Terug
Gepubliceerd op 09/08/2024

2024_CBS_07672 - OMV_2024019380 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een provinciale academie (IIOA) + bijstelling van de bijzondere milieuvoorwaarden - zonder openbaar onderzoek - Sprendonkstraat, 9042 Mendonk - Advies

college van burgemeester en schepenen
do 08/08/2024 - 09:02 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 08/08/2024 - 09:00
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Tine Heyse

Aanwezig

Filip Watteeuw, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen-voorzitter; Liesbet Vertriest, waarnemend adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Mathias De Clercq, burgemeester; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Sami Souguir, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Liesbet Vertriest, waarnemend adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Filip Watteeuw, schepen
2024_CBS_07672 - OMV_2024019380 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een provinciale academie (IIOA) + bijstelling van de bijzondere milieuvoorwaarden - zonder openbaar onderzoek - Sprendonkstraat, 9042 Mendonk - Advies 2024_CBS_07672 - OMV_2024019380 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een provinciale academie (IIOA) + bijstelling van de bijzondere milieuvoorwaarden - zonder openbaar onderzoek - Sprendonkstraat, 9042 Mendonk - Advies

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen geeft geen advies.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Provincie Oost-Vlaanderen met als contactadres Charles de Kerchovelaan 189, 9000 Gent en Provincie Oost-Vlaanderen PROVOVER met als contactadres Gouvernementstraat 1, 9000 Gent hebben een aanvraag (OMV_2024019380) ingediend bij de deputatie op 17 juni 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het veranderen van een provinciale academie (IIOA) + bijstelling van de bijzondere milieuvoorwaarden

• Adres: Sprendonkstraat 5, 9042 Mendonk

Kadastrale gegevens: afdeling 13 sectie A nrs. 75B, 81G, 81F en 86C

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 23 juli 2024.

De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 23 juli 2024.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 30 juli 2024.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

 

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

 

Het betreft het veranderen van een provinciale academie (IIOA) + bijstelling van de bijzondere milieuvoorwaarden.

 

Het voorwerp van aanvraag betreft een tijdelijke lozing van het effluent van een mobiele waterzuiveringsinstallatie (WZI), dat het saneringswater van de bezinkput, blusvijver en het rioleringsstelsel zal zuiveren. De sanering wordt uitgevoerd door de vaststelling van PFAS bij de analyse van het water uit de blusvijver en de bezinkput. De lozing van het effluent van de tijdelijke mobiele waterzuiveringsinstallatie wordt aangevraagd voor een periode van 3 maanden. De WZI zal naar schatting maximaal 40 dagen in werking zijn.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.6.3.2°

afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria  andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | Tijdelijke lozing van bedrijfsafvalwater afkomstig van de sanering van de blusvijver, de bezinkput en het rioleringsstelsel, na behandeling in een waterzuiveringsinstallatie, met een maximumdebiet van het effluent van 10 m³/uur gedurende maximum 3 maanden. | klasse 2 | Nieuw

10 m³/uur

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

3.2.2°a) | Het lozen van max. 5200 m³ / jaar huishoudelijk afvalwater in oppervlaktewater na zuivering door middel van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater. | 5200 m³ / jaar

16.3.2°b) | Diverse koelinstallatie/airco's (108,18 kW), warmtepompen (84,69 kW) en compressoren (200 kW) met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 392,87 kW, afgerond naar 400 kW. | 400 kW

17.1.2.2.2° | De opslag van 10000 liter gevaarlijke gassen in vaste houders, waaronder: - 5000 liter stikstof in een bovengrondse vaste houder; - 5000 liter LPG in een bovengrondse vaste houder. | 10000 liter

17.3.2.1.1.1°b) | De opslag van 5,07 ton (6000 l) ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3, waaronder: - 5000 l dieselolie in een ondergrondse, dubbelwandige houder; - 2 x 500 l dieselolie in bovengrondse verplaatsbare recipiënten. | 5,07 ton

31.1.1°a) | Een vast opgestelde motor met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 500 kW. | 500 kW

32.7.2°c) | Eén ondergrondse 'schietstand in een lokaal' en één 'schietstand in openlucht' waar schietoefeningen van politiediensten (opleiding en zones) worden gehouden met o.a. vuurwapens en stalen munitie met een Ek1 tot maximaal 1.840 joule. | 1840 Joule

