Terug
Gepubliceerd op 07/02/2025

2025_CBS_01118 - 15891/B/1 - Aanvraag tot het uitvoeren van bodemsaneringswerken - Gunstig advies

college van burgemeester en schepenen
do 06/02/2025 - 09:17 College Raadzaal
Datum beslissing: do 06/02/2025 - 09:21
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, aangewezen burgemeester-voorzitter; Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Evita Willaert, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Afwezig

Christophe Peeters, schepen

Verontschuldigd

Sofie Bracke, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Astrid De Bruycker, schepen
2025_CBS_01118 - 15891/B/1 - Aanvraag tot het uitvoeren van bodemsaneringswerken - Gunstig advies 2025_CBS_01118 - 15891/B/1 - Aanvraag tot het uitvoeren van bodemsaneringswerken - Gunstig advies

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

  • Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56
  • Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
  • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO), inzonderheid artikel 83, 1°.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO)

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen geeft gunstig advies voor het uitvoeren van bodemsaneringswerken.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Sweco Belgium bv heeft een aanvraag voor het uitvoeren van een bodemsaneringsproject ter hoogte van Bieslookstraat zn9030 Gent ingediend bij OVAM.

 

Het ingediende bodemsaneringsproject bevat activiteiten of inrichtingen die vergunningsplichtig zijn overeenkomstig het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. Daarom heeft OVAM het bodemsaneringsproject op 11 december 2024 doorgestuurd aan het college van burgemeester en schepenen om overeenkomstig artikel 83 van het Vlarebo advies uit te brengen.

 

Het project handelt over:

• Onderwerp: Bodemsaneringsproject voormalig zuurteerstort Kerkwijk te Mariakerke 

• Adres: Bieslookstraat zn, 9030 Gent

• Kadastrale gegevensGent (afd. 29) sectie A 692 S, (afd. 29) sectie A 694 A en (afd. 29) sectie A 702 _ 

• Aangevraagde rubrieken:

 

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 7 februari 2025.

OMSCHRIJVING PROJECT

OVAM heeft Sweco Belgium bv opdracht gegeven een bodemsaneringsproject (BSP) op te stellen conform het bodemdecreet, voor het uitvoeren van de sanering van het zuurteerstort gelegen aan de Kerkwijk te Mariakerke (OVAM dossier nr. 963). Door de voormalige stortactiviteiten van zuurteer en puin, is een verontreiniging ontstaan in de grond en in het grondwater. De sanering van deze locatie is voorzien om uitgevoerd te worden vanaf 2026. 

 

In 2018 hebben er, via een beperkt bodemsaneringsproject, pilootproeven plaatsgevonden, ter bepaling van de uiteindelijke mogelijke saneringstechniek(en). Hierbij zijn allerlei testen uitgevoerd op zowel zuiver zuurteer als op een mengeling van grond en zuurteer. Zo zijn er diverse scheidingstesten (materiaalvalorisatie) gebeurd, waarbij via verschillende materiaalstromen nagegaan is welke verwerkingstechnieken het meest geschikt zijn. Tevens is ook het aspect energievalorisatie bekeken en toegepast door het neutraliseren en valoriseren van het verontreinigde zuurteer en dit aan te bieden als testcase voor verwerking in een cementoven en een energiecentrale. 

 

Bronperceel 702:

Er komt een historische bodemverontreiniging voor met zwavel, minerale olie en PAK (zuurteer) in het vaste deel van de aarde, met zware metalen (puin) in het vaste deel van de aarde en met minerale olie en sulfaten (zuurteer) en zware metalen (puin) in het grondwater. De verontreiniging is ontstaan op dit perceel als gevolg van de voormalige (zuurteer en puin) stortactiviteiten. De verontreiniging vormt een ernstige bodemverontreiniging en geeft aanleiding tot bodemsanering. 

Er komt tevens een historische bodemverontreiniging voor met minerale olie en PAK (puin) in het vaste deel van de aarde. De verontreiniging is ontstaan op dit perceel als gevolg van de voormalige (puin) stortactiviteiten. Voor deze verontreiniging is er geen noodzaak tot bodemsanering. 

