Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
ARCELORMITTAL BELGIUM NV met als contactadres John Kennedylaan 51, 9042 Gent heeft een aanvraag (OMV_2023166527) ingediend bij de deputatie op 29 oktober 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het veranderen van een siderurgisch complex (IIOA en SH)
• Adres: Bokstraat 4, John Kennedylaan 51 en 53, 9042 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 14 sectie A nrs. 75W, 75V, 176M2, 176L2, 176P2, 176S2, 176H2, 176D2, 176W2, 176X2, 179N2, 179G2, 179M2, 243H, 257D2, 257C2, 257E2, 257Z, 293M, 293P, 293R, 293W, 372A2, 372B2, 372Z, 372C2, 372S, 423G, 423H, 423K, 423L, 512F, 512W, 512D2, 512R, 512B2, 512G2, 512Z, 512T, 512A2, 512V, 512S, 512C2, 512H2, 512X, 512E2, 512F2, 512Y, 514A, 514B, 515B, 515E, 515C, 515A, 515D, sectie B nrs. 104S, 104L, 104R, 191X, 191M, 191P, 191Y, 191T, 191G, 197/2 C, 233A, 292R, 292X, 292P, 292Y, 292T, 292V, 292W, 292G2, 292C2, 292F2, 292D2, 292B2, 292H2, 292E2, 357/2 B, 362K, 362G, 362H, 364B, 450G, 450F, 450K, 450H, 450L, sectie D nrs. 32M, 32P, 133D, 147M, 147K, 147L, 147N, 147S, 159C, 180E, 198D, 206/2 A, 212K, 225D, 225C, 357C, 357L, 357S, 357T, 357V, 357W, 374B, 423F2, 423L2, 423B2, 423V, 423K2, 423Y, 532E, 554D, 573X, 573S, 573N, 573T, 576M, 576N, 576P, 601/2 B, 601C, 603C, 603H, 603F, 603G, 603D, 603E, 603K, 603B, 603A, 604B, 604A, sectie E nrs. 94C, 107D, 123E2, 123G2, 123F2, 123D2, 123Y, 123E, 123B2, 123A2, 123C, 123V, 123R, 123S, 123X, 123W, 363B, 363D, 363C, 363E, 363A, sectie H nrs. 915/2 A, 915S, 915Z, 915Y, 917M, 917R, 917P, 917T en 917V
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 28 november 2024.
De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 28 november 2024.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 11 december 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Het terrein uit de aanvraag situeert zich op de industriële site van ArcelorMittal langsheen de John Kennedylaan in de Gentse Kanaalzone. In het oosten wordt deze grootschalige site begrensd door deze laan. Ten westen ligt het Kanaal Gent – Terneuzen. ArcelorMittal is de meest noordelijke industriële activiteit binnen de Gentse Kanaalzone.
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden beoogd:
* Afbraak van enkele gebouwen, een containerunit en een deel van spoor 3 in functie van het verlengen van de transportbanden. Het volume van de te slopen gebouwen is groter dan 1000 m³ (namelijk 2436 m³), er wordt een sloopopvolgingsplan toegevoegd aan de aanvraag. Ook een spantoren (constructie) en enkele betonsokkels worden afgebroken.
* Het bouwen van een portiersgebouw. Het portiersgebouw heeft een oppervlakte van 18 m² en een volume van 55,8 m³. Het volume wordt gekenmerkt door een plat dak met een kroonlijsthoogte van 2,9 m. Het hemelwater infiltreert op natuurlijke wijze naast de dakoppervlakte in de groenzone.
* Het bouwen van een spantoren. Dit gebouw is een staalconstructie met een maximale hoogte van 9,99 m. De spantoren is 2,4 m breed en 3,08 m diep.
* De vervangingen en verlenging van transportband C1. Deze is vervaardigd uit staal. 10 m van de band wordt vervangen en de band wordt met 130,5 m verlengd. De band heeft een maximale hoogte van 1,17 m en een maximale breedte van 2,5 m.
* De vervangingen en verlenging van transportband C21. Deze is vervaardigd uit staal. 12 m van de band wordt vervangen en de band wordt met 130,5 m verlengd. De band heeft een maximale hoogte van 1,15 m en een maximale breedte van 2,71 m.
