Terug
Gepubliceerd op 09/08/2024

2024_CBS_07738 - OMV_2024074866 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van een extra klascontainer en sanitaire unit voor de tijdelijke huisvesting van de Kleuterschool 't Groen Drieske - zonder openbaar onderzoek - Voordries, 9050 Gent - Tijdelijke Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 08/08/2024 - 09:02 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 08/08/2024 - 09:04
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Filip Watteeuw, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen-voorzitter; Liesbet Vertriest, waarnemend adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Mathias De Clercq, burgemeester; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Sami Souguir, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Liesbet Vertriest, waarnemend adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Filip Watteeuw, schepen
2024_CBS_07738 - OMV_2024074866 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van een extra klascontainer en sanitaire unit voor de tijdelijke huisvesting van de Kleuterschool 't Groen Drieske - zonder openbaar onderzoek - Voordries, 9050 Gent - Tijdelijke Vergunning 2024_CBS_07738 - OMV_2024074866 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van een extra klascontainer en sanitaire unit voor de tijdelijke huisvesting van de Kleuterschool 't Groen Drieske - zonder openbaar onderzoek - Voordries, 9050 Gent - Tijdelijke Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent tijdelijk  de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Stad Gent met als contactadres Botermarkt 1, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024074866) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 5 juni 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

• Onderwerp: het plaatsen van een extra klascontainer en sanitaire unit voor de tijdelijke huisvesting van de Kleuterschool 't Groen Drieske

• Adres: Voordries 31, 9050 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 21 sectie A nr. 306E

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 27 juni 2024.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 31 juli 2024.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Het voorwerp van de aanvraag situeert zich op de site van de wijkschool ’t Groen Drieske op de hoek tussen de Voordries en de Achterdries, aan de rand van het centrum van Gentbrugge ten noorden van de autosnelweg E17. De omgeving kenmerkt zich voornamelijk door open bebouwingen.

 

In 2014 werd overgegaan tot de renovatie van een deel van de gebouwen van de Kleuterschool 't Groen Drieske aan de Voordries 31 te Gentbrugge. In de marge van deze werken en de geplande capaciteitsuitbreiding naar lager onderwijs was het noodzakelijk om te voorzien in de plaatsing van een aantal tijdelijke klascontainers ter vervanging van de te renoveren lokalen en de voormelde uitbreiding. Hiervoor werd een tijdelijke stedenbouwkundige vergunning (2014/20071) verleend tot oplevering van de werkzaamheden. 

 

Tijdens de duur van de werken groeide het leerlingenaantal dermate dat ook de extra lokalen in de nieuwe gerenoveerde vleugel niet meer toereikend waren voor de huisvesting  van de aanwezige leerlingen. Wanneer deze werkzaamheden afgerond waren is er door het Departement Onderwijs en Opvoeding voor een verhuisscenario gekozen van de lagere afdeling naar het Dienstencentrum aan de Braemkasteelstraat (Felixgebouw)

 

Omdat dit gebouw, daterend uit de jaren 1970, evenwel eerst toe was aan een grondige make-over, moest de huisvesting van 't Groen Drieske tot 2022 gewaarborgd worden op de Voordries. Er werd dan ook in die zin een regulariserende omgevingsvergunning(OMV_2018093583) bekomen voor de tijdelijke klascontainers tot augustus 2022. Echter hebben de verbouwingswerken van Dienstencentrum Gentbrugge tot het Felixgebouw dermate vertraging opgelopen dat de leerlingen niet tijdig kunnen verhuizen. Er werd dan ook een aanvraag (OMV_2022058980) ingediend voor het verlengen van deze tijdelijke vergunning tot de einddatum van augustus 2025 met de garantie dat de containers worden weggenomen uiterlijk 3 maanden na de ingebruikname van het Felixgebouw.

 

Aangezien het leerlingenaantal reeds in het schooljaar 2023-2024 steeg, was er een bijkomende noodzaak aan ruimte. Er werd bijgevolg een tijdelijke vergunning afgeleverd voor het plaatsen van extra klascontainers (OMV_2022117602). Deze vergunning werd zoals de andere klascontainers verleend tot maximaal augustus 2025.