 

Bronperceel 694a:

Er komt een historische bodemverontreiniging voor met zwavel, minerale olie en PAK (zuurteer) in het vaste deel van de aarde, met zware metalen (puin) in het vaste deel van de aarde en met sulfaten (zuurteer) in het grondwater. De verontreiniging is ontstaan op dit perceel als gevolg van de voormalige (zuurteer en puin) stortactiviteiten. De verontreiniging vormt een ernstige bodemverontreiniging en geeft aanleiding tot bodemsanering. 

Er komt tevens een historische bodemverontreiniging voor met minerale olie en PAK (puin) in het vaste deel van de aarde. De verontreiniging is ontstaan op dit perceel als gevolg van de voormalige (puin) stortactiviteiten. Voor deze verontreiniging is er geen noodzaak tot bodemsanering. 

 

Bronperceel 692s:

Er komt een historische bodemverontreiniging voor met zwavel, minerale olie en PAK (zuurteer) in het vaste deel van de aarde en met sulfaten (zuurteer) in het grondwater. De verontreiniging is ontstaan op dit perceel als gevolg van de voormalige (zuurteer en puin) stortactiviteiten. De verontreiniging vormt een ernstige bodemverontreiniging en geeft aanleiding tot bodemsanering. 

 

Verspreidingspercelen 703, 72, 73, 74, 75a, 75b, 76, Bieslookstraat, Rietgracht:

Er komt een historische bodemverontreiniging voor met sulfaten (zuurteer) in het grondwater. De verontreiniging is niet ontstaan op dit perceel. De verontreiniging vormt een ernstige bodemverontreiniging en geeft aanleiding tot bodemsanering. 

 

Volgend perceel was opgenomen in het beschrijvend bodemonderzoek (BBO), maar maakt geen deel uit van het BSP: 

Bronperceel 693k 

Er komt een historische bodemverontreiniging voor met zware metalen (puin) en PAK (puin) in het vaste deel van de aarde. De verontreiniging is ontstaan op dit perceel als gevolg van de voormalige (puin) stortactiviteiten. Voor deze verontreiniging is er geen noodzaak tot bodemsanering. 

 

Uit te voeren werken: 

De multicriteria-analyse in voorliggend BSP geeft als voorkeursvariant het volgende: maximaal ontgraven en afvoeren van de bodemverontreinigingen op de bronpercelen 702, 694a en 692s. Voor het zuurteer impliceert dat het ontgraven, on-site neutraliseren en valoriseren van het zuurteer, gevolgd door een afvoer naar een energiecentrale in Duitsland, waar het behandelde zuurteer als brandstof kan dienen voor energieopwekking. Deze energiecentrale is momenteel de enige afzet voor het behandelde zuurteer, daar na contacten met de cementindustrie om deze reststroom als co-incineratie te gebruiken in hun installaties, bleek dat er niet kon voldaan worden aan de acceptatiecriteria. Deze sanering kan mogelijk meerdere jaren in beslag nemen. De te saneren zone van verontreinigde grond en puinafval wordt eveneens ontgraven en afgevoerd voor verwerking bij gespecialiseerde grond- en puinafvalverwerkers. In het kader van de uitvoering van de sanering, zal tijdens de werken nog bijkomend onderzoek uitgevoerd worden om te bepalen tot welke diepte deze ontgravingen dienen te worden gerealiseerd, rekening houdend met de nog te verfijnen risico’s op basis van o.a. extra boringen, sleuven, grondwaterstaalnames, uitloogtesten,… 

 

Tijdens de graafwerken zal er mogelijk grondwater opgepompt worden om in den droge te kunnen ontgraven. Aan de hand van de waarnemingen tijdens de pilootproeven, wordt geen klassieke bronbemaling overwogen over grotere oppervlaktes, maar louter lokaal een open-putbemaling ter hoogte van de plaatselijke ontgravingen. Er worden slechts zeer beperkte debieten verwacht. Dit opgepompte water kan na zuivering geloosd worden op de aangrenzende Rietgracht (oppervlaktewater), waarbij rekening gehouden wordt met de geldende lozingsnormen. Tevens zullen er tijdens de graafwerken en de zuurteerneutralisatie en -valorisatie, luchtemissie- en geurmetingen uitgevoerd en geëvalueerd worden. 

