Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Mevrouw Charlotte Verrone met als contactadres Afsneestraat 6, 9051 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024127057) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 23 september 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het regulariseren van een deel van de verharding in de voortuinstrook uitgevoerd in ander materiaal dan vergund
• Adres: Afsneestraat 1, 9051 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 25 sectie D nr. 62G3
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 20 november 2024.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 11 december 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het perceel van de aanvraag is gelegen in de Afsneestraat te Afsnee. De omgeving wordt voornamelijk gekenmerkt door vrijstaande bebouwing en de autostrade E40 ten zuiden van de wijk. Op het terrein zelf staat een eengezinswoning type vrijstaande bebouwing met een inpandige garage.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft een regularisatie van werken die niet conform de vergunning 2013/70025 werden uitgevoerd.
In de vergunning 2013/70025 werd in de voortuin een oprit vergund met een maximale breedte van 4,5 m en een apart toegangspad naar de voordeur. De oprit werd vergund in waterdoorlatende gravel.
In de tuinzone werd een terras van 22 m², een tuinhuis van 11 m² en buitenverharding van
67,5 m² vergund. De buitenverharding bevindt zich rechts naast de zijgevel van de woning en loopt door naar de achtertuin. De vergunde breedte van de verharding naast de woning is 2 m.
In de voortuinstrook werd ten opzichte van de afgeleverde vergunning uit 2013 (2013/70025) een extra strook verharding (15 m²) aangelegd naast de oprit gaande naar de garage. Dit om de verbinding te maken tussen de verharding aan de rechterkant van de woning en de straat. In de vergunning van 2013 werd de oprit niet gekoppeld aan de buitenverharding gelegen naast de woning. In de voortuin werd ook een extra pad langsheen de voorgevel aangelegd vanaf de oprit naar de garage gaande naar de zijtuin aan de linkerkant van de woning. De oprit gaande naar de garage werd niet in waterdoorlatende gravel aangelegd zoals opgetekend in de vergunde plannen van 2013.
In de tuinzone werd een groter terras aangelegd aan de linkerkant van de woning (55 m² i.p.v. 22 m²) en is er een grotere funderingsplaat (19 m² i.p.v.11 m²) gegoten voor het bijgebouw achter de woning. Zowel in de voortuin als in de achtertuin zijn extra paden rondom de woning aangelegd. De verharding gelegen aan de rechterkant van de woning werd uitgevoerd met een breedte van 3 m in plaats van de vergunde 2 m. De afsluiting staat niet op de perceelsgrens maar op het openbaar domein.
In deze aanvraag wordt enkel de materialisatie van de niet vergunde oprit ter regularisatie gevraagd.
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 19/01/2023 werd een weigering afgeleverd voor het regulariseren van de verharding in de voortuinstrook. (OMV_2022152741)
* Op 23/11/2023 werd een weigering afgeleverd voor de regularisatie van werken die niet conform de vergunning 2013/70025 werden uitgevoerd. (OMV_2023089764)
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 20/10/1980 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van een landelijke woning. (Litt. L-28-80)
* Op 04/01/2013 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van een eengezinswoning. (2012/70163)
* Op 23/05/2013 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van een eengezinswoning (aanpassingen tov goedgekeurde bouwvergunning 2012/70163). (2013/70025)
Bouwmisdrijf
* Er werd op 28 januari 2022 het volgende vastgesteld:
- Rechts van de oprit in de voortuin werd er een verharding aangelegd met een oppervlakte van ca 15m². De verharding bestaat uit een combinatie van gepolierde betonplaten en kiezelstroken. De kiezelstroken hebben een waterinfiltratie functie.
- De verharding wordt ook occasioneel gebruikt voor het parkeren van een voertuig.
* Er werd op 1 februari 2022 een aanmaning verstuurd voor:
- Het indienen van een regularisatiedossier
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgend extern advies is gegeven:
Voorwaardelijk gunstig advies van AWV - District Gent Gewestwegen afgeleverd op 27 november 2024 onder ref. AV/411/2024/01633:
Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert GUNSTIG betreffende de voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met vermelde inlichtingen en beperkingen.
Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de omschreven aandachtspunten. (zie integraal advies op het Omgevingsloket)
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Gewestelijk RUP
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
Gemeentelijk RUP
Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'KLEINKOUTERKEN' (Besluit tot goedkeuring door de Deputatie op 24 augustus 2006). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone voor open en gekoppelde bebouwing, zone voor tuinen en zone voor wegen.
De aanvraag is niet in overeenstemming met de voorschriften van het RUP Kleinkouterken met name de voorschriften betreffende de verharding in zone Z7: voortuinstrook en zone Z6: tuinzone.
In de aanvraag wordt enkel de materialisatie van de niet vergunde oprit aangevraagd ter regularisatie. Echter kan dit niet los worden gezien van de andere te regulariseren zaken en al zeker niet van de niet vergunde oprit waarop de materialisatie van toepassing is. Daarom worden alle zaken meegenomen bij de beoordeling.
Strijdig met zone Z7:
- Volgens de voorschriften van het RUP kan men in de voortuinstrook (Z7) enkel verhardingen ten behoeve van noodzakelijke toegangen aanleggen. Onder strikt noodzakelijke verharding wordt verharding verstaan die gaat naar een voordeur en naar een vergunde garage/carport. De te regulariseren verharding gaat naar een buitenverharding gelegen naast en achter de woning. Het bereiken van een niet strikt noodzakelijke verharding in de achtertuin is geen argument tot het plaatsen van bijkomende verharding in de voortuin. De te regulariseren verharding is niet strikt noodzakelijk en bijgevolg strijdig met het RUP.
