Terug
Gepubliceerd op 09/08/2024

2024_CBS_07671 - OMV_2023082800 - aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van een vloeistofdichte betonverharding en het plaatsen van een luifel alsook het veranderen van een logistiek bedrijf met een benzinetankinstallatie, garage activiteiten en een reparatiezone voor paletten - met openbaar onderzoek - Eddastraat, 9042 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 08/08/2024 - 09:02 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 08/08/2024 - 09:00
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Tine Heyse

Aanwezig

Filip Watteeuw, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen-voorzitter; Liesbet Vertriest, waarnemend adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Mathias De Clercq, burgemeester; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Sami Souguir, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Liesbet Vertriest, waarnemend adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Filip Watteeuw, schepen
2024_CBS_07671 - OMV_2023082800 - aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van een vloeistofdichte betonverharding en het plaatsen van een luifel alsook het veranderen van een logistiek bedrijf met een benzinetankinstallatie, garage activiteiten en een reparatiezone voor paletten - met openbaar onderzoek - Eddastraat, 9042 Gent - Vergunning 2024_CBS_07671 - OMV_2023082800 - aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van een vloeistofdichte betonverharding en het plaatsen van een luifel alsook het veranderen van een logistiek bedrijf met een benzinetankinstallatie, garage activiteiten en een reparatiezone voor paletten - met openbaar onderzoek - Eddastraat, 9042 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

GHENT HANDLING AND DISTRIBUTION NV met als contactadres Skaldenstraat 102, 9042 Gent heeft een aanvraag (OMV_2023082800) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 14 maart 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het aanleggen van een vloeistofdichte betonverharding en het plaatsen van een luifel alsook het veranderen van een logistiek bedrijf met een benzinetankinstallatie, garage activiteiten en een reparatiezone voor paletten

• Adres: Eddastraat 32 en 34, 9042 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 13 sectie B nrs. 395Z, 395Y en 395V

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 16 mei 2024.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 30 juli 2024.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Ghent Handling and Distribution is gespecialiseerd in het aanbieden van logistieke oplossingen en het herverpakken van goederen. De logistieke oplossingen omvatten het aanbieden van opslagplaats, het transport en het in- en uitladen van de vrachtwagens. Er vinden op de site geen productieactiviteiten plaats.

 

Met deze aanvraag worden volgende stedenbouwkundige handelingen aangevraagd:

- het aanleggen van een vloeistofdichte betonverharding

- het plaatsen van een container met een mobiele tank

- het plaatsen van een luifel.

 

De bestaande klinkerverharding wordt verwijderd waarna een vloeistofdichte betonplaat wordt gegoten met een oppervlakte van 100 m². De betonverharding heeft een oppervlakte van 100 m². De nieuwe betonplaat wordt aangesloten op de bestaande KWS-afscheider. Op de nieuwe betonplaat wordt een mobiele tank (9.900 l) geplaatst. De mobiele tank bevindt zich in een container.

 

De luifel wordt boven de container met mobiele tank geplaatst. De luifel meet 10,8 m bij 3,9 m (footprint 42,12 m²). De luifel betreft een open constructie afgewerkt met plat dak. De luifel heeft een hoogte van 7,15 m. De constructie wordt afgewerkt met beplating in stricta wood in een grijze kleur.

Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

Het betreft het veranderen van een logistiek bedrijf met een benzinetankinstallatie, garage activiteiten en een reparatiezone voor paletten.

 

Ghent Handling and Distribution wenst zijn activiteit uit te breiden met een tankinstallatie met benzine voor het bevoorraden van motorfietsen en garage activiteiten voor het onderhoud van motorfietsen. Op een andere locatie wordt er ook een reparatiezone voor beschadigede paletten ingesteld.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

6.5.2°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen: overige inrichtingen | het toevoegen van een benzinetank met tankinstallatie met 1 verdeelslang en een kleine bezinetank met een verdeelslang | klasse 2 | Verandering

2 verdeelslang

15.3.1°

autoherstelwerkplaats met meer dan 10 schouwputten of hefbruggen volledig gelegen in een industriegebied | een onderhoudszone voor de controle van motorfietsen voor ze in de handel verschijnen | klasse 2 | Nieuw

12 schouwputten of hefbruggen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | het stallen van een compressor voor het gebruik van pneumatische toestellen (7,5 kW) | klasse 3 | Verandering

7,5 kW

17.3.2.2.2°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 50 ton als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders | De opslag van 9.900 liter benzine in een bovengrondse dubbelwandige tank en een werftank van 450 liter | klasse 2 | Nieuw

10,35 ton

19.3.1°a)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | een onderhoudszone voor het herstellen van palletverpakkingen met bewerkingstoestellen met een samengesteld vermogen van 48 kW | klasse 3 | Nieuw

48 kW

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | het hebben van verschillende toestellen voor het uitvoeren van klein onderhout en controles aan motorvoertuigen. Deze toestellen hebben een maximaal samengesteld vermogen van 105,1 kW | klasse 3 | Nieuw