 

In samenspraak met Natuurpunt en de Stad Gent, zal in functie van de herinrichting van de ontgraven percelen, een optionele aanvulling worden uitgewerkt met als doel het oorspronkelijke lager gelegen natuurlijke moerasgebied te herstellen, waarbij momenteel een wilgenvloedbos de voorkeur geniet als spontane natuurlijke begroeiing. 

 

Voor wat betreft de verspreidingspercelen 703, 72, 73, 74, 75a, 75b, 76: deze zullen gebruikt worden voor de grondwatermonitoring na de saneringsgraafwerken, waarbij reeds bestaande monitoringspeilbuizen zullen worden bemonsterd, of waarbij in de toekomst mogelijk nog monitoringspeilbuizen worden (bij)geplaatst. Perceel 703 kan, indien nodig blijkt, dienen als werfinrichting voor beperkte tijdelijke plaatsing/opslag van materialen, machines of voertuigen. 

 

Op de verspreidingspercelen Bieslookstraat en Rietgracht (Grijtgracht in de volksmond) vinden a priori geen actieve saneringswerkzaamheden plaats. De Bieslookstraat zal enkel gebruikt worden voor werftransport, daar waar de Rietgracht als lozingspunt zal dienen voor gezuiverd opgepompt grondwater. 

 

Perceel 700 kan, indien nodig of gewenst, dienst doen als alternatief voor de ontsluiting van de werfzone. Idem voor perceel 694/02, op voorwaarde van toelating hiervoor van de eigenaar. Beide percelen worden hierdoor opgenomen als hinderpercelen. 

 

De percelen Volkshaardstraat, Oranjerielaan en Zandloperstraat worden eveneens opgenomen als hinderpercelen, gezien de impact van het werftransport op deze percelen mogelijk ook significant is (net zoals voor de Bieslookstraat). 

 

Voor de start van de saneringswerken, zal een actualisatie van de grondwaterkwaliteit worden uitgevoerd om een globaal actueel beeld te bekomen van de grondwaterkwaliteit op de te saneren percelen. Na de grondsanering, zal er over een periode van ca. 10 jaar een periodieke grondwatermonitoring worden uitgevoerd, zowel ter hoogte van de te saneren bronpercelen, als ter hoogte van de boven vermelde verspreidingspercelen. Hierbij zal in eerste instantie een nulsituatie worden bepaald, waarmee de toekomstige grondwatermonitoringen worden vergeleken om een tendens te kunnen vaststellen. In functie van deze tendens, kan de duurtijd van de periodieke grondwatermonitoring aangepast worden. 

 

De bestemming van het huidige, sinds 1999 omheinde, terrein volgens het gewestplan is natuurgebied. Na de saneringswerken is het de bedoeling dat het terrein geschikt blijft voor deze bestemming. 

 

De werken zullen gefaseerd worden uitgevoerd en naar schatting mogelijk tot 4 jaar duren. Overdag kan er tijdelijk lawaai, geurhinder, stof- en verkeershinder optreden. De nodige preventieve maatregelen zullen hiervoor genomen worden, in samenspraak met de veiligheidscoördinator. Inzake mobiliteit zullen bijkomende maatregelen genomen worden in samenspraak met de verschillende partners. 

 

Er wordt getracht de concentraties verontreiniging in het vaste deel van de aarde en het grondwater terug te brengen tot de bodemsaneringsnorm en/of risicogrenswaarde. 

 

Na de sanering wordt nog een beperkte restverontreiniging in het vaste deel van de aarde en in het grondwater verwacht. Deze mogelijke restverontreinigingen zullen geen risico’s meer vormen. 

 

Gelet op de mogelijke aanwezigheid van restverontreinigingen, worden na de sanering volgende gebruiksadviezen verwacht:

- Door de grondverzetregeling zijn er beperkingen voor het gebruik van de uitgegraven bodem. Bij graafwerken is het aangewezen om maatregelen te nemen om blootstelling aan de verontreiniging te voorkomen.

- Bij de uitvoering van bemalingen is het aangewezen om maatregelen te nemen om de verspreiding van de grondwaterverontreiniging tegen te gaan.

