Terug
Gepubliceerd op 20/12/2024

2024_CBS_11904 - OMV_2024137144 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van een gerooide plataan - zonder openbaar onderzoek - Parklaan, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 19/12/2024 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 19/12/2024 - 08:44
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Sofie Bracke, schepen
2024_CBS_11904 - OMV_2024137144 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van een gerooide plataan - zonder openbaar onderzoek - Parklaan, 9000 Gent - Vergunning 2024_CBS_11904 - OMV_2024137144 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van een gerooide plataan - zonder openbaar onderzoek - Parklaan, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Stad Gent met als contactadres Botermarkt 1, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024137144) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 11 oktober 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

• Onderwerp: het regulariseren van een gerooide plataan

• Adres: Parklaan, 9000 Gent

• Kadastrale gegevens (afd. 8) sectie H - openbaar domein

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 28 oktober 2024.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 13 december 2024.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

OMGEVING

De boom uit de aanvraag is gelegen in de Parklaan in de Stationsbuurt-Noord. De omgeving bestaat voornamelijk uit gesloten residentiële bebouwing.


ERFGOEDWAARDE
De site is gelegen binnen een op het gewestplan ingekleurd woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. Binnen deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van behoud.

 

De plataan maakt deel uit van het beschermd monument “Laan met tweeëndertig gekandelaarde platanen.”

 

Het pand is gelegen binnen het beschermd stadsgezicht: ‘Parklaan en omgeving’, beschermd bij besluit van 25-10-2017 omwille van het algemeen belang gevormd door de historische, stedenbouwkundige en architecturale waarde. Voor dit stadsgezicht is een beheersplan goedgekeurd. https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/21168

 

Voor de parklaan is een beheerplan opgemaakt – hierin werd ook de bomenrij opgenomen.
 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
ROOIEN VAN EEN BOOM

De aanvraag betreft de regularisatie van het rooien van een boom gelegen in de beschermde laan. Het betreft een Plataan waarbij er afgestorven gesteltakken werden vastgesteld, samen met een holte in de stamvoet, schimmelaantasting, houtrot en mechanische schade aan de wortels. De boom werd onderworpen aan een tomografie om een inschatting te maken wat de aantasting door de aanwezige schimmel effectief was. Hierbij werd er vastgesteld dat de boom een afnemende functionaliteit vertoonde vanwege bovenvermelde elementen en er nog een toekomstverwachting van max. 3 jaar was.

Tijdens het knotten werd er opgemerkt dat de boom onveilig was en werd de boom bijkomend geknot en beperkt in hoogte om het risico op windworp of stambreuk te voorkomen. Echter werd er tijdens het knotten opgemerkt dat de aanwezige rot veel verder was uitgebreid dan eerst opgemerkt waardoor er werd gekozen om de boom te rooien in functie van de veiligheid van het openbaar domein.

Ter compensatie van het rooien wordt er een nieuwe Gewone plataan (Platanus x hispanica) aangeplant.

2.       HISTORIEK

Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgend extern advies is gegeven (raadpleegbaar op het Omgevingsloket):  


Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van Onroerend Erfgoed afgeleverd op 11 december 2024 onder ref: 4.002/44021/863.14

 

Uit het plaatsbezoek (6 december 2024) blijkt dat de boom al ecologisch geveld is, de aanvraag betreft dus een regularisatie. 

 

Motivering  

De aanleg van de Parklaan staat in nauw verband met de uitbouw van ‘het klein Sint-Pietersstation’ aan het Parkplein in 1881. Vanaf het rechthoekige stationsplein vertrokken vier kaarsrechte boulevards.  De Parklaan kreeg in dit ontwerp haar huidige tracé en zou dienen als een visuele en fysieke verbinding met het Citadelpark. De parkvijver heeft aan grootte moeten inboeten voor de aanleg van de Parklaan en het huizenblok. 