 

Huidige aanvraag voorziet opnieuw in het plaatsen van een bijkomende tijdelijke klascontainer en sanitaire unit. Wegens de reeds geplande capaciteitsuitbreiding van het lager onderwijs is het noodzakelijk om daardoor te voorzien in extra klassen en sanitair vanaf september. De datum van ingebruikname van het Felixgebouw wordt verwacht in de zomer van 2025. Opdat alle leerlingen verhuisd kunnen worden naar hun nieuwe locatie, wordt een vergunning aangevraagd met een geldigheidsduur gerelateerd aan het moment dat de leerlingen verhuisd zijn naar hun nieuwe locatie.

 

De klascontainer betreft een groep van aaneengeschakelde containers, met een diepte van 6,27m en een lengte van 9,47m. Het betreft 1 bouwlaag, waarbij de kroonlijsthoogte 2,97m meet. De inplanting van het gebouw wordt voorzien achteraan de speelplaats, parallel met de perceelsgrens (Achterdries nr. 58). De klascontainer houdt 1,60 m afstand tot de perceelsgrens en ca. 5,75 m afstand van het schoolgebouw.

 

De sanitaire unit betreft een container met een diepte van 2,45 m en een lengte van 4,50 m. Het betreft 1 bouwlaag. De inplanting van de sanitaire unit wordt voorzien op de rooilijn aan de Achterdries. De unit wordt links van de toegangspoort geplaatst op ca. 3,6 m afstand van de voorgevel van het schoolgebouw.

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

* Op 31/10/2018 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het regulariseren van tijdelijke klascontainers in functie van het verbouwen van het schoolgebouw (OMV_2018093583).

* Op 20/07/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het plaatsen van tijdelijke klascontainers (OMV_2022058980).

* Op 17/11/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een extra tijdelijke klascontainer (OMV_2022117602).

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 28/07/1994 werd een vergunning afgeleverd voor oprichten van een tijdelijke eet- en speelruimte. (1993/20223)

* Op 24/02/1997 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen polyvalente zaal. (1996/20230)

* Op 18/03/2010 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een kleuterdagverblijf en crèche 't groen drieske. (2009/20237)

* Op 10/10/2013 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van de tijdelijke gastank voor het gebouw en het plaatsen van een verluchtingsinstallatie op het dak van een vergund kleuterdagverblijf. (2013/20215)

* Op 15/07/2014 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van tijdelijke containers voor 4 klaslokalen en een secretariaat voor de basisschool 't groen drieske. (2014/20071)

* Op 26/01/2016 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van de basisschool 't groen drieske. (2015/03086)

* Op 30/11/2017 werd een vergunning afgeleverd voor het insnoeren kruispunt voordries. (2017/03191 Dig)

* Op 18/01/2018 werd een vergunning afgeleverd voor de reliëfwijziging van de bodem. (2017/03246 Dig)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgend extern advies is gegeven:  

 

Gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 10 juli 2024 onder ref. 050424-012/SP/2024:
Besluit: GUNSTIG, mits te voldoen aan de in bijlage vermelde maatregelen en reglementeringen (zie Omgevingsloket).

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Gewestplan

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Gewestelijk RUP

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005).

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

5.1. Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het terrein is momenteel bebouwd.

 

5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

Gezien het tijdelijk karakter van de containers en de vrije uitloop van het opgevangen hemelwater op het terrein, met afloop naar de waterloop, kan een afwijking op het plaatsen van een hemelwaterput worden aanvaard.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3. Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

6.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

7.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

8.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De verschijningsvorm en de gevelmaterialen van de klascontainer en sanitaire unit zijn beperkt in kwaliteit. Bijgevolg kan slechts een tijdelijke omgevingsvergunning worden aanvaard. In de aanvraag is sprake van de verbouwing van het Dienstencentrum aan de Braemkasteelstraat (De Felix) in functie van een herhuisvesting van de lagere afdeling. Als einddatum hiervoor wordt zomer 2025 vooropgesteld. De voorliggende tijdelijke omgevingsvergunning wordt tot de einddatum augustus 2025 verleend, het vooropgestelde tijdstip dat de leerlingen allen verhuisd zijn naar hun nieuwe locatie. Dit met de garantie dat de containers worden weggenomen uiterlijk 3 maanden na de ingebruikname van het Felixgebouw. Dit wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde.