105,1 kW

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

3.4.1°a) | lozen van 0,8 m³/uur bedrijfsafvalwater | 0,8 m³/uur

3.6.1. | Het hebben van een IBA voor het verwerken van 1;500 m³/jaar huishoudelijk afvalwater | 1500 m³/jaar

6.4.2° | Opslagplaats voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van1.000.000 l | 1000000 liter

12.2.2° | Het hebben van 2 transformatoren, 1 van 1.600 kVA en 1 van 2.000 kVA | 3600 kVA

15.1.2° | Het stallen van 45 voertuigen | 45 voertuigen

17.1.1.2° | Opslag van 30.000 liter Aerosolen | 30000 liter

17.1.2.1.2° | Het opslagen van 6.336 liter gas in verplaatsbare recipiënten | 6336 liter

17.3.2.1.1.1°b) | Opslag van 2.500 liter diesel in een bovengrondse dubbelwandige tank | 2,5 ton

17.3.2.1.2.2° | De opslag van 50 ton brandbare vloeistoffen die onder gevarencategorie 3 worden ingedeeld | 50 ton

17.3.4.2°a) | Opslag van 100 ton bijtende stoffen | 100 ton

17.3.6.2°a) | Opslag van 100 ton schadelijke stoffen | 100 ton

17.3.7.2°a) | De opslag van 50 ton op lange termijn gevarlijkse stoffen | 50 ton

17.3.8.2° | Opslag van 200 ton milieugevaarlijke stoffen | 200 ton

17.4. | Oplag van gevaarlijke producten in kleine handelrecipiënten | 5000 liter

19.6.1°c) | De opslag van palletten verspreidt over verschillende magazijnen, voor eenn totaal volume van 430 m³ | 430 m³

23.2.1°a) | Het hebben van enkele machines voor een totaal vermogen van 10 kW | 10 kW

23.3.1°c) | Opslag van 2.100 ton kunststoffen en kunststoffen voorwerpen verspreid over verschillende magazijnen | 2100 ton

33.4.1°c) | Opslag van 2050 ton papier en papierwaren | 2050 ton

36.4.1° | Opslag van 200 ton rubber en rubberen voorwerpen | 200 ton

41.5. | Opslag van 500 ton textiel en textielwaren | 500 ton

43.1.2°a) | Het hebben van 2.114 kW aan stookinstallaties | 2114 kW

48.1.2. | Opslag van andere dan IMDG-goederen. Opsla is verspreid over verschillende magazijnen | 8 magazijnen

 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

* Op 21/12/2018 werd een aktename afgeleverd voor overname van een magzijnencomplex, bestemd voor opslag en distributie op naam van flanders logistics nv (OMV_2018150727).

* Op 14/01/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het uitbreiden met de opslag van gevaarlijke producten van een magazijnencomplex gespecialiseerd in de opslag en de distributie van diverse niet-gevaarlijke goederen (OMV_2020124432).

* Op 12/08/2021 werd een aktename afgeleverd voor de exploitatie van een groothandel van verpakkingsmaterialen met een beperkte productie ervan (OMV_2021123657).

* Op 24/02/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van de vergunning met de opslag van brandbare vloeistoffen in magazijn 13 (OMV_2021141126).

* Op 17/03/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een inrichting voor opslag en distributie door uitbreiding met de opslag van textiel en het actualiseren van de vergunning (OMV_2021146046).

* Op 15/12/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een logistiek bedrijf door uitbreiding van de opslag brandbare vloeistoffen (OMV_2022125808).

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 12/07/1976 werd een weigering afgeleverd voor het oprichten van een verplaatsbare betoncentrale. (KW N-13-76)

* Op 12/07/1976 werd een weigering afgeleverd voor het oprichten van een verplaatsbare betoncentrale. (KW N-13-76)

* Op 09/08/1994 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van een magazijn. (1994/90046)

* Op 13/06/1995 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van magazijnen en kantoren. (1995/90022)

* Op 03/05/2007 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een bluswatertank en pomplokaal. (2006/50244)

* Op 17/02/2017 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van 4 windturbines. (2016/01136)

 

Milieuvergunningen

* Op 12/02/1998 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een doorvoeropslagplaats waar vooral onderdelen voor wagens en motoren worden opgeslagen en op afroep worden verzonden. (6030/E/1)

* Op 16/06/2005 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door wijzging en uitbreiding) van een magazijnencomplex van opslag en distributie van allerlei goederen. (6030/E/2)

* Op 08/03/2007 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door uitbreiding en wijziging) van een magazijnencomplex voor opslag en distributie van allerlei goederen. (6030/E/4)

* Op 05/09/2013 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor melding van overname van een magazijnencomplex voor opslag en distributie van allerlei goederen op naam van flanders logistics bvba. (6030/E/5)

* Op 29/06/2017 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het verder exploiteren en het veranderen (door wijziging en regularisatie) van een magazijnencomplex gespecialiseerd in de opslag en de distributie van diverse niet-gevaarlijke goederen. (6030/E/6)

 

Afwijkingen

* Op 15/06/2005 werd door Vlaams minister van leefmilieu een goedkeuring verleend voor een afwijkingsaanvraag van titel ii van het vlarem. (6030/E/3)

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:


Geen tijdig advies van Polder Moervaart en Zuidlede. De adviesvraag is verstuurd op 16 mei 2024. Op 30 juli 2024 is nog géén advies ontvangen. Omdat de decretaal omschreven adviestermijn verstreken is, kan aan de adviesvereiste voorbij gegaan worden.