* Het plaatsen van nieuwe betonsokkels.
* Verder wordt er nog een nieuwe inrit voorzien welke 7,5 m breed is. De nieuwe verharding bedraagt 317,44 m². Om aan deze inrit te geraken is de bestaande verharding verbreedt om te voldoen aan de nodige draaistralen, deze uitbreiding bedraagt 314,29 m². De uitbreiding is enerzijds 2,67 m breed en 95,65 m lang waardoor de wegenis in totaal 7,57 m breed wordt. Anderzijds bij het opdraaien is er een verbreding van 4,96 m voorzien en 8,6 m lang. Het hemelwater infiltreert op natuurlijke wijze naast de verharding in de groenzone.
Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten
Het betreft het veranderen van een siderurgisch complex (IIOA en SH).
ArcelorMittal Belgium NV maakt deel uit van de staalgroep ArcelorMittal – ontstaan na een fusie tussen Arcelor en Mittal Steel – en groepeert in België verschillende vestigingen in Vlaanderen en Wallonië, welke actief zijn in de vlak-koolstofstaalsector.
De inrichting is gelegen aan de John Kennedylaan 51 te 9042 Gent, meer bepaald in een gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven (industrieterreinen) conform het gewestplan.
ArcelorMittal Gent (verder AMG) is een geïntegreerd staalbedrijf en vervaardigt uitsluitend producten uit vlak koolstofstaal met hoge toegevoegde waarde. De voornaamste eigenschappen van deze producten zijn uniforme mechanische eigenschappen, een zuiver oppervlak, een uitstekende vlakheid, een soepele vervormbaarheid en een superieure lasbaarheid. De eindproducten vinden onder meer hun toepassing in koetswerk voor auto’s, vaten en metalen verpakkingen, radiatoren, bouwelementen zoals trappen, plafonds en muurbekleding, huishoudapparaten, buizen, rollend spoorweg-materieel en wegenuitrusting zoals verkeersborden
De basismilieuvergunning voor het bedrijf AMG werd verleend op 23 juni 2016 en is geldig voor een termijn van 20 jaar, tot 23 juni 2036. Sindsdien werd de vergunning meermaals aangepast door wijzigingen en uitbreidingen.
AMG plant de verlenging van twee transportbanden1 met 130 m om de capaciteit bij het lossen van schepen met bulkmateriaal te vergroten. Dit debottlenecking-project richt zich op het verbeteren van de loscapaciteit aan de bulkkaai, waar de transportbanden C1 en C21 momenteel worden gebruikt. Vanwege beperkte ruimte worden sommige schepen momenteel gelost aan de schrootkaai, waarna het bulkmateriaal per vrachtwagen naar de opslagparken wordt vervoerd.
De verlenging van de transportbanden zal ervoor zorgen dat meer schepen sneller en efficiënter aan de bulkkaai kunnen lossen, waardoor de afhankelijkheid van de schrootkaai voor het lossen van bulkmaterialen afneemt. Dit vermindert het aantal handelingen, evenals de lekkage en stofemissies, en vermindert ook het vrachtverkeer, wat bijdraagt aan minder geluidsoverlast.
Dit project is ook in lijn met AMG’s langetermijnstrategie voor decarbonisatie, omdat de vrijkomende ruimte op de schrootkaai kan worden benut voor schrootverwerking.
Transportbanden zijn vergund onder rubrieken 6.1.3°a) (kolen, cokes) en 29.1.1.3°a) (ertsen, sinter), waarbij het geïnstalleerde vermogen bepalend is. De verlengde transportband C1 heeft een geïnstalleerd vermogen van 440 kW (2 motoren van 220 kW), hetgeen niet gewijzigd wordt. Het geïnstalleerde vermogen van transportband C21 wordt verhoogd van 440 kW (2 motoren van 220 kW) naar een geïnstalleerd vermogen van 560 kW (2 motoren van 280 kW).