 

De aanleg van de openbare ruimte bestond uit een verharding in kasseien en verhoogde voetpaden met hardstenen dorpels. Deze kasseien werden in 1952 vervangen door een homogene verharding.

Centraal in de straat was een langwerpig plantsoen, met afgeronde zijden ter hoogte van het Parkplein en het Citadelpark. Het plantsoen was gelegen op een licht verhoog, afgeboord met hardstenen dorpels. Hier zijn twee rijen platanen aangeplant waartussen zich een grasperk bevond, afgezoomd met een lage metalen afsluiting. Ongeveer halverwege het plantsoen bevond zich een heester. In 1934 werd het centrale grasperk verwijderd omdat de bomen intussen zo groot waren dat het gras geen licht meer kreeg en in 1967 legde men een onverharde middenberm aan tussen de bomen. Er werden kasseien met open voeg aangelegd waar tot vandaag op geparkeerd wordt (drie plaatsen tussen twee bomen).

 

Aan de zijde van het Citadelpark was een klein rond punt, licht opgehoogd en voorzien van een lage beplanting. Postkaarten gedateerd begin 20ste eeuw bewijzen dat de bomen ouder zijn dan de bebouwing en vermoedelijk dateren van bij de aanleg omstreeks 1892-1893. De keuze voor plataan hoeft niet te verbazen: Hubert Van Hulle, inspecteur op de groendienst van Gent, beschouwde platanen als de meest geschikte bomen voor boulevards. De bomen zijn gekandelaard op een hoogte van ongeveer 5.3-6 meter (takvrije stam). 

 

De bomen behoren tot de dikste en oudste platanen van het Gentse. Het ensemble van bomen met omgeving is beschermd als monument omwille van de esthetische, historische en stedenbouwkundige erfgoedwaarden.

 

In het beschermingsbesluit zijn beheerdoelstellingen opgenomen die er onder andere op gericht zijn om de bomen zo oud mogelijk te laten worden en het traditioneel beheer verder te zetten. Verder is monitoring van de toestand van de bomen cruciaal omwille van de sterke bodemverdichting en de slechte standplaats. De standplaats waarin de bomen geworteld zijn, bepaalt mee hun groeikracht en vitaliteit. Hier moet voldoende aandacht aan geschonken worden. Binnen de standplaats moeten verdichting van de bodem, bodemingrepen en mechanische schade vermeden worden. De beheerdoelstellingen sturen aan op een verbetering van de standplaats. 

 

De aanvraag kadert in een monitoring uitgevoerd door een erkend boomverzorger. In het verslag is helaas het boomnummer uit het beschermingsdossier en het goedgekeurde beheersplan niet overgenomen. Bijgevolg kunnen wij uit desktoponderzoek (gezien de vraag voor versnelde behandeling) niet achterhalen over welke boom het gaat, wat belangrijk is voor de monitoring van de bomenrijen. (We vermoeden dat het over boom 24 gaat) Uit het onderzoek blijkt dat de gestelwortels van binnenuit door actief houtrot worden aangetast. Aan de bovenzijde worden wortels herhaaldelijk beschadigd door in- en uitrijdende auto’s. Hierdoor is er functieverlies en verlies van opnamecapaciteit van de wortels. Dit heeft tot gevolg dat er gesteltakken afsterven in de kroon wat gezien de locatie een gevaar voor de veiligheid betekent. De boomverzorger stelt voor om de kandelaar van de boom te verkleinen of de boom te verwijderen. Uit het plaatsbezoek (6 december 2024) blijkt dat de boom al ecologisch geveld is, de aanvraag betreft dus een regularisatie van het rooien van deze boom.

 

In de aanvraag geeft de stad aan de boom opnieuw aan te planten met een gewone plataan (Platanus x hispanica), indien mogelijk met plantmateriaal afkomstig van de oudste bomen uit de laan. Dit is zeer positief gezien de ouderdom en de vermoedelijke wetenschappelijke waarde van de oude bomen. De slechte conditie van de boom is te wijten aan herhaaldelijke mechanische beschadigingen van de gestelwortels en stamvoet en de slechte standplaats. 

 

Ons advies is gunstig als de handelingen voldoen aan volgende voorwaarden:  

-      De stad voorziet de inboet op dezelfde locatie als de te rooien boom omwille van de ritmering van de laan; 

-      De stad voorziet de inboet ten laatste het eerstvolgende plantseizoen volgens de regels van de kunst en voorziet een voorlopige bescherming tegen aanrijding van het nieuwe plantgoed; 

-      De nieuwe boom krijgt hetzelfde beheer (kandelaren). In het beheer wordt de takvrije stamhoogte naar dezelfde hoogte begeleid als die van de originele platanen;  

-      Aangezien de slechte toestand van de plataan te wijten is aan de slechte standplaats en herhaaldelijke aanrijding van de stamvoet en gestelwortels, voorziet de stad een parkeervrije zone van 180 cm aan beide zijden van de stam. Dit wil zeggen dat er twee parkeerplaatsen wegvallen.  

 

Als ze aan deze voorwaarden voldoen, doet geen van de gevraagde handelingen afbreuk aan de bescherming. Als ze niet aan de voorwaarden voldoen, dan is ons advies ongunstig.

 

Reactie van de Omgevingsambtenaar: Er kan akkoord worden gegaan met de eerste 3 voorwaarden die hierboven geformuleerd worden. Echter kan er ruimtelijk niet akkoord worden gegaan met de laatst geformuleerde voorwaarde, namelijk het schrappen van de parkeerplaatsen. We begrijpen dat deze tot stand is gekomen vanuit de zorgplicht maar het openbaar domein en de heraanleg hiervan is geen onderwerp van de aanvraag noch kan deze voorwaarde op de plannen aangeduid worden. De impact op het openbaar domein zal hierbij te groot zijn en kan niet beoordeeld worden binnen huidige aanvraag. Verder vereist dergelijke ingreep een standpunt van diverse diensten die in deze aanvraag niet werden opgevraagd. Dergelijke voorwaarde zal ook een impact hebben naar de toekomst toe, indien er bomen uit dezelfde omgeving gerooid dienen te worden. Dit wil betekenen dat er stelselmatig parkeerplaatsen verwijderd dienen te worden. Deze voorwaarde wordt bijgevolg geschrapt.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde en parkgebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud. 
De parkgebieden moeten in hun staat bewaard worden of zijn bestemd om zodanig ingericht te worden, dat ze, in de al dan niet verstedelijkte gebieden, hun sociale functie kunnen vervullen.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

5.1. Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

Het perceel is momenteel bebouwd/verhard.

 

5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst. De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel blijft ongewijzigd. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het algemeen bouwreglement van de stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak. 

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3. Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er wordt een waardevolle boom verwijderd en wordt gecompenseerd. De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen. Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN. Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De 'Parklaan met omgeving' is beschermd als stadsgezicht omwille van het algemeen belang gevormd door de:

  • architecturale waarde die bestaat uit de ensemblewaarde die door het geheel van kwalitatieve architectuur uit verschillende stijlen en periodes wordt gevormd.
  • stedenbouwkundige waarde als een belangrijke getuige van de 19de-eeuwse stadsuitbreiding van Gent, die met de afschaffing van de octrooirechten in 1860 werd ingezet. De doordachte en planmatige aanleg van het Citadelpark en de urbanisering van de omliggende gebieden illustreert de wijze waarop het Gentse stadsbestuur bewust aan stadsplanning deed.
  • historische waarde waarbij vanaf 1892  met de Parklaan een brede en rechtstreekse verbinding werd gecreëerd tussen het reizigersstation en het prestigieuze stadspark, hetgeen deze straat tot één van de meest riante boulevards van Gent maakte.