 

Gunstig advies van North Sea Port afgeleverd op 27 mei 2024 onder ref. 2024-114:
Wij verwijzen naar uw bovenvermelde adviesvraag via het Omgevingsloket van 16/5/2024 met referentie OMV_2023082800.

De werken hebben betrekking op concessieterrein.

De werken kunnen gunstig geadviseerd worden.

 

Gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 27 mei 2024 onder ref. 067476-004/JT/2024: Besluit: GUNSTIG

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Gewestplan

Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
 

Gewestelijk RUP

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg.

 

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1. Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Polder Moervaart en Zuidlede. Het project ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van Polder Moervaart en Zuidlede.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het terrein is momenteel bebouwd.

 

5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Het algemeen uitgangsprincipe hierbij is dat regenwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt wordt. In tweede instantie moet het resterende gedeelte van het hemelwater worden geïnfiltreerd of gebufferd, zodat in laatste instantie slechts een beperkte hoeveelheid water met een vertraging wordt afgevoerd. De plaatsing van de overloop van de hemelwaterput en de infiltratievoorziening dient aan dit principe te beantwoorden.

Zie ook toetsing gewestelijke verordening (GSV) en algemeen bouwreglement stad Gent (ABR) inzake hemelwater.

 

Toetsing gewestelijke verordening (GSV) en algemeen bouwreglement stad Gent (ABR) inzake hemelwater

 

Gescheiden stelsel

Conform artikel 3.4 van het ABR dient bij nieuwbouw en bij verbouwingen waarbij het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan aangepast worden, de bouwheer verplicht een privaat gescheiden afvoerstelsel voor afvalwater en hemelwater te voorzien.

Het privaat afvoerstelsel voor hemelwater moet, in de mate dat het niet wordt geïnfiltreerd, in eerste instantie aangesloten worden op een waterloop indien technisch mogelijk is. Indien dit niet kan, mag er aangesloten worden op een RWA en in laatste instantie op een gemengde riolering.

 

Verharding

Conform artikel 3.2 van het ABR moet het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt worden. Deze verharding moet waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.

 

Er wordt een vloeistofdichte betonplaat aangelegd (100 m²). Deze wordt aangesloten op de bestaande KWS-afscheider. Op de betonplaat wordt een tank geplaatst. Het hemelwater dat op de betonverharding valt, is potentieel vervuild en dient conform het Vlarem aanzien te worden als afvalwater. Dit afvalwater werd in de omgevingsvergunning IIOA opgenomen en besproken.

 

Hemelwaterput

Er zijn geen hergebruik mogelijkheden. Er wordt geen hemelwaterput aangelegd.

 

Groendak

Aangezien het een luifel betreft dient geen groendak voorzien te worden.

 

Infiltratievoorziening

Het hemelwater afkomstig van de luifel (42,12 m²) wordt geïnfiltreerd in een wadi (30 cm diepte).

 

De bouwheer voorziet een infiltratievoorziening van 1.425 liter en een oppervlakte van 6 m².

 

Er kan voldaan worden aan de GSV en het ABR indien bovenstaande maatregelen worden toegepast.

 

Voor de praktische toepassing van de regelgeving wordt verwezen naar het Technisch achtergronddocument bij de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het perceel ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van Polder Moervaart en Zuidlede. Er werd advies gevraagd aan de waterbeheerder, echter werd geen tijdig advies gegeven.

De afstandsregels tot waterlopen zoals voorzien in het Waterwetboek en de wet onbevaarbare waterlopen worden gerespecteerd.

 

Overstromingen

Volgens de pluviale overstromingskaart bestaat er een middelgrote overstromingskans ter hoogte van de wegenis. Indien de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement inzake hemelwater correct toegepast worden, wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Volgens de pluviale overstromingskaart bestaat er een middelgrote overstromingskans ter hoogte van de projectsite. De exacte locatie waar de nieuwe constructies worden opgericht is niet overstromingsgevoelig.

 

Om de impact op het overstromingsregime te vermijden dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden. Ruimten met kwetsbare functies worden best beschermd tegen wateroverlast door het volgen van de richtlijnen omtrent overstromingsveilig bouwen https://www.vmm.be/water/overstromingen/hoe-je-woning-beschermen

 

Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.

 

Waterkwaliteit

Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagen (indelingsplichtig volgens Vlarem II, bijlage 1). De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

 

5.3. Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.