43.1.1°a) | 9 stookinstallaties waarvan 7 condenserende gasketels op aardgas en 2 luchtverhitters op propaangas met een totaal geïnstalleerd vermogen van 814,9kW | 814,9 kW

 

Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:

12.2.1° | 1 transformator met een individueel nominaal vermogen van 630 kVA | 630 kVA

 

 

Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:

 

Artikel: 4.2.3.1 3 – Afwijking lozingsnormen

 

Omschrijving

Van de gevaarlijke stoffen als bedoeld in bijlage 2C, mogen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1. enkel stoffen worden geloosd waarvoor in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit emissiegrenswaarden zijn vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.3.6.1.

 

Motivatie

Er worden verhoogde lozingsnormen gevraagd voor stoffen die werden aangetroffen bij de analyses van de bezinkput en blusvijver. Uit analyses van het water uit de blusvijver en bezinkput blijkt dat er voor bepaalde gevaarlijke stoffen (bijvoorbeeld fluorantheen, PFAS, …) een hogere waarde dan het indelingscriterium/de lozingsnorm is vastgesteld. Het saneringswater zal gereinigd worden d.m.v. een verregaande zuiveringstechniek, die gekend is als best beschikbare techniek om PFAS uit water te filteren. De gevraagde lozingsnormen die in deze vergunningsaanvraag zijn opgenomen (zie punt 3 in dit document) werden opgesteld in samenspraak met en op voorstel van de Vlaamse Milieumaatschappij. Er werd een impactbeoordeling uitgevoerd voor het ontvangende oppervlaktewater, gebaseerd op de verhoogde lozingsnormen die worden voorgesteld in deze vergunningsaanvraag. Uit de conclusie van de impactbeoordeling blijkt dat, mits een aangepaste lozingsnorm voor fluorantheen tot 300 ng/l, de impact als aanvaardbaar kan worden beschouwd. Deze impactbeoordeling werd opgemaakt o.b.v. de voorgestelde lozingsnormen en maximum debieten. In werkelijkheid zal de impact nog beperkter zijn omdat de gemeten concentraties van de meeste stoffen lager zijn dan de aangevraagde normen en de debieten in werkelijkheid ook lager zullen liggen.

 

Voorstel

In afwijking van de geldende lozingsnormen voor de lozing van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen bevat op oppervlaktewater, zoals bepaald in artikel 4.2.3.1, 3° van Titel II van Vlarem, wordt voorgesteld om onderstaande lozingsnormen als bijzondere voorwaarde op te nemen in de omgevingsvergunning. Deze lozingsnormen werden voorgesteld door de Vlaamse Milieumaatschappij.

- PFAS i : 100 ng/l

- Ntot : 15 mg/l

- Ptot : 2 mg/l - ZS : 60 mg/l

- CZV : 125 mg/l

- BZV : 25 mg/l

- As : 50 µg/l

- Cd : 0,8 µg/l

- Cr : 500 µg/l

- Cu : 500 µg/l

- Hg : 0,15 µg/l

- Ni : 300 µg/l

- Pb : 500 µg/l

 - Zn : 2000 µg/l

- benzo(a)pyreen : rapportagegrens

- benzo(b+k)fluoranteen : 0,03 µg/l

- benzo(g,h,i)peryleen+indeno(1,2,3-cd)pyreen: 0,002 µg/l

- fluoranteen : 300 ng/l

- antraceen : 0,1 µg/l

- naftaleen : 20 µg/l

- fenantreen : 1 µg/l

- acenafteen : 0,6 µg/l

- chryseen : 10 µg/l

 - benzo(a)antraceen : 3 µg/l

- fluoreen : 20 µg/l

 - pyreen : 0,4 µg/

l - acenaftyleen : 40 µg/l

- dibenzo(a,h)antraceen : 5 µg/l

- benzeen : 100 µg/l

- tolueen : 900 µg

- ethylbenzeen : 50 µg/l

- xylenen : 40 µg/l

- minerale olie : 500 µg/l

- anion. Det. : 1 mg/l

- kation+niet-ion. Det. : 10 mg/

 