De boom maakt onderdeel uit van een bomenrij.

 

De laan met tweeëndertig gekandelaarde platanen is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

 

stedenbouwkundige waarde

De Parklaan werd aangelegd als verbinding tussen het Citadelpark en het nu verdwenen treinstation in de Burggravenlaan. De Parklaan is herkenbaar als een eind 19de-eeuwse stadsontwikkeling. De stedenbouwkundige waarde van de platanen komt tot uiting in hun aanplanting in twee aaneengesloten rijen waardoor zij de zichtas van de Parklaan bepalen. De bomenrijen accentueren tevens de samenhang met de landschappelijke structuur van het Citadelpark.

 

historische waarde

De bomen vormen een eenheid met de historische bebouwing in de laan en hebben een hoge context- en ensemblewaarde. De bomen werden aangeplant eind 19de eeuw en behoren tot de dikste en oudste exemplaren het Gentse. Vanaf eind de 18de eeuw begon men platanen in steden aan te planten omwille van hun sierwaarde en stressbestendigheid, eind 19de eeuw behoorden platanen, voornamelijk de kruising, de gewone plataan, tot de meest aangeplante laanbomen. Dit kwam onder meer door de invloed van Hubert Van Hulle van de Gentse groendienst. De bomen in de Parklaan zijn hiervan een representatief voorbeeld.

 

esthetische waarde

De bomen in de Parklaan vormen een zeer uitgesproken beeldbepalend object, mede door hun homogeen voorkomen, met een mooie representatieve groeivorm als uniform gekandelaarde bomen. Deze bomenrijen zijn herkenbare voorbeelden van deze kunstsnoeivorm. Ze behoren bovendien tot de dikste en oudste platanen van het Gentse.

 

ROOIEN VAN EEN BOOM

De aanvraag betreft de regularisatie van het rooien van een boom. De boom werd preventief gerooid gezien er tijdens het knotten van de boom werd gevreesd voor stambreuk en was het behouden van de huidige zieke boom een te groot risico voor de omgeving.

 

Het gezondheidsrapport toont aan dat de toestand van de boom zodanig slecht is dat de voorgestelde maatregel van het rooien als noodzakelijk werd beschouwd. Er wordt een nieuwe, gekandelaarde boom aangeplant. Dit beheer ligt in lijn met de in het beheerplan vooropgestelde visie. Bijgevolg is er geen impact op de esthetisch, stedenbouwkundige en historische waarde van de bomenrij.

Er kan akkoord worden gegaan met de regularisatie van het rooien van de boom onder volgende voorwaarden:

-      De stad voorziet de inboet op dezelfde locatie als de te rooien boom omwille van de ritmering van de laan; 

-      De stad voorziet de inboet ten laatste het eerstvolgende plantseizoen volgens de regels van de kunst en voorziet een voorlopige bescherming tegen aanrijding van het nieuwe plantgoed; 

-      De nieuwe boom krijgt hetzelfde beheer (kandelaren). In het beheer wordt de takvrije stamhoogte naar dezelfde hoogte begeleid als die van de originele platanen;  


CONCLUSIE 

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het regulariseren van een gerooide plataan aan Stad Gent (O.N.:0207451227) gelegen te Parklaan, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt. 

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE) (advies van 4 december 2024, met kenmerk 4.002/44021/863.14)

Volgende voorwaarden blijven behouden:

-      De stad voorziet de inboet op dezelfde locatie als de te rooien boom omwille van de ritmering van de laan; 

-      De stad voorziet de inboet ten laatste het eerstvolgende plantseizoen volgens de regels van de kunst en voorziet een voorlopige bescherming tegen aanrijding van het nieuwe plantgoed; 

-      De nieuwe boom krijgt hetzelfde beheer (kandelaren). In het beheer wordt de takvrije stamhoogte naar dezelfde hoogte begeleid als die van de originele platanen;