6.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

 

7.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 24 mei 2024 tot en met 22 juni 2024.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
 

8.       OMGEVINGSTOETS

 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening


De aanvraag is ruimtelijk en stedenbouwkundig te verantwoorden binnen het industriële landschap van de Gentse zeehaven. De nieuwe constructies integreren zich qua functie, schaal, volume en materiaalgebruik binnen zijn omgeving.

 

De aanvraag is bijgevolg in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening en kan positief geadviseerd worden.
 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

 

Aspect afval

De voortgebrachte afvalstoffen (oude verpakking, hout, papier en karton, slib KWS-afscheider, afvalwater van lekbak benzinewerftank,…) worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect afvalwater

Er wordt een vloeistofdichte betonplaat aangelegd van 100 m². Deze wordt aangesloten op de bestaande KWS-afscheider. Op de betonplaat wordt een tank geplaatst. Het hemelwater dat op de betonverharding valt, is potentieel vervuild en wordt aanzien als afvalwater. Er wordt geen verandering/uitbreiding van rubriek 3.4.1°a aangevraagd. Momenteel is 0,8 m³/uur bedrijfsafvalwater reeds vergund.

VMM baseert zich voor het bepalen van het debiet aan verontreinigd hemelwater (conform de Code van goede praktijk voor het ontwerp, het onderhoud en de aanleg van rioleringssystemen van 20 augustus 2012), sedert april 2017 op:

- Het langjarig gemiddeld neerslagtotaal (Ukkel 1981-2010) van 0,85 m³/m² voor het jaardebiet.

- Een composietbui met een terugkeerperiode van 2 jaar van 0,0159 m³/m² voor het uurdebiet en 0,0408 m³/m² voor het dagdebiet.

Deze aanpak sluit aan bij de huidige klimaatveranderingen en is nodig voor het correct inschatten van de hydraulische en ecologische impact op de riolering of ontvangende waterloop.

Op basis van afvloeiing coëfficiënten, metingen, hergebruik en buffering kunnen de debieten bijgesteld worden. Er kan 40% van de luifel in verrekening worden gebracht.

Het bedrijfsafvalwater wordt aangepast naar de nieuwe regeling van de VMM voor de berekening van het debiet:

100 m² x 0,0159 m³/uur/m² x 40% = 0,64 m³/u

100 m² x 0,0408 m³/dag/m² x 40% = 1,63 m³/dag

100 m² x 0,85 m³/jaar/m² x 40% = 34 m³/jaar.

Het totaal geloosd debiet bedrijfsafvalwater bedraagt bijgevolg 1,44 m³/uur (0,8 m³/uur + 0,64 m³/uur). Met akkoord van de aanvrager wordt dit debiet opgenomen onder rubriek 3.4.1°a (klasse 3).

 

M.b.t. het gebruik van de KWS-afscheider worden volgende bijzondere voorwaarden opgelegd:

- De KWS-afscheider dient regelmatig gereinigd te worden. De afvalstoffen die hierbij vrijkomen dienen opgehaald te worden door daartoe erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar en/of verwerkers.

- De KWS-afscheider dient voldoende gedimensioneerd en voorzien te zijn van een automatische afsluiter.

 

Aspect bodem en grondwater

De opslag van 9.900 liter benzine betreft een bovengrondse dubbelwandige tank met 1 verdeelslang. Deze tank wordt boven de vloeistofdichte piste geplaatst.

Conform artikel 5.17.4.3.4 van Vlarem II dient na plaatsing van de vaste tank een keuringsattest vóór de ingebruikname voorgelegd te kunnen worden. Ter staving van de naleving wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen dat dit keuringsattest vóór de ingebruikname van de benzinetank van 9.900 liter binnen een termijn van 3 maanden na datum van dit besluit dient bezorgd te worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

De overige opslag van 450 liter benzine betreft een werftank met 1 verdeelslang. Het vullen van de bidons vanuit de werftank gebeurt boven een lekbak waarmee alle mogelijke spills worden opgevangen. Na een spill wordt de lekbak gekuist en dient het afvalwater op een correcte manier afgevoerd te worden.

 

In de werkplaats voor onderhoudswerkzaamheden wordt een vloeistofdichte vloer/coating voorzien. Het vullen van de motorfietsen zal boven de vloeistofdichte vloer gebeuren.

 

Er dienen steeds de nodige maatregelen genomen te worden om het morsen van vloeibare brandstoffen en de verontreiniging van de bodem, het grond- en oppervlaktewater te voorkomen. Absorptiemateriaal moet voorzien zijn om bij morsen de aangepaste maatregelen te treffen. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Aspect geluid

De compressor (7,5 kW) voor het gebruik van pneumatische toestellen zal in het magazijn worden opgesteld. Er wordt geen geluidshinder verwacht.

 

Aspect bodem

Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 10 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect energie

Het bedrijf komt in aanmerking voor energiecoaching van de stad Gent. De energiecoach geeft professioneel advies op maat voor zowel renovaties, nieuwbouw of voor een algemene verlaging van het energieverbruik binnen het bedrijf.

Contact en meer info: Energiecoaching@stad.gent of 09 268 23 00 of http://www.stad.gent/energiecoaching. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect brandveiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 067476-004/JT/2024) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

 

CONCLUSIE

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.1°a)

lozen (zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie) van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan de geldende indelingscriteria (tot en met 2 m³/u) | uitbreiding van het geloosde debiet bedrijfsafvalwater met 0,64 m³/uur afkomstig van het hemelwater op de bijkomende betonverharding van 100 m² | Verandering

0,64 m³/uur

6.5.2°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen: overige inrichtingen | het toevoegen van een benzinetank met tankinstallatie met 1 verdeelslang en een kleine bezinetank met een verdeelslang | Verandering

2 verdeelslang

15.3.1°

autoherstelwerkplaats met meer dan 10 schouwputten of hefbruggen volledig gelegen in een industriegebied | een onderhoudszone voor de controle van motorfietsen voor ze in de handel verschijnen | Nieuw

12 schouwputten of hefbruggen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | het stallen van een compressor voor het gebruik van pneumatische toestellen (7,5 kW) | Verandering

7,5 kW

17.3.2.2.2°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 50 ton als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders | De opslag van 9.900 liter benzine in een bovengrondse dubbelwandige tank en een werftank van 450 liter | Nieuw

10,35 ton

19.3.1°a)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | een onderhoudszone voor het herstellen van palletverpakkingen met bewerkingstoestellen met een samengesteld vermogen van 48 kW | Nieuw

48 kW

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | het hebben van verschillende toestellen voor het uitvoeren van klein onderhout en controles aan motorvoertuigen. Deze toestellen hebben een maximaal samengesteld vermogen van 105,1 kW | Nieuw

105,1 kW

 

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20181210-0049) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.1°a)

lozen (zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie) van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan de geldende indelingscriteria (tot en met 2 m³/u) | lozen van 0,8 m³/uur bedrijfsafvalwater + 0,64 m³/uur afkomstig van het hemelwater op de bijkomende betonverharding van 100 m² | klasse 3

1,44 m³/uur

3.6.1.

afvalwaterzuiveringsinstallatie (+ lozen  effluentwater en ontwateren slibproductie) voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater, ander dan afkomstig van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³ per jaar | Het hebben van een IBA voor het verwerken van 1;500 m³/jaar huishoudelijk afvalwater | klasse 3

1500 m³/jaar

6.4.2°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van meer dan 50.000 l tot en met 5.000.000 l | Opslagplaats voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van1.000.000 l | vlarebo : A,A* | klasse 2

1000000 liter

6.5.2°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen: overige inrichtingen | Een niet-openbare tankinstallatie voor het bevoorraden van voertuigen met 2 verdeelslangen (1 voor diesel en 1 voor benzine) en een kleine tank met de 1 verdeelslang | vlarebo : B | klasse 2

3 verdeelslang

12.2.2°

transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | Het hebben van 2 transformatoren, 1 van 1.600 kVA en 1 van 2.000 kVA | klasse 2

3600 kVA

15.1.2°

al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | Het stallen van 45 voertuigen | klasse 2

45 voertuigen

15.3.1°

autoherstelwerkplaats met meer dan 10 schouwputten of hefbruggen volledig gelegen in een industriegebied | een onderhoudszone voor de controle van motorfietsen voor ze in de handel verschijnen | vlarebo : A | klasse 2

12 schouwputten of hefbruggen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Het hebben van 26,45 kW aan airco- installaties en een compresssor van | klasse 3

26,45 kW

17.1.1.2°

opslagplaatsen voor aerosolen waarop minstens één gevarenpictogram is aangebracht met een gezamenlijke netto inhoud van meer dan 3000 liter  tot en met 30.000 liter | Opslag van 30.000 liter Aerosolen | klasse 2

30000 liter

17.1.2.1.2°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 1000 liter tot en met 10.000 liter | Het opslagen van 6.336 liter gas in verplaatsbare recipiënten | klasse 2

6336 liter

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | Opslag van 2.500 liter diesel in een bovengrondse dubbelwandige tank | klasse 3

2,5 ton

17.3.2.1.2.2°

overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 10 ton tot en met 200 ton | De opslag van 50 ton brandbare vloeistoffen die onder gevarencategorie 3 worden ingedeeld | vlarebo : A | klasse 2

50 ton

17.3.2.2.2°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 50 ton als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders | De opslag van 9.900 liter benzine in een bovengrondse dubbelwandige tank en een werftank van 450 liter | vlarebo : A,A* | klasse 2

10,35 ton

17.3.4.2°a)

bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 100 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Opslag van 100 ton bijtende stoffen | vlarebo : A | klasse 2

100 ton

17.3.6.2°a)

schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 100 ton als de inrichting volledig is gelegen in in­dustrie­gebied | Opslag van 100 ton schadelijke stoffen | vlarebo : A | klasse 2

100 ton

17.3.7.2°a)

op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 50 ton als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | De opslag van 50 ton op lange termijn gevarlijkse stoffen | vlarebo : A | klasse 2