- Bijkomend heeft de extra verharding in de voortuin een niet strikt noodzakelijk karakter omwille van de beperking in breedte van de oprit ter hoogte van het openbaar domein. In de vergunning van 2013 (2013/70025) werd de oprit naar de garage vergund tot een breedte van maximaal 4,5 m. Met het te regulariseren stuk verharding, krijgt de oprit een breedte van 9 m ter hoogte van het openbaar domein. De breedte van de oprit ter hoogte van het openbaar domein wordt bepaald in het algemeen bouwreglement van de stad Gent (zie punt 4.3).
Strijdig met zone Z6:
- Het voorstel is strijdig met de voorschriften van het RUP inzake de maximale verhardingsgraad in de tuinzone (Z6). In de voorschriften inzake zone ‘Z2: zone voor wonen open en gekoppelde bebouwing’ staat dat de niet bebouwde delen van deze strook zich zullen richten naar de voorschriften van de zone voor tuinen. In de beschrijvende nota wordt een suggestie gedaan omtrent het bouwen van een veranda op de bestaande verharding van het terras en het bouwen van een groter tuinhuis dan vergund. Echter zitten hiervan geen plannen in de aanvraag en kan deze verharding niet als een overdekte constructie worden aanzien.
In de voorschriften bij de zone voor tuinen is opgenomen dat de verharding maximaal 10% mag bedragen van deze totale zone. In de aanvraag bedraagt de verharding in deze zone ongeveer 162,5 m². De oppervlakte die tot de zone voor tuinen wordt gerekend bedraagt ongeveer 583,5 m². In de aanvraag is er 28% verharding aanwezig. Dit kan niet worden toegestaan.
Conclusie
Omwille van het niet strikt noodzakelijke karakter van de te regulariseren verharding in samenhang met de beperking van de breedte van de oprit ter hoogte van het openbaar domein, komt de te regulariseren verharding in de voortuin niet in aanmerking voor vergunning. De verharding in de achtertuin overschrijdt ruimschoots de toegelaten verhardingsgraad opgelegd in het RUP en kan niet aanzien worden als een beperkte afwijking op het RUP Kleinkouterken.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
Door de goedkeuring van het RUP Kleinkouterken is de verkavelingsvergunning (ref. nr. 1970 SDW 147/00 van 17 september 1970), voor wat betreft lot 30, opgeheven.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op artikel 2.9: de maximale toegestane breedte van de oprit. De breedte van de oprit wordt bepaald door de breedte van de straat. Voor dit perceel kan een oprit met een maximale breedte van 4,50 m. In de aanvraag wordt een oprit met een breedte van 8,75 m gevraagd en een apart pad van 2 m breed naar de voordeur.
Er zal slechts één oprit met een breedte van maximum 4,5 meter op het openbaar domein worden toegestaan. Er zal slechts één pad naar de voordeur met een breedte van maximum
1,5 meter op het openbaar domein worden toegestaan. Er kan niet gesteld worden dat de aanleg van de verharding in de voortuin vrijgesteld is van vergunning. De decreetswijziging waarnaar verwezen wordt is geen versoepeling van dit aspect.
Het regulariseren van de verharding en het materiaal ervan kan niet worden toegestaan. De vergunde verharding ging al uit van een pad van 1,50 m breed naar de voordeur en een oprit naar de garage van 4,50 m breed. Dit is maximaal. Er kan geen verbreding van deze oprit worden toegestaan. Er wordt ook geen afwijking gevraagd op het voorzien van een ruimere breedte conform het verzameldecreet.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Provincie Oost-Vlaanderen. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
Het voorliggende project in zijn totaliteit heeft geen beperkte oppervlakte. Het terrein ligt niet in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied. De oppervlakte verharding werd aanzienlijk vergroot tegenover de vergunde toestand. Verharding moet worden beperkt ten voordele van de klimaatdoelstellingen zoals voorzien in het RUP Kleinkouterken. De toename aan verharding heeft een nadelig effect op de waterhuishouding. Er werd reeds een ruime hoeveelheid verharding vergund in 2013.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets niet doorstaat.
6. NATUURTOETS
Er is geen waardevol groen of boom verwijderd.
De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.
Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag doorliep op uitdrukkelijke vraag van de aanvrager de vereenvoudigde procedure zonder openbaar onderzoek. Er werd een aanvulling gevraagd om de afwijkingen op te lijsten waarna gesteld werd dat er geen afwijkingen op het RUP aanwezig zijn. Alle afwijkingen werden echter al in voorgaande weigeringen opgelijst. De aanvragers zijn zich dus sterk bewust van alle te regulariseren aspecten op het perceel. Het aanvragen van enkel de materialisatie van de niet vergunde oprit kan niet losstaand gezien worden van het geheel.
Gezien de afwijkingen op het RUP had een openbaar onderzoek moeten georganiseerd worden. Er moet dus ongunstig op het voorstel worden geadviseerd.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Door strijdigheid met meerdere voorschriften van het RUP, artikel 2.9 van het algemeen bouwreglement en het volgen van de verkeerde procedure komt de aanvraag niet in aanmerking voor vergunning.
In voorgaande weigering werd reeds duidelijk aangegeven dat alle niet vergunde aspecten op het perceel ook niet in aanmerking kunnen komen ter regularisatie. De vergunde toestand uit 2013 is maximaal. De bestaande toestand moet terug worden gebracht naar de vergunde toestand.
CONCLUSIE
Ongunstig wegens strijdig met het RUP Kleinkouterken, het algemeen bouwreglement, het doorlopen van de verkeerde procedure en de goede ruimtelijke ordening.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het regulariseren van een deel van de verharding in de voortuinstrook uitgevoerd in ander materiaal dan vergund aan mevrouw Charlotte Verrone gelegen te Afsneestraat 1, 9051 Gent.