Beide transportbanden zullen in staat zijn om zowel cokes als sinter te vervoeren, waardoor het maximale geïnstalleerde vermogen onder beide rubrieken valt
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
6.1.3°a) | inrichtingen voor het mechanisch behandelen en verwerken van vaste brandstoffen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 1 000 kW | Uitbreiding van het huidig geïnstalleerd vermogen van transportband C21 met 120 kW. | klasse 1 | Verandering | 120 kW |
29.1.1.3°a) | behandelen van ertsen, volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 20.2.1 (meer dan 1 000 kW) | Uitbreiding van het geïnstalleerd vermogen van transportband C21 met 120 kW. | klasse 1 | Verandering | 120 kW |
Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:
1.2. | De maximale opslag van 1.200.000 kg teer in 2 tanks met een inhoud van elk 500 m³ (1,2 ton/m³) waarvan één opslagtank en één buffertank. | 1200000 kg
2.2.2.a)2° | De opslag en de mechanische behandeling van inerte afvalstoffen in het afvalstoffencentrum P28, met een opslagcapaciteit van maximum 20.000 m³. | 20000 m³
2.2.2.c)4° | De opslag en de mechanische behandeling van schroot in het afvalstoffen centrum P28 en in een schroot cleaning installatie (zeven en magnetische afscheiding), met een opslagcapaciteit van maximum 5.650 ton | 5650 ton
2.2.5.b)2° | De opslag en fysisch-chemische behaling van gevaarlijke slib met een maximale opslagcapaciteit van 320 ton, zijnde opslag opslag en ontwatering van 300 ton veeg- en zuigslib en 20 ton cokesgasslib. | 320 ton
2.2.5.c)2° | De opslag en fysisch-chemische behandeling van afgewerkte olie, met een maximale opslagcapaciteit van 1.500 ton, omvattende een centrale bewerkingsinstallatie voor eigen olieachtige afvalstoffen bij algemene diensten (met diverse tanks en opvangkuipen) en de injectie van eigen afvalolie in de hoogovens. | 1500 ton
2.2.5.e)3° | De opslag en de fysisch-chemische behandeling al of niet in combinatie met mechanisch behandelen van niet-gevaarlijke afvalstoffen, met een maximale opslagcapaciteit van 80.650 ton, omvattende de thermische omzetting van afvalhout in biokool, de inzet van slibbriketten in de convertoren van de staalfabriek alsook het insmelten van schroot in de staalfabriek, inclusief de opslag van schroot in de schroothal staalfabriek, op de tussenstocks op het terrein en het compacteren van eigen schroot op de tussenstock. | 80650 ton
2.2.5.f)2° | De opslag en fysisch-chemische behandeling, al of niet in combinatie met een mechanische behandeling, van andere gevaarlijke stoffen, zijnde nuttige toepassing van teerbrij van derden in de cokesfabriek (maximum 24 ton). | 24 ton
2.3.2.g) | De opslag en fysisch-chemische behandeling, al of niet in combinatie met mechanische behandeling van andere gevaarlijke afvalstoffen, zijnde teerwater van derden in de installaties, nevenproducten en de biologische waterzuivering van de cokesfabriek, met een opslagcapaciteit van 150 ton. | 150 ton
2.3.4.1.a)2°2° | De opslag en verbranding van biomassa-afval, zijnde niet-verontreinigd behandeld houtafval met een nominaal thermisch vermogen van meer dan 10 MW. | 10 MW
2.4.1.b) | De verwijdering of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen, zijnde de opslag en ontwatering van veeg- en zuigslib met een maximale capaciteit van 100 ton/dag en cokesgasslib met een maximale capaciteit van 20 ton/dag; totaal: 120 ton/dag. | 120 ton/dag
2.4.2.a) | De verwijdering of nuttige toepassing van afvalstoffen in afvalverbrandings- of afvalmeeverbrandingsinstallaties voor niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer van 3 ton per uur (4 ton per uur). | 4 ton/uur