 

Gezien het tijdelijke karakter kan de inplanting van de containers aanvaard worden. Het kan echter nooit de bedoeling zijn om deze klascontainers permanent te vergunnen. Het terrein moet na het verwijderen van de containers opnieuw worden aangelegd als onverharde buitenruimte in functie van de school.

 

De bouwhoogte blijft beperkt tot 1 bouwlaag, waardoor het bouwvolume geen hinder zal veroorzaken. De aanvraag heeft invloed op het straatbeeld, echter gezien het tijdelijk karakter van de containers kan de impact hiervan gedoogd worden.

 

De klascontainer wordt nabij bestaande bomen geplaatst. Er moeten voldoende maatregelen worden genomen om de bomen te beschermen tijdens de werken. Hierbij is het belangrijk dat er niet wordt gegraven of opgehoogd binnen de kroonprojectie van de bomen. Er moet een buffer van twee meter rondom de bomen voorzien worden waar en niet wordt gegraven en/of opgehoogd. Bij het oprijden van de site moet extra aandacht zijn voor de bestaande bomen. Er mag nooit met de vrachtwagen binnen de kroonprojecties van de paardenkastanje van de buren en de veldesdoorns van ’t Groen Drieske worden gereden. Enkel de brandweg mag betreden worden met zware machines. Deze zaken worden opgelegd als bijzondere voorwaarden.

 

Omwille van voormelde redenen kan de aanvraag vanuit het oogpunt van de goede ruimtelijke ordening worden aanvaard, mits naleving van de voorwaarden.  


CONCLUSIE 

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het plaatsen van een extra klascontainer en sanitaire unit voor de tijdelijke huisvesting van de Kleuterschool 't Groen Drieske aan Stad Gent gelegen te Voordries 31, 9050 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt. 

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Verleent de vergunning voor bepaalde duur vanaf 8 augustus 2024 tot en met 31 augustus 2025.


      

Artikel 3

Legt volgende voorwaarden op:

 

Termijn vergunning:

De omgevingsvergunning wordt slechts tijdelijk verleend en dit tot en met augustus 2025.
De containers worden weggenomen uiterlijk 3 maanden na de ingebruikname van het Felixgebouw.

 

Herstellen terrein:

Het terrein moet na het verwijderen van de containers opnieuw worden aangelegd als groene, onverharde buitenruimte in functie van de school.

 

Toegankelijkheid:

De uitgevoerde handelingen moeten voldoen aan de bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening Toegankelijkheid.

 

Extern advies:
De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 10 juli 2024 met kenmerk 050424-012/SP/2024).

Bomen:

- Er mag niet gegraven of opgehoogd worden binnen de kroonprojectie van de bestaande bomen. Er moet een buffer van twee meter gehouden worden rondom de bomen.
-Bij het oprijden van de site mag nooit met de vrachtwagen binnen de kroonprojecties van de paardenkastanje van de buren en de veldesdoorns van ’t Groen Drieske worden gereden.

- Enkel de brandweg mag betreden worden met zware machines.

 

Openbaar domein:

De containers dienen volledig op het eigen terrein voorzien te worden, ze mogen niet over de rooilijn worden geplaatst.

 

 

Artikel 4

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Openbaar domein, plaatsbeschrijving, werfzone:
De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.

 

De bouwheer/vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken.

Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, via afgifte op het Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, via e-mail: wegen@stad.gent of met de post aan Stad Gent t.a.v. Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

Deze dient ten laatste twee weken voor aanvang van de werken verstuurd of afgegeven te worden, indien deze laattijdig ingediend wordt kan deze niet als tegensprekelijk beschouwd worden.

U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).

 

In functie van een werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld).