 12/09/2024 werd een weigering afgeleverd voor het samenvoegen van twee naastliggende appartementen in hetzelfde gebouw tot één appartement en het uitbreiden van de dakverdieping. (OMV_2024066539)

 

Stedenbouwkundige vergunningen:

-      Op 27/07/1964 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een fabrieksgebouw en een woonhuis met atelier. (KW N-9-64)

-      Op 06/04/1970 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een gebouw (5 bovenverdiepingen + technische bouwlaag) met 46 appartementen en garages voor 48 auto's, na slopen van 8 woonhuizen, burelen en fabrieksgebouwen. (Litt. N-2-70)

-      Op 15/06/1970 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een nijverheidsgebouw. (KW N-5-70)

-      Op 10/07/1978 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van een appartementsgebouw (herneming van vergunningen litt. n-9-71 van 31/01/1972 en litt. n-7-74 van 04/11/1974). (Litt. N-1-78)

-      Op 11/05/1981 werd een weigering afgeleverd voor het slopen van gebouwen (herneming kwz/22/78 geweigerd dd 26/2/79). (1981/197)

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 26 november 2024 met kenmerk 073204-004/PJ/2024.

Samenvatting:

Gunstig advies mits er integraal voldaan wordt aan de bouwtechnische maatregelen en de veiligheidsuitrusting zoals beschreven in het brandpreventieverslag met referentie 073204-003/PJ dd. 23/08/2024

 

Voorwaardelijk gunstig advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West afgeleverd op 18 december 2024.

Samenvatting:
De voorwaarden waaraan voldaan moet worden zijn:

-      De vergunninghouder dient voor de werken op de 5de en 6 de bouwlaag de stofhinder te beperken naar de kunstwerken Bavobrug en Scaldissluis op de bevaarbare waterweg Nederschelde en uitgereikte vergunning van jachthaven Portus Ganda. Er worden stofdoeken of een gelijkwaardig alternatief goedgekeurd door De Vlaamse Waterweg nv op bouwlagen 5 en 6 opgelegd. Het alternatief om stofhinder te beperken door waternevel wordt verboden wegens het aanladen van de elektromechanische en hydraulische units van de Scaldissluis. Indien schade aan de kunstwerken Bavobrug en Scaldissluis veroorzaakt wordt, dient de vergunninghouder de schade in oorspronkelijke staat te herstellen en tot goedbevinden van de domeinbeheerder. Bij gebreke hiervan zal de vergunninghouder instaat voor het betalen van de schadevergoeding.

-      De vergunninghouder bezorgt een bewonersbrief met contactgegevens van een persoon, adres, telefoon en n email aan vergunninghouder jachthaven Portus Ganda, portus.ganda@gent.be  Hij vermeldt de inhoud van de werken en de duurtijd.


Geen tijdig advies van Onroerend Erfgoed. De adviesvraag is verstuurd op 18 november 2024. Op 19 december 2024 is nog géén advies ontvangen. Omdat de decretaal omschreven adviestermijn verstreken is, kan aan de adviesvereiste voorbij gegaan worden.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977). De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

5.1. Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd. Regio West. Het project ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd. Regio West.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

-      niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

-      niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

-      gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1% kans is op overstroming).

-      niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het perceel is momenteel grotendeels bebouwd.

 

5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel blijft ongewijzigd. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het algemeen bouwreglement van de stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het perceel ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Er werd advies gevraagd aan de waterbeheerder. De afstandsregels tot waterlopen zoals voorzien in het Waterwetboek en de wet onbevaarbare waterlopen worden gerespecteerd.

 

Overstromingen

Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3. Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

6.1.   Ligging en biologische waarderingskaart

De aanvraag is niet gelegen in de nabijheid van een Habitat-gebied of een VEN-gebied. De aanvraag is tevens niet opgenomen binnen de Gentse of Vlaamse Biologische Waarderingskaart. De aanvraag is evenwel gelegen langs de Leie die is opgenomen als biologisch waardevol gebied op de Vlaamse Biologische Waarderingskaart. Op de Gentse Biologische Waarderingskaart is de Leie samen met De Reep opgenomen als biologisch zeer waardevol gebied. De aanvraag ligt tevens in de nabijheid

6.2.   Impact op speciale beschermingszones en VEN-gebieden

Groen en biodiversiteit

Voorliggend aanvraag bevat geen wijzigingen aan waardevol groen. De aanvraag is tevens gelegen op een voldoende grote afstand van waardevolle beschermingszones.