2.4.3.b)2° | De nuttige toepassing, of een combinatie van nuttige toepassing en verwijdering, van niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 75 ton per dag, door middel van een of meer van de volgende activiteiten, met uitzondering van de activiteiten, vermeld in rubriek 3.6.4., zijnde voorbehandeling van afval voor verbranding of meeverbranding. | 100 ton
3.6.3.3° | De lozing van maximum: - 180 m³/uur, 4.200 m³/dag en 110.000 m³/jaar bedrijfsafvalwater afkomstig van de cokesfabriek via een biologische afvalwaterzuivering, in het kanaal Gent-Terneuzen (via riool E in het lozingspunt D+E). - 2.500 m³/uur, 60.000 m³/dag en 21.960.000 m³/jaar bedrijfsafvalwater afkomstig van de hoogovens en de staalproductieprocessen via een cascadeschakeling waarin het afvalwater in de staalproductie- en verwerkingseenheden van staal meerdere malen wordt herbruikt en fysisch-chemisch gezuiverd wordt, in het kanaal Gent-Terneuzen (via riool D in het lozingspunt D+E). - 2.000 m³/uur, 48.000 m³/dag en 4.500.000 m³/jaar bedrijfsafvalwater in het kanaal Gent-Terneuzen afkomstig van de staalbewerkingsprocessen na fysico-chemische zuivering in lokale waterzuiveringsinstallaties (lozingspunt 10) | 4680 m³/uur
4.3.b)3° | De aanbrenging van bedekkingsmiddelen, omvattende het aanbrengen van voorbehandelingsproduct (op de installatie 'chemcoater') en het aanbrengen van verflagen in de verfmachines in de organische bekledingslijn Decosteel ll alsook 2 rollercoaters voor anti-fingerprint en 4 sproeikamers voor passivatie op de verzinkingslijnen (Sidgal), met een totale geinstalleerde drijfkracht van 640 kW. | 640 kW
4.4. | Diverse inrichtingen voor de thermische behandeling van voorwerpen bedekt met bedekkingsmiddelen, met een inwendig volume van de ovens van meer dan 0,25 m³, omvattende 2 banddrogers voor de rollercoater anti-fingerprint op Sidgal en 3 droogovens op de organische bekledingslijn Decosteel ll met een totaal volume van 590 m³. | 590 m³
4.6.b) | Diverse installaties voor de oppervlaktebehandeling van verzinkte staalband (ontvetten, reinigen en verven) waarin organische oplosmiddelen worden aangewend bij Decosteel ll, met een verbruikscapaciteit van meer dan 200 ton per jaar, zijnde 2.500 ton/jaar | 2500 ton/jaar
6.2.2°b) | De opslag van kolen en cokes op een oppervlakte van 32,5 ha. | 32,5 ha
6.4.2° | De maximale opslag van 1.490.000 liter diverse brandbare vloeistoffen. | 1490000 liter
6.5.2° | 24 verdeelslangen. | 24 verdeelslangen
12.1.1.3° | Diverse generatoren met een geïnstalleerd totaal elektrisch vermogen van 23.000 kVA en een TRT met een elektrisch vermogen van 6.000 kVA.
Tijdelijke generator voor de bemaling met een elektrisch vermogen van 125 kVA | 29125 kVA
12.2.2° | Diverse transformatoren met een vermogen van meer dan 1.000 kVA; totaal: 2.145.100 kVA. | 2145100 kVA
15.1.2° | Diverse stelplaatsen voor in totaal 340 voertuigen, andere dan personenwagens. | 340 voertuigen
15.2. | 5 werkplaatsen voor industriële voertuigen. | 5 werkplaatsen
15.4.1° | 22 wasplaatsen voor voertuigen. | 22 wasplaatsen
16.3.1° | Koelinstallaties, warmtepompen en airconditioningsinstallaties met een gezamenlijke hoeveelheid van 25.000 ton CO2-equivalent. | 25000 ton CO2–equivalent
16.3.2°b) | Koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 88.285 kW | 88285 kW