50 ton

17.3.8.2°

voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS09 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton | Opslag van 200 ton milieugevaarlijke stoffen | vlarebo : A | klasse 2

200 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Oplag van gevaarlijke producten in kleine handelrecipiënten | klasse 3

5000 liter

19.3.1°a)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | een onderhoudszone voor het herstellen van palletverpakkingen met bewerkingstoestellen met een samengesteld vermogen van 48 kW | klasse 3

48 kW

19.6.1°c)

opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 400 m3 in een lokaal) | De opslag van palletten verspreidt over verschillende magazijnen, voor eenn totaal volume van 430 m³ | klasse 2

430 m³

23.2.1°a)

behandelen van kunststoffen en het vervaardigen van voorwerpen uit kunststoffen andere dan rubriek 41  met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, indien de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied | Het hebben van enkele machines voor een totaal vermogen van 10 kW | klasse 3

10 kW

23.3.1°c)

opslag van kunststoffen en van voorwerpen uit kunststoffen - andere dan rubriek 41 en 48 (meer dan 200 ton in lokaal) indien volledig gelegen in een industriegebied | Opslag van 2.100 ton kunststoffen en kunststoffen voorwerpen verspreid over verschillende magazijnen | klasse 2

2100 ton

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | het hebben van verschillende toestellen voor het uitvoeren van klein onderhout en controles aan motorvoertuigen. Deze toestellen hebben een maximaal samengesteld vermogen van 105,1 kW | vlarebo : O | klasse 3

105,1 kW

33.4.1°c)

opslag voor papierdeeg, papier, karton en voor waren uit papier en karton - andere dan rubriek 48 (meer dan 200 ton in een lokaal, volledig in industriegebied) | Opslag van 2050 ton papier en papierwaren | klasse 2

2050 ton

36.4.1°

opslagplaatsen voor rubber en voor rubberen voorwerpen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een capaciteit van meer dan 10 ton in een lokaal | Opslag van 200 ton rubber en rubberen voorwerpen | klasse 2

200 ton

41.5.

opslagplaats voor textiel en voor textielwaren met een capaciteit van meer dan 10 ton | Opslag van 500 ton textiel en textielwaren | klasse 3

500 ton

43.1.2°a)

stookinstallaties (meer dan 2 000 kW tot en met 5 000 kW) wanneer het een inrichting betreft vermeld in sub 1°, a) of b) | Het hebben van 2.114 kW aan stookinstallaties | klasse 2

2114 kW

48.1.2.

opslagplaatsen voor andere goederen dan IMDG-goederen | Opslag van andere dan IMDG-goederen. Opsla is verspreid over verschillende magazijnen | klasse 3

8 magazijnen

 

 

TERMIJN

De gevraagde vergunning voor de ingedeelde inrichting of activiteit kan verleend worden voor een termijn tot en met 29 juni 2037.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het aanleggen van een vloeistofdichte betonverharding en het plaatsen van een luifel alsook het veranderen van een logistiek bedrijf met een benzinetankinstallatie, garage activiteiten en een reparatiezone voor paletten aan GHENT HANDLING AND DISTRIBUTION nv (O.N.:0430119477) gelegen te Eddastraat 32 en 34, 9042 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

De rubrieken voor de inrichting/activiteit Ghent Handling and Distribution met inrichtingsnummer 20181210-0049 beslist het college als volgt:

 

Vergunde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.1°a)

lozen (zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie) van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan de geldende indelingscriteria (tot en met 2 m³/u) | uitbreiding van het geloosde debiet bedrijfsafvalwater met 0,64 m³/uur afkomstig van het hemelwater op de bijkomende betonverharding van 100 m² | Verandering

0,64 m³/uur

6.5.2°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen: overige inrichtingen | het toevoegen van een benzinetank met tankinstallatie met 1 verdeelslang en een kleine bezinetank met een verdeelslang | Verandering

2 verdeelslang

15.3.1°

autoherstelwerkplaats met meer dan 10 schouwputten of hefbruggen volledig gelegen in een industriegebied | een onderhoudszone voor de controle van motorfietsen voor ze in de handel verschijnen | Nieuw

12 schouwputten of hefbruggen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | het stallen van een compressor voor het gebruik van pneumatische toestellen (7,5 kW) | Verandering

7,5 kW

17.3.2.2.2°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 50 ton als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders | De opslag van 9.900 liter benzine in een bovengrondse dubbelwandige tank en een werftank van 450 liter | Nieuw

10,35 ton

19.3.1°a)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | een onderhoudszone voor het herstellen van palletverpakkingen met bewerkingstoestellen met een samengesteld vermogen van 48 kW | Nieuw

48 kW

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | het hebben van verschillende toestellen voor het uitvoeren van klein onderhout en controles aan motorvoertuigen. Deze toestellen hebben een maximaal samengesteld vermogen van 105,1 kW | Nieuw