 

Stikstof

Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar.

Daarnaast zijn er nog mogelijke stikstofemissies afkomstig van niet-ingedeelde stationaire bronnen van het project en tijdens de aanlegfase door vervoer of niet-ingedeelde stationaire bronnen. Deze zijn echter beperkt. De NOX uitstoot van het totale project is minder dan de emissies waarbij een overschrijding optreedt van de 1% minimisdrempel.

 

Lozing

Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI. Er wordt niet geloosd op oppervlaktewater.

6.3.   Conclusie

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN. Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

1/ Wijzigen van het aantal woonentiteiten:

Principieel is er geen bezwaar tegen het samenvoegen van twee appartementen naar één appartement. Zo verkrijgt het pand één ruime zeer gezinsvriendelijke woonentiteit. De nieuwe woonentiteit wordt zeer kwalitatief ingedeeld.

 

2/ Uitbreiding met een dakvolume:

In voorliggende aanvraag wordt het bestaande pand, bestaande uit zes volwaardige bouwlagen, uitgebreid met een zevende teruggetrokken bouwlaag. Omwille van de ligging aan de samenvloeiing van de Reep en de Leie wordt de directe omgeving gekenmerkt door een zeer grote openheid. Overstaande bebouwing bevindt zich op een ruime afstand van minimaal 100m. De afwerking van het dak met een teruggetrokken zevende bouwlagen is bijgevolg principieel aanvaardbaar. Het dakvolume sluit in beginsel aan op de teruggetrokken bouwlaag van de linkeraanpalende meergezinswoningen ten aanzien van de voorzijde. Dit vergroot de inpasbaarheid en wordt kwalitatief beoordeeld.

 

In voorliggende aanvraag wordt de teruggetrokken bouwlaag tevens voldoende teruggetrokken ten aanzien van de achterperceelsgrens (Zilverberg 1). Dit sluit aan op het teruggetrokken karakter van de zevende bouwlaag zoals voorzien in de linkeraanpalende meergezinswoning. Langsheen de achterperceelsgrens beschikt het pand in bestaande toestand reeds over een blinde gevel van ruim vier volwaardige bouwlagen. Het teruggetrokken karakter van de uitbreiding doorbreekt het blinde gevelvlak op de ondergelegen verdiepen. Het terugtrekken van de zevende bouwlaag ten aanzien van de achterperceelsgrens maakt een meer kwalitatieve afwerking van het gevelvlak (met ramen) mogelijk. Zo wordt een architecturale omslag gegeneerd over de volledige hoek. Dit is wenselijk gezien het achteraanpalende pand omwille van erfgoedwaarden nooit zal kunnen opgehoogd worden. 

 

Het nieuwe dakvolume sluit grotendeels aan op de kroonlijsthoogte van de teruggetrokken zevende bouwlaag van de linkeraanpalende meergezinswoningen. Samen met het teruggetrokken karakter van de uitbreiding vergroot dit de inpasbaarheid in zijn omgeving. Dit wordt gunstig beoordeeld.

 

Aanleg van een dakterras:

Principieel kan er akkoord gegaan worden met de aanleg van de teruggetrokken zones aan de voorzijden van het pand als dakterras. Dit ligt in lijn met de terrassen van de linkeraanpalende meergezinswoningen. Het nieuwe dakterras behoudt voldoende afstand van de achterperceelsgrens. Dit wordt gunstig beoordeeld.


Voorliggende aanvraag komt mits toepassing van de bijzondere voorwaarden in aanmerking voor vergunning.


CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

 

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het samenvoegen van twee appartementen tot één appartement en het uitbreiden van het dakverdiep aan MONSAERT bv (O.N.:0834725976) gelegen te Nieuwbrugkaai 75-76, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Externe adviezen:

-      De bijzondere voorwaarden uit het advies van de Brandweerzone Centrum, afgeleverd op 26 november 2024 met kenmerk 073204-004/PJ/2024, moeten integraal worden nageleefd.

-      De bijzondere voorwaarden uit het advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West, afgeleverd op 18 december 2024, moeten integraal worden nageleefd.