16.5. | Diverse ontspanningsstations voor gassen met een maximumdebiet van meer dan 20.000 m³/h, voor cokesgas, hoogovengas, convertorgas, aardgas en zuurstof, omvattende: - een cokesgasdrukregeling van 2 x 15.000 Nm³/u en 70.000 Nm³/u; - een hoogovenopdrukregeling van 1 x 110.000 Nm³/u en 1 x 900.000 Nm³/u; - een ontspanstation zuurstof van 2 x 120.000 Nm³/uur en 2 x 45.000 Nm³/u; - een ontspanstation zuurstof voor een ondergrondse zuurstofleiding van 2 x 80.000 Nm³/u; - een zuurstofontspanstation van de hoogovens van 75.000 Nm³/u; - 5 hoogovengasfakkels; - 2 cokesgasfakkels; - het cokesgasverdeelnet, incl. cokesgashouder 50.000 m³; - het hoogovengasverdeelnet (drukregeling ontspanning 80.000 Nm³/u), incl. hoogovengashouder 25.000 m³; - het hoofdontspanstation aardgas hoogovens (2 x 60.000 Nm³/u); - 5 ontspanningsstations voor aardgas van 3 x 9.500 Nm³/h en 2 x 20.000 Nm³/u; - een convertorgasverdeelnet van maximum 100.000 Nm³/u; inclusief convertorgashouder 90.000 m³. | 2043500 Nm³/h
16.9.c) | Niet voor publiek toegankelijke aardgasaflevereenheden, omvattende 3 homecompressoren voor CNG bedrijfsvoertuigen, met een totale capaciteit van 20 Nm³/uur. | 20 Nm³/uur aanzuigzijdig debiet
17.1.1.1° | De opslagplaatsen voor aërosolen waarop minstens één gevarenpictogram is aangebracht, met een gezamenlijke netto inhoud van 1.000 liter. | 1000 liter
17.1.2.1.3° | De opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 160.000 liter. | 160000 liter
17.1.2.2.3° | De opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 2.060.000 liter | 2060000 liter
17.2.2. | Een VR-plichtige inrichting met aanwezigheid van gevaarlijke producten: H1: 35 ton, H2: 212,14 ton, H3: 1 ton, P2: 227,26 ton, P3a: 1 ton, P5a: 10 ton, P5c: 1.500 ton, P6b: 1 ton, P8: 1 ton, E1/E2: 4.500 ton, O2: 500 ton. Waterstof: 1 ton, Ontvlambare vloeibare gassen, cat. 1 of 2 (incl. LPG) en aardgas: 5,17 ton, acetyleen: 1 ton, zuurstof: 240 ton, aardolieproducten en alternatieve brandstoffen: 1.350 ton. | 0 -
17.3.2.1.1.3° | De maximale opslag van 800 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige
vloeistoffen met een vlampunt => 55°C. | 800 ton
17.3.2.1.2.3° | De maximale opslag van 1.100 ton overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3. | 1100 ton
17.3.2.2.3°b) | De maximale opslag van 500 ton ontvlambare vloeistoffen van gevaren categorie 1 en 2 | 500 ton
17.3.2.3.3° | De maximale opslag van 200 ton overige brandgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen niet vermeld in rubriek 17.3.2.1 en 17.3.2.2. | 200 ton
17.3.3.1°a) | De maximale opslag van 1 ton oxiderende vloeistoffen en vaste stoffen (GHS03). | 1 ton
17.3.4.3° | De maximale opslag van 1.674 ton bijtende vloeistoffen en vaste stoffen (GHS05). | 1674 ton
17.3.5.3° | De maximale opslag van 40 ton giftige vloeistoffen en vaste stoffen (GHS06). | 40 ton
17.3.6.3° | De maximale opslag van 3.570 ton schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen (GHS07). | 3570 ton
17.3.7.3° | De maximale opslag van 2.500 ton op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (GHS08). | 2500 ton
17.3.8.3° | De maximale opslag van 2.500 ton voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen
en vaste stoffen (GHS09). | 2500 ton
19.3.1°a) | Een schrijnwerkerij in de koudwalserij, met een geïnstalleerde drijfkracht van 100 kW. | 100 kW
19.6.1°b) | Diverse opslagplaatsen van hout in open lucht met een opslagcapaciteit van 650 ton (810 m³). | 810 m³
20.1.1. | Een cokesfabriek met een capaciteit van 1,3 miljoen ton cokes per jaar, inclusief nevenproducten met oa ontzwaveling en bijkomende backup ontzwaveling. | 1,3 miljoen/ton
20.2.1. | 2 sinterfabrieken met een totale jaarcapaciteit van 6,5 miljoen ton sinter/jaar. | 6,5 miljoen/ton
20.2.2.2° | De productie van ruwijzer of staal met inbegrip van continugieten met een capaciteit van maximum 1.450 ton continu gegoten staal, bestaande uit: - 2 hoogovens met een totale jaarcapaciteit van 4,9 miljoen ton ruwijzer/jaar; - een staalfabriek met een jaarcapaciteit van 5,5 miljoen ton vloeibaar staal/jaar; - 2 continugieterijen (maximum 1.450 ton/u continu gegoten staalplakken). | 1450 ton/uur