Artikel: 4.2.5.1.1. § 1 – Afwijking meetmethode

 

Omschrijving

Bedrijfsafvalwater van inrichtingen die een maximum hoeveelheid bedrijfsafvalwater van meer dan 2 m3 per dag of 50 m3 per maand of 500 m3 per jaar lozen, moet worden geloosd via een controle-inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters van het geloosde water te nemen

 

Motivatie

De controle-inrichting zal bestaan uit gemakkelijk bereikbare monsternemingspunten en een turbiditeitsmeting met alarm bij overschrijding van de norm voor zwevende stoffen. De hoogste concentraties van vervuilende stoffen bevinden zich in de onderste laag van de bezinkput en blusvijver (sliblaag). Via de turbiditeitsmeting kan bepaald worden wanneer deze laag bereikt wordt en wanneer de waterzuivering wordt stopgezet om over te gaan op manuele/mechanische slibverwijdering via een zuigwagen.

 

Voorstel

In afwijking van artikel 4.2.5.1. §1 van Titel II van Vlarem wordt volgende voorgesteld:

Ieder onderdeel van de waterzuiveringsinstallatie dient zowel aan de influent- als aan de effluentzijde voorzien te zijn van een gemakkelijk bereikbaar en hanteerbaar bemonsteringspunt. Een mechanische waterdebietsmeter wordt voorzien waarbij de meterstand bij het begin en einde van de waterzuivering wordt genoteerd.

 

Vóór de start van de lozing dient een continue turbiditeitsmeting aanwezig te zijn. De calibratie/ijking en afstemming met de ZS norm wordt overgemaakt aan de afdeling Handhaving en VMM-Adviseren Afvalwater (vergunningen.ge@vmm.be) De turbiditeitsmeter dient voorzien te zijn van een alarm bij overschrijding van de norm. Afdeling Handhaving, VMM-Adviseren Afvalwater dienen van een overschrijding onmiddellijk op de hoogte gebracht te worden. De lozing dient hierbij onmiddellijk gestopt te worden. De turbiditeitsmetingen dienen continu geregistreerd te worden

 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Omgevingsvergunningen

* Op 20/05/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een provinciale academie voor urgentiediensten en lokale overheden en afbraak van bestaande hal en kantoor en nieuwbouw (incl. ondergrondse schietstand in een lokaal). (OMV_2020115395)

* Op 13/08/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van de provinciale academie voor urgentiediensten en lokale overheden + bijstelling. (OMV_2020010569)

* Op 31/01/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van 2 voorposten, 2 nieuwe eindmasten en een, distributiecabine, het nivelleren van het terrein inclusief ontbossen en het opheffen van de buurtweg nr. 13. (OMV_2023011772)

 

BEOORDELING AANVRAAG

 

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.

 

4.         TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).

Een regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter is bestemd voor de vestiging van bedrijven zoals bedoeld in artikelen 7 en 8, lid 2.1.1. en lid 2.1.2. van het koninklijk besluit van 28 december 1972. Het kan evenwel alleen worden gerealiseerd door de overheid. Bij de inrichting van het gebied zal rekening gehouden worden met de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van het terrein en de onmiddellijke omgeving. Hierbij wordt aandacht besteed aan het karakter van het terrein, de aard van de aktiviteiten, de omvang van de bebouwing, het architecturaal karakter, de breedte en de wijze van aanleg van de omringende bufferzone. De Vlaamse regering kan bepalen dat een bijzonder plan van aanleg voorafgaand aan de ontwikkeling van dat gebied dient goedgekeurd te worden.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

 

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

 

5.       WATERPARAGRAAF

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf.

 

6.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

 

7.       OMGEVINGSTOETS

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.

 

 

CONCLUSIE

Er wordt geen advies gegeven.

 

De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

Niet van toepassing.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen geeft geen advies over de omgevingsaanvraag voor het veranderen van een provinciale academie (IIOA) + bijstelling van de bijzondere milieuvoorwaarden van Provincie Oost-Vlaanderen en Provincie Oost-Vlaanderen provover, gelegen te Sprendonkstraat 5, 9042 Mendonk.

Artikel 2

Er worden geen aandachtspunten meegegeven.