 

Riolering:

Volgens het zoneringsplan is het perceel gelegen binnen centraal gebied of collectief geoptimaliseerd buitengebied: er is  riolering aanwezig en die is aangesloten op een waterzuivering. Het is verplicht om afvalwater aan te sluiten op de riolering.

 

De regels rond de rioolaansluiting zijn terug te vinden in het Algemeen en het Bijzonder Waterverkoopreglement. Deze reglementen zijn terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen. Op www.farys.be/nl/rioolaansluiting vindt u meer info over :

-      de specificaties en prijzen van de rioolaansluiting

-      de belangrijkste aspecten voor de aanleg van de privéwaterafvoer (onder “Mijn privéwaterafvoer”).

 

Aanwezige (wacht)aansluiting(en) dienen steeds gebruikt/(her)bruikt te worden. Je bent gebonden door de locatie, de diepteligging en het type aansluiting, namelijk afvalwater (=DWA) of regenwater (=RWA) ter hoogte van de rooilijn. Je dient het ontwerp en de aanleg van de privéwaterafvoer -op privéterrein- hierop af te stemmen. Hoe je nagaat of er al een rioolaansluiting aanwezig is, vind je terug op www.farys.be/nl/rioolaansluiting. De aansluiting van afvalwater (DWA) op het rioleringsnet is verplicht als een riolering aanwezig is. De aansluiting van het regenwater (RWA) op het rioleringsnet is niet verplicht.

 

De interne riolering moet zo ontworpen worden dat een toekomstige aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater). Er is nog geen aparte regenwaterafvoer (RWA)-aansluiting mogelijk. De RWA-leidingen naar de straat is te voorzien als wachtaansluiting. Voorlopig moeten het regen- en afvalwater gezamenlijk naar de riolering afgevoerd worden. Bovendien moeten de RWA-, en DWA-afvoeren naast elkaar worden aangeboden met een tussenafstand van 40 tot 60cm. Hierbij loopt het DWA-gedeelte in een rechte lijn door naar de openbare riolering. Bij een toekomstige aanleg van het openbaar domein zal de riolering gescheiden worden.

 

Regenwaterpijpen op de straatgevel moeten in de gevel worden ingewerkt. Deze dienen binnenshuis op het interne rioleringssysteem aangesloten te worden. Spuiers die afwateren op het openbaar domein zijn niet toegelaten. Afwatering van balkons moet aangesloten worden op het inpandig rioleringsstelsel.

 

Opzoeken riolering bij sloop:

Ingeval van sloop of indien er kans is op beschadiging bij grondige renovatie dient de rioolaansluiting tijdelijk buiten dienst gesteld te worden. In dit geval moet je de aansluiting(en) op privaat terrein opzoeken ter hoogte van de rooilijn, waterdicht afstoppen en opmeten in afwachting van herbruik. De opmeting geef je door aan FARYS via www.farys.be/nl/melding-buitendienststelling.

 

Privéwaterafvoer:

De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht bij nieuwbouw en herbouw of het realiseren van een bijkomende huisaansluiting.  Meer informatie vind je op www.farys.be/keuring-privéwaterafvoer.

 

Om geurhinder als gevolg van de eigen privéwaterafvoer te voorkomen werden er enkele richtlijnen opgesteld, die je kan terugvinden op www.farys.be/nl/rioolaansluiting (onder “Mijn privéwaterafvoer”).

 

De openbare riolering kan onder druk komen te staan. Dit betekent dat het waterpeil in de buizen en aansluitingen kan stijgen tot het maaiveld niveau. Houd hier rekening mee bij de aanleg van de privéwaterafvoer.

 

Septische put:

Er moet blijvend voorzien worden in een septische put. Alle en enkel de toiletten zijn hierop aan te sluiten.

 

Je bent verplicht om een septische put te plaatsen:

-      enkel voor zwart/fecaal afvalwater

-      van minimaal 2000 liter tot 5 IE (IE = inwoner equivalent)

-      +300 l/ IE tem 10 IE

-      +225 l/IE vanaf de 11e IE

Een hulpmiddel om het aantal IE van gebouwen te bepalen is terug te vinden op de technische toelichting van deel 4 van de code van goede praktijk: https://www.integraalwaterbeleid.be/nl/publicaties/code-goede-praktijk-rioleringssystemen/Deel4_DWAsystemen_07_2014.pdf

 

Sloop:

-      Funderingsresten die vóór de rooilijn liggen, moeten worden uitgebroken.