20.2.9. | De productie of bewerking van ferrometalen waarbij verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 919 MW worden gebruikt, omvattende: - de pannenoven in de staalfabriek; - 3 hefbalkovens in de warmwalserij; - 2 stolpgloeierijen en de continu gloeierij CAPL in de koudwalserij; - 2 regeneratie-ovens voor het vervuild zoutzuur van de beitserijen in de koudwalserijen; - 3 ovens voor de thermische behandeling van staalplaat op de verzinkings-lijnen en een piloot-oven SDG3-Upgrade; - 2 ovens voor de thermische behandeling van verzinkte staalband waarop bedekkingsmiddelen zijn aangebracht, in Decosteel2; - 3 droogovens waarvan één in Decosteel2 (droogoven chemcoater) en twee op Sidgal (droogoven rollercoater). | 919 MW
24.4. | 11 laboratoria waar geen afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken gegenereerd wordt. | 11 labo's
29.1.2.2° | De opslag van ertsen op een oppervlakte van 32,5 ha. | 32,5 ha
29.2.1.1° | Een warmwalserij met een capaciteit van 6,5 miljoen ton warmrollen/jaar, gemiddeld
750 ton/u, maximum 1.200 ton/u. | 1200 ton/uur
29.2.1.2° | Een koudwalserij met een capaciteit van 5,5 miljoen ton staal per jaar omvattende een turbobeitserijtandem TTS, een gekoppelde tandemwalserij 2, 3 hardingswalserijen voor onbekleed staal (SKP1, SKP3 en SKP CAPL) en 4 hardingswalstuigen en strekrichter voor bekleed staal. | 5,5 miljoen ton/jaar
29.5.2.2°a) | Diverse inrichtingen voor het mechanisch of fysisch behandelen van metalen omvattende diverse onderhoudswerkplaatsen verspreid over het terrein, 3 overwikkelbanen en 1 knipbaan in de koudwalserij, 2 walsenwerkplaatsen, een ingangs- en uitgangssectie Sidgal3 upgrade, het noodgieten van ruwijzer en een inrichting voor het ontijzeren van slakken, alsook diverse inrichtingen voor het fysisch behandelen van metalen, omvattende: de ontgassers in de staalfabriek, het slabslijpen, snijbranden en verschroten van staalplakken in de warmwalserij, en het branden van staalblokken met een totaal gïnstalleerde drijfkracht van 25.312 kW. | 25312 kW
29.5.3.3°a) | Diverse inrichtingen voor het behandelen van metalen met een totaal thermisch vermogen van 900.000 kW, omvattende: - de pannenoven in de staalfabriek; - 3 hefbalkovens in de warmwalserij; - 2 stolpgloeierijen en de continu gloeierij CAPL in de koudwalserij; - 3 ovens voor de thermische behandeling van staalplaat op de verzinkings-lijnen en een piloot-oven Sidgal3-Upgrade. | 900000 kW
29.5.4.1°a) | Diverse inrichtingen voor het stralen van metalen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 100 kW, omvattende: een zandstraalcabine. | 100 kW
29.5.5.4° | De oppervlaktebehandeling, ontvetting inbegrepen, van metalen door middel van elektrolytisch of chemisch procedé, omvattende 3 panmetallurgiëen en deontzwaveling met calciumcarbide in de staalfabriek, 3 beitserijen waarvan 2 gekoppeld aan een tandemwalserij, inclusief de regeneratie van vervuild zoutzuur in de koudwalserij, electrolytisch ontvetten en chromeren van walsen in de koudwalserij en de alkalische.ontvetting op Sidgal2 en 3 en 4, met een totaal volume van 1.415.000 liter (excl. 145 m³ spoelbaden). | 1415000 liter
29.5.6.b)3° | 4 dompelverzinkingslijnen voor de bekleding van staalplaat, met een badinhoud van 3x 75 m³ en 3x 40m³; totaal: 345.000 liter | 345000 liter
30.1.1°c) | Diverse inrichtingen voor het mechanisch behandelen van minerale producten, omvattende 4 loskranen, diverse transportbanden gravers en werpers voor toeslagstoffen, een installatie voor het breken en zeven van vuurvaste producten, een installatie voor het breken, zeven en ontijzeren van slakken, 4 INBA-installaties voor slakkengranulatie in de hoogovens, de kalklosplaats en de slakstabilisatie in de staalfabriek en de monstervoorbereiding van kalk en duniet in het productielabo, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 15.000 kW. | 15000 kW