105,1 kW

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20181210-0049) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.1°a)

lozen (zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie) van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan de geldende indelingscriteria (tot en met 2 m³/u) | lozen van 0,8 m³/uur bedrijfsafvalwater + 0,64 m³/uur afkomstig van het hemelwater op de bijkomende betonverharding van 100 m² | klasse 3

1,44 m³/uur

3.6.1.

afvalwaterzuiveringsinstallatie (+ lozen  effluentwater en ontwateren slibproductie) voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater, ander dan afkomstig van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³ per jaar | Het hebben van een IBA voor het verwerken van 1;500 m³/jaar huishoudelijk afvalwater | klasse 3

1500 m³/jaar

6.4.2°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van meer dan 50.000 l tot en met 5.000.000 l | Opslagplaats voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van1.000.000 l | vlarebo : A,A* | klasse 2

1000000 liter

6.5.2°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen: overige inrichtingen | Een niet-openbare tankinstallatie voor het bevoorraden van voertuigen met 2 verdeelslangen (1 voor diesel en 1 voor benzine) en een kleine tank met de 1 verdeelslang | vlarebo : B | klasse 2

3 verdeelslang

12.2.2°

transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | Het hebben van 2 transformatoren, 1 van 1.600 kVA en 1 van 2.000 kVA | klasse 2

3600 kVA

15.1.2°

al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | Het stallen van 45 voertuigen | klasse 2

45 voertuigen

15.3.1°

autoherstelwerkplaats met meer dan 10 schouwputten of hefbruggen volledig gelegen in een industriegebied | een onderhoudszone voor de controle van motorfietsen voor ze in de handel verschijnen | vlarebo : A | klasse 2

12 schouwputten of hefbruggen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Het hebben van 26,45 kW aan airco- installaties en een compresssor van | klasse 3

26,45 kW

17.1.1.2°

opslagplaatsen voor aerosolen waarop minstens één gevarenpictogram is aangebracht met een gezamenlijke netto inhoud van meer dan 3000 liter  tot en met 30.000 liter | Opslag van 30.000 liter Aerosolen | klasse 2

30000 liter

17.1.2.1.2°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 1000 liter tot en met 10.000 liter | Het opslagen van 6.336 liter gas in verplaatsbare recipiënten | klasse 2

6336 liter

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | Opslag van 2.500 liter diesel in een bovengrondse dubbelwandige tank | klasse 3

2,5 ton

17.3.2.1.2.2°

overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 10 ton tot en met 200 ton | De opslag van 50 ton brandbare vloeistoffen die onder gevarencategorie 3 worden ingedeeld | vlarebo : A | klasse 2

50 ton

17.3.2.2.2°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 50 ton als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders | De opslag van 9.900 liter benzine in een bovengrondse dubbelwandige tank en een werftank van 450 liter | vlarebo : A,A* | klasse 2

10,35 ton

17.3.4.2°a)

bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 100 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Opslag van 100 ton bijtende stoffen | vlarebo : A | klasse 2

100 ton

17.3.6.2°a)

schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 100 ton als de inrichting volledig is gelegen in in­dustrie­gebied | Opslag van 100 ton schadelijke stoffen | vlarebo : A | klasse 2

100 ton

17.3.7.2°a)

op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 50 ton als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | De opslag van 50 ton op lange termijn gevarlijkse stoffen | vlarebo : A | klasse 2

50 ton

17.3.8.2°

voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS09 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton | Opslag van 200 ton milieugevaarlijke stoffen | vlarebo : A | klasse 2

200 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Oplag van gevaarlijke producten in kleine handelrecipiënten | klasse 3

5000 liter

19.3.1°a)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | een onderhoudszone voor het herstellen van palletverpakkingen met bewerkingstoestellen met een samengesteld vermogen van 48 kW | klasse 3

48 kW

19.6.1°c)

opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 400 m3 in een lokaal) | De opslag van palletten verspreidt over verschillende magazijnen, voor eenn totaal volume van 430 m³ | klasse 2

430 m³

23.2.1°a)

behandelen van kunststoffen en het vervaardigen van voorwerpen uit kunststoffen andere dan rubriek 41  met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, indien de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied | Het hebben van enkele machines voor een totaal vermogen van 10 kW | klasse 3

10 kW

23.3.1°c)

opslag van kunststoffen en van voorwerpen uit kunststoffen - andere dan rubriek 41 en 48 (meer dan 200 ton in lokaal) indien volledig gelegen in een industriegebied | Opslag van 2.100 ton kunststoffen en kunststoffen voorwerpen verspreid over verschillende magazijnen | klasse 2

2100 ton

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | het hebben van verschillende toestellen voor het uitvoeren van klein onderhout en controles aan motorvoertuigen. Deze toestellen hebben een maximaal samengesteld vermogen van 105,1 kW | vlarebo : O | klasse 3

105,1 kW

33.4.1°c)

opslag voor papierdeeg, papier, karton en voor waren uit papier en karton - andere dan rubriek 48 (meer dan 200 ton in een lokaal, volledig in industriegebied) | Opslag van 2050 ton papier en papierwaren | klasse 2