- Het wordt afgeraden om het grondwater te gebruiken als drinkwater of voor persoonlijke hygiëne. Ook gebruik als drenkwater voor vee is af te raden.

 

 

RUIMTELIJKE SITUERING

De inrichting is gelegen in een woongebied, woongebied en natuurgebied met wetenschappelijke waarde of natuurreservaten van het gewestplan Gentse en Kanaalzone, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 14 september 1977 en latere wijzigingen.

 

De inrichting is gelegen in een  van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, genaamd Afbakening grootstedelijk gebied Gent, definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005;

 

De aanvraag is in overeenstemming met de planologische bestemming en de voorschriften van het geldende gewestplan/RUP. Voor deze aanvraag is er geen stedenbouwkundige vergunning vereist, bijgevolg is een ruimtelijke afweging niet aan de orde.

 

MER-SCREENING

De aanvraag heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage I en II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit).

 

De aanvraag heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III van het MER-besluit. Er werd een project-MER-screening opgemaakt met als conclusie:

Op basis van fysieke kenmerken van het project, de locatie en de analyse van de mogelijke milieueffecten zijn er geen waarschijnlijke aanzienlijke milieueffecten te verwachten. Er wordt bijgevolg voor de voorziene werken geen milieueffectrapportage (project-MER) voorzien. Dit kan aanvaard worden.

 

OPENBAAR ONDERZOEK

De vergunningsaanvraag kreeg zoals bepaald in artikel 86 van het Vlarebo de vereiste publiciteit. 

Het dossier lag van 3 januari 2025 tot 2 februari 2025 ter inzage van het publiek op de Dienst Milieu en Klimaat. Aangezien de aanplakking niet tijdig werd gedaan, wordt een tweede openbaar onderzoek opgestart. Deze zal doorgaan van 31 januari 2025 tot 2 maart 2025.

 

MILIEUHYGIENISCHE EN VEILIGHEIDSASPECTEN

 

Aspect bodem en grondwater

Rubriek 53.8.3 wordt aangevraagd voor de bemaling tijdens de graafwerken (klasse 1). Bij de grondwateronttrekking wordt er via open-putbemalingen, gedurende maximaal 4 jaar, grondwater onttrokken met een algemeen ingeschat gemiddeld debiet van ca. 5 m³/h. Dit komt overeen met een totale jaarlijkse onttrekking van meer dan 30.000 m³.

 

Bij de uitvoering van de bemaling is het aangewezen om maatregelen te nemen om de verspreiding van de grondwaterverontreiniging tegen te gaan. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Voor de beoordeling van deze rubriek wordt er verwezen naar het advies van de VMM.

 

Aspect afvalwater 

Tijdens de grondwateronttrekking (lokale open-putbemalingen) wordt het opgepompte water geloosd op oppervlaktewater (Rietgracht) met een algemeen ingeschat gemiddeld debiet van ca. 5 m³ /h. Ervan uitgaande dat het lozingswater mogelijk verhoogde concentraties bevat aan niet-bedrijfsgerelateerde, gevaarlijke stoffen, wordt rubriek 3.6.3.2 (klasse 2) aangevraagd voor de afvalwaterzuiveringsinstallatie.

 

De saneringsinstallatie, inclusief alle leidingen en ondergrondse infrastructuur, moet op een dusdanige wijze uitgerust en gebruikt worden dat ze geen aanleiding kunnen geven tot bodem- en grondwaterverontreiniging. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Voor de beoordeling van de rubriek 3.6.3.2 (lozingsnormen, debiet, …) wordt tevens verwezen naar het advies van de VMM.

 

Aspect geluid

Tijdens de werken (afgravingen, werking KWZI, …) is er een zekere geluidshinder te verwachten evenals bij het aan- en afvoer van materieel, grond, ….

De uitvoering is vooral voorzien tijdens de daguren (tussen 7u en 17u).