30.3.c) | De vuurvaste mortelbereiding in de hoogovens en staalfabriek, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 650 kW. | 650 kW
30.10.2° | De opslag van minerale producten, omvattende de opslag van toeslagstoffen, slakken, slakkenzand en bijproducten, op een oppervlakte van 79 ha. | 79 ha
31.1.3° | Diverse vast opgestelde motoren met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 35.000 kW.
Tijdelijke dieselgenerator voor de bemaling met een thermisch ingangsvermogen van 300 kW. | 35300 kW
36.4.2° | De opslag van rubberen voorwerpen (zoals Kressbanden en transportbanden) in open lucht ter hoogte, met een maximale opslagcapaciteit van 1.120 ton. | 1120 ton
39.1.2° | 10 stoomgeneratoren, andere dan lagedrukstoomgeneratoren met een individuele inhoud van minder dan 5.000 liter en met een totale waterinhoud van 20.000 liter. | 20000 liter
39.1.3° | Diverse stoomgeneratoren, andere dan lagedrukstoomgeneratoren met een individuele inhoud van meer dan 5.000 liter en met een totale waterinhoud van 524.500 liter. | 524500 liter
39.2.1° | 15 stoomvaten met inbegrip van warmtewisselaars waarvan de primaire ruimte als stoomvat beschouwd wordt, met een individuele inhoud van 300 liter t.e.m. 5.000 liter en met een totale waterinhoud van 12.500 liter. | 12500 liter
39.2.2° | 17 stoomvaten met inbegrip van warmtewisselaars waarvan de primaire ruimte als stoomvat beschouwd wordt met een individuele inhoud van meer dan 5.000 liter en met een totale waterinhoud van 535.780 liter. | 535780 liter
39.4.1° | 2 warmtewisselaars van elk 500 liter horende bij het beo-veld voor het kantoorgebouw SIFA. | 1000 liter
43.1.3° | Diverse stookinstallaties, omvattende 7 stoomketels verspreid over 3 ketelhuizen (hoogovens, staalfabriek en koudwals), 3 stoomketels in de cokesfabriek, een verbrandingsinstallatie na de biokoolreactor, en een stoom oververhitter in de staalfabriek, een stookinstallatie in Decosteel II en diverse kleine stookinstallaties voor gebouwenverwarming verspreid over het terrein, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 187 MW. | 187000 kW
43.3.2° | Diverse stookinstallaties, omvattende stationaire motoren om noodgeneratoren en bluswaterinstallaties aan te drijven, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 222 MW. | 222 MW
43.4. | Diverse stookinstallaties, omvattende 7 stoomketels verspreid over 3 ketelhuizen (hoogovens, staalfabriek en koudwals), 3 stoomketels in de cokesfabriek, een verbrandingsinstallatie na de biokoolreactor, een stoom oververhitter in de staalfabriek, een stookinstallatie in Decosteel II en diverse kleine stookinstallaties voor gebouwenverwarming verspreid over het terrein, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 187 MW. | 187 MW
53.2.2°a) | Een bronbemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen met een netto opgepompt debiet van maximum 30.000 m³/jaar. | 30000 m³/jaar
53.2.2°b)1° | Bronbemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen met een netto opgepompt debiet van meer dan 30.000 m³/jaar en een verlaging van het grondwaterpeil tot maximum 4 m-mv (Kwartair, HCOV 0160). | 30000 m³/jaar
53.5.2° | Bronbemaling die noodzakelijk is om het gebruik of de exploitatie van gebouwen of bedrijfsterreinen mogelijk te maken of te houden met een netto opgepompt debiet van meer dan 30.000 m³/jaar, zijnde: - maximaal 5.500 m³/dag en 2.000.000 m³/jaar uit 63 boorputten met een diepte tot 22 m uit het Kwartair (HCOV 0160). | 2000000 m³/jaar