2050 ton

36.4.1°

opslagplaatsen voor rubber en voor rubberen voorwerpen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een capaciteit van meer dan 10 ton in een lokaal | Opslag van 200 ton rubber en rubberen voorwerpen | klasse 2

200 ton

41.5.

opslagplaats voor textiel en voor textielwaren met een capaciteit van meer dan 10 ton | Opslag van 500 ton textiel en textielwaren | klasse 3

500 ton

43.1.2°a)

stookinstallaties (meer dan 2 000 kW tot en met 5 000 kW) wanneer het een inrichting betreft vermeld in sub 1°, a) of b) | Het hebben van 2.114 kW aan stookinstallaties | klasse 2

2114 kW

48.1.2.

opslagplaatsen voor andere goederen dan IMDG-goederen | Opslag van andere dan IMDG-goederen. Opsla is verspreid over verschillende magazijnen | klasse 3

8 magazijnen

 

 

Artikel 2

Verleent de stedenbouwkundige handelingen van onbepaalde duur vanaf de datum van dit besluit.

Verleent de ingedeelde inrichting of activiteit tot en met 29 juni 2037.


Artikel 3

Legt volgende voorwaarden op:

Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

1. Het keuringsattest vóór de ingebruikname van de benzinetank van 9.900 liter dient, conform artikel 5.17.4.3.4 van Vlarem II, binnen een termijn van 3 maanden na datum van dit besluit bezorgd te worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

2. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 067476-004/JT/2024) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

 

3. KWS-afscheider:

- De KWS-afscheider dient regelmatig gereinigd te worden. De afvalstoffen die hierbij vrijkomen dienen opgehaald te worden door daartoe erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar en/of verwerkers.

- De KWS-afscheider dient voldoende gedimensioneerd en voorzien te zijn van een automatische afsluiter.

 

 

Volgende geactualiseerde milieuvoorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:

1. De exploitant houdt een register of een alternatieve informatiedrager bij waarin, per gevarenpictogram, ten minste de aard en hoeveelheden van de opgeslagen gevaarlijke producten worden vermeld. Deze gegevens worden zo opgeslagen dat het mogelijk is om op elk ogenblik de in het bedrijf aanwezige hoeveelheden gevaarlijke producten te bepalen. Het register of de alternatieve informatiedrager wordt ter plaatse ter beschikking gehouden van de toezichthouder en dit gedurende een periode van ten minste een maand.

De inrichting mag op geen enkel moment hoeveelheden aanwezig hebben boven de vergunde hoeveelheden. Bij elke transactie van gevarengoed dient de exploitatie na te gaan of de sommatieregel, zoals vermeld in de Seveso III richtlijn (of bijlage 5 van VLAREM II), wordt gerespecteerd. De lage Seveso-drempel mag op geen enkel moment overschreden worden. De berekening van betreffende sommatieregel dient op elk ogenblik aan de bevoegde controlerende ambtenaren te kunnen worden voorgelegd. Volgens aantekening 5 van de bijlage 1 van de Seveso III richtlijn (of bijlage 5 van Vlarem II) dient ook met afvalstoffen rekening gehouden te worden.

2. De opslag van papier en rubber is enkel toegelaten in magazijnen 6,7,8, 10 en 13 en verboden in de magazijnen 9, 11 en 12.

3. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen gebeurt in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

4. Het keuringsattest vóór de ingebruikname van de benzinetank van 9.900 liter dient, conform artikel 5.17.4.3.4 van Vlarem II, binnen een termijn van 3 maanden na datum van dit besluit bezorgd te worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

5. KWS-afscheider:

- De KWS-afscheider dient regelmatig gereinigd te worden. De afvalstoffen die hierbij vrijkomen dienen opgehaald te worden door daartoe erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar en/of verwerkers.

- De KWS-afscheider dient voldoende gedimensioneerd en voorzien te zijn van een automatische afsluiter.

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.


Bijzondere voorwaarde voor de geplande werken:

Externe adviezen:

  • Het brandweeradvies (advies van 27 mei 2024 onder ref. 067476) dient strikt te worden nageleefd.
  • Het advies van North Sea Port (advies van 27 mei 2024 onder ref. 2024-114 ) dient strikt te worden nageleefd.

 

 

Artikel 4

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

1. Het is verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden.

2. Er dienen steeds de nodige maatregelen genomen te worden om het morsen van vloeibare brandstoffen en de verontreiniging van de bodem, het grond- en oppervlaktewater te voorkomen. Absorptiemateriaal moet voorzien zijn om bij morsen de aangepaste maatregelen te treffen.

3. Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 10 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement.

4. Het bedrijf komt in aanmerking voor energiecoaching van de stad Gent. De energiecoach geeft professioneel advies op maat voor zowel renovaties, nieuwbouw of voor een algemene verlaging van het energieverbruik binnen het bedrijf.

Contact en meer info: Energiecoaching@stad.gent of 09 268 23 00 of http://www.stad.gent/energiecoaching.