De werfinstallaties zullen waar mogelijk maximaal verwijderd worden van de woonwijken, teneinde de hinder voor de inwoners tot een minimum te beperken. Bij voorkeur is dit de zuidwestelijke zone van het terrein (zie figuur 5 in pdf - kaartmateriaal), waarbij er ook de mogelijkheid en toelating is om delen van belendend perceel 703 in te nemen voor de werfinstallatie. Hierbij kan bijvoorbeeld tevens bijkomende geluidsisolatie van de installaties voorzien worden, indien dit noodzakelijk zou blijken. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Er dient steeds voldaan te worden aan de Vlarem II-geluidsnormen. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Aspect verkeershinder

De werf zorgt tijdelijk voor een toename van werfverkeer rondom de site. In besteks- en uitvoeringsfase zal een dynamisch circulatieplan opgesteld worden in samenspraak met de Stad Gent en de desbetreffende politiezone, waarbij het Charter Werftransport als leidraad zal dienen, en waarbij rekening dient gehouden te worden met lokale (nuts)werken, omleidingen,… en met het advies van o.a. externe partners (bijv. De Lijn).

In kader van de aan- en afvoer op de site, wordt het charter voor Werftransport gerespecteerd. Een vaste route wordt niet opgelegd, maar wel wordt bijkomend gevraagd om de aannemer zoveel mogelijk bijkomende maatregelen te laten nemen om de druk op de Oranjerielaan weg te nemen. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

De mobiliteit in de buurt moet verzekerd blijven. Verkeershinder dient te allen tijde voorkomen te worden. Er dient de nodige aandacht besteed te worden aan de zwakke weggebruikers. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Voor aanvang van de saneringswerken zal eerst een bewonersvergadering ingericht worden om de buurt op een correcte manier te informeren over het verloop van de werken. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Aspect afval

Voor de opslag en mechanische behandeling van gevaarlijke en niet-gevaarlijke afvalstoffen wordt rubriek 2.3.1. (klasse 1) aangevraagd.

 

Ter hoogte van de site zullen voorbehandelingswerken plaatsvinden om de verschillende afvalstromen klaar te maken voor transport. Deze werken behelzen o.a.:

- zeven van puin/zuurteer/grond

- neutraliseren zuurteer (aanbrengen kalk)

- valoriseren zuurteer (aanbrengen houtsnippers).

 

De verontreinigde grond, afval/afvalproducten van de waterzuivering dienen te worden afgevoerd naar een erkende verwerkingseenheid. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Voor de beoordeling van de rubriek 2.3.1 wordt tevens verwezen naar het advies van de OVAM.

 

Aspect stof 

Tijdens de graafwerken, althans bij droog weer, kan stofhinder ontstaan. In de mate dat dit stof de omgeving kan storen dient stofvorming beperkt te worden door bijvoorbeeld te besproeien. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Er dienen maatregelen genomen te worden om verspreiding van de verontreinigde grond op de openbare weg te vermijden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Er dient te allen tijde een folie voorzien te worden indien de grond tijdelijk gestockeerd wordt. De uitgegraven grond moet worden afgedekt indien deze ’s avonds niet afgevoerd wordt. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

De verontreinigde grond en materialen moeten afgevoerd worden in transportmiddelen met een lekdichte laadbak en voorzien zijn van een waterdicht dekzeil. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Aspect geur

Alle nodige voorzieningen moeten getroffen worden zodat de werknemers/omwonende geen geurhinder kunnen ervaren. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Tijdens de sanering zullen luchtemissie- en geurmetingen worden gedaan om de overlast te monitoren. Voor de geur- en stofhinder zullen indien nodig corrigerende maatregelen worden genomen.  De resultaten van de geur- en stofmetingen zullen ook publiek beschikbaar worden gemaakt door OVAM. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Aspect veiligheid

Voorafgaand aan de werken moet de plaatselijke brandweer (Brandweerzone Centrum) op de hoogte gebracht worden van de geplande werken. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

 

CONCLUSIE

Dit advies heeft als bedoeling om de OVAM zo correct mogelijk te adviseren met betrekking tot de milieuvergunningsaspecten van het bodemsaneringsproject. Het advies heeft betrekking op de mogelijke impact naar bodem-, water- en luchtverontreiniging alsook de potentiële hinder door lawaai, geur, stof en andere mogelijk hinderlijke effecten van de bodemsaneringswerken op mens en milieu.

 

Dit advies doet geen uitspraak met betrekking tot het bodemsaneringsaspect zelf, bijvoorbeeld de keuze van de saneringstechniek, nazorgverplichtingen of de te behalen terugsaneerwaarden.