53.8.3° | Boren van grondwaterwinningsputten en andere dan vermeld in rubriek 53.1 t.e.m. 53.7 en 53.12, waarvan het totaal opgepompt debiet groter is dan 30.000 m³/jaar, zijnde maximaal: - 5.500 m³/dag en 2.000.000 m³/jaar uit 141 boorputten met een diepte tot 22 m uit het Kwartair (HCOV 0160), waarvan 78 tijdelijke putten. | 2000000 m³/jaar
53.11.1° | Onttrekken van grondwater met een netto onttrokken debiet van 2.500 m³/dag of meer, zijnde maximaal: - 5.500 m³/dag en 2.000.000 m³/jaar uit 63 boorputten met een diepte tot 22 m uit het Kwartair (HCOV 0160). | 5500 m³/dag
59.4.1° | Bandlakken met een jaarlijks oplosmiddelenverbruik van 2.500 ton. | 2500 ton/jaar
61.2.1° | Een tussentijdse opslag van uitgegraven bodem op post 28, met een capaciteit van 10.000 m³/jaar. | 10000 m³
2. HISTORIEK
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de historiek
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.
Geen bezwaar van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 2 december 2024.
Brandweer heeft geen bezwaar.
Gebouwen < 100 m², basisnormen niet van toepassing
Geen advies van Departement Omgeving - milieu advies (betekening derden) afgeleverd op 3 december 2024.
Voorwaardelijk gunstig advies van Infrabel afgeleverd op 9 december 2024:
De veiligheidsafstanden en de algemene voorwaarden m.b.t. bouwaanvragen dienen strikt te worden nageleefd.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 1: Afbakeningslijn zeehavengebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gewestweg en een waterweg.
5. WATERPARAGRAAF
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf.
Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht:
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
* Niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming;
* Niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal);
* Gedeeltelijk gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
Hiermee wordt rekening gehouden door de sokkels voldoende hoog te voorzien bij de inplanting van de constructies.
Het voorwerp van de aanvraag betreft de verlenging van transportbanden op een loskaai die reeds verhard is. Er wordt ook een nieuw portiersgebouw gebouwd met een oppervlakte van 18 m². Het hemelwater infiltreert op natuurlijke wijze naast de dakoppervlakte in de groenzone.
Er worden ook bijkomende verhardingen aangelegd:
Nieuwe inrit bestaande uit asfaltverharding (ca. 317 m²);
Verbreding bestaande asfaltverharding (ca. 314 m²).
Het hemelwater infiltreert op natuurlijke wijze naast de verharding in de groenzone.
Voor alle nieuwe constructies, het portiersgebouw en alle nieuwe verhardingen geldt dat het hemelwater op natuurlijke wijze naast de verharding of constructie op eigen terrein infiltreert. De hemelwaterverordening is bijgevolg niet van toepassing.
6. NATUURTOETS
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.
7. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
8. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag is ruimtelijk en stedenbouwkundige te verantwoorden binnen de industriële context van
de Gentse zeehaven. Qua schaal integreert de uitbreiding zich binnen zijn omgeving. De ruimtelijke en visuele impact is beperkt.
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.
De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het veranderen van een siderurgisch complex (IIOA en SH) van ARCELORMITTAL BELGIUM nv, gelegen te Bokstraat 4, John Kennedylaan 51 en 53, 9042 Gent.
Verzoekt de deputatie om volgende voorwaarden voor de geplande werken op te nemen:
Extern advies
De voorwaarden in het advies van Infrabel, afgeleverd op 9 december 2024, moeten strikt nageleefd worden.
Er worden geen aandachtspunten meegegeven.