-      De keermuurtjes aan de keldergaten moeten worden uitgebroken. De putten die daardoor ontstaan zijn te vullen met goede zandgrond die voldoende wordt verdicht.

-      Indien tijdens de werkzaamheden onvoorziene hindernissen opduiken (rioleringen, waterlopen, kelders e.d.) dan moet dit meteen worden meegedeeld aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, mail: wegen@stad.gent. Of per post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

 

Openbare verlichting:

Voor het tijdelijk wegnemen en terugplaatsen van de gevelarmaturen, de kabels en het voedingskastje van de openbare verlichting en de openbare verlichting die zich op de gevel bevinden, moet contact worden opgenomen met de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: openbareverlichting@stad.gent. Of per post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

 

De aannemer van Fluvius heeft 2 maanden doorlooptijd om deze werken in te plannen en uit te voeren. Indien vereist kan er tijdelijke verlichting opgelegd worden. De armatuur mag onder geen beding door iemand anders behalve de aannemer van Fluvius weggenomen worden.

 

Niveau openbaar domein:

Bij het vastleggen van de vloerpassen en dorpelpeilen van het gebouw moet de bouwheer rekening houden met het bestaande peil van de dichtst bijgelegen rand van de openbare verhardingen. Het openbaar domein (zowel verharde als onverharde stroken) wordt aangelegd met een dwarshelling van 2% richting de as van de straat. De peilen van de bestaande verhardingen worden niet aangepast in functie van aanpalende bouwwerken. Er worden ook geen trappen en/of hellingen toegestaan op het openbaar domein om de gebouwen toegankelijk te maken.

 

De nieuwe gevelmuren (inclusief afwerking) dienen volledig op privaat domein binnen de perceelsgrens opgetrokken te worden zodanig dat het nieuwe voorgevelvlak de eigendomsgrens volgt.

De gevelmuren die tegen de perceelsgrens worden opgetrokken, moeten onder het trottoirpeil een diepte hebben van ten minste 1,50 meter, zodat er zonder gevaar voor de stabiliteit van het gebouw uitgravingen op de openbare weg kunnen worden verricht tot op deze diepte.

 

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Openbaar domein, plaatsbeschrijving, werfzone:

De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.

 

De bouwheer/vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken. Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, via afgifte op het Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: wegen@stad.gent of per post aan Stad Gent t.a.v. Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent. Deze dient ten laatste twee weken voor aanvang van de werken verstuurd of afgegeven te worden, indien deze laattijdig ingediend wordt kan deze niet als tegensprekelijk beschouwd worden.

U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).

 

In functie van een werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld).

 

Oprit:

Het is niet toegestaan om als bouwheer zelf een oprit op openbaar domein te verwijderen.

Na het beëindigen van de werken zal de oprit op het openbaar domein verwijderd worden door de Stad Gent op kosten van de bouwheer volgens het geldende retributiereglement. Gelieve i.f.v het inplannen van de aanpassing het einde van de werken te melden aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Stadskantoor, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, mail: wegen@stad.gent. Of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent

 

Objecten openbaar domein:

-      Voor het wegnemen en terugplaatsen van de distributiekabel die zich op de gevel bevindt, moet contact worden opgenomen met Telenet, tel. 015 66 66 66.

-      Het straatnaambord dat op de gevel bevestigd is, moet voor de aanvang van de werken voorzichtig worden afgenomen en bezorgd aan Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Proeftuinstraat 45, 9000 Gent, tel.: 09/269 97 40. Of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

-      Voor het eventueel wegnemen van de anti-parkeerpa(a)l(en) voor het bouwterrein en het verkeersbord dat voor het bouwterrein staat, moet contact worden opgenomen met Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, mail: wegen@stad.gent. Of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent. Deze dienst zal de anti-parkeerpa(a)l(en) en het verkeersbord terugplaatsen na de voltooiing van de werken. Het wegnemen en terugplaatsen valt onder de voorwaarden van het retributiereglement, dit kan u raadplegen via de website www.stad.gent (typ Departement Stedelijke Ontwikkeling Retributiereglement voor diensten van technische aard in het zoekveld).