 

Het behoort OVAM toe om erover te waken dat eigenaars en gebruikers van omliggende gronden die al of niet rechtstreeks betrokken zijn bij de vervuiling/sanering tijdig en duidelijk te informeren over de juridische toestand en mogelijk negatieve praktische of financiële impact ten gevolge van de aanwezige verontreiniging en/of geplande saneringswerken. Dit advies behandelt deze aspecten niet.

 

De risico's voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting, kunnen tot een aanvaardbaar niveau beperkt worden, mits het naleven van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden en van de in dit besluit opgenomen bijzondere vergunningsvoorwaarden.

 

De aanvraag wordt gunstig geadviseerd.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij OVAM over de activiteiten of inrichtingen die vergunningsplichtig zijn binnen het ingediende bodemsaneringsproject.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

Activiteit

AC34245 Adviseren en afleveren van omgevingsvergunningen en MER's

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

De aanvraag tot het uitvoeren van bodemsaneringswerken betreffende het bodemsaneringsproject voormalig zuurteerstort kerkwijk te mariakerke wordt gunstig geadviseerd voor volgende rubrieken:

Artikel 2

De maatregelen, lozingsnormen, monitorplan, nazorg plan en volgende bijzondere voorwaarden dienen te worden nageleefd:

 

1. Bij de uitvoering van de bemaling is het aangewezen om maatregelen te nemen om de verspreiding van de grondwaterverontreiniging tegen te gaan. 

2. De saneringsinstallatie, inclusief alle leidingen en ondergrondse infrastructuur, moet op een dusdanige wijze uitgerust en gebruikt worden dat ze geen aanleiding kunnen geven tot bodem- en grondwaterverontreiniging. 

3. De mobiliteit in de buurt moet verzekerd blijven. Verkeershinder dient te allen tijde voorkomen te worden. Er dient de nodige aandacht besteed te worden aan de zwakke weggebruikers.

4. De verontreinigde grond, afval/afvalproducten van de waterzuivering dienen te worden afgevoerd naar een erkende verwerkingseenheid. 

5. Tijdens de graafwerken, althans bij droog weer, kan stofhinder ontstaan. In de mate dat dit stof de omgeving kan storen dient stofvorming beperkt te worden door bijvoorbeeld te besproeien. 

6. Er dienen maatregelen genomen te worden om verspreiding van de verontreinigde grond op de openbare weg te vermijden. 

7. Er dient te allen tijde een folie voorzien te worden indien de grond tijdelijk gestockeerd wordt. De uitgegraven grond moet worden afgedekt indien deze ’s avonds niet afgevoerd wordt. 

8. De verontreinigde grond en materialen moeten afgevoerd worden in transportmiddelen met een lekdichte laadbak en voorzien zijn van een waterdicht dekzeil. 

9. Alle nodige voorzieningen moeten getroffen worden zodat de werknemers/omwonende geen geurhinder kunnen ervaren. 

Voorafgaand aan de werken moet de plaatselijke brandweer (Brandweerzone Centrum) op de hoogte gebracht worden van de geplande werken.

Artikel 3

1. Er dient steeds voldaan te worden aan de Vlarem II-geluidsnormen.

2. Tijdens de sanering zullen luchtemissie- en geurmetingen worden gedaan om de overlast te monitoren. Voor de geur- en stofhinder zullen indien nodig corrigerende maatregelen worden genomen.  De resultaten van de geur- en stofmetingen zullen ook publiek beschikbaar worden gemaakt door OVAM.

3. In kader van geluidsoverlast zullen de werken zich beperken van 7 tot 17 uur en zullen de luidste installaties zo ver als mogelijk van de bewoning worden geplaatst.

4. In kader van de aan- en afvoer op de site, wordt het charter voor Werftransport gerespecteerd. Een vaste route wordt niet opgelegd, maar wel wordt bijkomend gevraagd om de aannemer zoveel mogelijk bijkomende maatregelen te laten nemen om de druk op de Oranjerielaan weg te nemen.

5. Voor aanvang van de saneringswerken zal eerst een bewonersvergadering ingericht worden om de buurt op een correcte manier te informeren over het verloop van de werken.